Is er hoop na Kerry?

Eva van Sonderen

vrijdag 11 april 2014

Vanaf afgelopen sjabbat is het prachtig voorjaarsweer in Jeruzalem. Bloeiende citrusbomen lijken een zoemend geluid te maken door de bijen die op de bedwelmende geur afkomen. Lavendel, rozemarijn en salie bloeien blauw-paars en ook de rozenknoppen springen open. In de Mosjava Germaniet heeft een ouder echtpaar een rijk versierde tegel laten inmetselen bij de toegangspoort, met de Hebreeuwse tekst van het ‘gebed voor de bomen’. Ernaast hangt een geprinte uitnodiging om hun tuin binnen te gaan en het gebed bij een van de fruitbomen uit te spreken. Het lijkt het volmaakte klimaat om Pesach te vieren, het feest van de bevrijding uit een ‘nauwe, beperkte plek’ (Mitsrajiem), de slavernij in Egypte.

Helaas zijn de vredesbesprekingen onder leiding van de onvermoeibare (nou ja, niet geheel onvermoeibaar dus) John Kerry net op niets uitgelopen, dus voorlopig lijkt Israël in Mitsrajiem te blijven hangen. De analyses waarom het mis is gegaan en wie er de schuld van is, vliegen je om de oren. Premier Netanjahoe geeft als gewoonlijk de voorkeur aan de status-quo boven welke verandering dan ook. Terwijl wat er nu gebeurt, meer kans geeft op een Hamas-staat op de Westelijke Jordaanoever, dan als er via onderhandelingen een twee-staten oplossing zou komen.

De Oslo-akkoorden zijn indertijd ontstaan door geheime onderhandelingen in de Noorse hoofdstad (achter de rug van premier Rabin om), waarbij veel aandacht werd besteed aan het scheppen van een prettige, emotioneel veilige sfeer. Gesprekken vonden plaats in een mooie vredige omgeving, er werden tussendoor boswandelingen gemaakt. Dat is een component om een overeenkomst te bereiken; als het aan mij lag, vonden dit soort onderhandelingen tussen regeringsleiders plaats in een fraai retraitecentrum en zou iedereen daar eerst twee maanden mindfulness-training moeten ondergaan, aangevuld met droomtherapie, en pas dan, als de ego’s waren afgezwakt en men zich bewust was geworden van persoonlijke angsten, zou er überhaupt onderhandeld mogen worden (over utopia gesproken ...). Een tweede factor voor het in de praktijk brengen van een vredesakkoord, is het voorlichten en opvoeden van de Palestijnse en Israëlische bevolking. Dat is ten tijde van de Oslo-akkoorden niet gebeurd, een klein beetje in Israël, waar de kleuterscholen vredesliedjes instudeerden, en in het geheel niet bij de Palestijnen. Niet voor niets maakte Kerry tijdens deze laatste ronde besprekingen gewag van het ‘diepe wantrouwen’ bij beide partijen.

Niemand weet wat er nu gaat gebeuren, al doen veel doemscenario’s de ronde: een derde gewelddadige Intifada die weer ontzettend veel doden zal opleveren (chas we chalila); een Palestina dat Israëlische militairen in Den Haag zou kunnen aanklagen voor oorlogsmisdaden; de ineenstorting van de Palestijnse Autoriteit, wat zou kunnen betekenen dat Israël verantwoordelijk wordt voor het hele economische en maatschappelijke reilen en zeilen van de Palestijnse bevolking op de Westoever; de eenwording van Hamas en de Palestijnse Autoriteit met de daarbij behorende radicalisatie.

In Ha’aretz van 9 april geeft David Rosenberg een scherpe beschrijving van de toestand van de Palestijnse gebieden:

Palestina is een pleegkind geworden dat bij een probleemgezin is geplaatst. Eén van de ouders (de VS en Europa) probeert het kind met geld om te kopen om mee te werken en te gehoorzamen, en de andere ouder (Israël) negeert het als het zich goed gedraagt, en straft meteen als het in opstand komt. Het kind zelf (Palestina dus) is er door eigen toedoen aan gewend geraakt dat geld en aandacht in de plaats zijn gekomen van ‘zijn lot in eigen handen nemen’.

Het resultaat is een economische ramp, besluit Rosenberg. De Palestijnse Autoriteit heeft een opgeblazen overheidssector gecreëerd, gefinancierd met donorgeld, een sector die niets produceert. Er is een goed opgeleide middenklasse op de Westoever, die van onderop economische groei zou kunnen aansturen, mits ze daar de kans voor krijgt, aldus Rosenberg. Door allereerst een vrij verkeer van personen en goederen in te stellen in de Palestijnse gebieden, minder check-points dus. Ten tweede door de grens van Israël open te stellen voor arbeid en handel uit de Palestijnse gebieden en ten derde door de beperking voor Palestijnen in gebied C op te heffen (60% van de Westoever, waar Israël het voor het zeggen heeft).

Rosenberg hoopt dat economische belangen voor elkaar kunnen krijgen waar militaire en diplomatieke oplossingen in gefaald hebben. Het wordt een afweging tussen veiligheid (angst voor hernieuwde terreuraanslagen) en visie (economische opbloei in de Palestijnse gebieden).

Pesach sameach!

3 + 3 = ?
Prachtige analyse. Prachtig. Waar en treurig. Chag sameach
Ik zou een ieder geïnteresseerd in de Israelische politiek, en zeker de Crescas columnisten aanraden het boek "The Israel solution" van de zeer ter zake deskundige JPost schrijfster Caroline Glick over het diepere hoe en wat van de Joods -Palestijnse problematiek. Chag Sameach.
Chag sameach, Chawwa!

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.