De goede oude tijd

Eva van Sonderen

zondag 19 oktober 2014

Vanochtend bij Y., een uit Nederland afkomstige vriendin, zitten ontbijten en gezellig zitten praten over de veranderingen die zich in Israël hebben voltrokken sinds midden jaren tachtig. Hoe arm iedereen toen nog was en hoe primitief alles functioneerde. Als je telefoon had, was dat vaak een ‘party-line’, een lijn die je deelde met je buren. Als je dan wilde bellen, viel je het gesprek van je buurman binnen. Voor een aansluiting moest je überhaupt jaren wachten. Vanuit het buitenland werd je niet veel gebeld, hoogstens bij belangrijke gebeurtenissen, zoals een zwangerschap, een geboorte, ziekten of andere bijzondere dingen. De briefwisseling ging met die blauwe luchtpostbrieven, waarbij je moest uitkijken hoe je ze opensneed, anders moest je puzzelen welk stuk na welk stuk volgde. Als je bij het Misrad HaPnim (ministerie van binnenlandse zaken) moest zijn, kon je het beste een goed boek meenemen want je zat meestal uren te wachten, of je werd van pakid (klerk) naar pakid gestuurd, je was totaal van ze afhankelijk en de dossiers hadden de neiging kwijt te raken. “Je had nog geen computers en geen mobieltjes,” riepen Y. en ik als bejaarden tegen elkaar. Wel had je telefooncellen, die met asimoniem werkten, kleine muntjes met een gat er in, die je bij het postkantoor moest kopen. Het was een hele revolutie toen er telefoonkaarten verschenen in plaats van die muntjes. En als je het land uit wilde, moest je uitreisbelasting betalen, 250 sjekel, voor je nog maar een ticket had gekocht. En de sjekel was fl. 1,25 waard, meer dan de gulden.

“Er was ook niets te krijgen,” zeiden we tegen elkaar, “twee soorten brood, een soort regeringswit en bruin, niks volkoren, en Wissotzky zwarte thee.” Maar goedkoop was het wel: Y. woonde in Tel Aviv vlakbij een arbeiderscafé, waar je kon ontbijten voor tien sjekel, dan kreeg je een plastic bordje met van die hompen brood, een ei, en in grove stukken gesneden tomaat en ui. Nu kun je voor tien sjekel nog geen kop koffie krijgen, behalve bij de fix-it bars, waar de kartonnen bekers koffie vijf sjekel kosten. Netanjahoe noemde dat eens in een toespraak als voorbeeld van hoe de prijzen waren gedaald in Israël. De prijzen zijn op die fix-it koffie na helemaal niet gedaald, de laatste jaren is voedsel juist behoorlijk duur geworden, de jongens die op Facebook de prijzen in Berlijn vergelijken met die in Israël, hebben groot gelijk.

Halverwege de jaren negentig verscheen er hier goed brood in allerlei soorten – dankzij de komst van de Russische Joden - en noten en lekkere kaasjes, allerlei soorten chocolade, er kwamen kruidentheeën op de markt, en veel meer keus en luxe producten in de supermarkt.

Ook qua huisvesting heeft zich hier een revolutie voltrokken, van de huizen met kale tegelvloeren en peertjes aan het plafond die ik aanvankelijk overal zag, tot prettig ingerichte huizen. Maar het slaat ook door. Tegenwoordig lijkt er in Jeruzalem alleen nog gebouwd te worden voor de superrijken, het ene na het andere grote witstenen gebouw verrijst uit de grond, met ruime flats, glazen balkons en penthouses met een terras bovenin. Zelfs in de ‘armoedige zoom’ van Katamon met de arbeiderswijk Katamonim is zo’n fraai gebouw van drie etages opgetrokken, $2.6 miljoen per etage.


Luxe nieuwbouw in Katamon

Een kennis van een vriendin die daar is ingetrokken gaf een house-warming party, zodat ik het van binnen heb kunnen zien. Vijf ruime kamers, een grote halfoverdekte veranda met een vloer van tropisch hardhout (op de open helft stond de soeka), grote open keuken, grote badkamer met toilet, nog een gastenbadkamer, een apart toilet, allemaal prachtig afgewerkt, veel natuursteen.

Y. en ik hebben net het staartje van de overgang van het sobere socialistische Israël naar het kapitalistische, consumentistische Israël meegemaakt. Het is heel aangenaam dat je als middenklasse hier nu van alles en nog wat kunt krijgen, maar de kloof tussen de allerrijksten en allerarmsten is enorm gegroeid; voor jongeren is de huizenmarkt in Jeruzalem onbetaalbaar geworden en de armste laag van de bevolking heeft het denk ik moeilijker dan toen je voor 10 sjekel een ontbijtje kon krijgen.

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.