inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Naud van der Ven

Naud van der Ven (1955) studeerde geschiedenis en semitistiek en was eerst leraar. Via studies accountancy, management en informatica werd hij adviseur bedrijfsprocessen bij de gemeente Amsterdam. Hij promoveerde in 2006 op ‘Schaamte en verandering: Denken over organisatie-verandering in het licht van de filosofie van Emmanuel Levinas’. Hij geeft workshops over de mogelijke betekenis van Levinas voor management en organisatie. Op zijn website www.naudvanderven.nl publiceert Naud columns en artikelen over onderwerpen op het snijvlak van management en filosofie.

vrijdag 15 maart 2019

In mijn workshops over de filosoof Emmanuel Levinas spreek ik veel en graag over het verschijnsel ‘denkschaamte’. Het is het verschijnsel dat je je verlegen voelt over je eigen denken, terwijl je het alleen maar goed bedoelt. Juist dat goedbedoelende denken voor een ander kan een soort existentiële verlegenheid veroorzaken. Vandaar: denkschaamte.

Als ik in Levinas-workshops daarover spreek, zijn er altijd mensen die moeite hebben met het gegeven dat niet iedereen de ervaring (her)kent. Als het zo is dat die ervaring van denkschaamte soms wel voorkomt en soms niet, bij de een wel en bij de ander niet, kun je het verschijnsel dan wel serieus nemen?, zo luidt hun bezwaar.

En inderdaad, gezien door de ogen van gebruikelijke wetenschapsopvattingen maakt het verschijnsel niet veel kans op erkenning als iets ‘werkelijks’. Om werkelijkheidswaarde te krijgen moet een verschijnsel binnen dat paradigma voorspelbaar zijn en het liefst universeel bij alle mensen voorkomen. En als dat niet zo is, moet verklaard kunnen worden waarom het soms wel en soms niet voorkomt.

Dat kan allemaal niet met denkschaamte. En toch zijn er behoorlijk wat mensen voor wie het verschijnsel reëel is. Voor een goede omgang met die spanning, denk ik wel eens, vraagt bestudering van Levinas en zijn thema’s zoals denkschaamte, om iets heel pragmatisch. Namelijk om het afwerpen van die wetenschapstheoretische bagage, omdat die ons tot last is geworden en ons belet om bepaalde verschijnselen die niet in de gangbare schema’s passen op hun werkelijkheidswaarde te waarderen.

Bestudering van de filosoof John Dewey heeft me bevestigd in die gedachte. Dewey is een van de iconen van de Amerikaanse pragmatistische filosofie. In zijn nadruk op het belang van ervaren en handelen bij menselijke kennisverwerving lijkt Dewey’s pragmatisme aan te sluiten bij onderdelen van Levinas’ filosofie. En breder gezien: bij een Joodse benadering van de wereld die wel wordt aangeduid met het woord ‘tacheles’.

Om dat te illustreren loop ik drie standpunten van Dewey omtrent kennisverwerving door die zich lenen voor verbindingen met het gedachtegoed van Levinas. Ik hanteer daarbij het verschijnsel denkschaamte als een exponent van dat gedachtegoed.

Allereerst is er de aansporing van Dewey om alle ervaring ernstig te nemen. Dit stukje begon met de vraag in hoeverre je een particuliere ervaring serieus mag nemen. Het antwoord op die vraag van Dewey is volstrekt duidelijk: een ervaring is een ervaring. Punt. Daar hoeven geen nadere overwegingen geldigheid aan te verschaffen.

Daar voegt hij een behulpzaam criterium aan toe om de waarheid van de ervaring vast te stellen. Want die blijkt volgens hem uit de betekenis van de ervaring en de wijze waarop we erop reageren. Over het algemeen heeft denkschaamte een grote impact op degene die haar ondergaat, en verandert diens gedrag naar aanleiding daarvan. Als de waarheidswaarde daaruit is af te lezen, dan zit het dus wel goed met de denkschaamte van Levinas.

Een tweede standpunt van Dewey laat zich als volgt formuleren: kennis vloeit voort uit interactie. Wanneer we dit standpunt toepassen op denkschaamte en dus de interactie rond denkschaamte nader bekijken, moet je vaststellen dat die interactie er in eerste instantie negatief uitziet uit het oogpunt van bruikbaarheid van kennis. Immers, de denker blijkt met zijn denken in de uitwisseling met de ander te ver te zijn gegaan, ook al heeft hij het goed bedoeld en voorbereid. De aanwezige kennis lijkt nutteloos te zijn geweest, de Ander is écht anders gebleken dan alles wat de denker van hem dacht te weten. Je zou er sceptisch van worden: je kunt een ander nooit echt kennen.

Maar uiteindelijk is Dewey’s standpunt geruststellend omdat je, ná de interactie, wel degelijk meer kennis hebt. Kennis gaat volgens hem immers altijd over het verband tussen ons handelen en de (mogelijke) gevolgen ervan. Maar het is waar: die kennis reikt slechts tot de volgende interactie, en niet daaraan voorbij.

Ten slotte is er een derde standpunt van Dewey interessant, namelijk dat waarin hij aanspoort tot terughoudendheid als het gaat om generalisaties. De onmogelijkheid om te komen tot universeel geldige uitspraken omtrent denkschaamte diskwalificeert denkschaamte voor Dewey niet als object van kennis. Voor Dewey is die onmogelijkheid niets bijzonders, die geldt wat hem betreft voor alle kennis. Heel veel kennisuitspraken zijn niet te generaliseren. Kennis is per definitie onvolledig, vanwege de diversiteiten en andersheden in de wereld, en kan ons nooit allesdekkende zekerheid bieden. Kennis kan ons alleen laten zien wat mogelijk is, en wat ook in de toekomst mogelijk weer kan optreden.

Dat geldt bij uitstek voor denkschaamte: die is niet algemeen te maken, hoezeer de neiging daartoe ook bestaat. In die zin biedt denkschaamte wel een prachtige illustratie van de onmogelijkheid van generalisatie.

Delen |

vrijdag 1 maart 2019

Naar aanleiding van de scholierendemonstratie voor het klimaat vroeg NRC zich op de voorpagina af of dat vooral iets was voor havo-leerlingen en vwo’ers. In een van de korte gesprekjes die de krant op straat daarover had met demonstranten zegt een scholier dat opleiding niet zo belangrijk is, en dat het voor een groot gedeelte met je ouders te maken heeft of je gaat staken of niet. “ ‘Het is politiek. Staken is eerder iets wat linkse mensen doen. Als je meer rechts bent ga je denk ik niet zo snel.’ De moeder van Tigo protesteert veel, zegt hij, voor het klimaat maar ook voor Palestina.”

Als ‘het kwaad’ spontaan en in een paar woorden moet worden samengevat – dus in een vlot gesprekje op straat – lijken Israël en ‘de Joden’ zich daar bij veel mensen nogal snel voor te lenen. In dit geval in één adem met klimaatvernielers.

Dat kan niet worden verklaard door een objectieve meting van aangericht kwaad en onrecht, waarbij Joden als daders hoger zouden scoren dan anderen. Althans zulke metingen ken ik niet.

Ik ben het met iedereen eens die de behandeling door Israël van de Palestijnen vernederend en soms misdadig noemt. Maar ter aanwijzing van de mondiale kampioen van het kwaad is er meer nodig, en ken ik nog wel serieuzere kandidaten.

Dat Joden in het Westen fungeren als archetypisch beeld van het kwaad kan ik daarom niet anders verklaren dan uit een eeuwenlang door de christelijke kerk gevormd collectief onderbewuste dat geneigd is in al zijn spontaniteit naar Joden te wijzen.

Dat dat niet beperkt is tot politiek links, zoals de scholier meent, weten we al heel lang. Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw vond je openlijk antisemitisme vooral in rechtse kringen. Tegenwoordig, met PVV en Forum voor Democratie als verdedigers van de ‘Joods-christelijke beschaving’, lijken de rollen misschien omgedraaid, maar de demonstraties van de ‘gele hesjes’ in Frankrijk leren anders. Politiek gezien bevinden zich daarin aanhangers uit het hele spectrum, van links tot rechts, en antisemitische leuzen klinken daar al sinds de protesten begonnen in november. Kennelijk zit die spontane reflex bij veel mensen dicht onder de oppervlakte.

Het zijn vaak korte woordjes en tussenzinnetjes waaruit dat blijkt. Dat is niet onschuldig.

Delen |

vrijdag 15 februari 2019

Grote waardering heb ik voor de manier waarop Salomon Bouman publiekelijk zijn positie bijstelt ten opzichte van het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Het getuigt van intellectuele eerlijkheid om, zoals Bouman doet, te onderkennen dat jouw visie op de situatie door de werkelijkheid is achterhaald.

Dat is des te lastiger naarmate je meer gehecht bent aan oplossingen die op een gegeven moment niet meer als realistisch kunnen gelden. Voor Bouman was dat zo’n beetje zijn hele professionele leven lang de ‘twee-statenoplossing’. Zoals hij zelf zegt in een recente column: “Wie ooit mijn correspondenties voor NRC gedurende bijna veertig jaar heeft gevolgd, kan weten dat ik, met anderen, na de oorlog van 1967 tegen de nederzettingenpolitiek was en voor de stichting van een Palestijnse staat naast Israël in de bezette gebieden.”

Dat was, zo schat ik Bouman in, voor hem niet zo maar alleen een technische oplossing voor het conflict. Dat was ook een ethisch bevredigende oplossing, omdat beide partijen daarin serieus zouden worden genomen in hun streven naar onafhankelijkheid, de twee-statenoptie oogde rechtvaardig. En daar engageerde Bouman zich mee.

Nu echter stelt hij vast dat de Palestijnen de verliezers zijn van het verdere verloop van “dit historisch proces”, en de schipbreuk van de twee-statenoplossing moet Bouman pijn hebben gedaan. Natuurlijk is hij blij dat de staat Israël niet het onderspit heeft gedolven, maar de manier waarop kan niet gelden als iets om trots op te zijn. Hij moet zichzelf óók een verliezer hebben gevoeld – of leg ik nu teveel van mezelf in Bouman?

Hoe dan ook, het belet Bouman niet om de nieuwe situatie realistisch onder ogen te zien: “Israël heeft de vrije hand om met een wel doordachte nederzettingenpolitiek de Palestijnse onafhankelijkheidsdroom in de kiem te smoren, totdat er wellicht in de toekomst een Israëlisch protectoraat komt over die gebieden die onder bestuur blijven van het Palestijns zelfbestuur in Ramallah.”

Het is goed om dit in alle nuchterheid vast te stellen, en knap van Bouman dat hij dat kan.

Blijft over het knagende gevoel dat een volk dat zo graag een “licht voor de naties” zou willen zijn, met zijn protectoraat niet anders eindigt dan destijds de Fransen en de Engelsen met hún protectoraten. Misschien nog nét anders dan de Amerikanen en de Australiërs, bij wie de overgenomen bevolkingen het moeten doen met reservaten.

Delen |

vrijdag 1 februari 2019

Ido kwam altijd direct ter zake. Je wist meteen wat hij op z’n lever had, althans zo verging het mij altijd bij hem.

Ik herinner me nog een toevallige ontmoeting in de trein, meer dan dertig jaar geleden. Thuis waren we, tot onze tevredenheid, net aangesloten bij de Liberaal Joodse Gemeente (LJG), maar Ido had daar kennelijk juist negatieve ervaringen opgedaan en in no time kreeg ik te horen wat er allemaal mis was met de liberalen.

Een tijdje later, tijdens een ontmoeting in tram 12: weer onmiddellijk in gesprek. De LJG was misschien wat kleinburgerlijk, vond hij, maar wel open minded. Voelde ik me er ook thuis?

Als ik Ido in sjoel tegenkwam, was er altijd die onmiddellijke focus op wat er voor hem of voor mij werkelijk toe deed.

Afgelopen december, op een zeldzame, wat betere dag tussen zijn ziekenhuisopnames door, sprak ik hem voor het laatst, tijdens een middag van het Levisson Instituut. Het patroon van onze ontmoeting was nog steeds hetzelfde, misschien nog wat heftiger dan anders. Ja, hij was veel ziek geweest, en dat was deels zijn eigen schuld, want als het weer ietsje beter ging dan vergat hij de adviezen van de artsen en dan werkte hij door zonder goed op zijn eten of drinken te letten. Hij had dat wel meer, zei hij, dat doorslaan in dingen waar hij mee bezig was of de keuzes die hij maakte, dan vergat hij de wereld om zich heen, dan werd hij fanatiek. Of ik dat ook zo had?

Soms, zei ik, een beetje, maar iets minder. Meer kon ik op dat pauzemoment niet met hem uitwisselen. Maar het was weer even intens geweest als altijd.

Zijn aandenken zij tot zegen.

Delen |

vrijdag 18 januari 2019

Rispa was een bijvrouw van koning Saul. Haar naam duikt pas op in het boek Samuel als Saul al is overleden, en haar stiefzoon, Sauls zoon Isboset, met de jonge David strijdt om de troon. David wint de strijd en na een tijd krijgt hij een verzoek van de Gibeonieten, een bevolkingsgroep onder zijn gezag. De Gibeonieten hadden nog iets te verhalen op Saul, en nu diens dynastie het onderspit heeft gedolven, vragen ze David of ze hun wraaklust mogen stillen op zeven van Sauls nakomelingen, onder wie twee eigen kinderen van Rispa. David vindt dat bestuurlijk gezien een goede zaak en levert hen uit aan de Gibeonieten, die hen vervolgens ophangen. Zo raakt Rispa behalve haar echtgenoot en haar maatschappelijke positie als bijvrouw van de koning ook haar zonen kwijt.

Maar nu komt ze in verzet. Ze spreidt een kleed uit, ergens op de rotsachtige bodem bij de galgen, en blijft van de lente tot de herfst op die plek slapen, vlak naast de rottende lijken. Met een stok levert ze gevecht tegen de wilde dieren en de aasgieren die op de lijken afkomen, en ze houdt dat maanden vol.

Als koning David ter ore komt waar Rispa mee bezig is, komt hij tot inkeer. Hij laat alle dode lichamen alsnog een eervolle laatste rustplaats geven.

De theoloog Alain Verheij zegt naar aanleiding van dit verhaal: “De strijd die Rispa heeft geleverd, was er een op het allerhoogste niveau, tegen de allerhoogste prijs en vanuit de allerzwakste positie. Toch heeft ze de koning ermee van gedachten laten veranderen en is haar verhaal uiteindelijk in de Bijbel terechtgekomen. Tegen alle machtsverhoudingen en waarschijnlijkheid in hebben de kroniekschrijvers van het koningshuis van David de dissidente daden van Rispa opgetekend. Omdat zij degene was die in haar recht stond.”

Dit verhaal was op de Crescasavond Door de ogen van Levinas het uitgangspunt voor mijn presentatie van de filosoof Emmanuel Levinas. Immers, aan de kant van de figuur van koning David in het verhaal zou je denkschaamte kunnen vermoeden. Dat wil zeggen: verlegenheid met zijn eigen opvattingen van goed bestuur. En precies dat verschijnsel van denkschaamte staat wat mij betreft centraal bij Levinas.

Met een beetje goede wil kun je meer plaatsen in Tenach, de Hebreeuwse Bijbel, ontdekken waar sprake is van een dergelijke plotselinge bewustwording voor wat een ander doormaakt, juist door jouw optreden.

Bijvoorbeeld in het verhaal van Job. Als Job wordt geslagen met het verlies van zijn kinderen, zijn bezit, en zijn vee, wordt hij bestookt met goede raad van vrienden die het oprecht goed met hem menen. Hij moet berouw tonen, zich in de orde voegen, vertellen ze hem.

Geen vriend die doorheeft dat Job met iets anders worstelt: de onrechtvaardigheid van dat alles. Wie het wél doorheeft, is de auteur van het verhaal. Die vertoont in zijn gevoeligheid een besef voor de ontoereikendheid van de conventionele en traditionele, dus kenbare en universele cliché antwoorden, hoe doordacht ze ook zijn. Hij laat de mismatch tussen alle goed bedoelde adviezen en Jobs eenzaamheid gewoon bestaan, de bedachte ideeën rijmen niet met Jobs situatie. Die situatie is ongerijmd, en de auteur weet dat.

De stelling die ik daaraan koppel, is dat deze gevoeligheid iets bijzonders is van Tenach, en dat je die niet terugvindt in veel gangbare ethische recepten zoals de Gulden Leefregel (“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”) of de categorische imperatief (“Weeg bij je handelingen af of je zou willen dat het motief dat jij hebt voor je handelen tot een algemene wet gemaakt zou worden”).

Belangrijke kenmerken van die gangbare ethische recepten zijn: universele geldigheid en inbedding in een redelijke, kenbare orde. Denkschaamte heeft die kenmerken niet, het is een fenomeen dat soms optreedt en soms niet, bij sommigen wel en bij anderen niet. Daarmee krijgt het verschijnsel iets ongerijmds en weerbarstigs, en is het vanuit de gangbare recepten niet altijd te begrijpen.

Dat laatste geldt op gelijke wijze voor de filosofie van Levinas, en dat is niet geheel toevallig: hij heeft zich laten inspireren door Tenach. Dáár heeft Levinas de gevoeligheid vandaan die hem leidt tot de ongerijmdheid van de denkschaamte. Denk ik.

Delen |
mrt 2019Levinas en John Dewey
mrt 2019Archetypisch
feb 2019Verliezers
feb 2019Ido Abram
jan 2019Door de ogen van Levinas
dec 2018Levinas als pragmatist
nov 2018Tacheles
nov 2018Cynisch of niet?
nov 2018Twee soorten gemeenschap
okt 2018Vaagtaal
okt 2018Bij Kaag ontbreekt een dimensie
sep 2018Trumps uitverkoren volk
sep 2018Religieuze infrastructuur
aug 2018Terloopse zinnen
aug 2018Natiestaat
jun 2018Liefde en hypocrisie
mei 201859 doden
mei 2018Etnisch profileren
apr 2018Wie verzint zoiets?
apr 2018Levinas en Nietzsche
mrt 2018Primitief?
mrt 2018Zo werkt het dus
mrt 2018Zondebok
feb 2018Lucebert
feb 2018Groots, want universeel
jan 2018Levinas als revolutionair
jan 2018Mag dat zomaar?
dec 2017Er verandert niet veel
dec 2017Rembrandt en de Joden
nov 2017Hannah Arendt en de gewone man
nov 2017Levinas en Bruno Latour
okt 2017Oorsprongsmythen
okt 2017Joodse jeugd in het postideologische tijdvak
sep 2017Eigenheid is niet verkeerd
sep 2017Rolomkering
aug 2017Monisme
aug 2017Bach vanuit Joods perspectief
jul 2017Sacks en Netanjahoe
jun 2017Ongemakkelijke vragen
jun 2017Identiteitspolitiek
mei 2017Erfpacht en jubeljaar
mei 2017Jonathan Sacks
apr 2017Levinas en Taleb
mrt 2017Harari
mrt 2017Joods-christelijk
mrt 2017Mosjé en het primaire proces
feb 2017Het model Israël
feb 2017Levinas en Charles Taylor
jan 2017Bij de dood van een buitenstaander
jan 2017Duiding
dec 2016Rechtsstaat
dec 2016De boekhouder van Auschwitz
nov 2016Als Heidegger filosofisch deugt
nov 2016Achterlopen
okt 2016Geschiedschrijving die zich laat kennen
okt 2016Vergangenheitsbewältigung
sep 2016Incarnatie als Joods begrip
sep 2016De Bijbel als overlevingsstrategie
sep 2016Contact!
aug 2016Levinas en Richard Sennett
aug 2016Soms is het even niet zo moeilijk
jul 2016Armoedig
jun 2016Wegwerpproduct
jun 2016Frisse blik
mei 2016Toon
mei 2016Gelijk heeft-ie
apr 2016Humane slavenhouders
apr 2016Menselijk gesproken
mrt 2016Hoe Joods is Maimonides?
mrt 2016De ganse aarde – of een stukje?
feb 2016Failed states
feb 2016Landen zonder grenzen
jan 2016Hebben Joden meer te vrezen?
jan 2016Wittgenstein en deugdzaamheid
dec 2015Wordt iedereen Joods?
dec 2015De ellips revisited
nov 2015Levinas en Wittgenstein
nov 2015Informatie is altijd goed
okt 2015Wittgenstein als Talmoedist
okt 2015Levinas en calculatie
okt 2015Gevoel voor verhoudingen
sep 2015Levinas zoals ik hem begrijp
aug 2015Zo gek nog niet
aug 2015Ontspoorde ideologie
jul 2015Levinas en Camus
jul 2015Klopt de wereld?
jun 2015Bij het vertrek van een hoofdredacteur
jun 2015Plato ontzenuwd?
mei 2015Het draagbare vaderland
mei 2015Vermenging van sferen
mei 2015Wat staat er nog meer op het spel?
apr 2015Levinas en Bergson
mrt 2015Geen garantie
mrt 2015Rare dingen
feb 2015Wissen
feb 2015Levinas en Nussbaum
jan 2015Aantallen
jan 2015Je suis (pas) Charlie
jan 2015Wat is er toch gebeurd in het Westen?
dec 2014Een ander Joods geloof?
nov 2014David Pinto
nov 2014Prikkelen
okt 2014Levinas en Kahneman
okt 2014IS geeft betekenis aan 4 en 5 mei
okt 2014Zitten slapen
sep 2014Israël en het ABP
sep 2014Antisemitisme
aug 2014Meemaken
aug 2014Wereldorde?
jul 2014Snap ik niet
jul 2014Precies genoeg
jun 2014De gelaagdheid van Ari Shavit
jun 2014Leren en tikoen olam
mei 2014Right and wrong
mei 2014Die moeilijke Levinas
apr 2014Israël als ‘Joodse’ staat
apr 2014Wat doet Hegel in de Manisjtana?
mrt 2014Heidegger en de Joden
mrt 2014Zijn wij allen fundamentalist?
feb 2014Een treurige kans
feb 2014Proportioneel
jan 2014Ontmenselijking
jan 2014Ellips in Israël
jan 2014Voorraadje
dec 2013Tikoen Olam
dec 2013Ellips
nov 2013Heilig
nov 2013Het nieuwe Midden-Oosten
okt 2013Ontevreden
okt 2013Hoe sociaal is sociaal?
sep 2013Markering
sep 2013The Story of the Jews
aug 2013Levinas en Habermas
aug 2013Voor en tegen Bennett
aug 2013Boycot
jul 2013Wereldvreemd
jun 2013Trend
jun 2013Verbazing
mei 2013Levinas en Arendt
mei 2013Het heroïsche kosmopolitische individu
apr 2013Dikke en dunne moraal
apr 2013Antisemitisme en antizionisme
mrt 2013De Joodse messias
mrt 2013Beetje dom
mrt 2013Zwerven en thuiskomen
feb 2013Google
feb 2013Geëngageerd roddelen
jan 2013Collectief en individu
jan 2013Woestijn
dec 2012Kerk en staat
dec 2012Straf
nov 2012Slachtoffers
nov 2012Seculiere varianten
nov 2012Wilde dieren
okt 2012Levinas en Rousseau
okt 2012Hutten
sep 2012Sjabbat en crisis
aug 2012Empathie
aug 2012Fair play
jul 2012De Levinas van de verplichtingen
jul 2012Ook hier is (ontoereikend) over nagedacht
jun 2012Monotheïsme en concentratie
jun 2012De Groene en de Rode Lijn
jun 2012Parrèsia
mei 2012Eigenzinnig
mei 20124 Mei
apr 2012Schuiven
apr 2012Stereotypen
mrt 2012Geschiedenis die zich laat kennen
mrt 2012Een kwestie van PR?
feb 2012Assimilatie
feb 2012Levinas en Spinoza
jan 2012Joods-Christelijk
jan 2012Lui
dec 2011Levinas en egoïsme
dec 2011Griek en Jood
nov 2011Godsdienst en geschiedenis
nov 2011Zijn Joden slimmer?
okt 2011Lekker irrationeel
okt 2011Levinas en Machiavelli
sep 2011Palestijnse staat
sep 2011Levinas en Israël
aug 2011Joodse mensen
aug 2011Het dorp Noorwegen
jul 2011Denkpolitie
jul 2011Net op tijd
jun 2011Geschiedenis in het kwadraat
jun 2011Meerstemmigheid
mei 2011Geloof en religie
mei 2011Ongerijmd
apr 2011De Dam 2011
apr 2011Dik en dun herinneren
apr 2011Farao en scientific management
mrt 2011Het kan wèl
mrt 2011Geen garantie
feb 2011Doodgewoon
jan 2011Willekeur
jan 2011Lenzen
dec 2010Verdwijntruc
dec 2010Dezelfde mensen
dec 2010Lekker werken
nov 2010Omdraaiing
nov 2010Zeker weten