inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie/sociale geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast verdiepte ze zich in Jungiaanse psychologie en later in het werken aan dromen in droomgroepen (o.l.v.Robert Bosmak). Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, o.l.v.Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Een aantal jaren heeft ze bijdragen geschreven voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin. In 2016 is ze opgehouden met haar werk als sociaal rapporteur in het kader van de WUV. Zo heeft ze nu volop tijd voor andere interesse gebieden, zoals theorie en practijk van traumaverwerking in dromen;alternatieve geneeswijzen, zoals Emotional Freedom Technique (‘Tapping’), Johrei,( Japans) en de door de Nederlandse Mireille Mettes onwikkelde MIR-zelfhelings methode.

vrijdag 16 augustus 2019

Tisja beAv begon dit jaar op zaterdagavond, na afloop van de sjabbat. Nava Tehila, de Jewish Renewal gemeenschap onder leiding van Ruth Kagan (reb Ruth), had tussen de bomen van de tuin in het Natuurmuseum een baldakijn gespannen, met matten op de grond en ruwhouten banken er omheen, als de plek waar Eecha, Klaagliederen, werd gelezen.

In de 6de eeuw voor de gebruikelijke jaartelling begon de profeet Jeremia te spreken over de dreiging vanuit Babylon en waarschuwde hij het Joodse volk over de ramp die zich zou voltrekken als ze niet ophielden met onrecht, corruptie en afgoderij. Achttien jaar voor de verwoesting van de eerste Tempel werd hij gevangengenomen door koning Jehojakim, die kennelijk genoeg had van die vervelende profetieën over de val van Jeruzalem. In gevangenschap dicteerde Jeremia de klaagzangen over de onteerde, verwoeste stad.

Ik had een kussentje meegenomen en ging zo goed en zo kwaad als het ging op de grond zitten. “Zwijgend zitten de oudsten van de dochter van Zion ter aarde; zij hebben stof op hun hoofd gestrooid en zich gekleed in een rouwkleed; de jonge vrouwen van Jeruzalem buigen het hoofd naar de aarde.” (vers 2:10)

Er waren inderdaad veel jongeren, die allemaal op de grond zaten, sommigen met hun eigen boek of iPhone, de meesten volgden de tekst op een groot filmdoek. Tussen ons in stonden brandende theelichtjes. Toen we om negen uur begonnen was het nog schemerlicht, langzamerhand werd het donker.

“Hoe zit zij eenzaam terneer, de eens volkrijke stad; zij is als een weduwe geworden, die machtig was onder de volken; de vorstin onder de landschapen is onderworpen aan herendienst…” Om beurten zong er iemand melodieus vijf verzen lang, na ieder gedeelte werd er een passend Hebreeuws of Engelstalig gedicht voorgelezen. Daarna zongen we met z’n allen “Hasjivénoe, hasjivénoe Adonaj elecha, ve nasjoeva, ve nasjoeva! Chadeesj, chadeesj, jaménoe kekedem.“ (vers 5:21)

Na nog een aantal liederen volgde een door de BBC gemaakt tv-drama, gebaseerd op iets dat Eli Wiesel zou hebben meegemaakt in Auschwitz-Birkenau. De film zou anderhalf uur duren, ik dacht er even over om naar huis te gaan, was stijf van het zitten op de grond, en ben blij dat ik ben gebleven. Tisja beAv gaat voor religieuze Joden niet alleen over de vernietiging van de Tempel, maar over alle grote rampen die het Joodse volk hebben getroffen en de Sjoa is daar de meest recente van.

God on Trial: In een barak in Auschwitz, met een aantal gevangenen in gestreepte kampkledij die allemaal weten dat ze binnenkort zullen sterven, wordt besloten een rabbinale rechtbank te vormen om God aan te klagen omdat Hij zijn volk niet redt van de nazi gruwelen. In juridische termen: wegens het eenzijdig verbreken van het Verbond met het Joodse volk. De rechtbank bestaat uit drie personen, een aanklager (met rabbinale bevoegdheid), een verdediger en een rechter. Er hoort ook een Tora aanwezig te zijn, die is er natuurlijk niet, maar wordt gevonden in de vorm van een juist aangevoerde vrome rabbijn, van wie wordt gefluisterd dat hij de Tora uit zijn hoofd kent en dat hij een van de lamed-vavnikim is, een van de 36 rechtvaardigen omwille van wie de wereld in stand wordt gehouden. Opzichter van de gevangenen is een Blockälteste, geen Jood, wiens enige doel is om levend uit deze hel te komen; hoe meer Joden er binnenkomen, hoe beter voor hem, omdat daardoor zijn beurt om er aan te gaan wordt uitgesteld. Aan nieuw aangekomenen legt hij cynisch uit dat in deze barak de wereld op zijn kop staat, criminelen hebben de macht en artsen, rabbijnen of intellectuelen tellen niet meer mee.

Er volgt een indrukwekkend debat voor de rechtbank, zowel emotioneel als juridisch; in de traditie van Jeremia wordt God uitgedaagd: Waarom gaat het de slechten goed? Waarom grijpt God niet in? Alle religieuze antwoorden die daarop in de traditie bedacht zijn komen aan de orde – is het misschien een beproeving van het Joodse volk, is Hitler alleen maar een gereedschap in handen van De Eeuwige, zoals ooit koning Neboekadnezer dat was – of is het niet God, maar het Joodse volk dat het Verbond heeft verbroken, door de mitswot los te laten, te assimileren – of is het een ‘zuivering’, net als de zondvloed, een offer dat moet worden gebracht voor de zonden van de hele mensheid en dat de verlossing naderbij zal brengen?

En ook alle woedende (Moeten we Hitler dus maar steunen omdat hij helpt ons te zuiveren?!) of rationele weerleggingen van deze argumenten komen op tafel. Dit alles nog steeds in een barak, tussen mensen met kaalgeschoren hoofden en in kampkleren; van buiten wordt soms het geschreeuw gehoord van bewakers en opgejaagde Joden, en het geblaf van honden. Een jonge jesjiwa-student, die het argument aandraagt dat mensen de vrije wil hebben gekregen om te kiezen tussen goed en kwaad, wordt het zwijgen opgelegd doordat een man vertelt hoe hij, toen zijn kinderen werden afgevoerd op een vrachtwagen, het aanbod kreeg van een nazi-officier dat hij een van zijn drie zoontjes mocht uitkiezen om bij zich te houden – “had ik een vrije keus?!” vraagt hij huilend “die officier had vrije keus, niet ik.”

Ik zal de uiteindelijke uitspraak van de rechters niet verraden – het is de moeite waard de film zelf te zien. Dat de gevangenen iets te weldoorvoed zijn, stoort niet in deze opvoering, het is meer een toneelstuk als Elckerlyc, dan dat het een weergave van het kampleven wil zijn.

Toen het was afgelopen voelde ik pas mijn verkrampte benen. De film is in 2008 gemaakt; ik was verbaasd dat ik er nooit eerder over had gehoord. Het was inmiddels middernacht, en zwijgend liepen we een voor een bij het licht van zaklantaarns de zoele nachtlucht van Jeruzalem in.


De complete film is op Internet te zien: God on Trial, Brits televisiedrama uit 2008, script van Frank Cottrell Boyce.

Delen |

vrijdag 2 augustus 2019

Drie weken geleden werd Els van Diggele op NPO 1 een kwartier ondervraagd over haar juist verschenen boekje De misleidingsindustrie. Hoe de Nederlandse media ons dagelijks beetnemen. Ik gebruik niet voor niets het woord ‘ondervraagd’, want het werd geen normaal interview. Het is achteraf nog als podcast te beluisteren.

De uitgever informeert het potentiële lezerspubliek waar het boek over gaat: “Iedere Nederlandse nieuwsconsument staat bloot aan een wijdverbreid, maar lang verzwegen fenomeen: emotionele betrokkenheid van de media, met partijdigheid tot gevolg.” Het meest duidelijke voorbeeld van de door emotionele stellingname eenzijdige en onvolledige berichtgeving is het Israëlisch-Palestijns conflict, aldus Els van Diggele, zelf historicus en journalist. Zij noemt haar boek, 120 bladzijden, zelf een pamflet.

Het boek begint met een opmerking van een zestienjarige jongen met wie Van Diggele in de trein in gesprek raakte. Toen hij hoorde dat zij als journaliste lang in Israël had verbleven, vroeg hij: hoe komt het eigenlijk dat al die Israëliërs al die Palestijnen willen doden? Die zwart-wit opmerking zette Van Diggele er toe aan zich uitgebreid te buigen over de berichtgeving in de Nederlandse media. “Had (die jongen) niet net zo goed de vraag kunnen stellen: waarom willen al die Israëliërs al die Palestijnen afslachten?”, vroeg Peter de Bie, de mannelijke interviewer. Van Diggele antwoordde dat dat niet het verhaal is dat de Nederlandse media brengen.

Ze sprak verder over de kuddementaliteit van de pers en andere media. Iedereen praat elkaar maar na: Israël slecht, Palestijnen goed. “Hoe is die kudde dan ontstaan?”, vroeg Mieke van der Wey, de intelligentste van de twee presentatoren. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was alles wat Israël presteerde fantastisch en na de Zesdaagse oorlog is de sympathie die eerste de Joden gold, de andere kant opgegaan, aldus Van Diggele. De Bie sprong daarop in, dat was toch niet zo gek, Israël had nu het sterkste leger, zei hij vrij agressief. Hij leek vooral op zijn tenen getrapt door de titel van het boek, dat een bewuste misleiding zou suggereren. Van Diggele deed haar best om te laten zien dat het een onbewust proces is bij de media. Dat ze zich alleen maar afvroeg wat de reden van die eenzijdigheid is, waarom er bijvoorbeeld niet bekend is dat de Palestijnse president Abbas dolblij is met de bezetting van de Westoever, die hem politiek in het zadel houdt, en die anders aan Hamas zou toevallen. (Inmiddels heeft Abbas, nadat Israël in gebied A op de Westelijke Jordaanoever een flatgebouw heeft laten afbreken – een stompzinnige actie vind ik dat – aangekondigd de samenwerking met Israël op het gebied van de veiligheid op te zeggen.)

Ik zou op de vraag wat de oorzaak van de kuddementaliteit in de Nederlandse berichtgeving is, meteen hebben gewezen op het vooroorlogse antisemitisme, dat na de oorlog lange tijd door schuld- en schaamtegevoelens bedekt is geweest. Na de Zesdaagse oorlog waren die schuldgevoelens niet langer meer nodig, want kijk, de Israëli’s sloegen er ook op los, wat een opluchting, terug naar de oude vooroordelen. Dan zou de hel in het gesprek misschien helemaal zijn losgebroken, want er is tegenwoordig niets ergers dan iemand van vooroordelen tegen Joden beschuldigen. Al kijkend en luisterend bedacht ik dat Van Diggele te aardig en te beschaafd is om zo’n agressieve ondervraging te pareren – het interview werd snibbig afgesloten door Van der Wey. Misschien kan de uitgever zijn auteur ter bescherming enige mediatraining laten geven. Ik bewonder haar in ieder geval zeer, omdat ze de moed heeft dit gevoelige onderwerp aan te pakken.

Op een soort ‘speld in een hooiberg’ zoektocht naar een leuk truitje dat ik eens had gezien en dat de draagster in de Kinkerstraat had aangeschaft, liep ik een winkel met vrij opzichtige jurken en topjes binnen. De verkoopster was een hartelijke vrouw met lange woeste blonde krullen. Nadat ze me een tijdje had laten woelen in de rekken, sprak ze me aan. “Bent u een Joodse vrouw?” “Ja”, zei ik verrast. Op hetzelfde moment dat ze “Ik ook” antwoordde, zag ik een glinsterende chai aan een ketting om haar hals. We kletsten wat en ik vroeg haar of ze ooit vervelende opmerkingen kreeg. Zij niet, maar haar zoon en dochter wel, die hadden hun Davidssterretjes maar afgedaan. Of onder hun trui gaan dragen?, opperde ik. Nee, openlijk voor jezelf uitkomen of dan maar helemaal niet. Maar die chai, zei ze, dat herkennen mensen toch niet, dat is gewoon een leuk dingetje …

We praatten er over door en volgens haar kwamen de anti-Joodse opmerkingen altijd van moslims, vooral Marokkanen. En niet van andere Nederlanders?! Nee, beslist niet. Plotseling schakelde ze over op de Palestijnen, dat het toch wel erg was hoe die moesten leven, wat Israël hen aandeed. Els van Diggele, help, dacht ik. Ik zei nog iets over het verschil tussen het samenleven van Joden en Palestijnen in Israël zelf, en dat dat iets heel anders is dan de Westbank. Zou ik bij boekhandel Hoogstins het boekje kopen en het haar lenen? Ze zag er niet uit als iemand die boeken leest.

Een week later stond ik op vrijdagmiddag bij de kassa van de EkoPlaza in de J.P. Heyestraat, achter een vrouw met bijna zwart haar. We hadden elkaar eerder toegelachen. Zou ze Joods zijn, dacht ik, en vervolgens, zal wel niet, waarschijnlijk van Italiaanse afkomst. Toen ik afrekende wenste ze me ”Sjabbat sjalom!” Ik wenste dat blij verrast terug, en vroeg, hoe zag je dat aan mij? Ze wees op mijn open portemonnee, waarin een kaartje van Chabad zat.

Afgelopen zondagmiddag was ik met Y. op het Healing Garden Festival bij Zeewolde in de Flevopolder. Een kleinschalig festival waar je rustig je baby’s en kleine kinderen kunt meenemen. Een festival met kraampjes die vegetarisch voedsel serveren, waar yoga en meditatie wordt gegeven, waar wordt gedanst, in het IJsselmeer wordt gezwommen, bezoekers kunnen overnachten in kleurig beschilderde tipi’s en waar niet wordt gerookt, gesnoven of alcohol gebruikt, zelfs de weggooibekertjes zijn van composteerbare mais gemaakt. Waarom schrijf ik daar hier over, is er iets Joods aan? Op het eerste gezicht niet, meer hippie-heidens zal ik maar zeggen, maar de organisatrice, Sarah Schröder, die dit voor het tiende jaar deed, is Joods. Haar moeder en haar zoontjes, plus twee kinderen van haar zus bemanden een kraampje met gezonde drankjes, fruit en popcorn. Als er niet hier en daar bloot werd gezwommen, zouden Avraham Sand en Leah-Rivka Soetendorp met hun uitgelezen flesjes aromatherapie hier goed tussen passen.

Delen |

vrijdag 21 juni 2019

Bij de algemene verkiezingen in april stond president Rivlin voor het eerst zonder zijn vrouw Nechama bij de stembus en daar had hij het zichtbaar moeilijk mee. Zijn echtgenote had een longtransplantatie ondergaan die aanvankelijk gunstig leek te zijn verlopen. Helaas was haar toestand opeens verslechterd en moest ze met spoed worden overgebracht naar het Beilinson ziekenhuis in Petach Tikwa. Rivlin was op dat moment op staatsbezoek in Canada en keerde onmiddellijk terug om bij zijn vrouw te zijn.

Vroeg in de ochtend van 4 juni jongstleden overleed Nechama Rivlin, één dag voor haar 74ste verjaardag. Zij leed sinds 2007 aan een longaandoening die haar het ademen in de loop van de jaren steeds meer bemoeilijkte; het Israëlische publiek was er aan gewend geraakt haar moederlijke gestalte met het opgestoken grijze haar bij officiële gelegenheden te zien in gezelschap van een draagbare zuurstoftank. “Maken mensen daar opmerkingen over?”, werd haar eens gevraagd. “Zeker”, antwoordde ze daarop, “ze vragen waar ik die heb gekocht, of het een goede is, omdat ze zelf een familielid hebben met longproblemen, en dan geef ik ze het verkoopadres en vraag hun de groeten te doen aan de aardige eigenaar van die zaak.”

Dat was Nechama Rivlin ten voeten uit. In alle toespraken bij de begrafenis en in alle condoleances werd ze geroemd om haar pretentieloosheid, haar beminnelijkheid, haar warmte. Al was ze bescheiden, ze kon direct zijn en ze was niet bang haar mening te laten horen. “We zullen Nechama Rivlin zo missen, vooral in deze dagen waarin het discours zo onbehouwen en polariserend is geworden”, zei het hoofd van Israëls nationale vrouwenorganisatie Na’amat.

Nechama Rivlin werd in 1945 geboren in mosjav Cherut. Ze studeerde landbouw, biologie en dierkunde aan de Universiteit van Jeruzalem, en ze heeft jaren reseach gedaan aan deze universiteit. Toen Ruvy Rivlin president werd, besloot ze zich als First Lady te gaan bezighouden met activiteiten voor geestelijk of lichamelijk gehandicapte kinderen, en met kunst. Ze liet in Beit HaNasi, de residentie, een gemeenschapstuin aanleggen waar schoolkinderen bloemen en kruiden konden planten.

In Haaretz haalde David Grossman herinneringen op aan zijn vriendschap met de presidentsvrouw. Zij hield ervan om hoge buitenlandse gasten, zoals de Spaanse koning, of recentelijk president Trump, een boek te geven en vroeg Grossman dan of hij er een opdracht in wilde schrijven. “Ik stuur je het boek en dan schrijf jij er iets in en ondertekent het.” Waarop Grossman antwoordde dat hij zoveel boeken had liggen, dat hij haar er een met opdracht en al kon toesturen. Maar dat weigerde Nechama: “Ik koop zelf een boek, met mijn eigen geld.” Grossman schrijft: “Terwijl ik het over haar heb, denk ik steeds dat ik mijn woorden zorgvuldig moet kiezen. Ik kan me haar ietwat sceptische, ietwat ironische glimlach voorstellen als ik de verkeerde woorden zou kiezen. Ik zal haar heel erg missen.”

Eveneens in Haaretz schreef journalist Chemi Shalev dat zij president Rivlin de kracht gaf om in zijn publieke redevoeringen tegengas te geven aan het beleid van Netanjahoe, zonder daarbij diens naam te noemen. Rivlin vormde als het ware “een eenmans-verzetsbeweging tegen Netanjahoe’s opruiende verdeelheid zaaien en tegen zijn anti-democratische oprispingen.” Daarbij overschreed Rivlin nooit de rode lijnen die bij zijn ceremoniële rol horen. Ik herinner me dat hij zich in 2015 – na een brandaanslag door Joodse jongeren op een Palestijns huis op de Westoever, waarbij het huis afbrandde en een peuter omkwam – scherp uitsprak: “My people have chosen the path of terror and lost human form.”

De begrafenis op de vroege woensdagavond was toegankelijk voor het publiek, maar ik heb de uitzending ervan op internet gevolgd. Een duidelijk aangeslagen Rivlin hield een ontroerende afscheidsrede aan “Nechama, mijn Nechama, onze moeder” en memoreerde de liefde van zijn vrouw voor de natuur en voor de beeldende kunsten. Hij vertelde dat ze op latere leeftijd kunstgeschiedenis ging studeren, waardoor er een nieuwe wereld voor haar open ging. Na afloop van saaie diplomatieke recepties in het buitenland wist ze hem mee te krijgen naar het dichtstbijzijnde museum. Rivlin vertelde dat hij zich wel eens afvroeg of hij er goed aan had gedaan haar als buitenmens naar de stad te halen, maar dat zij meer Jeroesjalmi was geworden dan geboren Jeruzalemmers, en zich thuis voelde op culturele plekken als de Cinemathèque en het Israel Museum.

Op de televisie is verschillende malen een oude archiefopname van een interview met president Rivlin te zien geweest, waarin hem werd gevraagd wat voor tekst hij ooit op zijn graf zou willen hebben. Zijn antwoord: “Dat ik Nechama’s echgenoot was.”

Donderdag 6 en vrijdag 7 juni was de sjiwwe in Beit HaNasi. Ik wist niet zeker of die open was voor het gewone volk, dus ik besloot een condoleancekaart te schrijven en aan een functionaris te overhandigen. Het was donderdag bloedheet en toen ik zwetend bij Beit HaNasi aankwam, stond er al een rij mensen. Diplomaten, journalisten, maar ook de hoi polloi zoals ik. Ik besloot me dan toch maar aan te sluiten bij de rij. Die vorderde langzaam, stafleden haalden af en toe VIPS of bekenden uit de rij die mochten voorgaan. Na zo’n veertig minuten konden we rechtsaf een kamer in – daar zouden onze tassen dan wel worden gecontroleerd dacht ik, voor we verder zouden mogen. Eindelijk stapte ik over de drempel en zag tot mijn verbazing Rivlin met zoon en kleinzoon op lage stoelen zitten. Ik schudde handen, sprak mijn goed gerepeteerde troostwoorden uit en mocht de (opengelaten, zodat men kon zien dat er geen antrax in zat) envelop met de kaart aan een staflid geven. Voor ik het wist stond ik weet buiten in de grote hal. Wat een verschil in toegankelijkheid met jaren geleden, toen ik aanwezig was bij een officiële ceremonie waarin onder anderen Henny van het Hoofd een onderscheiding kreeg voor haar educatieve werk in Joods Nederland. Ariel Sharon was toen nog premier; hij reikte de onderscheidingen uit en vóór publiek en pers de zaal in mochten, werden niet alleen onze tassen degelijk geïnspecteerd maar ook onze handen gescand op eventuele aanwezigheid van sporen van explosieven. (Vandaar mijn open envelop deze keer.)

Ik liep terug via de presidentiële tuin, langs een rij bronzen koppen van alle voorgaande presidenten – Peres als laatste, zelfs de kop van Katsav ontbrak niet. Aan drie hoge masten hingen Israëlische vlaggen halfstok. Voor de ingang van het gebouw stond een tafel met een portret van mevrouw Rivlin, een paar bloemenkransen er om heen.

Moge de herinnering aan Nechama Rivlin tot zegen zijn.

Delen |

vrijdag 31 mei 2019

Woensdagavond 12 mei begon Lag BaOmer, de dag van de Jahrzeit (sterfdatum) van rabbi Sjimon Bar Jochai. Op zijn sterfdag onthulde hij aan zijn leerlingen de diepste kabbalistische geheimen (later in de 13de eeuw door Mozes de Leon opgeschreven in de Zohar, het belangrijkste mystieke werk in de Joodse traditie). Daarom is het geen treurdag maar een feestelijke dag, waarop ter herinnering aan Bar Jochais grote spirituele licht, vreugdevuren worden ontstoken op de 15de dag van de Omertelling. Ik rook in Jeruzalem echter niet de gebruikelijke lucht van verbrande pallets; er was ook gewaarschuwd geen privé-vuurtjes aan te steken in verband met het ongewoon hete, droge weer.

Donderdag 23 mei klom de thermometer in Jeruzalem tot 37 graden Celcius – weer om binnen te blijven met de airco aan. ’s Avonds hoorde ik pas over bosbranden in het hele land, vooral in centraal Israël, het Ben Sjemen bos, vlakbij de stad Lod, en ten zuiden van de luchthaven Ben Goerion. Ik volgde het nieuws tot in de nacht, er woedden meer dan duizend verschillende bosbranden en kleine brandjes in grote delen van Israël. Kibboets Har-El stond in de fik en ook Mevo Modi’in, de Carlebach gemeenschap, woonplaats van onder anderen L. en haar volwassen kinderen en kleinkinderen. Ik belde haar mobiele nummer – “Leven jullie nog?!” – maar kreeg alleen een automatisch ingesproken boodschap.

Vrijdagochtend bleek Mevo Modi’in het zwaarst getroffen, veertig van de vijftig huizen in het dorp waren totaal verwoest, plus een aantal uitgebrande auto’s, en veel rook- en waterschade. Later op de dag hoorde ik via via dat de familie van L. samen met andere mosjavniks heelhuids in een ‘jeugddorp’ in Ben Sjemen zat en dat ze al een voorlopige huisvestingsaanbod had gekregen van een genereuze Nederlandse familie in Jeruzalem.

In Har-El brandden vijf huizen volkomen uit en waren andere zwaar beschadigd. Alle landbouwgrond van de kibboets liep door het vuur schade op. De extreme hittegolf hield vrijdag en zaterdag aan, met temperaturen die tot boven de 40 graden kwamen, gecombineerd met droge woestijnwinden. Netanjahoe had buurlanden om hulp verzocht – en die kwam, blushelikopters uit Egypte, Italië, Griekenland, Kroatië en Cyprus. Men had er maar van afgezien om Turkije om hulp te vragen.

Vijftienhonderd Israëlische brandweerlieden, aangevuld met driehonderd vrijwilligers en assistentie uit andere landen waren twee bloedhete dagen bezig om alles te blussen. Ook op de Westbank waren bosbranden uitgebroken, bewoners van een nederzetting ten zuiden van Hebron werden geëvacueerd maar konden tenslotte weer terugkeren, en vlakbij Asjkelon ging de tarweakker van een mosjav in vlammen op. Hier kregen de Israëli’s assistentie van Palestijnse brandweerkorpsen.

Als oorzaak van de branden dacht de brandweer aanvankelijk aan kortsluiting in overbelaste elektrische toevoerleidingen, en aan slecht uitgedoofde Lag BaOmer vuurtjes. Pas later dacht men ook aan opzettelijke brandstichting. In een tijdsspanne van 41 uur ontstonden er meer dan duizend bosbranden; bij de brand die Mevo Modi’im verwoestte, moet het vuur vanuit verschillende plekken ontstaan zijn. Er is nog steeds geen eenduidige verklaring afgegeven. Zaterdagnacht werd uiteindelijk het sein ‘brand meester’ gegeven. In totaal zijn volgens het Joods Nationaal Fonds ruim 200 hectare bos- en landbouwgrond verloren gegaan.

Zaterdagavond kreeg ik L. eindelijk te pakken. Die klonk als een echte chassied onverwacht opgewekt, vertelde dat ze in haar tijdelijke onderkomen een fantastische sjabbat had beleefd met alle mosjav-leden samen, en dat ze iedereen bij elkaar wilde houden, liever dan op verspreide huisvestingsaanbiedingen in te gaan. De mosjavniks hadden maar vijftien minuten gehad om iets bij elkaar te pakken voor ze werden geëvacueerd en bovendien had zij zelf rondgerend om mensen die nog lagen te slapen, wakker te maken. Ze had tenslotte een aantal fotoalbums meegenomen. “Hier heb ik mijn hele leven voor geoefend”, zei ze, “voor als er weer een Sjoa zou komen, wat ik dan zou meenemen.” “Je ben net als Anne Frank”, zei ik (die stopte haar dagboek, krulpennen, schoolboeken, oude brieven en “de gekste onzin” in haar schooltas toen ze hoorde dat het gezin de volgende dag moest onderduiken en schreef later: “Maar ik heb er geen spijt van; geef meer om herinneringen dan om jurken.”).

Ondanks de verwoestende brand zijn de collectieve plekken van de gemeenschap, het sjoeltje en de eetzaal, gespaard gebleven. En er stroomt van alle kanten hulp toe, zoals zakken met kleding, en de International Fellowhip of Christians and Jews heeft een campagne op touw gezet met het doel een half miljoen dollar in te zamelen. (Kijk op hun Facebookpagina.) Terwijl ik dit schrijf, staat de teller op 282.973 dollar. De bewoners van Mevo Modi’im zijn vastbesloten hun dorp weer op te bouwen, “mooier dan het ooit is geweest.”

Delen |

vrijdag 24 mei 2019

Het Eurovisie Songfestival begon al in de schaduw van de twee dagen durende oorlog tussen Gaza en Israël. Dat was geen toeval: Islamic Jihad, de organisatie die bijna 700 raketten op de burgers van zuid Israël afvuurde, verklaarde dat het de bedoeling was “te voorkomen dat de vijand er in slaagt een festival te houden dat tot doel heeft het Palestijnse nationale verhaal te beschadigen.” Het Israëlische leger reageerde direct met luchtaanvallen op doelen in Gaza.

Terwijl dit geweld aan de gang was, probeerde de festivalleiding de artiesten die zaterdagmorgen begonnen te repeteren, zoveel mogelijk af te schermen van wat er buiten de Tel Aviv-zeepbel aan de hand was. Al konden ze de nieuwsberichten niet weghouden natuurlijk. Gelukkig kwam de wapenstilstand op tijd.

In een sarcastisch artikel in Haaretz van vrijdag 14 mei schrijft journalist David Rosenberg dat zowel Israël als Hamas er van overtuigd lijken te zijn “dat een succesvol songfestival het imago van een land kan maken of breken. Houd toch op”, schrijft hij.

Het songfestival is natuurlijk al lang niet meer wat het was toen in mijn kinderjaren Teddy Scholten (“Een beetje… verliefd is iedereen wel is dat weet je…”) of Rudi Carrell (“Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben…”) de winnaars waren. Het is ook nauwelijks meer een zangfestijn te noemen sinds commerciële sponsors de kosten hebben overgenomen die omroeporganisaties al lang niet meer kunnen opbrengen. Vandaar dat iedere politieke uiting ook volledig wordt geweerd. Het is een soort circus geworden met lichtshows, dans acts, middelmatige songs en buitenissige uitdossingen; een spektakel dat een boodschap van tolerantie wil uitbeelden, dat in de hele wereld schijnt te worden bekeken en dat vooral populair is geworden bij de homo-gemeenschap. Leek het er jaren geleden nog op dat de dame met het diepste decolleté de competitie won, nu leek de faam van Tel Aviv als gay-vriendelijkste stad in het Midden-Oosten een aantal landen te hebben geïnspireerd om vooral mannelijke zangers te sturen, van wie een aantal in zwart leer gestoken. De IJslandse punkrock band Hatari in zijn sm-speelpakjes sloeg alles. Duncan Laurence, in zijn doordeweekse spijkerbroek, stak daar gunstig bij af, evenals zijn lied. De Israëlische deelnemer Kobi Marimi uit een Iraaks-Joodse familie, had ook een mooie stem, maar zijn lied en zijn manier van zingen hoorden meer thuis bij een opera festival. Hij bleek heel blij te zijn met zijn erkenning als ‘echte zanger’, ook al eindigde hij als 23ste op de ranglijst van 26. De IJslandse punkrockers hadden aangekondigd een pro-Palestijns protest te laten horen, maar deden dat pas toen ze na hun act aan de kant zaten, waarop de camera snel weg zwenkte en ze zo niet het risico liepen te worden gediskwalificeerd.

Bij de NOS hoorde ik een flard van een gesprek tussen twee Nederlandse reporters, van wie een gewetensbezwaren had gehad om naar Israël af te reizen. Vooruit, Tel Aviv, dat kon nog net wel, maar: “Als het in Jeruzalem was gehouden, was ik niet gegaan.” Nou was het vanaf het begin wel duidelijk dat een dergelijk glittergebeuren thuishoort in het seculiere Tel Aviv en niet in het meer religieuze Jeruzalem. Al mochten we hier wel mee feesten: op The First Station, het gerenoveerde oude treinstation, konden de halve finales en finale op een gigantisch scherm worden gevolgd. In filmhuis Cinematheque kon alleen de finale worden bekeken. Tijdens een van de halve finales was ik bij The First Station, er stonden wat houten bankjes voor het scherm, er zaten oudere vrouwen en jonge ouders met peuters, de belangstelling was niet al te groot. Een van de cafés had een buitenbar opgesteld en iedere keer dat er een fooi werd gegeven, klonk er een luide bel – dat trok meer aandacht dan het festivalgebeuren op het scherm, misschien omdat iedereen in het begin dacht dat het een raket-alarm was.

Later hoorde ik dat de politie in het centrum van de stad een protestdemonstratie van honderden chassidiem tegen de ontheiliging van de sjabbat door het songfestival had tegengehouden. De finale vond pas ná sjabbat plaats, maar overdag werd er gewerkt aan de voorbereidingen. Op internet zag ik de beelden: (jonge) mannen in feestelijke sjabbatkledij, met reusachtige streimels of grote witte gehaakte keppels, met lange zwarte jassen en witte kousen, allemaal “sjabbes, sjabbes” roepend, tegenover agenten die hen terugduwden of op de grond gooiden, wel zachter dan krakers in Amsterdam in de jaren zeventig werden aangepakt. Ze kwamen uit de richting van Mea She’arim; het zouden Karliners kunnen zijn, of Toldot Avraham, Gur, of zelfs Naturei Karta. Opeens kwam Tuvia Tenenbom in mijn gedachten, de Joodse schrijver/acteur uit New York, die zeven maanden lang vermomd als Tobi the German (een journalist uit Duitsland), rondtrok door Israël en de Palestijnse gebieden en met Israëli’s en Palestijnen sprak, van Gideon Levy tot Jibril Rahjoub aan toe. Catch the Jew is de satirische neerslag van die gesprekken. Tenenbom kwam ook streng chassidische sektes tegen en schreef lyrisch over hun kleding, zo schitterend konden mannen er dus uit zien, met goudbrokaten ondermantels, met gordels en streimels van vossenbont. Dat zouden zijn homoseksuele vrienden die tevreden waren met een T-shirt of een roze overhemd, eens moeten zien …

Maar tegenover de protesterende zwarte jassen en geelbrokaten ondermantels uit Mea She’arim stonden geen homo’s, maar een groepje jonge seculiere vrouwen, die een manier hadden bedacht om de sjabbesroepende chassidiem terug te dringen: ze hadden hun bloesjes uitgetrokken en stonden in hun bh tegenover de menigte. Dat leek afschrikwekkender te werken dan de duwende agenten.

Delen |
aug 2019Tisja beAv 2019 – “God on Trial”
aug 2019Ervaringen uit de diaspora
jun 2019Nechama Rivlin 1945-2019
mei 2019Bosbranden
mei 2019Songfestival
mei 2019Na de wapenstilstand
apr 2019Dovemansoren
mrt 2019Een ongewoon verhaal
mrt 2019Poerim in beeld
mrt 2019Stress hanteren en trauma’s kwijtraken
mrt 2019Lente in Amsterdam, winter in Jeruzalem
feb 2019Berichten uit de diaspora
jan 2019Overdenkingen na het overlijden van Amos Oz
dec 2018Een bezoek aan Tekoa
nov 2018Da'at Elyon
nov 2018Chaja Polak: ‘De man die geen hekel had aan Joden’
okt 2018Gesprek met Marceline Loridan-Ivens (2003)
sep 2018Ari Fuld z.l. – een sympathieke rechts-radicale settler
sep 2018Rosh Hasjana, goed en slecht nieuws
aug 2018Wel of niet (koosjer) vlees eten
jul 2018Tisja beAv – The joy of our heart has ceased, our dancing has turned into mourning
jul 2018In memoriam – Claude Lanzmann
jun 2018Pluralisme in Jeruzalem en Tel Aviv
mei 2018Pressurecooker Gaza ontploft
mei 2018Onnodige tragedie
apr 2018Israëls zeventigste verjaardag
apr 2018Lange, hete zomer
mrt 2018Een toevallig gevonden boek
mrt 2018Terugblik op Poerim
feb 2018Noodkreet
jan 2018Deportatie en verzet
jan 2018Doodstraf
dec 2017Rust en rumoer
nov 2017Meeliften op het dagboek van Anne Frank
okt 2017Noach, de zondvloed en (seksueel) geweld
okt 2017Vreugde van het water scheppen
okt 2017Een dinsdag in Jeruzalem
sep 2017New age, alt-right en antisemitisme
aug 2017De totale zonsverduistering
jul 2017De Kotel en de wet op bekering
jun 2017Geweld tegen Arabische vrouwen
mei 2017De zakenman en het fotomodel op bezoek in Jeruzalem
mei 2017Jom Hasjoa in Israël
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal. Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël