inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Eva van Sonderen

Eva van Sonderen (1948) studeerde Engels aan het Nutsseminarium en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze ging aan de slag als vertaalster en free-lance journaliste, publiceerde her en der verhalen en artikelen, o.a. in De Gids, De Groene Amsterdammer en Bres. Eva werkte mee aan het boek 'Israel: een blanco cheque?' (Amphora/Van Gennep 1983). Van 1985 tot 1988 maakte ze deel uit van de vrouwengroep De Nieuwe Wilden in de Poëzie, onder leiding van Elly de Waard. Vanaf 1990 was ze correspondente voor het NIW in Israël. Verder schrijft ze voor Levend Joods Geloof en het Jonag Bulletin.

vrijdag 7 september 2018

Op de markt en in de supermarkten liggen de rimoniem (granaatappels) hoog opgestapeld, net als de potten honing en de honingcakes. In Rami Levi’s supermarkt zou een verkeersagent aanwezig moeten zijn om de opstoppingen veroorzaakt door boodschappenkarren te voorkomen.

Wat de voedselvoorziening voor de Jamiem Noraiem betreft, wordt er hard gewerkt. “Sjana tova oemetoeka!”, riep ik toen ik na een behandeling vertrok bij mijn tandarts. “O nee, metoeka is slecht!”, corrigeerde ik met een blik op het kleine borsteltje dat ik had meegekregen om mijn tandvlees te masseren.

Nou ja. Wat, behalve zoet, is er verder nodig voor Rosj Hasjana, Jom HaDin?

Er is genoeg slecht (naar mijn mening) nieuws te melden de laatste maand. Verschillende berichten van Arabische Israëli’s of Palestijnen die werden aangevallen door Joodse Israëli’s. Eind augustus werden drie Arabieren – een arts en twee verpleegkundigen – uit de stad Sjfaram op een strand ten zuiden van Haifa met messen en ijzeren staven aangevallen door negen Joodse onverlaten. Gelukkig wisten twee Joodse omstanders de aanval te stoppen, en belden ze politie en een ambulance. Drie van de aanvallers zijn inmiddels opgepakt, een van hen heeft een criminele achtergrond.

Ook werden in augustus vier activisten van Ta’ayush aangevallen in de heuvels ten zuiden van Hebron. De jeugdige aanvallers, van wie sommigen gezicht bedekkende lappen droegen, waren waarschijnlijk afkomstig uit de illegale ‘buitenpost’ Mitzpeh Yair. Er waren soldaten aanwezig, maar die grepen niet in. Ta’ayush is een beweging van Joodse en Palestijnse activisten die samen de Israëlische ‘bezetting’ proberen te beëindigen en gelijke burgerrechten te krijgen voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever door, zoals ze zelf schrijven, “concrete geweldloze acties.”

Verder een bericht van de non-gouvernementele organisatie Jesj Din dat nederzetters op de Westelijke Jordaanoever een Palestijns huis aan de rand van het dorp Burin ten zuiden van Nablus aan het bekogelen waren met stenen. Ook daar was het leger aanwezig, maar trad niet op.

Op de weegschaal van chesed (barmhartigheid) en gevoera (gestrengheid) mag wat mij betreft een zwaar gewicht aan de kant van chesed worden gelegd, vanwege het verzet tegen de deportatie van de circa 40.000 asielzoekers (door de regering ‘infiltranten’ genoemd) uit Soedan en Eritrea die via de Sinaïwoestijn Israël hadden weten te bereiken. De regering Netanjahoe wilde hen uitzetten naar Rwanda en Oeganda en verspreidde documenten dat daarover waterdichte afspraken met de regeringen van beide landen waren gemaakt. Daar bleek niets van waar te zijn. Vluchtelingen die naar een van die landen waren afgereisd, lieten de achterblijvers in Israël weten dat ze niet moesten vertrekken. Er was helemáál geen opvang in Rwanda of Oeganda en sommige vluchtelingen waren al bij aankomst beroofd van hun ‘oprotpremie’ van 3500 dollar.

Wat betreft het goede nieuws: de Israëlische Hotline voor Vluchtelingen en Migranten is, terugkijkend op het afgelopen jaar, bijzonder verheugd dat de geplande deportatie van circa 40.000 asielzoekers niet is doorgegaan door de talloze demonstraties, zowel in Israël als in het buitenland. Niet alleen de asielzoekers zelf demonstreerden, ook tal van medestanders, bondgenoten. Dat wil niet zeggen dat alles nu is geregeld, want allereerst is er beleid nodig om die 40.000 Afrikanen te laten integreren in Israël, door hen te behandelen als andere nieuwe immigranten: een stoomcursus Ivriet, tijdelijke huisvesting en eventuele beroepsopleidingen. De Hotline vraagt nog steeds om donaties. En ten tweede moet de belofte aan de bevolking van de achtergestelde buurten rond het Oude Busstation in Tel Aviv – het opknappen van hun sloppenwijk – nog worden waargemaakt.

Genoeg te doen in het nieuwe jaar 5779

Delen |

vrijdag 17 augustus 2018

Er circuleren filmpjes op Facebook waarop te zien is hoeveel er mis gaat bij de ‘reguliere’ slacht in Nederlandse slachthuizen. Ik heb ze expres niet willen bekijken, en vertrouw op degenen die dat wel durfden te zien en op eerdere verslaggeving van misstanden eind 2017. Toen werd bekend dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gedurende twee jaren 48 boetes had opgelegd aan negentien abattoirs. Een van de slachterijen, waar voornamelijk varkens werden geslacht, had zelfs elf boetes opgelegd gekregen en was toch nog niet gesloten.

Het gaat om ‘verdovingen’ (= een stalen pen door de kop schieten) die vaak fout gaan, zodat de aan haken opgehangen dieren nog bij bewustzijn worden gekeeld en gevild. Om varkens waarbij de keel niet volkomen wordt doorgesneden en die levend in een bad met heet water worden gegooid (om de haren gemakkelijker van de huid te krijgen) en die worstelend verdrinken. En als de dieren eenmaal dood zijn en op de lopende band worden vervoerd, hebben de keurmeesters precies 11 seconden om te zien of het vlees tekenen van ziekte vertoont, of om besmettingen te constateren. Af en toe wordt er een steekproef gedaan, maar dat schijnt doorgestoken kaart te zijn: zieke delen van de uitgekozen karkassen worden van tevoren afgesneden en weggegooid. Het reguliere slachten is dus niet alleen soms gruwelijk, het eindproduct kan ook gevaar voor de volksgezondheid opleveren.

Net als degene die mij deze berichten doorstuurde, dacht ik meteen aan de actie die de Partij voor de Dieren in het verleden voerde tegen de koosjere en de halal slacht. Die werden als ‘barbaars’ afgeschilderd, maar er werd met geen woord gerept over de praktijken in de reguliere slacht. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom: de Nederlander laat zich niet graag zijn biefstuk, karbonaadje of kippenbout afnemen, dat levert geen stemmen op. Je hebt meer succes bij de kiezers als je de (onbekende) slachtmethodes van twee minderheidsgroepen belooft te verbieden.

Een paar jaar geleden werd ik in Amsterdam bij een verkiezingscampagne aangesproken door twee jonge meiden van de PvdD. Ik legde uit waarom ik absoluut niet op hun partij ging stemmen. Ze moesten maar eens gaan kijken hoe kleinschalig en zorgvuldig de koosjere slacht plaatsvindt, zei ik en begon uit te leggen over zeer scherpe messen waar geen braam aan mag zitten, dat het dier volkomen gezond moet zijn, et cetera. Het ene meisje zei: “Ja we hebben gevraagd of we er bij mochten zijn, maar ze wilden ons niet toelaten.” “Kun je zien dat ze wat te verbergen hebben”, vulde de ander meteen in. Van die laatste opmerking werd ik zo nijdig dat ik zonder verder praten doorliep. Als de PvdD inderdaad niet welkom was om de sjechieta een keer bij te wonen, lijkt me dat geen handig besluit. Misschien moet dat worden gekoppeld aan de verplichting dan ook een kijkje te gaan nemen bij een regulier abattoir. Zodat een vergelijking mogelijk is.

Dat het bij de koosjere slacht in Nederland fatsoenlijker toegaat, lijkt me in de eerste plaats het gevolg van de voorschriften voor sjechieta, (dieren mogen de slacht van het voorgaande dier niet kunnen zien bijvoorbeeld). En in de tweede plaats vooral het gevolg van de kleinschaligheid, waardoor de voorschriften nauwkeurig kunnen worden gevolgd en er tijd is om het vlees daarna gedetailleerd te controleren. Als er op zo’n industriële schaal zou moeten worden geslacht als bij de reguliere slacht, zou er eerder iets mis kunnen gaan. Ik zou mijn hand er niet voor in het vuur willen steken dat al het vlees-met-hechsjer in de Israëlische supermarkten aan de hoge eisen van het kasjroet voldoet, vooral wat de behandeling van dieren voor de slacht betreft.

In het verleden (2012, 2015) hebben Israëlische dierenbeschermingsorganisaties undercover gefilmd bij de twee grootste slachthuizen in Israël, Badach in Deir-al-Asad en Tnuva’s Adom Adom in Beit She’an. In beide slachthuizen werden dieren extreem wreed behandeld (met elektrische schokken gestimuleerd om door te lopen, of geslagen en getrapt) en werden de sjechieta-voorschriften op grove wijze geschonden (kalveren die door een niet-deskundig uitgevoerde halssnede nog niet dood zijn en al opgehangen worden en dergelijke). Het vlees uit Badach wordt als glatt-kosher verkocht onder Badatz hechsjer. Kortom, door de ‘productiedruk’ in deze slachterijen is werkelijk koosjer slachten niet mogelijk; een hechsjer op deze producten is een aanfluiting.

Rabbijn Asa Keisar is een Israëlische geleerde op het gebied van religie en voorstander van veganisme. Hij groeide op in een orthodox Jemenitisch gezin. In zijn boek Velifnei Iver (Voor de blinde, een toespeling op het verbod uit Leviticus om een struikelblok te plaatsen voor de voeten van een mens die blind is) constateert hij dat het eten van vlees, zuivel en eieren volgens de Tora niet langer is toegestaan, gezien de mate van wreedheid die dieren in de bio-industrie ondergaan. “Om je aan de geboden te houden kun je niet langer vlees eten.”

Op initiatief van rabbijn David Rosen, voormalig operrabbijn van Ierland, die tegenwoordig in Jeruzalem woont en werkt, ondertekenden zeventig rabbijnen uit alle windstreken (onder wie onze ‘eigen’ Nathan Lopes Cardozo en de Amerikaanse Shefa Gold) een verklaring waarin ze Joden oproepen af te zien van dierlijke producten, omdat de bio-industrie het Joodse verbod tsa’ar baalei chaim overtreedt, dat wil zeggen het verbod op het mishandelen van dieren. Rosen noemt in het bijzonder de transportmethodes van dieren naar het slachthuis (te veel dieren opeen gepropt, die niet bij water kunnen komen) en het volpompen van vee, vooral melkkoeien, met hormonen en antibiotica om de melkopbrengst te vergroten. Een Amerikaanse halachische autoriteit heeft na inspectie van koeienkarkassen verklaard dat hun interne organen zulke afwijkingen vertoonden dat ze als treif moesten worden beschouwd – en dat geldt dan ook voor de melk van zulke treif verklaarde koeien.

Bio-industrie en dierenwelzijn gaan in ieder geval niet samen, zelfs niet bij de koosjere slacht, tenzij die op kleine schaal plaatsvindt. Dus: eet minder of geen vlees, minder of geen zuivel, minder of geen eieren. (Volgende keer misschien over de bloei van veganistische restaurants in Israël.)

Delen |

vrijdag 27 juli 2018

Het is kwart voor 9 ‘s avonds, erev Tisja beAv, ik loop met een katoenen tas met daarin een gigantische zaklantaarn naar het Nature Museum in Jeruzalem. In de tuin van het museum houdt de Jewish Renewal groep Nava Tehila de dienst. Het is al donker en ik stoot af en toe mijn tenen aan stenen en onverwacht afstapjes, maar arriveer toch aan één stuk op de plek waar iedereen zich heeft verzameld onder een soort tentdoek. Meest jonge mensen, vrouwen in lange dunne jurken met zwierige hoofdbedekkingen à la Miriam Makeba, mannen met kleurige keppels, mannen en vrouwen in spijkerbroek, mensen met kleurige omslagdoeken omdat het wel niet zo warm zal blijven. De meesten zitten op een rieten mat op de grond, een enkeling heeft een laag plastic vouwstoeltje meegenomen, en voor de ouderen onder ons staan houten bankjes in een vierkant om de rieten mat heen. Er hangen een paar lampen en er worden theelichtjes uitgedeeld om zo meteen bij te lezen. De nieuwe tijd: bijna alle aanwezigen, van jong tot middelbaar, hebben hun smartphone voor zich met de Nava Tehila website waarop de strofes van Eicha (Klaagliederen) in het Hebreeuws en Engels staan. Daarentegen neem ik graag een paar gedrukte vellen met tekst aan en installeer me op de grond met mijn zaklamp naast me. Het grote licht gaat uit; het enige licht komt nu van de smartphones, de flakkerende theelichtjes en mijn zaklamp. Om ons heen ruisen de naaldbomen.

Dan begint reb Ruth, die ook op de grond zit, zangerig aan de eerste strofe van Eicha. Mijn vellen papier hebben geen vertaling, dus ik moet het Hebreeuws scherp bijhouden met mijn lichtbundel – af en toe spiek ik even bij het Engels op het scherm van het meisje dat naast me zit:
O how has the city that was once so populous remained lonely! She has become like a widow! She that was great among the nations, a princess among the provinces, has become tributary. She weeps, yea, she weeps in the night, and her tears are on her cheek; she has no comforter among all her lovers; all her friends have betrayed her; they have become her enemies …

Tisja beAv is niet alleen een treurdag om de verwoesting van de eerste en tweede Tempel en de daaropvolgende ballingschap, maar om alle rampspoed die het Joodse volk is overkomen. Je kunt je in deze tijd, met het bestaan van de staat Israël en de herbouw van Jeruzalem, waar het barst van de luxe nieuwbouwprojecten, wel eens afvragen of die rouwdag nog ter zake is. Natuurlijk staat Israël nog steeds bloot aan dreigingen, zoals in het noorden waar Hezbollah zich koest houdt, maar wel zwaarbewapend is; en zoals aan de grens van de Golan met Syrië. In het zuiden stuurt Hamas vanuit de Gazastrook honderden brandballonnen (opgeblazen condooms in feite) en brandende vliegers over de grens die kilometers landbouwgrond en natuurgebied in de as hebben gelegd.

Daarnaast zijn er genoeg bedenkelijke interne ontwikkelingen om over te treuren, zoals de wet op de natiestaat, die donderdagnacht 19 juli werd aangenomen door de Knesset, waarin onder meer het Arabisch, vanaf de oprichting van de staat de tweede officiële taal van Israël, van die status wordt beroofd. Geheel in strijd met de gelijkheid van alle burgers en de democratische waarden die in Israëls Onafhankelijkheidsverklaring worden beloofd. Een klap in het gezicht van de Israëlische Arabieren die circa twintig procent van de bevolking uitmaken. Een dag eerder, op woensdag, stemde Netanjahoe, anders dan hij eerder had beloofd, tegen een wetsvoorstel om homoseksuele koppels hetzelfde recht op het gebruik van draagmoeders toe te staan als heteroseksuele koppels. Ha’aretz-columnist Bradley Burston noemde beide wetten voorbeelden van sinat chinam, ongemotiveerde haat. Hetgeen de oorzaak was van de verwoesting van beide Tempels.

Niet dat ik dat allemaal zat te bedenken, terwijl ik luisterde naar het gezongen reciteren van Eicha en van houding veranderde, van kleermakerszit naar benen vooruit, benen naar de zijkant, terug naar kleermakerszit, voor zover er ruimte was. Iedere afdeling werd door iemand anders gelezen (m/v) en tussen de gedeeltes klonken gedichten, waarvan een in het Engels:
“There is a war between the rich and poor, A war between the man and the woman. There is a war between the ones who say there is a war, And the ones who say there isn't.

Why don't you come on back to the war, that's right, get in it, Why don't you come on back to the war, it's just beginning.

Well I live here with a woman and a child, The situation makes me kind of nervous. Yes, I rise up from her arms, she says ‘I guess you call this love’; I call it service.

Why don't you come on back to the war, don't be a tourist, Why don't you come on back to the war, before it hurts us, Why don't you come on back to the war, let's all get nervous.

You cannot stand what I've become, You much prefer the gentleman I was before. I was so easy to defeat, I was so easy to control, I didn't even know there was a war.

Why don't you come on back to the war, don't be embarrassed, Why don't you come on back to the war, you can still get married.

There is a war between the rich and poor, A war between the man and the woman. There is a war between the left and right, A war between the black and white, A war between the odd and the even.

Why don't you come on back to the war, pick up your tiny burden, Why don't you come on back to the war, let's all get even, Why don't you come on back to the war? Can’t you hear me speaking?”

Een gedicht van Leonard Cohen, geschreven in 1973. Begin oktober van dat jaar vloog Cohen haastig van het Griekse eiland Hydra naar Israël om daar zijn bijdrage te leveren aan het voortbestaan van de staat. Hij wilde eigenlijk bij een legeronderdeel, maar ging tenslotte samen met Israëlische zangers Matti Caspi en Oshik Levy optreden in kampementen, hangars, veldhospitalen, overal waar maar soldaten zaten. ‘There Is a War’ was eerder geschreven en betrof in de eerste plaats zijn huiselijke situatie, met vriendin Suzanne en zoontje Adam.

Nadat de laatste klanken van Eicha verklonken, bleef het een tijd stil. We zongen nog een paar Hebreeuwse teksten en psalmen. Het werd killer, en een voor een stonden we op en liepen bij wassende maan het donker in, naar huis.

Laat de volgende ochtend hoorde ik plotseling op de Nederlandse radio over het ontijdig overlijden van Evelien Gans. Ik kon het amper geloven. Ik had haar in december vorig jaar nog gezien en gesproken, toen ze de wetenschappelijke bundel The Holocaust, Israel and ‘the Jew’; Histories of Antisemitism in Postwar Dutch Society, geschreven en geredigeerd met Remco Ensel e.a., in Jeruzalem kwam presenteren. De rest van Tisja beAv bracht ik door met het opzoeken van artikelen van en over haar. Onder andere het artikel in NRC waarin ze burgemeester Van der Laan op de korrel neemt, die het verzet in Amsterdam wat al te kritiekloos had opgehemeld en die herhaalde dat ‘men’ niet wist wat de Joden werkelijk te wachten stond. Evelien Gans was bij mijn weten de enige die op deze faux pas van de geliefde burgemeester durfde te wijzen.

Moge haar ziel worden opgenomen in de bundel van het eeuwige leven.

Delen |

vrijdag 13 juli 2018

Op 5 juli jongst leden is de cineast, schrijver en journalist Claude Lanzmann op 92-jarige leeftijd overleden. Lanzmann heeft natuurlijk de meeste bekendheid gekregen met zijn magnum opus, de ruim negen uur durende documentaire Shoah, waar hij twaalf jaar aan heeft gewerkt. Midden jaren tachtig werd Shoah voor het eerst in twee delen uitgezonden op de Nederlandse televisie. Ik leidde in die tijd een zelfhulp ‘steungroep’ voor naoorlogse Joden. We hadden afgesproken dat niemand die film in z’n eentje zou gaan bekijken, maar in gezelschap van ten minste één ander persoon. Die avond zat ik met twee anderen samen op mijn gele Bijenkorfbankje voor het tv-scherm voor het eerste deel van Shoah.

Nog steeds vind ik Shoah de beste, meest indringende film over de massamoord op de Europese Joden, ondanks – of dankzij – het feit dat er geen historische archiefbeelden zijn gebruikt. Ik zou willen dat (gedeelten van) Shoah ieder jaar op 4 mei werd(en) uitgezonden.

In 2013 heb ik Lanzmanns documentaire The Last of the Unjust gezien. Die film bestaat uit een lang interview met rabbijn Benjamin Murmelstein, de enige overlevende van de uit drie man bestaande Joodse Raad die in naam van de nazi’s het zogenaamde modelkamp Theresiënstadt moest besturen. De twee andere leden van de Joodse Raad werden een voor een door de nazi’s doodgeschoten. Lanzmann had dit materiaal al in 1975 gemaakt, maar het niet opgenomen in Shoah. Hij had volgens eigen zeggen veertig jaar nodig gehad om de juiste vorm te vinden.

Murmelstein werd na de oorlog door velen gezien als collaborateur met de nazi’s, maar is nooit veroordeeld. En misschien was dat terecht; hij zegt zelf dat hij in een vertragend kat-en-muisspel duizenden Joodse levens heeft gered. Het was een duivelse positie waarin hij was geplaatst, en de film laat dat goed zien. Tijdens het interview zie je een nog jonge Lanzmann langzamerhand warmere gevoelens krijgen voor Murmelstein. Deze stond direct onder bevel van Eichmann en werkte met hem samen. In tegenstelling tot Hannah Arendt, die Eichmann als “banale schrijftafel moordenaar” definieerde, beschrijft Murmelman hem als een overtuigde en enthousiaste antisemiet. (Dat was ook de mening van de Israëlische aanklager in het Eichmann-proces.)

Ook deze film zag ik in gezelschap van drie anderen, onder wie R., die als jongetje in Theresiënstadt had gezeten. Na het zien van de film hadden we een paar uur napraten in een belendend café nodig.

In 2017 zag ik op het Jeruzalem Filmfestival mijn derde Lanzmann film, Napalm. Lanzmann keert met een filmploeg terug naar Noord-Korea, het land dat hij in 1958 als journalist voor het eerst bezocht (zie zijn autobiografie De Patagonische haas). Het gezelschap journalisten moest destijds een vermoeiend programma van fabrieksbezoeken en solidariteitsbijeenkomsten afwerken, maar desondanks wist Lanzmann hartstochtelijk verliefd te worden op een Koreaanse verpleegster en plande hij een amoureuze ontmoeting, die hen beiden in grote moeilijkheden had kunnen brengen – dacht hij. Tijdens een boottochtje wordt duidelijk waarom zijn documentaire over Noord-Korea Napalm heet, maar de geplande liefdesscène valt letterlijk in het water.

Na afloop van de film, die ik samen met Y. zag, raakten we in gesprek met R., een Joodse uitgever uit Nederland, die van mening was dat de Koreaanse schone “natuurlijk een geheim agente was” en expres was ingezet om Lanzmann te compromitteren en dus chantabel te maken. Dat hadden wij nog niet bedacht, en Lanzmann op zijn oude dag kennelijk ook niet. Bovendien is een Fransman meestal trots op zijn buitenechtelijke veroveringen en valt er daardoor weinig te chanteren, wierp ik tegen. R. beaamde dat de Noord-Koreaanse geheime dienst wat dat betreft nog iets moest bijleren.

Nu heeft de man die de wereld met Shoah en The Last of the Unjust (en zijn film over Sobibor, die ik niet heb gezien) als geen ander heeft laten zien hoe en met welke medewerking de massamoord op de Joden werd uitgevoerd, en die met films over Israël en het Israëlische leger de herleving van het Jodendom (ook het religieuze) heeft laten zien, deze wereld verlaten. Lanzmann was een reus die zich bezig hield met Thanatos en met Eros als tegenpool. Moge de herinnering aan hem tot zegen zijn, en mogen zijn films, boeken en artikelen nog lang een groot publiek bereiken.

Delen |

vrijdag 15 juni 2018

Het Park Hamesila (spoorrailspark) is een zeven kilometer lange wandel- en fietsroute, gebouwd op de door de Turken in 1892 aangelegde spoorlijn van Jeruzalem naar Jaffa, die sinds 1998 niet meer werd gebruikt. De route begin bij het gerestaureerde Eerste Treinstation en loopt langs of door zeven verschillende buurten: de German Colony, Baka, Katamon, de volkswijken Pat en Gonen (de Katamonim), Mekor Chaim en het Arabische Beit Safafa. Het wandelpad bestaat uit betonnen ‘planken’ met nephoutnerven over de bielzen; daarnaast loopt een geasfalteerd rijwielpad. Aan beide kanten is er groen: gras, struiken, bomen, soms weelderig en soms minder, afhankelijk van de bebouwing.

Ter hoogte van Pat en Gonen is een uitgebreider park aangelegd, compleet met een vijver vol waterlelies en goudvissen, en verder een skatebaan en een beschaduwde kinderspeelplaats. Het treinspoor loopt door tot Malcha en ondertussen wordt het groen wilder, met olijfbomen, vijgenbomen en watergeulen en mondt uit in de natuur van de Jeruzalemse heuvels. Op twee plekken zijn langs het spoor ‘boekenhaltes’ aangebracht, waar ik al menig pocket heb uitgehaald of naartoe gebracht.

De aanleg van het park, door de gemeenteraad en de Society for the Protection of Nature, onder leiding van burgemeester Barkat en vooral vice-burgemeester Naomi Tzur, heeft 40 miljoen sjekel gekost, wat op zichzelf niet zoveel is. Het park is ook bedoeld om de ‘klassenkloof’ tussen de rijke wijken, zoals de German Colony, en de achterstandswijken van de Katamonim enigszins op te heffen, of om de verschillende bewoners op zijn minst te laten mengen; dat laatste is goed gelukt. Als ik er wandel, komt me eerst een halfnaakte gebruinde man tegemoet, zwetend, met koptelefoon op zijn hoofd. Verder fietsen er twee kleine meisjes op driewielers, de moeder in jeans met haar Iphone in de hand. Dan word ik ingehaald door twee jonge ‘schwartze’ chassidiem op sportfietsen. Eentje heeft een ruimvallende talliet katan om die door de wind wordt opgebold als een laken aan de waslijn. De tsitses (schouwdraden) wapperen gevaarlijk rond zijn achterwiel, linke soep.

Ik haal ze later in als ze in een grotere groep staan te kletsen, meld dat ik uit Holland kom en ze dus kan wijzen op het gevaar. Hij bedankt me, stopt zijn talliet, tsitses en alles in zijn zwarte broek en stapt weer op. De volgende voetgangers die ik tegenkom, zijn twee gesluierde Arabische vrouwen, met volle boodschappentassen van supermarkt Rami Levi, (de grote gelijkmaker van Joden en Arabieren).

Twee dagen later ben ik in Tel Aviv in de buurt van Allenbystraat, Frishman, Sheinkin en Dizengoff. Overal wemelt het van de regenboogvlaggen, ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien, en een winkel pronkt met een regenboogkleurige strandjurk. De Gay Pride mars is pas een paar dagen later, op een vrijdagmiddag. Ik ben er niet bij geweest, maar lees dat het ondanks de hitte nog nooit zo druk is geweest, 250.000 deelnemers, onder wie 30.000 toeristen. Het is dan ook de twintigste mars, en Israël bestaat zeventig jaar, twee kroongetallen.

Burgemeester Ron Huldai houdt de openingstoespraak en roept op tot “gelijke rechten voor iedereen” – de foto’s zien er vrolijk uit, veel kleurige slingers en beschilderde gezichten. Er rijden praalwagens mee met alweer halfnaakte, maar dit keer heupwiegende mannen. Een van de wagens is gesponsord door Engeland en heeft als thema “Love is Great Britain”, misschien op instigatie van de Engelse ambassadeur in Israël, die openlijk gay is. De mars trekt langs een kleine groep activisten, gekleed in zwart en roze, die protesteren tegen de ‘pink washing’, het feit dat de bezetting van Palestijnse gebieden op de Westoever op dit ogenblik gewoon doorgaat en dat daar geen aandacht aan wordt besteed. Niemand schijnt zich van hen iets aan te trekken, er is politie aanwezig en er komen geen rellen. ’s Avonds treedt onder anderen Netta Barzilay op, winnares van het Eurovisie Songfestival.

Al zoekend naar foto’s van de Gay Parade lees ik dat tijdens een besloten internationale conferentie (13 juni) onder auspiciën van het ministerie van Openbare Veiligheid en Strategische Zaken het hoofd van de Shin Beth bekendmaakt dat Israël in 2018 tot nu toe 250 terreuraanslagen heeft weten te voorkomen. De zwart-roze activisten hebben een punt …

Delen |
sep 2018Rosh Hasjana, goed en slecht nieuws
aug 2018Wel of niet (koosjer) vlees eten
jul 2018Tisja beAv – The joy of our heart has ceased, our dancing has turned into mourning
jul 2018In memoriam – Claude Lanzmann
jun 2018Pluralisme in Jeruzalem en Tel Aviv
mei 2018Pressurecooker Gaza ontploft
mei 2018Onnodige tragedie
apr 2018Israëls zeventigste verjaardag
apr 2018Lange, hete zomer
mrt 2018Een toevallig gevonden boek
mrt 2018Terugblik op Poerim
feb 2018Noodkreet
jan 2018Deportatie en verzet
jan 2018Doodstraf
dec 2017Rust en rumoer
nov 2017Meeliften op het dagboek van Anne Frank
okt 2017Noach, de zondvloed en (seksueel) geweld
okt 2017Vreugde van het water scheppen
okt 2017Een dinsdag in Jeruzalem
sep 2017New age, alt-right en antisemitisme
aug 2017De totale zonsverduistering
jul 2017De Kotel en de wet op bekering
jun 2017Geweld tegen Arabische vrouwen
mei 2017De zakenman en het fotomodel op bezoek in Jeruzalem
mei 2017Jom Hasjoa in Israël
apr 2017De maaltijd van de Moshiach
apr 2017Demonstreren in Jeruzalem
mrt 2017Weapons of the Spirit
mrt 2017Ana B’choach
feb 2017Emoties en de brit mila
jan 2017Een nieuwe koning in Egypte die Jozef niet had gekend
jan 2017Aanslag in Armon Hanatziv
jan 2017De rechtsstaat Israël
dec 2016Ellende en onheil
dec 2016Portefeuille
nov 2016Bosbranden
nov 2016Amerikaanse verkiezingen
okt 2016Sjana tova – van traditioneel tot vernieuwend
sep 2016Afscheid bij Crescas
sep 2016Prayer for the Soul and the Holy City
sep 2016Bariloche
aug 2016Gideon Levy
aug 2016Zomergasten en groene papegaaien
jul 2016Traditie en moderne ontwikkelingen
jun 2016In memoriam: Alegria
mei 2016Donkere wolken boven Zion?
mei 2016René Kahn – Tikoen Olam met behulp van psychofarmaca
apr 2016Overdenking bij de dood van Wim Brands
mrt 2016Denkflarden bij het samenstellen van sjlachmones
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem II – het French Hospice
mrt 2016Stervensbegeleiding in Jeruzalem
feb 2016Uitzichtloosheid in Gaza
feb 2016Separate but equal is not equal. Hebben vrouwen gewonnen, of de religieuze stromingen?
jan 2016Aanslagen op de Westoever
jan 2016Van Dis
dec 2015Het verschillende gebruik van messen
dec 2015Chanoeka 2015
nov 2015De oorlog van Gog en Magog
nov 2015Herdenking van de moord op Rabin
okt 2015Een bi-nationale staat voor twee volkeren
okt 2015De terreur van de lange messen
sep 2015Is er nog één Joods volk?
aug 2015Profetie
aug 2015Toch nog lichtpuntjes
jul 2015Tisja beAv 2015
jul 2015Een spook waart door Jeruzalem ...
jul 2015Tegengestelde verhalen - wat is waarheid
jun 2015Stedenband
jun 2015Licht en donker in Jeruzalem
mei 2015Catch the Jew! (Vang de Jood)
mei 2015Beth Mozes
apr 2015Tunnel of Hope
mrt 2015Angst en trauma hebben de verkiezingen gewonnen
mrt 2015Poeriem en Iran
feb 2015Nederlandse Joden, hier of daar
feb 2015Ibrahim Abu El-Hawa
jan 2015Verschillen in perceptie na de aanslagen in Parijs
jan 2015Journaal van te verwachten sneeuwstorm
jan 2015Het jaar 2014
dec 2014Chanoeka tussen Rechovot en Jeruzalem
dec 2014Welkom terug
nov 2014Door de Arabische sjoek
nov 2014Olijven plukken (2)
okt 2014Olijven plukken met Rabbis for Human Rights
okt 2014De goede oude tijd
okt 2014Onder de helm
sep 2014Rosj Hasjana 2014
sep 2014Berlijn en Jeruzalem
aug 2014Overwinning
aug 2014Staakt-het-vuren
jul 2014Oorlog en de as van de Rode Koe
jul 2014In Israël gebeurt in drie weken meer dan in Nederland in een jaar
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen - vervolg
jun 2014Hopen op het beste, het ergste vrezen
jun 2014Sjawoe’ot en de éénstaat oplossing
mei 2014Naar Tekoa
mei 2014Het Achterhuis voor tieners verklaard
mei 2014Anne Frank met luxe verwen-arrangement
apr 2014Jeruzalems begin en einde van Pesach
apr 2014Is er hoop na Kerry?
apr 2014De Holyland affaire
mrt 2014Nu al: pre-Pesachkoorts
mrt 2014Botsende klimaatzones en botsende belangen
feb 2014Diaspora-nieuws
feb 2014Ziekenfonds
jan 2014Landau over Sharon
jan 2014Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv
dec 2013Pre-Kersjt in Jeruzalem
dec 2013Een geurkaarsje voor Mandela
dec 2013Amos Oz, Chanoeka en Friedländer
nov 2013De Hollandsche Schouwburg. Theater, Deportatieplaats, Plek van Herinnering
nov 2013Filipijnen
nov 2013Bethlehem, de film
okt 2013Aviva Zornberg over de akeda
okt 2013De Kabbala van rabbijn Ashlag
sep 2013Wie verdient er nu de Nobelprijs?
aug 2013Scheermes en scheerkwast bij de hand houden
aug 2013Een relatief rustig eiland
aug 2013Gasmasker
jul 2013Tisja Be'Av
jul 2013Dertigste Jeruzalem Filmfestival
jul 2013Tel Aviv, stad van tegenstellingen
jun 2013Hitte
jun 2013Rosj Chodesj Tammoez
jun 2013'De vijand'
mei 2013Een echte seculiere sjabbatsfeer
mei 2013Onderduiken in de apenrots
apr 2013In dienst gaan
apr 2013Zon en zingeving in Israël
mrt 2013Kitniyot
mrt 2013Chamsin
mrt 2013Rabbi Menachem Froman, van Goesj Emoeniem tot Jerusalem Peacemaker
mrt 2013Conflict bereikt tuinhekje
feb 2013David Hartman - zichrono livracha
jan 2013The day after
jan 2013Ontregeld
jan 2013Lemaleh et hachalal
dec 2012Chanoeka in Nachlaot
nov 2012Oorlog met Gaza (2)
nov 2012Oorlog met Gaza
nov 2012New York
okt 2012Noach, de Zondvloed en zonne-energie
okt 2012Op de Machane Yehuda
sep 2012High Times – thuiskweek in Israël