sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, onder leiding van Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Verder schrijft ze voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin.

vrijdag 21 april 2017

Maandag 17 april, in Israël de laatste dag van de Pesachweek. Het is doodstil in de straten van Jeruzalem. Schitterend weer, zon aan een strakblauwe hemel, de zoet bloeiende citrusbomen hebben een driftig zoemend aura van bijen om zich heen. In de namiddag vertrek ik samen met Y, vriendin uit Amsterdam die Pesach heeft doorgebracht in de kleine Carlebach nederzetting Mevo Modi’im, naar een adres in de Oude Stad. Leah S., de organisatrice van de Pesach openlucht fair in Mevo Modi’im heeft een uitnodiging geregeld voor de se’oeda sjliesjiet, de derde maaltijd, bij het gezin van Emoena W., op de hoek van de Tiferet Yisraeel en de Misjmeret Hakedoesja street.


De Pesach fair in Mevo Modi'im

Een taxi brengt Y en mij naar de Zionspoort, vanwaar het adres volgens Google snel te vinden moet zijn. Zoals Google ons gebiedt lopen we eerst veertig meter zus, dan zestig meter zo, waarop we de weg al kwijt zijn; maar niet getreurd, we hebben wel ongeveer een idee waar het moet zijn. We belanden op het kleine plein in de Joodse wijk waar altijd wat vrouwen en kinderen op bankjes zitten en vragen, al Pesach sameach of Gut Jontef zeggend, de weg. Helaas heeft niemand van de Misjmeret Hakedoesja straat gehoord, wel van Tiferet Yisraeel, dat is een hééle lange straat. We lopen her en der, vragen allerlei mensen. Die hebben wel gehoord van Misjmeret Hakehoena straat, de straat van de Kohaniem. Dus misschien is die het. We keren op onze schreden terug en zoeken in de kleine straatjes van de Joodse wijk, nog steeds zonder resultaat. Ten slotte komen we een vlotte ultra-orthodoxe vrouw tegen die het huis van Emoena W. kent, ze is onroerend goed agent, vandaar misschien, en ze levert ons af bij een onopvallende hoekhuis met een blauwe voordeur.

We komen binnen in een piepkleine keukenruimte, bijna geheel in beslag genomen door een eettafel die schuilgaat onder de resten van een maaltijd, grote ronde sjmoera matzes, plastic bordjes, bakjes met slaatjes, een halfopgegeten chocoladereep, papieren bekers, servetjes, een fles wijn, bensjboekjes en gebedenboeken. Er zit een kleine vrouw aan tafel met een zacht en stralend gezicht, omlijst door een tulbandachtige hoofdbedekking van beige en goud. Verder zit er een bekeppelde man, (dat blijkt een rabbijn te zijn), en een jonge vrouw met een baby op schoot. “Wie zijn jullie?”, vraagt de oudere vrouw enigszins verbijsterd als we binnen staan, tot we vertellen dat Y hier is door bemiddeling van Leah S. Dan omhelst ze ons en nodigt ons uit aan tafel te gaan zitten. We krijgen een bordje met een stukje matse, een klein stukje zalm, een stukje gefillte fisj en een hapje bietensalade, we prevelen de brooche en knabbelen wat aan de matses.

Er komt een tweede jonge vrouw binnen, het evenbeeld van de eerste, beiden hebben ze een gezicht als op een schilderij van Botticelli, heel zuiver en open, en met gelijksoortige windsels om het haar. Het blijken Emoena’s tweelingdochters te zijn. De drie vrouwen wachten op hun echtgenoten die bij de Kotel ma’ariv davvenen. Steeds gaat de deur weer open en komen er nieuwe gasten binnen, die komen voor de ‘maaltijd van de Moschiach’. Er worden meer plastic stoelen en klapstoeltjes aangesleept. Dan komen ook de echtgenoten van de dochters thuis, leuke twintigers in witte overhemden met gehaakte keppeltjes en peijes langs hun gezicht. Ik overhandig een meegebracht doosje pesachdike zoetigheden, Emoena’s schoonzoon bestudeert het etiket waarvan ik dacht dat het geoorloofd was voor asjkenazische Joden maar helaas, het bevat kitnijot. O, dan kan mijn ene dochter het eten, die is met een Jemeniet getrouwd!, roept Emoena vrolijk en schuift het doosje door naar dochter-met-baby (een asjkenazische vrouw die met een sefardische man trouwt, neemt de sefardische gebruiken over).

Het wordt heel vol, een stuk of vijftien gasten, Y en ik bieden aan om maar weer te gaan, opdat anderen op onze plaatsen midden aan de tafel kunnen zitten, maar daar wil Emoena niets van horen. Een omvangrijke man aan het uiteinde van de tafel begint een nigoen te zingen en er wordt mee geneuried, ook door de vrouwen, dus ik durf ook in te vallen. Later vraag ik hem waarom dit de maaltijd van de Moshiach wordt genoemd. “It’s the last meal of Pesach, so of course we are waiting for Moshiach to appear now”, antwoordt hij, een beetje alsof we op Sinterklaas zitten te wachten die, als we maar zoet zijn, echt, heus, op de blauwe deur zal kloppen. Al wachtend vertelt hij verhaaltjes van reb Nachman van Bratslav, de achterkleinzoon van de Baal Sjem Tov. De baby knabbelt op de kitnijot snoepjes. Twee vrouwen die als laatsten zijn binnengekomen, passen niet meer aan tafel en moeten op plastic stoeltjes achter de verteller gaan zitten. Hij wisselt het vertellen af met het zingen van nigoenim en trommelt de maat met zijn vingers op tafel.

Een kleine man met een grijs baardje en grappige bruine ogen vertelt hoe hij in 1967 in Londen woonde en op ieder radiostation muziek van de Beatles hoorde, Sergeant Pepper’s Lonely Heart’s Club Band; hij dacht dat de messiaanse tijd was aangebroken. Zijn ogen glimmen; hij verwijlt duidelijk even bij een prettige tijd in het verleden. Ik ben blij te horen dat híj Emoena’s echtgenoot is, en niet de dikke man aan het einde van de tafel, die nu de leiding neemt bij het bensjen. We zingen allemaal Sjier Hama’alot en de eerste drie strofes van het dankgebed hardop en daarna prevelt ieder de rest voor zichzelf. Pesach 5777 is bijna voorbij.

Delen |

vrijdag 7 april 2017

In de sjabbat-editie van Haaretz stond een advertentie die me attent maakte op een vredesdemonstratie “Jerusalem walks to Peace” op zaterdag 1 april. Georganiseerd door onder andere Gush Shalom, Vrede Nu, Meretz, de Arabische Verenigde Partij en verschillende ngo’s. Vertrekpunt was Gan haSus, een klein parkje bij King George straat getooid met een (vrij lelijk) bronzen beeld van een paard, het eindpunt was de Jaffapoort. Vertrektijd half acht, zes minuten voor het einde van de sjabbat. Jammer dat er meestal geen rekening wordt gehouden met religieuze demonstranten; de verwachting is dat die toch niet komen.

Ik was te laat van huis gegaan, maar hoopte de stoet ergens op de Jaffastraat in te halen. Stevig doorlopend keek ik af en toe achterom om te zien of er misschien een taxi aankwam, bussen reden er nog niet. Een eind voor me zag ik een vrouw die ook steeds maar omkeek. Ik wist haar in te halen en ja hoor, ze was ook op weg naar de demonstratie. Ze bleek klinisch psychologe te zijn en werkte onder andere voor de Nederlandse hulporganisatie Elah. Kleine Wereld.

Toen we ten slotte buiten adem bij het vertrekpunt kwamen, stond de massale stoet daar nog steeds. (Het waren ongeveer tweeduizend deelnemers hoorde ik achteraf.) Vrouwen, mannen, van allerlei leeftijden, Joods en Palestijns, veel jongeren. Een groep Palestijnse jongeren viel me op, met modieuze heuveltjes zwart haar op verder hoog opgeschoren hoofden. De stemming zat er goed in, er werd met vlaggen gezwaaid, rode en Palestijnse, en de meeste deelnemers droegen borden met leuzen. Om kwart over acht zette de stoet zich in beweging, met veel tromgeroffel en geroep door megafoons, kortom met veel lawaai. Aan één kant van de straat stond een kleine tegendemonstratie, een man met een reusachtige Israëlische vlag, een paar chassidiem, en stevige politieagenten die Palestijnse jongeren en tegendemonstranten uit elkaar hielden.

Ik had een wat dubbel gevoel over de demonstratie; ik had liever een volkomen stille tocht gezien waarbij men bijvoorbeeld toortsen had meegedragen, een waardige optocht die het begrip “vrede” zelf zou belichamen, maar dat ligt niet zo in de Midden-Oosterse aard. Bovendien – maar dat wist ik op dat moment nog niet – was er ’s middags een steekincident geweest in de Oude Stad, een Palestijnse tiener (17) had twee Joodse jesjiwa-studenten aangevallen met een mes, daarna op een politieagent ingestoken en was daarop doodgeschoten. Het verklaarde de wat agressieve stemming die ik voelde. De Joodse slachtoffers waren overigens slechts licht gewond.

In plaats van dóór de Jaffastraat liepen we er achterlangs, door een kleinere straat met af en toe een winkel of een cafeetje, er was weinig publiek. Soms keken mensen verschrikt vanwege al die rode vlaggen en dan glimlachte ik ze maar eens vriendelijk toe. Ik kwam verschillende leden van Kol Haneshama tegen, de reform sjoel, onder wie rabbijn Levi Weiman Kelman, die een rolstoel duwde waarin een grijsharige oude vrouw zat. Pas later herkende ik haar: professor Alice Shalvi (90), de bekende feministisch activiste, oud-rector van het Schechter Instituut voor Joodse Studies, waar rabbijnen van de Masorti (conservative) stroming worden opgeleid. Oprichtster van Pelech, een experimentele school voor religieuze meisjes waar, zeer revolutionair, ook Talmoed werd onderwezen. Op een gegeven moment liepen we tussen kolossale lege kantoorgebouwen en panden-in-aanbouw waar helemaal geen kip ons zag, ik begreep totaal niet meer waar we ons bevonden, tot we weer in bewoond gebied belandden en bij de Oude Stad uitkwamen. (Jeruzalem wordt op het ogenblik in snel tempo van pittoreske provinciale stad omgebouwd tot een heuse metropool.) Er was duidelijk geen toestemming gegeven voor de route van de Jaffastraat, waar veel toeristen lopen. Bij zijstraatjes waar we hadden kunnen doorsteken stond steeds politie.

Bij de Jaffapoort was een klein podium gebouwd en werden we toegesproken door Zehava Galon, voorzitster van Meretz. “We kunnen het conflict met de Palestijnen niet op een zacht pitje laten verder pruttelen, want dat pitje staat bovenop een kruitvat”, zei ze, het steekincident van ’s middags aanhalend: “Het is een illusie dat het mogelijk zou zijn een heel volk van zijn rechten en soevereiniteit te beroven zonder dat wanhoop verandert in verschrikkelijke haat en geweld.” Ik wachtte de andere sprekers maar niet af, ik had het inmiddels behoorlijk koud gekregen, en het voelde ook een beetje zinloos, zo’n demonstratie die door bijna niemand wordt gezien. In ieder geval lieten tweeduizend mensen zien dat de vredesbeweging nog niet dood is.

Enfin, ik liep terug door het luxueuze Mamilla winkelcentrum. Wat een contrast. Veel toeristen, en jonge orthodoxe paren die zich vergaapten aan etalages met mode, sieraden, Ahava cosmetica, cafeetjes, een chique kookwinkel. In de eerste Aroma coffeeshop die ik tegenkwam, bestelde ik een cappuccino om op te warmen, bekeek de foto’s die ik had genomen en zette me aan het verwijderen van dubbele, driedubbele en bewogen opnames. Er kwamen alsmaar verkleumde demonstranten binnen, sommigen nog met een houten bord in hun handen.

Later, verder lopend door Mamilla, zag ik een oude, zwaargebouwde Russische man op de grond zitten, een kleedje met munten en bankbiljetten voor zich, die steeds opnieuw een Hava Nagila deuntje aan een grote roze schelp wist te ontlokken. Mijn hart sprong op: motsaé sjabbat in Jeruzalem.

Delen |

vrijdag 24 maart 2017

Deze week heb ik een bijzondere documentaire gezien, Weapons of the Spirit, over een Frans boerendorp tijdens de Tweede Wereldoorlog. De inwoners van dit dorp, Chambon-sur-Lignon in de Auvergne, waren trotse protestanten, nazaten van de Hugenoten. De Hugenoten werden vanaf de zestiende tot en met de vroege achttiende eeuw vervolgd door de rooms-katholieke kerk; ze vluchtten in die tijd onder andere naar Zwitserland, Nederland, Canada en Zuid-Afrika. Ze waren meestal goed opgeleid en hun geloof was vrij universeel, meer gericht op ‘de mensheid’ dan op een bepaalde christelijke factie. De film is gemaakt door Pierre Sauvage, een na de oorlog in New York opgegroeide Jood, die in Chambon werd geboren toen zijn ouders daar waren ondergedoken.

Tijdens de oorlog liep er een breuklijn door Frankrijk: het noordelijke deel was bezet door de nazi’s, terwijl het zuidelijke deel ‘Vichy-Frankrijk’ onder maarschalk Pétain, een oude held uit de Eerste Wereldoorlog, een semi-autonomie behield maar wel collaboreerde met de nazi’s. Na 1914-’18 waren veel Oost-Joden naar Frankrijk gevlucht; in 1927 werden ze tot Fransen genaturaliseerd. De Vichy-regering nam deze eerste generatie Franse Joden hun nationaliteit echter weer af. Zij waren de eerste slachtoffers van de anti-Joodse decreten.

Chambon-sur-Lignon ligt in een geïsoleerd, bergachtig gebied, ruim tweehonderd kilometer van de grens met Zwitserland. Chambon en de dorpen er omheen hebben tijdens de oorlog ruim vijfduizend Joden, onder wie veel kinderen, verborgen en beschermd. Het inwonertal van het dorp werd ongeveer verdubbeld! En er werd niet over gesproken of over gepocht, terwijl het wel een arme boerenbevolking betrof, die opeens een dubbel aantal monden moest voeden. Joodse vluchtelingen kwamen aan op het stationnetje, waar dorpsbewoners hen opvingen en onderbrachten bij gezinnen in het dorp, op boerderijen en ten slotte ook in een speciaal jeugdtehuis. De Joden werden totaal opgenomen in de dorpsgemeenschap, zonder dat er pogingen werden gedaan hen te bekeren. (Integendeel: het enige bekeringsgeval is dat van een christelijke tiener uit Chambon, op wie de verwoesting van de Sjoa zo’n diepe indruk maakte dat hij later Joods is geworden en in 1963 met zijn Joodse vrouw op alija is gekomen. Over deze man, Abraham Livini, auteur van het boek The Return of Israel hoop ik een andere keer te schrijven.)

De initiatiefnemers van de verzetsoperatie in Chambon waren dominee André Trocmé en zijn vrouw Magda. Trocmé was door de protestantse kerk naar het afgelegen dorp gestuurd om zijn pacifistische beginselen, die niet populair waren binnen de kerk. De dag nadat Frankrijk capituleerde voor nazi-Duitsland had Trocmé zijn parochie opgeroepen zich als chistenen met de “wapens van de geest” te verzetten tegen het gewelddadige nazi-regime. “Wij kennen geen Joden, wij kennen alleen mensen”, zei hij tegen de nazi’s en de Gestapo. Pierre Sauvage voert in de film veel gesprekken met de nog levende oude dorpsbewoners. Rustige, solide mensen die verbaasd zijn dat er zo’n ophef over hen wordt gemaakt: “we deden gewoon wat je moest doen”. Wat naast hun christelijke waarden zeker meespeelde, was hun eigen herinnering aan een geschiedenis van vervolging. Bovendien hadden ze een speciale relatie met Joden, die ze beschouwden als Gods volk, het Volk van het Boek. Ze waren vertrouwd met het Oude Testament (Tenach), in tegenstelling tot de meeste katholieken.

In november 1942 landden de geallieerden in Noord-Afrika en vanwege die dreiging bezetten de nazi’s toen tevens Vichy-Frankrijk, wat de situatie in Chambon ernstiger maakte. Maar politie of regeringsbeambten die naar Joden kwamen vragen, kregen de kous op de kop. In februari 1943 werd dominee Trocmé tezamen met dominee Theis en schoolhoofd Darcissac gearresteerd en naar een interneringskamp gestuurd, maar beide dominees kwamen na vier weken weer vrij. Daarna moesten ze allebei wel onderduiken. In juni 1943 viel de Gestapo het kindertehuis annex middelbare school in Chambon binnen en arresteerde een aantal leerlingen en ook hun leraar, Daniel Trocmé, een neef van de dominee. Hij had kunnen ontsnappen door te verklaren dat hij geen Jood was, maar hij ging met de jongeren mee. De leerlingen werden in Auschwitz vermoord. Daniel kwam terecht in het concentratiekamp Majdanek, waar hij door de SS werd vermoord. Eind 1944 werd Frankrijk bevrijd en hadden duizenden Joodse onderduikers in Chambon en omgeving de Sjoa overleefd.

In een interview met Bill Moyers (op Internet) vertelt Sauvage dat hij aan deze documentaire begon toen hij midden dertig was. Opgroeiend in New York wist hij niet eens dat hij uit een Joods gezin kwam. Zoals veel overlevenden na de Sjoa hadden zijn ouders volkomen afstand genomen van hun Joods-zijn. Dat vertelden ze hem pas toen hij achttien werd. “Ik werd de wereld ingestuurd als ‘niets’ zegt hij, ik was geen christen, ik was gewoon ‘niets’.” (Iets dat ik herken en met mij waarschijnlijk wel meer leden van de naoorlogse Joodse generatie.) Voor Pierre Sauvage was het maken van deze film mede een zoektocht naar zijn eigen identiteit: wie ben ik, wat voor verleden heb ik. Hij zag dat de dorpsbewoners van Chambon een stevige identiteit hadden, een gevoel van eigenwaarde, gebaseerd op hun geloof en dat ze vandaaruit hun verzet pleegden. Sauvage erkent dat hij een pessimistische kijk op de wereld heeft – niet zo vreemd voor een tweede generatie Jood - maar hij zegt: “Verhalen zoals over Chambon, over redders, zijn een soort van hekwerk waaraan je je kunt vasthouden terwijl je het kwaad in de wereld in ogenschouw neemt.”

In 1990 erkende Yad Vashem Chambon en de omliggende dorpen collectief als Rechtvaardigen onder Volkeren. In 2007 werden veertig mensen uit verschillende dorpen individueel erkend door Yad Vashem.

Delen |

vrijdag 3 maart 2017

De verkiezingsoverwinning van president T. in de Verenigde Staten heeft onmiddellijk geleid tot hate crimes: toenemend geweld tegen vluchtelingen, moslims, Afro-Amerikanen, andere ‘vreemdelingen’ en ook tegen Joden. Er zijn onder de Amerikaanse Joden godzijdank nog geen doden gevallen, maar ongeveer iedere dag komen er bommeldingen binnen bij Joodse instellingen en moeten scholen en andere Joodse centra worden ontruimd. Een historicus als Timothy Snyder, kenner op het gebied van de Sjoa en van de geschiedenis van Oost- en Centraal-Europa, vooral beroemd geworden met het in 2010 verschenen boek Bloodlands: Europe between Hitler and Stalin, trekt in de New York Review of Books van 26 februari een vergelijking tussen de strategie van het duo Trump-Bannon en het opkomend nazisme in de vroege jaren dertig in Duitsland.

Wat moet je daarmee, wat kun je daar als individu op afstand aan doen? Een vriendin adviseerde me de kranten niet meer te lezen en ook niet zo veel meer op Facebook te zitten. Dat tweede is zeker een goede raad, maar ik kan toch niet mijn kop in het zand gaan steken en nergens meer van op de hoogte zijn? Ik bedacht dat ik in ieder geval twee keer per dag een krachtig gebed zou kunnen zeggen, het Ana b’choach, ter bescherming van alle andere kwetsbare groepen die door het nieuwe Amerikaanse bewind worden bedreigd.

Ana b’choach is een oud kabbalistisch gebed, in de Dasberg sidoer staat het op pagina 10, na stukken over de offerdienst in de Tempel. Het werd geschreven in de eerste eeuw van de gebruikelijke jaartelling door rabbi Nechonja ben Hakana. Bij de LJG wordt het niet gezegd, maar rabbijn Lillienthal verzekerde mij eens dat het wel in het liberale gebedenboek is opgenomen. Het is een gebed dat kan worden gezegd in tijden van nood, als bescherming tegen het kwaad, als genezing voor ziekte, als troost voor verdriet. Het telt zeven regels, en volgt daarmee de zeven ‘lagere’ sefirot: chesed (barmhartigheid), gevoera (beperking, grenzen trekken), tiferet (schoonheid, evenwicht), netsach (overwinning, eeuwigheid), hod (weerkaatsing, glorie), jesod (fundament) en malchoet (koninkrijk, de fysieke wereld). Iedere regel telt zes woorden, en de eerste letters van die woorden vormen tezamen een van de Godsnamen. Het wordt afgesloten met een onhoorbaar: Baroech Sjem Kavod Malchoeto Le’olam Va’ed, de uitspraak die de energie van de Goddelijke naam als het ware ankert op aarde. Zeven regels, van zes woorden elk, in totaal 42 woorden.

De ouderwetse vertaling, (Ik had een moderner vertaling van reb Zalman Schachter–Shalomi, maar die ben ik kwijtgeraakt.) Dasberg dus:
“Bevrijd toch door uw grote kracht het gebonden Jisrael
Aanvaard het gebed van uw volk, bescherm ons, laat ons rein zijn, ontzagwekkende G-d,
O machtige G-d, zij die uw eenheid belijden, bescherm ze als uw oogappel
Zegen hen, laat hen rein zijn, ontferm u over hen, bewijs hun voortdurend uw liefde,
Machtige heilige G-d, in uw overvloedige goedheid, leid uw gemeenschap.
Hoogverheven Enige, wend u tot uw volk dat steeds uw heiligheid gedenkt,
U die het verborgene kent, aanvaard het smeken en verhoor onze noodkreet.

Geprezen de Naam van zijne Koninklijke Majesteit, immer en eeuwig.

Bedenk wel dat een vertaling van het Hebreeuws maar een schaduw is van het origineel, want het mist de energie van de Hebreeuwse lettertekens en de vele betekenislagen van ieder woord. Raadpleeg voor het Hebreeuwse origineel uw liberale of orthodoxe sidoer, of Google.

Sjabbat sjalom

Delen |

vrijdag 24 februari 2017

Een paar weken na uitzending van de EO-serie Rot op met je religie, waarin twee christenen, twee atheïsten, een moslim en een Jodin twee weken samen in een huis woonden en aan allerlei voor hen ongemakkelijke ervaringen werden blootgesteld, wil ik daar toch nog even op terugkomen. Allereerst over de positieve punten, ik heb de vijf afleveringen geboeid bekeken, vaak was het hilarisch, soms irritant, maar nooit saai.

Ik ben natuurlijk partijdig, want ik ken Sheila Gogol, die op haar eigen onverstoorbare manier overal doorheen laveerde, zelfs toen Floris, de veganistische atheïst (en ethicus), woest reageerde toen ze uitlegde dat de brit mila (besnijdenis) “een mooi ritueel is waarbij het jongetje wordt verwelkomd in de Joodse gemeenschap”. “Kindermishandeling!”, riep Floris en hij voegde daar aan toe moeite te hebben nog naast iemand te blijven zitten die dat vond. “Zal ik het dan maar over iets anders hebben?”, vroeg Sheila na een tijdje gezwegen te hebben, zachtmoedig. Ook de jonge heavy-metal fan Bryan kon het niet aan om aanwezig te zijn bij een (islamitische) besnijdenis in een kliniek – hij liep de deur uit. Jan (christen) bleef er wel bij en vond dat het allemaal erg meeviel; hij begreep dat het voor de islamitische ouders een belangrijk ritueel is.

Ik heb zelf gemerkt hoe emotioneel er door niet-Joden in Nederland, en zelfs een keer door een vriendin die ‘vaderjood’ is, wordt gereageerd als de besnijdenis ter sprake komt. Het woord kindermishandeling valt bijna altijd, al is het niet zo woedend als in de EO-serie. (In een latere aflevering had Floris het nog eens over ‘afhakken’.) Heeft hij soms een katholieke achtergrond, dat hij zo reageert? vroeg ik Sheila veel later. Ze vroeg hoe ik dat wist – ik wist niets, maar ik had opgemerkt dat Floris toen hij in een moskee een dienst bijwoonde, opmerkte dat hij het een beetje kale omgeving vond, niet zoals in de katholieke kerk. En zijn woede over de brit mila deed vermoeden dat er meer persoonlijks achter zat. Dat kwam in de uitzending niet meer aan de orde en dat is eigenlijk jammer, want het zou Floris’ ‘fundamentalistische atheïsme’ begrijpelijker hebben gemaakt. De evangeliserende Jan die op straat en in de supermarkt mensen aanklampte om het geloof in Jezus uit te dragen, ging ik zelf beter begrijpen toen hij vertelde dat hij zijn zoontje, een gehandicapt kind, had verloren. De pijn en rouw daarover waren zo intens dat hij in zijn eigen woorden “alsmaar bezig moest zijn”.

Ik vond het ook jammer dat de kans werd gemist om een uitleg te geven over de betekenis van de besnijdenis in de Joodse traditie en te laten zien dat die (meestal) niet plaatsvindt in een kliniek, maar thuis, in een feestelijke atmosfeer, al heeft de moeder van de baby er vaak moeite mee en wil zij er liever niet naar kijken. Maar als je ziet hoe zorgvuldig de baby wordt vastgehouden door de ‘Gevatter’ en dat het kindje na de besnijdenis direct een theelepeltje zoete wijn krijgt als verdoving en/of meteen aan de borst wordt gelegd, dan zie je dat er van kindermishandeling geen sprake is. (Een overtuigde blauwe-knoper zou kunnen zeggen dat hiermee de basis voor drankmisbruik wordt gelegd, maar dat wordt niet door de praktijk bevestigd, Joden zijn over het algemeen geen zuiplappen.) De brit is inderdaad een (religieus vereiste) medische ingreep, al gaat het maar “om een klein velletje”, zoals Tamarah Benima het uitdrukt in haar boek Joodser dan dit krijgt u het niet. In vroeger tijden werd er gezegd dat de baby er niets van voelde, dat is niet waar, vandaar het lepeltje wijn. Wel is het zo dat het wondje bij de baby gewoonlijk supersnel heelt. Dit in tegenstelling tot een brit op volwassen leeftijd waar tegenstanders toe oproepen, dan duurt het herstel weken. Ik ken iemand (Joods) die op latere leeftijd besloot zich te laten besnijden, en die ingreep is dan behoorlijk zwaar. Hij verklaarde overigens later dat er geen verschil was qua seksueel genot tussen de pre- en post-brit situatie.

In 2010 laaide de discussie over jongensbesnijdenis in Nederland weer eens op. Het KNMG riep artsen op tot “een krachtig ontmoedigingsbeleid”; een verbod zat er gezien de religieuze groepen die het betrof, nog niet in, meende men. Als je de reacties op de discussie in Medisch Contact en in andere fora las, reageerden de meeste niet-Joden bijzonder emotioneel en negatief. Een uitzondering vormde de uit de media bekende arts Ivan Wolffers. En cardioloog Ron van der Wieken van onze eigen Joodse gemeenschap gaf uitstekend weerwerk.

Wat bij de tegenstanders erg meetrilt, is de hele kwestie van seksueel misbruik binnen de rooms-katholieke kerk, binnen de protestantse kerkgemeenschap, de sportwereld, de padvinderij, scholen, noem maar op. Het werd het duidelijkst geformuleerd door een respondent die de slogan “geen gefriemel aan onze piemel” aanhief. Dat gaat dus niet over Joden of moslims, maar over de omvang van seksueel misbruik van jongens dat de laatste twintig of dertig jaar aan het licht is gekomen. Ga dan maar eens uitleggen dat de brit mila een teken van toetreding tot het Verbond tussen God en het Joodse volk is en eerder een poging is om de seksuele drift van mannen te kanaliseren en naar een hoger spiritueel niveau te brengen (niet dat dat altijd lukt). Die discussie verlies je bij voorbaat, heb ik gemerkt, er zit teveel emotionele rotzooi tussen.

Misschien een goed idee voor de Joodse Omroep om eens een informatief, rustig programma te maken over het hoe en waarom van de Joodse besnijdenis, met voor- en tegenstanders uit Joodse kring, rabbijnen, mohalim, moeders, echtgenotes en besneden mannen zelf.

Delen |
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal.
Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël