sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Naud van der Ven

Naud van der Ven (1955) is adviseur bedrijfsprocessen bij de gemeente Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en behaalde een kandidaats Semitische talen in Leiden. Na zijn geschiedenisstudie was hij actief in het onderwijs. Vervolgens kreeg hij werk in de financieel-administratieve dienstverlening, eerst bij een accountantskantoor en daarna in dienst van de gemeente Amsterdam. Tegelijkertijd volgde hij studies en cursussen op het vlak van accountancy, management en informatica. In 2006 promoveerde hij op een studie naar verbindingen tussen het gedachtegoed van de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas en trends in de organisatiekunde. Op zijn website www.naudvanderven.nl publiceert Naud columns en artikelen over onderwerpen op het snijvlak van management en filosofie.

vrijdag 20 oktober 2017

Het Oude Testament, of liever: de Hebreeuwse Bijbel, heeft traditioneel in het christelijke Westen geen goede naam. Dat komt vooral door de teksten van wet- en regelgeving die als primitief worden gezien (“oog om oog, tand om tand”) en door de onverbloemd gewelddadige verhalen over de verovering van het land Kanaän na de bevrijding uit Egypte.

Dat er daarnaast in de Hebreeuwse Bijbel dramatische verhalen staan over broedertwisten en andere complexe menselijke verhoudingen wordt gelukkig meestal ook wel onderkend, evenals de waarde van profetieën die spreken over de opbouw van een rechtvaardige en vreedzame samenleving. Maar toch, in de ogen van veel westerlingen overheerst het geweld.

Dat riep bij mij de vraag op: heeft de Joodse traditie er wel goed aan gedaan die veroveringsverhalen te boekstaven? En is het niet onverstandig geweest die opgeschreven verhalen te bewaren, samen met psalmen en profetieën, en ze duizenden jaren lang te blijven doorgeven?

Dat zou onverstandig kunnen zijn omdat, na de vestiging van een volk op een nieuw territorium, er zich met een beetje geluk in de loop van de tijd stabiele grenzen vormen, en het recht van dat volk om daar te wonen voor iedereen iets vanzelfsprekends wordt. In die situatie word je, zou ik denken, liever niet herinnerd aan het feit dat jouw volk dat terrein ooit met geweld op anderen heeft veroverd – ook al is er geen volk dat niet oorspronkelijk op die manier aan zijn grondgebied is gekomen.

Maar ik heb het mis met die gedachte, in ieder geval blijkt het omgekeerde ook voor te komen: dat men, zelfs meer dan eeuwen na dato, stiekem nog trots is op zo’n verovering. Of helemaal niet stiekem, maar openlijk trots. Een illustratie daarvan las ik laatst in de krant, waar het ging over Hongarije.

“Ieder Hongaars kind leert het op school: eind negende eeuw trokken zeven ruiterstammen vanuit de Russische steppen over het Karpatengebergte. Ze vestigden zich op de vlakte daarachter. Ze brachten behalve een grote behendigheid in paardrijden en boogschieten de Hongaarse taal met zich mee, uniek in Europa en nog steeds de moedertaal van zo’n dertien miljoen mensen.” Deze “bezetting van het vaderland”, zoals de Hongaren deze gebeurtenis noemen, wordt veelvuldig gevierd en herdacht.

Dat de zaak momenteel gevoelig ligt, komt dan ook niet vanuit een gevoel van verlegenheid met het feit dat de Hongaren het land hebben veroverd op de daar destijds wonende Avaren. Nee, de gevoeligheid vloeit voort uit historische studies die stellen dat het Hongaars mogelijk van Avaarse herkomst is. Historisch gezien gaan de veroveraars namelijk vaak de taal van de veroverden spreken, simpelweg omdat ze zwaar in de minderheid zijn. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook met de Noormannen in Normandië, en later met de Normandiërs die naar Engeland gingen.

Maar dat zou betekenen dat de meeste huidige Hongaren nazaten zijn van Avaren, en niet van de stoerdere veroveraars van het vaderland. De gevoeligheid heeft ermee te maken dat men eigenlijk van losers afstamt, en niet van winnaars. En of die laatsten nu met veel of weinig geweld te werk gingen, trots hoort kennelijk alleen bij de categorie van de winnaars.

Dat zal ook in de Hebreeuwse Bijbel de reden zijn geweest de verhalen te blijven vertellen.

Delen |

zondag 8 oktober 2017

Onze tijd is die van het verdwijnen van de grote verhalen. Veel twintigste-eeuwse ideologie, zoals socialisme, communisme of klassiek nationalisme, is niet geloofwaardig meer. De oorzaken liggen onder andere in het falen van socialistisch-communistische heilstaten, waarvan sinds 1989 alleen Noord-Korea nog overeind staat, maar dan vooral ook als afschrikwekkende voorbeeld. En meer recent wordt duidelijk dat ook de sociaal-democratie in diepe crisis is, zie de afgelopen verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland. Reken maar dat er op het partijbureau van de PvdA wat wordt afgetobd.

De afwezigheid van geloofwaardige ideologie heeft uiteraard zijn weerslag op de jeugd die, heel anders dan veertig, vijftig jaar geleden, in een ideologisch vacuüm opgroeit. Dat brengt, zo neem ik van dichtbij waar, grote verwarring met zich mee voor Joodse jeugdorganisaties, vooral als die ooit juist zeer ideologisch waren ingesteld.

Dat laatste geldt in ieder geval sterk voor de jeugdvereniging Haboniem Dror. Die vereniging, op socialistisch-zionistische grondslag, heeft heel lang kunnen meebewegen op het progressieve, activistische elan dat in de samenleving als geheel bestond. Dat waren de tijden waarin kibboetsiem als lichtend voorbeeld van delen en samenleven idealistische jonge mensen konden inspireren, en waarin de revolutie van 1968 de belofte uitdroeg van een vrije, egalitaire samenleving, waarin arbeiders en studenten hand in hand de toekomst zouden vormgeven. Voor Haboniemers van die generaties kon het maatschappelijke enthousiasme van die tijd naadloos overgaan in Joods-humanistisch activisme.

Heerlijk, en voor de betrokkenen leuk om op terug te kijken. Maar voor de huidige generatie Haboniemers ook jaloersmakend, vanwege het aanstekelijke maatschappelijke engagement dat toen als het ware vanzelf kwam. Waar zijn de eigen manifestaties en campagnes, waar is het eigentijdse activisme? Je zou er zomaar heel moedeloos van kunnen worden wanneer je vaststelt dat jouw eigen generatie qua inzet en ideologie ver achterblijft bij het inspirerende verleden van de voorgaande generaties.

Maar het is beter het probleem heel anders te stellen. Het postideologische karakter van onze tijd beïnvloedt uiteraard ook de jeugdbewegingen. Haboniem is geen eiland, en kan zich dus niet onttrekken aan de wereldwijde crisis van ideologie en vooruitgangsgeloof.

De opgave voor nu lijkt me daarom allereerst te zijn om het verdwijnen van ideologie voluit onder ogen te zien. Daar zou je in tweede instantie een aantal vervolgvragen aan kunnen koppelen. Bijvoorbeeld: Is álle ideologie nu ongeloofwaardig geworden? Of geldt dat vooral voor de twintigste-eeuwse ideologieën zoals socialisme, communisme en klassiek nationalisme? Zou nieuw, aangepast idealisme denkbaar zijn? Bijvoorbeeld ecologisch, of multireligieus en multicultureel samenleven?

Het kan echter ook zijn dat je moet accepteren dat het Habo-activisme vooral nostalgisch grote waarde heeft, maar voor het overige is uitgewerkt.

Delen |

zondag 24 september 2017

De journalist Stevo Akkerman verzucht naar aanleiding van de onverzoenlijkheid van Palestijnen en Israëliërs tegenover elkaar: “Het is ontluisterend hoeveel we verliezen door zaken als religie, huidskleur, afkomst en nationaliteit boven ons mens-zijn te plaatsen. Maar is het überhaupt mogelijk mens te zijn zonder al deze dingen?”

De politieke intellectueel Michael Ignatieff roept uit, naar aanleiding van het Bosnisch-Servische conflict: “Waarom willen we dat leeuwen naast lammeren liggen? Waar halen we dat wrede idee van morele perfectie vandaan? Dat is arrogant en onrealistisch.”

Beide uitspraken gaan in de richting van onderkenning van het belang van particuliere eigenschappen van mensen, zoals hun geschiedenis, hun ideologie, hun uiterlijk. En dus in de richting van acceptatie van verschillen tussen mensen. Die kun je wel willen negeren, uit naam van een of ander universeel ideaal, maar dat werkt niet. Je kunt identiteiten en verschillen maar beter serieus nemen.

Maar vertrekkend vanuit dit gedeelde uitgangspunt lopen de posities van de twee denkers vervolgens hemelsbreed uiteen.

Als Akkerman zich de vraag stelt of het niet bij mens-zijn hoort om zich primair met de eigen groep verbonden te voelen, dan is zijn weerzin tegen die gedachte tastbaar. Hij wil het idee niet loslaten van een universele mensheid waarin die particuliere verbindingen en eigenschappen geen, of slechts een ondergeschikte rol spelen. Hij vertrekt duidelijk (nog) vanuit een christelijk/humanistisch universeel ideaal.

Ignatieff schaamt zich daarentegen voor de arrogante betweterij die er uitgaat van het abstracte Westerse verhaal van broederschap en universele mensenrechten, dat hij zelf in het verleden met verve heeft uitgedragen. Nu zegt hij: onze morele prioriteit ligt waar die (in feite) altijd heeft gelegen, bij onze nearest and dearest, onze familie en vrienden. En daar is niets mis mee. Je eigen land voortrekken is geen schandaal.

Hij is wel zo genuanceerd dat hij de verdiensten van het mensenrechtenverhaal op waarde blijft schatten. Een onbetwistbaar winstpunt daarvan is, wat hem betreft, dat het Westen zich niet meer superieur acht. Vroeger dachten vertegenwoordigers van het blanke ras dat zij gemaakt waren om te heersen over de wereld, en dat is nu echt voorbij.

Maar rechtvaardiging voor jezelf hoef je niet te putten uit een of andere universele standaard. “Je rechtvaardiging put je uit je familie, je buurt, je vrienden. Je morele doel is de boel draaiende te houden en te voorkomen dat de situatie uit de hand loopt.” Daar hoort niet zozeer het streven bij naar wereldwijde broederschap, maar eerder gewone deugden als tolerantie en veerkracht.

Deze gedachtentrend kan worden gelezen als een opsteker voor Israël, en voor het idee van een Joodse staat. Zolang het mensenrechtendiscours toonaangevend was onder intellectuelen – en dat was het zo’n beetje de hele naoorlogse periode – kon het idee van een eigen staat voor Joden niet anders lijken dan een anachronisme, een volkomen achterhaald idee in een kosmopolitische tijd. Dat verklaart veel van het soms heftige anti-zionisme in academische en andere vooruitstrevende kringen. De wending van denkers als Ignatieff kondigt wat dat betreft een ander klimaat aan, waarin wat de Joden willen met hun staat misschien wel heel gewoon en menselijk is.

Disclaimer: laat duidelijk zijn dat meer ruimte voor de zionistische gedachte nooit een rechtvaardiging mag zijn voor het goedpraten van het inpikken van Palestijns gebied, zoals de regering Netanjahoe praktiseert.

Delen |

vrijdag 8 september 2017

Afgelopen weekend heeft het prachtige boek Niet in Gods naam mij beziggehouden. Wat Jonathan Sacks daarin zegt, komt neer op de volgende boodschap: stap uit het gevoel dat alles gedetermineerd is. Ben je aan de verkeerde kant van een machtsrelatie terechtgekomen, koester dan geen slachtofferschap. En heb je de mogelijkheid om uit een achterstandspositie te geraken, zin dan niet op wraak. De Joden waren ooit slaven in Egypte maar, zegt Sacks, de Hebreeuwse Bijbel ontmoedigt wraakgevoelens omtrent dat verleden.

De Hebreeuwse Bijbel draagt die gedachte uit, zo laat Sacks zien, door veel verhalen te vertellen waarin ‘rolomkering’ een centraal thema is. Ismaël lijkt op een gegeven moment de verstotene te zijn, maar per slot van rekening blijft hij een volwaardige zoon van Abraham, en is hij op diens begrafenis aanwezig. Esau krijgt van Jakob de zegen terug die van hem was gestolen. En Jozef, die alle reden had om wraak te nemen op zijn broers, geeft een boodschap af die letterlijk verbroedering inhoudt.

In de NRC van ditzelfde weekend trof mij de gewaarwording dat Rosanne Hertzberger in haar column het over hetzelfde thema had. Maar het vaststellen van die parallel was nog niet zo eenvoudig omdat zij zich beweegt op (natuur)wetenschappelijk terrein, compleet met het woordgebruik dat daarbij hoort.

Ze bespreekt onder andere het probleem van overgewicht en ze laat zien dat de wetenschap voor de aanpak daarvan niet veel steun biedt. “Wie gedrag bestudeert, komt bijna zonder uitzondering tot de conclusie dat de kans groot is dat u helemaal niets aan uw lot kunt veranderen. U bent slachtoffer van uw omgeving. De kans dat het u lukt om af te vallen is piepklein, want uw omgeving maakt u dik.” Aan de wetenschap heb je dus niets, slachtofferschap is evidence-based, een keihard feit.

Wie er toch wat aan wil doen zal, tegen de wetenschap in, moeten geloven dat gedragsverandering mogelijk is. Maar dan ben je dus niet evidence-based bezig. Het is precies de rolomkering van Jonathan Sacks: niet wetenschappelijk verantwoord. Maar de hele Bijbel gaat erover. Ik geloof er wel in.

Delen |

vrijdag 25 augustus 2017

Bij Jesaja (hoofdstuk 54, afgelopen sjabbat gelezen als haftara) windt de Eeuwige er geen doekjes om: “Zo heb ik ook de vernietiger geschapen, die verderf wil zaaien”. Het kwaad komt niet van Hem, zo zegt hij een paar verzen eerder, maar degene die het kwaad dóet, komt kennelijk wél van Hem. Dat is dus de betekenis van “De Heer onze God is één”. Hoe moeilijk te verteren ook, het goede en het kwade zijn afkomstig van één en dezelfde schepper. En dat geldt ook nog eens voor andere categorieën, zoals mooi en lelijk, tijdelijk en eeuwig, lichaam en geest. Dat heet monisme, en dat is een wezenlijk uitgangspunt van de Hebreeuwse Bijbel.

Dat wil niet zeggen dat de Hebreeuwse Bijbel de aantrekkelijkheid van het dualisme niet kent, dat wil zeggen van het schema waarin twee zelfstandige krachten tegenover elkaar staan: het Goede en het Kwade. Met aan de ene kant alles wat goed, mooi, eeuwig en geestelijk is, en aan de andere kant alles wat slecht, lelijk, tijdelijk en materieel is. Jesaja zelf lijkt, al een paar verzen verderop, naar dualisme te neigen als hij suggereert dat het geestelijke voedsel van de Eeuwige veel waardevoller is dan welk materieel voedsel ook. Maar kennelijk heeft die dualistische neiging in de Hebreeuwse Bijbel het moeten afleggen tegen de monistische. Anders was het Sjema nooit zo centraal komen te staan als het staat.

In dezelfde historische periode als waarin Jesaja schreef, maar op andere plekken en in andere culturen, zijn de genoemde dualistische gedachten wél verder ontkiemd. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan Perzië waar het zoroastrisme de mens ziet als ingeklemd tussen de macht van het licht en die van de duisternis.

Maar ik denk daarbij vooral aan Griekenland, waar Socrates en Plato veel werk hebben gemaakt van het tegenover elkaar stellen van het lichamelijke en geestelijke. Dat leidde tot de Platoonse leer van de Ideeën, waarin de tegenstelling ook hiërarchisch sterk werd aangezet: het geestelijke staat onmetelijk veel hoger dan het aardse.

Toen dit, van oorsprong Griekse dualisme in het begin van de gangbare jaartelling in de Hebreeuwse Bijbel een aantal dualistische haakjes vond van het soort zoals ook Jesaja ze vertoont, ontstond er een krachtig levensbeschouwelijk mengsel. Een zorgvuldig uitgewerkte filosofie verbond zich met een sterk ontwikkelde religie, en daarmee was het dualistische christendom geboren, en een cultuur waar absoluut goed en slecht, absoluut hoog en laag scherp tegenover elkaar stonden. Zoals bijvoorbeeld nog springlevend is in het boek van Antoine Bodar: Eeuwigh gaat voor oogenblick.

De vraag is of door deze cultuurhistorische beweging meer genuanceerde gedachtenschakeringen onnodig lang – wel tweeduizend jaar – kansloos zijn geweest. Zoals de gedachte dat goed en slecht altijd dooreen geweven zijn, net als lelijk en mooi, en tijdelijk en eeuwig.

Delen |
okt 2017Oorsprongsmythen
okt 2017Joodse jeugd in het postideologische tijdvak
sep 2017Eigenheid is niet verkeerd
sep 2017Rolomkering
aug 2017Monisme
aug 2017Bach vanuit Joods perspectief
jul 2017Sacks en Netanjahoe
jun 2017Ongemakkelijke vragen
jun 2017Identiteitspolitiek
mei 2017Erfpacht en jubeljaar
mei 2017Jonathan Sacks
apr 2017Levinas en Taleb
mrt 2017Harari
mrt 2017Joods-christelijk
mrt 2017Mosjé en het primaire proces
feb 2017Het model Israël
feb 2017Levinas en Charles Taylor
jan 2017Bij de dood van een buitenstaander
jan 2017Duiding
dec 2016Rechtsstaat
dec 2016De boekhouder van Auschwitz
nov 2016Als Heidegger filosofisch deugt
nov 2016Achterlopen
okt 2016Geschiedschrijving die zich laat kennen
okt 2016Vergangenheitsbewältigung
sep 2016Incarnatie als Joods begrip
sep 2016De Bijbel als overlevingsstrategie
sep 2016Contact!
aug 2016Levinas en Richard Sennett
aug 2016Soms is het even niet zo moeilijk
jul 2016Armoedig
jun 2016Wegwerpproduct
jun 2016Frisse blik
mei 2016Toon
mei 2016Gelijk heeft-ie
apr 2016Humane slavenhouders
apr 2016Menselijk gesproken
mrt 2016Hoe Joods is Maimonides?
mrt 2016De ganse aarde – of een stukje?
feb 2016Failed states
feb 2016Landen zonder grenzen
jan 2016Hebben Joden meer te vrezen?
jan 2016Wittgenstein en deugdzaamheid
dec 2015Wordt iedereen Joods?
dec 2015De ellips revisited
nov 2015Levinas en Wittgenstein
nov 2015Informatie is altijd goed
okt 2015Wittgenstein als Talmoedist
okt 2015Levinas en calculatie
okt 2015Gevoel voor verhoudingen
sep 2015Levinas zoals ik hem begrijp
aug 2015Zo gek nog niet
aug 2015Ontspoorde ideologie
jul 2015Levinas en Camus
jul 2015Klopt de wereld?
jun 2015Bij het vertrek van een hoofdredacteur
jun 2015Plato ontzenuwd?
mei 2015Het draagbare vaderland
mei 2015Vermenging van sferen
mei 2015Wat staat er nog meer op het spel?
apr 2015Levinas en Bergson
mrt 2015Geen garantie
mrt 2015Rare dingen
feb 2015Wissen
feb 2015Levinas en Nussbaum
jan 2015Aantallen
jan 2015Je suis (pas) Charlie
jan 2015Wat is er toch gebeurd in het Westen?
dec 2014Een ander Joods geloof?
nov 2014David Pinto
nov 2014Prikkelen
okt 2014Levinas en Kahneman
okt 2014IS geeft betekenis aan 4 en 5 mei
okt 2014Zitten slapen
sep 2014Israël en het ABP
sep 2014Antisemitisme
aug 2014Meemaken
aug 2014Wereldorde?
jul 2014Snap ik niet
jul 2014Precies genoeg
jun 2014De gelaagdheid van Ari Shavit
jun 2014Leren en tikoen olam
mei 2014Right and wrong
mei 2014Die moeilijke Levinas
apr 2014Israël als ‘Joodse’ staat
apr 2014Wat doet Hegel in de Manisjtana?
mrt 2014Heidegger en de Joden
mrt 2014Zijn wij allen fundamentalist?
feb 2014Een treurige kans
feb 2014Proportioneel
jan 2014Ontmenselijking
jan 2014Ellips in Israël
jan 2014Voorraadje
dec 2013Tikoen Olam
dec 2013Ellips
nov 2013Heilig
nov 2013Het nieuwe Midden-Oosten
okt 2013Ontevreden
okt 2013Hoe sociaal is sociaal?
sep 2013Markering
sep 2013The Story of the Jews
aug 2013Levinas en Habermas
aug 2013Voor en tegen Bennett
aug 2013Boycot
jul 2013Wereldvreemd
jun 2013Trend
jun 2013Verbazing
mei 2013Levinas en Arendt
mei 2013Het heroïsche kosmopolitische individu
apr 2013Dikke en dunne moraal
apr 2013Antisemitisme en antizionisme
mrt 2013De Joodse messias
mrt 2013Beetje dom
mrt 2013Zwerven en thuiskomen
feb 2013Google
feb 2013Geëngageerd roddelen
jan 2013Collectief en individu
jan 2013Woestijn
dec 2012Kerk en staat
dec 2012Straf
nov 2012Slachtoffers
nov 2012Seculiere varianten
nov 2012Wilde dieren
okt 2012Levinas en Rousseau
okt 2012Hutten
sep 2012Sjabbat en crisis
aug 2012Empathie
aug 2012Fair play
jul 2012De Levinas van de verplichtingen
jul 2012Ook hier is (ontoereikend) over nagedacht
jun 2012Monotheïsme en concentratie
jun 2012De Groene en de Rode Lijn
jun 2012Parrèsia
mei 2012Eigenzinnig
mei 20124 Mei
apr 2012Schuiven
apr 2012Stereotypen
mrt 2012Geschiedenis die zich laat kennen
mrt 2012Een kwestie van PR?
feb 2012Assimilatie
feb 2012Levinas en Spinoza
jan 2012Joods-Christelijk
jan 2012Lui
dec 2011Levinas en egoïsme
dec 2011Griek en Jood
nov 2011Godsdienst en geschiedenis
nov 2011Zijn Joden slimmer?
okt 2011Lekker irrationeel
okt 2011Levinas en Machiavelli
sep 2011Palestijnse staat
sep 2011Levinas en Israël
aug 2011Joodse mensen
aug 2011Het dorp Noorwegen
jul 2011Denkpolitie
jul 2011Net op tijd
jun 2011Geschiedenis in het kwadraat
jun 2011Meerstemmigheid
mei 2011Geloof en religie
mei 2011Ongerijmd
apr 2011De Dam 2011
apr 2011Dik en dun herinneren
apr 2011Farao en scientific management
mrt 2011Het kan wèl
mrt 2011Geen garantie
feb 2011Doodgewoon
jan 2011Willekeur
jan 2011Lenzen
dec 2010Verdwijntruc
dec 2010Dezelfde mensen
dec 2010Lekker werken
nov 2010Omdraaiing
nov 2010Zeker weten