sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Naud van der Ven

Naud van der Ven (1955) is adviseur bedrijfsprocessen bij de gemeente Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en behaalde een kandidaats Semitische talen in Leiden. Na zijn geschiedenisstudie was hij actief in het onderwijs. Vervolgens kreeg hij werk in de financieel-administratieve dienstverlening, eerst bij een accountantskantoor en daarna in dienst van de gemeente Amsterdam. Tegelijkertijd volgde hij studies en cursussen op het vlak van accountancy, management en informatica. In 2006 promoveerde hij op een studie naar verbindingen tussen het gedachtegoed van de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas en trends in de organisatiekunde. Op zijn website www.naudvanderven.nl publiceert Naud columns en artikelen over onderwerpen op het snijvlak van management en filosofie.

vrijdag 28 april 2017

Het blijft leuk om de zo klassiek-Joods georiënteerde Emmanuel Levinas naast meer modieuze denkers uit allerlei andere windrichtingen te leggen. En dan de vraag te stellen hoe ze zich tot elkaar verhouden. Ditmaal is de beurt aan de filosoof annex beleggingsgoeroe Nassim Taleb, bekend van zijn bestsellers Zwarte zwaan en Antifragiel. In deze boeken bespreekt Taleb hoe we om kunnen gaan met onverwachte negatieve gebeurtenissen, en hoe we daar mogelijk zelfs sterker van kunnen worden.

Waar Taleb en Levinas elkaar raken, is in hun beider belangstelling voor het traditionele Westerse, op beheersing gerichte denken. Taleb blijkt in zijn behandeling van dat thema, zonder Levinas met zoveel woorden te noemen, diens oordeel te ondersteunen dat dat beheersingsdenken problematisch en gevaarlijk is.

Taleb biedt die ondersteuning op een enigszins krakkemikkige manier, maar hij durft op een bepaald punt wel verder te gaan dan Levinas. Taleb trekt namelijk de conclusie dat de grondlegger van de Westerse filosofie, Socrates, helemaal niet zo prijzenswaardig is als hij vaak wordt gepresenteerd. In de plaats daarvan verwijt hij Socrates de aanstichter te zijn van veel problematiek waar de Westerse control-gerichte traditie ons mee opzadelt.

Taleb is daarin niet uniek, Heidegger bijvoorbeeld koppelde al eerder een negatief keerpunt in de filosofiegeschiedenis aan het optreden van Socrates en Plato. Maar goed, ten opzichte van Levinas voegt Taleb wat toe, want Levinas schrikt er voor terug die twee frontaal aan te vallen.

Wat Levinas omgekeerd weer kan toevoegen aan Taleb, is de benoeming van wat er gebeurt als je zo pedant al die filosofische vragen aan willekeurige omstanders stelt als Socrates gewend was te doen, en vervolgens heel socratisch triomfantelijk concludeert dat niemand het antwoord weet. Levinas zegt daarvan: dan kwets je mensen vanuit je hooghartigheid. Bovendien wijst Levinas er op dat dan ook denkschaamte kan ontstaan, dat wil zeggen: het besef dat je met je goedbedoelde pedanterie bij een ander over de grens gaat.

Dat laatste is heel mooi verwoord in een fragment uit de roman Xanthippe van Paul Lebeau, over de vrouw van Socrates. Daarin blijkt Socrates zowaar een moment van denkschaamte te beleven. Wanneer Xanthippe zich op een gegeven ogenblik door Socrates niet begrepen voelt, gaat zij in het tegenoffensief: “Ik zei: ‘Je voert met iedereen – ook met mij – een spelletje, waarmee je ons verstrikt, maar dat niemand overtuigt. De jeugd bewondert je meesterschap. Maar overtuigen doe je ze niet. Omdat men zich redenerend gewonnen moet geven, daarom is men nog niet overtuigd. Omdat de rede de hele mens niet is. Jij zegeviert aan de oppervlakte. De hele mens spreek je niet aan. De diepere, de echte, die laat je ongemoeid. Of die kwets je. Je herleidt het diepste zijn, het diepste streven van elke mens tot een paar begrippen die je spottend kraakt als een holle noot.’ Dat was de eerste en de enige keer dat hij mijn woorden niet als een lastige vlieg van zich afwuifde. Hij scheen zelfs een ogenblik in zijn evenwicht te wankelen.”

Delen |

vrijdag 31 maart 2017

Yuval Harari is een Israëlische historicus en de gevierde schrijver van de bestsellers Sapiens en Homo Deus. In het eerste boek beschrijft hij de geschiedenis van de mensheid, in het tweede de mogelijke toekomst van de mensheid. Grote, zeer grote lijnen dus, maar vanuit interessante invalshoeken getrokken.

Onlangs las ik dat hij het boeddhisme aanprijst als de ultieme manier voor mensen om te verwezenlijken wat hij beschouwt als het uiteindelijke doel van de geschiedenis: menselijk geluk.

Waarom treft het mij bijna onaangenaam als ik lees dat Yuval Harari neigt naar het boeddhisme? Ik ben toch krachtig voorstander van de mogelijkheid voor iedereen om de levensbeschouwing of religie te kiezen die bij hem past? Daarnaast weet ik toch ook wel dat het boeddhisme bij veel Israëli’s populair is, zeker wanneer ze hun ingrijpende militaire diensttijd erop hebben zitten of anderszins zo maar even afstand willen nemen van hun hectische land? In India schijn je te struikelen over de aantallen Israëli’s die daar op adem proberen te komen. Waarom moet ik dan even slikken als ik Harari voor het boeddhisme zie kiezen?

Waarschijnlijk omdat ik het niet helemaal begrijp. Over het algemeen vind ik dat Harari een verfrissend nuchtere blik werpt op de menselijke geschiedenis. Ik kan hem wel volgen als hij meent dat díe concepten in de menselijke geschiedenis het meest succesvol waren, die de samenwerking bevorderen tussen mensen onderling. Het monotheïsme deed dat tot op zekere hoogte maar, zo meent hij het politheïsme doet dat beter. Dat heeft immers meer oog voor de veelheid van mogelijke idealen en concepten, en is daardoor realistischer. Harari heeft oog voor het klimaatprobleem en voor de robotisering, hij koestert geen vals beeld van de wereld als een serene hemel, maar eerder als een strijdtoneel waar genietingen en pijn elkaar afwisselen. In eerste instantie lijkt hij daar aanvaardend en pragmatisch het beste van te willen maken.

Ik kan daarom niet goed begrijpen dat hij uiteindelijk een terugtrekkende beweging maakt. Want zo zie ik zijn keuze voor het boeddhisme wel. Hij neemt afscheid van het humanistische – en ook wel Joodse – ideaalbeeld van de mens als een verlangend en strevend wezen. In de plaats daarvan onderstreept hij de vluchtigheid van menselijke verlangens en zoekt hij verlichting in onthechting van het aardse. De vreugde om de genietingen legt het daarbij af tegen de opvatting van de wereld als een tranendal, en dat vind ik jammer. Zoals ook Hendrik Spiering dat betreurt in zijn bespreking van Homo Deus: “Het is een koud einde van een fascinerend boek, dat zo optimistisch begon”.

Daar komt bij dat hij die keuze voor ascese maar voor een kleine groep lijkt te zien weggelegd. “Het streven naar economische groei is de basale afspraak in een samenleving”, zo stelt hij. Die afspraak moet je als politicus niet willen doorbreken, zelfs niet als het klimaat moet worden gered, want dat is politieke zelfmoord. Harari verwacht dus niet veel van ascese en matiging op wereldschaal. Zijn keuze voor het boeddhisme heeft dus iets elitairs. Maar goed, dat klopt wel weer met zijn voorspelling dat we op weg zijn naar de grootste ongelijkheid aller tijden.

Delen |

vrijdag 17 maart 2017

Het staat er niet met zoveel woorden, het gebeurt tussen de regels door: de vertrouwde onderscheiding tussen Joods/twijfelachtig enerzijds en christelijk/nastrevenswaardig anderzijds kan zomaar ineens terug zijn. En dat nog wel naar aanleiding van een discussie die start met het begrip Joods-christelijk.

Al langere tijd storen tegenstanders van Wilders zich aan het gebruik door Wilders en anderen uit rechtse hoek van de term “Joods-christelijk”. Die tegenstanders protesteren, mijns inziens terecht, tegen de associatie van de bijbelse traditie met xenofobie, discriminatie en onverdraagzaamheid.

Maar onlangs verscheen er een petitie waarin tegen dat gebruik werd geprotesteerd, niet in naam van de Joods-christelijke, maar van de christelijke traditie, want let wel, die laatste beschikt over een hart dat “wereldwijd open is, grenzeloos barmhartig en lokale beslommeringen ver overstijgt.” Immers, de apostel Paulus schreef: “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen, u bent allen één in Christus Jezus.” De petitie is een initiatief van de theoloog Alain Verheij en ondertekend door diverse kerkleiders en andere theologen.

En daar zijn ze weer waar ze willen zijn. Ontsnapt aan het smoezelige gebruik van het woord Joods-christelijk, door het hagelwitte christelijke onderdeel eruit vrij te toveren. Het Joodse onderdeel blijft achter, met smoezeligheid en “lokale beslommeringen” en al.

Ik ben bang dat we hier te maken hebben met een archetypische christelijke verschoningstruc, waarvan we dachten bevrijd te zijn. Sinds we goed tot ons hadden laten doordringen wat het ‘reëel bestaande christendom’ inhield aan – in goed-paulinische volgorde – antisemitisme, racisme, slavernij en vrouwvijandigheid, leek de witwasserij te zijn uitgewerkt.

En sinds we, met dank aan de sociale wetenschappen, beseffen dat de behoefte aan fysieke veiligheid, baanzekerheid en identiteit normale menselijke basisbehoeften zijn, kan de oproep tot het overstijgen daarvan worden beschouwd als wensdenkerij. Ja, misschien is het waar dat, toen de christenen daar nog heel onthecht over konden praten, juist Joden hun gehechtheid koesterden aan een eigen identiteit, een eigen land en fysieke veiligheid, en die gehechtheid eeuwenlang expliciet bleven uitspreken. Maar dat lijkt me eerder een verdienste dan iets om minnetjes over te doen.

Voor zover Wilders-aanhangers door normale basisbehoeften worden gedreven, zou ik daar ook maar niet te minnetjes over doen. Het enthousiasme, de haast en vooral de superieure minachting waarmee zo’n petitie menselijke groepsneigingen en behoefte aan identiteit afserveert als achterlijk en inferieur, ten gunste van “onbegrensde broederlijkheid”, zijn ongeloofwaardig geworden. Zij bieden het recept voor rancune tegen betweterige elites en voor doorgeschoten eigen-volk-eerst-mentaliteit. In een democratie leidt dat tot rampen.

Delen |

vrijdag 3 maart 2017

De parasja Jitro (alweer twee weken geleden) leverde, in combinatie met het commentaar daarop van Leo Mock en Rasji, een interessant organisatiekundig gezichtspunt op.

De situatie in de parasja is als volgt. De Israëliëten zijn succesvol hun slavenbestaan in Egypte ontvlucht. Zij bevinden zich, een volk van 600.000 personen, in de Sinaïwoestijn, onderweg naar het land Kanaän. Die trek is geen snelle actie, die gaat veertig jaar duren, dus dit reizende volk krijgt onderweg te maken met alles waar ook een gevestigd, sedentair volk mee te maken heeft: ruzietjes tussen mensen, wat grotere kwesties over bezit of diefstal, tot aan ernstige geweldpleging toe. Voor het in goede banen leiden van die kwesties en geschillen, rechtspreken dus, is maar één persoon beschikbaar: Mosjé. Hij hoort de mensen die hun zaken aandragen, wikt en weegt mede in het licht van de pas ontvangen goddelijke instructies, en wijst vonnis. Maar daar is hij wel vele dagen, van de vroege ochtend tot de late avond mee bezig. Zijn schoonvader Jitro slaat dit gade en kan het niet aanzien. Hij vraagt Mosjé: “Waarom houd jij als enige zitting, terwijl de mensen zich van ‘s ochtends tot ’s avonds om je verdringen?” Jitro adviseert Mosjé om het anders te organiseren.

Concreet stelt Jitro voor helpers aan te stellen en die in vier categorieën onder te brengen, afgestemd op de omvang van de zaken die ze behandelen. Sommige helpers gaan alledaagse zaken behandelen. Die komen het vaakst voor, dus de groep kijvende volksgenoten die zij kunnen bedienen, is relatief klein, namelijk tien personen groot. Andere helpers behandelen meer ingewikkelde zaken, die minder vaak voorkomen, dus zij bedienen grotere groepen, van respectievelijk vijftig en honderd personen. De helpers bij de meest ingewikkelde en criminele zaken bedienen groepen van duizend personen, want zo vaak komen die (hopelijk) niet voor.

Rasji rekent uit dat – op een populatie van 600.000 mensen – het aantal helpers voor de groepjes van tien 60.000 moet bedragen. Voor de andere aantallen komt hij geheel correct op respectievelijk 12.000, 6000 en 600. Dit brengt het totaal van de helpersorganisatie op 78.600 personen.

Binnen deze organisatie bestaat tegelijkertijd, gekoppeld aan de aantallen volksgenoten die een helper bedient, een hiërarchie, een verschijnsel dat we maar al te goed kennen van onze eigen organisaties. Het interessante van Mosjé’s hiërarchie is dat de helpers (zeg maar: de functionarissen) tot aan de top toe betrokken blijven bij het primaire proces. Zij buigen zich allen over uit het leven gegrepen kwesties van hun volksgenoten, de verschillen zitten in de mate van ingewikkeldheid van de kwesties die ze behandelen.

Bij veel huidige bureaucratieën zit dat vaak nét iets anders. Ook daar wordt met spanwijdte of span of control gewerkt. Maar in veel gevallen gaat het dan alleen in de onderste laag om de vraag hoeveel klanten of burgers een functionaris kan bedienen. Bij de bovenliggende lagen gaat het al gauw over de vraag hoeveel functionarissen die bovenliggende functionaris bedient, of ‘onder zich heeft’. In die situatie heeft dus eigenlijk alleen de onderste laag het contact met het primaire proces. De bovenste lagen van functionarissen houden zich vooral bezig met het aansturen van andere functionarissen.

Een interessant verschil.

Delen |

vrijdag 17 februari 2017

Israël heeft zich altijd goed geleend voor de rol van exemplarisch model. Dat kon ten goede zijn of ten kwade: mensen konden zich ermee identificeren of zich er juist tegen afzetten.

Aanvankelijk, vanaf de stichting van de staat in 1948, was dat in hoofdzaak een positief model. Israël kon figureren als een volwaardige rechtsstaat, en als zodanig ook nog als uniek in het Midden-Oosten. Daarbij volgde het land een sympathieke sociaal-democratische koers en kon het pronken met kibboetsiem als mini-modellen voor gelijkwaardig en broederlijk/zusterlijk samenleven.

Vanaf de jaren zeventig boog dat positieve voorbeeldkarakter in de publieke opinie om naar een beeld van Israël als model in negatieve zin. Het land werd gezien als een verlengstuk van Westers kolonialisme dat zichzelf overleefd had en de onderdrukking van de Palestijnen werd steeds breder uitgemeten. Op economisch terrein begonnen vooral Likoed-regeringen een neo-liberaal beleid te voeren, met vergroting van de kloof tussen arm en rijk in de samenleving als gevolg. Het land liep, zij aan zij met Thatcher en Reagan, voorop in de neo-liberale revolutie.

Afgaande op meer beschouwende analyses van de laatste tijd, zou Israël wel eens opnieuw een modelfunctie kunnen gaan krijgen. Maar nu niet gekoppeld aan ideologische wensbeelden zoals het socialisme en het neo-liberalisme die voorheen aan het land een voorloperskarakter gaven. Nu, in deze tijd van rechtsstatelijke en internationale onzekerheid, zou Israël ons wel eens kunnen tonen wat mogelijk ons eigen voorland in Europa gaat worden, niet omdat we dat zo graag willen, maar omdat het gewoon zo loopt.

Israël toont een bevolking, mede door de komst van grote groepen Russische Joden, die de principes van de Verlichting en de rechtsstaat minder hoog in het vaandel draagt dan de stichters van de staat voor ogen hadden. Er zit een regering waarvan steeds meer de vraag is of die de oordelen van het Hooggerechtshof (bijvoorbeeld als het gaat om ontruiming van nederzettingen) nog respecteert. En die affiniteit lijkt te hebben met het soort leiders waar Poetin en Trump exponenten van zijn. Ten slotte is de eigen-volk-eerst-attitude er zover voortgeschreden dat bepaalde andere bevolkingsgroepen zoals Arabieren en bedoeïenen er openlijk worden benadeeld.

Israël als voorloper? Maak je borst maar nat, Europa!

Delen |
apr 2017Levinas en Taleb
mrt 2017Harari
mrt 2017Joods-christelijk
mrt 2017Mosjé en het primaire proces
feb 2017Het model Israël
feb 2017Levinas en Charles Taylor
jan 2017Bij de dood van een buitenstaander
jan 2017Duiding
dec 2016Rechtsstaat
dec 2016De boekhouder van Auschwitz
nov 2016Als Heidegger filosofisch deugt
nov 2016Achterlopen
okt 2016Geschiedschrijving die zich laat kennen
okt 2016Vergangenheitsbewältigung
sep 2016Incarnatie als Joods begrip
sep 2016De Bijbel als overlevingsstrategie
sep 2016Contact!
aug 2016Levinas en Richard Sennett
aug 2016Soms is het even niet zo moeilijk
jul 2016Armoedig
jun 2016Wegwerpproduct
jun 2016Frisse blik
mei 2016Toon
mei 2016Gelijk heeft-ie
apr 2016Humane slavenhouders
apr 2016Menselijk gesproken
mrt 2016Hoe Joods is Maimonides?
mrt 2016De ganse aarde – of een stukje?
feb 2016Failed states
feb 2016Landen zonder grenzen
jan 2016Hebben Joden meer te vrezen?
jan 2016Wittgenstein en deugdzaamheid
dec 2015Wordt iedereen Joods?
dec 2015De ellips revisited
nov 2015Levinas en Wittgenstein
nov 2015Informatie is altijd goed
okt 2015Wittgenstein als Talmoedist
okt 2015Levinas en calculatie
okt 2015Gevoel voor verhoudingen
sep 2015Levinas zoals ik hem begrijp
aug 2015Zo gek nog niet
aug 2015Ontspoorde ideologie
jul 2015Levinas en Camus
jul 2015Klopt de wereld?
jun 2015Bij het vertrek van een hoofdredacteur
jun 2015Plato ontzenuwd?
mei 2015Het draagbare vaderland
mei 2015Vermenging van sferen
mei 2015Wat staat er nog meer op het spel?
apr 2015Levinas en Bergson
mrt 2015Geen garantie
mrt 2015Rare dingen
feb 2015Wissen
feb 2015Levinas en Nussbaum
jan 2015Aantallen
jan 2015Je suis (pas) Charlie
jan 2015Wat is er toch gebeurd in het Westen?
dec 2014Een ander Joods geloof?
nov 2014David Pinto
nov 2014Prikkelen
okt 2014Levinas en Kahneman
okt 2014IS geeft betekenis aan 4 en 5 mei
okt 2014Zitten slapen
sep 2014Israël en het ABP
sep 2014Antisemitisme
aug 2014Meemaken
aug 2014Wereldorde?
jul 2014Snap ik niet
jul 2014Precies genoeg
jun 2014De gelaagdheid van Ari Shavit
jun 2014Leren en tikoen olam
mei 2014Right and wrong
mei 2014Die moeilijke Levinas
apr 2014Israël als ‘Joodse’ staat
apr 2014Wat doet Hegel in de Manisjtana?
mrt 2014Heidegger en de Joden
mrt 2014Zijn wij allen fundamentalist?
feb 2014Een treurige kans
feb 2014Proportioneel
jan 2014Ontmenselijking
jan 2014Ellips in Israël
jan 2014Voorraadje
dec 2013Tikoen Olam
dec 2013Ellips
nov 2013Heilig
nov 2013Het nieuwe Midden-Oosten
okt 2013Ontevreden
okt 2013Hoe sociaal is sociaal?
sep 2013Markering
sep 2013The Story of the Jews
aug 2013Levinas en Habermas
aug 2013Voor en tegen Bennett
aug 2013Boycot
jul 2013Wereldvreemd
jun 2013Trend
jun 2013Verbazing
mei 2013Levinas en Arendt
mei 2013Het heroïsche kosmopolitische individu
apr 2013Dikke en dunne moraal
apr 2013Antisemitisme en antizionisme
mrt 2013De Joodse messias
mrt 2013Beetje dom
mrt 2013Zwerven en thuiskomen
feb 2013Google
feb 2013Geëngageerd roddelen
jan 2013Collectief en individu
jan 2013Woestijn
dec 2012Kerk en staat
dec 2012Straf
nov 2012Slachtoffers
nov 2012Seculiere varianten
nov 2012Wilde dieren
okt 2012Levinas en Rousseau
okt 2012Hutten
sep 2012Sjabbat en crisis
aug 2012Empathie
aug 2012Fair play
jul 2012De Levinas van de verplichtingen
jul 2012Ook hier is (ontoereikend) over nagedacht
jun 2012Monotheïsme en concentratie
jun 2012De Groene en de Rode Lijn
jun 2012Parrèsia
mei 2012Eigenzinnig
mei 20124 Mei
apr 2012Schuiven
apr 2012Stereotypen
mrt 2012Geschiedenis die zich laat kennen
mrt 2012Een kwestie van PR?
feb 2012Assimilatie
feb 2012Levinas en Spinoza
jan 2012Joods-Christelijk
jan 2012Lui
dec 2011Levinas en egoïsme
dec 2011Griek en Jood
nov 2011Godsdienst en geschiedenis
nov 2011Zijn Joden slimmer?
okt 2011Lekker irrationeel
okt 2011Levinas en Machiavelli
sep 2011Palestijnse staat
sep 2011Levinas en Israël
aug 2011Joodse mensen
aug 2011Het dorp Noorwegen
jul 2011Denkpolitie
jul 2011Net op tijd
jun 2011Geschiedenis in het kwadraat
jun 2011Meerstemmigheid
mei 2011Geloof en religie
mei 2011Ongerijmd
apr 2011De Dam 2011
apr 2011Dik en dun herinneren
apr 2011Farao en scientific management
mrt 2011Het kan wèl
mrt 2011Geen garantie
feb 2011Doodgewoon
jan 2011Willekeur
jan 2011Lenzen
dec 2010Verdwijntruc
dec 2010Dezelfde mensen
dec 2010Lekker werken
nov 2010Omdraaiing
nov 2010Zeker weten