sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, onder leiding van Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Verder schrijft ze voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin.

vrijdag 7 juli 2017

Deze week kan ik niet goed over iets anders schrijven dan over de Kotel (de Westelijke Tempelmuur) en over het wetsvoorstel dat in Israël het ultra-orthodoxe opperrabbinaat voortaan het monopolie heeft op alle bekeringen tot het jodendom. Vooral dit laatste wetsvoorstel dreigt de toekomstige bevolkingssamenstelling van Israël bepalen. Blijft Israël een land voor alle Joden, ongeacht hun mate van religiositeit of tot welke religieuze stroming zij behoren, of wordt het een ultra-orthodoxe theocratie?

Ga ik vaak naar de Kotel? Niet echt. Heel vroeger wel, vóórdat je door een sluis moest waar je je tassen door een röntgenapparaat moet halen. Dat moet helaas om een eventuele aanslag te voorkomen, maar het doet afbreuk aan de spirituele ervaring. Wel ben ik een keer na een nacht doorlernen op Sjawoeot, meegelopen naar de Kotel. Dat was een indrukwekkende ervaring, (ook door het ijle bewustzijn na een nacht niet slapen) tussen die honderden in het wit geklede mensen die het hele plein voor de Muur vulden. Heb ik deelgenomen aan activiteiten van Women of the Wall, die daar met Rosj Chodesj proberen diensten te houden, met tallitot, gebedsriemen en meegebrachte Torarollen? Ook al niet. Het lukte me nooit er om zes uur ’s ochtends voor op te staan, en ik ben ook niet zo van de polariserende acties. Maar als er na 24 (!) jaar, via bemiddeling door Sjaransky, een compromis wordt bereikt waarbij een apart platform bij de zuidelijke Tempelmuur wordt beloofd, groot genoeg voor ‘egalitaire diensten’, vind ik dat een oplossing die ieder in z’n waarde laat. (We moeten trouwens niet vergeten dat er een klein orthodox groepje Women of the Wall is dat zich door dit compromis in de steek gelaten voelde: zij wilden als vrouwen apart met Tora-rollen en alles kunnen bidden, zonder mannen er bij.)

De (ultra)-orthodoxie is uiteraard opgetogen. Minister van Binnenlandse Zaken Aryeh Deri (heeft in de gevangenis gezeten vanwege corruptie en misbruik van gemeenschapsgelden, maar bekleedt nu weer een ministerspost) zegt op een bijeenkomst van zijn sefardische partij Shas: “we hebben niets tegen welke Joden dan ook. Het zijn allemaal onze broeders. Ons gevecht is tegen hun benadering, hun ideologie die probeert hier een nieuw soort jodendom te brengen.” Over “onze zusters” heeft hij het niet, in de charedi wereld maken mannen de dienst uit. Charedi rabbijn Eisenstein uit de Jeruzalemse wijk Ma’alot Dafna zegt iets dergelijks: “De reform en conservative stromingen dreigen het voortbestaan van het Joodse volk te ondermijnen. De reden dat het jodendom duizenden jaren en alle moordpartijen heeft overleefd, is dat onze religie de enige is die altijd hetzelfde is gebleven, zoals ze aan ons werd gegeven op de berg Sinai. Wie heeft jullie, conservative en reform, het recht gegeven een nieuwe religie te maken?”

Deze Eisenstein heeft een karikaturaal beeld van niet-orthodoxe Joden: “Het zijn mensen die lid zijn van een reform/conservative tempel en dan één keer per jaar komen opdagen voor de Hoge Feestdagen. Ze gaan naar nachtclubs, mannen en vrouwen samen, en zien daar onbehoorlijk geklede vrouwen.” Chas ve shalom dat dit soort Joden een eigen plek zou krijgen en de heiligheid van de Kotel in gevaar brengt. Hij is duidelijk over het doel van de wet op bekering: die moet een eind maken aan de erkenning van niet-orthodoxe stromingen. Niet dat de ultra-orthodoxen dat nodig hebben, die kunnen heus wel onderscheid maken tussen wie ‘echt Joods’ is en wie niet, zegt hij. Maar seculiere Joden kunnen dat niet, die lopen gevaar iemand te trouwen die niet Joods is (= die geen Joodse moeder heeft). Ofwel, díe seculiere Joden moeten tegen zichzelf worden beschermd.


Zo was de Kotel– Klaagmuur – vroeger, voor 1967. Niks scheiding tussen mannen en vrouwen, foto van Ezra Rehana

Zaterdagavond 2 juli, na afloop van de sjabbat, was er een grote demonstratie, de schattingen lopen uiteen van vijfhonderd tot duizend mensen, bij de ambtswoning van Netanjahoe. Georganiseerd door de conservative en reform beweging plus Women of the Wall. Op de borden twee leuzen: “Bibi, verdeel het Joodse volk niet”; en “Jodendom zonder dwang”. In Haaretz stond de volgende dag dat de strijd tegen de ultra-orthodoxe pogingen tot machtsovername niet door Amerikaanse Joden kan worden gewonnen – Israëlische Joden zullen zich massaal moeten roeren.

De mij het meest aansprekende opinie over dit conflict las ik in de internetkrant The Times of Israel 26 juni jongst leden, van Alon Goshen-Gottstein, directeur van het Elijah Interfaith Instituut. Hij is zelf op vrijdagavond een trouw bezoeker aan de diensten bij de Kotel. En vroeger was hij het oneens met de bekende orthodoxe professor Leibowitz z.l., die het bidden bij de Kotel een vorm van afgodendienst noemde. Nu schrijft hij: “De Kotel symboliseert zowel ‘afwezigheid’ als ‘aanwezigheid’. Hij is een herinnering aan de Tempel die er niet meer is; tegelijkertijd heeft volgens de rabbijnse traditie de Sjechina, de Goddelijke Aanwezigheid, de Muur nooit verlaten. Veel gelovigen hebben daar dan ook spirituele of mystieke ervaringen.”

Het probleem is dat de Kotel ook een nationalistisch symbool is geworden, van de hereniging van Jeruzalem bijvoorbeeld, niet langer alleen een plek voor een innerlijke dialoog met God. Soldaten leggen op het plein hun eed van trouw af. Goshen-Gottstein: “De officiële redenatie spreekt over ‘de heiligheid van de Kotel’. Maar waar het echt om gaat, is de nationale betekenis van de Kotel als symbool van de eenheid van het Joodse volk, het gaat er om iedere erkenning van niet-orthodoxe stromingen de kop in te drukken. Het is een politieke machtsstrijd. En als nationale symbolen belangrijker zijn geworden dan spirituele verbinding – dan is dat inderdaad afgodendienst.”

Delen |

vrijdag 23 juni 2017

Er is onlangs enige ophef ontstaan over een rapport van VN-rapporteur Dubravka Simonovic aangaande het veronderstelde verband tussen huiselijk geweld van Palestijnse mannen tegen hun vrouwen, en de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Ofwel, kort door de bocht: “het is Israëls schuld als Palestijnse mannen hun vrouwen mishandelen”.

Namens UN Watch vroeg Hillel Neuer hoe de rapporteur aan haar gegevens was gekomen, want dat stond nergens in het rapport, er werden geen cijfers genoemd, er was geen vergelijking met de situatie van vrouwen in andere Arabische landen zoals Libanon, Jordanië, Egypte of de Sinaï. Bovendien werd er geen woord gewijd aan islamitische predikers die op de Palestijnse televisie komen uitleggen hoe men zijn vrouw kan slaan: “niet zo dat ze er lelijk van wordt of dat de politie er bij moet komen”.

Natuurlijk zal geweld tegen vrouwen (en kinderen niet te vergeten) toenemen naarmate een samenleving erger onder druk staat door oorlogen, aanslagen, armoede en werkloosheid. Dat geldt voor Palestijnse vrouwen en dat geldt voor Israëlische vrouwen. In Israël zijn ook meer meldingen van huiselijk geweld in tijden van oorlog of terreuraanslagen. Zoals in het oude feministische liedje: “In Holland staat een huis. En in dat huis daar woont een man. En die man die slaat zijn vrouw. En die vrouw die slaat het kind. En het kind dat knijpt de poes. En de poes die vreet de muis, in Holland staat een huis”. Maar in de Arabische samenleving ligt de eerste oorzaak toch in een bijzonder patriarchale samenleving, waar mannen het hoofd van de grootfamilie vormen en vrouwen een ondergeschikte positie innemen.

In Haaretz stond 21 juni jongstleden een artikel speciaal over Arabische vrouwen in Israël die er toe worden overgehaald of gedwongen met geestelijk gehandicapte mannen te trouwen. Het gaat meestal om vrouwen uit arme gezinnen, met weinig opleiding, die eind twintig, begin dertig nog niet getrouwd zijn en bang zijn over te schieten. In een maandblad uitgegeven door het ministerie van Arbeid staat voor het eerst een onderzoek waarbij twaalf Arabische vrouwen zijn geïnterviewd over het hoe en waarom van zo’n huwelijk. Driekwart van hen was zich niet bewust van de handicap van hun aanstaande, die ze een of twee keer hadden gezien, onder het wakend oog van de familie. Zes van de twaalf vrouwen zeiden dat er druk op hen was uitgeoefend om toe te stemmen in het huwelijk. De meeste vrouwen zeiden ja omdat ze graag echtgenotes en moeders wilden worden en wilden ontsnappen aan de lage status die ze als ‘oude vrijsters’ hadden. Economisch en sociaal gingen ze er op vooruit en het huwelijk was de enige manier om sex te hebben en kinderen te krijgen Ze voelden wel dat er “iets vreemds” was aan hun toekomstige echtgenoot, maar ze begrepen zijn conditie toch niet echt. Een meerderheid van de vrouwen zei dat hun broers zich actief bemoeiden met hun uithuwelijking.

Toch blijken deze gearrangeerde huwelijken niet altijd ongelukkig te zijn. Ook al zijn de vrouwen eerst teleurgesteld, sommigen van hen ontdekken later dat ze meer zelfstandigheid en macht hebben dan andere Arabische vrouwen. Ze zijn in feite hoofd van het gezin, niet afhankelijk van een man die bepaalt wat ze wel en niet kunnen doen. Meestal is de familie van de bruidegom welvarender dan die van de bruid, dus de vrouw is financieel beter af en beheert het gezinsbudget. Ze beslist zelf waar ze het geld aan uitgeeft. Wel heeft ze de zorg voor een geestelijk gehandicapte man, maar zijn familie is haar dankbaar en springt meestal wel bij met hulp. De 35-jarige Yasmin zegt: “Ik behandel hem alsof hij een van mijn twee kleintjes is. Ik heb dus drie kinderen. Dat vind ik niet erg. Al mijn vriendinnen zouden graag zo vrij zijn als ik, zonder dat hun man en zijn familie bepalen wat zij wel en niet kunnen doen.” Ze voegt er aan toe dat ze van haar man houdt, hij is een goed mens en tegenwoordig ziet ze in dat hij een geschenk is dat Allah haar heeft gestuurd.

Natuurlijk loopt het niet altijd zo goed af. De afgelopen maand werd een jonge vrouw uit het bedoeïenenstadje Lakiya in de Negev-woestijn vermoord door drie mannelijke familieleden. Hanan al-Bahiri was getrouwd met een gehandicapte man. Een van haar ooms had het huwelijk gearrangeerd en de bruidsprijs betaald. Nadat ze op haar verzoek was gescheiden van haar man, voegde haar oom haar toe “dat ze maar thuis bij haar moeder moest blijven rotten en haar mond moest houden”. Zou ze dat niet doen, ging ze de straat op, dan wist ze wat er zou gebeuren. Omdat de bruisschat moest worden terugbetaald aan de oom was Hanan toch van plan te gaan werken. Op een avond werd ze op weg naar huis ontvoerd en later vermoord. De politie heeft de daders weten te vinden, hun motief was de angst dat Hanan de familie in opspraak zou brengen doordat ze ging werken en misschien zou gaan daten met andere mannen. Eerwraak dus. Hanans moeder vertelt dat het gezin, sinds zij naar de politie ging om aangifte te doen van de verdwijning van haar dochter, bedreigingen ontvangt. Haar andere kinderen durven niet maar naar school te gaan.


De vrouwen uit het onderzoek komen uit Arabische dorpen in het noorden van Israël. Hanan al-Bahiri kwam uit Lakiya in de Negev. Geen van hen van de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook.

Delen |

vrijdag 26 mei 2017

Maandag 22 mei was het uiterst stil in zuid-Jeruzalem, het leek wel Jom Kipoer. Veel van de wegen in en naar het centrum waren afgesloten voor verkeer en de bussen reden niet, allemaal vanwege Trumps bezoek aan Jeruzalem. Sommige mensen bleven maar thuis, omdat hun werkplek onbereikbaar was. Y. had een werkbezoek aan een cliënt op Derech Bethlehem en besloot daar lopend naar toe te gaan, de rijweg zelf was voor verkeer afgesloten. Om haar huis weer te bereiken moest ze behoorlijk omlopen. Dat leverde een ontdekking op: een Amerikaanse helikopter, geparkeerd op een rommelig terrein bij het gerenoveerde voormalige treinstation. De persoonlijke Marine One helikopter van Trump, bleek later.


Trumps privé helikopter geparkeerd bij het voormalige treinstation in Jeruzalem, foto: Y. Wolff

Zelf probeerde ik hoe dicht ik bij het King David hotel kon komen, waar het echtpaar T. de nacht hadden doorgebracht in de presidentiële suite. Dat lukte niet erg, alle wegen naar het hotel waren afgezet met dwarsgeparkeerde bussen en contingenten politie. Zelfs het gebouw van de YMCA, tegenover het King David, waar ik slinks door trachtte te sluipen, was verboden terrein. Opvallend waren onderweg de grote reclameborden met: Jerusalem welcomes Trump en: Trump is a friend of Zion. Er blijken er 42 van te staan in het centrum van de stad. Een initiatief van en betaald door Mike Evans, een invloedrijke christelijke zionist volgens Haaretz, die er honderdduizend dollar voor over had om de Amerikaanse president aan zijn verkiezingsbeloftes te herinneren: Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad en er de Amerikaanse ambassade te vestigen. Ook het orthodoxe Israel Center in de Keren Hayesod straat liftte mee op het Amerikaanse bezoek met een spandoek aan de gevel: heeft Trump zijn kleinkinderen al opgegeven voor het Dror zomerkamp?

Na de bling-bling ontvangst door het Saoedische vorstenhuis met hun gouden paleizen, kamelenoptocht en zwaarddansen, was de ontvangst in Israël nogal gewoontjes, huiselijk zelfs. Op de rode loper naast het Air Force One vliegtuig converseerde Sara Netanjahoe met de Trumps over het onderwerp dat de media een hekel hebben aan de Netanjahoes, net zoals dat geldt voor de Trumps, maar dat het volk van hen houdt. In de rij vips die Trump de hand moest drukken, had het minder belangrijke Knessetlid Oren Hazan (Likoed) zich er ongenood tussen gewurmd, sloeg een arm om Trump heen en maakte aanstalten een selfie te maken. Zijn smartphone weigerde en Trump bleef geduldig wachten – terwijl Netanjahoe Hazan ondertussen trachtte weg te duwen – tot de selfie was genomen …

Trump is de eerste Amerikaanse president in functie die een bezoek bracht aan de Oude Stad. Voorgaande presidenten bleven daar weg; de Oude Stad wordt door de VS beschouwd als bezet gebied. Nadat het echtpaar Trump ruim een uur in de Heilige Grafkerk had doorgebracht, begaven ze zich naar de Kotel (de Klaagmuur). Trump samen met zijn schoonzoon Jared Kushner en de ‘rabbijn van de Kotel’ Shmuel Rabinowitz aan de kant voor de mannen; Melania en Ivanka Trump liepen naar de kant voor de vrouwen. Ivanka Trump, die een klein zwart hoedje op haar opgestoken haar droeg, leek oprecht aangedaan door de plek waar zij stond. Het verzoek van Israël om Trump te laten vergezellen door Netanjahoe was eerder afgewezen door het Witte Huis. Vernederend voor Bibi, maar het zou een te grote legalisering van de Israëlische claim op het gebied vormen, neem ik aan.

In de rede die Trump in het Israel Museum hield – de eerder geplande locatie in Massada was afgevallen omdat daar geen platform was waar Trumps helikopter kon landen – keerde hij zich allereerst tegen terreur, met name van Hamas, Hezbollah en IS, en ook tegen de uitspraken van de Iraanse machthebbers die Israël van de kaart willen vegen. Hij beloofde dat zijn regering altijd aan Israëls zijde zal staan (niet zoveel anders dan Obama die beloofde “Israel, we will have your back”). Zijn speech was optimistisch: Abbas staat klaar om vrede te sluiten, Netanjahoe ook, en vanuit Saoedi-Arabië komt de boodschap dat men graag een relatie met Israël wil – mits het Palestijnse probleem wordt opgelost. Over de voorwaarden en uitwerking van deze vrede bleef hij vaag, het begrip ‘twee-staten-oplossing’ viel niet.

Kortom, een hoop mooie woorden, maar weinig inhoud, geen concrete plannen. Veel Israëli’s zijn tóch enthousiast, want Trump heeft hen in het hart geraakt. Hij is geen koele intellectueel als Obama, hij is een man van het volk al is hij miljardair, hij praat recht voor zijn raap en spreekt ronduit over “de oude en eeuwige banden van het Joodse volk met dit heilige land, die dateren van duizenden jaren geleden, met inbegrip van de regering van Koning David, wiens ster nu trots staat op Israëls blauw-witte vlag.”

Ook de tweede dag van Trumps bezoek, toen hij Abbas opzocht in Bethlehem, bleven de helikopters luidruchtig boven de hoofdstad cirkelen. Om een uur of vier ’s middags vertrok het Amerikaanse bezoek vanaf Ben Goerion, op weg naar Rome, en werd het eindelijk stil. Tijd om de stad op te ruimen, alle plastic drinkflesjes en lege chipszakken op te vegen. Y. belde op – ze had ’s ochtends, zoals ze regelmatig doet, een ziek Palestijns jongetje met zijn vader naar het Shaarei Tsedek ziekenhuis gereden voor de nierdialyse die het kind daar krijgt. Onderweg kletst ze weinig met de vader en zeker niet over politiek, maar deze keer begon hij zelf over Trumps bezoek aan Saoedi-Arabië: “Hij is een businessman – hij heeft daar hele goede zaken gedaan.” Met het oog op de handelsovereenkomst die Trump daar heeft gesloten – de verkoop van zeer geavanceerde wapens aan Saoedi-Arabië voor meer dan 110 miljard dollar over een periode van tien jaar –, is dat een juiste analyse.

Delen |

vrijdag 5 mei 2017

Op Jom Hasjoa werd in Israël op kanaal 10 een enige jaren geleden gemaakte documentaire van Orly en Guy, Het Hollandse Geheim, herhaald. In deze film leidt Avraham Roet, een Israëlische zakenman van Nederlandse afkomst, een van de bekendste onderhandelaars met de Nederlandse regering ten tijde van de Maror-kwestie, twee Israëlische journalisten rond op het terrein van het voormalige kamp Vught. De titel laat zien waar het de makers om gaat: het doorbreken van de mythe dat Nederland zo’n fantastisch verzetsland is geweest ten aanzien van de Joodse bevolking. Volgens mij weten goed ingelichte Israëli’s inmiddels al zo’n twintig jaar dat de houding van de Nederlandse bevolking minder heroïsch was dan vroeger werd gedacht, maar goed. Avraham Roet zelf heeft de oorlog overleefd op veel verschillende onderduikadressen; zijn zusjes zijn in Auschwitz vermoord.

Ik heb geen televisie en heb de documentaire zelf niet gezien, alleen een trailer. Wel las ik op Facebook en op een forum voor Israëlische Nederlanders dat er nogal wat ophef over was ontstaan. Er zouden allerlei onjuistheden in zitten. Zo werd er gezegd dat 85 procent van de Nederlandse Joden was vermoord in plaats van 75 procent (wat al erg genoeg is), dat Vught “een kamp niet ver van Amsterdam was”. Er werd gesuggereerd dat het een Nederlands concentratiekamp was in plaats van een SS-concentratiekamp op Nederlandse bodem, en er werd gesuggereerd dat Nederlandse vrijwilligers daar de moord op gevangenen pleegden.

Reacties onder oud-Nederlanders in Israël liepen uiteen van “goed zo, eindelijk wordt de waarheid eens gezegd!” via “Hoewel veel dingen correct zijn, vind ik dat Holland teveel door het slijk gehaald wordt” en “dit is gewoon een modern journalistiek programma, het hoeft niet allemaal zo diepgaand te zijn” tot een genuanceerd antwoord van historicus Chaya Brasz. Ze wees er op dat Het Hollandse Geheim een voorbeeld is van hoe je het niet moet doen: een documentaire maken zonder enige kennis van het onderwerp, zonder het raadplegen van mensen die die kennis wel hebben en ten slotte ook nog zonder enige kennis van hoe sommige slachtoffers omgaan met hun trauma’s naar de buitenwereld, zichzelf en hun familie toe. Ze wees er op dat er geen enkele psycholoog of historicus in voorkwam die iets uitlegde en de noodzakelijke correcties aanbracht op wat de kijker had gezien “door de ogen van een woedend slachtoffer.” Brasz wees er op dat Nederland weliswaar een regering had die naar Engeland vluchtte, en tijdens en na de oorlog de Joodse bevolking geheel in de steek heeft gelaten, maar dat Nederland ook uniek is doordat er zoveel verzetsgroepen werden gevormd speciaal om Joden te redden.

Zelf reageerde ik op Facebook dat we niet moeten doorschieten van de ene mythe – “alle Nederlanders zaten in het verzet” naar de andere “alle Nederlanders waren verraders en collaborateurs.” Ik schreef dat mijn moeder de oorlog heeft overleefd doordat ze op drie onderduikadressen heeft gezeten en dat haar onderduikgevers hun eigen levens daarbij riskeerden. Daar kreeg ik een reactie op dat “dat de uitzonderingen waren die de regel bevestigden.” Ik begrijp best dat overlevenden wier familieleden allemaal zijn vermoord, al dan niet door verraad, een veel bitterder kijk op de Sjoa en de houding van Nederland hebben dan degenen wier familie het (gedeeltelijk) heeft overleefd dankzij ‘goede’ Nederlanders.


Twee valse persoonsbewijzen van Debora de Wilde, moeder van Eva van Sonderen

Er zijn tienduizenden verhalen over de jodenvervolging in Nederland, alle zijn ze – ondanks overeenkomsten -uniek, en er is een gradatie in de mate van traumatisering van overlevenden en hun nageslacht. Het verdriet, de woede, het wantrouwen, al die heftige gevoelens moeten zo mogelijk worden geuit. Daarnaast en apart daarvan, is het nodig een zo feitelijk mogelijke geschiedschrijving van de verschrikkingen te hebben. Van de vervolging, van de door Lipschitz ‘Kleine Sjoa’ genoemde kille periode na de oorlog, en ook van de moed, het verzet, het overleven.

Voor onszelf, om alle vormen van ontkenning van de Sjoa te ontkrachten, en voor de toekomst van de wereld. De vele verschillende verhalen die tegenwoordig in boekvorm verschijnen, opgetekend door kinderen of kleinkinderen van Joodse overlevenden, en ook door nazaten van mensen die in het verzet zaten, zijn daar belangrijk bij. Hopelijk worden ze aangeschaft door openbare bibliotheken en gelezen op Nederlandse scholen. Hopelijk …

Delen |

vrijdag 21 april 2017

Maandag 17 april, in Israël de laatste dag van de Pesachweek. Het is doodstil in de straten van Jeruzalem. Schitterend weer, zon aan een strakblauwe hemel, de zoet bloeiende citrusbomen hebben een driftig zoemend aura van bijen om zich heen. In de namiddag vertrek ik samen met Y, vriendin uit Amsterdam die Pesach heeft doorgebracht in de kleine Carlebach nederzetting Mevo Modi’im, naar een adres in de Oude Stad. Leah S., de organisatrice van de Pesach openlucht fair in Mevo Modi’im heeft een uitnodiging geregeld voor de se’oeda sjliesjiet, de derde maaltijd, bij het gezin van Emoena W., op de hoek van de Tiferet Yisraeel en de Misjmeret Hakedoesja street.


De Pesach fair in Mevo Modi'im

Een taxi brengt Y en mij naar de Zionspoort, vanwaar het adres volgens Google snel te vinden moet zijn. Zoals Google ons gebiedt lopen we eerst veertig meter zus, dan zestig meter zo, waarop we de weg al kwijt zijn; maar niet getreurd, we hebben wel ongeveer een idee waar het moet zijn. We belanden op het kleine plein in de Joodse wijk waar altijd wat vrouwen en kinderen op bankjes zitten en vragen, al Pesach sameach of Gut Jontef zeggend, de weg. Helaas heeft niemand van de Misjmeret Hakedoesja straat gehoord, wel van Tiferet Yisraeel, dat is een hééle lange straat. We lopen her en der, vragen allerlei mensen. Die hebben wel gehoord van Misjmeret Hakehoena straat, de straat van de Kohaniem. Dus misschien is die het. We keren op onze schreden terug en zoeken in de kleine straatjes van de Joodse wijk, nog steeds zonder resultaat. Ten slotte komen we een vlotte ultra-orthodoxe vrouw tegen die het huis van Emoena W. kent, ze is onroerend goed agent, vandaar misschien, en ze levert ons af bij een onopvallende hoekhuis met een blauwe voordeur.

We komen binnen in een piepkleine keukenruimte, bijna geheel in beslag genomen door een eettafel die schuilgaat onder de resten van een maaltijd, grote ronde sjmoera matzes, plastic bordjes, bakjes met slaatjes, een halfopgegeten chocoladereep, papieren bekers, servetjes, een fles wijn, bensjboekjes en gebedenboeken. Er zit een kleine vrouw aan tafel met een zacht en stralend gezicht, omlijst door een tulbandachtige hoofdbedekking van beige en goud. Verder zit er een bekeppelde man, (dat blijkt een rabbijn te zijn), en een jonge vrouw met een baby op schoot. “Wie zijn jullie?”, vraagt de oudere vrouw enigszins verbijsterd als we binnen staan, tot we vertellen dat Y hier is door bemiddeling van Leah S. Dan omhelst ze ons en nodigt ons uit aan tafel te gaan zitten. We krijgen een bordje met een stukje matse, een klein stukje zalm, een stukje gefillte fisj en een hapje bietensalade, we prevelen de brooche en knabbelen wat aan de matses.

Er komt een tweede jonge vrouw binnen, het evenbeeld van de eerste, beiden hebben ze een gezicht als op een schilderij van Botticelli, heel zuiver en open, en met gelijksoortige windsels om het haar. Het blijken Emoena’s tweelingdochters te zijn. De drie vrouwen wachten op hun echtgenoten die bij de Kotel ma’ariv davvenen. Steeds gaat de deur weer open en komen er nieuwe gasten binnen, die komen voor de ‘maaltijd van de Moschiach’. Er worden meer plastic stoelen en klapstoeltjes aangesleept. Dan komen ook de echtgenoten van de dochters thuis, leuke twintigers in witte overhemden met gehaakte keppeltjes en peijes langs hun gezicht. Ik overhandig een meegebracht doosje pesachdike zoetigheden, Emoena’s schoonzoon bestudeert het etiket waarvan ik dacht dat het geoorloofd was voor asjkenazische Joden maar helaas, het bevat kitnijot. O, dan kan mijn ene dochter het eten, die is met een Jemeniet getrouwd!, roept Emoena vrolijk en schuift het doosje door naar dochter-met-baby (een asjkenazische vrouw die met een sefardische man trouwt, neemt de sefardische gebruiken over).

Het wordt heel vol, een stuk of vijftien gasten, Y en ik bieden aan om maar weer te gaan, opdat anderen op onze plaatsen midden aan de tafel kunnen zitten, maar daar wil Emoena niets van horen. Een omvangrijke man aan het uiteinde van de tafel begint een nigoen te zingen en er wordt mee geneuried, ook door de vrouwen, dus ik durf ook in te vallen. Later vraag ik hem waarom dit de maaltijd van de Moshiach wordt genoemd. “It’s the last meal of Pesach, so of course we are waiting for Moshiach to appear now”, antwoordt hij, een beetje alsof we op Sinterklaas zitten te wachten die, als we maar zoet zijn, echt, heus, op de blauwe deur zal kloppen. Al wachtend vertelt hij verhaaltjes van reb Nachman van Bratslav, de achterkleinzoon van de Baal Sjem Tov. De baby knabbelt op de kitnijot snoepjes. Twee vrouwen die als laatsten zijn binnengekomen, passen niet meer aan tafel en moeten op plastic stoeltjes achter de verteller gaan zitten. Hij wisselt het vertellen af met het zingen van nigoenim en trommelt de maat met zijn vingers op tafel.

Een kleine man met een grijs baardje en grappige bruine ogen vertelt hoe hij in 1967 in Londen woonde en op ieder radiostation muziek van de Beatles hoorde, Sergeant Pepper’s Lonely Heart’s Club Band; hij dacht dat de messiaanse tijd was aangebroken. Zijn ogen glimmen; hij verwijlt duidelijk even bij een prettige tijd in het verleden. Ik ben blij te horen dat híj Emoena’s echtgenoot is, en niet de dikke man aan het einde van de tafel, die nu de leiding neemt bij het bensjen. We zingen allemaal Sjier Hama’alot en de eerste drie strofes van het dankgebed hardop en daarna prevelt ieder de rest voor zichzelf. Pesach 5777 is bijna voorbij.

Delen |
jul 2017De Kotel en de wet op bekering
jun 2017Geweld tegen Arabische vrouwen
mei 2017De zakenman en het fotomodel op bezoek in Jeruzalem
mei 2017Jom Hasjoa in Israël
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal.
Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël