Dilemma's

Renée Citroen

vrijdag 24 november 2017

Ik zit met een dilemma. Dat gebeurt wel vaker, het nemen van beslissingen of bedenken wat je van iets vindt, is soms moeilijk.
Ik herinner me een ontmoeting op een Amnesty-congres met een (Joodse) wetenschapper, die een boek had geschreven over bystanders, de omstanders die toekijken als er een ongeluk gebeurt, maar niets doen. Hijzelf had dat meegemaakt toen hij vlak voor de oorlog uit Wenen moest vluchten. “En weet je wat het vreemde was”, zei hij, “toen nam ik de beslissing om weg te gaan in een seconde. Maar nu moet ik soms lang nadenken of ik een wandelingetje ga maken of gewoon thuisblijf.”
Herkenbaar. Behalve die ‘bystanders’ dan. Het zit zo ingebakken dat ik altijd íets moet doen bij een incident, daar denk ik niet over na. Met vaak het verwijt dat ik me niet altijd met alles moet bemoeien. Word je daarom journalist? Dan kun je je met alles bemoeien.

Nu het dilemma.

Ik had een interessante discussie met rabbijn Tamarah Benima. Ik merkte op dat het goed was dat er nu ook eindelijk na eeuwen vrouwen rabbijn konden worden en dat vrouwen gelijkwaardig konden deelnemen aan de diensten.
Persoonlijk is het voor mij een van de mooiste momenten van een dienst als ik word opgeroepen en bij de bima mag staan, dichtbij de Torarol.
Je neemt deel aan een ritueel van heiligheid. Je bent even afgezonderd (de letterlijke betekenis van kadosj, heilig) van de gewone wereld, samen met de rol, die niet zomaar een stuk perkament is met letters in inkt erop, maar het symbool van alles waar het jodendom voor staat, het Verbond. Als je dat op je in laat werken, voel je je inderdaad verbonden met alle Joden op aarde én met de Eeuwige.
Net als elk ander ritueel moet je het zélf ervaren om te begrijpen wat het betekent. Het is prachtig dat dat in Nederland kan bij Beit Ha'Chidush, waar de alijot (oproepen) inclusief zijn. Dat gun je toch iedereen.

Maar Tamarah zei daarop:
“Veranderingen zijn vaak verbetering op één vlak; vergeten wordt (omdat dat zo moeilijk in kaart te brengen is) dat er ook door veranderingen dingen kapot gaan.
Het is goed dat er vrouwen rabbijn, voorzanger, voorzitter van het bestuur van de kehilla kunnen worden. Maar hoe meet je wat er verloren gaat in de ervaring van continuïteit met het verleden, om maar iets te noemen. Hoe meet je wat het betekent voor mannen om niet meer een uurtje onder elkaar te zijn, met de vrouwen op afstand? Hoe meet je de geringere rol van mannen in de dienst en wat dat voor hen betekent? Hoe meet je dat vrouwen niet meer niets hoeven in de dienst (terwijl ze dat nu juist zo prettig vonden)? Hoe meet je dat jongens niet alleen hun vader actief in de dienst zien zijn, maar ook hun moeder? Hoe meet je dat er minder plek voor mannen is om te schitteren in chazzanoet?
Er zijn zo veel aspecten waar niet over nagedacht wordt, waar geen aandacht voor is, waar ook bijna onmogelijk over nagedacht kan worden, maar die op den duur toch van belang blijken te zijn, zoals de ecologie nu, terwijl daar decennia geleden totaal geen oog voor was.”

Zo had ik er nog niet naar gekeken, overtuigd van de noodzaak tot vernieuwing van de rituelen en gebruiken, om ze toegankelijk te maken voor iedereen. Maar ja, dan veranderen er dus dingen en verdwijnen sommige gebruiken. De mannen onder elkaar beneden in sjoel, de vrouwen samen knus boven. Het is dat ik dat niet ken uit mijn jeugd, dus voelt dat voor mij niet ‘normaal’. Als ik boven zit, voel ik me veel minder betrokken bij de dienst en krijg ik de neiging met mijn buurvrouw te gaan kletsen. Zo gaat dat, voor je het weet, ben je recepten aan het uitwisselen. Maar daarvoor ga ik niet naar sjoel, daar zijn genoeg andere momenten voor.

Er verdwijnen dus dingen in de loop van de tijd. Dat is soms jammer, maar het gevaar is dat nostalgie de overhand krijgt. In de tijd van de postkoets was er geen teveel aan CO2 in de lucht, maar wel grote armoede en kindersterfte in Nederland.
En wat in vroeger eeuwen gebeurde, was ook niet één continu geheel van rituelen. Anders was de halacha nooit aangepast aan de huidige tijd met zijn tijdklokken en sjabbatliften. Die houden de essentie van de rituelen en gebruiken wel in ere zegt men, maar dat is een kwestie van interpretatie. Ik volg rabbijn Yehuda Aschkenasy z.l.: “We moeten zoeken naar een nieuwe vertaling van de oude verhalen”, en rabbijn Elisa Klapheck: “Bewaar de essentie, maar pas hem aan de huidige tijd aan.” En dan bedoelt ze geen sjabbatlift.

Ik vind het prima als vrouwen niets willen doen in de dienst, maar hun leergierige dochters dan, die niets mogen? Wat vinden de Yentls ervan, die hun broers bar mitswa zien worden, terwijl zij van boven toekijken?
Ik denk ook aan de mannen die in de dienst graag naast hun vrouwen en dochters willen zitten en hun mannenuurtje op een andere manier vorm geven, met sport bijvoorbeeld. Ik denk aan homo's die niet mogen trouwen en aan vrouwen die geen get krijgen. Dingen die ‘verboden’ zijn in het traditionele jodendom.

Mijn dilemma is dat ik begrijp dat we inderdaad niet kunnen overzien wat de verandering voor gevolgen heeft. Maar is dat een reden om stil te blijven staan?
Yuval Harari stelt in zijn boek Homo Deus, dat zonder groei de economie in elkaar stort. Of we willen of niet, we moeten veranderen. Maar ons besef van goed en kwaad verandert ook. Dat heet voortschrijdend inzicht. Of “bij nader inzien”, waarmee je zegt dat je van mening bent veranderd, en niet dat je dan inconsequent bent, of een draaikont, maar dat je vooroordelen had of gewoon te weinig informatie.
Veel mensen willen toch geen Zwarte Piet meer, roken niet meer, eten minder of geen vlees en begrijpen dat koken op gas verleden tijd wordt.

Daarom denk ik dat het goed is als kinderen - jongens én meisjes (en alles daar tussen in) - zien dat hun ouders gelijkwaardig deelnemen in de dienst. Zo krijgen ze een voorbeeld hoe het in de maatschappij ook zou moeten toegaan. Zeker in deze MeToo-tijden. Voor mij is gelijkwaardigheid een van de belangrijkste pijlers van de democratie en dus ook in de dienst.

En als die chazzan zo graag in zijn eentje wil schitteren: er zijn nog genoeg sjoels waar de gabbai tegen vrouwen zegt: “U mag naar boven.”

3 + 3 = ?
Het eerste wat ik altijd doe als ik de nieuwsbrief van Crescas krijg is jouw column lezen. Ik vind dat je dat erg goed doet en vaak de spijker op zijn kop slaat. Maar bij het lezen van deze column bekroop me de gedachte dat je bezig bent met in mijn ogen onbelangrijke dingen dat die tot doel hebben de belangrijke dingen te verdoezelen. Misschien is dat wel het verschil hoe mannen en vrouwen naar dingen kijken. De Engelsen hebben daar een mooi gezegde voor: Penny wise and pound foolish. Ach ja.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.