inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie/sociale geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast verdiepte ze zich in Jungiaanse psychologie en later in het werken aan dromen in droomgroepen (o.l.v.Robert Bosmak). Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, o.l.v.Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Een aantal jaren heeft ze bijdragen geschreven voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin. In 2016 is ze opgehouden met haar werk als sociaal rapporteur in het kader van de WUV. Zo heeft ze nu volop tijd voor andere interesse gebieden, zoals theorie en practijk van traumaverwerking in dromen;alternatieve geneeswijzen, zoals Emotional Freedom Technique (‘Tapping’), Johrei,( Japans) en de door de Nederlandse Mireille Mettes onwikkelde MIR-zelfhelings methode.

vrijdag 15 maart 2019

Twee weken geleden was ik te gast op een potluck sjabbesmaaltijd van negen à tien mensen. De gastvrouw, die ik ken van de Jewish Renewal gemeenschap Nava Tehila, maakt een veganistische indruk, maar de gerookte zalm waarvan ik had gevraagd of het oké was om die mee te brengen, werd graag ontvangen. Ik kwam naast een pittige oudere vrouw te zitten, Joan Rosen, een Joodse gezinstherapeute uit Californië. Op de een of andere manier – tien Israëlische Joden bij elkaar – kwam het gesprek op stress en trauma’s, en of je die ooit kunt kwijtraken. “Bijna iedereen in Israël is getraumatiseerd na alle oorlogen en twee intifada’s”, zei ik. Joann knikte instemmend. Ze demonstreerde bij een van de mede-aanzittenden, die spanningshoofdpijn had, hoe je die kunt laten verdwijnen door afwisselend je aandacht te focussen op de pijnplek en op een andere plek van je lichaam die prettig aanvoelt. Ah, Somatic Experience! riep ik uit, daar heb ik ooit oppervlakkig kennis mee gemaakt. Daarop nodigde ze me uit een tweedaagse CRM workshop te volgen die ze in het Islamitisch Museum in Jeruzalem zou geven.

CRM staat voor Community Resilience Model (resilience is veerkracht), een door het Trauma Resource Institute in de V.S. ontwikkelde methode. De kern van het programma is het herstellen van het natuurlijk evenwicht van het zenuwstelsel, na een persoonlijke of collectieve traumatische ervaring. Het doel is om gemeenschappen te helpen vormen, (vooral in conflictgebieden, achterstandswijken, gebieden die blootstaan aan natuurrampen) en ze de methodes te geven om stress beter te kunnen hanteren en trauma’s te verwerken. Joann vertelde dat ze net terug was uit Haifa, waar ze twee weken met moslimvrouwen uit de Arabische wijk in de benedenstad had gewerkt. “Die vrouwen pakten de methode gemakkelijk op. Het is empowering, geeft ze handvaten om conflicten in het gezin, met hun man of in de clan, op te lossen.”

Er deden ongeveer twintig personen mee aan de workshop, niet alleen vrouwen, ook een paar mannen. Een van de vrolijkste was een jonge Afrikaan die al tien jaar(!) als illegale vluchteling in Israël bleek te wonen. En dus ieder moment als ongewenste vreemdeling kan worden uitgezet. Het lichtpunt in zijn onzekere leven is het zoontje dat hij sinds kort heeft – hij woont niet samen met de moeder begreep ik – en dat hij iedere dag naar de crèche brengt en afhaalt, hij straalde van trots. Er waren een aantal Joods-Israëlische vrouwen, onder wie één duidelijk orthodoxe, en een aantal Arabische vrouwen die ik aanvankelijk voor Joodse vrouwen aanzag, zo weinig kom ik in contact met middle-class Arabische vrouwen die zich seculier kleden en hetzelfde soort gouden sieraden dragen als hun mizrachi Joodse zusters van middelbare leeftijd. Eén duidelijk islamitische vrouw, in spijkerbroek met hoofdbedekking. Een Finse christelijke vrouw. Een Israëlisch-Iers echtpaar, boeddhisten. Kortom, een leuk gemengd gezelschap.

De eerste dag besteedde Joann Rosen aan het doornemen van de theorie van CRM. Direct aan het begin vroeg ze ons allemaal hoe we ons voelden. Waren we nog slaperig zo zonder koffie, waren we licht zenuwachtig, opgewonden of juist depri? Bij iedere antwoord vroeg ze: waar voel je dat in je lichaam? Let op je ademhaling, op je hartslag, op temperatuursveranderingen in je lichaam, zweten, op bepaalde bewegingen van je handen, je hoofd, je nek et cetera. Dit was de rode draad van de twee dagen, een nauwkeurig bewust worden van sensaties in het lichaam. De tweede oefening bestond er uit de aandacht af te wisselen van een plek die plezierig en veilig (of op zijn minst neutraal) aanvoelde, bijvoorbeeld de handen, of de voeten, en de plek die onplezierig aanvoelde. Het vergde enig geduld, en een sterke verbinding met de prettige plek, maar door dat afwisselen riepen de meeste mensen op een gegeven moment verbaasd uit dat het vervelende gevoel weg was, de buikpijn verdwenen et cetera. Uiteraard werd er geoefend met ‘kleine ergernissen’, niet met een heftig trauma. We waren het proces van tracking zoals het wordt genoemd, net aan het leren.

Een ander hulpmiddel (resource) als tegenwicht voor een trauma is een positieve herinnering aan een veilige situatie, een prettige ervaring, een geliefd persoon, een geliefd dier, of een spirituele gids, die maken dat je je beter voelt, die een bron van kracht, vreugde of veiligheid vormen.

Op een videoscherm liet Joann grafische beelden zien van de ‘veerkrachtszone’, de bandbreedte waarin je je goed voelt. Dat verschilt per persoon; de een heeft een smallere bandbreedte wat betreft het aankunnen van stress dan de ander. Als de emotionele respons van je zenuwstelsel boven je eigen veerkrachtszone uitkomt, reageer je permanent gestresst, ook op kleine triggers (denk aan het gedrag van Israëli’s in het verkeer); blijft je zenuwstelsel langdurig in die alarmfase, dan kan dit omslaan in een permanente gevoelloosheid en in depressie. Met de CRM methode kan de respons van het zenuwstelsel worden gemoduleerd tot binnen de individuele veerkrachtszone. Met regelmatig oefenen kan die zone breder worden, oftewel je kunt stress tenslotte beter aan.

De tweede dag gingen we in tweetallen oefenen met de aangereikte methodes. (Hier ontdekte ik dat mijn uitgekozen partners Arabische dames waren.) Ondanks dat we met ‘lichte ergernissen’ werkten, kwam een van de deelneemsters bij een zó heftige gebeurtenis dat ze na de oefening nog een huilbui had. Helaas moesten we toen net het zaaltje verlaten om verder te gaan in een andere ruimte in het museum. Toen kreeg ik ‘Joann in actie’ te zien: ze liep samen met die vrouw heel langzaam de trappen op en liet haar aan één stuk door focussen op het gevoel in haar voeten, op het aanraken van de leuning, de toenemende branderige vermoeidheid in haar dijbenen, haar versnelde ademhaling, en toen we allemaal boven waren – het waren een heleboel trappen – was de vrouw ‘er uit’, snoot haar neus en kon op haar beurt haar partner weer begeleiden in de oefening.

We kregen een vijf pagina’s tellende handleiding mee, (met nog veel meer genuanceerde informatie dan ik hier weergeef), een kaartje over de iCHILL-app die via Google of Apple kosteloos kan worden gedownload, en waar het hele proces nog eens duidelijk wordt uitgelegd. Plus de raad om veel te oefenen met de methodes die ons waren aangereikt – “want anders is het niet meer dan een regeltje op je cv.”

In de dagen na de workshop kwam ik er achter dat Joann Rosen deel uitmaakt van een boeddhistische lekengemeenschap in Californië, wier leden haar hadden gesponsord om CRM naar Israël te brengen. Die sponsoring betaalde de huur van het museum en andere ruimtes, de eventuele tolken en andere onkosten en zorgde er voor dat de workshop gratis was. Ik heb grote bewondering voor dit soort boeddhistische groepen – Plum Village in Frankrijk, opgericht door de Vietnamese monnik Thich Nhat Han, is een andere – die zich belangeloos inzetten voor tikoen olam, het repareren van onze gebroken wereld.

Delen |

vrijdag 1 maart 2019

Amsterdam had prachtige zonnige dagen in de tweede helft van februari – mensen zaten op terrasjes, weliswaar met hun jas aan, maar ook met een zonnebril op. Bij het Vara- natuurprogramma Vroege Vogels kwamen de telefoontjes binnen van luisteraars die onwaarschijnlijk vroeg bloeiende planten of broedende vogels hadden opgemerkt. Je voelde je bijna schuldig om zo van de lentesfeer te genieten, want was dat niet het resultaat van de opwarming van de aarde? Hoewel, ik herinner me dat februari aan het einde van de maand vaak een aantal schitterende dagen heeft, waarop maart dan weer storm en regen kan brengen.

Storm en regen was er in ieder geval in dezelfde periode in Israël en zeker in Jeruzalem. Afgelopen vrijdag begon zonnig en warm, om halverwege de dag los te breken in een stortbui die over ging in ijzige hagel. Ik stond met talloze anderen die zonder jas of paraplu de deur uit waren gegaan, te schuilen onder de luifel van een groentewinkel. Mopperen over regen kan niet in Israël, want het is een zegen voor het land. En die zegen is overvloedig gevallen dit seizoen, na een opeenvolging van vijf extreem droge winters. Baroech Hasjém dus, al kom je met lekke, soppende schoenen thuis.

In de Kinneret (het Meer van Tiberias) was het waterniveau de afgelopen vijf jaar gevaarlijk gedaald. In het midden van het meer kwam zelfs een ovaal eilandje bloot te liggen. Er zijn twee rode strepen die van belang zijn voor het waterniveau: als het water tot de bovenste rode streep komt is het meer vol. Als het water lager komt dan de tweede rode streep heeft dat schade aan het ecologisch evenwicht tot gevolg en daalt de kwaliteit van het water; het wordt te zout. Dan is er nog een zwarte streep: komt het water zó laag dan kan er niet eens meer water worden opgepompt en is het ecologisch evenwicht van het meer blijvend verstoord. In juni vorig jaar lag de waterspiegel maar liefst 57 cm. beneden de lagere rode streep. Na de laatste regenbuien komt het water net 2 cm. boven die rode streep uit. Het kan nog hoger komen als er smeltwater van de sneeuw bij de berg Hermon bij komt. De zorgen zijn echter nog niet voorbij, want in de hete zomers verdampt er 1 cm. per dag. In het afgelopen jaar heeft de regering daarom een noodprogramma van dertig miljoen dollar goedgekeurd, dat onder andere de financiering van twee nieuwe ontziltingsinstallaties inhoudt, en een plan om water direct het meer in te pompen.

Jeruzalem ziet er als gevolg van de stortregens heel groen uit. In tuinen en op braakliggende gronden woekert een klaversoort met gele bloemetjes, een invasieve soort die oorspronkelijk uit zuidelijk Afrika komt. De blaadjes smaken naar zuring en in het Nederlands heet dit plantje (gele) klaverzuring (oxalis pes caprae). Je kunt het eten als zuring, maar moet er niet teveel van eten, het oxaalzuur verhindert de opname van kalk in het lichaam.


Gele klaverzuring, met gesloten bloemetjes vanwege de regen

Een andere wilde plant die nu veel te zien is, is choebeiza, waarvan de bladeren als spinazie kunnen worden gebruikt. In de Palestijnse keuken is het een bekende groente. De Nederlandse naam is kaasjeskruid, en de Israëlische variant hier heet kleinbloemig kaasjeskruid (of is het misschien rond kaasjeskruid?). In het Hebreeuws heet het lachmiet of chalmiet. Lachmiet is ontstaan onder invloed van het Arabische woord choebz, wat brood betekent, lechem. Hoe het ook wordt genoemd, ik heb het bereid met volle rijst, gebakken ui, en tomaat (en veel choebeiza want het slinkt net zo veel als spinazie.) Het was een smakelijk gerecht.


Choebeiza, met het ronde, geschulpte blad

Herman Cohen z.l. beschrijft in zijn boek Jood in Palestina. Herinneringen 1939-1948 de Arabische belegering van Jeruzalem tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. Joods Jeruzalem was op een gegeven moment volkomen afgesloten van de buitenwereld; het was de bedoeling van de Arabische militaire leiding om de bevolking van de stad op de knieën te krijgen door haar uit te hongeren. Voedsel en zelfs water waren op rantsoen. Er was vooral gebrek aan vitaminerijke groente en sinaasappels. Op braakliggende velden groeiden veel distels, voedsel voor de overal aanwezige ezels. Huisvrouwen ontdekten dat de distelstengels, ontdaan van de stekels en lang genoeg gekookt, ook voedzaam waren. Maar erg vitaminerijk waren ze niet. Later verscheen er plotseling een donkergroen, sappig onkruid dat zich razendsnel verspreidde en als spinazie kon worden gebruikt. Cohen noemt de naam van het onkruid niet, maar het was vast en zeker choebeiza dat de inwoners van Jeruzalem aan ijzer en vitamines heeft geholpen.

Delen |

vrijdag 15 februari 2019

Israëli’s zeggen vaak verbaasd dat men in Nederland nog zo bezig is met de Tweede Wereldoorlog. En inderdaad, er is geen gebrek aan lezingen en boeken over die oorlog of over Joodse onderwerpen, zeker niet als je in de Randstad woont. Op 31 januari werd in de Uilenburgersjoel in Amsterdam de Israëlisch-Belgische hoogleraar Vivian Liska geïnterviewd over haar juist verschenen boek German-Jewish Thought and its Afterlife. Zij behandelde schrijvers als Franz Kafka, Paul Celan en Walter Benjamin als brugfiguren tussen de (religieuze) traditie en de moderniteit. Met name Kafka’s verhalen hebben wel de traditionele motieven van de verhalen van bijvoorbeeld reb Nachman van Bratslav, maar ontberen het optimisme van Nachmans mystieke sprookjes. Ik kan er niet veel méér over vertellen, want ben helaas mijn aantekeningen kwijtgeraakt, maar het was razend interessant, zeker voor liefhebbers van literatuur tijdens het interbellum. Liska’s boek is in de betere boekhandel koop.

Zondag 3 februari was ik in De Amsterdamse Boekhandel in Buitenveldert, waar Renée Sanders in gesprek ging met schrijfster Chaja Polak over haar boek De man die geen hekel had aan Joden, Polaks antwoord op het boek Oorlogsouders van freule Van Boetzelaer (zie mijn eerdere column over dit onderwerp.) De winkel zat vol met een overwegend Joods publiek. Chaja Polak is een breekbare verschijning, maar in haar verontwaardiging over de geschiedvervalsing in Van Boetzelaers boek is ze heel krachtig. Ze was tevens verontwaardigd over het dagblad Trouw, dat haar had geïnterviewd en daarna, buiten haar medeweten, dat interview had gekoppeld aan een vraaggesprek met Isabel van Boetzelaer, alsof de pijn van daders en slachtoffers dezelfde is. Haar kwetsbaarheid kwam tot uiting toen ik vroeg waarom ze niet, samen met haar broer Hans Fels, nog meer had ingekeken dan het eerste dikke dossier over Van Boetzelaer, de SD’er die commandant was van SD-agent Krom die hun ouders op hun onderduikadres arresteerde. Ze antwoordde zachtjes dat ze dat niet meer kon opbrengen. De vrijdag vóór dit vraaggesprek stond er trouwens een recensie van Polaks boek in Trouw.


Chaja Polak (links) in gesprek met Renée Sanders

In boekhandel Scheltema presenteerde vertaalster Els Snick 9 februari het driehonderdste deel in de reeks Privédomein van De Arbeiderspers: de briefwisseling tussen Joseph Roth en Stefan Zweig (1927-1938), onder de titel Elke vriendschap met mij is verderfelijk. De titel is uiteraard een opmerking uit een brief van Roth, die direct in 1933 al van Duitsland naar Parijs emigreerde, terwijl Zweig het wat langer probeerde uit te houden in Oostenrijk. Zweig had als succesvolle en bemiddelde schrijver ook meer te verliezen, maar Roth had als man van het volk scherper in de gaten waar het naar toe ging. Zweig, die Roth volgens Els Snick als de grotere schrijver beschouwde, heeft zijn vriend lange tijd financieel ondersteund en getracht hem van zijn zelfdestructieve alcoholisme af te houden. Behalve Snick las ook Pieter Waterdrinker stukken uit de brieven van Roth voor, met veel geestdrift maar niet al te veel invoelingsvermogen voor de drankzucht en de ontworteling van de voor het nationaal-socialisme vluchtende Joodse schrijver. Het woord ‘Jood’ werd trouwens geen enkele keer gebruikt, noch door de inleider, noch door de bezorgster of de voorlezer. Dat het een uiterst boeiende briefwisseling betreft die actueel is, werd desondanks wel duidelijk.

Van mijn jongste broer kreeg ik Jan Brokkens boek De rechtvaardigen. Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde, ten geschenke. Over Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul in Litouwen die duizenden gevluchte Joden uit Polen redde door hen een visum voor Curaçao te verstrekken. Ik kan er nog niets over vertellen behalve dat het boek al aan zijn vierde druk toe is.

Dan ben ik nog niet eens naar het Nationaal Holocaust Museum i.o. geweest, waar een unieke foto tentoonstelling is over de vervolging van de Nederlandse Joden, ook met veel amateurfoto’s die niet eerder getoond zijn. En na de inleverdatum van deze column zou ik morgen naar eveneens door het Menasseh Ben Israel Instituut georganiseerde lezing van Remco Ensel over antisemitisme in Nederland kunnen gaan. Evelien Gans z.l. en hij publiceerden samen het handboek (2017). The Holocaust, Israel and ‘the Jew’. Histories of Antisemitism in Postwar Dutch Society.

Je kunt niet zeggen dat de belangstelling voor het recente verleden, en in het bijzonder voor de Jodenvervolging, niet meer leeft in (stedelijk) Nederland.

Delen |

vrijdag 18 januari 2019

Amos Oz was niet alleen een groot schrijver en een zionistisch vredesactivist, hij was ook een bijzonder aardige man. Dat blijkt bijvoorbeeld uit ervaringen die andere schrijvers nu hebben gedeeld. David Grossman vertelt vlak na het overlijden aan Haaretz dat hij Oz 25 jaar geleden voor het eerst ontmoette, nadat hij Oz een boek had gestuurd. Die schreef terug en nodigde Grossman uit voor een ontmoeting in Tel Aviv. “Dat werd een wandel-ontmoeting, we liepen en we praatten. Die vriendschap werd door de jaren heen steeds sterker.” Amos Oz, A.B. Yehoshua en David Grossman werden meestal als Israëls Grote Drie aangeduid. Ze noemden zich “de Drie Tenoren” vertelt Grossman: “ik ben dat nooit ergens anders tegengekomen, deze soort dialoog en wederzijdse bewondering tussen een aantal schrijvers – we hadden nog meer vrienden. Die diepe vriendschap is nu onherroepelijk anders van aard – en dat is erg pijnlijk.”

Grossman: “De manier waarop [Amos] voor zo velen in Israël en daarbuiten de complexiteit en verstrikkingen van Israël formuleerde, en al Israëls onmogelijke combinaties, van de grootste tot de meest pijnlijke. Ik voel dat we iemand hebben verloren die in staat was zich met de grootst mogelijke precisie uit te drukken. Als een mens zoals hij wordt weggerukt, gaat er iets in ons contact met de werkelijkheid verloren.” Hij voegt daar aan toe “Amos was buitengewoon edelmoedig. En hij was buitengewoon nieuwsgierig. Als ik nu over hem praat in de verleden tijd kan ik mijn tranen bijna niet inhouden.”

Chaim Be’er, een andere schrijver die vele jaren met Oz bevriend was, vertelt dat hij op het punt stond een boek uit te brengen over de relaties tussen drie schrijvers, Agnon, Bialik en Brenner, met de titel Their Love and Their Hate. Tot hij een pakketje van Amos Oz ontving, met het manuscript van diens eveneens te verschijnen boek over Agnon, dat bijna dezelfde titel had. Toen hij nogal overstuur zijn uitgever belde, stelde deze hem gerust: Amos had de uitgever gebeld dat er geen probleem was, hij zou gewoon de titel van zijn eigen boek veranderen. (Dat werd tenslotte: The Silence of Heaven: Agnon’s Fear of God).

Oz werd begraven in kibboets Choelda, de kibboets waar hij als vijftienjarige jongen heen trok, om na de zelfmoord van zijn moeder, hij was toen twaalf, te ontsnappen aan de zwaarmoedige atmosfeer in Jeruzalem. Die zelfmoord komt verborgen en in tal van variaties terug in zijn werk, bijvoorbeeld in De heuvel van de Boze Raad, het eerste boek dat ik van Oz las. Pas in zijn magistrale boek Een verhaal van liefde en duisternis komt het tragische einde van zijn moeder onverhuld tevoorschijn. In de kibboets veranderde hij zijn achternaam Klausner in Oz (kracht).

Van wat ik er op foto’s en video van heb gezien, was de begrafenis in Choelda een sobere plechtigheid, waar Israëlische volksliedjes werden gezongen. Oz’ weduwe Nili speelde een melancholisch wijsje op haar blokfluit. Rabbijn Benny Lau had, in de veronderstelling dat Oz dat wel zou hebben gewaardeerd, een zakje Jeruzalemse aarde meegenomen om in het graf te leggen, grond uit de stad waar Oz in 1939 werd geboren.

Haaretz drukte op 4 januari de grafrede van dochter Fania Oz-Salzberger af. Zij vertelde dat haar vader de Bijbel en de Tien Geboden terugbracht tot één gebod: “Veroorzaak geen pijn. Dat is alles. Veroorzaak geen pijn. En als dat niet mogelijk is, veroorzaak dan in ieder geval minder pijn. Zo weinig als maar mogelijk is. Hij heeft dat zijn hele leven geprobeerd, en soms mislukte het”, zei ze. Nu haar vader is gestorven, vrezen sommige mensen dat de hoop die Oz altijd bleef koesteren ook verloren is. “Dan ken je mijn vader nog niet”, zei ze, “want vader wist dat we door zouden gaan. Wij zullen sterven, maar de hoop die hij koesterde, zal niet sterven; zo lang hij hier kinderen en kleinkinderen en vrienden en studenten en lezers heeft, en gesprekspartners en eerlijke mensen die het met hem oneens zijn en die hem waard zijn, zal die hoop niet sterven. Ik heb het over de hoop dat er hier werkelijke vrede zal zijn in een democratisch Israël, een staat van de Joden en van al zijn burgers, een rechtsstaat en een staat van sociale gerechtigheid, een staat waarin de taal van de Tora bloeit, tezamen met de Joodse en Hebreeuwse cultuur, en tezamen met de Arabische en de wereldcultuur.”

Op internet circuleert een opname van een vlammende lezing die Amos Oz vorig jaar juni gaf, waarin hij nog eens duidelijk maakte waar het zionisme om ging. “We kwamen hier omdat geen enkel land ons wilde opnemen.” Ook de Joden uit Azië en Noord-Afrika hadden weinig keus, ondanks romantische noties over idyllisch samenleven in Irak of Marokko. Wat er nu met de Yezidi moslims is gebeurd zou ook het lot geweest zijn van de Irakese Joden. Nadat hij de legitimiteit van de staat Israël duidelijk heeft gemaakt, zegt hij dat opdeling in twee staten even onvermijdelijk is, tenminste als Israël niet wil eindigen als een Arabische staat van de Jordaan tot de zee, met een Joodse minderheid. De meeste Israëli’s beseffen dat diep in hun hart wel.

“Mijn vader heeft ons woorden nagelaten, er zijn andere woorden en er zullen nog tienduizend woorden bij komen. Woorden kunnen de wereld veranderen. Woorden gaan niet dood en we zullen hier nog een aantal van de gehoopte zaken tot werkelijkheid maken”, zo eindigde Fania Oz-Salzberger haar grafrede.

Delen |

vrijdag 21 december 2018

Ik zit op een muurtje in de zon te wachten op de bus naar Tekoa. Een mooie blauwe lucht, maar het waait behoorlijk. Ik ga op bezoek bij A., een alleraardigste Amerikaanse bodyworker die tevens is gespecialiseerd in het uitwerken van (nachtelijke) dromen. Ze is een dierbare vriendin van me geworden, al woont ze op de Westbank. De plek waar ik zit wordt de trampiada genoemd, de liftplek links van Hebron Road waarvandaan je gemakkelijk een lift kunt krijgen naar Tekoa of Nokdim, beide ‘gemeenschapsnederzettingen’ op de Westelijke Jordaanoever.

Het is elf uur, de bus naar Tekoa hoort om tien voor twaalf te arriveren. Er staan vier jonge mensen langs de stoeprand te liften, maar er is weinig verkeer. Ik observeer de jongeren; ze hebben het koud, hebben goedkope kleren aan van synthetisch materiaal, jacks van fleece. Ik draag alleen een trui en jeans, maar de trui is van zuiver wol, gekocht op het Gelderlandplein en berekend op een Hollandse winter. Twee keer stopt er een auto, maar beide gaan naar Nokdim en iedereen heeft als bestemming Tekoa. Inmiddels zijn er drie oude Russische Joden bij gekomen.

Vlak voor de bus hoort te arriveren, stopt er een derde rammelende auto en de Russen wijzen naar mij als eerste gegadigde, maar ik laat hen instappen, de bus lijkt me veiliger. Er zijn de afgelopen twee weken verschillende aanslagen gepleegd. Een jonge Joodse vrouw, zwanger, werd in haar buik geraakt. Haar baby, die met een keizersnede werd gehaald, heeft het niet gered en is inmiddels begraven. In Hebron werd Mohammed Khabali, een jonge geestelijk gehandicapte Palestijn, zomaar doodgeschoten door Israëlische soldaten toen hij wegliep. Allebei verschrikkelijk. Genoeg aanleiding voor wraakacties in dit onverbiddelijk doorgaande conflict; het lijkt naar een derde intifada toe te gaan.

Vanaf de trampiada is het nog een stukje door Israël, en ik kijk mijn ogen uit naar Arabische ‘kastelen’ – in elk geval villa’s – aan de linkerkant van de weg en de torenhoge gebouwen van Har Shmuel, de nieuwste wijk (alias ‘nederzetting’) van Jeruzalem, rechts voor ons. We komen bij het checkpoint, waar wij als bus zonder controle mogen passeren. Iedere keer dat ik op de Westbank kom – niet vaak – raak ik betoverd door het landschap. Wijds en stenig, en nu in de winter behoorlijk groen. Hier en daar kleine bouwsels - soms heel vervallen - langs de weg en verderop Arabische dorpen met torens van moskeeën. De rode verbodsborden geven aan dat het Israëlische burgers verboden is links- of rechtsaf te slaan (levensgevaar). Kennelijk is het ‘gebied A’, onder Palestijns militair en burgerlijk bestuur.

Ik ben blij als we Tekoa hebben bereikt en worden afgezet op een rotonde bij de kleuterschool. De nederzetting ligt ongeveer zestien km ten zuiden van Jeruzalem, werd in 1975 opgericht en telt nu circa 3.800 inwoners. De oude kern van het dorp bestaat uit bescheiden betonnen kibboetshuisjes, soms met een houten aanbouw, wel allemaal met een stukje grond. Maar verder staan er ruime, alleenstaande huizen, allemaal verschillend van architectuur. Voor een bedrag waarvan je in Jeruzalem alleen een appartementje met twee kamers kunt kopen, had je hier in het verleden een heel huis van twee verdíepingen. De straten zijn mooi aangelegd, overal staan bomen, er is een postkantoortje en een winkel, en zelfs een zwembad. Jeruzalem is daarbij vergeleken een sjofele stad. De meeste inwoners werken in en rond Jeruzalem en moeten dus iedere dag twee keer de tocht maken over de weg met de rode borden. Veel auto’s hebben tegenwoordig dan ook kogelvrij glas.

Er gaan maar weinig bussen naar Tekoa en terug – vandaar die lange wachttijden. Als ik terug ga, rijdt er net een bus weg. Ik schreeuw: Jeroesjalajiem? En een jongen met lange peijes laat de bus stoppen. Het blijkt uiteindelijk de verkeerde bus te zijn; hij gaat eerst nog naar Nokdim, maakt daar een lus en rijdt weer terug om passagiers op te pikken. Ik krijg echt een soort rondrit over de Westbank; de bus maakt nog enkele van dit soort lussen en pikt daarbij soldaten op. Ten slotte zie ik aan mijn rechterkant weer bekend terrein, de afgeplatte berg van het Herodion. We zijn gelukkig echt op weg naar Jeruzalem.

’s Avonds lees ik in Haaretz een uiterst scherp artikel van Gideon Levy over de tragedie van het jonge gezin Ish-Ran waarvan de baby na die schietpartij met een keizersnede moest worden gehaald en uiteindelijk overleed. “Ik voel geen sympathie voor de settlers, zelfs niet als ze iets tragisch doormaken”, schrijft hij. “Een zwangere vrouw raakte gewond en haar pasgeboren baby stierf aan zijn wonden – wat kan er erger zijn? Het is beangstigend op hun wegen te rijden, het gewelddadige verzet tegen hun aanwezigheid groeit – en ik voel geen sympathie voor hun tragedie, en ook geen mededogen of solidariteit. (…) Het is hun schuld, niet de mijne, dat ik niet het meest menselijke gevoel van solidariteit en pijn kan voelen.” De settlers hadden daar niet moeten zitten, ze brengen met hun onderneming heel Israël in gevaar, eigen schuld dikke bult, concludeert hij. De nederzettingenpolitiek op de Westbank lijkt ook mij een enorm obstakel voor een mogelijke realisatie van een vredesakkoord, maar dat is in eerste instantie de verantwoordelijkheid geweest van opeenvolgende Israëlische regeringen.

Levy blijkt voornamelijk te zijn verhard door de collectieve uitingen van rouw in de Israëlische media. Hij heeft het idee dat het “niemand in Israël kan schelen” wanneer er Palestijnse slachtoffers zoals Khabali vallen in dit onverbiddelijk doorgaande conflict en dat de hele settlerbeweging alleen maar uit is op wraak. Dat heb ik zo op Levy tegen, hij maakt altijd van die enorme generalisaties, ziet geen verschil tussen politieke collectieven (zoals het leiderschap van de settlerbeweging) en individuele settlers, die daar – zoals A. – misschien wonen omdat ze de torenhoge huren in Jeruzalem niet langer kunnen opbrengen. Ik (en niet alleen ik) ben evenzeer ontzet over het lot van de onschuldige Khabali als over het lot van het jonge gezin Ish-Ran.

Een dag later staat er in Haaretz een reactie op Levy’s artikel. James Adler schrijft dat hij de artikelen van Levy tot nu toe heeft bewonderd, en zijn bitterheid begrijpt, maar dat hij nu een rode lijn heeft overtreden – “er is een fundamenteel verschil dat Levy over het hoofd schijnt te zien, tussen geen politieke sympathie voor de settlerbeweging – die ook ik totaal niet heb – en geen humane sympathie voor de meeste individuele settlers.” Eindelijk iemand die uitdrukt wat ook ik vind.

Maar de meeste reageerders zijn het eens met Levy – een van hen noemt de settlers scum, uitschot, schorem.

Delen |
mrt 2019Stress hanteren en trauma’s kwijtraken
mrt 2019Lente in Amsterdam, winter in Jeruzalem
feb 2019Berichten uit de diaspora
jan 2019Overdenkingen na het overlijden van Amos Oz
dec 2018Een bezoek aan Tekoa
nov 2018Da'at Elyon
nov 2018Chaja Polak: ‘De man die geen hekel had aan Joden’
okt 2018Gesprek met Marceline Loridan-Ivens (2003)
sep 2018Ari Fuld z.l. – een sympathieke rechts-radicale settler
sep 2018Rosh Hasjana, goed en slecht nieuws
aug 2018Wel of niet (koosjer) vlees eten
jul 2018Tisja beAv – The joy of our heart has ceased, our dancing has turned into mourning
jul 2018In memoriam – Claude Lanzmann
jun 2018Pluralisme in Jeruzalem en Tel Aviv
mei 2018Pressurecooker Gaza ontploft
mei 2018Onnodige tragedie
apr 2018Israëls zeventigste verjaardag
apr 2018Lange, hete zomer
mrt 2018Een toevallig gevonden boek
mrt 2018Terugblik op Poerim
feb 2018Noodkreet
jan 2018Deportatie en verzet
jan 2018Doodstraf
dec 2017Rust en rumoer
nov 2017Meeliften op het dagboek van Anne Frank
okt 2017Noach, de zondvloed en (seksueel) geweld
okt 2017Vreugde van het water scheppen
okt 2017Een dinsdag in Jeruzalem
sep 2017New age, alt-right en antisemitisme
aug 2017De totale zonsverduistering
jul 2017De Kotel en de wet op bekering
jun 2017Geweld tegen Arabische vrouwen
mei 2017De zakenman en het fotomodel op bezoek in Jeruzalem
mei 2017Jom Hasjoa in Israël
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal. Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël