sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Renée Citroen

Renée Citroen (1948) was werkzaam als journalist/redacteur van onder andere: Wordt Vervolgd (Amnesty International), Blanes, NIW, Benjamin, JonagBulletin en Chidushim (Beit Ha'Chidush). Als 'opvolgster van Henriëtte Boas' schrijft ze regelmatig ingezonden brieven in NRC Handelsblad. Renée Citroen is oud-bestuurslid van Beit Ha'Chidush en mede-auteur van de Sidur Ha'Chidush en de Nieuwe Hagada.

zondag 15 oktober 2017

Ik lees het interview met de nieuwe directeur van Joods Maatschappelijk Werk, Judith Meijer. Zij vertelt dat zij het negatieve standpunt over Israël van GroenLinks, de partij waar zij lid van is, niet kende voordat er in Joods Nederland ophef over kwam. Het klinkt nogal naïef: je wordt lid van een partij, omdat je het in principe met hun standpunten eens bent; je kunt er niet eentje (en nog wel een belangrijke voor Joods Nederland) negeren. Judith Meijer is benoemd vanwege haar professionaliteit, de nesjomme was minder belangrijk, lijkt het.

Ik denk terug aan de tijd van Wilma Stein, de directeur vóór Hans Vuijsje. Zij had oog en oor voor de naoorlogse generatie die onder haar hoede én door de bezielende leiding van Nicolienne Wolf van de afdeling Samenlevingsopbouw een plaats en een stem kreeg in Joods Nederland.

In die tijd, begin jaren negentig, was er heel veel mogelijk. Er waren de Woudschotenconferenties en de congressen, die vele veraf staande Joden (de 'randjoden', zoals ze door JMW werden genoemd) weer voorzichtig met het Jodendom lieten kennismaken. Vooral 'Over zwijgen gesproken – Bouw een Brug naar de Toekomst', het grote congres met de verschillende generaties, dat in 1995 werd georganiseerd door Reynoud van Ginkel in het Haagse Congresgebouw, was een prachtig evenement.

Ik mocht samen met Corinne Falch de congreskrant maken en daar gingen we voor op pad om van tevoren allerlei mensen te interviewen. Wilma en Nicolienne vonden dat wij het helemaal niet zo groots hoefden aan te pakken, zij dachten meer aan een A4tje per dag. Maar wij waren enthousiast en gingen in onze jeugdige overmoed gewoon onze gang met Gesher, de Brug, zoals wij onze driedaagse krant hadden genoemd. Dan hadden ze maar geen professionele journalisten moeten vragen …

Het was de tijd dat de computer nog in de kinderschoenen stond, alleen Wilma had er een op haar kamer. Maar wij vonden dat wij echt een pc nodig hadden en hebben toen die van haar uit haar kamer ontvoerd. Ze pruttelde wat, maar uiteindelijk gaf ze toch toestemming. Op het congres renden we van hot naar her om elke dag het nieuws op tijd in de krant te krijgen. Wat een enthousiasme, wat een energie was er. Die ontlaadde zich op de laatste middag in een vrolijke rondedans door de hal op de muziek van de Klezmatics. Mooie tijden.

Of de brug tussen de generaties er echt kwam, dat denk ik niet. Er waren teveel hindernissen, de meeste survivors konden hun verhalen niet met hun kinderen delen, soms wel met hun kleinkinderen. Wel heeft de tweede, naoorlogse generatie het gevoel gekregen serieus te worden genomen, onze problemen kregen eindelijk aandacht. Dat is de bijzondere verdienste van JMW.

Wat nu? Onze generatie heeft de AOW-leeftijd bereikt, er zijn weer nieuwe generaties gekomen. Het zou goed zijn om die ook met elkaar (en met ons) in gesprek te brengen. Een mooie taak voor de nieuwe directeur van JMW.

Delen |

zondag 8 oktober 2017

Soms is het zó eenvoudig. Een gemeente heeft een rabbijn nodig voor de Hoge Feestdagen. De vaste rabbijn kent er een uit Jeruzalem. Die wil wel komen.

Hij komt. Een vriendelijke, wat oudere man die mij de hand schudt als ik aan hem wordt voorgesteld door de chazzaniet.

De dienst begint. De rabbijn stelt zich voor. Hij komt uit Amerika, maar woont al lang in Israël. Hij noemt zichzelf ultra-, ultra-, ultra-orthodox. Wow, en zo’n rabbijn komt bij de progressieve gemeente Beit Ha’Chidush? Waar mannen en vrouwen samen zitten, waar hij moet samenwerken met een vrouwelijke chazzan?

Dat doet hij. Hij zegt dat hij een brug wil slaan tussen Joodse gemeenten, tussen allerlei verschillende soorten Joden. Dat doet hij. Hij leidt de dienst met die typisch Amerikaanse losheid en zorgt voor een gevoel van verbondenheid en ontspannenheid. Van zijn droosjes weet ik niet veel meer, maar het ging over samenzijn en wat ons bindt. Daar moeten we naar kijken, niet naar onze verschillen.

Na afloop bij het aanbijten bedankte de rabbijn óns, hij had het boven verwachting mooi gevonden. Ik weet niet wat hij zich had voorgesteld van deze Amsterdamse gemeente, een duister hol vol seks, drugs en rock & roll? Maar we waren “one big family”, vond hij.

Deze rabbijn ging de brug over en was blij verrast.

Eén ding nog uit zijn droosje: als je met één vinger naar een ander wijst, wijs je met drie vingers naar jezelf. Iets om te onthouden in Joods Nederland.

Delen |

zondag 24 september 2017

“Dit is de sjoel waar we niet heengaan”, zegt de witz over het onbewoonde eiland waar drie sjoels staan. De ene, de andere en dus die derde. We hebben allemaal ons eigen idee over hoe een ideale sjoel moet zijn. Die bestaat niet, dus passen we ons aan. Maar dat aanpassen gaat maar tot op zekere hoogte. We zien dingen die we niet goed vinden. Dan proberen we die te veranderen. Dat lukt niet. Dus vertrekken we. En richten een nieuwe sjoel op.

Tenminste in Nederland, waar een lange traditie van kerksplitsing bestaat. Vooral bij de protestanten, maar die zijn niet de enigen die koppig en eigenwijs zijn.

Het zou niet zo erg zijn, als de vertrekkenden niet zo werden verketterd. Maar verzoening is vaak onmogelijk. Het woord van God, wordt precies zo uitgelegd dat het onmogelijk wordt gevonden ook maar een beetje toe te geven en een compromis te zoeken. Wie zijn er nu hardnekkig, degenen die weggaan of de starre blijvers?

Kijk naar de Kotel, het samen bidden van mannen en vrouwen (om maar niet te spreken van de lgbt-gemeenschap) is verboden en blijft verboden. Maar het Jodendom zegt ook dat je een ander niet mag beschamen. Nou, dan kun je als moderne Jood wel aan de gang blijven, wat dat beschaamd worden betreft. Het beste is om je er niets van aan te trekken en je eigen pad te volgen.

“Van jou mag alles”, zei laatst iemand tegen mij. Ja, als het om onredelijke en onlogische ‘verboden’ gaat, doe ik wat mij redelijk lijkt. Ik vind het verbieden en ‘ongeoorloofd’ zijn van zaken, op het pietluttige af, vaak beschamend. Want hoe vaak heb ik niet iemand moeten geruststellen: zeg nou niet: dit mag niet en dat moet, zeg gewoon: volgens de traditie gaat het zo, maar het kan ook anders. Wat zijn mensen dan opgelucht, ze voelen zich meteen niet meer dom, want dat ben je als je dingen ‘fout’ doet. Fout? We zitten toch niet meer op school sommen te maken, waar je een rode streep doorheen krijgt als het antwoord niet klopt?

Met Rosj Hasjana hebben we weer brood in het water kunnen gooien, als symbool voor het wegwerpen van onze ‘zonden’. Waren dat geen fouten?

Ja, wel als we iemand hebben beschaamd, geen aandacht hebben gegeven, gekwetst of genegeerd, kortom als we de relatie met de ander hebben geschaad. Dat moeten we proberen goed te maken.

Van mij mag iedereen naar elke eigen sjoel blijven gaan, maar wat meer liefdevolle vriendelijkheid tegenover elkaar is toch een mooie wens voor het nieuwe jaar. En dat geldt niet alleen voor ons Joden, maar voor iedereen. Verder hoop ik dat er nou eens een echt Joods homohuwelijk kan worden gesloten en natuurlijk, dat vaderJoden meer erkenning krijgen.

En soms, heel soms, hoef je geen nieuwe sjoel op te richten, maar verandert er wat ten goede in je oude sjoel. Dat is pas echt tesjoewa, terugkeren op het pad van vernieuwing.
Zo keren we terug naar elkaar.

Dan klinkt de sjofar zoals in de versie van psalm 27 van Havi Mandell.

I will sound the shofar
Waking me from the slumber of confusion, of fear, of illusion.
Hear me as I sing out to You.
Hear me even in my whispers.
Show me the way home when I wander in the darkness.
I turn and return to You.

Sjana tova!

Delen |

vrijdag 8 september 2017

Mijn vorige column ging over de beslissing van Westerbork om Isabel van Boetzelaer uit te nodigen een lezing te geven over Oorlogsouders, het boek over haar (groot)ouders, die fout waren in de oorlog. Nog nooit kreeg ik zoveel reacties hierop, allemaal positief. Dank!

Ook van Maarten van Voorst kreeg ik een aardige mail. Hij onderzocht wat er allemaal niet klopte in het boek, vooral dat haar grootvader van moederskant een kampcommandant was geweest en niet een verzetsheld, zoals haar moeder altijd vertelde.

Na alle stampij, ook op Facebook en Twitter, besloot Westerbork de lezing af te zeggen.
Ik stuurde ze mijn column met het verzoek hun beleid van “multiperspectiviteit” aan te passen en kreeg een onpersoonlijk persbericht als antwoord, omdat er te veel reacties kwamen. Goed dat het er zoveel waren, maar het is vreemd, om niet te zeggen cynisch, een mail te krijgen met als afzender “Kamp Westerbork”. Daar krijg ik nare gedachten bij. Kunnen ze nou echt niet “Herinneringscentrum Westerbork” als verzendadres zetten?

De mail liep ook niet over van invoelingsvermogen, want ze kwamen er nu pas achter dat de Tweede Wereldoorlog nog steeds een open zenuw raakt en dat de lezing “veel emoties zou oproepen en veel pijn zou geven”. Directeur Dirk Mulder wil later en op een andere wijze aandacht besteden aan de uitgebroken discussie. Als dat betekent dat er moet worden gepraat of ook de daders een plaats moeten krijgen in Herinneringscentrum Westerbork, zeg ik: Nee! Niet doen. Niet mee bemoeien, Westerbork, het is zo wel genoeg geweest.

Één reactie op mijn column was veelzeggend: Westerbork is al eerder raar bezig geweest. Chris van der Heijden, de schrijver van Grijs verleden, mocht ook al eens komen om zijn nivellerende verhaal te houden.
Het wordt tijd dat er eens serieus naar het beleid van Westerbork wordt gekeken.

Maar dan Isabel van Boetzelaer. In het Parool en bij Jonet mag zij reageren op alle beschuldigingen. Ze is geen historicus of onderzoeksjournalist, zegt ze, alsof je dan gewoon wel onzin mag schrijven. Ik geloof wel dat ze echt niets wist over het verleden van haar grootvader, omdat haar moeder daarover altijd heeft gezwegen. Dat gebeurt vaker, het grote familiegeheim, maar haar moeder draaide de zaak om en maakte van haar vader een verzetsheld. Dat vind ik kwalijk. En Van Boetzelaer verontschuldigt haar ook nog: uit een “soort” schaamte zweeg ze. Ze zweeg niet, ze verzon een ander verhaal. Je mag van mij zo loyaal zijn als je wilt aan je ouders, maar ga geen dingen goedpraten die niet goed te praten zijn. Soms is er geen grijs, alleen zwart/wit.

Verder zegt ze over haar vader: “Ik kon niet geloven dat mijn vader niets van de Jodenvervolging wist en heb hem hierover aan de tand gevoeld. Hij bleef het ontkennen. De Joden geloofden het ook niet, zei hij.”

Au, dat doet pijn. “Dé Joden”, daar gáán we weer. En Isabel snapt dat dus niet. Ze snapt niets, of wil ze het niet snappen? Het lijkt er wel op. Zeker omdat zij en haar uitgever ook uithalen naar Maarten van Voorst, die de waarheid over haar grootvader ontdekte.

Ze gaat nu de geschiedenis van haar grootvader onderzoeken: “Ik wil uitvinden wat voor soort kampcommandant hij is geweest. Je kunt een sadist zijn geweest, iemand die gewoon zijn werk deed, of een commandant die het zo draaglijk mogelijk voor de krijgsgevangenen maakte en voor extra eten zorgde. Ik zal elk beeld naar buiten brengen.”

Hoe verzin je het, het idee dat je opa misschien een kampcommandant is geweest die “gewoon” zijn werk deed en het zijn slachtoffers zelfs naar de zin maakte? Hoever kun je nivelleren en vergoelijken? Heel ver, blijkt. Het is altijd erger dan je dacht.

Delen |

vrijdag 1 september 2017

Het moet niet gekker worden bij Herinneringscentrum Westerbork. In de NRC van 25 augustus jongst leden staat een artikel over de schrijfster van het boek Oorlogsouders, Isabel van Boetzelaer. Zij schrijft over haar foute vader, leider van een Haags politiecommando dat drie Joden arresteerde, wat hij volgens andere bronnen “verheugend” vond.

Het is oké, een boek schrijven over je foute ouders. Dat hebben meer mensen gedaan, al heeft dit boek veel kritiek ontvangen voor de manier waarop de schrijfster zaken vergoelijkt of weglaat.

Maar: zij gaat binnenkort een lezing geven over haar boek in – of all places – Westerbork.
Zij is uitgenodigd door Gemma Groot Koerkamp, coördinator van de gastsprekers. Die ziet geen bewijs voor de bezwaren tegen het boek en vindt ook dat Westerbork een goede plaats is om het te hebben over de daders van de Sjoa. “Op de historische locatie (het kamp zelf, rc) zijn we meer prudent dan in het museum”, zegt zij.

Prudent? Het is ongevoelig en kwetsend voor de slachtoffers en nabestaanden om een plaats als Westerbork, kamp én museum, te gebruiken om aandacht te geven aan de daders, zeker als hun daden worden vergoelijkt.

De andere argumenten van Groot Koerkamp zijn ook te belachelijk voor woorden: er zou in de loop der jaren meer ruimte zijn gekomen voor dergelijke verhalen. Wie bepaalt dat en waarom?

Ook noemt zij het feit dat er in het kamp behalve Joden ook Duitse vluchtelingen, collaborateurs en Indische Nederlanders hebben gezeten. Zijn die ook allemaal vermoord in de concentratiekampen? Voor Groot Koerkamp valt dit onder de “multiperspectiviteit”, waarvan zij voorstander is.

Hoe kan iemand die in Westerbork werkt zó enorm ongevoelig zijn en zoveel onbegrip hebben voor de mensen die er in de oorlog gezeten hebben en voor hun nakomelingen? Ik kan er niet bij. En zij is niet de enige binnen de organisatie van Westerbork die er zo over denkt.

Ook Ad van Liempt, die in de raad van advies van Westerbork zit, ziet Westerbork als ontmoetingsruimte en debatcentrum en dat vindt hij “behoorlijk volwassen”. Ook weer iemand die over de hoofden van de slachtoffers eigenmachtig over de plaats van ellende beslist. Westerbork is een gedenkplaats, een heilige plaats, waar je met alle mogelijke voorzichtigheid mee om moet gaan. Is het zo dat je afgestompt raakt wanneer je daar dagelijks bent? Het lijkt er wel op; iets anders kan ik niet bedenken voor deze schandalige manier van handelen. Alleen die ándere reden, waar Evelien Gans het over heeft: het schuldgevoel over het feit dat veel Nederlanders de Joden hebben laten verrekken. Dan ga je nivelleren en moeten de 'anderen' ook aan het woord komen. Is dat “volwassen”? Nee, het is een gotspe.

Dat nivelleren doet me opeens erg denken aan de “both sides” van Trump. Daar is terecht enorm veel protest tegen, maar in Westerbork moet dat dus kunnen.

En wat ook zo merkwaardig is: al die niet-Joden die over 'ons' Westerbork beslissen, zonder ook maar één betrokkene te raadplegen. Weet het CJO hiervan? En de Joodse gemeenten? Anders moeten er maar veel mensen naar die lezing op 24 september komen en daar protesteren.

Er zijn genoeg plaatsen in Nederland voor debat en ontmoeting van verschillende groeperingen, maar Westerbork nu juist niet. Laat dat een herinnering- en bezinningsoord blijven, mét educatieve functie, zodat wij daar in alle rust onze familie kunnen herdenken, die van daar werd weggevoerd naar de dood.

Delen |