inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, onder leiding van Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Verder schrijft ze voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin.

vrijdag 23 november 2018

Enige tijd geleden publiceerde rabbijn Tamarah Benima een artikel waarin ze zich vrij somber uitte over de toekomst van het Jodendom in Nederland. Ze verzuchtte onder meer dat de leden van haar (twee verschillende) sjoelgemeenschappen vaak “niet in God geloofden” en ze hoopte op een soort bewustzijnsverruimende pil-zonder-vervelende-bijwerkingen, zoiets als de LSD waarmee ze zelf een eenheidsbeleving had gekregen. Uit haar hele analyse werd deze opmerking eruit gelicht: “hupsakee, allemaal aan de LSD!”, reageerde iemand. Ik denk niet dat we moeten zoeken naar zo’n synthetisch middel, want er zijn methodes binnen de Joodse traditie, in kabbala en chassidoet, waarmee we hetzelfde kunnen bereiken. Ik had daar altijd al een vermoeden van, maar sinds kort weet ik het zeker. En daarvoor hoef je niet naar een ultra-orthodoxe jesjiewe.

Sinds kort is de Moshava Jevaniet (de Griekse Kolonie), vlakbij de Moshava Germaniet, namelijk een heel bijzonder Joods centrum rijker: Da’at Elyon. Van de buitenkant ziet het er eenvoudig uit, een benedenwoning in een doorsnee gebouw en ook binnen overheerst de soberheid. Een kleine kamer met een hoog plafond is met een paar stoelen, zwarte matrasjes en meditatiekussens veranderd in een meditatieruimte. Aan de muur een Shviti met sierlijke gouden letters, en in de vensterbank een plankje met, eveneens goudkleurig, Joed-heh-Wav-heh, de vierletterige naam van de Eeuwige. Da’at eljon betekent letterlijk: Kennis van het Hogere, maar dan kennis als gnosis, innerlijke ervaring, innerlijk weten. Het Engels verwoordt het beter: de Higher Mind tegenover de Lower Mind (da’at tachton), die we nodig hebben om te kunnen functioneren in de fysieke wereld.

Ik had al enige tijd de nieuwsbrief van Da’at Elyon ontvangen, met mooie teksten die betrekking hadden op de parasja van de week, maar die ik meestal ongeduldig wegklikte, omdat mijn mailbox iedere dag veel te veel berichten bevat. Deze keer keek ik echter naar de pagina op Facebook en las de aankondiging van een cursus Joodse meditatie voor beginners. En op een maandagavond klopte ik aan op het adres in rechov Jotam. Twee vrouwen in trui en spijkerbroek deden open, en ik herademde: geen voetlange rokken of hoofdtooi waar geen haar aan mag ontsnappen.

Even later zaten we met zo’n zes vrouwen, op stoelen of op de meditatiekussens tegenover rabbijn Glick, een man met een prettig open gezicht, die een groot wit talliet omsloeg. Hij vertelde dat hij van oorsprong een orthodoxe rabbijn is, maar zich ook jarenlang heeft verdiept in de mystiek van oosterse godsdiensten, zoals soefisme en vedanta (het monotheïstische hart van het hindoeïsme). In die oosterse religies staat de Gods beleving centraal, en zijn meditatie en contemplatie daarop gericht. De verschillende stadia van de meditatieve reis zijn in die tradities duidelijker in kaart gebracht dan in de Joodse traditie, vertelde hij. Maar dat wil niet zeggen dat die directe weg tot God niet bestaat binnen het Jodendom. De directe toegang tot God is alleen nogal verstopt geraakt onder bergen geschriften, rituelen en commentaren.

We begonnen met een algemene oefening om onze geest te kalmeren door een kwartier lang te mediteren op in- en uitademing, gebruikmakend van de letter heh, als een soort deur, die afwisselend naar de ene en de andere kant openging. Daarna een twintig minuten lange meditatie waarbij we ons concentreerden op twee verschillende s’firot. (energetische centra). Hoewel ik al jaren geen yoga meer heb gedaan, bleek ik nog vrij gemakkelijk in lotuszit op het meditatiekussen te kunnen zitten, zonder afleiding door stijfheid of kramp! In de pauze kregen we een heerlijk kopje thee (ik moet een volgende keer vragen wat voor mengsel dat precies was) met zelfgebakken koekjes. Daarna volgde nog zo’n drie kwartier van meditatieve oefeningen, een met de focus op de vierletterige Godsnaam, en een met de focus op het ‘Sjma Jisraeel’. Na afloop was er nog even tijd om bij te praten in de sobere zitkamer.

Da’at Elyon is niet het eerste centrum voor Joodse contemplatie dat rabbijn Glick heeft opgericht. Glick kreeg smicha (zijn rabbinale bevoegdheid) van de orthodoxe Yeshiva Universiteit in New York, en eveneens smicha van rabbijn Shlomo Carlebach z.l. In 1981 kwam hij met zijn vrouw Nomi naar Jeruzalem en samen begonnen ze Chochmat Halev (Wijsheid van het Hart), een centrum in de Oude Stad voor bestudering van Joodse spiritualiteit. Gedurende die periode maakte rabbijn Glick deel uit van een groep Joodse zoekers die samen mediteerden en de kabbalistische en chassidische traditie bestudeerden. Honderden Joden uit binnen- en buitenland kwamen daar kennis opdoen en mediteren. Yossi Klein Halevi was een van hen, (en misschien ook David Cooper, die in Nederland bekend is geworden als auteur van twee boeken: Het hart van de berg, en God is een werkwoord. Cooper is na een aantal jaren teruggekeerd naar de Verenigde Staten.)

Ondanks het succes besloot Glick in 1988 het centrum te sluiten, omdat hij nog meer persoonlijke verdieping zocht. Het gezin Glick verhuisde naar zuid-Frankrijk waar Yoel en Nomi opnieuw een retreat centrum openden voor een kleine groep spirituele zoekers. Rabbijn Glick dompelde zich in die periode onder in de wijsheidstradities van verschillende religies en esoterische stromingen. In 2004 hernam hij zijn intensieve studie van de Joodse bronnen, op zoek naar teksten met een even heldere visie en systematische benadering van mystiek en meditatie als welke hij in bijvoorbeeld de Indiase vedanta traditie had gevonden. Op 63-jarige leeftijd, met meer grijze haren, is hij dan terug in Jeruzalem om ieder Joods persoon die zich aangesproken voelt, in te wijden in de levende traditie zoals die bekend was bij vroegere Joodse wijzen in de tijd dat de Tempel nog bestond, of in de tijd van de Baal Sjem Tov, of van de eerste Lubavitcher rebbe.

In een interview in de Times of Israel zegt Glick: “We hebben een centrum nodig waar mensen een tijd kunnen verblijven, waar ze kunnen werken aan die innerlijke verbinding met Gods levende aanwezigheid. Het werk zou kunnen bestaan uit meditatie en gebed, het bestuderen van spirituele wijsheid en het werken aan de eigen persoonlijkheid” (self-transformation). Op langere termijn is het doel dat de studenten van deze school zelf leraren/leraressen worden om de methode van de Da’at Elyon te verspreiden.
Welkom Tamarah!

Delen |

vrijdag 9 november 2018

Een aantal jaren geleden las ik in een van de boeken van Chaja Polak dat zij na de oorlog op de 7de Montessorischool bij meester Van Sonderen in de klas had gezeten en zijn aanwezigheid als enorm veilig ervoer. Chaja’s (half)broer Hans Fels zat later in de klas bij mijn broer en haar zus Ellen Fels zat in een hogere klas dan ik. Toen we thuis eind jaren vijftig een koelkast aanschaften, betrokken we die van meneer Fels. Ik heb dus wel wat met de familie Polak-Fels.

Via de media hoorde ik over de affaire rond het boek Oorlogsouders, waarin de adellijke Isabel van Boetzelaer de geschiedenis van haar vader behandelt, Willem Baron van Boetzelaer, die als Nederlander vrijwillig dienst nam bij de Waffen SS en naar het oostfront werd gestuurd. Als overlevende terug in Nederland ging hij bij de Sicherheitsdienst (SD) werken, die in Nederland nauw samenwerkte met de Gestapo. Volgens de schrijfster deed hij politiewerk en had hij “niets te maken met de Jodenvervolging.”

Ik kijk op het internet naar recensies van Oorlogsouders. Vind een bespreking op de website Hebban, van ene Nynke, die het boek vijf sterren toekent. “De auteur beschrijft haar familiegeschiedenis alsof ze er zelf bij geweest is en doet dit op een prachtige manier. Door ver vóór de Tweede Wereldoorlog te starten wordt het niet een ééndimensionaal verhaal over foute Duitsers en foute Nederlanders, maar zijn het al mensen geworden van vlees en bloed die je kunt volgen in hun motieven en keuzes”, schrijft Nynke. “Nergens oordeelt Isabel van Boetzelaer, het is een warm portret van twee families met een lange rijke familiegeschiedenis.” Een soort Buddenbrooks van de twintigste eeuw dus, krijg je de indruk.

Ik stuit op een afbeelding van het boek met een gele band er omheen, waarop een aanbeveling door Alexander Münninghof staat: “Een prachtig werk! Hoe liefde en objectiviteit samengaan is weergaloos beschreven.” En Margreet Spanjaard van weekblad Margriet schrijft: “Een subliem geschreven, zeer indrukwekkend boek.” Oorspronkelijk had ook Ad van Liempt, bekend van boeken als Kopgeld en Jodenjacht: de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog Van Boetzelaers boek aanbevolen, maar die heeft zijn aanbeveling ingetrokken. Want inmiddels heeft publicist Maarten van Voorst ontdekt dat talloze feiten uit Oorlogsouders niet op waarheid berusten. Zo zou de Duitse grootvader van moederskant van Isabel, Hilmar von der Recke, hevig anti-nazi zijn geweest en hebben deelgenomen aan een aanslag op Hitler. In werkelijkheid was Von der Recke tot ergens in januari 1945 kampcommandant van het beruchte, smerige en overvolle krijgsgevangenenkamp Stalag VII-A, een soort doorgangskamp voor POW’s. Er blijkt met nog veel meer feiten te zijn gesjoemeld. Isabel van Boetzelaer belooft in de vierde druk van het boek deze “weggelaten informatie” over Von der Recke te verbeteren.

Nu is De man die geen hekel had aan Joden; een botsing met het verleden uitgekomen, het ‘tegenboek’ van Chaja Polak, waarin ze de vele weglatingen, verdraaiingen en regelrechte leugens uit Oorlogsouders aan het licht brengt. Ik stap kwaliteitsboekhandel Hoogstins in de Kinkerstraat binnen en vraag naar haar boek. Niet meteen herkenning bij de boekverkoper, maar op de computer ziet hij dat er wel een exemplaar moet zijn. Het blijkt in de kast Geschiedenis te staan.

Thuis begin ik te lezen. Hoe Chaja in maart 2017 een brief mailt naar NRC, met de hartenkreet: “blijkbaar is nu de tijd aangebroken (om) zachtaardige SS’ers ten tonele te voeren.” Hoe ze in contact komt met Maarten van Voorst. Hoe ze door het lezen van Oorlogsouders een jaar lang niet goed heeft kunnen slapen, de beelden van haar gearresteerde ouders opkwamen, haar vader die geen afscheid kon nemen van zijn peuter. Hoe zij in haar hoofd aan een stuk door denkbeeldige gesprekken voerde met Van Boetzelaer, met een medewerkster van Westerbork, met Ad van Van Liempt in wie ze, juist omdat ze hem zo hoog had zitten, enorm teleurgesteld is. Omdat Van Liempt het boek aanvankelijk heeft aangeprezen en omdat hij in de Adviesraad van Westerbork zit, en het er kennelijk mee eens is dat Isabel van Boetzelaer wordt uitgenodigd op die plek een lezing te geven. (In september 2018 wordt de lezing afgelast – niet vanwege weglating of verdraaiing van feiten, maar vanwege alle commotie.)

Chaja en haar broer Hans krijgen toestemming van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging om het drie dozen dikke dossier Van Boetzelaer in te zien. Ze ontdekken dat politieagent Johannes Krom, die Chaja’s ouders op hun onderduikadres in Rijswijk arresteerde, later met Willem van Boetzelaer samenwerkte in het Commando Van Boetzelaer van de Sicherheitsdienst. Ad van Liempt beschrijft in zijn boek Jodenjacht hoe Krom Chaja’s vader Hans Polak heeft gemarteld, waarbij Van Boetzelaer hem heeft laten begaan. Andere getuigenissen in het Centraal Archief vertonen een veel wreder beeld van Van Boetzelaer dan zijn dochter in haar boek heeft willen beschrijven. Tijdens het proces in 1947 tegen Van Boetzelaer werd dan ook de doodstraf geëist, die later werd gewijzigd in ‘levenslang’, vanwege de jonge leeftijd van de beklaagde, met de opmerking van de rechtbank dat Van B. voor mensen jonger dan hijzelf geen mededogen kende. Andere opmerking van de rechtbank: “Na de jaren in Rusland is de baron geheel in nazistijl doorgegaan. Hij is sterk pro-Duits gebleven en geloofde in een Duitse overwinning door geheime wapens” (V2 en het atoomwapen waaraan werd gewerkt, voegt Chaja Polak toe).

De ongerustheid van Chaja Polak betreft vooral het verzachtende beeld van een Nederlandse SS’er dat het publiek wordt voorgehouden. De grote nivellering, die misschien is begonnen bij historicus Chris van der Heijden, de gelijkmaking waar wijlen Evelien Gans de laatste jaren voor waarschuwde, het opzettelijk grijsgemaakte beeld waarin iedereen een beetje slachtoffer en een beetje dader wordt, waarin geen sprake meer is van schuld of van keuzes maken en verantwoordelijkheid voor die keuzes dragen.

Delen |

vrijdag 12 oktober 2018

Eind jaren tachtig zag ik Marceline Loridan voor het eerst bij het Jeruzalem Filmfestival. Ik had daar de taak de gasten te begeleiden van hotel naar bioscoop, van bioscoop naar restaurant of naar de bus die hen meenam op een uitstapje naar de Dode Zee. Misschien werd toen Une histoire de vent gedraaid, een nogal sprookjesachtige film van Joris Ivens en Loridan samen, opgenomen in de Chinese Gobiwoestijn. Ze viel in ieder geval op tussen de artistieke gasten door haar vlammend oranjerode haar, en haar levenslust: terwijl iedereen ’s avonds op apegapen lag na een dag van films en hitte, ging zij nog mee naar de disco om te dansen.

In 2003 was Loridan opnieuw in Jeruzalem, voor de presentatie van haar film over Birkenau. La petite prairie aux bouleaux gaat over een oudere Joodse vrouw, Miriam, (de Joodse naam van Marceline) die voor het eerst na de oorlog terugkeert naar Birkenau. Zij onmoet daar een jonge Duitse fotograaf, Oskar, kleinzoon van een SS-kolonel. Uit het overleverschuldgevoel van Miriam en de tweede generatie schuldlast van Oskar, ontstaat een onwaarschijnlijke vriendschap. De film wordt gedragen door Anouk Aimee, die Miriam speelt; August Diehl is Oskar.

Ze is duidelijk ouder geworden, tussen de sproeten nu ouderdomsvlekken, maar nog steeds dat uitbundige rossige haar. Ik vraag haar hoe het is om nu (2003) als Jodin in Parijs te leven.

“Het is triest en het is verscheurend. Er is van alles aan de hand, Frankrijk is een land in beroering; er is het oude rechtse antisemitisme, en wat links betreft, men heeft in de Palestijnen de nieuwe arbeidersklasse gevonden. Maar ik zou niet willen zeggen dat heel Frankrijk een antisemitisch land is geworden, ik wil niet overdrijven.” (In latere interviews is Loridan somberder over het herlevend antisemitisme in Frankrijk.)

Wanneer vatte u het plan voor deze film op?
“Ik heb deze film langer dan dertig jaar bij me gedragen. Ik heb hem altijd willen maken, maar ik had tijd nodig voor deze geschiedenis; ik moest rijper zijn, afstand hebben. Na de dood van mijn man (Ivens overleed in 1989) ben ik er aan begonnen te werken.”

Ze vertelt dat ze uit een Pools gezin komt. Haar vader is in 1919 vanwege het antisemitisme uit Polen gevlucht. Hij had al twee kinderen en in Frankrijk kwamen er nog drie bij. Marceline Rosenberg (Loridan is de achternaam van haar kortstondige eerste echtgenoot) werd samen met haar vader in februari 1944 gearresteerd, ze was bijna 15. Haar vader heeft een dodenmars van Auschwitz naar Gross-Rozen niet overleefd. Zelf heeft zij ongeveer achttien maanden in Birkenau gezeten en is via Bergen-Belsen, Theresienstadt en Leipzig na de bevrijding in Frankrijk teruggekeerd.

Hoe heeft u uw leven na de oorlog weer opgepakt? Wie heeft u geholpen, aan werk, aan woonruimte?
“Niemand heeft me geholpen, ik heb het helemaal alleen gedaan. Mijn broers en zusjes waren ondergedoken, waren uit Frankrijk gevlucht. Ieder had een eigen lot.”

Is La petite prairie een autobiografische film?
“Het is een mengeling van biografie en fictie. Als je het over Auschwitz-Birkenau hebt, moeten de feiten helemaal kloppen, je kunt geen verhalen gaan verzinnen. Je moet de werkelijkheid respecteren vanwege andere overlevenden. Je kunt niet zomaar wat zeggen. De gebeurtenissen waarover ik in de film vertel, zijn waar gebeurd. Verder is het een mengeling van fictie en realiteit. Het probleem van ons geheugen vormt een belangrijke hindernis. De herinneringen in de film zijn míjn herinneringen, de vertekeningen zijn míjn vertekeningen. Want om te overleven heb ik lange tijd feiten moeten bedekken, verdringen, die ik nu heb moeten uitgraven – zoals we de diepe geulen uitgroeven waarin we de Hongaren (lijken van Hongaarse Joden) moesten gooien, dichtbij het crematorium. Het is heel moeilijk om te weten dat je zulke verschrikkelijke dingen hebt moeten doen om te overleven.”

Ik zeg dat ik zelf nooit naar Auschwitz heb durven gaan en dat het bij het zien van de film bijna was alsof ik daar zelf rondliep, ook omdat het zo’n trage film is. Het was belangrijk dat de film dat soort identificatie zou oproepen, zegt Loridan, dat anderen mee konden lopen zonder het helemaal te begrijpen, maar met een begin van begrip. “Anouk Aimee vertelt niet alleen de details, ze leeft de details zelf. Dat was bij het filmen in het kamp heel belangrijk voor me. En het feit dat ik de realiteit met fictie kon vermengen, zoals we al in de film Une histoire de vent hebben gedaan. De laatste film die ik met Joris Ivens heb gemaakt.”

Was het moeilijk voor de filmploeg om daar te werken?
“Ik wist dat Birkenau een hel was, maar een hel kan ook geschenken opleveren. Dat geschenk bestond uit de noodzaak om een Frans-Pools-Duitse groep, van wie niemand iets van Birkenau af wist, tot een eenheid te maken, en een goede orkestmeester te zijn. Geen gewelddadige orkestmeester. Ik heb hun veel van mezelf moeten laten zien, alles uit moeten leggen, om de groep tot een eenheid te maken. En Ivens was bij me in Birkenau, ik keek naar de hemel … Het is de ervaring van het werken met Joris die me heeft geleerd hoe ik een groep bij elkaar krijg, hoe ik goed moet luisteren naar anderen, hun ideeën, hun creativiteit kan gebruiken voor de film.”

Dat is zijn erfenis die u zich eigen hebt gemaakt.
“Ja dat is zijn erfenis in mij, absoluut. Ik heb dat pas begrepen toen we in Birkenau begonnen te filmen. Dat wist ik niet eerder. Dat zijn lessen die in je onderbewuste sluimeren en die op het juiste moment naar boven komen, zonder dat je weet waar het vandaan komt.”

U wilde aanvankelijk Jeanne Moreau hebben voor de rol van Miriam?
“Ja, eerst heb ik aan haar gedacht. Maar tenslotte kon ze de film niet maken. (Eerder vertelde Loridan me dat Moreau niet met een Joodse vrouw geïdentificeerd wilde worden vanwege de politiek van Israël.) Maar dankzij Jeanne Moreau, dankzij haar naam, hebben we wel de fondsen gevonden om de film te maken. En ik dacht al langer aan Anouk Aimee, veel mensen hadden me Anouk aangeraden en ik wist dat alleen zij dit zou kunnen doen, omdat ze op een bepaalde manier …

“Omdat ze Joods is!”, onderbreek ik haar enthousiast.
“Niet alleen omdat ze Joods is! Ze heeft de schoonheid van een vrouw van zeventig, ze heeft de benodigde gevoeligheid, het ligt gecompliceerder. Zodra ze het script had gelezen, heeft ze de rol geaccepteerd.”

Loridan vertelt dat ze in 1996 voor de tweede keer terug ging naar Birkenau en daar een jonge Duitse fotograaf tegenkwam die ‘conceptual art’ maakte in het kamp. “Hij fotografeerde de plekken waar de as lag, hij wist eigenlijk niet goed wat hij moest daar. Vanaf die ontmoeting heb ik het verhaal van de film bedacht. Ik heb met hem gepraat, maar niet uitgebreid, voldoende om mijn fantasie aan het werk te zetten. Dit was míjn ervaring, ik heb geen ervaringen van anderen gebruikt.”

La petite prairie draaide ook op het Festival van Berlijn, iets waar Loridan trots op is. ”Hij kreeg daar een grootse ontvangst. Mensen hadden kennelijk nog nooit zo’n film gezien, zo eenvoudig, zo zeer van binnenuit. Het is vooral een film die geen dik er op gelegde boodschap heeft, maar desondanks, door de personages van Oskar, zijn verhouding tot Miriam, die zegt dat zelfs mensen die zo verschillend zijn, zelfs als ze op een heel verschillende manier hebben geleden, toch moeten leren om samen te leven. Zelfs als er verschrikkelijke tegenstellingen bestaan, dan komt er toch een ogenblik dat men moet onderhandelen, en moet ophouden met oorlog voeren.”

De vertoning van de film in heel Duitsland was voor Loridan “een revanche op de geschiedenis. D’être vivant et d’être en Allemagne et que tout le monde aime le film! Weet u, het ligt heel ingewikkeld, de betrekking tussen beul en slachtoffer, heel erg ingewikkeld. En het is wonderlijk hoe het soms, ik weet niet hoe ik het moet zeggen, maar het was een Duitser van een andere generatie, daarom was het mogelijk. Oskar zelf lijdt er onder dat zijn grootvader een nazi is geweest. Als hij Miriam de waarheid zegt, dat hij de kleinzoon van een nazi is, is haar eerste reactie: nee! Tegelijkertijd is ze intelligent genoeg, begripvol genoeg, om hem te geven wat ze hem kan geven.”

Ik vertel haar dat ik wel in Westerbork ben geweest, het doorgangskamp in Nederland, en dat het zo vervreemdend was, de rust en de natuur daar te zien, terwijl kampbewoners daar in barakken leefden in angst om ‘doorgestuurd’ te worden. Dat ik dezelfde vervreemding ervaar bij de beelden van het groen en de rust in Birkenau.

Loridan: “Mijn broer is ook in Auschwitz geweest en weet je wat hij zei, het gras groeit beter op de lijken. Er is niets anders over te zeggen. Voor Miriam, als die het kamp binnengaat, is het niet leeg. Het is leeg en het is vol: met kreten, met vrouwen, met de crematoria, met gas, met selecties, met op appel staan, alles … Als je Birkenau verlaat, draag je dat kamp altijd in je hoofd. Er bestaat geen exorcisme voor deze geschiedenis, je kunt hier niets uitdrijven.”

Hoe leeft u daarmee? U leeft nog steeds een zeer vitaal le…
Geagiteerd onderbreekt Loridan. “Of je pleegt zelfmoord, of je leeft er mee, je hebt geen keus, begrijpt u? Er is niets veranderd voor mij door de film te maken, mijn doel was dat er iets verandert bij de anderen! Dingen die niemand hen ooit heeft verteld, waarover niet kon worden gesproken. Daarom is het een film over de emoties van een vrouw die terugkeert, het is geen intellectuele film.”


Deze column van Eva van Sonderen ontwikkelde zich gaandeweg tot een artikel.

Delen |

zondag 30 september 2018

Op zondag 16 september werd Ari Fuld, een 45-jarige Joodse inwoner van Efrat, de grootste nederzetting in het Goesj Etsion blok, doodgestoken door Chalil Jabarin, een 17-jarige Palestijn uit Yatta, een dorp ten zuiden van Hebron. Het gebeurde anderhalve dag voor het begin van Jom Kipoer. In Nederland haalde het misschien niet eens de pers. Maar de impact van deze moord in Israël was enorm. Ik volgde de gebeurtenissen de hele dag op Internet, wilde er over schrijven, maar het lukte me niet meer voor Jom Kipoer.

Niemand is zijn leven ooit zeker – tenslotte kan er ieder moment een kleine bloedprop in een slagader een beroerte veroorzaken of een hartstilstand. Maar als je buiten de Groene Lijn woont, (de wapenstilstandslijn uit 1948) geldt het in sterkere mate dat je je leven niet zeker bent. Niet voor niets staan er overal langs de hoofdwegen grote verbodsborden bij zijweggetjes, waarop staat dat Israëli’s die weggetjes niet in mogen slaan, vanwege gevaar voor hun leven.

Fuld kreeg bij de ingang van een overdekt winkelcentrum in Goesj Etsion een mes in zijn rug. Vlakbij de Rami Levi supermarkt, die bekendstaat om het feit “dat Joden en Palestijnen daar samen hun boodschappen doen.” Hoewel zijn long was doorboord, wist hij zich nog om te draaien en zijn aanvaller te achtervolgen, zelfs over een muurtje te springen, zijn revolver te trekken en, voor hij in elkaar zakte, op Jabarin te schieten. Een andere gewapende burger loste een tweede schot.

Fuld wordt naar Shaare Tsedek ziekenhuis gebracht, waar artsen hem vergeefs pogen te reanimeren. Jabarin wordt lichtgewond naar het Hadassa ziekenhuis gebracht. Op het Internet beelden van huilende vrienden en aanhangers van Fuld. Een foto van Chalil Jabarin toont een teenager met donkere ogen en het hoog opgeknipte haar dat op het ogenblik cool is. Hij had voor de aanval een falafel gegeten bij een snackbar naast het winkelcentrum en had een half uur op een muurtje zitten kijken, verklaarde het meisje van de snackbar achteraf. Als Fuld niet had geschoten, had zij het tweede slachtoffer kunnen worden.

Ik zat me de rest van zondag af te vragen wat het motief van Chalil Jabarin was. Wist hij dat hij een van de bekendste pro-Israël activisten doodstak? Stak hij gewoon de eerste de beste Jood die hij te pakken kon krijgen neer? Wilde hij een sjahid zijn, met 27 maagden in het paradijs en zo? In de loop van maandag werd duidelijk dat de 17-jarige zondagochtend vroeg ruzie kreeg met zijn vader omdat hij niet naar school wilde gaan. Omdat hij iets anders van plan was? Zijn vader gaf hem een pak rammel. Daarop verdween Chalil. Zijn vader gaf hem later als ‘vermist’ aan bij de Palestijnse veiligheidsdienst. Maar zijn moeder liep naar het dichtstbijzijnde checkpoint en vertelde de aanwezige soldaten dat haar zoon een aanslag wilde plegen. Te laat…


Ari Fuld groeide op in een religieus zionistisch gezin in New York; hij immigreerde in 1994 naar Israël en vestigde zich in Efrat, waar veel Engels sprekende immigranten wonen. Hij was getrouwd met Miriam en vader van vier kinderen, in de leeftijd van 12 tot 22 jaar. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar hij bleek in de kringen van religieuze zionisten een geliefde nationaal-religieuze activist te zijn, met de bijnaam de Leeuw van Zion, die een eigen radioshow had op het Internet station Israel News Talk (aangesloten bij Fox News). Onder het motto “Fighting Action with Truth” streed hij tegen BDS en tegen alle groeperingen die de legitimiteit van Israël aanvallen, en van de nederzettingen op de Westoever. Die uitzendingen werden wijd en zijd beluisterd, ook in de VS en Japan, gezien de condoleances na de moord. Ik luister naar zo’n uitzending; zijn stem lijkt op die van Bob Dylan, hij slist een beetje, net als Dylan en hij spreekt zo snel dat ik het slecht kan verstaan.

Foto’s laten een beer van een man zien, breedgeschouderd, met warme bruine ogen en een heel Jiddisj ponem. Hij was nooit ongewapend. Hij vervulde zijn diensttijd bij de Israëlische paratroepers, en raakte in 2006 gedurende de Libanon oorlog gewond. Toen hij met zijn mede-soldaten uitgeput de Israëlische grens bereikte, was er niemand om hen op te vangen, totdat er een vrachtwagen verscheen van Standing Together, een organisatie die soldaten van het Israëlische leger steunt. Ze deelden water, frisdrank en eten uit aan de uitgeputte soldaten. Dat maakte zo’n indruk op hem dat hij vrijwilliger werd bij Standing Together en later onderdirecteur van deze ngo. Toen hij na zijn veertigste niet meer hoefde op te komen voor de dienst verscheurde hij het papier met die mededeling, hij wilde Israël blijven verdedigen. Hij had iets spontaan kinderlijks; tijdens de begrafenis zondagnacht vertelde zijn zoon Yakir dat zijn vader “alleen aan de buitenkant oud leek – van binnen was hij nog steeds vijf of zes jaar.” Als zijn kinderen een verjaarscadeau kregen, bijvoorbeeld een autootje met remote control, was Fuld de eerste die er mee op straat stond en het speelgoed uitprobeerde.

De veroordeling van de moord, de condoleances en de herdenkingen bestreken het hele politieke spectrum. Van Yariv Oppenheimer, directeur van Vrede Nu, en Noor Dahri, een Pakistaanse dissident, moslim en anti-terreur activist tot aan Netanjahoe en president Rivlin, die beiden naar de sjiwwe kwamen. Rivlin sprak zijn afschuw uit over de moord en verzekerde dat het hele Joodse volk meehuilde met het gezin. Oppositieleidster Tsipi Livni verscheen als een van de eersten bij de sjiwwe.

Ari Fuld was tegelijkertijd een enthousiast Mensch met een warm hart voor Israël, voor de Tora en het Joodse volk, én een radicaal-rechtse zionist, die er van overtuigd was dat er met de Palestijnen geen vrede mogelijk was, omdat ze er op uit waren alle Joden te doden en Israël te laten verdwijnen. Wat me opviel, was dat zijn grootvader de Sjoa overleefde. Fulds ontijdige en gewelddadige dood lijkt zijn gedachtegoed te bevestigen – maar kan er ook op wijzen hoe belangrijk het is om de verschrikkingen van de Sjoa te verwerken, opdat ze niet de ideologie van de derde of vierde generatie bepalen.

Delen |

vrijdag 7 september 2018

Op de markt en in de supermarkten liggen de rimoniem (granaatappels) hoog opgestapeld, net als de potten honing en de honingcakes. In Rami Levi’s supermarkt zou een verkeersagent aanwezig moeten zijn om de opstoppingen veroorzaakt door boodschappenkarren te voorkomen.

Wat de voedselvoorziening voor de Jamiem Noraiem betreft, wordt er hard gewerkt. “Sjana tova oemetoeka!”, riep ik toen ik na een behandeling vertrok bij mijn tandarts. “O nee, metoeka is slecht!”, corrigeerde ik met een blik op het kleine borsteltje dat ik had meegekregen om mijn tandvlees te masseren.

Nou ja. Wat, behalve zoet, is er verder nodig voor Rosj Hasjana, Jom HaDin?

Er is genoeg slecht (naar mijn mening) nieuws te melden de laatste maand. Verschillende berichten van Arabische Israëli’s of Palestijnen die werden aangevallen door Joodse Israëli’s. Eind augustus werden drie Arabieren – een arts en twee verpleegkundigen – uit de stad Sjfaram op een strand ten zuiden van Haifa met messen en ijzeren staven aangevallen door negen Joodse onverlaten. Gelukkig wisten twee Joodse omstanders de aanval te stoppen, en belden ze politie en een ambulance. Drie van de aanvallers zijn inmiddels opgepakt, een van hen heeft een criminele achtergrond.

Ook werden in augustus vier activisten van Ta’ayush aangevallen in de heuvels ten zuiden van Hebron. De jeugdige aanvallers, van wie sommigen gezicht bedekkende lappen droegen, waren waarschijnlijk afkomstig uit de illegale ‘buitenpost’ Mitzpeh Yair. Er waren soldaten aanwezig, maar die grepen niet in. Ta’ayush is een beweging van Joodse en Palestijnse activisten die samen de Israëlische ‘bezetting’ proberen te beëindigen en gelijke burgerrechten te krijgen voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever door, zoals ze zelf schrijven, “concrete geweldloze acties.”

Verder een bericht van de non-gouvernementele organisatie Jesj Din dat nederzetters op de Westelijke Jordaanoever een Palestijns huis aan de rand van het dorp Burin ten zuiden van Nablus aan het bekogelen waren met stenen. Ook daar was het leger aanwezig, maar trad niet op.

Op de weegschaal van chesed (barmhartigheid) en gevoera (gestrengheid) mag wat mij betreft een zwaar gewicht aan de kant van chesed worden gelegd, vanwege het verzet tegen de deportatie van de circa 40.000 asielzoekers (door de regering ‘infiltranten’ genoemd) uit Soedan en Eritrea die via de Sinaïwoestijn Israël hadden weten te bereiken. De regering Netanjahoe wilde hen uitzetten naar Rwanda en Oeganda en verspreidde documenten dat daarover waterdichte afspraken met de regeringen van beide landen waren gemaakt. Daar bleek niets van waar te zijn. Vluchtelingen die naar een van die landen waren afgereisd, lieten de achterblijvers in Israël weten dat ze niet moesten vertrekken. Er was helemáál geen opvang in Rwanda of Oeganda en sommige vluchtelingen waren al bij aankomst beroofd van hun ‘oprotpremie’ van 3500 dollar.

Wat betreft het goede nieuws: de Israëlische Hotline voor Vluchtelingen en Migranten is, terugkijkend op het afgelopen jaar, bijzonder verheugd dat de geplande deportatie van circa 40.000 asielzoekers niet is doorgegaan door de talloze demonstraties, zowel in Israël als in het buitenland. Niet alleen de asielzoekers zelf demonstreerden, ook tal van medestanders, bondgenoten. Dat wil niet zeggen dat alles nu is geregeld, want allereerst is er beleid nodig om die 40.000 Afrikanen te laten integreren in Israël, door hen te behandelen als andere nieuwe immigranten: een stoomcursus Ivriet, tijdelijke huisvesting en eventuele beroepsopleidingen. De Hotline vraagt nog steeds om donaties. En ten tweede moet de belofte aan de bevolking van de achtergestelde buurten rond het Oude Busstation in Tel Aviv – het opknappen van hun sloppenwijk – nog worden waargemaakt.

Genoeg te doen in het nieuwe jaar 5779

Delen |
nov 2018Da'at Elyon
nov 2018Chaja Polak: ‘De man die geen hekel had aan Joden’
okt 2018Gesprek met Marceline Loridan-Ivens (2003)
sep 2018Ari Fuld z.l. – een sympathieke rechts-radicale settler
sep 2018Rosh Hasjana, goed en slecht nieuws
aug 2018Wel of niet (koosjer) vlees eten
jul 2018Tisja beAv – The joy of our heart has ceased, our dancing has turned into mourning
jul 2018In memoriam – Claude Lanzmann
jun 2018Pluralisme in Jeruzalem en Tel Aviv
mei 2018Pressurecooker Gaza ontploft
mei 2018Onnodige tragedie
apr 2018Israëls zeventigste verjaardag
apr 2018Lange, hete zomer
mrt 2018Een toevallig gevonden boek
mrt 2018Terugblik op Poerim
feb 2018Noodkreet
jan 2018Deportatie en verzet
jan 2018Doodstraf
dec 2017Rust en rumoer
nov 2017Meeliften op het dagboek van Anne Frank
okt 2017Noach, de zondvloed en (seksueel) geweld
okt 2017Vreugde van het water scheppen
okt 2017Een dinsdag in Jeruzalem
sep 2017New age, alt-right en antisemitisme
aug 2017De totale zonsverduistering
jul 2017De Kotel en de wet op bekering
jun 2017Geweld tegen Arabische vrouwen
mei 2017De zakenman en het fotomodel op bezoek in Jeruzalem
mei 2017Jom Hasjoa in Israël
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal. Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël