inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Harry Polak

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering in 2012 kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya, vlakbij twee van hun drie dochters, Israëlische schoonzonen en kleinkinderen.

vrijdag 5 juni 2020

Het eindeloze en zo langzamerhand hopeloze gezoek naar een ander huis met een hebbelijk huurcontract (zie vorige column) leidt tot veel telefoongesprekken met aanbieders. Dat kunnen makelaars (duur) of huizenbezitters (koef noen*) zijn. Soms zijn het bewoners die vóór afloop van hun jaarcontract vertrekken en daarom voor de verhuurder conform het huurcontract vervangers zoeken.

Vaak begin ik in het Hebreeuws om vervolgens snel over te schakelen op het Engels. Dat gebeurt niet zonder het eerst netjes te vragen (“Efsjar ledabeer angliet? = Kan ik Engels spreken?”). Regelmatig is dat geen probleem, al komt het vrij veel voor dat aan de andere kant van de lijn alleen Hebreeuws wordt gesproken.

Inmiddels begin ik met het noemen van mijn naam. Eerst zei ik dat ik Harry heet (“Sj'mi Harry”). Totdat ik erachter kwam, wat ik eigenlijk al vaker had gehoord, dat Israëli’s zeggen: “Harry medabeer”. Letterlijk is dat “Harry spreekt” of in goed Nederlands “U/Je spreekt met Harry.” Dat leidt niet zelden tot de verbaasde wedervraag: met wie? Na de herhaling van mijn naam, maken ze er doorgaans Arik van. Dat laat ik meestal zo, want het gaat mij niet om een correcte weergave van mijn voornaam, ik wil meer weten over het huis waarvoor ik bel.

Vanaf het begin van onze aankomst in Israël gaf mijn voornaam wat probleempjes. Dat begon al bij de Hebreeuwse taalles. In de oelpan (taalklas) zag de juf - mannen heb ik nooit voor de klas gehad, ze zijn er wel – mijn naam in het Hebreeuws (הנרי) op het vel papier en dat werd dan resoluut Henry, op zijn Engels. Terwijl mijn officiële naam op zijn Frans dient te worden uitgesproken, dus Henri. Zo staat het ook in mijn Nederlandse paspoort. In de latere fase van mijn taallessen corrigeerde ik de nieuwe juf van een vervolgklas onmiddellijk. Zo van: “Henry (eigenlijk dus Henri) is mijn officiële naam, maar ik word in het gewone leven ‘Harry’ genoemd. Dan legde ik uit dat Harry (met een ‘a’) de Nederlandse variant is van het bekendere Engelse Harry (met è), zoals in de film Dirty Harry, met Clint Eastwood in de hoofdrol.

Mijn tweede naam is een nog wat groter probleem voor Israëli’s. Jacques, alweer Frans, is op mijn identiteitsbewijs Jack (ג'ק) geworden. Mij best. Namen omzetten in andere talen is veelal een lastige zaak, daar heb ik begrip voor. Mijn Hebreeuwse naam Ja’akov (Jacob) is van die tweede naam afgeleid. Voluit is het Ja’akov ben Mosjé, want mijn vader heette op zijn Hebreeuws: Mosjé ben Menachem. Iedereen die een beetje thuis is in de religieuze kant van het Jodendom weet dat je voor een Toralezing in de synagoge wordt opgeroepen met je Hebreeuwse naam.

By the way, ik hoor al mensen zeggen: is er een ándere dan de religieuze kant van het Jodendom? Jazeker, dat is de seculiere kant. Je kunt op allerlei manieren Joods zijn. Afkomst, dat is de vorm, is de basis, de ruggengraat, het geraamte; religie is de inhoud, het vlees op de botten. Er kan veel vlees op de botten zitten, het kan ook vel over been zijn. Het wemelt van de Joden die niet zo religieus zijn en op een meer wereldse manier proberen inhoud te geven aan hun Joods zijn. Iets wat in Israël door de eerste socialistische zionisten en met de kibboetsnikkim (kibboetsbewoners) sterk is gecultiveerd.

Maar we hadden het over de huizenspeurtocht en namen. Op mijn beurt versta ik de Israëli’s vaak niet goed als zij hun naam noemen. Mosjé, Varda en zo, dat lukt wel. Regelmatig gaat het echter te snel en lukt het pas in een latere fase van de kennismaking om de naam te achterhalen. Ah, verrek, dat zei hij dus: Itamar!

Het kan soms leiden tot rare taferelen. Zo hadden we eens aan het begin van onze huizenzoektocht een afspraak gemaakt met een huiseigenaar die natuurlijk had verstaan dat ik Arik heette. Toen we rond de afgesproken tijd iemand bij de ingang zagen staan en vroegen of hij de eigenaar was van het appartement dat we wilden bekijken, antwoordde hij dat hij op Arik wachtte. O, dat ben ik niet, zei ik toen. Daarna hebben we nog ongeveer tien minuten tegenover elkaar gestaan, totdat we elkaar gingen bellen en verbaasd naar elkaar keken toen we de mobiele telefoon van de andere hoorden overgaan.

Israëli’s hebben de naam niet erg op tijd te zijn bij afspraken. Daar merken we helemaal niks van bij onze huizentocht. Altijd op tijd. Stipt, vaak te vroeg zelfs. Of het nu om makelaars gaat, huiseigenaren of bewoners.

Ook in ander opzicht leidt het gezoek – naast grote frustratie – tot meer kennis van de cultuur en het land. Onze stratenkennis en kennis van buurten is aanzienlijk vergroot. Vaak zoeken we tevens de achtergrond op van een straatnaam of de naam van een buurt. We weten nu wat er steekt achter Tel Chai.

Indertijd leerden we Herzliya beter kennen toen we huizen gingen bekijken voor onze dochter en haar Israëlische echtgenoot S., die in die periode nog in Nederland woonden, doch ons achterna wilden. S. gaf aan waar we naartoe moesten, wij maakten een afspraak met de makelaar of eigenaar en maakten foto’s voor hen plus dat we onze indruk gaven. Dat was een hele verantwoordelijkheid. Uiteindelijk kozen ze toen voor een huis dat we niet als eerste hadden aanbevolen, al was het goed genoeg naar ons idee. Later bleek dat het huis veel last had van schimmelplekken, wat hier wel meer voorkomt. Daarom zijn ze toch maar verhuisd naar een betere optrek. En nu wonen ze heel gelukkig in een mooi koopappartement in een torenflat, zoals veel Israëli’s.


Hoogbouw - ook in Netanya

Onderhand hebben we ook Ra’anana, Kfar Saba, Hod Hasharon en Ramat Poleg bij Netanja beter leren kennen. Eén van die vier plaatsen gaat het worden. Dat is wel zeker. De vraag is wannéér we een lot uit de huizenloterij winnen. De hoofdprijs zou mooi zijn, maar we zijn al tevreden met een iets mindere prijs. Gewoon een redelijk huis in een aardige buurt tegen een schappelijke huur met een normaal contract en een sympathieke eigenaar (m/v). Dat moet voor toch ook voor ons weggelegd zijn?

* koef noen = kost niks, afgeleid van de Hebreeuwse namen van de letters K en N, die ook in het Hebreeuwse alfabet voorkomen.

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook

Reacties

H. Schenk

vrijdag 5 juni 2020
als het om geld gaat, verdwijnt de moraal

Harry Polak

zaterdag 6 juni 2020
Dat is zeker zo. Maar hoewel geld duidelijk grote rol speelt op de vastgoed- en bouwmarkt (echt niet alleen in Israël) vind ik dat vooral wantrouwen een hoofdrol speelt op de huurmarkt hier. Huiseigenaren halen de gekste dingen uit om zich in te dekken tegen risico’s. Blijkbaar omdat er nogal wat onbetrouwbare huurders zijn.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jul 2020Huisnummering
jun 2020BINGO!
jun 2020Aangenaam is anders
mei 2020Opnieuw op huizenjacht
mei 2020De Franse en de Noorse wet
apr 2020Zeventig plus
apr 2020Israël in coronatijd
mrt 2020De Verenigde Lijst
mrt 2020Hoofddoek
feb 2020Nog vier maanden
feb 2020Nog steeds geen huis
jan 2020Nieuw huis?
jan 2020Met Raoul en Frans struikelend door het Joodse land
dec 2019Verkiezingen 3.0
dec 2019Verhuizen
nov 2019Thessaloniki
nov 2019Wasmachineleed
okt 2019Cultuurverschillen van klein tot groot
okt 2019Ontheemd
sep 2019Na de verkiezingen
sep 2019Jong geleerd
aug 2019ING-belevenissen
aug 2019Dimitri
aug 2019Chidoesj strijdt verder voor gelijke rechten
jul 2019Doorbraak voor non-orthodoxie via strijdkrachten
jun 2019Op vredespad – tegen beter weten in?
jun 2019Sjabbat is geen zondag
mei 2019Verkiezingsdebat: in Nederland wel, in Israël niet
mei 2019Hoogste tijd voor Gaza 4.0
mei 2019Erfgenamen
apr 2019Verkiezingen voor de 21ste Knesset
mrt 2019Vlinders
mrt 2019Habrigada hajehoediet (הבריגדה היהודית)
mrt 2019Brabants bont
feb 2019Einat Wilf
feb 2019Longontsteking
jan 2019De gan
jan 2019Nazareth
dec 2018Conserverende aanslag
nov 2018De 30ste november
nov 2018Stadsparken
nov 2018Bitoeach sioedi (ביתוח סיעודי)
okt 2018Lokale verkiezingen
okt 2018Herzliya - Amsterdam v.v.
sep 2018Laat de UNRWA opgaan in de UNHCR
sep 2018Bezeq is niet HOT
aug 2018Israël als natiestaat
aug 2018Aardbevingen
jul 2018Familiebezoek
jul 2018Nederlanders over de grens
jun 2018Op stap naar Spanje
jun 2018Films en nieuws kijken
jun 2018Nederlandse taalles in Israël
mei 2018De Giro d’Italia en nog wat
mei 2018Jom Ha Sjoa
apr 2018Dialoog
mrt 2018Het huurcontract
feb 2018Oelpan (Hebreeuws les) – de volgende klas en nog wat
jan 2018Winkelsluitingswet
dec 2017Witgoed
nov 2017Geoefende analfabeten
okt 2017Thuis
okt 2017Israël. Hoe kun je dáár nou gaan wonen?
sep 2017Op en neer naar Nederland
aug 2017Hollanders ‘in den vreemde’
jun 2017Israël op zijn smalst
mei 2017Staaroperatie in het Assutaziekenhuis
apr 2017Stemmen vanuit Israël
mrt 2017Een jaartje verder
jan 2017Oelpan
okt 2016Tweedehands of nieuw?
sep 2016Op zoek naar een auto
sep 2016Zachte landing
aug 2016Het verkorte rijexamen (mivchan hamara = conversietest)
aug 2016Dubbelleven
jul 2016Mea (100)
jul 2016Nola
jun 2016Cultuur
jun 2016Misrad Harishui (ministerie van Vergunningen)
mei 2016Antizionisme
mei 2016Geduld
mei 2016Zeg eens A(lef)
apr 2016Liften of niet?
apr 2016Een hele belasting
mrt 2016Alija