sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Renée Citroen

Renée Citroen (1948) was werkzaam als journalist/redacteur van onder andere: Wordt Vervolgd (Amnesty International), Blanes, NIW, Benjamin, JonagBulletin en Chidushim (Beit Ha'Chidush). Als 'opvolgster van Henriëtte Boas' schrijft ze regelmatig ingezonden brieven in NRC Handelsblad. Renée Citroen is oud-bestuurslid van Beit Ha'Chidush en mede-auteur van de Sidur Ha'Chidush en de Nieuwe Hagada.

vrijdag 2 september 2016

In het tv-programma van wijlen Wim Brands over boeken werden een tijd geleden toevallig twee boeken over twee Joodse schrijfsters besproken: Renate Rubinstein en Andreas Burnier. Beiden waren kinderen in de oorlog en na de oorlog bekende schrijfsters.

Zij zijn van de generatie vóór mij en het viel mij weer op hoeveel deze vrouwen gemeenschappelijk hadden. Hun geschiedenis van jong gescheiden worden van hun ouders in een zeer gevaarlijke periode maakte hen vaak tot kinderen die hun emoties hebben verborgen achter ondoordringbare muren. Het is bekend dat de generatie vóór hen, degenen die nog een min of meer normale jeugd hadden, er beter aan toe was na de oorlog dan zij.

Velen van hen zijn succesvol geworden, op allerlei gebied. Zij zetten zich vooral in voor het feminisme en de mensenrechten. Niet alleen Renate en Andreas, maar denk ook aan Hanneke Groenteman, Hedy d’Ancona, Wilma Stein en andere, minder bekende vrouwen.

Waarom heb ik dan zo'n moeite met hen? Ik bewonderde hen eerst zeer. Ik was vooral fan van de columns van Renate en ik ging ook trouw naar haar boekpresentaties en scoorde dan een handtekening. Het was de tijd van het feminisme en deze vrouwen stonden vooraan en spraken zich uit. Voor mijn gevoel kwam ik net kijken, en ik durfde dat allemaal nog niet.

De omslag kwam geleidelijk. Na de dood van Renate kwam haar boek over haar relatie met Simon Carmiggelt uit en dat viel me tegen. Heel begrijpelijk, die vaderfiguur en de vreugde om weer geliefd te worden, na zo in de steek gelaten te zijn door andere mannen, met als eerste haar vader. Maar ik vond het pathetisch en zonder afstand geschreven. Ze viel van haar voetstuk, logisch, ze was een Mensch, maar niet langer mijn voorbeeld.

Toen kwam de WUV, of liever de sluiting ervan voor de naoorlogse generatie, nota bene door een Joodse minister, Hedy d'Ancona. Haar totale gebrek aan begrip voor wat wij hadden doorgemaakt met getraumatiseerde ouders verbaasde mij eerst. Later begon ik het te begrijpen: zij en haar hele generatie, was met flink zijn en niet zeuren de oorlog doorgekomen en nu kwamen die snotneuzen, die de oorlog niet eens hadden meegemaakt, klagen en aandacht vragen voor hún problemen. Welke problemen? Ze had geen idee. Dat heb ik haar eens duidelijk proberen te maken op een Limmoed-bijeenkomst, waar ze een afstandelijke lezing hield, waarvan ik het onderwerp ben vergeten. Na afloop vroeg ik haar gewoon waarom ze de WUV voor ons had gesloten. Weer kwam er een zakelijk verhaal, maar toen werd de zaal wakker en iedereen vertelde zijn of haar ervaringen. Dat was niet mis en ze schrok zichtbaar. Ze probeerde zich eruit te redden, maar dat lukte niet. En de wet bleef wel gesloten, maar ik ben blij dat ik samen met mijn generatiegenoten de frustratie daarover heb kunnen verwoorden.

Haar optreden bij Zomergasten heb ik door verblijf in het buitenland niet kunnen zien, maar de recensies en de vijf minuten op internet lieten zien dat zij nog steeds bekwaam om de zaken heen praat.

En dan Andreas Burnier. Op een conferentie van Joods Maatschappelijk Werk sprak zij over mensen met alleen een Joodse vader en gebruikte voor het eerst de term 'vaderjoden'. Ze vond dat er geen onderscheid moest worden gemaakt en dat zij er gewoon bij hoorden. Luid applaus, en zij was de heldin van de dag. Hoe kwam het dan dat zij een tijd later op een JONAG-middag haar woorden introk? Was ze teruggefloten door de LJG? Vond ze vaderjoden toch geen ‘echte’ Joden? Ze draaide er lang omheen, maar de zaal bleef aandringen. Toen kwam het hoge woord eruit: met vaderjoden erbij ‘verwatert’ het Jodendom.

Ze was natuurlijk blij dat zij er op latere leeftijd wél bij mocht horen en daarom ‘roomser dan de paus’, maar haar afwijzing en uitsluiting kwamen hard aan.

Nee, van de vorige generatie moeten wij het niet hebben; hun hardheid, die ze nodig hadden om te overleven is nooit verdwenen. Begrip ja, maar dat zou ook wel eens een beetje wederzijds kunnen zijn.

Delen |

Reacties

Jacques Barth

vrijdag 2 september 2016
Hi Renee, prima stukje. De regering heeft zich indertijd gebaseerd op een in 2016 nog niet verrichte studie.
Zie het initiatief hieronder en kom naar de ljg op 20 september
Trauma en Veerkracht studie
De Trauma en Veerkracht studie is een multidisciplinair onderzoek dat zeventig jaar na dato kijkt naar de effecten van de Holocaust in en op het leven van drie generaties Nederlandse joden, beschrijft hoe persoonlijk en maatschappelijk functioneren zich in de loop van decennia ontwikkelt en biedt inzicht in veerkrachtmechanismen.
Alhoewel veel is geschreven over de genocide op de joden en de geschiedenis in grote lijnen als bekend kan worden verondersteld, is nog nooit systematisch geïnventariseerd wat de (medische) gevolgen voor de opeenvolgende generaties zijn, laat staan wat mensen daarover zelf te vertellen hebben. Het Amerikaanse epigenetisch onderzoek van Rachel Yehuda (Mount Sinaï, New York) en het Nederlandse Hongerwinter – onderzoek tonen overtuigend het causale verband tussen posttraumatische stress bij oorlogs- en vervolgingsslachtoffers en de fysieke effecten daarvan op het nageslacht aan. Een belangrijke medisch technologische vooruitgang waardoor niet alleen helderder wordt wat de wisselwerking is tussen de persoonlijke gevolgen van genocidaal geweld, maar ook op welke wijze individuele leden binnen opeenvolgende generaties zich herstellen.
Door dit te vergelijken met bijvoorbeeld de dynamiek die veteranen van vredesmissies en hulpverleners(politie en brandweer) ervaren bij hun werkzaamheden, kan op termijn doelgerichter persoonlijke en maatschappelijke veerkracht gestimuleerd worden.
Aan de uitvoering van de Trauma en Veerkracht ligt een degelijke infrastructurele basis ten grondslag: een samenwerkingsverband van twaalf gerenommeerde onderzoekinstellingen. Het epigenetische gedeelte van de studie komt voor rekening van het Mount Sinaï Hospital en het Second Gen project (New York, VS), de Universiteit van Maastricht, het Leids Universitair Medisch Centrum en het Max Planck Institut für Neurobiologie (München, Duitsland). Het psychosociale aspect van het onderzoek wordt verzorgd door Arq Psychotrauma Groep (Amsterdam), Stichting Centrum ‘45 (Oegstgeest), Northwestern University (Chicago, VS), The Group Project for Holocaust Survivors and their Children (New York, VS), het AMCHA Center for Holocaust Survivors and the Second Generation (Jeruzalem, Israël) en Tel Aviv University (Israël). De historische beschrijving, afname en opslag van interviews vindt plaats onder auspiciën van het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en genocidestudies (Amsterdam) en de USC Shoah Foundation Institute (Los Angeles, VS).
De onderzoekspopulatie omvat drie opeenvolgende generaties van Nederlandse joden geboren tussen 1925 en 2000. De eerste generatie bestaat vooral uit zogenaamde kind-overlevenden, waarvan anno 2016 in Nederland naar schatting nog ruim zevenduizend in leven zijn. In principe komt iedere joodse overlevende, die na de Tweede Wereldoorlog nog niet volwassen was, voor deelname aan het onderzoek in aanmerking. Het gehanteerde criterium voor onderzoekdeelname is één of twee joodse ouders bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog, wat impliceert dat iedereen kan deelnemen die in de periode 1940 – 1945 potentieel slachtoffer was van de toenmalige racistische nationaalsocialistische wetgeving. Naar verwachting is het aantal participanten in de leeftijdscategorie 18-21 jaar in 1945 gering, daar hun leeftijd momenteel boven de 90 jaar ligt. Het aantal kind-overlevenden, vanaf 1935 geboren, dat aan het onderzoek zal deelnemen is groter. Over hen bestaat vroege verslaglegging in de vorm dossiers gevormd door het Bureau Oorlogspleegkinderen en de joodse voogdij instelling Le-Ezrath Ha-Jeled (Het Kind ter Hulpe), die gebruikt worden als primaire historische bronnen. Met betrekking tot aard van vervolging (onderduik, kampen etc.) en/of de kinderen na de Tweede Wereldoorlog over ouder(s) beschikten/ half verweesd waren of wees bleken te zijn wordt binnen de Trauma en Veerkracht studie geen onderscheid gemaakt. Zwaartepunt van het onderzoek ligt op de langdurige stressende factor van vervolging. De beleving van Jodendom (orthodox, belijdend, liberaal etc.) doet medisch gezien niet ter zake, maar komt wel aan de orde bij de interviews en de historische beschrijvingen.
De biologische kinderen van de (kind-)overlevenden, als ook hun kinderen vormen de tweede en derde groep van de studie. Met name over de problematiek van de tweede generatie is in de loop van de jaren ’70 en ’80 van de 20e eeuw bijna uitsluitend in psychosociale termen geschreven, van een historisch overzichtsverhaal is geen sprake. In feite is hier sprake van een lacune, die nog moet worden opgevuld. Met betrekking tot de derde generatie, die van de kleinkinderen kan worden verwezen naar dezelfde lacune. Voor wat betreft het epigenetische deel als ook de geschiedschrijving van de tweede en derde generatie ligt de nadruk op het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens en het aanleggen van een audiovisuele databank.
Momenteel bevindt de Trauma en Veerkracht studie zich in de pilot fase. Naast het opstellen van het medische protocol worden eenvoudige tests bij vrijwilligers uit de tweede generatiepopulatie afgenomen. Het betreft milde medische handelingen als metingen van de bloedruk en hartslagvariabiliteit om stress niveaus te toetsen. Daarnaast is een begin gemaakt met het historische onderzoek en worden diverse psychologische vragenlijsten, waaronder de Danieli Inventory for Multigenerational Legacies of Trauma, aangepast aan de Nederlandse onderzoekspopulatie en setting. Het uitstralingseffect naar hedendaagse problematiek (veteranen, politie en brandweer) is een constante wegingsfactor.
Bij voldoende financiering gaat het grote epigenitische onderzoek in het najaar van 2016 van start. De looptijd van de totale studie bedraagt drie jaar, waarna verschillende publicaties op het programma staan. In de opzet van de studie ligt besloten dat elk onderzoeksinstituut zelfstandig zal publiceren volgens de geijkte academische standaarden. Lopende het onderzoek verschijnen nieuwsbrieven en congresbijdragen en - verslagen, die via een speciale mailinglijst worden verspreid om persoonsbescherming te waarborgen.
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Prof. Dr. J.D. Barth:
j.barth@niod.knaw.nl

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jun 2018Het gebeurde wéér
jun 2018Ze lieten me huilend achter
jun 2018Een grijs wereldbeeld
mei 2018Van de Baal Shem Tov tot Susannah Heschel
mei 2018Een reis naar onszelf
apr 2018Waarheid
apr 2018Monument
mrt 2018De beste Pesach ooit
mrt 2018Lijden of genieten
mrt 2018Identiteit, Volendam of de wereld
mrt 2018Zwart/wit of grijs?
feb 2018Carlebach, wat te doen?
jan 2018Besnijdenis 2
jan 2018Een straatnaam
jan 2018Jodendom nu
dec 2017Medemenselijkheid
dec 2017Universele verklaring
nov 2017Dilemma's
nov 2017“Op de achtergrond sluimert het”
okt 2017Raar nieuws
okt 2017JMW toen en nu
okt 2017De brug
sep 2017Tesjoewa
sep 2017Het is altijd erger dan je dacht
sep 2017Westerbork, of all places
aug 2017De schaduw van twijfel
aug 2017Troost en rust
aug 2017Je verzint het niet
jul 2017Een seider voor de vierde juli
jun 2017Psalm 23
jun 2017Besnijden of niet?
mei 2017Geduld en empathie
mei 2017“De kinderen van de vermoorden”?
mei 2017Verbazing en afgunst
apr 2017Culturele toe-eigening
apr 2017Behulpzaam overlappen
apr 2017Tzafun – Wat verborgen is
mrt 2017Morandi
mrt 2017Juffrouw Boas
mrt 2017De flat
mrt 2017Besnijdenis
feb 2017Poerim toen en nu
feb 2017Daar gáán we weer
feb 2017Inburgeren
jan 2017Atheïsme
jan 2017Waarheid
jan 2017Flauw
dec 2016Familieruzie
dec 2016Roofkunst
dec 2016VaderJoden again
nov 2016Sjoelbezoek
nov 2016De mag/moet-cultuur
okt 2016Joodse identiteit – Geen woorden maar daden
okt 2016Vergeven
sep 2016Losers
sep 2016Afscheid
sep 2016Welkom bij de club
sep 2016Sterke vrouwen
aug 2016Terug naar vroeger?
aug 2016Schoonfamilie
aug 2016Antisemitisme 2.0
jun 2016De toon
jun 2016Psalm 81
mei 2016Joods begraven
mei 2016Antisemiet of niet?
mei 2016Vergeven?
apr 2016Altijd weer Pesach
apr 2016Pestjochies
mrt 2016De Vreemdeling
mrt 2016Behoudend
feb 2016Familie als Hotel California?
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
okt 2015Stilte in Joods Nederland