inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Naud van der Ven

Naud van der Ven (1955) studeerde geschiedenis en semitistiek en was eerst leraar. Via studies accountancy, management en informatica werd hij adviseur bedrijfsprocessen bij de gemeente Amsterdam. Hij promoveerde in 2006 op ‘Schaamte en verandering: Denken over organisatie-verandering in het licht van de filosofie van Emmanuel Levinas’. Hij geeft workshops over de mogelijke betekenis van Levinas voor management en organisatie. Op zijn website www.naudvanderven.nl publiceert Naud columns en artikelen over onderwerpen op het snijvlak van management en filosofie.

vrijdag 30 november 2018

Wat betekent dit Jiddische woord nu echt? Zolang ik het ken, heeft het voor mij een sympathieke klank. Zo van: het kan wel zijn dat er allerlei theorieën zijn, en regels en procedures moeten worden doorlopen, maar daar wordt niemand blijer van; ons probleem lossen we nu op met het oog op de gewenste effecten.

Enig speurwerk leert dat het woord is afgeleid van het Hebreeuwse woord tachliet, met als betekenissen doel, einde, grens. Via het Jiddisch is tacheles in het Nederlands en het Duits terechtgekomen, waar het staat voor klare taal, onomwonden spreken. Iemand die tacheles spreekt, neemt geen blad voor de mond en komt op een verstandige manier ter zake.

Wat mij erin aanspreekt, is het pragmatische en doelgerichte, en de combinatie daarvan met verstand. Het is dus niet het simplisme van ‘niet-lullen-maar-poetsen’, van mensen die graag daadkracht zien en daar liever niet bij nadenken. Want tacheles doet wel degelijk aan reflectie, maar dan gekoppeld aan actie. En het is al helemaal niet plat materialistisch, wat sommige mensen associëren met de notie van pragmatisme.

Ik kom op het woord tacheles omdat ik me op dit moment voor een lezing verdiep in het Amerikaanse pragmatisme van John Dewey. Zijn werk benadrukt dat het handelen van mensen het permanente oriëntatiepunt is voor wat we kunnen zeggen over de wereld. Alles wat een mens kent, doet, denkt, leert, weet is te relateren aan de betekenis die dat heeft voor zijn handelen.

Het sympathieke en zelfs bevrijdende daarvan is dat theorie en theoretiseren als opzichzelfstaande beschavingswaarden sterk worden gerelativeerd. Dat impliceert wel een weigering om mee te gaan in het optrekken van theoretische, academische ivoren torens en ander moeilijk gedoe dat in Europa vanaf Plato en Aristoteles eeuwenlang doorging voor intellectueel leven en diepgang.

Niet alleen pragmatistische Amerikanen als Dewey en zijn voorganger William James keerden zich daarvan af, ook Europese Joden moesten daar wat tegenover zetten. Het ‘Tacheles reden’ is zo zelfs officieel in het Duitse woordenboek beland.

Delen |

vrijdag 16 november 2018

Dit wordt een cynisch stukje. En tegelijkertijd ook weer niet.

Het is niet cynisch – misschien wel positief – doordat de conclusie is dat het met het antisemitisme wellicht wel meevalt. Het is wél cynisch door de redeneringen die tot die conclusie leiden. Namelijk enerzijds dat de staat Israël in sommige rechts-extremistische kringen een zeker prestige heeft. En anderzijds dat Joden niet het enige mikpunt zijn voor racisten, en dat bijvoorbeeld moslims daar evenzeer onder te lijden hebben.

Uitgangspunt voor deze column is de – zeker in Joodse kringen – veelgehoorde gedachte dat antisemitisme sterk toeneemt. Zodanig dat het doet denken aan de dreigende jaren dertig van de vorige eeuw, en dat dus waakzaamheid nodig is. Zelf denk ik dat het antisemitisme misschien wat toeneemt – en dat waakzaamheid trouwens altijd nodig is – maar dat bedreigingen als in de jaren dertig nu niet bestaan.

Dat heeft alles te maken met het bestaan van de staat Israël. Voor een deel wakkert Israël het antisemitisme aan. Dat is het geval bij groepen die zich vanwege de behandeling van de Palestijnen door Israël keren tegen het zionisme, en via het antizionisme in antisemitisch vaarwater terechtkomen.

Maar voor een grotere groep westerlingen is Israël inmiddels een gewoon land geworden, waar we mee samenwerken op het gebied van handel, wetenschap en justitie. En – en hier komt het cynisme om de hoek – voor de groep potentieel gewelddadige rechts-extremisten, waar Joden vroeger veel van te duchten hadden, heeft Israël een zekere status van stoerheid. Dat prestige wordt afgedwongen door de economische en militaire successen van de Joodse staat. Die maken indruk op het rechts-extremistische gemoed, dat geneigd is zwakke slachtoffers te zoeken. Voorheen waren de Joden daarvoor de ideale kandidaat, nu met een sterk Israël wat minder.

De tweede factor die het gevaar van antisemitisme volgens mij in zekere mate tempert, is de waarneming dat rechts-extremisten hun racistische agressie nu over verschillende mikpunten moeten verdelen. Voor zover ze antisemitisch zijn richten ze hun pijlen niet alleen – als antisemitisme – op Joden, maar zijn ze minstens zoveel racistische energie kwijt aan de ‘nieuwe vreemden’, zoals niet-westerse migranten, moslims en de islam. Op de Russische site Vkontakte bijvoorbeeld, die een nieuw podium is voor het Nederlands rechts-extremisme, loopt dat allemaal door elkaar.

Nu is het waar dat antisemitisme juist in islamitische kringen welig tiert. Maar toch zegt mijn intuïtie dat het feit dat Joden en moslims beide mikpunt zijn van bepaalde groepen rechts-extremisten de scherpte van het specifiek op Joden gericht racisme enigszins tempert. Zo gezien brengt het anti-islamisme dus een zekere verzachting van het antisemitisme met zich mee. Ook dat is een behoorlijk cynische constatering.

Delen |

vrijdag 2 november 2018

‘Gemeenschap’ is in. Mensen missen gemeenschap, staat er in de krant. Vroeger was dat geen probleem, want je behoorde toen door geboorte, of je het wilde of niet, automatisch tot de gemeenschap van je dorp of stad of religieuze groep. Door de individualisering zijn veel van die verbanden verbroken, en dat breekt ons op, want mensen kunnen niet goed zonder.

In veel gevallen gaat die waardering van gemeenschap gepaard met de vaststelling dat gemeenschap niet zomaar ontstaat. Daar heb je verbindende verhalen en tradities voor nodig. Die kunnen seculier van aard zijn, zoals een nationale geschiedenis of het Sinterklaasfeest. Maar ze kunnen ook een religieus karakter hebben, omdat religies over het algemeen beschikken over gemeenschapsvormende tradities, zoals rituelen en een gedeeld verhaal dat op de toekomst is gericht. Mijn indruk is dat om die reden de trend zichtbaar is van een herwaardering van religie.

Los van deze eigen herwaardering van religie worden we daarnaast geconfronteerd met nieuwkomers voor wie het gemeenschappelijk verhaal van een religie van cruciaal belang is, al is het maar omdat ze van plekken komen waar de staat mensen onderdrukt of vervolgt, en hun dus nooit een geloofwaardig verhaal heeft geboden. We staan ervan te kijken hoezeer het gemeenschappelijke ritueel en verhaal van hun – veelal islamitische – religie hen inspireert.

Maar het is wel logisch, zegt Neil MacGregor. Volgens deze kunsthistoricus gaat religie immers over de hoop van een gemeenschap, om een gedeelde identiteit. Als we het vermogen nog zouden hebben om dat te zien, zou de terugkeer van religie ons helemaal niet verbazen.

Er is wel een probleem. Als we de trend naar religie voor onszelf en voor de nieuwkomers honderd procent serieus nemen, dan bevordert dat niet per se de sociale cohesie. Juist de groepen die als gemeenschap het sterkste zijn, dragen het minst bij aan de maatschappelijke cohesie, of bedreigen die zelfs. Denk aan salafisten of ultra-orthodoxe Joden. Juist waar de groepsidentiteit doorgaat voor het meest zuiver of authentiek, compleet met boerka’s, djellaba’s, streimels en pijes, wordt die ook eng of achterlijk. Behalve krachtig noemt MacGregor religie dan ook potentieel gevaarlijk. Om die reden wantrouwden de Verlichtingsdenkers de traditionele gemeenschappen.

De vraag is dan: is er een constructieve opvatting van gemeenschap denkbaar, die minder gevaarlijk is, maar wel de inspirerende kracht ervan heeft? Onvermijdelijk verliest zo’n gemeenschap, als die al mogelijk is, de pittoreske uit-één-stuk-zuiverheid van de traditionele vormen. Er zal meer ruimte moeten zijn voor het individu want, hoe groot ons verlangen naar gemeenschap ook is, die verworvenheid van de Verlichting geven we niet meer op. Daarnaast zal zo’n gemeenschap bereid moeten zijn tot meer dan oppervlakkige uitwisseling met de omgevende samenleving.

Dan krijg je wat Bart Somers voorstelt. Bart Somers is de burgemeester van Mechelen, die al sinds 2001 een volstrekt eigen integratiebeleid in zijn stad uitzet, dat noch links noch rechts kan worden genoemd. Daarmee is hij zo succesvol dat burgemeesters van over de hele wereld hem om advies komen vragen, en dat bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen het populistische Vlaams Belang nauwelijks een poot aan de grond kon krijgen.

Bart Somers stelt het volgende voor: “De segregatie moet je doorbreken. We zien mensen expliciet niet als onderdeel van een gemeenschap. We organiseren geen gesprekken met gemeenschappen of gemeenschapsleiders. Er is in Mechelen maar één gemeenschap, en dat is de stad. De mensen zijn individuen met een veelheid aan identiteiten. Mechelen steekt alleen geld in activiteiten waar mensen elkaar ontmoeten.”

In dit fragment gebeurt iets met het woord ‘gemeenschap’. Het wordt in een dubbele betekenis gebruikt. Aan de ene kant zijn er de gemeenschappen waar Somers niets mee te maken wil hebben. Dat zijn de traditionele, veelal religieuze groepen zoals die van salafisten en ultra-orthodoxe Joden. Sterk, maar naar binnen gekeerd. Noem het de gemeenschappen ‘uit één stuk’. Aan de andere kant is er de gemeenschap van de stad, maar die is anders van karakter dan de andere gemeenschappen: de leden ervan zijn nadrukkelijk individuen, met toevallige, bijna bijkomstige identiteiten. Deze opvatting is wezenlijk door de Verlichting geïnspireerd. Noem het een complexe gemeenschap.

De vraag is of gemeenschap in de tweede betekenis evenveel kracht heeft als die volgens de eerste opvatting. Kan een gecompliceerde gemeenschap wel dienen als gemeenschap? Is dat niet te ingewikkeld? Kun je daar net zo volledig in opgaan als in de gemeenschappen-uit-één-stuk? Je moet er meer bij nadenken, en voor degenen die vertrouwd zijn met de strikte traditionele verbanden zal het halfslachtig en verwaterd aanvoelen.

Maar misschien kan het wel degelijk, namelijk op het niveau van een gemeente, zoals Mechelen en Somers laten zien. En zoals Trouw-columnist Stevo Akkerman concludeert over Rotterdam: “Er zijn alleen maar minderheden. En Rotterdammers.”

Delen |

vrijdag 19 oktober 2018

In een artikel op de site liberaalchristendom.nl stelt de theoloog Jan Offringa vast dat Israël tot nu toe een speciale positie inneemt in de christelijke theologie. In de Kerkorde van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) wordt gesproken over een “onopgeefbare verbondenheid met Israël.” Offringa vraagt zich af waarom dat zo is.

Offringa meent dat de protestantse kerk prima kan zonder Israëltheologie. Hij snapt dat er vanuit de ontstaansgeschiedenis van het christendom belangstelling is voor het Jodendom, en dat de Sjoa dwingt tot verscherpte reflectie op de verhouding tussen christendom en Jodendom. Maar verwantschap met het Jodendom moet je niet overdrijven, die is er ook met andere godsdiensten. Daarom pleit Offringa ervoor de Israëlzondag af te schaffen en er een zondag over de relatie tussen het christendom en het Jodendom van te maken, aangevuld met een zondag over de verhouding met de islam of het boeddhisme. Israël is een belangrijke ander, maar toch niet de enige, aldus Offringa. Hij roept ertoe op om de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël om te zetten in een onopgeefbare strijd tegen antisemitisme en elke vorm van discriminatie op grond van ras of geloof. En om geen religieuze argumenten te gebruiken om “het stukje land”, aldus Offringa, van Israël te rechtvaardigen.

Op het artikel van Offringa kwamen allerlei reacties. Onder anderen van Rachel Reedijk, die er op wees dat Offringa’s stellingname er niet toe zou mogen leiden dat Israëls bestaansrecht wordt ontkend. Dan zou een grens worden overschreden. Bovendien, hoever kun je gaan in het losmaken van de Hebreeuwse Bijbel, die toch ook onderdeel is van de christelijke Bijbel, van zijn context? Verhalen hebben zich in dat landje aan de Middellandse Zee afgespeeld “en niet op de Tibetaanse hoogvlakte”, aldus Reedijk.

Daarnaast las ik een reactie van predikant Wouter Klootwijk. Hij stelde dat de protestantse kerk de staat Israël helemaal geen religieuze betekenis wil toekennen. Wel erkent de kerk dat de staat voor veel Joden onderdeel is van hun identiteit en van grote betekenis, maar dat is wat anders.

Zelf vind ik over het geheel genomen de tekst van Offringa sympathiek geschreven, en afgewogen van karakter. Waar ik aan blijf haken, is het motief dat Offringa geeft voor zijn actie. “Ik wil de mist doen optrekken in de relatie tussen kerk en Israël. De mystificaties vragen om opheldering”, en met die mystificaties doelt hij op termen als “onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël” en “uitverkiezing.” “Onbedoeld bevestigen de uiteenlopende reacties in Trouw mijn stelling dat het terrein van kerk en Israël een grote mistbank is. Allerlei vaagheden, misverstanden en schuldgevoelens lopen door elkaar heen.”

Ik moet zeggen, dat herken ik wel een beetje. Ik houd zelf ook erg van helderheid en kan bij momenten kriegel worden van speculaties, vage verbanden, mistige termen. ‘Uitverkoren volk’ en ‘landsbelofte’ horen daar soms bij, maar ook de verwarring die kan ontstaan over de verhouding van de termen volk, religie, staat, en land tot elkaar. Wanneer ik in de liberaal-moderne stand sta wil ik het clair et distinct hebben (Descartes) en erger ik me aan allerlei onnavolgbare categorievermengingen en particuliere gehechtheden die een verlicht mens kwijt zou moeten willen. In hoeverre mag een modern denkend mens zich nog hechten aan “een stukje land”?

Maar ik weet ook dat de werkelijkheid zich minder houdt aan de heldere categorieafbakeningen dan het moderne Westerse gemoed zou willen. Hoe je ook je hoofd erover breekt, een strikte eenduidige afbakening tussen volk, geloof, land en staat is in het geval van Israël simpelweg niet te maken.

Dat ras en geloof geen rol mogen spelen is niet zozeer het probleem, daar zijn de meeste mensen het wel over eens. De storende meerduidigheid begint juist waar de begrippen volk, land en staat ook onderdelen zijn van identiteit van mensen, zoals Klootwijk zegt. Maar het heeft iets gemakzuchtigs om die categorieën dan maar liefst uit je denken weg te zuiveren.

Dat is op allerlei manieren al eerder geprobeerd. Aan het eind van de achttiende eeuw wilde men op de golven van het universaliserende Verlichtingsdenken de term ‘Joodse natie’, voor de aanduiding van de Joden in Nederland, vervangen door te spreken over een groep ‘Nederlanders van de mozaïsche confessie’.

En vandaag de dag pogen Joden in de diaspora vaak te voorkomen dat zij in verband worden gebracht met onsympathiek gedrag van Israël. Wat er in Israël gebeurt, mag vooral niet terugslaan op Joden in de rest van de wereld. Dat die afschermingspoging iets kunstmatigs heeft en daardoor niet echt werkt, werd ooit goed verwoord door Esther Voet, hoofdredacteur van het NIW. Zij vroeg zich af: als wij er zelf al niet in slagen om Jodendom en Israël uit elkaar te houden, hoe kunnen we dan van buitenstaanders verwachten dat ze dat wel doen?

Mijn drang naar heldere categorisering en eenduidigheid moet het dus regelmatig afleggen tegen werkelijkheden van historische, culturele of religieuze aard die weigeren zich in mijn categorieën te laten persen. Historisch gegroeide verbanden verdragen zich (misschien wel meestal) niet zo lekker met het verlangen naar eenduidige helderheid. De onmogelijkheid om heldere schotten te plaatsen tussen Joods volk, Joodse religie en Joodse staat behoort daartoe.

Tegen die weerbarstige werkelijkheid moet Offringa toch vaker aanlopen, denk ik dan. Want in de christelijke kerk barst het ook van de vaagtaal waar mijn liberaal-moderne gemoed het moeilijk mee zou hebben. Denk aan uitdrukkingen als ‘één-zijn-in-Christus’, de kosmische betekenis van ‘Jezus-als-de-Christus’, struikelt hij daar dan niet over?

Misschien denkt Offringa: ik heb mijn handen al vol aan mijn eigen traditie, ik kan de Joodse vaagtaal er niet bij hebben.

Delen |

vrijdag 5 oktober 2018

Laat ik vooropstellen dat ik Sigrid Kaag een sympathieke vrouw vind, zowel in haar intenties als in haar acties. Het hart zit op de goede plaats bij deze minister, wat blijkt uit haar inzet voor brandhaarden wereldwijd en haar oproepen om je stem te laten horen waar onrecht plaatsvindt. Maar ik ben bang dat zij in haar analyse van de problemen waar wij als samenleving en zij als minister van Ontwikkelingssamenwerking voor staan tekort schiet.

Dat maak ik op uit de Abel Herzberglezing die zij afgelopen zondag hield en die ik tot me heb genomen via de verkorte versie ervan in Trouw. Het trof me in die lezing dat er in het wereldbeeld van Kaag niet veel zit tussen de dimensie van het individu en de dimensie van de universele menselijke waardigheid.

Om met dat laatste te beginnen, warm wordt Kaag van het “geïnstitutionaliseerde antwoord op de leegte van Herzberg.” Met die leegte – of stilte – doelt zij op het akelige gebrek aan proteststemmen tegen de nazi’s voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. En het antwoord daarop, voor Herzberg en voor haar, is het grotendeels naoorlogse stelsel van internationale samenwerking en bewaking van mensenrechten. Na de rampen van twee wereldoorlogen en de Sjoa bieden onder andere de Europese Unie en de Europese mensenrechten een zekere institutionele garantie voor de bescherming van menselijke waardigheid.

Daarnaast spreekt ze met enthousiasme over een andere dimensie van het menselijk bestaan, wanneer het gaat over het belang van een eigen identiteit voor ieder mens. Dat is in haar presentatie steeds een geheel individueel bepaalde identiteit. “Identiteit is nooit monolithisch, maar gelaagd en complex. Identiteit wordt gevormd door opvoeding, door vrienden die je maakt, door boeken die je leest, door reizen die je maakt, door ontmoetingen met wildvreemden en door persoonlijke ambitie en ontwikkeling.” Ieder mens heeft het recht op die manier zijn eigen identiteit te creëren.

Wat ik, tussen die twee dimensies in, mis, is een tussenliggende identiteit, namelijk die van de natie of etnische groep. Ze noemt die wel, maar dan vooral in negatieve zin, als ze de populisten van vandaag benoemt. Zij zijn onruststokers die de internationale orde afdoen als cultuur-marxistisch project, die manipuleren en schermen met halve waarheden, en terug willen naar een romantisch negentiende-eeuws nationalisme.

Terecht wijst Kaag op de grote gevaren ervan. Maar natiestaten, net als etnische en religieuze groepen daarbinnen, hebben de afgelopen eeuwen ook een constructieve rol gespeeld. Ze waren de broedplaatsen voor democratie, politiek debat en rechtsstatelijkheid, en vehikels voor onderwijs en verheffing van hun burgers.

Die dimensie komt bij Kaag alleen ter sprake op een meer terloopse wijze, als ze haar eigen Nederlandse achtergrond beschrijft en vertelt wat ze daaraan te danken heeft. Maar meer fundamenteel, als een categorie sui generis met een stevige plaats in de structuur van haar betoog lijkt die dimensie voor haar geen rol te mogen spelen. Identiteitsvorming op het niveau van de etnische groep of de natie lijkt bij haar toch vooral verdacht te zijn, te omschrijven als ‘tribaal identiteitsdenken’.

Terecht zegt Kaag dat mensen niet kunnen worden gereduceerd tot één kenmerk van hun wezen. Tot ‘de kosmopoliet’, de immigrant, de moslim, de Jood. Of vul aan: Nederlander, Fransman, Kroaat. Maar het lijkt erop dat veel van die groepsidentiteiten wat haar betreft beter helemáál geen plek kunnen krijgen. Want dat soort identiteit heeft de neiging de angst voor ‘de ander’ aan te wakkeren.

Dat vind ik problematisch, en wel om de volgende redenen.

In de eerste plaats omdat in veel landen in West-Europa dat niveau van de groep of de natie nog steeds een houvast blijkt te bieden aan veel ‘gewone’ mensen. Vooral als die mensen niet zo veel hebben met de twee andere polen die Kaag omhelst: zij zijn niet van die bewust gevormde individuen en nemen weinig of niet deel aan de globalisering, hebben daar eerder last van. De middencategorie van de natiestaat biedt hen stevigheid. Moet je dat negeren of daar laatdunkend over doen, omdat je dat zelf overstegen hebt?

Verder hebben natiestaten zich vooralsnog meer overtuigend bewezen als complete rechtsorde dan de ideële internationale structuren waar Kaag over spreekt. Hannah Arendt heeft indringend beschreven hoe weinig haar ‘universele menselijke waardigheid’ haar hielp toen ze op de vlucht was voor Hitler. Burgerschap van een fatsoenlijk land, dát had ze nodig. Dat geldt vandaag de dag nog steeds voor statenlozen of inwoners van barbaarse staten. Dat dat schreeuwt om verdere uitwerking van ons internationale rechtsstelsel ben ik helemaal met Kaag eens, maar dat mag er niet toe leiden de verdienste van de feitelijke bescherming die nationaal burgerschap biedt te onderschatten. Dat is geen romantisch gegeven, maar eerder een soort organisatieprincipe, uitgaande van wat werkt.

Ten slotte vind ik het iets ironisch hebben dat uitgerekend in een lezing die is genoemd naar Abel Herzberg de tussendimensie van het nationale en etnische ontbreekt. Want als er iemand was die, met al zijn appreciatie voor de verlichtingsidealen van menselijke waardigheid en gelijkheid, doorhad dat die idealen concrete inbedding nodig hebben binnen historisch gegroeide lotsgemeenschappen, dan was het wel Abel Herzberg. En dat al op een moment – ruim vóór Hitlers machtsgreep in 1933 – dat je nog kon geloven in de werkzaamheid van die idealen, zoals de meeste van zijn ontwikkelde mede-Joden in die tijd ook deden. Hij koos, tegen de op assimilatie gerichte hoofdstroom, al in 1912 voor het zionisme, omdat hij het belang van het middenniveau van een eigen Joodse staat op waarde wist te schatten.

Tribaal? Zo zou Kaag Herzbergs stap destijds misschien hebben gekwalificeerd, als ze tijdgenoot was geweest. Handelde Herzberg uit angst? Hij was, geloof ik, niet zo’n angstige man, maar hij moet een voorgevoel hebben gehad dat de situatie voor Joden in het verlichte Westen wel eens rampzaliger uit zou kunnen pakken dan menigeen zich kon voorstellen.

Nee, die kant van Abel Herzberg is beslist niet Kaags cup of tea. Dat is jammer voor zo’n sympathieke minister. Misschien is het een idee als Sigrid Kaag en Stef Blok met elkaar eens een discussie op het scherp van de snede zouden voeren?

Delen |
nov 2018Tacheles
nov 2018Cynisch of niet?
nov 2018Twee soorten gemeenschap
okt 2018Vaagtaal
okt 2018Bij Kaag ontbreekt een dimensie
sep 2018Trumps uitverkoren volk
sep 2018Religieuze infrastructuur
aug 2018Terloopse zinnen
aug 2018Natiestaat
jun 2018Liefde en hypocrisie
mei 201859 doden
mei 2018Etnisch profileren
apr 2018Wie verzint zoiets?
apr 2018Levinas en Nietzsche
mrt 2018Primitief?
mrt 2018Zo werkt het dus
mrt 2018Zondebok
feb 2018Lucebert
feb 2018Groots, want universeel
jan 2018Levinas als revolutionair
jan 2018Mag dat zomaar?
dec 2017Er verandert niet veel
dec 2017Rembrandt en de Joden
nov 2017Hannah Arendt en de gewone man
nov 2017Levinas en Bruno Latour
okt 2017Oorsprongsmythen
okt 2017Joodse jeugd in het postideologische tijdvak
sep 2017Eigenheid is niet verkeerd
sep 2017Rolomkering
aug 2017Monisme
aug 2017Bach vanuit Joods perspectief
jul 2017Sacks en Netanjahoe
jun 2017Ongemakkelijke vragen
jun 2017Identiteitspolitiek
mei 2017Erfpacht en jubeljaar
mei 2017Jonathan Sacks
apr 2017Levinas en Taleb
mrt 2017Harari
mrt 2017Joods-christelijk
mrt 2017Mosjé en het primaire proces
feb 2017Het model Israël
feb 2017Levinas en Charles Taylor
jan 2017Bij de dood van een buitenstaander
jan 2017Duiding
dec 2016Rechtsstaat
dec 2016De boekhouder van Auschwitz
nov 2016Als Heidegger filosofisch deugt
nov 2016Achterlopen
okt 2016Geschiedschrijving die zich laat kennen
okt 2016Vergangenheitsbewältigung
sep 2016Incarnatie als Joods begrip
sep 2016De Bijbel als overlevingsstrategie
sep 2016Contact!
aug 2016Levinas en Richard Sennett
aug 2016Soms is het even niet zo moeilijk
jul 2016Armoedig
jun 2016Wegwerpproduct
jun 2016Frisse blik
mei 2016Toon
mei 2016Gelijk heeft-ie
apr 2016Humane slavenhouders
apr 2016Menselijk gesproken
mrt 2016Hoe Joods is Maimonides?
mrt 2016De ganse aarde – of een stukje?
feb 2016Failed states
feb 2016Landen zonder grenzen
jan 2016Hebben Joden meer te vrezen?
jan 2016Wittgenstein en deugdzaamheid
dec 2015Wordt iedereen Joods?
dec 2015De ellips revisited
nov 2015Levinas en Wittgenstein
nov 2015Informatie is altijd goed
okt 2015Wittgenstein als Talmoedist
okt 2015Levinas en calculatie
okt 2015Gevoel voor verhoudingen
sep 2015Levinas zoals ik hem begrijp
aug 2015Zo gek nog niet
aug 2015Ontspoorde ideologie
jul 2015Levinas en Camus
jul 2015Klopt de wereld?
jun 2015Bij het vertrek van een hoofdredacteur
jun 2015Plato ontzenuwd?
mei 2015Het draagbare vaderland
mei 2015Vermenging van sferen
mei 2015Wat staat er nog meer op het spel?
apr 2015Levinas en Bergson
mrt 2015Geen garantie
mrt 2015Rare dingen
feb 2015Wissen
feb 2015Levinas en Nussbaum
jan 2015Aantallen
jan 2015Je suis (pas) Charlie
jan 2015Wat is er toch gebeurd in het Westen?
dec 2014Een ander Joods geloof?
nov 2014David Pinto
nov 2014Prikkelen
okt 2014Levinas en Kahneman
okt 2014IS geeft betekenis aan 4 en 5 mei
okt 2014Zitten slapen
sep 2014Israël en het ABP
sep 2014Antisemitisme
aug 2014Meemaken
aug 2014Wereldorde?
jul 2014Snap ik niet
jul 2014Precies genoeg
jun 2014De gelaagdheid van Ari Shavit
jun 2014Leren en tikoen olam
mei 2014Right and wrong
mei 2014Die moeilijke Levinas
apr 2014Israël als ‘Joodse’ staat
apr 2014Wat doet Hegel in de Manisjtana?
mrt 2014Heidegger en de Joden
mrt 2014Zijn wij allen fundamentalist?
feb 2014Een treurige kans
feb 2014Proportioneel
jan 2014Ontmenselijking
jan 2014Ellips in Israël
jan 2014Voorraadje
dec 2013Tikoen Olam
dec 2013Ellips
nov 2013Heilig
nov 2013Het nieuwe Midden-Oosten
okt 2013Ontevreden
okt 2013Hoe sociaal is sociaal?
sep 2013Markering
sep 2013The Story of the Jews
aug 2013Levinas en Habermas
aug 2013Voor en tegen Bennett
aug 2013Boycot
jul 2013Wereldvreemd
jun 2013Trend
jun 2013Verbazing
mei 2013Levinas en Arendt
mei 2013Het heroïsche kosmopolitische individu
apr 2013Dikke en dunne moraal
apr 2013Antisemitisme en antizionisme
mrt 2013De Joodse messias
mrt 2013Beetje dom
mrt 2013Zwerven en thuiskomen
feb 2013Google
feb 2013Geëngageerd roddelen
jan 2013Collectief en individu
jan 2013Woestijn
dec 2012Kerk en staat
dec 2012Straf
nov 2012Slachtoffers
nov 2012Seculiere varianten
nov 2012Wilde dieren
okt 2012Levinas en Rousseau
okt 2012Hutten
sep 2012Sjabbat en crisis
aug 2012Empathie
aug 2012Fair play
jul 2012De Levinas van de verplichtingen
jul 2012Ook hier is (ontoereikend) over nagedacht
jun 2012Monotheïsme en concentratie
jun 2012De Groene en de Rode Lijn
jun 2012Parrèsia
mei 2012Eigenzinnig
mei 20124 Mei
apr 2012Schuiven
apr 2012Stereotypen
mrt 2012Geschiedenis die zich laat kennen
mrt 2012Een kwestie van PR?
feb 2012Assimilatie
feb 2012Levinas en Spinoza
jan 2012Joods-Christelijk
jan 2012Lui
dec 2011Levinas en egoïsme
dec 2011Griek en Jood
nov 2011Godsdienst en geschiedenis
nov 2011Zijn Joden slimmer?
okt 2011Lekker irrationeel
okt 2011Levinas en Machiavelli
sep 2011Palestijnse staat
sep 2011Levinas en Israël
aug 2011Joodse mensen
aug 2011Het dorp Noorwegen
jul 2011Denkpolitie
jul 2011Net op tijd
jun 2011Geschiedenis in het kwadraat
jun 2011Meerstemmigheid
mei 2011Geloof en religie
mei 2011Ongerijmd
apr 2011De Dam 2011
apr 2011Dik en dun herinneren
apr 2011Farao en scientific management
mrt 2011Het kan wèl
mrt 2011Geen garantie
feb 2011Doodgewoon
jan 2011Willekeur
jan 2011Lenzen
dec 2010Verdwijntruc
dec 2010Dezelfde mensen
dec 2010Lekker werken
nov 2010Omdraaiing
nov 2010Zeker weten