Sterke vrouwen

Renée Citroen

vrijdag 2 september 2016

In het tv-programma van wijlen Wim Brands over boeken werden een tijd geleden toevallig twee boeken over twee Joodse schrijfsters besproken: Renate Rubinstein en Andreas Burnier. Beiden waren kinderen in de oorlog en na de oorlog bekende schrijfsters.

Zij zijn van de generatie vóór mij en het viel mij weer op hoeveel deze vrouwen gemeenschappelijk hadden. Hun geschiedenis van jong gescheiden worden van hun ouders in een zeer gevaarlijke periode maakte hen vaak tot kinderen die hun emoties hebben verborgen achter ondoordringbare muren. Het is bekend dat de generatie vóór hen, degenen die nog een min of meer normale jeugd hadden, er beter aan toe was na de oorlog dan zij.

Velen van hen zijn succesvol geworden, op allerlei gebied. Zij zetten zich vooral in voor het feminisme en de mensenrechten. Niet alleen Renate en Andreas, maar denk ook aan Hanneke Groenteman, Hedy d’Ancona, Wilma Stein en andere, minder bekende vrouwen.

Waarom heb ik dan zo'n moeite met hen? Ik bewonderde hen eerst zeer. Ik was vooral fan van de columns van Renate en ik ging ook trouw naar haar boekpresentaties en scoorde dan een handtekening. Het was de tijd van het feminisme en deze vrouwen stonden vooraan en spraken zich uit. Voor mijn gevoel kwam ik net kijken, en ik durfde dat allemaal nog niet.

De omslag kwam geleidelijk. Na de dood van Renate kwam haar boek over haar relatie met Simon Carmiggelt uit en dat viel me tegen. Heel begrijpelijk, die vaderfiguur en de vreugde om weer geliefd te worden, na zo in de steek gelaten te zijn door andere mannen, met als eerste haar vader. Maar ik vond het pathetisch en zonder afstand geschreven. Ze viel van haar voetstuk, logisch, ze was een Mensch, maar niet langer mijn voorbeeld.

Toen kwam de WUV, of liever de sluiting ervan voor de naoorlogse generatie, nota bene door een Joodse minister, Hedy d'Ancona. Haar totale gebrek aan begrip voor wat wij hadden doorgemaakt met getraumatiseerde ouders verbaasde mij eerst. Later begon ik het te begrijpen: zij en haar hele generatie, was met flink zijn en niet zeuren de oorlog doorgekomen en nu kwamen die snotneuzen, die de oorlog niet eens hadden meegemaakt, klagen en aandacht vragen voor hún problemen. Welke problemen? Ze had geen idee. Dat heb ik haar eens duidelijk proberen te maken op een Limmoed-bijeenkomst, waar ze een afstandelijke lezing hield, waarvan ik het onderwerp ben vergeten. Na afloop vroeg ik haar gewoon waarom ze de WUV voor ons had gesloten. Weer kwam er een zakelijk verhaal, maar toen werd de zaal wakker en iedereen vertelde zijn of haar ervaringen. Dat was niet mis en ze schrok zichtbaar. Ze probeerde zich eruit te redden, maar dat lukte niet. En de wet bleef wel gesloten, maar ik ben blij dat ik samen met mijn generatiegenoten de frustratie daarover heb kunnen verwoorden.

Haar optreden bij Zomergasten heb ik door verblijf in het buitenland niet kunnen zien, maar de recensies en de vijf minuten op internet lieten zien dat zij nog steeds bekwaam om de zaken heen praat.

En dan Andreas Burnier. Op een conferentie van Joods Maatschappelijk Werk sprak zij over mensen met alleen een Joodse vader en gebruikte voor het eerst de term 'vaderjoden'. Ze vond dat er geen onderscheid moest worden gemaakt en dat zij er gewoon bij hoorden. Luid applaus, en zij was de heldin van de dag. Hoe kwam het dan dat zij een tijd later op een JONAG-middag haar woorden introk? Was ze teruggefloten door de LJG? Vond ze vaderjoden toch geen ‘echte’ Joden? Ze draaide er lang omheen, maar de zaal bleef aandringen. Toen kwam het hoge woord eruit: met vaderjoden erbij ‘verwatert’ het Jodendom.

Ze was natuurlijk blij dat zij er op latere leeftijd wél bij mocht horen en daarom ‘roomser dan de paus’, maar haar afwijzing en uitsluiting kwamen hard aan.

Nee, van de vorige generatie moeten wij het niet hebben; hun hardheid, die ze nodig hadden om te overleven is nooit verdwenen. Begrip ja, maar dat zou ook wel eens een beetje wederzijds kunnen zijn.

3 + 3 = ?
Hi Renee, prima stukje. De regering heeft zich indertijd gebaseerd op een in 2016 nog niet verrichte studie. Zie het initiatief hieronder en kom naar de ljg op 20 september Trauma en Veerkracht studie De Trauma en Veerkracht studie is een multidisciplinair onderzoek dat zeventig jaar na dato kijkt naar de effecten van de Holocaust in en op het leven van drie generaties Nederlandse joden, beschrijft hoe persoonlijk en maatschappelijk functioneren zich in de loop van decennia ontwikkelt en biedt inzicht in veerkrachtmechanismen. Alhoewel veel is geschreven over de genocide op de joden en de geschiedenis in grote lijnen als bekend kan worden verondersteld, is nog nooit systematisch geïnventariseerd wat de (medische) gevolgen voor de opeenvolgende generaties zijn, laat staan wat mensen daarover zelf te vertellen hebben. Het Amerikaanse epigenetisch onderzoek van Rachel Yehuda (Mount Sinaï, New York) en het Nederlandse Hongerwinter – onderzoek tonen overtuigend het causale verband tussen posttraumatische stress bij oorlogs- en vervolgingsslachtoffers en de fysieke effecten daarvan op het nageslacht aan. Een belangrijke medisch technologische vooruitgang waardoor niet alleen helderder wordt wat de wisselwerking is tussen de persoonlijke gevolgen van genocidaal geweld, maar ook op welke wijze individuele leden binnen opeenvolgende generaties zich herstellen. Door dit te vergelijken met bijvoorbeeld de dynamiek die veteranen van vredesmissies en hulpverleners(politie en brandweer) ervaren bij hun werkzaamheden, kan op termijn doelgerichter persoonlijke en maatschappelijke veerkracht gestimuleerd worden. Aan de uitvoering van de Trauma en Veerkracht ligt een degelijke infrastructurele basis ten grondslag: een samenwerkingsverband van twaalf gerenommeerde onderzoekinstellingen. Het epigenetische gedeelte van de studie komt voor rekening van het Mount Sinaï Hospital en het Second Gen project (New York, VS), de Universiteit van Maastricht, het Leids Universitair Medisch Centrum en het Max Planck Institut für Neurobiologie (München, Duitsland). Het psychosociale aspect van het onderzoek wordt verzorgd door Arq Psychotrauma Groep (Amsterdam), Stichting Centrum ‘45 (Oegstgeest), Northwestern University (Chicago, VS), The Group Project for Holocaust Survivors and their Children (New York, VS), het AMCHA Center for Holocaust Survivors and the Second Generation (Jeruzalem, Israël) en Tel Aviv University (Israël). De historische beschrijving, afname en opslag van interviews vindt plaats onder auspiciën van het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en genocidestudies (Amsterdam) en de USC Shoah Foundation Institute (Los Angeles, VS). De onderzoekspopulatie omvat drie opeenvolgende generaties van Nederlandse joden geboren tussen 1925 en 2000. De eerste generatie bestaat vooral uit zogenaamde kind-overlevenden, waarvan anno 2016 in Nederland naar schatting nog ruim zevenduizend in leven zijn. In principe komt iedere joodse overlevende, die na de Tweede Wereldoorlog nog niet volwassen was, voor deelname aan het onderzoek in aanmerking. Het gehanteerde criterium voor onderzoekdeelname is één of twee joodse ouders bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog, wat impliceert dat iedereen kan deelnemen die in de periode 1940 – 1945 potentieel slachtoffer was van de toenmalige racistische nationaalsocialistische wetgeving. Naar verwachting is het aantal participanten in de leeftijdscategorie 18-21 jaar in 1945 gering, daar hun leeftijd momenteel boven de 90 jaar ligt. Het aantal kind-overlevenden, vanaf 1935 geboren, dat aan het onderzoek zal deelnemen is groter. Over hen bestaat vroege verslaglegging in de vorm dossiers gevormd door het Bureau Oorlogspleegkinderen en de joodse voogdij instelling Le-Ezrath Ha-Jeled (Het Kind ter Hulpe), die gebruikt worden als primaire historische bronnen. Met betrekking tot aard van vervolging (onderduik, kampen etc.) en/of de kinderen na de Tweede Wereldoorlog over ouder(s) beschikten/ half verweesd waren of wees bleken te zijn wordt binnen de Trauma en Veerkracht studie geen onderscheid gemaakt. Zwaartepunt van het onderzoek ligt op de langdurige stressende factor van vervolging. De beleving van Jodendom (orthodox, belijdend, liberaal etc.) doet medisch gezien niet ter zake, maar komt wel aan de orde bij de interviews en de historische beschrijvingen. De biologische kinderen van de (kind-)overlevenden, als ook hun kinderen vormen de tweede en derde groep van de studie. Met name over de problematiek van de tweede generatie is in de loop van de jaren ’70 en ’80 van de 20e eeuw bijna uitsluitend in psychosociale termen geschreven, van een historisch overzichtsverhaal is geen sprake. In feite is hier sprake van een lacune, die nog moet worden opgevuld. Met betrekking tot de derde generatie, die van de kleinkinderen kan worden verwezen naar dezelfde lacune. Voor wat betreft het epigenetische deel als ook de geschiedschrijving van de tweede en derde generatie ligt de nadruk op het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens en het aanleggen van een audiovisuele databank. Momenteel bevindt de Trauma en Veerkracht studie zich in de pilot fase. Naast het opstellen van het medische protocol worden eenvoudige tests bij vrijwilligers uit de tweede generatiepopulatie afgenomen. Het betreft milde medische handelingen als metingen van de bloedruk en hartslagvariabiliteit om stress niveaus te toetsen. Daarnaast is een begin gemaakt met het historische onderzoek en worden diverse psychologische vragenlijsten, waaronder de Danieli Inventory for Multigenerational Legacies of Trauma, aangepast aan de Nederlandse onderzoekspopulatie en setting. Het uitstralingseffect naar hedendaagse problematiek (veteranen, politie en brandweer) is een constante wegingsfactor. Bij voldoende financiering gaat het grote epigenitische onderzoek in het najaar van 2016 van start. De looptijd van de totale studie bedraagt drie jaar, waarna verschillende publicaties op het programma staan. In de opzet van de studie ligt besloten dat elk onderzoeksinstituut zelfstandig zal publiceren volgens de geijkte academische standaarden. Lopende het onderzoek verschijnen nieuwsbrieven en congresbijdragen en - verslagen, die via een speciale mailinglijst worden verspreid om persoonsbescherming te waarborgen. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Prof. Dr. J.D. Barth: j.barth@niod.knaw.nl

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.