Parrèsia

Naud van der Ven

vrijdag 1 juni 2012

Als parrèsia een deugd is, dan mag het Joodse volk gerust een zeer deugdzaam volk genoemd worden. Want parrèsia kun je vertalen met vrijmoedigheid, of – als Wilders die kreet geen eigen draai had gegeven – ook wel als ‘zeggen wat je denkt’. Wel, dat gaat Joden over het algemeen goed af.

Toch komt het woord niet uit de Joodse traditie maar uit de Griekse. Het woord parrèsia verschijnt voor het eerst bij Euripides en blijft vanaf het einde van de vijfde eeuw vóór de jaartelling voorkomen in de geschriften uit de klassieke Griekse oudheid.

In onze tijd is het woord weer in omloop gebracht door de Franse filosoof Michel Foucault die in 1983/84 colleges gaf over parrèsia als het fenomeen waarbij een spreker zich vrijmaakt en zich vrijmoedig uitspreekt. In de moderniteit, waarin de mens steeds meer op zichzelf is teruggeworpen, acht hij het van belang om trouw te kunnen zijn aan zichzelf en zijn eigen gedachten.

Het meest recente pleidooi voor parrèsia las ik in Trouw en is afkomstig van de Britse hoogleraar Frank Furedi. Hij pleit voor parrèsia onder de aansporing “Mens durf te oordelen”. Hij keert zich daarmee tegen de neiging tot lauwe tolerantie in onze samenleving, als een krachteloos instrument van vooral-niet-oordelen, veilig op afstand blijven. Met Hannah Arendt ziet hij de onwil om te oordelen als een teken dat men geneigd is zich terug te trekken uit het publieke leven. Terwijl door wel te oordelen een dialoog ontstaat met een ander.

Het is waar, zegt Furedi, het uitspreken van een waardeoordeel kan een vorm van psychisch geweld zijn – maar een complexe samenleving kan nu eenmaal niet zonder oordeel en vergelijking. Daar is wel durf voor nodig, want vrijheid van meningsuiting en de zucht naar kennis gaan gewoonlijk hun eigen onvoorspelbare gang.

In het oude Athene, de bakermat van de democratie, durfden ze dat: daar kreeg die riskante houding volgens Furedi voor het eerst waardering. “Durf en vrijheid waren voor de Grieken waarden die elkaar versterkten. Iets dergelijks zien we in het Italië van de Renaissance, waar ideeën over vrijheid gepaard gingen aan durf en ontdekkingsijver”.

Wat me irriteert aan een presentatie van zaken als die van Furedi is de aanbidding van Griekendom en Renaissance in combinatie met de totale afwezigheid van aandacht voor de Joodse bijdrage aan vrijmoedigheid in de loop van de geschiedenis. Dat is een onevenwichtigheid in de presentatie van ons culturele erfgoed die mij al stoort vanaf mijn middelbare schooltijd. Ook toen tierde de adoratie voor de klassieke oudheid welig en had ik het gevoel dat er iets ontbrak.

Immers, op het stuk van de vrijmoedigheid hadden de Joden hun sporen al verdiend toen de Atheners hun democratie nog moesten vestigen. Abraham had al gemarchandeerd met God over Sodom en Gomorra, en Jacob had gevochten met de engel.

En de Joden hielden daar niet mee op toen in Athene de democratie ter ziele ging en Socrates en Plato pleidooien hielden voor censuur op poëtische en andere zielsuitingen die de pure moraal maar zouden ondermijnen. De schrijver van het boek Job laat zijn gemoed vrij spreken en gaat ver in het plaatsen van vraagtekens bij de rechtvaardigheid van God.

In de Misjna en de Talmoed gingen de rabbijnen door met de beloning van intellectuele moed door halachische beslissingen te nemen bij meerderheid van stemmen en de weggestemde opvattingen en hun auteurs toch op te nemen in de teksten en voor eeuwen te bewaren. Heel anders dan om hen heen waar de dissidenten van katholieke concilies uit de annalen werden geschreven.

Het is misschien wel waar dat ten tijde van de Renaissance de balans verschoof. Toen kwamen in de omringende wereld de vrijmoedige en kritische humanisten op, terwijl de rabbijnse traditie dreigde te verzanden binnen een steeds formalistischer keurslijf.

Maar de parrèsia, om niet te zeggen de brutaliteit, die Eli Wiesel beschrijft in zijn verhaal over de rabbijnen in een concentratiekamp, die God een proces aandoen voor de ellende die hij laat passeren, heeft oude papieren. Van vóór de Griekse democratie.

8 + 3 = ?

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.