De rechtsstaat Israël

Eva van Sonderen

vrijdag 6 januari 2017

In 1987 kwam ik een jaar op een toeristenvisum naar Israël en werkte ik een half jaar op een kantoor in de Balfourstraat in Jeruzalem. Ik ging altijd met de bus naar mijn werk en liep het laatste eindje langs de ambtswoning van de minister-president op de hoek van Balfour. Vaak liep ik premier Shamir bijna tegen het lijf, een onderdeurtje van een man, op weg naar zijn zwarte dienstauto, met één bewaker naast zich. Ik groette hem vriendelijk en kreeg een knikje terug. De woning zag er destijds heel gewoon uit, er stond wel een menshoge muur om de tuin, maar verder niets bijzonders.

Wat een verschil met de huidige toestand, ik kwam er pas weer eens langs. Het hele stuk Balfourstraat is afgesloten met dranghekken, er staan bemande wachtposten, je komt er als voetganger moeilijk in. Eigenlijk hebben alleen bewoners uit de huizen rondom de residentie toegang, zag ik toen ik de straat weer uitliep via de tweede wachtpost. De muur rond de woning is door de jaren heen flink opgehoogd, met torens op de hoeken. En het meest bizarre: aan de zijkant van de muur hangt een soort rails met een enorm zwart gordijn dat kan worden gesloten, waarmee dan alle zicht op de ingang van de vesting wordt ontnomen. Maandagavond werd Netanjahoe op last van procureur-generaal Mandelblit liefst drie uur thuis ondervraagd in verband met nieuwe verdenkingen van corruptie – en volgens de verslagen in kranten was het zwarte gordijn geheel dichtgetrokken. Op 6 januari volgt een tweede ondervraging.

Vandaag , 4 januari, is uitspraak gedaan in de trieste zaak tegen de 19-jarige sergeant Elor Azaria. In maart vorig jaar staken twee Palestijnse terroristen met messen in op een soldaat bij een wachtpost in Hebron. Een van de soldaten werd gewond aan zijn schouder. Beide daders werden neergeschoten door andere militairen; een van de terroristen was op slag dood, de ander lag gewond op de grond. De commandant van de brigade stelde vast dat hij geen bedreiging meer vormde. Elf minuten later kwam A. rustig aanlopen en schoot de terrorist door het hoofd. Tegen een andere soldaat had hij even tevoren gezegd dat de terrorist de dood verdiende, een bewering die hij later voor de rechtbank ontkende. Een activist van B’tselem had het hele incident gefilmd, het is te zien op YouTube.

Het heeft de Israëlische maatschappij in twee kampen verdeeld. Tot het kamp dat vond dat hier een ernstig misdrijf was gepleegd en dat A. voor een militaire rechtbank diende te komen, behoorden minister van Defensie Moshe Ya’alon, IDF-opperbevelhebber Gadi Eisenkot, en aanvankelijk ook premier Netanjahoe. Het andere kamp, onder wie veel ouders van dienstplichtigen, vond dat A. vanwege zijn leeftijd (“onze jongens zijn nog kinderen”) en het feit dat de gedode man een terreuraanslag had gepleegd, geen schuld trof; meer extreem-rechtse groeperingen juichten hem zelfs toe als held. Die geluiden gingen niet ongemerkt aan Netanjahoe voorbij; hij belde in april de ouders van A.: “als vader van een soldaat en als minister-president, wil ik graag herhalen: de IDF staat achter zijn soldaten.” Minister Ya’alon ging daar een maand later scherp tegen in tijdens een toespraak tot legerofficieren; hij moedigde hen aan zich te blijven uitspreken tegen de “extremistische minderheid” die bezig was de normen en waarden van het leger te ondermijnen. Het kostte hem zijn baan; Netanjahoe verving hem kort daarop door Lieberman. Ook Eisenkot heeft zich uitgesproken, vooral naar ouders toe: “een achttienjarige dienstplichtige is niet ons aller kind, maar een soldaat die de taken die hem zijn opgedragen, moet uitvoeren.”

Op foto’s zie ik vandaag Elor Azaria tussen zijn ouders op de beklaagdenbank zitten. Het gezin komt uit Ramle, een van de armste steden in Israël, met een gemengde Joodse en Arabische bevolking. Beide ouders lijken qua uiterlijk van Noord-Afrikaanse afkomst te zijn; de vader ziet er uit als een sombere beer die de hoop op een beter leven lang geleden heeft opgegeven, de jonger en feller ogende moeder houdt haar arm bezorgd om haar zoon heen. En A., tussen hen in, ziet er – wat Gadi Eisenkot ook beweert – uit als een niet al te slimme puber. Als het oordeel is geveld – schuldig, de strafmaat is nog niet bekend – barst de moeder (volgens Ynet news) in tranen uit en roept naar de rechtbank: “dit is doorgestoken kaart. Blijven jullie maar glimlachen. Eens zullen jullie ook een kind hebben”. Verschillende mensen in het publiek beginnen na de uitspraak te schreeuwen en worden de zaal uitgezet. De advocaat die A. verdedigt, verklaart het besluit van de rechtbank te respecteren, er van te leren en zeker in hoger beroep te gaan.

Ironisch genoeg betekent de achternaam Azaria: ‘God heeft geholpen’. Verschillende figuren uit Tenach droegen die naam, met inbegrip van een van de drie mannen – Sjadrach, Mesjag en Abed-nego - die door koning Nebukadnezar in een brandende vuuroven werden geworpen, omdat zij zich als Joden niet wilden neerwerpen voor het gouden beeld dat de koning had laten maken. Abed-nego was de Babylonische naam van Azariah. Elor is een samentrekking van El (God) en Or (Licht) en wordt geassocieerd met de gazelle die overal overheen kan springen. (Daniel 3:23)

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.