sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Renée Citroen

Renée Citroen (1948) was werkzaam als journalist/redacteur van onder andere: Wordt Vervolgd (Amnesty International), Blanes, NIW, Benjamin, JonagBulletin en Chidushim (Beit Ha'Chidush). Als 'opvolgster van Henriëtte Boas' schrijft ze regelmatig ingezonden brieven in NRC Handelsblad. Renée Citroen is oud-bestuurslid van Beit Ha'Chidush en mede-auteur van de Sidur Ha'Chidush en de Nieuwe Hagada.

vrijdag 15 juni 2018

Ik las ergens (op een Amerikaanse Joodse website): “If it is hysterical, it is historical.” Kernachtiger kun je het niet verwoorden, alles waar je té emotioneel van wordt, ligt in je verleden. Dat helpt om zelfonderzoek te doen, als je weer eens geneigd bent de omstandigheden de schuld te geven, of een toevallige ander.

Mijn kleindochter van zes zei laatst heel duidelijk hoe dat gaat, de ander de schuld geven van iets dat je zelf hebt gedaan.

Ze fietste in het park met haar jongere broertje en een buurjongetje achter haar aan. Ze riep bevelen naar achteren: nu hierheen, nu daarheen, nu stoppen enzovoort. Na een tijdje hadden de jongens er genoeg van en fietsten de andere kant op. Ik hoorde haar in de verte roepen en daarna in huilen uitbarsten. Snikkend kwam ze aangefietst. “Ze luisterden niet en ze lieten me huilend achter…”

Het toppunt van slachtofferschap dat je zelf hebt veroorzaakt. Zij begrijpt dat nog niet, maar het illustreert precies wat volwassenen die niet hebben geleerd hun eigen aandeel te zien in alles wat hen overkomt, voor ellende om zich heen kunnen verspreiden. Van vreemdelingenhaat en racisme tot antisemitisme, het is altijd de schuld van de ander.

Een typisch geval hiervan las ik in NRC. Van Agt wilde excuses maken aan Ed van Thijn, omdat hij tijdens de kabinetsformatie van 1977 onderhandelaar Van Thijn had 'belazerd' door ook met de VVD te praten en zo uiteindelijk premier werd van een kabinet zonder de PvdA, de verkiezingsoverwinnaar. Maar er was nog een andere reden voor zijn bezoek: „Ik hecht eraan om met zoveel mogelijk Joodse mensen vriendschappelijk in het leven te staan. Dit vanwege de betichting dat ik antisemiet zou zijn.”

Dit is de klassieke smoes van de antisemiet: sommige van mijn beste vrienden zijn Joden (of in zijn termen "Joodse mensen"), maar … Nog erger, hij wil alleen vrienden zijn met Joden om geen antisemiet te worden genoemd. Maar intussen legt hij de schuld van het Midden-Oostenconflict uitsluitend bij de Ander bij uitstek: de Joden. “If it is hysterical, it is historical.” Hoe zou dat bij hem zitten?

Ed van Thijn accepteerde de excuses niet, ik had hem niet eens binnengelaten.

PS
Vandaag (dinsdag) lees ik in NRC dat Van Agt ontkent dat hij excuses heeft gemaakt. “Die beschuldiging staat haaks op de waarheid”, zegt hij. En weer maakt hij het erger: “Nimmer heb ik enig woord uitgebracht van zelfbeschuldiging.”

Delen |

vrijdag 1 juni 2018

Beste Isabel van Boetzelaer,


Het is nu niet leuk meer, je pogingen om het foute verleden van je familie te vergoelijken, zoals blijkt uit het interview met Hans Fels en Chaja Polak en uit de recensie van Pim Derks over de herdruk van je boek Oorlogsouders. Je hebt alle mogelijkheden gehad om je goed te laten informeren, indien je er zelf niet uitkwam. Archiefonderzoek is een vak, daar moet je niet van denken dat je dat vanzelf goed kunt. Dat is geen schande, zolang je maar hulp inroept van deskundigen. Die zijn er genoeg, lees de recensies van de eerste druk van je boek maar, waarin jouw ontelbare fouten zijn ontdekt en de goede versies werden aangegeven. Maar nee, nog steeds citeer je maar half, laat essentiële feiten weg en vooral, je leeft je niet in in de slachtoffers van je familie.

Wat wil je nu eigenlijk? Bewijzen dat het allemaal niet zo erg was? Begrijpelijk, zo'n familiegeschiedenis is niet iets om trots op te zijn. Maar in plaats van je te scharen bij die andere kinderen van foute ouders (Chris van der Heijden onder anderen) die alles grijs willen maken, zou je je energie beter kunnen richten op de toekomst. Die ziet er inderdaad grijs uit als jij en je uitgever hun zin krijgen. Het was allemaal toch niet zó erg, ze deden toch ook veel goeds, die arme familie van je, die nu zo in een kwaad daglicht wordt gesteld?

Je zou ook een voorbeeld kunnen nemen aan Marjolijn van Heemstra, die in We noemen hem juist op zoek gaat naar wat er echt gebeurde met de 'bommenneef', zoals hij vergoelijkend werd genoemd in haar familie, die ook alles verzweeg en verdraaide. Deze neef plaatst ná de oorlog een bom bij iemand van wie hij denkt dat hij fout is geweest. Er komen drie mensen om, ook zijn vrouw en dienstmeisje. Maar was deze man wel zo fout als hij dacht? Van Heemstra komt tot de schokkende ontdekking dat haar neef niet zo'n held was als haar familie beweerde. En dat schrijft ze eerlijk op.

“Ik geloof niet dat een oorlog mensen grijs maakt”, zegt een personage in haar boek, “iedereen half goed, half fout, dat zegt meer iets over ons huidige mensbeeld dan over de mens in het algemeen. Geloven in grijze mensen toen is geloven in grijze mensen nu.”

Beste Isabel, grijs is geen mooie kleur, je ziet namelijk geen nuances meer.

Delen |

vrijdag 25 mei 2018

Na de reis naar Oekraïne, waarover ik in mijn vorige column schreef, herlas ik het kleine boekje van Abraham Heschel, De aarde is des Heren, en heb daar nu beelden bij. De rebbes reisden van Berdichev (met de klemtoon op de tweede lettergreep) naar Metzybyz en dat deden wij ook. Zij te voet of met paard en wagen, wij in de bus, over dezelfde hobbelige wegen.

Heschel, zelf een nazaat van rabbi Dov Baer van Mezzerich, de opvolger van de Baal Shem Tov en rabbi Levi Jitschak van Berdichev, beschrijft de chassidische wereld van Oost-Europa vol liefde. Het enthousiasme voor het lernen was enorm, zelfs de houthakkers van Berdichev bogen zich over de Talmoed na hun werk. Ik zie ze zitten, in hun vuile plunje, hevig discussiërend en zich niet bekommerend om de tijd. Dat deden ze allemaal, de mannen, ze raakten door het lernen in andere sferen en vergaten hun armoede en ellende. Maar de rebbes waren ook tegen ascese, overmatig bidden en vasten. Zij vonden heiligheid in alledaagse dingen, met barmhartigheid als uitgangspunt. Dus mindfulness avant la lettre, maar altijd met oog voor de Ander.

Toen kwam al lezend opeens de vraag op, waaraan ik in Berdichev niet echt had gedacht: wie kookte hun eten en waste hun kleren? Wie zorgde voor de kinderen, terwijl de vaders altijd afwezig waren? Tja, duidelijk, de vrouwen. Zelf lernden zij ook wel, er was speciale literatuur voor vrouwen, maar dat deden ze vast naast de wieg, met één oor gespitst op een babyhuiltje. Of paste oma op? Die woonde vaak in huis en dan konden de vrouwen wel even weg. Natuurlijk, het was de achttiende eeuw en vrouwen waren de verzorgers van man en kinderen, niet alleen bij de Joden. Maar bij hen moest de vrouw ook nog vaak de kost verdienen, opdat de man de hele dag kon lernen, het hoogste goed. Of ze namen een leerling van de rebbe in huis. Nog een mond te voeden, maar een grote eer.

Nee, ik moet niet met mijn eigentijdse blik naar het Oekraïne van eeuwen terug kijken. Iemand zei voor ik weg ging: het waren allemaal mánnen, wil je daar nou heen? Ja, ik wilde er heen, ons erfgoed zien en ervaren. En de wijze lessen van de rebbes horen en voelen.

Dat gebeurde ook; hun wijsheid overstijgt tijd en ruimte en zeker gender. De rebbes waren wijs, zij begrepen dat er altijd vernieuwing nodig is. Het oude patroon blijft bestaan, maar de betekenis veranderde door de generaties heen. “Er was een duurzame bron, die de oude weiden fris hield”, schrijft Heschel.

Grappig, dat lijkt op mijn motto voor de Nieuwe Hagada; onbewust nam ik dit beeld over. Ik schreef: “De Nieuwe Hagada is nieuw zoals alles nieuw is in het voorjaar, vol vertrouwen uit oude wortels opgebloeid, gevoed door nieuw water uit oude bronnen…”

En wat zei rabbijn Yehuda Aschkenasy z.l. altijd? We moeten een nieuwe vertaling zoeken voor de oude woorden, een vertaling die nu bij ons past. Dat is een doorgaand leerproces. Rabbijn Elisa Klapheck benadrukt dat ook: laten we een nieuwe vorm vinden voor de oude rituelen, en zij rolde met Sjawoeot de hele Tora uit op een aantal tafels in sjoel, zodat de hele gemeente er omheen kon staan.

De oude rebbes hadden leerlingen die hun woorden konden doorgeven. Ook dat is een doorgaand proces. Wij, reizigers door Oekraïne, hoorden de lessen van de rebbes en geven die weer door.

Waar was al dat lernen goed voor? Zo diep ingaan op één klein puntje van de Talmoed, discussiëren met een wijze van eeuwen eerder? De kritiek kan zijn dat het ontaardt in onpraktische neuzelarij, maar voor hen was elke nieuwe ontdekking of inzicht een bron van vreugde, een overstijgen van de realiteit. Heschel noemt dit gevoel voor transcendentie “het hart van de cultuur, het wezen van de menselijkheid.”

Alleen gericht zijn op het nuttige kan tot “barbarij” leiden, zegt Heschel. De oude rebbes hoefden dat niet, daar hadden ze hun vrouwen voor. En Heschel leefde in de vorige eeuw (1907-1972), die had ook geen oog voor praktische zaken, stel ik me voor. Maar zijn dochter Susannah is een beroemde Amerikaanse hoogleraar Joodse studies, die de gewoonte introduceerde om een sinaasappel op de seiderschotel te leggen als symbool van inclusiviteit. Zij is het levende bewijs dat verandering mogelijk is, iets waar de oude rebbes meer oog voor hadden dan sommigen in de Joodse wereld van nu.

Delen |

vrijdag 11 mei 2018

We gingen op reis door Oekraïne, omdat mijn nicht Wilma Menko het Joodse erfgoed zo graag wilde bezoeken, na een eerdere reis waarbij ze alleen langs de gruwelen van de oorlogen en de pogroms werd geleid. Het moest een spirituele reis worden en ze vroeg rabbijn Hannah Nathans en zangeres Shura Lipovsky om mee te gaan.

Het wérd een spirituele reis, waarin we de graven van de chassidische rabbijnen uit de 18de eeuw bezochten en hun sjoeltjes, maar ook Joden van nu ontmoetten in hun net gebouwde community centrum en samen een sjabbatdienst hielden. Oud en nieuw, de herinnering aan de Sjoa en het nieuwe Jodendom, het stond allemaal in verband met elkaar.

We dompelden ons onder in de sfeer van de oude rebbes met hun wijze en wonderlijke verhalen. Hannah vertelde ze, Shura zong ze en wij deden mee. Heb je ooit het engelenlied gehoord voor de deur van de luchthaven van Kiev, terwijl achter onze bus auto’s toeterden en er een politieauto naderde? Wij zongen het als afscheid van onze trouwe chauffeur, die ons samen met zijn collega veilig over de hobbelige wegen van Kiev naar Berdichev, Medzhybiz, Kamenets Podilsky en via Uman weer terug naar Kiev had geleid. Onze lieve gids Margarita, een Joodse studente geschiedenis die ons de (Joodse) geschiedenis van Oekraïne vertelde, meedeed met onze sjabbesmaaltijd en meezong, kreeg ook een lied ten afscheid.

We zongen dus veel en we lernden na een vermoeiende dag ook nog, waarna sommigen van ons de bar opzochten en de Oekraïense wodka probeerden.

Een vol programma, met allerlei onverwachte gebeurtenissen, die door de groep op wonderlijke wijze werd geaccepteerd: niemand klaagde, niemand zeurde, zelfs niet toen het hotel in Uman een tijdreis terug was de Sovjet-Unie was, met gammele douches, tv's uit de jaren zeventig en een ontbijt van havermoutpap met (absoluut niet koosjere) worstjes.

Het begon er al mee dat de bus, op weg van het vliegveld van Kiev naar het hotel, er na tien minuten mee ophield. Zo zaten we aan de kant van de weg een uur te wachten op een andere bus, in the middle of nowhere. Shura begon te vertellen en de eerste nigoen met ons te oefenen. De tijd vloog, en bleef vliegen. We belandden in een andere tijd, de tijd van de Baal Shem Tov, rabbi Levy Jitschak, rabbi Nachman en hun leerlingen.

We hoorden hun verhalen, deelden onze eigen verhalen en in de bus klonk vaak een luid gelach, om een witz, een grappige opmerking, of zomaar, om niets. Ook toen we ergens gingen lunchen en we in een discotheek terechtkwamen met muziek op festivalsterkte, lachten we er alleen maar om. Gelukkig deed iemand de muziek vrij snel uit, zodat we toch nog in rust konden eten.

Wat een reisgezelschap! Er waren Joden met een Joodse vader, Joodse moeder of beide, er waren dominees, kinderen van dominees, nog meer theologen, een helper van daklozen, een psychiater, een tandarts, een boerin en nog veel meer. Allemaal nieuwsgierig naar wat de rebbes ons zouden vertellen.

Plaatsen als Berdichev, waar rabbi Levy Jitschak is begraven, of Uman, met het graf van rabbi Nachman, die zo ongelooflijk ver weg hadden geklonken in tijd en fysieke afstand, bleken nog steeds te bestaan, geheel veranderd natuurlijk, maar toch nog met sporen van dat Joodse verleden.

Nemirov werd een plaats waar we lunchten in een pizzeria en waar de beste wodka van Oekraïne vandaan komt. Maar rabbi Nathan van Nemirov was degene die alles opschreef wat rabbi Nachman aan zijn leerlingen vertelde. Van hem rest niets meer, maar het graf van rabbi Nachman in Uman is een bedevaartsoord voor vele duizenden chassidiem. Wij waren er op een zonnige aprilmorgen, toen het redelijk rustig was. Om het graf staan vele appartementen en hotels met Hebreeuwse opschriften, er zijn winkeltjes met Joodse souvenirs. Het is allemaal heel commercieel, dus wat te verwachten als we eenmaal bij het graf zouden zijn?

Eerder, bij het graf van rabbi Levi Jitschak in Berdichev, waren we alleen en zaten we samen te luisteren naar Shura die het loflied op de Eeuwige van rabbi Levy zong, ‘Dudele’, ingetogen maar toch heftig. Rabbi Levy Jitschak was de 'advocaat' van het Joodse volk, die bij God pleitte om mededogen en vergeving.

Dicht bij het graf was het ook heftig, een intense ervaring, gevoed door alle gebeden van vroeger eeuwen die nog steeds weerklonken. Ik stond er en zag dat rabbi Levi glimlachte om ons, vrouwen met lange broeken en mannen met telefoontjes, om de hele moderne tijd. Maar hij vond het goed.

In Uman werden we naar het graf van rabbi Nachman geleid via een pad met een hoog hek, mannen en vrouwen gescheiden. Dat bleef. Wij vrouwen moesten een lange rok aandoen en kregen meteen een tsedaka-bus onder onze neus.

We hoorden de mannen bidden, maar konden hen niet zien. Voor ons was het graf een stukje marmer, bedekt door een kleed met plastic erop. Er zaten wat vrouwen op plastic stoeltjes te bidden onder tl-licht. Een kale, lege plek. Later keek ik de mannenruimte in, toen de deur daar op een kier stond. Daar was kaarslicht en warmte. Bij ons niet. Ik had mij een graf voorgesteld op een grote begraafplaats, met veel bomen en groen. Dit was het tegendeel. Wat ik voelde was teleurstelling, die kermis, die commercie en dat weggeduwd worden in een hoekje, rabbi Nachman, was dit het nu?

Het was druk bij het puntje van het graf. Ik keek en wachtte. Toen was er opeens plaats bij de hoek, waar het marmer onder het kleed vandaan kwam. Ik raakte het aan. Alles om me heen viel weg, ik was alleen, het was donker en licht tegelijk. Er was warmte en geruststelling; het was goed. Maar er stonden al weer andere vrouwen te wachten en ik liep achteruit. Later probeerde ik het nog een keer en het effect was hetzelfde. Rabbi Nachman wist het wel, de omgeving doet er niet toe, het gaat om jezelf en je relatie met de Eeuwige.

Eerder waren we bij het graf van de Baal Shem Tov, daar hing een gordijn dat de tombe in tweeën deelde, alweer waren mannen en vrouwen gescheiden. Daar was weinig ruimte om iets te ervaren, alleen ongemak. Een van onze reisgenoten zei later dat hij dat had gevoeld, onze weerzin niet gewoon bij het graf te mogen staan. Dat gaf troost. Hij was ook naar buiten gegaan, naar de begraafplaats, die wel een plaats van vrede was, met kwakende kikkers en zingende merels. Iemand zette een slakje op een graf, symbool van rust en geduld.

Een ander had die nacht een droom gehad met een klok die op 10.29 uur stond. Wat betekende dat nu weer? Dat de zon dan ging schijnen na de regen van die morgen? Bij het graf tikte een andere reisgenoot op zijn schouder: de klok daar stond op 10.29 …

Toen we weer bij de bus kwamen, zag ik opeens dat er twee ingangen waren, voor ons ook gescheiden ingangen dus …

Wat deden we nog meer? We dansten op de wijs van een nigoen op de parkeerplaats bij een benzinepomp. We lernden en mediteerden in het bos, waar rabbi Nachman ook altijd heen ging en de bomen bewogen op de melodie van de nigoen van Shura. Alles is met elkaar verbonden, dat kun je gewoon zien.

We zagen een groep soldaten, die het Joodse museumpje in Berdichev bezochten. Dan komt de oorlog die in oost-Oekraïne woedt dichtbij. Ze vochten voor de vrede, niet alleen in Oekraïne maar in de hele wereld, zei er een.

De andere oorlog, die van 'ons' was altijd aanwezig, de vele massagraven hebben we niet gezien, maar wel ervaren. Het “schuldige landschap” van Armando was overal. Maar deze reis was er een van vreugde en teruggaan naar wat de rebbes belangrijk vonden. “Wanhoop nooit”, zei rabbi Nachman, “het is verboden te wanhopen.” En: “Wees geduldig en maak geen ruzie, dat is zonde van de tijd.”

We ontmoetten een rabbijn bij een nieuwe sjoel in Zytomyr, gebouwd met geld van de Joint. Hij was hierheen gestuurd door Chabad, en hij sprak Jiddisch met Shura. Dit was dus zo'n uithoek waar Chabad zijn mensen naartoe stuurt om het Joodse leven weer op te bouwen. De rabbijn leek er niet onder te lijden.

Dan is het sjabbat. We vieren het in het nieuwe community centrum in Kamenets, waar de Nederlandse vlag voor ons is uitgestoken. De kinderen hebben challes voor ons gebakken en wij krijgen thee met eigengemaakte jam. De medewerkers zeggen geen antisemitisme te bemerken, hoewel hier ooit de hevigste pogroms waren. Ze zeggen te streven naar tolerantie in de niet-Joodse omgeving en vertellen dat er ook niet-Joodse vrijwilligers zijn.

De dienst was vrolijk, de Oekraïners zongen mee, wensten ons Gut sjabbes en gaven ons na afloop allemaal een tak bloeiende seringen. Bij ons late diner na de dienst kwam Vita, een van de leden, ons nog opvrolijken met zang en gitaarmuziek. Alle evergreens kwamen langs en wij zongen mee, ‘Hava nagila’, ‘Shalom aleichem’ enzovoort. Ze zong ook een Russisch lied over de letter T, die afwijkt van de Oekraïense letter, een melancholieke melodie van verlangen en verdriet.

Op sjabbesmorgen gingen we lernen over de parasja van de week, ‘Acharé mot’ (Wajikra 16:1–20:27), waar de zondebok in voorkomt. Al pratend kwamen we erachter dat deze bok meer geluk had dan de andere, die meteen werd geofferd. We zagen hem ontsnappen en de woestijn in lopen, vrolijk knabbelend aan lentegroene blaadjes met heel veel kleine geitjes en bokjes om zich heen. We maakten onze eigen midrasj, dat kan zomaar in het land van de grote rebbes.

Terwijl we 's middags aan de lunch zaten, kwam er een oudere vrouw binnen die de moeder van Vita bleek te zijn en die ons wilde bedanken voor onze vriendelijke ontvangst van haar dochter. Wat een dankbaarheid voor zo'n kleine mitswe … Toen Hannah werd voorgesteld als onze rabbijn, viel haar mond letterlijk open van verbazing, “A rabbi?” Dat had ze nog nooit meegemaakt, een vrouwelijke rabbijn. Toch wel een wereld van verschil tussen oost en west.

Het is een bijzondere reis, dat zeiden we de eerste dagen steeds tegen elkaar. Later niet meer, het bijzondere werd gewoon. Hannah zei dat we van een sprookjesboek naar de werkelijkheid waren gereisd. Maar de magie van de rebbes is er nog steeds.

Terugkijkend in Nederland zie ik de graven van die beroemde rabbijnen, temidden van de duizenden andere Joodse graven, en de weilanden waar de massagraven niet zichtbaar zijn. Ik zie de loslopende kippen en geiten langs de weg, de oude vrouwtjes met één koe aan een touw, de bloeiende fruitbomen overal, de jonge mensen in Kiev die er net zo uitzien als hier. Ik hoor de wind door de bomen en het zingen van Shura.

Maar vooral zie ik de glimlach van mijn reisgenoten en voel de verbinding met iedereen die deze, ja, echt heel bijzondere reis meemaakte.

Delen |

vrijdag 27 april 2018

Ik dacht eraan wat een gedoe er tegenwoordig is over de waarheid. Wie kun je nog vertrouwen, wie schrijft of zegt echt hoe het zit? En dat dan ook voor altijd, niet voor eventjes. Dat bestaat niet natuurlijk.

Ik denk aan de oude rebbe die een ruziënd echtpaar aanhoorde en tegen de man zei: jij hebt gelijk. De vrouw protesteerde en de rebbe antwoordde: jij hebt ook gelijk. Zijn leerling begreep er niets van, maar de rebbe stelde hem gerust: en jij hebt ook gelijk. Zo is het. Er bestaat niet één waarheid. Ook niet, of juist niet in het Jodendom, waar vele waarheden naast elkaar mogen bestaan. Dat sommigen dat niet tolereren en orthodoxe gelovigen verbieden een liberale sjoel binnen te gaan, zoals rabbijn Schuster z.l. had bedacht, is daarom erg treurig.

In NRC stond een interview met een vrouw die het christendom herontdekt had. Yvonne Zonderop gelooft niet letterlijk, maar het idee van naastenliefde staat haar wel aan. Ze gelooft dus ook niet dat de Rode Zee uiteen was geweken voor onze vluchtende voorouders. Wat jammer! Dat is nu juist wel waar. Er staat in de Tora dat een felle wind de zee uiteen spleet en klimatologen hebben bewezen dat dat kan. En ik heb deze winter zelf ook op het nieuws gezien hoe de wind bij Enkhuizen het water wegblies. En dan nog, het is ons verhaal, waar of niet.

Hoe beter je een tekst leest hoe meer waarheid je er in ontdekt, zelf bedacht, geholpen door wijze leraren of je ingeblazen door een goddelijke inspiratie. Vaak typ ik iets, zonder het van tevoren te bedenken, dan komt het 'vanzelf'.

Dan is er het idee dat je tegenwoordig allemaal in je eigen 'bubbel' zit en de mening van een ander niet meer hoort of leest. Dat was altijd al zo, vroeger nog meer dan nu met de verzuiling, waarin iedereen alleen zijn eigen katholieke of protestantse krant las en op een eigen sportclub zat.

Ik heb geen bubbel, dat woord alleen al, want al woon ik in een witte wijk, ik heb genoeg inlevingsvermogen om te begrijpen hoe het elders is. Niet helemaal natuurlijk, want oordeel nooit voor je zelf in die situatie bent, maar hoe moeilijk is het om te begrijpen hoe het is om nu kind te zijn in Syrië, of in India? Waarschijnlijk komt het omdat ik ben opgegroeid in de schaduw van de Sjoa, waardoor wij meekregen hoe erg dat was, doorlevend met het verlies van de vele vermoorde familie en vrienden.

Dat weten velen niet meer en dat zijn vaak de mensen die zo klagen over onze 'bubbel'. Wij zijn zo politiek correct en genuanceerd, en wij weten alles beter. Maar ik hoef echt niet buiten mijn bubbel op GeenStijl te kijken om te weten wat daar voor ranzige racistische en seksistische ellende op staat. Nee, meestal niet van henzelf, de lafaards, maar ze laten alle reacties toe die wel uitgesproken zijn.

Ik lees alleen de 'ouderwetse' media als NRC en de Volkskrant (afgezien van de websites van CNN, The Huffington Post en The New Yorker, en voor het Joodse nieuws onder andere JTA). Is dat dan geen verdachte progressieve bubbel? Die nieuwsmedia worden verdacht gemaakt, met name door Trump, zoals elke rechtgeaarde dictator meteen doet: journalisten verdacht maken, en niet lang daarna opsluiten.

Het verschil met de populistische media is dat deze ‘ouderwetse ‘ media ook ándere meningen toelaten en de wetenschap serieus nemen. Gelukkig maar, persvrijheid is een heel belangrijke, misschien wel dé belangrijkste vrijheid, die je altijd moet blijven verdedigen.

Het geeft mij de gelegenheid columns te schrijven, en ingezonden brieven als ik het ergens niet mee eens ben. Het idee dat dat hier kan en ik niet – zoals in Turkije – wordt opgesloten, stemt mij diep dankbaar.

Delen |
jun 2018Ze lieten me huilend achter
jun 2018Een grijs wereldbeeld
mei 2018Van de Baal Shem Tov tot Susannah Heschel
mei 2018Een reis naar onszelf
apr 2018Waarheid
apr 2018Monument
mrt 2018De beste Pesach ooit
mrt 2018Lijden of genieten
mrt 2018Identiteit, Volendam of de wereld
mrt 2018Zwart/wit of grijs?
feb 2018Carlebach, wat te doen?
jan 2018Besnijdenis 2
jan 2018Een straatnaam
jan 2018Jodendom nu
dec 2017Medemenselijkheid
dec 2017Universele verklaring
nov 2017Dilemma's
nov 2017“Op de achtergrond sluimert het”
okt 2017Raar nieuws
okt 2017JMW toen en nu
okt 2017De brug
sep 2017Tesjoewa
sep 2017Het is altijd erger dan je dacht
sep 2017Westerbork, of all places
aug 2017De schaduw van twijfel
aug 2017Troost en rust
aug 2017Je verzint het niet
jul 2017Een seider voor de vierde juli
jun 2017Psalm 23
jun 2017Besnijden of niet?
mei 2017Geduld en empathie
mei 2017“De kinderen van de vermoorden”?
mei 2017Verbazing en afgunst
apr 2017Culturele toe-eigening
apr 2017Behulpzaam overlappen
apr 2017Tzafun – Wat verborgen is
mrt 2017Morandi
mrt 2017Juffrouw Boas
mrt 2017De flat
mrt 2017Besnijdenis
feb 2017Poerim toen en nu
feb 2017Daar gáán we weer
feb 2017Inburgeren
jan 2017Atheïsme
jan 2017Waarheid
jan 2017Flauw
dec 2016Familieruzie
dec 2016Roofkunst
dec 2016VaderJoden again
nov 2016Sjoelbezoek
nov 2016De mag/moet-cultuur
okt 2016Joodse identiteit – Geen woorden maar daden
okt 2016Vergeven
sep 2016Losers
sep 2016Afscheid
sep 2016Welkom bij de club
sep 2016Sterke vrouwen
aug 2016Terug naar vroeger?
aug 2016Schoonfamilie
aug 2016Antisemitisme 2.0
jun 2016De toon
jun 2016Psalm 81
mei 2016Joods begraven
mei 2016Antisemiet of niet?
mei 2016Vergeven?
apr 2016Altijd weer Pesach
apr 2016Pestjochies
mrt 2016De Vreemdeling
mrt 2016Behoudend
feb 2016Familie als Hotel California?
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
okt 2015Stilte in Joods Nederland