Bij Kaag ontbreekt een dimensie

Naud van der Ven

vrijdag 5 oktober 2018

Laat ik vooropstellen dat ik Sigrid Kaag een sympathieke vrouw vind, zowel in haar intenties als in haar acties. Het hart zit op de goede plaats bij deze minister, wat blijkt uit haar inzet voor brandhaarden wereldwijd en haar oproepen om je stem te laten horen waar onrecht plaatsvindt. Maar ik ben bang dat zij in haar analyse van de problemen waar wij als samenleving en zij als minister van Ontwikkelingssamenwerking voor staan tekort schiet.

Dat maak ik op uit de Abel Herzberglezing die zij afgelopen zondag hield en die ik tot me heb genomen via de verkorte versie ervan in Trouw. Het trof me in die lezing dat er in het wereldbeeld van Kaag niet veel zit tussen de dimensie van het individu en de dimensie van de universele menselijke waardigheid.

Om met dat laatste te beginnen, warm wordt Kaag van het “geïnstitutionaliseerde antwoord op de leegte van Herzberg.” Met die leegte – of stilte – doelt zij op het akelige gebrek aan proteststemmen tegen de nazi’s voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. En het antwoord daarop, voor Herzberg en voor haar, is het grotendeels naoorlogse stelsel van internationale samenwerking en bewaking van mensenrechten. Na de rampen van twee wereldoorlogen en de Sjoa bieden onder andere de Europese Unie en de Europese mensenrechten een zekere institutionele garantie voor de bescherming van menselijke waardigheid.

Daarnaast spreekt ze met enthousiasme over een andere dimensie van het menselijk bestaan, wanneer het gaat over het belang van een eigen identiteit voor ieder mens. Dat is in haar presentatie steeds een geheel individueel bepaalde identiteit. “Identiteit is nooit monolithisch, maar gelaagd en complex. Identiteit wordt gevormd door opvoeding, door vrienden die je maakt, door boeken die je leest, door reizen die je maakt, door ontmoetingen met wildvreemden en door persoonlijke ambitie en ontwikkeling.” Ieder mens heeft het recht op die manier zijn eigen identiteit te creëren.

Wat ik, tussen die twee dimensies in, mis, is een tussenliggende identiteit, namelijk die van de natie of etnische groep. Ze noemt die wel, maar dan vooral in negatieve zin, als ze de populisten van vandaag benoemt. Zij zijn onruststokers die de internationale orde afdoen als cultuur-marxistisch project, die manipuleren en schermen met halve waarheden, en terug willen naar een romantisch negentiende-eeuws nationalisme.

Terecht wijst Kaag op de grote gevaren ervan. Maar natiestaten, net als etnische en religieuze groepen daarbinnen, hebben de afgelopen eeuwen ook een constructieve rol gespeeld. Ze waren de broedplaatsen voor democratie, politiek debat en rechtsstatelijkheid, en vehikels voor onderwijs en verheffing van hun burgers.

Die dimensie komt bij Kaag alleen ter sprake op een meer terloopse wijze, als ze haar eigen Nederlandse achtergrond beschrijft en vertelt wat ze daaraan te danken heeft. Maar meer fundamenteel, als een categorie sui generis met een stevige plaats in de structuur van haar betoog lijkt die dimensie voor haar geen rol te mogen spelen. Identiteitsvorming op het niveau van de etnische groep of de natie lijkt bij haar toch vooral verdacht te zijn, te omschrijven als ‘tribaal identiteitsdenken’.

Terecht zegt Kaag dat mensen niet kunnen worden gereduceerd tot één kenmerk van hun wezen. Tot ‘de kosmopoliet’, de immigrant, de moslim, de Jood. Of vul aan: Nederlander, Fransman, Kroaat. Maar het lijkt erop dat veel van die groepsidentiteiten wat haar betreft beter helemáál geen plek kunnen krijgen. Want dat soort identiteit heeft de neiging de angst voor ‘de ander’ aan te wakkeren.

Dat vind ik problematisch, en wel om de volgende redenen.

In de eerste plaats omdat in veel landen in West-Europa dat niveau van de groep of de natie nog steeds een houvast blijkt te bieden aan veel ‘gewone’ mensen. Vooral als die mensen niet zo veel hebben met de twee andere polen die Kaag omhelst: zij zijn niet van die bewust gevormde individuen en nemen weinig of niet deel aan de globalisering, hebben daar eerder last van. De middencategorie van de natiestaat biedt hen stevigheid. Moet je dat negeren of daar laatdunkend over doen, omdat je dat zelf overstegen hebt?

Verder hebben natiestaten zich vooralsnog meer overtuigend bewezen als complete rechtsorde dan de ideële internationale structuren waar Kaag over spreekt. Hannah Arendt heeft indringend beschreven hoe weinig haar ‘universele menselijke waardigheid’ haar hielp toen ze op de vlucht was voor Hitler. Burgerschap van een fatsoenlijk land, dát had ze nodig. Dat geldt vandaag de dag nog steeds voor statenlozen of inwoners van barbaarse staten. Dat dat schreeuwt om verdere uitwerking van ons internationale rechtsstelsel ben ik helemaal met Kaag eens, maar dat mag er niet toe leiden de verdienste van de feitelijke bescherming die nationaal burgerschap biedt te onderschatten. Dat is geen romantisch gegeven, maar eerder een soort organisatieprincipe, uitgaande van wat werkt.

Ten slotte vind ik het iets ironisch hebben dat uitgerekend in een lezing die is genoemd naar Abel Herzberg de tussendimensie van het nationale en etnische ontbreekt. Want als er iemand was die, met al zijn appreciatie voor de verlichtingsidealen van menselijke waardigheid en gelijkheid, doorhad dat die idealen concrete inbedding nodig hebben binnen historisch gegroeide lotsgemeenschappen, dan was het wel Abel Herzberg. En dat al op een moment – ruim vóór Hitlers machtsgreep in 1933 – dat je nog kon geloven in de werkzaamheid van die idealen, zoals de meeste van zijn ontwikkelde mede-Joden in die tijd ook deden. Hij koos, tegen de op assimilatie gerichte hoofdstroom, al in 1912 voor het zionisme, omdat hij het belang van het middenniveau van een eigen Joodse staat op waarde wist te schatten.

Tribaal? Zo zou Kaag Herzbergs stap destijds misschien hebben gekwalificeerd, als ze tijdgenoot was geweest. Handelde Herzberg uit angst? Hij was, geloof ik, niet zo’n angstige man, maar hij moet een voorgevoel hebben gehad dat de situatie voor Joden in het verlichte Westen wel eens rampzaliger uit zou kunnen pakken dan menigeen zich kon voorstellen.

Nee, die kant van Abel Herzberg is beslist niet Kaags cup of tea. Dat is jammer voor zo’n sympathieke minister. Misschien is het een idee als Sigrid Kaag en Stef Blok met elkaar eens een discussie op het scherp van de snede zouden voeren?

8 + 2 = ?

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.