Over kritiek: “Doe er je voordeel mee”

Renée Citroen

vrijdag 1 november 2019

Nadat ik jaren geleden mijn eerste artikel voor het Amnesty-blad Wordt Vervolgd had ingeleverd, werd ik gesommeerd voor de directie te verschijnen. Twee mannen begonnen vanachter een tafel mijn stuk af te kraken, niet een beetje, maar helemaal. Waar het over ging weet ik niet eens meer. Ik probeerde me te verdedigen, maar dat lukte niet erg. Ik was te zeer onder de indruk van de denigrerende toon van de heren. Ik kwam thuis met het idee dat ik mislukt was en maar beter in een donker hoekje kon gaan schuilen waar niemand mij kon zien.

Terugkijkend is het duidelijk dat die hautaine houding van die mannen tegenover een jongere vrouw nu echt niet meer kan. Maar zelf heb ik in de loop van mijn journalistieke loopbaan ook geleerd om me kritiek op mijn werk niet persoonlijk aan te trekken. Dat lukt, als je werk op de inhoud wordt besproken en je commentaar krijgt waar je wat aan hebt. Dat is namelijk waar het om gaat. Je schrijft een stuk en daar zitten fouten of foutjes in. Een kritische meelezer haalt die er uit. Een jaartal, een verkeerd geschreven naam, fijn als dat wordt gecorrigeerd.

Ik moest hieraan denken toen ik in de NRC van 26 oktober twee artikelen las over kritiek. Het ene was van Cecile Janssens, hoogleraar translationele epidemiologie aan Emory University in Atlanta. Zij stuurde een brief aan collega's met kritiek op hun onderzoek. Ze schrijft: “De reactie van de auteurs liet lang op zich wachten en ik begon te vrezen dat ze ons genadeloos gingen afbranden. (…) Maar de reactie was even verrassend als indrukwekkend. Ze gaven ons gelijk. Die reactie maakte destijds op mij diepe indruk. Dit toonde hoe je met kritiek om moet gaan. (…) Erken het openlijk en doe er je voordeel mee. Hoe moeilijk kan het zijn. Moeilijk blijkbaar. Veel onderzoekers zien een systeem van voor iedereen zichtbare kritiek bij de beoordeling van wetenschappelijke artikelen niet zitten.”

Zo heb ik kritiek ook altijd ervaren, als verbetering van mijn verhaal, behalve dan die ene, eerste keer. Maar toen ging het om macht. Dan is het geen kritiek op je werk maar op je persoon.

Het andere artikel was een bespreking door Thijs Niemantsverdriet van het boek van Petra Catz, Abram de Swaan en Herman Vuijsje, Bedenkt eer gij herdenkt. Kritische geluiden over het geplande Holocaust Namenmonument. Zij en anderen zijn niet tegen een monument, maar “niet op deze plek en in deze vorm.”

Hun belangrijkste grief, schrijft Niemantsverdriet is “dat er nooit een fatsoenlijk debat heeft plaatsgevonden over de locatie en het ontwerp. De gemeente Amsterdam en het Auschwitz Comité, zo staat in de inleiding, lijden aan een ‘vreemde, onbegrijpelijke, frustrerende en verlammende vrees voor discussie, voor controverse en voor kritiek’.”

Ik heb al eerder over de namenwand geschreven (op 7 juni jl. en 2 maart vorig jaar), steeds kritisch over de gang van zaken en de plaats langs de drukke Weesperstraat, veel te klein voor het gigantische bouwwerk van Libeskind.

Het blijkt dat de locatie door de gemeenteraad is vastgesteld, “unaniem en zonder een inhoudelijk debat.” En: “Er was geen enkele inspraak voor de buurt. Over het ontwerp van Libeskind werd überhaupt nooit gepraat – het werd pas onthuld nadat de locatie al was vastgesteld.”

De antisemitisme-kaart werd ook weer getrokken. Altijd makkelijk om je tegenstanders mee weg te zetten. Dat deden initiatiefnemer Jacques Grishaver en architect Libeskind, die de critici zelfs in verband bracht met “de wereldwijde ontkenning van de Holocaust.” Toe maar, en dat tegen oprecht verontruste Joden, die niets zien in zo'n megalomaan project. Dat er niet eens kritiek mogelijk was, vind ik nog erger dan dit terugslaan met oneigenlijke argumenten.

Waarom wil Grishaver eigenlijk geen kritiek horen? Van Libeskind kan ik het begrijpen, zijn dure plan zou dan niet doorgaan. Maar waar is het Grishaver om te doen? Een monument voor alle Sjoa-slachtoffers? Maar dat wordt het niet. En er zijn al andere monumenten (de wand in de Hollandsche Schouwburg met alle familienamen en de steentjes in Westerbork).

Dat vergeet Niemantsverdriet, die vindt dat er nog geen dergelijk monument is Nederland is met álle namen. Met alle bezwaren van dien (fouten, omissies).

Ik heb dus geen idee waarom één man zijn plan zo heeft doorgedrukt, gebruikmakend van de oude schuldgevoelens van de Nederlanders tegenover de Sjoa-slachtoffers en hun nabestaanden. Waarom alleen dit plan, waarom in Amsterdam, waarom Libeskind, waarom geen discussie? Hoe moeilijk kan het zijn?


Petra Catz, Abram de Swaan en Herman Vuijsje (red.), Bedenkt eer gij herdenkt. Kritische geluiden over het geplande Holocaust Namenmonument, uitgeverij Lecturis.

3 + 3 = ?
Toevallig waren wij bij de uitreiking van dit boekje waar de inhoud en de bespreking op ons een redelijke indruk maakte. Toch geloven, dit natuurlijk onder aanvoering v.d.heer Grishaver, recht-denkende joden dat bij de kritiek op het monument van antisemitisme sprake is (zeker zullen er bij de tegenstanders van dit project ook zulke zijn); altijd een zeer effectief argument. Er blijken inderdaad weinig Joodse instellingen en organisaties geraadpleegd zijn. Nu uiteindelijk mogen alleen bewoners hun stem laten horen die op 500 m afstand v.h.geplande werk wonen. Geen megalomaan, - zoals je schrijft - monument maar een waardevollere vorm moet gevonden worden en zeker niet per-se van de hand van een buitenlandse "ster" als Libeskind.
Beste Renée Citroen Ik vindt het bijzonder opluchtend wat je schrijft overde megalomane manier van denken bij de planning van 'het monument' Ik ben het van harte eens met de zienswijze:'niet zo en niet daar".Hoop dat er voldoende krachten gebundeld kunnen worden een stokje voor de Liebeskind -ideeën te kunnen steken. De anti-semitisme -kaart vind ik een zieke manier van Gr-adepten om geen kritiek binnen te hoeven laten. Hoe kunnen Joden die tegen dit monument zijn anti=semitisch zijn?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.