inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie/sociale geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast verdiepte ze zich in Jungiaanse psychologie en later in het werken aan dromen in droomgroepen (o.l.v.Robert Bosmak). Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, o.l.v.Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Een aantal jaren heeft ze bijdragen geschreven voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin. In 2016 is ze opgehouden met haar werk als sociaal rapporteur in het kader van de WUV. Zo heeft ze nu volop tijd voor andere interesse gebieden, zoals theorie en practijk van traumaverwerking in dromen;alternatieve geneeswijzen, zoals Emotional Freedom Technique (‘Tapping’), Johrei,( Japans) en de door de Nederlandse Mireille Mettes onwikkelde MIR-zelfhelings methode.

vrijdag 31 mei 2019

Woensdagavond 12 mei begon Lag BaOmer, de dag van de Jahrzeit (sterfdatum) van rabbi Sjimon Bar Jochai. Op zijn sterfdag onthulde hij aan zijn leerlingen de diepste kabbalistische geheimen (later in de 13de eeuw door Mozes de Leon opgeschreven in de Zohar, het belangrijkste mystieke werk in de Joodse traditie). Daarom is het geen treurdag maar een feestelijke dag, waarop ter herinnering aan Bar Jochais grote spirituele licht, vreugdevuren worden ontstoken op de 15de dag van de Omertelling. Ik rook in Jeruzalem echter niet de gebruikelijke lucht van verbrande pallets; er was ook gewaarschuwd geen privé-vuurtjes aan te steken in verband met het ongewoon hete, droge weer.

Donderdag 23 mei klom de thermometer in Jeruzalem tot 37 graden Celcius – weer om binnen te blijven met de airco aan. ’s Avonds hoorde ik pas over bosbranden in het hele land, vooral in centraal Israël, het Ben Sjemen bos, vlakbij de stad Lod, en ten zuiden van de luchthaven Ben Goerion. Ik volgde het nieuws tot in de nacht, er woedden meer dan duizend verschillende bosbranden en kleine brandjes in grote delen van Israël. Kibboets Har-El stond in de fik en ook Mevo Modi’in, de Carlebach gemeenschap, woonplaats van onder anderen L. en haar volwassen kinderen en kleinkinderen. Ik belde haar mobiele nummer – “Leven jullie nog?!” – maar kreeg alleen een automatisch ingesproken boodschap.

Vrijdagochtend bleek Mevo Modi’in het zwaarst getroffen, veertig van de vijftig huizen in het dorp waren totaal verwoest, plus een aantal uitgebrande auto’s, en veel rook- en waterschade. Later op de dag hoorde ik via via dat de familie van L. samen met andere mosjavniks heelhuids in een ‘jeugddorp’ in Ben Sjemen zat en dat ze al een voorlopige huisvestingsaanbod had gekregen van een genereuze Nederlandse familie in Jeruzalem.

In Har-El brandden vijf huizen volkomen uit en waren andere zwaar beschadigd. Alle landbouwgrond van de kibboets liep door het vuur schade op. De extreme hittegolf hield vrijdag en zaterdag aan, met temperaturen die tot boven de 40 graden kwamen, gecombineerd met droge woestijnwinden. Netanjahoe had buurlanden om hulp verzocht – en die kwam, blushelikopters uit Egypte, Italië, Griekenland, Kroatië en Cyprus. Men had er maar van afgezien om Turkije om hulp te vragen.

Vijftienhonderd Israëlische brandweerlieden, aangevuld met driehonderd vrijwilligers en assistentie uit andere landen waren twee bloedhete dagen bezig om alles te blussen. Ook op de Westbank waren bosbranden uitgebroken, bewoners van een nederzetting ten zuiden van Hebron werden geëvacueerd maar konden tenslotte weer terugkeren, en vlakbij Asjkelon ging de tarweakker van een mosjav in vlammen op. Hier kregen de Israëli’s assistentie van Palestijnse brandweerkorpsen.

Als oorzaak van de branden dacht de brandweer aanvankelijk aan kortsluiting in overbelaste elektrische toevoerleidingen, en aan slecht uitgedoofde Lag BaOmer vuurtjes. Pas later dacht men ook aan opzettelijke brandstichting. In een tijdsspanne van 41 uur ontstonden er meer dan duizend bosbranden; bij de brand die Mevo Modi’im verwoestte, moet het vuur vanuit verschillende plekken ontstaan zijn. Er is nog steeds geen eenduidige verklaring afgegeven. Zaterdagnacht werd uiteindelijk het sein ‘brand meester’ gegeven. In totaal zijn volgens het Joods Nationaal Fonds ruim 200 hectare bos- en landbouwgrond verloren gegaan.

Zaterdagavond kreeg ik L. eindelijk te pakken. Die klonk als een echte chassied onverwacht opgewekt, vertelde dat ze in haar tijdelijke onderkomen een fantastische sjabbat had beleefd met alle mosjav-leden samen, en dat ze iedereen bij elkaar wilde houden, liever dan op verspreide huisvestingsaanbiedingen in te gaan. De mosjavniks hadden maar vijftien minuten gehad om iets bij elkaar te pakken voor ze werden geëvacueerd en bovendien had zij zelf rondgerend om mensen die nog lagen te slapen, wakker te maken. Ze had tenslotte een aantal fotoalbums meegenomen. “Hier heb ik mijn hele leven voor geoefend”, zei ze, “voor als er weer een Sjoa zou komen, wat ik dan zou meenemen.” “Je ben net als Anne Frank”, zei ik (die stopte haar dagboek, krulpennen, schoolboeken, oude brieven en “de gekste onzin” in haar schooltas toen ze hoorde dat het gezin de volgende dag moest onderduiken en schreef later: “Maar ik heb er geen spijt van; geef meer om herinneringen dan om jurken.”).

Ondanks de verwoestende brand zijn de collectieve plekken van de gemeenschap, het sjoeltje en de eetzaal, gespaard gebleven. En er stroomt van alle kanten hulp toe, zoals zakken met kleding, en de International Fellowhip of Christians and Jews heeft een campagne op touw gezet met het doel een half miljoen dollar in te zamelen. (Kijk op hun Facebookpagina.) Terwijl ik dit schrijf, staat de teller op 282.973 dollar. De bewoners van Mevo Modi’im zijn vastbesloten hun dorp weer op te bouwen, “mooier dan het ooit is geweest.”

Delen |

vrijdag 24 mei 2019

Het Eurovisie Songfestival begon al in de schaduw van de twee dagen durende oorlog tussen Gaza en Israël. Dat was geen toeval: Islamic Jihad, de organisatie die bijna 700 raketten op de burgers van zuid Israël afvuurde, verklaarde dat het de bedoeling was “te voorkomen dat de vijand er in slaagt een festival te houden dat tot doel heeft het Palestijnse nationale verhaal te beschadigen.” Het Israëlische leger reageerde direct met luchtaanvallen op doelen in Gaza.

Terwijl dit geweld aan de gang was, probeerde de festivalleiding de artiesten die zaterdagmorgen begonnen te repeteren, zoveel mogelijk af te schermen van wat er buiten de Tel Aviv-zeepbel aan de hand was. Al konden ze de nieuwsberichten niet weghouden natuurlijk. Gelukkig kwam de wapenstilstand op tijd.

In een sarcastisch artikel in Haaretz van vrijdag 14 mei schrijft journalist David Rosenberg dat zowel Israël als Hamas er van overtuigd lijken te zijn “dat een succesvol songfestival het imago van een land kan maken of breken. Houd toch op”, schrijft hij.

Het songfestival is natuurlijk al lang niet meer wat het was toen in mijn kinderjaren Teddy Scholten (“Een beetje… verliefd is iedereen wel is dat weet je…”) of Rudi Carrell (“Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben…”) de winnaars waren. Het is ook nauwelijks meer een zangfestijn te noemen sinds commerciële sponsors de kosten hebben overgenomen die omroeporganisaties al lang niet meer kunnen opbrengen. Vandaar dat iedere politieke uiting ook volledig wordt geweerd. Het is een soort circus geworden met lichtshows, dans acts, middelmatige songs en buitenissige uitdossingen; een spektakel dat een boodschap van tolerantie wil uitbeelden, dat in de hele wereld schijnt te worden bekeken en dat vooral populair is geworden bij de homo-gemeenschap. Leek het er jaren geleden nog op dat de dame met het diepste decolleté de competitie won, nu leek de faam van Tel Aviv als gay-vriendelijkste stad in het Midden-Oosten een aantal landen te hebben geïnspireerd om vooral mannelijke zangers te sturen, van wie een aantal in zwart leer gestoken. De IJslandse punkrock band Hatari in zijn sm-speelpakjes sloeg alles. Duncan Laurence, in zijn doordeweekse spijkerbroek, stak daar gunstig bij af, evenals zijn lied. De Israëlische deelnemer Kobi Marimi uit een Iraaks-Joodse familie, had ook een mooie stem, maar zijn lied en zijn manier van zingen hoorden meer thuis bij een opera festival. Hij bleek heel blij te zijn met zijn erkenning als ‘echte zanger’, ook al eindigde hij als 23ste op de ranglijst van 26. De IJslandse punkrockers hadden aangekondigd een pro-Palestijns protest te laten horen, maar deden dat pas toen ze na hun act aan de kant zaten, waarop de camera snel weg zwenkte en ze zo niet het risico liepen te worden gediskwalificeerd.

Bij de NOS hoorde ik een flard van een gesprek tussen twee Nederlandse reporters, van wie een gewetensbezwaren had gehad om naar Israël af te reizen. Vooruit, Tel Aviv, dat kon nog net wel, maar: “Als het in Jeruzalem was gehouden, was ik niet gegaan.” Nou was het vanaf het begin wel duidelijk dat een dergelijk glittergebeuren thuishoort in het seculiere Tel Aviv en niet in het meer religieuze Jeruzalem. Al mochten we hier wel mee feesten: op The First Station, het gerenoveerde oude treinstation, konden de halve finales en finale op een gigantisch scherm worden gevolgd. In filmhuis Cinematheque kon alleen de finale worden bekeken. Tijdens een van de halve finales was ik bij The First Station, er stonden wat houten bankjes voor het scherm, er zaten oudere vrouwen en jonge ouders met peuters, de belangstelling was niet al te groot. Een van de cafés had een buitenbar opgesteld en iedere keer dat er een fooi werd gegeven, klonk er een luide bel – dat trok meer aandacht dan het festivalgebeuren op het scherm, misschien omdat iedereen in het begin dacht dat het een raket-alarm was.

Later hoorde ik dat de politie in het centrum van de stad een protestdemonstratie van honderden chassidiem tegen de ontheiliging van de sjabbat door het songfestival had tegengehouden. De finale vond pas ná sjabbat plaats, maar overdag werd er gewerkt aan de voorbereidingen. Op internet zag ik de beelden: (jonge) mannen in feestelijke sjabbatkledij, met reusachtige streimels of grote witte gehaakte keppels, met lange zwarte jassen en witte kousen, allemaal “sjabbes, sjabbes” roepend, tegenover agenten die hen terugduwden of op de grond gooiden, wel zachter dan krakers in Amsterdam in de jaren zeventig werden aangepakt. Ze kwamen uit de richting van Mea She’arim; het zouden Karliners kunnen zijn, of Toldot Avraham, Gur, of zelfs Naturei Karta. Opeens kwam Tuvia Tenenbom in mijn gedachten, de Joodse schrijver/acteur uit New York, die zeven maanden lang vermomd als Tobi the German (een journalist uit Duitsland), rondtrok door Israël en de Palestijnse gebieden en met Israëli’s en Palestijnen sprak, van Gideon Levy tot Jibril Rahjoub aan toe. Catch the Jew is de satirische neerslag van die gesprekken. Tenenbom kwam ook streng chassidische sektes tegen en schreef lyrisch over hun kleding, zo schitterend konden mannen er dus uit zien, met goudbrokaten ondermantels, met gordels en streimels van vossenbont. Dat zouden zijn homoseksuele vrienden die tevreden waren met een T-shirt of een roze overhemd, eens moeten zien …

Maar tegenover de protesterende zwarte jassen en geelbrokaten ondermantels uit Mea She’arim stonden geen homo’s, maar een groepje jonge seculiere vrouwen, die een manier hadden bedacht om de sjabbesroepende chassidiem terug te dringen: ze hadden hun bloesjes uitgetrokken en stonden in hun bh tegenover de menigte. Dat leek afschrikwekkender te werken dan de duwende agenten.

Delen |

vrijdag 10 mei 2019

Het is vandaag Jom Hazikaron, de herdenkingsdag voor de 23.471 soldaten die zijn gesneuveld bij het verdedigen van de staat Israël, en voor de 3150 slachtoffers van terreuraanvallen. Gisteravond om acht uur weerklonken sombere sirenes en was er een ceremonie bij de Kotel (de westelijke tempelmuur). In Tel Aviv hielden circa 9000 Israëli’s en tientallen Palestijnen een gezamenlijke herinneringsceremonie in het Yarkon-park, georganiseerd door Strijders voor Vrede en de Cirkel van Ouders, beide organisaties van Palestijnen en Israëli’s die familie en geliefden hebben verloren. Het ministerie van Defensie had Palestijnse deelnemers van de Westoever geen toegangspas voor Israël willen geven, maar werd teruggefloten door het Hooggerechtshof: honderd Palestijnen moesten worden toegelaten. Samira Saraya, een Israëlisch-Arabische actrice, sprak de openingswoorden: “Wij als Israëli’s en Palestijnen zijn slachtoffers van het conflict, maar we zijn tegelijkertijd allebei daders. Daarom ligt het binnen ons bereik en hebben we de plicht het conflict te beëindigen en onszelf en onze kinderen een toekomst te geven.”

Ik verwachtte vanochtend om tien uur de tweede sirene, maar die ging af om elf uur, toen ik er juist weer niet op verdacht was. Als je niet naar de radio luistert of de tv niet aan hebt staan, is er ook weinig van te merken; het is wel heel stil op straat en het is prachtig voorjaarsweer, overal bloemen, de schroeiende hitte van de chamsin (woestijnwind uit het oosten) die Jeruzalem de laatste dagen teisterde, is verdwenen. Buiten rijden veel auto’s met Israëlische vlaggen, en sommige chauffeurs bekleden zelfs hun zijspiegels met een blauw-wit hoesje. Ik kom op straat een aanbiddelijk jongetje tegen in een wit t-shirtje en daaroverheen een soort blauw capeje, als een schildknaap. (Helaas camera niet bij me.)

De heftige tweedaagse oorlog met Hamas lijkt alweer ver weg in Jeruzalem. Maandagochtend heel vroeg begon de wapenstilstand. Daarna zijn godzijdank geen raketten meer afgevuurd op Sderot, Asjkelon, Javneh, Gedera en Beersjeva en omgeving. En hielden ook de vergeldingsaanvallen op Gaza op. Geen ‘alarmcodes Rood’ meer, de scholen in het zuiden zijn weer open, en de wegen zijn weer opengesteld. Er zijn precies 690 raketten afgeschoten op zuid Israël, waaronder enkele lasergestuurde Iraanse raketten; 240 werden onderschept. Israël heeft vier doden te betreuren, bij de Palestijnen in Gaza zijn 27 doden gevallen. En aan beide kanten natuurlijk heel veel gewonden, en veel materiële schade. De eerste Israëlische dode was Moshe Feder, een 68-jarige man uit Kfar Saba, wiens auto door zo’n Iraanse precisieraket werd getroffen. Hij laat twee kinderen achter en zijn partner Iris Eden, die tragisch genoeg in 1977 bij de ‘helikopter-ramp’ haar eerste echtgenoot verloor. (Bij de grens met Libanon botsten toen twee legerhelikopters op elkaar; alle 73 inzittenden kwamen daarbij om.) Ziad Al-Hamamda, een 47-jarige bedoeïen, werd gedood toen een raket de fabriek raakte waar hij werkte, in het industriegebied van Asjkelon. Hij laat een vrouw en zeven kinderen achter. De twee andere Israëli’s overleden zondag beiden aan verwondingen door rondvliegende metaalscherven, een van hen tragische genoeg terwijl hij naar een schuilplek rende.

Wat me nog het meest heeft getroffen, is een foto van drie kindjes in een schuilkelder, nadat het alarm was afgegaan. Drie kleuters op blote voetjes in hun pyjama’s, de hoofdjes ernstig naar de grond gebogen, want ze hadden net op Jom Hasjoa geleerd hoe je na de sirene twee minuten stil moet zijn. Hartbrekend.

In de Times of Israel lees ik dat er gisteravond in Jeruzalem voor het eerst een grote bijeenkomst is gehouden om ultra-orthodoxe soldaten en slachtoffers van terreur te herdenken. Een teken van de toegenomen betrokkenheid van het charedi publiek bij de (seculiere) staat Israël. De zaal van achthonderd zitplaatsen zat vol. In het verleden verschenen er nogal eens opnames van charediem die na het klinken van de sirenes rustig doorliepen op de openbare weg, maar die houding is aan het kantelen.

Vanavond begint Jom Ha’atsmaoet, de viering van Israëls onafhankelijkheid. Het is altijd een bizarre overgang van rouw naar feestvreugde. Ik spoed me zometeen naar The First Station (het voormalige oude treinstation van de lijn naar Jaffa), waar om kwart voor zes een muzikale ceremonie begint met rabbijn Levi Kelman, oud-rabbijn van de nu even rabbijnloze sjoel Kol Hanesjama, samen met het Nigoenim Ensemble. Dat lijkt me leuker dan door Jeruzalem te lopen en als teken van feestvreugde steeds door pubers op mijn hoofd getikt te worden met wit-blauwe ballonnen in de vorm van hamers.

De volgende morgen: het optreden van het Nigoen Ensemble was leuk, het trok circa 150 mensen, voor een deel de leden van Kol Hanesjama. Na afloop werd er een heuse verrijdbare mechitsa opgericht, opgetuigd met blauwe en witte ballonnen. Nu was het de beurt aan de Orthodox Union. Er stroomde een heel ander publiek toe, voornamelijk orthodoxe Amerikanen, veel vrouwen met sjeitels die op tien kilometer afstand al als oneigen haar konden worden herkend, maar ook jonge vrouwen met hoog opgebonden sjaals, en voor een groep jonge meiden werden er vooraan houten banken neergezet. Ik was nieuwsgierig en besloot te blijven zitten, aan de dameskant uiteraard. Het nieuwe muzikale ensemble bestond geheel uit mannen, met een zingende en gitaar spelende rabbijn, een drummer, nog een gitarist en iemand die een synthesizer bespeelde.

Na een aantal toespraken barstte een tweede dienst los, en ik moet zeggen: de orthodoxen weten hoe ze een publiek high kunnen krijgen. Inmiddels waren er zeker duizend, en misschien wel 1500 mensen. Alle voordien nog lege plastic stoeltjes waren bezet en nieuwe stoeltjes werden aangevoerd. De hele dienst werd luid zingend en swingend uitgevoerd, de ongetrouwde meiden op de bankjes begonnen het eerst te dansen en na een paar minuten stond het halve publiek mee te swingen, ook aan de herenkant, zoals ik door de ballonnen heen kon zien. Reli-pop, dacht ik nog in het begin, maar toen een vrouw mij bij de hand greep gaf ik me over en ging meedansen en zingend davvenen.

Morgen, nog voordat de buurman boven zijn rokerige barbecue ontsteekt, ga ik waarschijnlijk naar het Israel Museum, dat voor de gelegenheid “pay whatever you want” prijzen heeft. Als ik tenminste op tijd kan opstaan na deze wilde avond. Chag sameach!

Delen |

vrijdag 12 april 2019

Het was stralend voorjaarsweer op de dag van de nationale verkiezingen in Israël. Een zoele, zonnige atmosfeer, met langs de weg veel gele klaverzuring en zwarte mosterd. De Jeruzalemse straten waren opvallend stil. Op rechov Kovsjei Katamon, een eindje voor de school waar kon worden gestemd, stond een enkele jongeman voor Merets flyers uit te delen. Hij bleek vanuit Brazilië op alija te zijn gekomen en hier te studeren.

Verderop, tegenover de ingang van het schoolterrein stond een verkiezingsstandje van Kachol ve Lavan, met flyers, posters en koekjes. Waarschijnlijk waren de meeste mensen vroeg gaan stemmen, om daarna gebruik te maken van de vrije dag om (met hun kinderen) naar strand, natuurpark of shopping mall te gaan.

’s Avonds leek het nog een nek-aan-nek race tussen (Bibi) Netanjahoe en (Benny) Gantz. Bibi tweette een alarmboodschap naar zijn achterban, dat er achterstand dreigde voor de Likoed en dat men zich snel van het strand naar de stemposten moest begeven, om de ramp van een ‘linkse’ regering af te wenden. Daarnaast bleek dat Likoed verborgen cameraatjes had uitgedeeld aan 1200 partij-waarnemers in Arabische stemlokalen, (“om er zeker van te zijn dat de verkiezingen eerlijk zouden zijn”). Uiteraard woede, bij de Arabische partijen. De opkomst van het Arabische electoraat lag al de hele dag erg laag. (Maar dat werd in de avond ingehaald – beide Arabische partijen, Hadasj-Ta’al en United Arab List-Balad, hebben de kiesdrempel gehaald.) Later op de avond riep ook Gantz zijn aanhang op om vooral niet weg te blijven van de stembus.

Toen ik ging slapen leek er een kleine voorsprong voor Kachol ve Lavan te zijn en Gantz riep tussen juichende aanhangers de overwinning al uit. Toen ik vanochtend wakker werd, was het net als vele jaren geleden toen we gingen slapen met Peres en wakker werden met Netanjahoe. Weliswaar hebben beide partijen volgens de voorlopige telling 35 of 36 zetels behaald, maar de kleinere religieuze en (extreem)-rechtse partijen zullen Netanjahoe voorstellen als informateur van een coalitiekabinet waarin ze allemaal een belangrijke post willen innemen.

In een minder gepolariseerd land zou je denken dat de beste optie een kabinet van nationale eenheid zou zijn, waarin Likoed en Kachol ve Lavan samen 72 zetels hebben, tegenover een oppositie met 48 zetels. Gantz heeft een samenwerking in een kabinet met Netanjahoe niet uitgesloten. Ben-Dror Jemini, een Israëlische journalist (en academicus) bij Jediot Achronot, pleit voor zo’n eenheidskabinet. Tenslotte hebben de kiezers duidelijk voor het centrum gekozen, en tegen extremisme. Het ultrarechtse partijtje Zehoet van Mosje Feiglin bijvoorbeeld, heeft de kiesdrempel niet gehaald, en twee andere rechtse splinterpartijen hebben elk maar vier zetels. Ook Merets komt niet verder dan vier of vijf. Jemini schrijft dat Netanjahoe’s politieke leiding de polarisatie en versplintering in de Israëlische samenleving zodanig heeft doen toenemen, dat zo doorgaan zal leiden tot een binationale toekomst, een ‘eenheidsstaat’ die niet langer een Joodse staat zal zijn. Hij roept Bibi op het belang van een eenheidsregering te stellen boven zijn particuliere belang (de schaduw van drie dreigende rechtszaken wegens corruptie, EvS).

Ik vrees voor dovemansoren.

Delen |

vrijdag 29 maart 2019

Soms levert het doornemen van een stapel ongelezen oude kranten een verrassing op: in Haaretz van 22 februari jongstleden, een artikel onder de kop: “Healing that knows no bounds”. Over een Palestijnse gynaecologe en verloskundige, dr. Mushira Abu Dia, de eerste vrouw, en eerste Arabisch-Israëlische, die voorzitter is geworden van Physicians for Human Rights in Israël. Ze werkt als senior verloskundige in het Hadassa ziekenhuis in Ein Kerem en is als deskundige oproepbaar bij het aan het ziekenhuis verbonden centrum voor slachtoffers van seksueel misbruik. Verder behandelt ze vrouwen bij een gezondheidscentrum van het Clalit ziekenfonds in Beit Shemesh – vooral ultra-orthodoxe vrouwen. Daarnaast is ze al vijftien jaar vrijwilliger bij Physicians for Human Rights, bij hun mobiele kliniek die in het weekend naar Palestijnse dorpen trekt, en in een vaste kliniek in Jaffa, waar mensen zonder ziekenfondsverzekering, zoals asielzoekers, worden geholpen.

De veertigjarige Abu Dia werd geboren in de gemengd Arabisch-Joodse stad Lod. Haar moeder kwam uit een vroom islamitisch gezin en werd op haar zestiende uitgehuwelijkt aan een man die dertig jaar ouder was dan zij. Moeder kon zelf lezen noch schrijven, en ze was vastbesloten dat haar kinderen meer kansen moesten krijgen, die moesten een goede opleiding krijgen. Dat betekende in Lod: naar Joodse scholen. Toen Abu Dia elf jaar was, gingen haar ouders scheiden en haar moeder en de inmiddels drie kinderen verhuisden naar Ramle; moeder verdiende de kost door als schoonmaakster te werken in het Assaf Harofeh ziekenhuis. De vader is opnieuw getrouwd en daardoor heeft ze nog vier halfbroers en halfzussen.

Terwijl Mushira Abu Dia Palestijnen in de gebieden buiten de Groene Lijn bijstaat, hebben vijf van haar broers en één zus, vrijwillig dienst genomen in het Israëlische leger. En dat niet alleen – vier van haar broers, en een zus, zijn officieel Joods geworden, en leven in alle opzichten een Joods leven. Eén broer had zich bij de Afrikaans-Hebreeuwse zwarte gemeenschap in Dimona aangesloten, en leefde daar tot zijn tragische dood door een verkeersongeluk. Haar zus woont met haar gezin in een religieus georiënteerde Joodse nederzetting.

Abu Dia begrijpt wel dat haar broers en zus hebben gekozen Joods te worden door het opgroeien binnen de Joodse maatschappij en vooral door de Joodse scholen. Ze is er mild over: “het is moeilijk om er tussenin te blijven hangen.” Ze deed op school met (bijna) alle Joodse feesten en tradities mee. Ze vertelt hoe haar broertje, zusje en zij zelf met Poerim uitbundig verkleed naar school liepen, langs de verbaasde blikken van hun Arabische buren. Toch voelde ze zich nooit helemaal ergens bij horen – niet bij de Joden en niet bij de Arabieren. “Of misschien hoorde ik overal bij?”, besluit ze.

De interviewster vraagt of het niet moeilijk voor haar is om haar zus in een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever te bezoeken. Ze antwoordt dat ze zich bewust is van de gevolgen die de nederzettingen hebben voor de Palestijnse bevolking, maar dat ze daar toch de banden met haar familie niet door laat verpesten. Het gezin van haar zus heeft –zoals veel andere settlers – een stuk grond gekocht omdat het veel goedkoper was dan binnen de Groene Lijn. Als ze het zich kon veroorloven zou ze misschien liever binnen de Groene Lijn wonen. Tijdens bijeenkomsten van de hele familie hebben ze het gezellig omdat ze niet over politiek of religie praten, maar wel over hun gezamenlijke verleden en over hun moeder die enige jaren geleden overleed. Die bijeenkomsten zijn vaak met Pesach, en dan barbecuen ze met koosjer en halal vlees, vergezeld van koosjer-voor-Pesach kadetjes. Op de gedenkdag voor hun moeder gaan ze naar de islamitische begraafplaats waar zij ligt begraven. Ook de Joodse afstammelingen zijn daar bij. Onderling spreken ze Hebreeuws als de meest comfortabele taal – één keer staarde een islamitische familie vlakbij hen ongelovig aan, maar daar zijn ze zo langzamerhand wel aan gewend. Toen haar moeder nog leefde, had die geld gespaard om een grafsteen te betalen voor de bij een ongeluk omgekomen halfbroer van Abu Dia. Ze bestelde de steen bij een Joodse grafsteenhouwer, en de inscriptie was in het Hebreeuws. Omdat moeder zelf niet kon lezen of schrijven deerde dat haar waarschijnlijk niet. Maar de steen werd vernield door anderen die een Hebreeuws grafschrift op een islamitische begraafplaats niet konden waarderen en dát heeft haar moeder gebroken.

Mushira Abu Dia denkt er zelf niet over om Joods te worden. De enige keer dat iemand haar daarop aansprak, was toen ze een Joodse vrouw begeleidde bij haar zwangerschap van een tweeling en ook haar verloskundige was. Bij het controlebezoek na de geboorte zei de jonge moeder: “U bent zo’n fantastische dokter, waarom gaat u niet over tot het Jodendom?” Daar maakte Abu Dia wel even korte metten mee. Maar ze begrijp het ook: “Sommige Joden kunnen zich niet voorstellen dat een niet-Joodse vrouw een goed arts kan zijn. Die tegenstelling in haar hoofd, ik ben haar dokter en ik ben een Arabische vrouw, paste niet in haar wereldbeschouwing. Om die tegenstelling op te lossen moest ik Joods worden.”

De interviewster spreekt haar verbazing uit over de verzoenende toon van Abu Dia – ze is niet boos op de Joodse samenleving of over het racisme dat ze heeft meegemaakt en Abu Dia antwoordt: “wat voor goeds zou boosheid me brengen, anders dan meer stress?” Ze is blij met haar werk bij Physicians for Human Rights – dat is activisme waarbij ze iets kan doen om gelijkheid en rechtvaardigheid te bevorderen, zonder uitsluiting van enige groep. Haar collega’s bij deze ngo, haar collega’s in Hadassa en in de klinieken, haar vriendenkring en haar familieleden vormen een sterk fundament, waarbinnen de mogelijkheid tot verandering wél bestaat. Bovendien heeft ze daarnaast een relatie met D. B., een Canadese Jood die in Jeruzalem woont, en hier Engels en zenboeddhisme doceert. Ik denk dat ik weet wie ze bedoelt , want Jeruzalem is een dorp, en de gemeenschap van (spirituele) Joden is een nog kleiner gezelschap. Vele jaren geleden heb ik D. leren kennen tijdens een door reb David Zeller z.l. geleide sjabbaton in een kibboets bij de Dode Zee. D. was een opvallend intelligente en rustige jongeman, die daar ook meditaties leidde. Echt iemand die er uit sprong.

A match made in heaven!, denk ik.

Delen |
mei 2019Bosbranden
mei 2019Songfestival
mei 2019Na de wapenstilstand
apr 2019Dovemansoren
mrt 2019Een ongewoon verhaal
mrt 2019Poerim in beeld
mrt 2019Stress hanteren en trauma’s kwijtraken
mrt 2019Lente in Amsterdam, winter in Jeruzalem
feb 2019Berichten uit de diaspora
jan 2019Overdenkingen na het overlijden van Amos Oz
dec 2018Een bezoek aan Tekoa
nov 2018Da'at Elyon
nov 2018Chaja Polak: ‘De man die geen hekel had aan Joden’
okt 2018Gesprek met Marceline Loridan-Ivens (2003)
sep 2018Ari Fuld z.l. – een sympathieke rechts-radicale settler
sep 2018Rosh Hasjana, goed en slecht nieuws
aug 2018Wel of niet (koosjer) vlees eten
jul 2018Tisja beAv – The joy of our heart has ceased, our dancing has turned into mourning
jul 2018In memoriam – Claude Lanzmann
jun 2018Pluralisme in Jeruzalem en Tel Aviv
mei 2018Pressurecooker Gaza ontploft
mei 2018Onnodige tragedie
apr 2018Israëls zeventigste verjaardag
apr 2018Lange, hete zomer
mrt 2018Een toevallig gevonden boek
mrt 2018Terugblik op Poerim
feb 2018Noodkreet
jan 2018Deportatie en verzet
jan 2018Doodstraf
dec 2017Rust en rumoer
nov 2017Meeliften op het dagboek van Anne Frank
okt 2017Noach, de zondvloed en (seksueel) geweld
okt 2017Vreugde van het water scheppen
okt 2017Een dinsdag in Jeruzalem
sep 2017New age, alt-right en antisemitisme
aug 2017De totale zonsverduistering
jul 2017De Kotel en de wet op bekering
jun 2017Geweld tegen Arabische vrouwen
mei 2017De zakenman en het fotomodel op bezoek in Jeruzalem
mei 2017Jom Hasjoa in Israël
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal. Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël