sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Renée Citroen

Renée Citroen (1948) was werkzaam als journalist/redacteur van onder andere: Wordt Vervolgd (Amnesty International), Blanes, NIW, Benjamin, JonagBulletin en Chidushim (Beit Ha'Chidush). Als 'opvolgster van Henriëtte Boas' schrijft ze regelmatig ingezonden brieven in NRC Handelsblad. Renée Citroen is oud-bestuurslid van Beit Ha'Chidush en mede-auteur van de Sidur Ha'Chidush en de Nieuwe Hagada.

vrijdag 10 februari 2017

Néé, niet weer een column over vaderjoden. Het zou lijken of ik er nooit klaar mee was. Integendeel, ik maak er al jaren geen punt van. Nou ja, af en toe maak ik me kwaad over de onrechtvaardigheid van het discrimineren van mensen met een Joodse vader. Maar als je niet bij de club wilt horen waar dat gebeurt, is er niets aan de hand.

Ik zag trouwens een tijdje geleden positief nieuws. In Amerika natuurlijk, daar doen ze niet zo moeilijk. Over vaderjoden dan.

Maar nu. Wat lees ik nu weer in NRC? Danielle Pinedo schrijft een stuk over Joodse singles op zoek naar een Joodse partner. Moeilijk, er zijn er zo weinig en de druk is groot. Van henzelf, maar ook van hun familie.

Een rabbijn weet dat er spanningen zijn als iemand met een niet-Joodse partner thuiskomt. “Het doorgeven van het Jodendom is onderdeel van ons geloof”, zegt rabbijn Spiero. “Ik wil niet zeggen dat een gemengd huwelijk slecht is, maar het kan binnen families verkeerd vallen. Verbanning is een groot woord, maar ik ken genoeg voorbeelden van gemengde gehuwden die problemen ondervinden als gevolg van sociale druk.”

Oké, hun probleem, zou ik zeggen, als ik onaardig was. Maar ik heb makkelijk praten, ik leef niet in een gesloten sociale omgeving. Wat is dán mijn probleem?
Er wordt in het artikel een stel opgevoerd, van wie de jongen vaderjood is en het meisje ‘echt’ Joods. Hij heeft een Joodse grootvader die na de oorlog bewust met een niet-Joodse vrouw trouwde. Het verhaal van veel babyboomers, dat voor het gemak altijd wordt vergeten wanneer er over vaderjoden wordt geoordeeld.

Maar hij heeft geluk, hij vindt een halachisch Joods meisje. En wat zegt zij:
“Ik wilde het liefst een Joodse vriend. Dat Giora een halfbloedje is, maakt mij niet uit. Het Jodendom wordt doorgegeven via de moeder. Dat is mijn geluk. Als mijn broertje thuis zou komen met een vaderjodin, zou dat gevoeliger liggen.”

Pardon? Halfbloedje? Ik heb veel namen voor ons soort Joden gehoord, maar nog nooit ‘halfbloedje’. Wordt er zo over ons gedacht binnen orthodoxe kring? Ik weet niet of veel orthodoxen de Crescas Nieuwsbrief lezen, maar ik vraag die ene orthodoxe Jood, die dit toevallig leest: “Hebben jullie je kinderen zo opgevoed? Dat ze zomaar zonder nadenken zo'n kwetsende term gebruiken?”

Ik zou er om kunnen lachen, als ik niet naar het verleden zou kijken. Toen waren er rassenwetten en werd de term 'Joods bloed' gebruikt. Dan kun je nu niet zomaar gedachteloos de term 'halfbloedje' gebruiken. En stel dat je dat doet voor Surinamers of andere bevolkingsgroepen? In deze tijd?

Ik kon altijd goed opschieten met mensen die orthodox zijn, de meesten zijn aardiger dan hun geloof, met Bloeme Evers z.l. als prachtig voorbeeld, met wie je gewoon in discussie kon gaan. Maar nu? Word ik achter mijn rug 'halfbloedje' genoemd? Het zou me niets moeten kunnen schelen, maar het is een racistische term en in deze tijd (en altijd) zou iedereen, in ieder geval in het openbaar, op zijn of haar woorden moeten letten. Er gaan halvegaren zomaar mee op de loop.

'Vaderjood' heb ik altijd als een geuzennaam gezien, dat wil ik best zijn, al vind ik gewoon ‘Jood’ beter. Maar 'halfbloedje' wil ik niet zijn. Niemand, denk ik.

Delen |

vrijdag 3 februari 2017

Het filmpje dat Arjen Lubach maakte over het mislukken van het inburgeringsbeleid van het kabinet, is hilarisch.
Maar ook treurig. Het inburgeren werd geregeld door de overheid totdat er een nieuwe wet kwam, die minister Lodewijk Asscher liet uitvoeren. De 'inburgeringsplichtige' moet voortaan zelf de inburgering regelen en betalen met een lening van maximaal € 10.000. Eigen verantwoordelijkheid en vrije-marktwerking zijn de mantra's van deze regering. Nog treuriger lijkt de website die hierover alleen in het Nederlands informatie geeft, volgens Arjen. Dacht ik. Maar nu lees ik dat je de informatie in 26 talen kunt vinden. Arjen, eerst even checken alsjeblieft.

De mensen die hun land zijn ontvlucht, omdat ze daar werden vervolgd of gebombardeerd en dus met gevaar voor eigen leven, vaak met achterlating van hun gezin, eindelijk veilig hier zijn gekomen, worden min of meer aan hun lot overgelaten. Op de vrijwilligers na die hen door de doolhof van regels moeten loodsen.

Waar doet mij dat aan denken? Ja, natuurlijk, wie kwamen er totaal ontredderd uit de kampen in Duitsland, Polen en Nederlands-Indië terug na de oorlog? De overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Zij werden ook aan hun lot overgelaten en moesten zelf maar zorgen voor huisvesting en zien dat ze hun spullen terugkregen. Om over de nagekomen erfpacht- en belastingaanslagen maar niet te spreken.

De onverschilligheid van de overheid is schokkend; een artikel in Trouw geeft daar een goed beeld van. En juist Lodewijk Asscher zou beter moeten weten, als naoorlogse generatiegenoot met ouders en familie die ook niet ongeschonden de oorlog overleefden. Er komen nu wel protesten en gemeenten grijpen in. Gelukkig maar, het onrecht wordt gecorrigeerd. Maar ik denk niet dat de betrokken politici begrijpen waarom hun ongetwijfeld goede bedoelingen niet kloppen. En dat vind ik nog het meest schokkend.

Delen |

vrijdag 27 januari 2017

Ik had weer eens een discussie over God. Dat gebeurt af en toe, en altijd begint het met een atheïst die mij wil overtuigen van zijn of haar gelijk. Vreemd, andersom doen gelovigen dat meestal niet, behalve de Jehova's dan. En zeker Joden niet. Maar die hebben ook geen geloof, bij ons gaat het om emoena, vertrouwen, wat in het Engels wel één woord heeft, faith, dat geloof én vertrouwen betekent.

Ik heb geen enkele behoefte anderen te overtuigen dat God wél bestaat. Dat kan ik niet bewijzen en dat wil ik ook niet. Voor mij is het trouwens niet God als aanduiding, dat is mij te persoonlijk, YHVH is abstracter. Of YAH, wat beter uit te spreken is.

Er wordt wel gezegd dat de hogepriester die in de Tempel één keer per jaar De Naam uitsprak, niet meer deed dan een diepe zucht slaken, een inademing en een uitademing, Ya-Ve. De adem als symbool van het leven, ons ingeblazen door YAH.
En ook 'de kleine stille stem' van Eliyahoe, 'het gefluister van een stille bries' (I Melachim-Koningen 19:13), die wij diep in ons kunnen horen, als we maar willen luisteren, ervaar ik. Voor mij is dat genoeg, meer kunnen we niet weten.

Maar ik kreeg toevallig Richard Dawkins’ boek The God Delusion in handen, in het Nederlands vertaald met de titel God als misvatting, terwijl delusion ‘waan’ betekent. Dat is duidelijker, want Dawkins ziet het ook zo.

Ik heb het boek alleen maar ingekeken, want de toon beviel me totaal niet. Ik dacht dat hij het atheïsme zakelijk en rationeel aan ons, die niet in zijn verhaal geloven, want religieus, zou uitleggen. Dan zou ik mij er best in willen verdiepen. Integendeel, hij gaat tekeer als een ware fanaat die zichzelf overschreeuwt om zijn eigen gelijk te bewijzen.

Toen er na de eerste druk veel commentaar kwam, met redelijke vragen als: waarom religie alleen zien als een geloof van fanatici die de bijbel letterlijk nemen, heeft hij een tweede versie geschreven met voorin zijn antwoord op zulke vragen. Daar zie je al hoe vreemd hij te werk gaat. Hij weet dat er vele liberale, gematigde gelovigen zijn, maar hun idee van God vindt hij niet belangrijk, nee, hij wil juist die anderen, met hun beeld van een persoonlijke, straffende God, overtuigen. Dat zal hem niet lukken, want niemand wil dat een ander zijn overtuiging belachelijk maakt.

Dat doet hij namelijk. Hoe kun je bijvoorbeeld geloven, vraagt hij, in een God die Lot zijn maagdelijke dochters laat aanbieden aan vreemden, die eigenlijk liever mooie jongens willen hebben? Dat vindt hij een schande, en een bewijs dat de bijbel niet deugt. Ja, het is inderdaad een schande, maar niet alleen iets van duizenden jaren geleden, het gaat in de kinderporno-industrie nu soms ook zo, vrees ik. De misdaden van de mens schrijft hij aan God toe, zonder het communisme en het nazisme te noemen, die het zonder God af konden.

Dawkins leest de bijbel zonder enige achtergrondkennis, zonder zich te verdiepen in de traditie van de Talmoed en latere bijbelkenners. Ik heb ook niet de hele Talmoed gelezen, maar naast schrijvers als Abraham Heschel, Reb Zalman en bijvoorbeeld de progressieve rabbijnen Rami Shapiro en Marc-Alain Ouaknin zijn er zoveel commentaren te vinden op Internet die achtergronden en diepere betekenissen uitleggen van elk woord in de Tora.

Iedereen is vrij zijn eigen interpretatie op de tekst los te laten, maar ik word niet overtuigd door iemand die verontwaardigd zo maar wat roept zonder enige kennis van zaken. Hij neemt de bijbel net zo letterlijk als de fundi's die hij aanvalt.

Ik weet nog precies hoe het was toe ik zelf atheïst was. Dat was gewoon logisch: wat je niet ziet, bestaat niet. En die God op een wolk, tja daar zat Zeus ook, en die bestond ook niet meer. Klaar.

Waarom ben ik dan toch gaan ervaren dat er meer is, dat alles één is en dat wij als mensen dat niet rationeel kunnen verklaren? Juist daarom, YAH is onkenbaar, oneindig en één, toen ik dat las in een boek over de Kabbala, dacht ik: oh, is dat alles, maar dat wist ik allang! Zo eenvoudig kan het zijn. Voor mij dan.

En toen ben ik gaan lezen en lernen, en ik zoek nog steeds bij alle woorden, verhalen en rituelen de betekenis die bij mij past. Dat zei rabbijn Yehuda Aschkenasy z.l. al meteen op de eerste lernavond: ‘We moeten de oude woorden vertalen naar nu, zodat jullie ze begrijpen’. Dat is een 'leerproces' (een echt Yehuda-woord) dat eeuwig doorgaat.

Dawkins is al klaar, ik begin pas.

PS: Op YouTube staat een filmpje waarin Richard Dawkins in debat gaat met een geweldige vrouwelijke rabbijn en een christelijk geestelijke die zijn uitspraken uitstekend weerleggen.

Delen |

vrijdag 20 januari 2017

Alles is tegenwoordig 'ook maar een mening': conclusies van integere wetenschappers, analyses van nadenkende en onbevooroordeelde schrijvers, commentatoren en columnisten. Dat hoor je vaak, veel te vaak en dat wil je graag ontkrachten, nuanceren, rectificeren.

Maar er lijkt niet te communiceren met mensen die wél één waarheid aanhangen en alles wat daar tegenin gaat negeren of ontkennen.

Ik hoorde op de radio een Nederlandse vrouw die in de Verenigde Staten woont en op Trump had gestemd. Zij ontkende alle berichten over zijn connecties met Rusland en zijn eventuele seksuele escapades. Daar was ze niet in geïnteresseerd en voor de rest had ze zich er ook niet in verdiept…

Ik stond vroeger bij het schoolhek op mijn kinderen te wachten en hoorde dan andere moeders in volle overtuiging beweren dat de herfstvakantie (of kerst- of crocusvakantie) op vrijdag begon. In mijn onschuld zei ik dan dat ik in het stencil van school (het was nog het emailloze tijdperk) had gelezen dat het echt op zaterdag pas vakantie was. Dan werd ik raar aangekeken en niet geloofd. Ze hadden toch gehoord dat …

Sindsdien weet ik dat 'ze' feiten van iemand die hoger opgeleid is, niet willen geloven, omdat ze denken dat je ze dom vindt, ook al is dat totaal niet je bedoeling. Juist als je meer weet, ontdek je dat je nog heel weinig weet. Als journalist heb ik ook geleerd om als je iemand trof die iets niet wist, altijd te vragen of ze iemand kenden die het wél wist. Zo kwam je uit bij de persoon die je het beste kon helpen.

De Joodse gewoonte om vragen te stellen en zeker altijd wedervragen te stellen, gaat ook niet altijd op. Ook in Joodse kring kwam ik deze achterdocht voor meer kennis en ervaring tegen. Logische en redelijke verklaringen wekken weerstand op.

In haar boek Woede en vergeving vertelt Martha Nussbaum hoe de oude Grieken een oplossing vonden voor het veranderen van de verderfelijke gewoonte van eerwraak en vergelding, die generaties lang familieverhoudingen verwoestte. De wraakgodinnen die de woede en rancune aanwakkerden, werden niet gestraft, maar juist met veel eer behandeld. Zij kregen een ereplaats onder de grond (dat was dus blijkbaar een gunst), als zij beloofden voortaan hun wraak te stoppen en voor verzoening te zijn. Zij kregen een nieuwe naam: de Eumeniden, de Welwillenden. Zo kon de Griekse maatschappij er een worden van verzoening, en werd de vicieuze cirkel van woede en wraak doorbroken. Ze werden niet gewoon alleen maar opgesloten, omdat dan hun slechtheid bleef bestaan, maar ze moesten werkelijk veranderen om mee te kunnen draaien in de nieuwe maatschappij.

Zou dat ook in onze maatschappij kunnen? De woedenden willen gehoord worden, zegt men altijd. Maar dat is het niet alleen, ze willen gelijk krijgen en hun zin doordrijven.

Zie je Wilders al voor je die belooft verzoenend en tolerant te zijn? Ik hoorde Buma zeggen dat hijzelf in een gesprek tijdens de crisis het landsbelang voorop stelde. Wilders zei dat hij alleen aan zijn eigen kiezers (dus zichzelf) dacht. Ik ben bang dat als je hem veel eer geeft hij die gebruikt om nog meer zijn eigen gelijk te bewijzen. Hij weet deep down heus wel dat hij ongelijk heeft, maar het komt hem beter uit om mensen in hun gelijk te bevestigen in zijn eigen belang, dat van de macht.

De Eumeniden waren voor rede vatbaar, de mannen die nu aan de macht zijn of willen komen, niet.

Maar om niet al te pessimistisch te zijn denk ik ook aan Job, de man die alles verloor en God vroeg waarom. Het antwoord was dat een mens dat niet kan weten. Maar Job voelde zich gehoord en kon zo zijn ellende dragen. Laten we hopen dat de 'ongehoorden' van tegenwoordig ook iemand willen geloven die naar hen luistert, zonder hen beloften te doen die nooit waar te maken zijn.

PS
Dé waarheid bestaat niet, maar je kunt er wel naar streven door hoor en wederhoor toe te passen, feiten te checken en niet zomaar wat te beweren. Gelukkig zijn er nog genoeg media en journalisten die de principes van het handboek voor de journalist wel volgen: wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom. Begin daar maar mee, dan gaat het in principe goed. Maar niet altijd.

In mijn column over de film van Joosje Asser zei ik dat zij ook had geprobeerd de film van haar zus Hella tegen te houden.

Dat is niet zo, mijn excuses voor een niet gecheckte bewering. Er blijkt maar uit dat je als journalist (wat ik nog steeds ben, een journalist gaat niet met pensioen) niet zorgvuldig genoeg kunt zijn, ook in een column, die 'ook maar een mening' is.

Delen |

vrijdag 13 januari 2017

De Zuidasrabbijn kwam aan het woord in NRC. Yanki Jacobs, zoon van, jong en enthousiast. Hij had al veel Joodse zakenmensen gesproken die zoekende waren en blij waren dat er iemand naar hen luisterde. Ze gingen zelfs bidden en tefillin leggen. Mooi toch? Nou nee. Het is een verhaal dat niet volledig is.

Dat gebeurt meestal wanneer een krant een 'Joods' verhaaltje wil. Dan moet er een Jood opdraven. Maar ik word nooit gevraagd. Nee, ik ben niet jaloers, maar iemand zoals ik ziet men gewoon niet. Hoezo? Wel, vrouw, met een Joodse vader, progressief. Nee, dat is niet representatief, wordt er gedacht. Dat de cijfers anders uitwijzen, doet er niet toe.

Automatisch wordt de kaartenbak met orthodoxe Joden opengetrokken (de piepkleine minderheid in Joods Nederland), een andere smaak kennen ze niet, al mag soms een liberale rabbijn (en heel soms een vrouw!) ook iets zeggen.

Ik gun Yanki de publiciteit, maar ik vind het zo flauw dat hij er niet bij zegt dat voor hem tefillin leggen niet voor vrouwen geldt, en dat ze in zijn sjoel achter een hek moeten zitten en niets mogen doen in de dienst. De journalist weet dat niet en Yanki laat hem in die waan. Uit het stuk blijkt uit niets dat hij een orthodoxe rabbijn is, het is alsof je een dominee uit de Biblebelt over het christendom laat vertellen zonder te vermelden bij welke stroming hij hoort. Yanki eigent zich het hele jodendom toe, terwijl ook wereldwijd de orthodoxen ver in de minderheid zijn.

Het is net als met alle extreme vormen van godsdienst én politiek, ze zijn aantrekkelijk voor de media, want lekker spannend, en niet zo ingewikkeld genuanceerd. En net als in de politiek staan de liberale, gematigde stromingen aan de kant en kijken toe. Waarom geen ingezonden brief of liever een artikel in de krant geschreven door een van de vrouwelijke rabbijnen om te laten zien dat Yanki maar een deel van het verhaal vertelt?

Ik kan ook zelf wel weer Henriette Boasje gaan spelen, maar in dit geval zou een vrouwelijke rabbijn toch meer gewicht in de schaal leggen.

Trouwens, het allerbeste zou zijn om zelf naar de Zuidas te gaan en de vrouwen daar aan te spreken. Jullie mogen meer dan Yanki zegt, het is de 21e eeuw, ga niet achter dat hek zitten!

Dat vrouwen (en homo's) ook bij de liberalen nog niet gelijk zijn aan mannen, daar zou intern ook eens wat aan gedaan moeten worden, als jullie toch bezig zijn. Maar ja, blinde Maupie, dat zal er deze eeuw nog wel niet van komen.

Delen |