“Het leven ís – (niet voltooid)”*

Renée Citroen

vrijdag 31 juli 2020

Nu is eindelijk het wetsvoorstel van Pia Dijkstra voor levenseinde in eigen beheer ingediend. In het commentaar van NRC wordt het “het recht op zelfbeschikking, persoonlijke autonomie en eerbiediging van de menselijke waardigheid” genoemd. De leeftijdsgrens is 75 jaar, wat mij redelijk jong lijkt, waarschijnlijk bekeken door iemand (Pia Dijkstra zelf?) die veel jonger is en dat vréselijk oud vindt. Wacht maar tot je zelf tegen de zeventig loopt, dan piep je wel anders.

Dan redeneert NRC merkwaardig: “Autonomie is voor het individu dat zijn (sic) hele leven vrije keuzes tracht te maken, bij het levenseinde maar moeilijk uit handen te geven.” Wat is dat voor een individu? Een man duidelijk, die gewend is dat hij altijd zijn zin krijgt, dat alles gaat zoals hij het beslist, want het is zijn eigen vrije wil. Die man bestaat niet, tenzij het een almachtige dictator is. Iedereen heeft rekening te houden met de mensen om zich heen en met omstandigheden buiten zijn of haar controle. Maar dat accepteert dit individu dus niet, dat wil alles in eigen hand houden tot zijn eigen dood aan toe. Ik zie zo iemand in het ziekenhuis liggen, hulpeloos, afhankelijk van anderen voor zijn welzijn. Dat moet zo verschrikkelijk zijn dat hij dan liever dood wil. En dat moet dus wettelijk worden geregeld? Het schijnt ook nog eens een piepkleine groep te zijn die zo denkt, een paar duizend mensen. En voor hen is menselijke waardigheid dus onafhankelijk zijn van anderen, alleen leven volgens je eigen vrije wil. Dan zouden gehandicapten of dementerenden dus geen menselijke waardigheid meer hebben? Wat een gotspe. Het is de blik van buitenaf, het individu met zijn vrije wil ziet iemand in een rolstoel en verdiept zich niet in wie die mens is maar denkt alleen: dat nooit. Wat een treurige manier om in het leven te staan.

Een demente vrouw die een euthanasieverklaring tekende toen ze nog goed bij was, kreeg een euthanasiemiddel van een arts met instemming van haar familie en overleed, ook al protesteerde ze heftig. Maar toen meende de arts dat ze niet meer wist wat ze deed en werd er voor haar beslist.

Dat was toegestaan, zei de rechter. Ik dacht terug aan de tijd dat ik met een gebroken schouder thuis zat. Ik kon niet veel meer, niet zelf wassen en aankleden, niet fietsen of boodschappen doen. Zo is het als je echt oud bent, dacht ik, dan moet je overal mee worden geholpen. Dan ben je niet autonoom meer. Voor sommige mensen, 'individuen', hoeft het dan dus niet meer. Ze tekenen een euthanasieverklaring voor als het zover is.

Ik wist dat mijn hulpbehoevendheid weer over ging, daardoor kon ik er mee leven; ik had alleen geduld nodig. Net zoals nu, we moeten wachten tot alles 'normaal' wordt en we willen dan niet het 'nieuwe normaal', maar het oude, 'gewone'.

Maar ik vond het goed te doen, ik paste me aan de beperkte omstandigheden aan. Ik genoot ervan om voor het raam naar de vogels in de tuin te kijken en van het kopje koffie met een dik boek erbij.

Stel dat deze onzelfstandigheid zo blijft, dacht ik, is dat dan erg? Natuurlijk, maar ook als ik niets meer zelf kan, wil ik blijven leven om van de kleine dingen die er nog wél zijn te genieten. Ho ho, zei ik tegen mezelf, daar kies je dan zelf voor, je ben nog niet dement. Hoe is het dán?

Onlangs bezocht ik na maanden mijn oude tante van bijna negentig weer; ze woont in een verzorgingshuis. In de tijd dat we niet bij haar mochten komen, was ze erg achteruit gegaan. Dat schijnt vaker te gebeuren. Ze herkende me nog wel, maar was erg verward en begreep haast niet meer wat er tegen haar werd gezegd. Ja, een kopje thee (met een rietje) wilde ze nog wel en een koekje ook. En toen ik zei dat het zo lang geleden was dat we elkaar zagen, zei ze dat het voor haar niet zo leek. Dat was een geruststelling, haar besef van tijd maakte dat ze het bezoek niet had gemist.

Ze probeerde dingen te pakken die er niet waren en op de meegebrachte bloemen reageerde ze niet meer. En na een uurtje was ze moe.

Ik moest steeds denken aan de vrouw die door de huisarts euthanasie kreeg. Ik hoorde deze arts op de radio. Ze was ervan overtuigd dat de demente vrouw ondragelijk leed. Nu ik mijn tante zo zag, dacht ik: hoe durf je dat voor een ander te beslissen en hoe weet je zo zeker dat een dement persoon geen eigen wil meer heeft? Hoe kan je iemand dood maken die nog leeft? Waarom niet het lijden verlichten met goede medicijnen in plaats van een mens te doden?**

Toen mijn tante nog redelijk helder was, zei ze vaak dat ze wel dood wilde, omdat ze liever thuis was dan in het verzorgingshuis. Dat ging niet meer en ze legde zich er uiteindelijk bij neer. Ze leed toen meer dan nu, maar je ging haar toen toch ook niet doodmaken?

Ik hoop dat het wanneer ze sterft een echte zachte dood zal zijn en niet het opvolgen van een verzoek, geuit op een moment dat je geen idee hebt van wat je kunt dragen als het er op aankomt. Ik weet hoe je je grenzen verlegt en je steeds meer aanpast aan de situatie. En ik hoop dat artsen daar rekening mee houden en eerbied hebben voor het leven in ál zijn facetten.

* Citaat van Lody v.d. Kamp.

** Het bleek dat mijn tante veel te zware medicijnen kreeg. Nu is dat aangepast en is ze veel helderder. Stel je voor dat er toen euthanasie was gepleegd …

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.