In de nieuwsbrief stonden per abuis verkeerde data voor de lezingen van Bart Wallet. De informatie op de website in inmiddels gecorrigeerd. In het cursusoverzicht staan nu de juiste data:

inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Renée Citroen

Renée Citroen (1948) was werkzaam als journalist/redacteur van onder andere: Wordt Vervolgd (Amnesty International), Blanes, NIW, Benjamin, JonagBulletin en Chidushim (Beit Ha'Chidush). Als 'opvolgster van Henriëtte Boas' schrijft ze regelmatig ingezonden brieven in NRC Handelsblad. Renée Citroen is oud-bestuurslid van Beit Ha'Chidush en mede-auteur van de Sidur Ha'Chidush en de Nieuwe Hagada.

vrijdag 22 mei 2020

Ik heb laatst het formulier ingevuld voor de tegemoetkoming van de NS voor het transport van mijn grootouders en tante naar Westerbork. Het woord 'tegemoetkoming' alleen al, het is zo zuinig, zo: 'vooruit dan maar, omdat jullie zo zeuren'. De regels zijn ook vreemd en oneerlijk. De middag die het VBV er vorig jaar aan wijdde en waar ik over schreef, liet dat al zien.

De een kreeg geen geld voor zijn zusje; de vader van de ander was net voor de peildatum overleden. Een volstrekt willekeurige datum, gekozen toen de overeenkomst met Salo Muller werd gesloten. Ik verwijt Salo Muller niets, integendeel. Door zijn vasthoudendheid komt de NS er niet mee weg. Maar er wordt mondjesmaat uitgedeeld, niet ruimhartig, zodat het voelt als een gunst en niet als een terechte compensatie.

Maar ik heb het toch aangevraagd, als kleindochter van een 'belanghebbende'. Dat is dus degene die in de trein zat. Ook weer zo vreemd, mijn beide grootouders en tante zijn naar Auschwitz gedeporteerd, maar je kunt maar één familielid invullen. Dus maar voor mijn grootvader gekozen.

Voornaam, achternaam, geboortedatum en plaats, oké. Datum en plaats van overlijden … Ik stok, kan haast niet verder, maar ik moet het toch noteren: 31 augustus 1942 in Auschwitz, Polen.

Nu pas, nu ik het voor het eerst zelf opschrijf, komt het heftig binnen. Ik weet het bijna mijn hele leven en heb er natuurlijk veel over nagedacht. Ook over hoe ze waren en hoe ze klonken. En hoe het zou zijn geweest als ik ze wél had gekend. Of ik op ze leek, en al die andere vragen die ik ze nooit hebt kunnen stellen, en natuurlijk ook niet aan mijn vader, dat sprak vanzelf.

Er stond een artikel over rouwen in NRC: hoe belangrijk dat is en hoeveel vormen rouw kent. Liesbeth Rasker, de maakster van een podcast over rouwen, zei dat er twee soorten verdriet zijn, schoon en vuil verdriet. “Schoon is het als een geliefde overlijdt. Vuil als een geliefde je vrijwillig verlaat.” Helaas kennen wij ook verdriet om iemand die je nooit gekend hebt en dat is helemaal niet schoon, dat is verwarrend. Ik voelde het bij het invullen van het NS-formulier, het is oneindig verdriet, omdat er geen afscheid was en geen begrafenis, dus ook geen rouwritueel.

De Dodenherdenking was dit jaar extra zwaar, met die nadruk op de 75 jaar. Het was het rouwen dat Liesbeth Rasker benoemt. Ze zegt: “álles wat ik toen voelde, viel onder het hoofdstuk rouw.” Ze was vergeetachtig, moe, labiel. Ik ook.

Ik begrijp nu mijn reactie op de interviews met Van der Heijden (zie mijn vorige column), omdat, zegt Rasker, verdriet zich vaak vermomt als woede. Daarom was de timing zo pijnlijk, iets wat de ombudsman van NRC erkende, nadat ik hem had gemaild.

Zou het helpen als het NS-geld wordt uitgekeerd? Er zijn veel aanvragen, Joods Maatschappelijk Werk zei dat het maanden duurt voor je bericht krijgt. Ik wacht af, maar weet dat het geld het gemis niet kan goedmaken. Daar leven we mee. En we blijven alert, want Van der Heijden en consorten blijven doorgaan met goedpraten en zo onze rouw verstoren.

Delen |

vrijdag 8 mei 2020

Twee interviews, nota bene vlak voor 4 mei, hoe fijngevoelig, in NRC (1-5-20) en Trouw (2-5-20) met Chris v.d. Heijden naar aanleiding van de heruitgave van zijn boek Grijs Verleden, nu in kleur! Dat is een 'grapje'. De gotspe! Over verdienen aan de Sjoa gesproken …

Hij wordt twee keer volslagen onkritisch ondervraagd en komt wéér weg met allerlei drogredeneringen en kulargumenten. Het is een en al vergoelijking van zijn foute vader en het wegmoffelen van alle feiten die hem even niet uitkomen. Zijn verklaring waarom hij onder vuur lag, evenals Ad van Liempt, is absurd, namelijk dat de oorlog een mooi ijkpunt is voor goed en fout, nu het al zo lang geleden is.

Nog erger is dat Evelien Gans z.l. een trap na krijgt, hoe durft hij … Ik herhaal het hier niet, het is te gruwelijk.

Ik probeerde zijn uitspraken te weerleggen en ik kan het niet, ik word onpasselijk als ik zijn gedraai lees. Het is zó geniepig, zó insinuerend dat ik alleen woedend word en geen verweer meer heb.

Dit is nivellering ten top, alles wordt weggepoetst en verdraaid door iemand die zijn eigen straatje probeert schoon te vegen. En het lukt hem ook nog, dankzij die onkritische interviewers. Wat bezielt die kranten om zoveel aandacht aan deze duidelijk zwaar gefrustreerde man te besteden?

Willem-Alexander verwoordde het op de Dam heel duidelijk en krachtig: “Niet wegkijken, niet goedpraten, niet uitwissen, niet apart zetten.”

Dat is dus precies wat Van der Heijden doet. Hij poseert zelf als hét slachtoffer, omdat zijn Spaanse kinderen werden gepest, en hij neemt Spanje als voorbeeld hoe er met de foute misdadigers in de burgeroorlog wordt omgegaan. Daar zijn ze veel harder (dus: wij zijn softies) en doen ze niet zo moeilijk. Zouden de slachtoffers van de fascisten van Franco daar ook zo over denken? En het ultieme excuus: iederéén maakt toch fouten, ze hadden het zo niet bedoeld. Ja ja, goede bedoelingen, die kennen we inmiddels wel.**

Wat hadden ze niet bedoeld, meneer Van der Heijden? Achter een dictator aanlopen en mensen verraden en vermoorden, zoals uw vader? Maar dat was geen misdaad tegen de menselijkheid, zegt u. Daar heb je zo'n idioot argument. Daar kunnen moordenaars mooi mee wegkomen, benieuwd of een rechtbank dat pikt.

Maar daar gaat het Van der Heijden niet om. Hij bouwt een sneaky verhaal met verdraaiing van de feiten en kom er maar eens tussen. Ik heb hem door, maar de gemiddelde lezer leest niet zo kritisch en hoort de hondenfluitjes niet. Hij noemt de Joden (i.e. bovenstaande softies) toch niet eens? Zo slim, dan kan hij mooi weer zeggen dat hij het zo niet bedoeld heeft. Waar doet dat aan denken? Ja, aan de populistische manier om antisemitische en racistische taal uit te slaan, alleen herkenbaar voor ingewijden.

Ik kan het niet, dit vuile verhaal ontzenuwen, ik voel me verraden en vernederd. De slachtoffers van de Sjoa zijn mijn familieleden, niet de abstracte Nederlanders, waar Van der Heijden het over heeft en waar hij geen woord van empathie voor heeft. De nivellering waar Evelien Gans zo voor waarschuwde is nu echt een feit.

Ad van Liempt houdt zich koest, nu is de beurt weer aan zijn kameraad Van der Heijden. Wie volgt?

* Ik heb wél een brief naar NRC gestuurd en de ombudsman gemaild.

** Zie een andere column daarover.

Delen |

vrijdag 1 mei 2020

Ik zag begin dit jaar erg op tegen de viering van de 75-jarige bevrijding. Nederland werd bevrijd, maar voor de weinige teruggekomen Joden viel er weinig te vieren. Zou daar wel aandacht aan worden besteed, of werd het weer een feest in hoerastemming zonder ons? Er is veel bekend over de kleine Sjoa*, maar is het doorgedrongen tot de gemiddelde Nederlander? Of kijkt men net als eind jaren veertig liever de andere kant op, toen men klaagde over de ellende die men zelf had meegemaakt?

Ik lees al jaren nauwelijks meer verhalen over de oorlog, en nu helemaal niet. Ik keek ook niet naar de serie over de bevrijding van de NOS, te pijnlijk.

Ik verbaasde me erover dat ik zoveel verdriet voelde en zelfs meer aan het rouwen was dan vroeger. Dat kwam misschien, omdat mijn vader eind 2019 overleed, net geen honderd geworden, en ik daarom terugkeek op zijn leven. Maar de rouw om mijn vader was het niet alleen, merkte ik. Heel vreemd, ik kon niet verwoorden wat het dan wel was.

Toen werd ik gevraagd om iets te zeggen op Jom HaSjoa bij het Joods monument in Heemstede. Ik had er een hard hoofd in en kreeg eerst niets op papier. Opeens kwam er haast vanzelf een gedicht op mijn scherm te staan. Een nogal larmoyant lied, dat niet eens mijn eigen gevoel weergaf. Ik vond het allemaal te overdreven en besloot iets anders te zeggen in Heemstede. Maar door de coronacrisis ging de herdenking niet door.

Nu wordt het 5 mei en hoewel alle festiviteiten zijn afgelast, is het wel de dag waarop Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. Ik keek nog eens naar dat vreemde rijm en nu zag ik wat ik eerder niet begreep: ik heb verwoord wat mijn vader nooit kon zeggen.

Een kreupel rijm om ons gevoel in deze dagen te beschrijven

We kijken terug en zien zo weinig, alles is in mist gehuld.
We treuren om verloren tijden en zijn van leed en spijt vervuld.
Wie zouden er nu nog bij zijn? Wie vierden met ons samen feest?
We kijken om ons heen en zien haast niemand, die er ooit wel is geweest.

Er zijn zoveel vragen niet beantwoord, er ontbreken er zoveel.
We lopen rond in deze dagen met een dichtgeklemde keel.
Het is al zo lang geleden en velen hebben we niet eens gekend,
Maar de diepe, zwarte leegte is ook nu nog niet gewend.

Is dit bevrijding, is dit vrijheid? Zonder naasten, jong en oud?
En hoe begrijpen onze kinderen dat er nu nog wordt gerouwd?
Als anderen hun vrijheid vieren en de vlaggen gaan in top,
Voelen wij een bittere weemoed naar wat was, dat houdt nooit op.

En ons leven gaat heus verder met onze eigen familie om ons heen.
Kleinkinderen brengen ons veel vreugde, hoewel de schaduw nooit verdween.
En dit houden we ons voor ogen: slachtoffers willen we niet meer zijn.
Ja, wij zijn terneergeslagen, maar we gaan door, ondanks de pijn.

Mijn vader en veel andere survivors wilden niet terugkijken, alleen naar de toekomst. Dat was lastig voor ons, hun kinderen. Maar één ding hebben ze doorgegeven, dat zij ook weer van de generaties voor hen kregen en wij weer doorgeven aan de generaties na ons: een gevoel voor rechtvaardigheid ondanks alles.

Wat het is om in een democratie te leven, nu we al 75 jaar zijn bevrijd,
Dat beseffen we terdege en stemt ons tot dankbaarheid.
Maar wij weten als geen ander wat die vrijheid heeft gekost.
En de angst dat die ook weer kan verdwijnen, daarvan zijn we nooit verlost.

Zeker nu zien we de vrijheid weer scheuren: er is zoveel racisme en haat.
Ik zou het wel uit willen schreeuwen: Pas toch op, straks is het te laat …
Luister niet naar populisten met hun leugens en bedrog,
Kies voor eerlijkheid en waarheid, want nu kan het nog.

Moge hun aandenken tot zegen zijn.

  • In De kleine Sjoa uit 2001 beschrijft Isaac Lipschits z.l. de kille en vijandige houding van Nederlanders ten opzichte van de na de Sjoa teruggekeerde Joden.
Delen |

vrijdag 24 april 2020

Niet lang voor de coronacrisis woonde ik weer eens een 'seculiere' crematie bij. Ik heb er al eens over geschreven (op 14 sept. 2016), maar het verliep weer hetzelfde.

De muziek was modern, dit keer veel Franse chansons, die droevig klonken, maar als je de tekst kon verstaan, waren ze niet erg toepasselijk.

Op deze crematie werd de overledene ook weer toegesproken, alsof hij/zij er nog bij was en er werden anekdotes opgehaald, die soms pijnlijk intiem waren. Er werden foto's geprojecteerd, waarop je het leven van de dode zag. Dit keer van veel gezellige etentjes met allemaal onbekende mensen.

Wat doe ik hier, dacht ik, dit is toch niet voor mij bedoeld? Het afscheid was toch niet alleen voor de naaste familie? Anders waren we toch niet uitgenodigd?

Ik weet wel dat men daar niet bij stil staat. Maar ik kwam samen met veel vrienden toch ook om afscheid te nemen en voelde me de passieve buitenstaander bij al dit verdriet. Er was niets gemeenschappelijks, zoals samen zingen of bidden, of gewoon een paar woorden van troost.

Het voelde dus niet als een echt afscheid en bij de koffie met cake was het loodzware gevoel er weer. Waar was het samen rouwen met de nabestaanden die het maar in hun eentje moesten zien te redden? Wat kun je op dat moment doen om enige troost te bieden, behalve een clichématige condoleance?

Je zit samen in een zwart gat, zonder hoop. En dan gaat het bij de koffie al gauw weer over het nu, het verdriet wordt gewoon weggestopt. Je praat met mensen die je lang niet hebt gezien, het wordt zelfs gezellig.

Je gaat naar huis, maar het zwarte gat blijft. En dan kende ik de overledene niet eens heel goed, dus voor de nabestaanden is het nog tien keer zo erg.

Men denkt dat het zo hoort, dit is toch beter dan die vroegere crematies die kil en afstandelijk waren? Nou nee, een afscheid is toch bedoeld voor alle achterblijvenden en die moeten opgevangen worden met woorden en muziek van troost. Dan pas is er een echt afscheid en een begin van het rouwproces mogelijk.

En nu in deze coronatijd lijkt me dat helemaal rampzalig. Er is geen arm om om de nabestaanden heen te slaan, geen knuffels, geen handen die je uitstrekt naar de rouwenden. En bijna niemand kan er echt bij zijn en moet het doen met een virtueel afscheid.

Toch kan dat ook troostend zijn, heb ik ervaren. Kort geleden overleed een goede vriend, medelid van Beit Ha'Chidush, een begaafd violist en een warme man. Veel te jong ook. We mochten niet bij het afscheid zijn, maar het werd gestreamd door de begrafenisondernemer. Vreemd om thuis naar die zaal te kijken, naar de kist met de viool erop en naar de familie die er wel bij mocht zijn. Maar het wende heel snel en het was een prachtig afscheid op afstand. De familie en een paar vrienden speechten kort en ingetogen, rabbijn Tamarah Benima sprak vriendelijke en troostende woorden. Staand voor mijn schermpje zei ik het Kaddisj mee. Wat doet dat goed, zelfs op afstand, en zo verdween de spanning van het verdriet. Tot slot speelde onze pianist een zelf gecomponeerd stuk dat warm en troostrijk was. Er was na afloop een virtueel condoleanceregister en daar verschenen lieve woorden van de familie en de vrienden.

We konden dus echt afscheid nemen, al was het op afstand.

Er komt later nog een herdenking, zoals je nu steeds in de krant leest bij de rouwadvertenties. Maar het ritueel hielp weer, door de eeuwen heen beproefd en werkzaam. Ik wens het iedereen toe die een dierbare verliest.


Hier een prachtige troostrijke bewerking van Psalm 23: ‘Adonai Ro’i’.
Componist: Mathieu Daniel Polak in opdracht van Ina de Paauw
Viool: Loek Lufting z.l.
Piano: Mathieu Daniel Polak
Zang: Charles van Tassel

Delen |

vrijdag 3 april 2020

En weer wordt het Pesach, een Pesach zonder Seder met vrienden en familie. Dit jaar heb ik niet het dilemma naar welke Seder(s) ik zal gaan: bij familie, bij vrienden, bij Beit Ha'Chidush, of toch weer eens een eigen Seder geven? Wat een goldene sores was dat, nu we thuis zitten en in ons eentje moeten sederen of misschien via onze laptop.

Ik lees alvast in de Haggada die ik dit jaar heb gekocht, The Promise of the Land, door rabbijn Ellen Bernstein. Mooie dingen zegt ze, bijvoorbeeld dat de farao geen naam heeft, geen identiteit, omdat in een staat met slavernij iederéén zijn naam en menselijkheid verliest. Ik schrijf 'de' farao, omdat ik farao zonder lidwoord altijd al raar vond. Nu begrijp ik waarom. Het lijkt dan teveel op een naam, op één bepaalde persoon. In de Nieuwe Hagada kozen wij ervoor hem 'de Heerser' te noemen.

Rabbijn Bernstein legt de nadruk op de ecologische betekenis van de Haggada, op het land (Erets betekent land én aarde), dat ons wordt beloofd en waar wij zorgvuldig mee om moeten gaan. Dat geldt ook voor de mensen en de dieren die er wonen. “De belofte van het land is de belofte van het leven, de vrijheid”, schrijft ze.

En wat haar is opgevallen, is dat er in het verhaal dat wij lezen over “de zwervende Arameeër” (Deuteronomium/Devarim 26:5) twee regels ontbreken in de Haggada, Devarim 26:29-10: “YHVH bracht ons hierheen en gaf ons dit land, een land dat overvloeit van melk en honing. Nu breng ik U de eerste van de vruchten van het land, dat U, Eeuwige, mij gegeven heeft.”

In de slavernij hadden we geen land, we moesten het alleen bewerken ten gunste van de Heerser. Tijdens de Uittocht hadden we veertig jaar lang (één generatie) de tijd om de betekenis van land als bron van leven weer te leren. En eenmaal aangekomen toonden we onze dankbaarheid voor de opbrengst van de aarde. We beseften tegelijkertijd dat het land niet ons eigendom was, maar dat we het goed moeten beheren voor latere generaties.

Even verderop wordt ook weer de vreemdeling expliciet genoemd. Die deelt mee in de gaven van het land (Devarim 26:11).

Waarom staan die twee verzen uit Devarim niet in de Haggada? De rabbijnen geven er geen verklaring voor, Ellen Bernstein denkt dat het komt doordat de verzen waarschijnlijk werden geschreven kort na de verwoesting van de Tweede Tempel (70 na de gebruikelijke jaartelling). Toen was er nog een betrekkelijk grote Joodse bevolking in Erets Jisraeel. Pas in de derde eeuw van de gebruikelijke jaartelling woonden zoveel Joden in de diaspora dat het idee van een eigen land haast ondenkbaar was en de schrijvers van de Haggadot de verzen dus weg lieten.

De twee weggelaten verzen laten ook zien dat wij een wederzijdse, actieve relatie met YHVH hebben en dus een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de aarde.

Rabbijn Bernstein ziet de term Erets niet alleen als het land Jisraeel, maar in het algemeen als de hele aarde en benadrukt dat de ecologische betekenis daarvan voorop staat.

De Haggada blijft het verhaal van bevrijding en hoop. Hoop dat het beter wordt, dat we ook nu weer uit een ellendige situatie komen, gezond en wel. Dit jaar nog alleen thuis, volgend jaar weer de mogelijkheid om te kiezen met wie je gaat sederen, met je dierbaren om je heen.

Dus laten we ondanks alles Pesach vieren, met een sederschotel waarop we behalve de bittere maror en het zoute water ook het jonge lentegroen en het ei als symbolen voor het nieuwe leven leggen, met de zoete charoset om ons troost te bieden in deze onzekere tijd.

Delen |
mei 2020NS en rouw
mei 2020Ik kan het niet*
mei 2020Bevrijding
apr 2020Afscheid in tijden van corona
apr 2020En weer wordt het Pesach
mrt 2020Nu
mrt 2020Een open wond
feb 2020Ischa again
jan 2020Excuses ook voor ons
jan 2020Een seculiere religie?
jan 2020Afgewezen
dec 2019Vreugdevuren
dec 2019Cartoon
nov 2019Afgoden
nov 2019DOVO of Levenslicht 2
nov 2019Levenslicht voor dode Joden, Roma en Sinti (en de homoseksuelen)
nov 2019Over kritiek: “Doe er je voordeel mee”
okt 2019Vergeven
sep 2019De 'tegemoetkomingen' van de NS
sep 2019Een column over de column
sep 2019Le paradis
aug 2019Van tulband tot keppel
aug 2019Middenjoden
jul 2019Mulisch en zijn ouders
jun 2019Afscheid van Westerbork
jun 2019De 'verwarring' over vaderJoden
jun 2019Een tastbare herinnering?
mei 2019Noodzakelijke woede
mei 2019Het verleden haalt je in
mei 2019De “shit” in Westerbork
apr 2019Duisternis
apr 2019Op reis door zware tijden
mrt 2019Yehuda's woorden
mrt 2019“We zijn allemaal ménsen”
feb 2019Antisemiet op een Israëlische scootmobiel
feb 2019Sommetjes
feb 2019Westerbork again
jan 2019Het 'Oude' Testament
jan 2019Een nieuw jaar met nieuwe inzichten
dec 2018Nivellering door goedbedoelde intentie
dec 2018Identiteit, een citroen met veel pitjes
nov 2018Als ik het niet doe ...
nov 2018Een enerverende week
okt 2018Integriteit
okt 2018De zionisten
sep 2018Kijken in de orthodoxe ziel
sep 2018Chesed we-emet
aug 2018Evelien
aug 2018De pijn van het er niet bij horen
jul 2018Nog een Rebbe
jun 2018Het gebeurde wéér
jun 2018Ze lieten me huilend achter
jun 2018Een grijs wereldbeeld
mei 2018Van de Baal Shem Tov tot Susannah Heschel
mei 2018Een reis naar onszelf
apr 2018Waarheid
apr 2018Monument
mrt 2018De beste Pesach ooit
mrt 2018Lijden of genieten
mrt 2018Identiteit, Volendam of de wereld
mrt 2018Zwart/wit of grijs?
feb 2018Carlebach, wat te doen?
jan 2018Besnijdenis 2
jan 2018Een straatnaam
jan 2018Jodendom nu
dec 2017Medemenselijkheid
dec 2017Universele verklaring
nov 2017Dilemma's
nov 2017“Op de achtergrond sluimert het”
okt 2017Raar nieuws
okt 2017JMW toen en nu
okt 2017De brug
sep 2017Tesjoewa
sep 2017Het is altijd erger dan je dacht
sep 2017Westerbork, of all places
aug 2017De schaduw van twijfel
aug 2017Troost en rust
aug 2017Je verzint het niet
jul 2017Een seider voor de vierde juli
jun 2017Psalm 23
jun 2017Besnijden of niet?
mei 2017Geduld en empathie
mei 2017“De kinderen van de vermoorden”?
mei 2017Verbazing en afgunst
apr 2017Culturele toe-eigening
apr 2017Behulpzaam overlappen
apr 2017Tzafun – Wat verborgen is
mrt 2017Morandi
mrt 2017Juffrouw Boas
mrt 2017De flat
mrt 2017Besnijdenis
feb 2017Poerim toen en nu
feb 2017Daar gáán we weer
feb 2017Inburgeren
jan 2017Atheïsme
jan 2017Waarheid
jan 2017Flauw
dec 2016Familieruzie
dec 2016Roofkunst
dec 2016VaderJoden again
nov 2016Sjoelbezoek
nov 2016De mag/moet-cultuur
okt 2016Joodse identiteit – Geen woorden maar daden
okt 2016Vergeven
sep 2016Losers
sep 2016Afscheid
sep 2016Welkom bij de club
sep 2016Sterke vrouwen
aug 2016Terug naar vroeger?
aug 2016Schoonfamilie
aug 2016Antisemitisme 2.0
jun 2016De toon
jun 2016Psalm 81
mei 2016Joods begraven
mei 2016Antisemiet of niet?
mei 2016Vergeven?
apr 2016Altijd weer Pesach
apr 2016Pestjochies
mrt 2016De Vreemdeling
mrt 2016Behoudend
feb 2016Familie als Hotel California?
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
okt 2015Stilte in Joods Nederland