sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Renée Citroen

Renée Citroen (1948) was werkzaam als journalist/redacteur van onder andere: Wordt Vervolgd (Amnesty International), Blanes, NIW, Benjamin, JonagBulletin en Chidushim (Beit Ha'Chidush). Als 'opvolgster van Henriëtte Boas' schrijft ze regelmatig ingezonden brieven in NRC Handelsblad. Renée Citroen is oud-bestuurslid van Beit Ha'Chidush en mede-auteur van de Sidur Ha'Chidush en de Nieuwe Hagada.

vrijdag 7 juli 2017

Als je CNN een beetje volgt, weet je dat in de Verenigde Staten het afgelopen weekend de Fourth of July werd gevierd, de herdenking van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, uitgesproken in de Declaration of Independence. Het is een lang weekend dat gepaard gaat met barbecues en hotdogs.

Dit keer overschaduwde een filmpje van een vechtende Trump, die CNN te lijf gaat, de feestvreugde. Protesten dat dit een president onwaardig is, worden afgedaan met: “vuur bestrijdt je met vuur” (ik denk toch dat water efficiënter is) en: “ik ben niet presidentieel, maar modern presidentieel.”

De leugens van de president zijn niet meer te tellen, de pogingen om ze te ontkrachten, lijken steeds machtelozer. Trump trekt zich er in ieder geval niets van aan en geeft alleen anderen, vooral de media, de schuld van alles wat hij zelf aanricht.

De vierde juli is altijd al controversieel geweest, de zwarte bevolking werd helemaal niet bevrijd en ook vrouwen hebben in de loop der tijd geprotesteerd tegen hun ongelijke behandeling. Maar dit jaar maakt de president het feest van de vrijheid helemaal tot een gotspe.

Wat te doen? De New Yorker, die altijd pal staat voor de democratie, en Trump vanaf het begin kritisch heeft gevolgd, doet het zo. Dat trok mijn aandacht, als mede-auteur van De Nieuwe Hagada.

De schrijvers van het artikel, Alan Burdick en Eliza Byard, stellen een viering van de vierde juli voor met meer inhoud, net zoals wij Pesach vieren, aan de hand van een seider. De seiderschotel bestaat volgens de bijgaande foto uit hotdogs (koosjer of niet?), potato salad en baked beans. Met als toetje natuurlijk applepie.

De Uittocht was altijd al een symbool in de onafhankelijkheidsstrijd in Amerika en ook bij de civil right’s movement van Martin Luther King, die zichzelf met Moshe vergeleek. En zongen de slaven niet al: “Let my people go”?

Waarom dan nu ook niet een seider? De Declaration of Independence kan worden voorgelezen en er kunnen vragen over worden gesteld. Wie is er vrij en wie niet? En nodig vooral een vreemdeling uit aan je seidertafel.

Net als op Pesach voelt dat ongemakkelijk, maar dat is de bedoeling. We zijn er nog niet; het Beloofde Land, waar iedereen echt vrij en gelijk is, is nog niet bereikt.

Juist in deze tijd, waarin een moderne farao zijn best doet om iedereen in Amerika (behalve zijn rijke vriendjes) weer tot slaaf te maken, tot mensen zonder goede gezondheidszorg, zonder onafhankelijke pers, zonder vrije toegang voor burgers van sommige landen en met het plan voor een muur die nog meer mensen tegenhoudt, moeten wij (want ook wij in Europa moeten alert blijven), de woorden van de hagada ter harte nemen:
“Dit is het brood van ellende, dat wij in Mitzrayim hebben gegeten.
Wij leefden daar als vreemdelingen en weten wat het is om vreemdeling te zijn.
Daarom nodigen we iedereen die zich vreemdeling voelt, honger heeft of eenzaam is, uit om mee te eten.
Terwijl wij feest vieren, denken we aan hen die onderdrukt worden en niet in vrijheid kunnen leven. Wij zetten ons in voor een wereld, waarin voor iedereen vrijheid, vrede en gerechtigheid bestaan.”

Delen |

vrijdag 16 juni 2017

Er was afgelopen zondag een mooie workshop van chazzan Gilad Nezer bij PaRDeS over de psalmen. Bijzonder was dat we begonnen met Halleluyah van Leonard Cohen, wat ook een soort psalm is, over koning David die een psalm maakt. Het is dus helemaal in dezelfde stijl van de psalmen, die Gilad “uitingen van tijdloze emoties” noemt. Je roept God aan om hulp, want het lukt allemaal niet hier beneden, hoewel je natuurlijk je best hebt gedaan. Het enige wat je kunt doen is Halleluyah zingen en het mooie is dat het werkt. “Goed ademen”, zei Gilad, en hoewel ik helemaal niet kan zingen, werkte dat ontspannend: zingen over troost geeft troost.

Van Psalm 2, die nogal gewelddadig is en waar het vooral over ”de zoon van God” gaat, en die dus alleen door christenen wordt gezongen (hoewel de zoon hier heus koning David is) hoorden we de compositie van Händel uit de Messiah.

Natuurlijk ging het vooral over Psalm 23, dé psalm die iedereen kent. Ik zag op YouTube een uitleg van Reb Zalman Schachter-Shalomi z.l., waarin hij concludeerde dat als Adonai onze herder is, wij allemaal zijn schapen zijn. Er zijn vele versies van deze psalm, Joodse en christelijke. In het Jodendom gaat het niet speciaal om de woorden, het gaat om het samen zingen, wat een gemeenschapsgevoel oproept; het maakt de gemeenschap.

Toch, elke keer dat ik de woorden lees, zie ik er nieuwe dingen in. Behalve de schapen van Reb Zalman, viel me vooral de tafel op, waar je mag aanschuiven in het zicht van je vijanden. Dat is niet “lekker puh”, zegt Reb Zalman. Het is de gedekte tafel van alledag, waarvoor je dankbaar mag zijn, met de beker die je altijd voldoende te drinken geeft.

Maar ook dacht ik aan de situatie nu. Wij hebben eten en drinken in overvloed, maar er zijn onder ons – zoals altijd – mensen die van kwade wil zijn. Aanslagen volgen elkaar op, maar gelijk de Engelsen zegt de psalm: “Keep calm and carry on”.

Als je maar vertrouwen hebt, dan komt het goed; troostrijker woorden zijn er haast niet.

De laatste regel zegt niet le'olam va'ed, de vaste uitdrukking voor “tot in de eeuwigheid van tijd en ruimte”, maar: tot in de lengte van (je) dagen mag je in het huis van de Eeuwige wonen. Is dat altijd?

Nee, het gaat hier niet alleen over je eigen leven; ik bedacht dat het is totdat de Messias komt, het symbool van de hoop op betere tijden. Dat hebben we wel nodig en dat wist de psalmdichter (koning David of een onbekende?) ook en hij verwoordde het zo dat we er nu na zoveel eeuwen nog steeds van kunnen genieten.

Delen |

vrijdag 9 juni 2017

Nu was er weer eens discussie over de besnijdenis. Ik kan er zelf als vrouw niet echt iets van vinden (“oordeel niet voor je zelf in die situatie bent geweest”), maar op kritiek wordt zó extreem gereageerd, dat ik me er toch mee bemoei.

Dit keer waren een paar Jonge Democraten even kritisch, maar na ernstig toegesproken te zijn door Hanneke Gelderblom en Bart Vink, zo meldde het NIW, trokken ze hun commentaar meteen terug. Sorry, zo hadden ze het niet bedoeld.
Wat zei Bart Vink, Joods D'66-lid? “Dit zou een einde maken aan (voortbestaan van) Joods leven in Nederland. En: De facto betekent jongensbesnijdenis inperken: exodus van Joods leven in Nederland.”

Toe maar! Wat een drama schildert Bart Vink hier. Ik dacht altijd dat het jodendom traditioneel werd doorgegeven door de moeder, maar blijkbaar is het nu de besnijdenis.

Dat schrijft collega-columnist rabbijn Nathan Lopes Cardozo ook in zijn 'Thoughts to Ponder'. Ik vind hem altijd bewonderenswaardig in zijn pogingen de orthodoxie moderner en flexibeler te maken, maar nu draaft hij net zo door als Bart Vink.

Vink en Cardozo slaan gemakshalve zo wel de helft van hun publiek over. “Circumcision, after all, is the sign of belonging to the Jewish people”, zegt Cardozo. En: “The rite of circumcision is the Jews' way of passing on life's meaning to their children”. Kinderen? En de meisjes dan?

Ik voel me niet alleen gediscrimineerd, maar ook genegeerd. Ben ik dan een antisemiet, zoals Cardozo zegt? Lijkt me van niet. Ik ben alleen een vrouw.

Vrouwen zijn dus geen Joden volgens hen. Zeker, ik denk dat er mensen (ook vrouwen) naar Israël vertrekken als er niet meer mag worden besneden, maar doe niet zo overdreven én zo seksistisch. Kijk ook eens wat verder dan Buitenveldert en lees dit artikel. Je hoeft het niet in alles met ze eens te zijn, maar het is toch goed dat de besnijdenis ter discussie kan worden gesteld? Ik weet dat antisemieten en anti-islamieten het afschaffen van de besnijdenis misbruiken om het land te willen ontdoen van hun gehate 'buitenlandse elementen'. Maar dat is geen reden om niet kritisch te zijn.

De besnijdenis is een ritueel en een ritueel kun je aanpassen aan de tijd waarin we leven. De twee afwasmachines voor vlees en melk zijn ook een aanpassing van het ritueel van kosjer eten. Dat is natuurlijk niet te vergelijken, zal men zeggen, maar ik begrijp die angst voor verandering en vernieuwing niet. Dan verwatert en verdwijnt uiteindelijk het jodendom, wordt er gezegd. Dat vind ik altijd zo'n flauwe opmerking. Is dat nu echt zo? Ik zie een wereldwijd jodendom dat overal actief is en zich manifesteert op allerlei manieren, eigentijds en vooruitstrevend. Nee, dat is geen orthodox jodendom, dat is nu eenmaal een minderheid, al wil niemand dat ooit toegeven.

Is het nadenken over een ritueel niet juist iets Joods? Discussiëren, aanpassen aan de omgeving en de tijd, én je eigen verantwoordelijkheid nemen, daar gaat het toch om? Ik zou daarom de keuze aan de jongen zelf laten, op een leeftijd dat hij daaraan toe is.

En dan denk ik nog niet eens aan mijn mannelijke leeftijdgenoten die vlak na de oorlog werden geboren en die niet besneden zijn, uit angst dat ze herkenbaar zouden zijn als 'het' weer zou gebeuren. Zijn dat geen echte Joden?

Delen |

vrijdag 19 mei 2017

Niet vaak sta je oog in oog met iemand die in het wereldnieuws was. Maar afgelopen zondag ontmoette ik Robert Serry, de Nederlandse diplomaat die als crisismanager door de Verenigde Naties op vredesmissie naar het Midden-Oosten werd gestuurd. Hij bleek (verre) familie en vertelde zijn verhaal op onze laatste familiedag. Hij begon te zeggen dat hij zo blij verrast was dat wij hem wilden ontvangen en opnemen in onze vereniging Berith Salom van de Spanjaardfamilie. Dat sprak vanzelf, natuurlijk. Hij was pas sinds kort bezig met zijn Joodse achtergrond, omdat zijn vader zich tot het christendom had bekeerd om met zijn moeder te kunnen trouwen. Hij kon ons zijn verhaal vertellen nu zijn carrière als diplomaat was geëindigd.

Hij is een vriendelijke man, die heel bescheiden en onopvallend overkomt. Maar misschien is dat juist een pré als je moet onderhandelen met én Israel én Hamas. En hoe doe je dat, zulke uiteenlopende belangen proberen te verzoenen?

Dat had hij in Macedonië geleerd, toen hij daar voor de NAVO werkte. Geduld en een lange adem heb je nodig, en verder begrip en ook empathie voor alle partijen, zelfs Hamas. Je moet onpartijdig zijn, maar dat betekent niet neutraal. Zo heeft hij Hamas wel gemeld dat geweld onacceptabel was als zij tot onderhandelingen wilden komen.

Minister Lieberman heeft nog geprobeerd hem het land uit te zetten, omdat hij zogenaamd op de hand van de Palestijnen was.

Eerder was hij diplomaat in Rusland, waar hij meewerkte aan de emigratie van de Russische Joden, die via de Nederlandse ambassade liep.

En op de Krim werd hij wereldnieuws toen de beruchte 'groene mannen' hem wilden uitzetten. Zijn chauffeur werd uit zijn auto gehaald en hij moest door gewapende mannen naar het vliegveld worden gereden. In een fractie van een ogenblik besloot hij uit de auto te stappen. In een café in de Rosa Luxemburgstraat in Simferopol kon hij via zijn telefoon laten weten dat hij dreigde te worden gekidnapt. Dat redde hem het leven, want de Russen wisten gelukkig hoe belangrijk hij was.

Ik vroeg hem of zijn Joodse achtergrond nooit een rol had gespeeld. Hij moest glimlachen, want, zei hij, hij wist toen zelf nauwelijks dat hij Joods was en de Israëli's en de Palestijnen al helemaal niet.

In het Midden-Oosten is vrede helaas nog niet gerealiseerd, al heeft Serry wel enige keren een humanitair staakt-het-vuren voor elkaar kunnen krijgen. En na zeven jaar in die stressvolle omgeving was het genoeg, vond hij.

Toch blijft hij geloven in een rechtvaardige wereldorde. Is dat geen typisch Joodse eigenschap?

Delen |

vrijdag 12 mei 2017

Na de biografie van Henriette Boas lees ik weer een levensverhaal van een bijzondere vrouw van dezelfde generatie, Lea Dasberg. Marion de Ras schreef Lea Dasberg, historica en pedagoog – hovenier in de hof der historie. Gefascineerd heb ik het gelezen. Ik kende Lea Dasberg van een onverkwikkelijke middag bij Joods Maatschappelijk Werk, eind jaren negentig. Ik zoek in mijn notities en vind dit verhaal:

“We zitten in het bovenzaaltje van JMW aan de De Lairessestraat op een zondagmiddag met een groot aantal naoorlogse generatiegenoten en luisteren naar prof. Lea Dasberg, die ons over onszelf, de naoorlogse generatie, zal vertellen. Zij is klein en loopt moeilijk door de zware reuma die zij als kind opliep. Maar ze heeft de felle ogen die ik herken van meer vrouwen van haar leeftijd. Henriette Boas, bijvoorbeeld. Haar verhaal is wetenschappelijk, zoals een professor betaamt. Maar gaandeweg wordt de zaal onrustig. Wat beweert zij nu?
Kortgezegd komt het hier op neer: jullie hebben geen enkel probleem, dus als er iets met jullie is, stellen jullie je aan en is het gewoon gezeur van een verwende generatie die de oorlog niet heeft meegemaakt.
Pardon? De zaal komt in opstand. Zijn we met veel moeite uit het dal van verdriet, angst, schuld en schaamte gekropen, notabene met hulp van JMW dat hier onze gastheer is en waarvan enkele maatschappelijk werksters aanwezig zijn, en dan zijn we weer terug bij af. De professor zegt het immers? Ze begrijpt niets van de ophef. Zij heeft het wetenschappelijk onderzocht en de naoorlogse generatie heeft niets van de oorlog meegekregen.
Sommige mensen krijgen het te kwaad, een vriendin van mij vertelt haar geschiedenis met een zwaar gestoorde moeder en een afwezige vader. Iemand anders vertelt dat zij als klein meisje op een hoge kast gezet werd en haar vader zei: 'Spring, ik vang je op'. Maar hij ving haar niet, ze viel keihard op de grond. 'Zo', zei hij, 'nu weet je dat niemand te vertrouwen is'. En daar zou je niets aan over houden?
We zijn allemaal geschokt, maar prof. Dasberg houdt voet bij stuk. De middag loopt rumoerig af, sommigen vertrekken voortijdig. De maatschappelijk werksters hebben hun handen vol aan het opvangen van huilende mensen. We troosten elkaar ook: Kom op, trek het je niet aan, ze heeft er niets van begrepen. Zij zit in Israël, waar het probleem nog nauwelijks speelt en ze heeft zelf geen kinderen. Dat zou geen verschil moeten maken, maar dat geloven we niet.
Ik probeer later in een brief aan haar uit te leggen wat misschien niet goed is overgekomen in de consternatie. Dat wij wel degelijk problemen hebben, de een meer dan de ander, maar dat er duidelijk overeenkomsten zijn. Ik geef ook voorbeelden (de sprong van de kast!). Ik krijg antwoord van Lea Dasberg, maar ze geeft niets toe. Hoe kan ze ook? Haar hele leven is gebouwd op de zekerheden die ze zichzelf heeft aangepraat. Psychologisch kun je het ook verklaren: ze zat tijdens de oorlog in Zwitserland, survivor's guilt speelt dus een rol en haar handicap ook. Ik herken haar houding maar al te goed. Heb ik niet een vader die precies zo reageert? En hebben velen van mijn generatiegenoten niet ook ouders met een oorlogstrauma, dat nooit verwerkt is?
Later, veel later, komen er onderzoeken van JMW die laten zien dat de naoorlogse generatie significant meer psychologische problemen heeft, meer scheidingen telt en minder relaties heeft dan niet-Joodse generatiegenoten. Het bewijst wat wij op die zondag bij JMW al wisten en Lea Dasberg niet wilde zien.”

In de biografie vraagt ze zich af: “Waarom noemen ze zich niet ‘de kinderen van de vermoorden’?”. Afgezien van het feit dat de naoorlogse generatie ook ondergedoken en naar het buitenland ontkomen ouders heeft, is het een term die extra benadrukt dat wij slachtoffers zouden zijn. Dat zijn we ook, maar het is juist de verdienste van JMW geweest dat zíj dat erkenden en ons hielpen het te verwerken. Maar Lea Dasberg ontkent het heftig. Volgens haar zitten wij vast in het slachtoffergevoel en cultiveren wij dat. Wilde zij niet erkennen dat er een getraumatiseerde generatie was? Het lijkt er wel op.

Zij vond het ook erg (ze krijgt er de “kotskriebels” van) dat wij opeens tevoorschijn kwamen in háár Joodse wereldje. Tja, als je opgroeit in een gezin waar over de Sjoa en het jodendom werd gezwegen, is het nóg een wonder dat zoveel generatiegenoten het jodendom veel later alsnog ontdekten, weer vooral dankzij JMW. Van haar mochten Anet Bleich en Max van Weezel zelfs niet eens Joods trouwen. Daar werd ze “kotsmisselijk” van. In plaats van blij te zijn met iedere nieuwkomer in het zo gedecimeerde Joodse Nederland, klaagt Lea Dasberg dan dat haar Joodse wereldje (dat alleen orthodox is, de liberalen tellen niet mee) niet meer exclusief is.

Haar verweer is om het antisemitisme en de Sjoa steeds aan de ánderen wijten, zijzelf heeft er niets mee te maken. Dat kwam vroeger vaker voor, maar nu kijken wij daar toch anders tegen aan. Niets doen tegen antisemieten, dat lijkt nu echt geen goede strategie meer. Misschien juist omdat wij ons weer van ons jodendom bewust zijn geworden en de gevaren daarom heel duidelijk zien.

Ze gaat ver in haar haat (zo kun je het wel noemen) tegen ons allemaal, die zeggen last te hebben van de trauma's van onze ouders. Begin jaren '90 zegt ze: “Ze komen bij elkaar in Woudschoten (…). Dat is voor deze mensen zoiets als Woodstock voor de jaren zestig. Maar dan een ziek Woodstock.” Er is op gereageerd door de kinderpsychiater David de Levita, de schrijver Gerhard Durlacher en historica Evelien Gans. Zij zijn het pertinent oneens met de brute manier waarop Lea Dasberg omgaat met de naoorlogse generatie.

Ik heb de meeste Woudschotenconferenties meegemaakt en daar alleen maar warmte en begrip ondervonden. Er was over het algemeen geen zwelgen in slachtofferschap, op enkele mensen na, die dan werden gewezen op verdere hulp.

Dasberg laat iets zien van de reden waarom zij zo woedend is: “Alsof iemand beschadigd is voor de rest van zijn leven. Ik kan daar niet tegen (…). Er kunnen een heleboel dingen gebeurd zijn, waaronder je geleden hebt, maar waar je je uitgewerkt kan hebben.”
Zij zat tijdens de oorlog in Zwitserland, vanwege haar handicap, en moest daarna nog een jaar blijven, omdat er thuis (haar ouders hadden het overleefd) nog geen plaats voor haar was. In de steek gelaten, afgewezen, genegeerd, dat zijn heftige gevoelens die gelijk staan aan fysieke pijn. Maar zij klaagde niet en ging door. Iedereen die dat niet deed, terwijl die minder had meegemaakt dan zij, vond ze dus een aansteller.

We zijn nu vele jaren later en ik zou nu niet meer zo geschokt zijn als iemand de trauma's van de naoorlogse generatie zou ontkennen. Ik heb ze verwerkt en voel me zeker in mijn Joodse identiteit. Maar JMW organiseert nog steeds praatgroepen voor de naoorlogse generaties. Die zijn er dus niet voor niets.

Delen |