Aviva Zornberg over de akeda

Eva van Sonderen

vrijdag 18 oktober 2013

Afgelopen week volgde ik een les van Aviva Zornberg in een reeks over ‘de parasja van de week’. Dat was ‘Wajera’, met daarin het verhaal van de akeda, over hoe Avraham zijn zoon Jitschak op Gods bevel bijna offerde. Eén van de moeilijkste verhalen in de Tora, waar de Joodse wijzen door de eeuwen heen begrijpelijkerwijze mee hebben geworsteld – hoe kan een almachtige, barmhartige God zo’n wrede opdracht geven?

Eerst iets meer over dr. Aviva Gottlieb-Zornberg (1944). Dochter van Oosteuropese ouders die in 1938, via Wenen, in Engeland terechtkwamen. Ze groeide op in Schotland, haar vader was een prominente rabbijn in Glasgow. Een progressieve orthodoxe man, die samen met zijn dochters Tora en Talmoed leerde. Ze studeerde Engelse literatuur in Cambridge. In 1969 kwam ze, samen met haar echtgenoot, naar Israël. Aanvankelijk doceerde ze Engelse literatuur aan de Hebreeuwse Universiteit, maar begin jaren tachtig begon ze les te geven in Tora en ze is een van de interessantste Torageleerden in Israël geworden. In haar tekstinterpretatie gebruikt ze niet alleen Midrasj (de verhalende traditie, ontwikkeld door rabbijnen om de ‘witte plekken’ in de meestal zeer beknopte verhalen van de Tora aan te vullen), maar ook haar kennis van de wereldliteratuur en haar intense belangstelling voor de psychoanalyse. Vooral door die psycho-analytische interesse heeft ze een unieke manier van intertekstuele interpretatie ontwikkeld. Dat haar ouders vluchtelingen voor de nazi’s waren, heeft ongetwijfeld meegespeeld in haar belangstelling voor de verborgen en soms onheilspellende lagen in een tekst.

Een vol klaslokaal in Matan, studiecentrum voor vrouwen. Zornberg is een gezette dame, met lang kastanjebruin haar (een sjeitel) dat haar gezicht iets onverwacht meisjesachtigs geeft. Ze wijst ons op de verschillende woorden voor angst, vrees en ‘je zorgen maken’ in een Midrasj over Avraham. Is er een verborgen trauma in zijn leven? Ze haalt de Midrasj aan die vertelt hoe Avraham als jongeling de afgodsbeelden die zijn vader Terach verkoopt, aan stukken slaat en de schuld geeft aan de beelden zelf. Terach brengt zijn zoon voor een vonnis naar Nimrod die hem in een vuuroven gooit (‘the fiery furnace’: in het Engels klinkt het poëtisch en erger). Door God’s hulp komt Avram daar ongeschonden uit, althans lichamelijk ongeschonden.

Wat is de aantrekkingskracht van een offer, van jezelf offeren, vraagt Zornberg zich af en ze komt met drie antwoorden van Franse filosofen en schrijvers, Gaston Bachelard, Marguerite Yourcenar en Georges Bataille.

De door Carl-Gustav Jung beïnvloede filosoof/psychoanalyticus Bachelard heeft een boek over vuur geschreven, The Psychoanalysis of Fire. Hij beschreef hoe je in een soort trance kunt zitten dromen als je voor een open vuur zit. Hoe je de houtblokken ziet branden en in vlammen en as ziet veranderen. De transformatie van ‘iets’ in ‘niets’. Vuur is zowel de uitdrukking van een levensinstinct als van een doodsinstinct, aldus Bachelard. Yourcenar schreef een essay naar aanleiding van de zelfverbranding door boeddhistische monniken en citeerde daarbij Victor Hugo over ‘het onheilspellende gemak van sterven’ waartegenover zij ‘de heldhaftige moeite van leven’ stelt. En Georges Bataille, die door Zornberg voorzichtig ‘een zeer radicale denker’ genoemd wordt, schrijft dat het verlangen naar vuur een behoefte is ‘om in een verblindend moment alles te verteren’ (‘to consume in one dazzling moment’). Dat laatste is kenmerkend voor adolescenten die problemen onmiddellijk en radicaal willen oplossen.

Terwijl ze dat allemaal vertelt, komen er bij mij vooral beelden op van de zelfmoordterroristen die zich tijdens de tweede intifada opbliezen bij bushaltes, in cafés en op de markt. Dat waren ook altijd jonge mensen, maar degenen die hen stuurden, waren meestal niet zo jong meer.

Zornberg gaat terug naar parasja Lech lecha, waar staat dat Terach drie zonen had, Avram, Nachor en Haran. “En Haran stierf bij het leven van zijn vader in zijn geboorteland, in Oer-Kasdiem” zegt de Tora slechts (Beresjiet 11:28). Volgens commentator Rasji wordt Haran - die afwacht voor wie hij zal kiezen, voor Avram of voor Terach, en pas nadat het goed is afgelopen met zijn broer kiest voor Avram - daarna zelf in het vuur geworpen en verbrandt hij levend. Terach had zijn ene zoon willen laten oordelen, maar tenslotte wordt zijn andere zoon het slachtoffer. De vuuroven van Nimrod heeft de breuk tussen Avram en zijn vader permanent gemaakt. Terach stierf in Charan nadat Avram al lang was weggetrokken.

Zornberg wijst op de centraliteit van het element vuur in de parasja over het offeren van Jitschak: “Het vuur van de akeda is het vuur van Nimrods vuuroven.” Ze wijst nog op een andere passage waarin Avraham, terwijl hij God probeert af te houden van het vernietigen van Sodom en Gomorra, over zichzelf zegt dat hij “slechts stof en as is” (Beresjiet 18:27). En ik speur na de les als een detective verder: ook in parasja Lech lecha is bij het Verbond tussen de Stukken (van een kalf, geit en een ram), het verbond waarbij de Eeuwige Avraham vertelt dat zijn nakomelingen zo talrijk zullen zijn als de sterren aan de hemel, sprake van ‘een rokende oven met een vuurfakkel die tussen deze stukken doortrok’ (Beresjiet 15:17).

Aviva Zornberg trekt de conclusie dat er iets in het leven van Avraham is waardoor hij de akeda misschien heeft uitgelokt. Het is het gevolg van het onbewuste trauma dat Avraham met zich meedroeg, een trauma dat met vuur en offeren te maken had en dat hem zowel afschrok als fascineerde. De Eeuwige zegt als het ware tegen Avraham: “Je hebt zelf een opening gegeven tot deze noodzaak van een offer.”

Ik denk ook dat er zoiets bestaat als Freuds ‘herhalingsdwang’ wanneer een trauma niet verwerkt is. Tijdens zijn discussie met God over het vernietigen van Sodom en Gomorra met zwavel en vuur, durft Avraham de schepper van hemel en aarde nog tot andere gedachten te brengen en staat hij nog aan de zijde van de slachtoffers. Maar bij het uitvoeren van de akeda lijkt hij zich vereenzelvigd te hebben met de dader, met zijn vader en de vaderfiguur die God voor hem is. Dat hij inderdaad zou hebben kunnen handelen in een soort trance, laat Zornberg zien doordat de engel die zijn hand met het mes tegenhoudt, zijn naam twee keer uitroept: Avraham, Avraham! Alsof hij hem wakker moet schudden. “De eerste Avraham is niet dezelfde als de tweede,” zegt ze.

Ik kijk uit naar de volgende les van deze dame met haar in orthodoxe kringen ongebruikelijk brede kennis en belangstelling.

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.