sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Naud van der Ven

Naud van der Ven (1955) is adviseur bedrijfsprocessen bij de gemeente Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en behaalde een kandidaats Semitische talen in Leiden. Na zijn geschiedenisstudie was hij actief in het onderwijs. Vervolgens kreeg hij werk in de financieel-administratieve dienstverlening, eerst bij een accountantskantoor en daarna in dienst van de gemeente Amsterdam. Tegelijkertijd volgde hij studies en cursussen op het vlak van accountancy, management en informatica. In 2006 promoveerde hij op een studie naar verbindingen tussen het gedachtegoed van de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas en trends in de organisatiekunde. Op zijn website www.naudvanderven.nl publiceert Naud columns en artikelen over onderwerpen op het snijvlak van management en filosofie.

vrijdag 22 juni 2018

Soms vind ik Naema Tahir als columnist een beetje simpel. Maar naar aanleiding van het huwelijk van Harry en Meghan sloeg ze de spijker op de kop. De schenkende, of opofferende liefde waarover bisschop Curry zo begeesterd preekte, is mooi, maar de bisschop gaat te ver als hij de opofferende liefde presenteert als “oplossing voor alle problemen in de wereld.”

Ik vond het best moedig ook, van Tahir. Want “zijn toespraak toverde een glimlach op de lippen van menigeen.” Eindelijk weer eens een verschijning die het grote publiek iets meer biedt dan bling-bling-verhalen en materieel nepgeluk en dan ga jij daar direct een vraagteken bij plaatsen?

Wat mij betreft is het van het grootste belang dat vraagteken te durven zetten. Want als model voor sociaal of maatschappelijk handelen is opofferende liefde onbruikbaar. En dat niet alleen, het is gevaarlijk. Die modelmatige opvatting van liefde impliceert namelijk de gedachte dat je opoffering als generiek ideaal kunt poneren en propageren. En vervolgens als iets wenselijks kunt opleggen aan anderen en het tot programma kunt uitroepen. Juist vanwege het enthousiasme dat erbij hoort, is de overgang naar dat soort utopieën snel gemaakt. Inclusief strengheid en veroordeling van wie de idealen niet deelt of er niet aan voldoet. Dan kom je uit bij de hypocrisie van de ‘liefdesgestichten’ van de Zusters van de Goede Herder, die afgelopen weken in het nieuws waren omdat daar van 1860 tot 1973 zeker 15.000 meisjes en vrouwen onbetaald werk moesten verrichten. Of bij de afgedwongen solidariteit van de communistische heilstaat. Zie ook de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen.

Er is een goede verklaring voor het verschijnsel dat veel goedbedoelde ideologieën van zelfopoffering op zo’n ontluisterende manier in hun tegendeel verkeren. Het idee van zelfopofferende liefde boort diepe verlangens van overgave aan en genereert enthousiasme, zoals zichtbaar in de reacties op de bisschop. Maar het zijn waarschijnlijk precies dat enthousiasme en diepe verlangen die ongeduld en realisatiedrift genereren. En daarmee haast en lichtzinnigheid. En dat resulteert in dwang en hypocrisie, want het onbereikbaar gebleken ideaal moet wel overeind worden gehouden.

De wereld zit ingewikkelder in elkaar dan het simplistische enthousiasme wil weten. Dat enthousiasme, ook al is het voor zoiets als liefde, is dus enigszins wereldvreemd, en als het daar achter komt wordt het gevaarlijk. Want om de veronderstelde maar achterblijvende utopie alsnog te redden moet je steeds meer dwang en leugen in gaan zetten.

Zelfopofferende liefde is beslist een aanstekelijk fenomeen. Maar per saldo is het – op z’n best – mogelijk van belang voor het individu, maar als maatschappelijk model niet te gebruiken; en op z’n slechtst, wanneer het wél wordt ingezet als maatschappelijk model: een bron van hypocrisie en gewelddadigheid.

Jonathan Sacks verwoordt het als volgt: “Liefde, bij uitstek de emotie die vorm geeft aan menselijke banden en die ook nieuw leven voortbrengt, is noch simpel noch universeel goedaardig in haar effecten.” Rechtvaardigheid is minstens zo belangrijk.

Delen |

vrijdag 25 mei 2018

Het is 14 mei 2018. Om 20.00 uur staat het aantal door Israël gedode Palestijnen op 59.
Ik ben altijd opgelucht als we op het Journaal dat onderwerp hebben gehad. En dan brengt het Journaal het nog op een relatief uitgebalanceerde manier. Ze vertellen over de waarschuwingen die het Israëlische leger tevoren geeft, over de interpretatie door Israël van plaatsing van explosieven en overschrijding van de grens als vijandelijke handelingen. En vervolgens over het schieten met scherp.

Wat een verschil met bijvoorbeeld het Franse nieuws. In ieder geval met France 2, dat op 14 mei volledig koos voor het Palestijnse perspectief, uitsluitend daar beelden van gaf, met veel oog voor de heroïek achter de brandende banden. Dat zal te maken hebben met de Franse sympathie voor verzet tegen gevestigde belangen, zolang het niet hun eigen belangen zijn.

In de regel is dat met de Nederlandse media die ik tot me neem inderdaad wel beter gesteld; de dilemma’s komen daarin beter uit de verf dan in de Franse. In Trouw kwamen bijvoorbeeld twee internationaal juristen aan het woord die menen dat veel van het gedrag van Israël volgens internationaal recht gewoon geoorloofd is. Zoals het verdedigen van grenzen, het tegenhouden van een dreigende invasie, en zelfs het doelbewust doden van mensen, al ben je gehouden om het aantal dodelijke slachtoffers zoveel mogelijk te beperken. “Het lijkt er niet op dat ze dat hebben gedaan.”

Trouw beperkt zich niet tot de visie die (terecht) alom wordt gehoord: dat de Gazanen, en masse opgesloten als ze zijn op een paar vierkante kilometer, geen menswaardig leven hebben – in de woorden Stevo Akkerman: “die wanhoop in Gaza is reëel en zit diep.” In die zelfde krant toont Monique van Hoogstraten daarnaast ook het dilemma van een kibboetbewoonster die uitkijkt op de Gazastrook: “Mijn zoon is net uit het leger. Ik zou niet willen dat hij daar moest staan om iemand dood te schieten. Maar aan de andere kant: als ze met een massa doorbreken…dat wil je ook niet.”

Dan blijkt dat over de impact van zo’n doorbraak weldenkende mensen nogal van mening kunnen verschillen, en dat laten de Nederlandse media goed zien. Crescas-columnist Salomon Bouman vraagt zich af: “Was het wel een front in de militaire zin van het woord? Werd Israël werkelijk bedreigd?” De twee juristen die in Trouw aan het woord komen, menen dat een doorbraak op te vangen zou zijn met arrestatie en berechting. En dat de instructie om te schieten met scherp dus buitenproportioneel is.

Omdat ik zelf nog niet voor me zie hoe je een massale doorbraak met arrestaties en berechting kunt pareren, herken ik mijn eigen positie beter bij Van Hoogstraten. Zij stelt, in reactie op de vraag van Hamasleider Yehya Sinwar: “Wat is het probleem als honderdduizenden het grenshek bestormen dat niet eens een staatsgrens is?”, het volgende: “Dat is voor Israël een immens probleem. Het leger grijpt juist zo hard in om te voorkomen dat eerst een kleine groep Palestijnen door het hek breekt, en daarna een massa de grens over zou steken. Wat er dan zou gebeuren is niet te overzien.”

Ten slotte citeert Trouw de Gazaanse politiek analiste Reham Owda als volgt: “Hamas is erin geslaagd de aandacht van de wereld te krijgen voor de Palestijnse zaak. Ze hebben begrepen dat ze niet nog meer mensen konden opofferen.” Het is inderdaad niet menswaardig zo te moeten leven.

Delen |

vrijdag 11 mei 2018

Etnisch profileren is natuurlijk niet goed. Maar ook zó natuurlijk dat het bijna vanzelf gebeurt.

Zo heb ik weleens gelezen dat in de negentiende eeuw een Amsterdamse hoofdcommissaris van politie bepaalde soorten overtredingen koppelde aan bevolkingsgroepen. Hij had vastgesteld dat openbare dronkenschap en andere alcohol-gerelateerde overtredingen over het algemeen een zaak waren van autochtone Amsterdammers. Bij overtredingen op het gebied van prostitutie en zedendelicten waren in meerderheid allochtonen – ofwel, in die tijd, Joden – betrokken.

Ik moest daaraan denken toen ik onlangs in de krant las over Israëlische onderzoekers die met behulp van fruitvliegjes hebben vastgesteld dat alcohol voor dezelfde beloning in de hersenen zorgt als seks. Dus dat alcohol en seks rivaliserende prikkelmiddelen zijn.

De fruitvlieg, schrijven Israëlische biologen in het vakblad Current Biology, beleeft zijn extase tijdens de zaadlozing. Dat konden ze laten zien door de ejaculatie kunstmatig op te wekken. Daarvoor maakten ze gebruik van een bepaald soort rood licht dat de mannetjes-vliegjes op die momenten in opperste staat van geluk bracht, zonder dat er seks aan te pas was gekomen. Ze waren daarna volmaakt tevreden, en hadden nergens meer behoefte aan. Dat bleek als de vliegjes na blootstelling aan het rode licht zoete drankjes kregen voorgeschoteld, waarvan een deel met alcohol. De seksueel verzadigde vliegjes kozen bijna allemaal voor suikerwater zonder alcohol. De mannetjes daarentegen die op seksuele onthouding waren gezet, zochten hun bevrediging elders. Vooral in de drank.

Een beetje zoals katholieke celibatairen zich vroeger moesten troosten met een ‘wijntje’ voor het gemis aan een ‘trijntje’. Het zou, afgaand op dit onderzoek, dus goed kunnen kloppen dat de keuze voor een favoriet pepmiddel per bevolkingsgroep en etnische cultuur verschilt. En dat die keuzes tot in de overtredingensfeer terug te zien zijn.

Delen |

vrijdag 27 april 2018

Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Israël zond Nieuwsuur afgelopen vrijdag een kleine documentaire uit over de Israëlische veiligheidsdiensten. Want die speelden een cruciale rol in dat zeventigjarige bestaan. De documentaire benadrukte dat de Mossad en de Shin Bet – zoals trouwens gebruikelijk voor geheime diensten – geen wetten respecteren, en dat er in totaal 2700 mensen zijn omgebracht door hun acties.

De reportage gaf op zichzelf een adequaat beeld van het functioneren van de veiligheidsdiensten. Daarbij kwamen hoofdzakelijk Israëli’s aan het woord, en zij spraken duidelijk over de dubieuze kanten van het intelligence-werk, met als speciaal aandachtspunt dat Israëlische politici door het succes van de veiligheidsdiensten de neiging kunnen hebben minder gebruik te maken van diplomatieke middelen.

Ik vond het geen verkeerde reportage. Maar wat me bevreemdde, is dat de NPO ervoor had gekozen die uitgerekend op Israëls verjaardag te programmeren. Over de geheime operaties van bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Frankrijk van de afgelopen zeventig jaar zou je beslist een even lange en indrukwekkende lijst van soortgelijke wetteloze en moorddadige acties kunnen opstellen. Ook daarvan is de relevantie om erover te berichten zonneklaar, maar wie zou het verzinnen om dat uitgerekend te doen op 4 of 14 juli, respectievelijk Independence Day en Quatorze Juillet? De impliciete boodschap daarvan zou toch niet anders kunnen zijn dan dat die landen geen nationaal feest waard zijn, ja, dat hun bestaan maar dubieus is.

De keuze van de NPO is dus een behoorlijk venijnige, waarschijnlijk voortvloeiend uit verontwaardiging en boosheid over het uitzichtloze conflict tussen de Palestijnen en Israël, dat inderdaad niet los te zien is van de stichting van de staat. Bij die boosheid kan ik me van alles voorstellen, want Israël wekt – zacht gezegd – niet de indruk veel moeite te doen om de relatie met de Palestijnen te verbeteren. De interne verdeeldheid in het Palestijnse kamp speelt daarin een rol, maar Netanjahoe lijkt dat wel best te vinden.

Alle reden dus om kritisch naar Israël te kijken, maar op sommige dagen doe je dat beter niet, zoals op 4 mei of op Israëls Onafhankelijkheidsdag, want dat is een klap in het gezicht van degenen die hun leven aan dat land te danken hebben. Die zijn er namelijk ook.

Delen |

vrijdag 13 april 2018

Emmanuel Levinas met Friedrich Nietzsche vergelijken lijkt in eerste instantie misschien zoiets als J.S. Bach vergelijken met Mick Jagger. Nietzsche staat te boek als een onstuimig type, terwijl Levinas eerder iets heeft van de gezeten Franse burger. Maar die burgerlijke façade verbergt naar mijn overtuiging een zeer revolutionair denken – zoals misschien Bach ook een stuk wilder is dan over het algemeen wordt gedacht. Daarbij heeft Levinas zich voor een deel beslist door Nietzsche laten inspireren.

Voor zover er parallellen te vinden zijn tussen beide filosofen betreft dat aspecten van hun denken die ik bepaald sympathiek vind. Die punten zijn:
- de aandacht voor de lichamelijkheid van de mens;
- de aanval op het abstracte denken;
- de voorkeur voor doorleefde waarheid;
- de liefde voor de volheid van het leven;
- een eigensoortig, gelouterd gevoel voor transcendentie.

Onderstaand loop ik ze kort even door, vooral aan de hand van een studie van filosoof en journalist Laurens Verhagen, die werk heeft gemaakt van de vergelijking tussen Levinas en Nietzsche.

Verhagen stelt dat bij Nietzsche levenswaarden in het leven zélf, dus in de zintuiglijke wereld moeten worden gevonden. Je kunt zeggen, meent hij, dat Nietzsche filosofeert vanuit de lichamelijkheid. Een soortgelijke aandacht neemt Verhagen waar bij Levinas. Letterlijk zegt Verhagen over beiden: “Ze filosoferen met een totale overgave, met hun gehele lichaam.” Ik denk dat hij, voor zover het Levinas betreft, vooral denkt aan diens beschrijvingen in het boek De totaliteit en het Oneindige van de mens als genietend en arbeidend wezen.

Als lichamelijkheid zo’n beetje het tegendeel is van abstract denken, dan ligt het voor de hand dat Nietzsches positie hem in regelrechte aanvaring brengt met de mainstream van de gevestigde filosofische traditie – vanaf Plato via het christendom tot aan het tijdloze ego van de modernen. Want daarin wordt een voorkeur gekoesterd voor het abstracte denken. Dat wil zeggen, voor een zo onthecht mogelijk en zuiver denken, niet gehinderd door passies, behoeften en lichamelijkheid. Dit zoeken naar abstracte waarheid wordt door Nietzsche benoemd als levensvijandig en nihilistisch.

Zo voelt Levinas dat ook, al zal hij niet zo gauw het christendom aanvallen, maar eerder het moderne subject-denken. In feite, zegt Levinas, leidt de almaar abstractere opvatting van mens-zijn in het Westen misschien wel tot bevrijding van het individu, maar ook tot leegte, eenzaamheid en geweld. De filosoof Carl Cederberg zegt het zo: “For Nietzsche, as well as for Levinas, philosophy is critique, a critique that is ultimately not for the sake of the philosophising ego, but for something other. Nietzsche names this other ‘life’; for Levinas, this critique points towards a concern for the neighbour.”

Het gaat ook Nietzsche dus eigenlijk nog steeds om waarheid, maar het moet wat hem betreft voortaan gaan om een meer concrete, doorleefde en doorvoelde waarheid, als tegenovergesteld aan de traditionele abstracte waarheid. Waar velen Nietzsches afwijzing van de traditionele waarheidsqueeste alleen maar konden zien als heiligschennis, tonen de enkele woorden in Humanisme van de andere mens die Levinas aan Nietzsche heeft gewijd, een verrassend positieve strekking. Levinas heeft het daar over “een nietzscheaans woord, een profetisch woord, zonder statuut in het zijn, maar ook zonder willekeur, want voortgekomen uit eerlijkheid, dat wil zeggen uit pure verantwoordelijkheid voor de ander.” Dit is te begrijpen vanuit de waardering die Levinas kan opbrengen voor de waarachtigheid en eerlijkheid waarmee Nietzsche zijn woorden verkondigt. Verhagen zegt daarover: “We noemen Levinas en Nietzsche beide moralisten, in de meest brede zin: ze laten zien hoe men moet handelen om een waarachtig leven te hebben.”

Nietzsche verlangt naar de volheid van het leven. Zijn weerzin tegen het cerebrale karakter van veel Westerse filosofie komt voort uit zijn overtuiging dat het abstracte denken de inhoud uit het leven wegzuigt. Daarom noemt hij het levensvijandig. Wat overblijft is een bloedeloos karkas, een nihilisme waarvan de waarden niet in het leven zelf liggen. Behalve armetierig leven levert dat, volgens Nietzsche, ook een armetierige moraal op. Hij spreekt met betrekking tot het christendom dan ook van een ‘slavenmoraal’ die het moet hebben van zelfopoffering en dienstbaarheid. Daartegenover stelt Nietzsche de noodzaak van het verlangen naar een, ook materieel gezien, vol leven. Een zekere mate van egoïsme is daarvoor beslist vereist, en dus goed.

Als het daarover gaat, citeert Levinas Nietzsche met instemming, namelijk uit Also sprach Zarathustra: “Ik houd van degene wiens ziel overvol is, zodat hij zichzelf vergeet en alle dingen in hem zijn: aldus worden alle dingen zijn ondergang.” Immers, zegt Verhagen, de nietzscheaanse mens stroomt over van levenskrachten; het leven is schenken geworden. Dat sluit aan bij wat Levinas zegt over de volheid van leven, als enige bron van waaruit gastvrijheid aan de andere mens kan worden geboden. Verhagen: “Verantwoordelijkheid is nooit los te zien van het egoïstische ik dat bezit en iets te schenken heeft.”

Ten slotte is er de transcendentie bij Nietzsche. Het zou kunnen lijken alsof Nietzsche korte metten maakt met alle transcendentie. Hij stelt zich te weer tegen allesoverstijgende, maar daardoor bleke en abstracte eeuwige waarheden. Maar daarmee bant hij niet alle transcendentie uit, alleen is voor hem die overstijgendheid gelegen in het ongrijpbaar korte maar volle moment van het heden. Dat moment opent voor hem het perspectief op de oneindigheid. Met niet zozeer de nadruk op een oneindig zijn of wezen, maar op een oneindig worden. Daar kan het gebeuren dat je boven jezelf uitstijgt. Want in het heden, zo laat Nietzsche zien, ontmoeten we het oneindig verre andere dat we niet zomaar binnen onze kaders kunnen halen.

Wat Verhagen zegt over de transcendentie bij Nietzsche, kan met een kleine aanpassing ook gezegd worden voor Levinas. Beiden wijzen als plaats voor het optreden van het transcendente de ondeelbaar kleine ruimte aan van het heden: de ongrijpbare, maar overvolle split second. Daarin, zegt Verhagen, ontmoeten we volgens Nietzsche én Levinas, het oneindige andere. Alleen, bij Levinas krijgt dat andere de gedaante van de Ander die we niet zomaar in door ons bedachte schema’s kunnen stoppen.

Tot slot moet ik het nog even hebben over wat me niet aanstaat bij Nietzsche. Een unheimisch aspect is dat bij hem de mens als het ware de nieuwe god is geworden. De door hem gedroomde mens die boven zichzelf uitstijgt, krijgt een ongezond aureool, en wordt door Nietzsche aangeduid als de ‘Übermensch’. Dat spreekt me niet aan, ook door wat anderen daar vervolgens mee gedaan hebben. Dit onderdeel van Nietzsches denken is bijvoorbeeld misbruikt door de nazi’s die er een stimulans in ontdekten voor hun idee van het onderscheid tussen Herrenvolken en Slavenvolken, met het Duitse volk als ras van supermensen. Maar is een verder fatsoenlijke filosoof als Sartre, die de menselijke autonomie verabsoluteert, daarin ook niet geïnspireerd door Nietzsche?

Op dit punt biedt Levinas tegenwicht. Want zo is het bij Levinas beslist niet: de transcendentie komt bij hem niet van de kant van het zelf, maar per definitie van de kant van het niet-ik.

Maar om daar uit te komen moet Levinas wel dezelfde vijand bestrijden als Nietzsche: de vijand van de op een voetstuk gezette denkende mens. Levinas kan daarbij steunen op, volgens Cederberg, het ‘nietzscheaanse woord’ dat, jeugdig en authentiek als het is, door het dode hout van de traditie snijdt. Levinas, vervolgens, “uses youth as a way of framing the very promise of critique, of philosophy”, aldus Cederberg.

Delen |
jun 2018Liefde en hypocrisie
mei 201859 doden
mei 2018Etnisch profileren
apr 2018Wie verzint zoiets?
apr 2018Levinas en Nietzsche
mrt 2018Primitief?
mrt 2018Zo werkt het dus
mrt 2018Zondebok
feb 2018Lucebert
feb 2018Groots, want universeel
jan 2018Levinas als revolutionair
jan 2018Mag dat zomaar?
dec 2017Er verandert niet veel
dec 2017Rembrandt en de Joden
nov 2017Hannah Arendt en de gewone man
nov 2017Levinas en Bruno Latour
okt 2017Oorsprongsmythen
okt 2017Joodse jeugd in het postideologische tijdvak
sep 2017Eigenheid is niet verkeerd
sep 2017Rolomkering
aug 2017Monisme
aug 2017Bach vanuit Joods perspectief
jul 2017Sacks en Netanjahoe
jun 2017Ongemakkelijke vragen
jun 2017Identiteitspolitiek
mei 2017Erfpacht en jubeljaar
mei 2017Jonathan Sacks
apr 2017Levinas en Taleb
mrt 2017Harari
mrt 2017Joods-christelijk
mrt 2017Mosjé en het primaire proces
feb 2017Het model Israël
feb 2017Levinas en Charles Taylor
jan 2017Bij de dood van een buitenstaander
jan 2017Duiding
dec 2016Rechtsstaat
dec 2016De boekhouder van Auschwitz
nov 2016Als Heidegger filosofisch deugt
nov 2016Achterlopen
okt 2016Geschiedschrijving die zich laat kennen
okt 2016Vergangenheitsbewältigung
sep 2016Incarnatie als Joods begrip
sep 2016De Bijbel als overlevingsstrategie
sep 2016Contact!
aug 2016Levinas en Richard Sennett
aug 2016Soms is het even niet zo moeilijk
jul 2016Armoedig
jun 2016Wegwerpproduct
jun 2016Frisse blik
mei 2016Toon
mei 2016Gelijk heeft-ie
apr 2016Humane slavenhouders
apr 2016Menselijk gesproken
mrt 2016Hoe Joods is Maimonides?
mrt 2016De ganse aarde – of een stukje?
feb 2016Failed states
feb 2016Landen zonder grenzen
jan 2016Hebben Joden meer te vrezen?
jan 2016Wittgenstein en deugdzaamheid
dec 2015Wordt iedereen Joods?
dec 2015De ellips revisited
nov 2015Levinas en Wittgenstein
nov 2015Informatie is altijd goed
okt 2015Wittgenstein als Talmoedist
okt 2015Levinas en calculatie
okt 2015Gevoel voor verhoudingen
sep 2015Levinas zoals ik hem begrijp
aug 2015Zo gek nog niet
aug 2015Ontspoorde ideologie
jul 2015Levinas en Camus
jul 2015Klopt de wereld?
jun 2015Bij het vertrek van een hoofdredacteur
jun 2015Plato ontzenuwd?
mei 2015Het draagbare vaderland
mei 2015Vermenging van sferen
mei 2015Wat staat er nog meer op het spel?
apr 2015Levinas en Bergson
mrt 2015Geen garantie
mrt 2015Rare dingen
feb 2015Wissen
feb 2015Levinas en Nussbaum
jan 2015Aantallen
jan 2015Je suis (pas) Charlie
jan 2015Wat is er toch gebeurd in het Westen?
dec 2014Een ander Joods geloof?
nov 2014David Pinto
nov 2014Prikkelen
okt 2014Levinas en Kahneman
okt 2014IS geeft betekenis aan 4 en 5 mei
okt 2014Zitten slapen
sep 2014Israël en het ABP
sep 2014Antisemitisme
aug 2014Meemaken
aug 2014Wereldorde?
jul 2014Snap ik niet
jul 2014Precies genoeg
jun 2014De gelaagdheid van Ari Shavit
jun 2014Leren en tikoen olam
mei 2014Right and wrong
mei 2014Die moeilijke Levinas
apr 2014Israël als ‘Joodse’ staat
apr 2014Wat doet Hegel in de Manisjtana?
mrt 2014Heidegger en de Joden
mrt 2014Zijn wij allen fundamentalist?
feb 2014Een treurige kans
feb 2014Proportioneel
jan 2014Ontmenselijking
jan 2014Ellips in Israël
jan 2014Voorraadje
dec 2013Tikoen Olam
dec 2013Ellips
nov 2013Heilig
nov 2013Het nieuwe Midden-Oosten
okt 2013Ontevreden
okt 2013Hoe sociaal is sociaal?
sep 2013Markering
sep 2013The Story of the Jews
aug 2013Levinas en Habermas
aug 2013Voor en tegen Bennett
aug 2013Boycot
jul 2013Wereldvreemd
jun 2013Trend
jun 2013Verbazing
mei 2013Levinas en Arendt
mei 2013Het heroïsche kosmopolitische individu
apr 2013Dikke en dunne moraal
apr 2013Antisemitisme en antizionisme
mrt 2013De Joodse messias
mrt 2013Beetje dom
mrt 2013Zwerven en thuiskomen
feb 2013Google
feb 2013Geëngageerd roddelen
jan 2013Collectief en individu
jan 2013Woestijn
dec 2012Kerk en staat
dec 2012Straf
nov 2012Slachtoffers
nov 2012Seculiere varianten
nov 2012Wilde dieren
okt 2012Levinas en Rousseau
okt 2012Hutten
sep 2012Sjabbat en crisis
aug 2012Empathie
aug 2012Fair play
jul 2012De Levinas van de verplichtingen
jul 2012Ook hier is (ontoereikend) over nagedacht
jun 2012Monotheïsme en concentratie
jun 2012De Groene en de Rode Lijn
jun 2012Parrèsia
mei 2012Eigenzinnig
mei 20124 Mei
apr 2012Schuiven
apr 2012Stereotypen
mrt 2012Geschiedenis die zich laat kennen
mrt 2012Een kwestie van PR?
feb 2012Assimilatie
feb 2012Levinas en Spinoza
jan 2012Joods-Christelijk
jan 2012Lui
dec 2011Levinas en egoïsme
dec 2011Griek en Jood
nov 2011Godsdienst en geschiedenis
nov 2011Zijn Joden slimmer?
okt 2011Lekker irrationeel
okt 2011Levinas en Machiavelli
sep 2011Palestijnse staat
sep 2011Levinas en Israël
aug 2011Joodse mensen
aug 2011Het dorp Noorwegen
jul 2011Denkpolitie
jul 2011Net op tijd
jun 2011Geschiedenis in het kwadraat
jun 2011Meerstemmigheid
mei 2011Geloof en religie
mei 2011Ongerijmd
apr 2011De Dam 2011
apr 2011Dik en dun herinneren
apr 2011Farao en scientific management
mrt 2011Het kan wèl
mrt 2011Geen garantie
feb 2011Doodgewoon
jan 2011Willekeur
jan 2011Lenzen
dec 2010Verdwijntruc
dec 2010Dezelfde mensen
dec 2010Lekker werken
nov 2010Omdraaiing
nov 2010Zeker weten