De paradox van ‘Wie is een Jood’

Nathan Lopes Cardozo

vrijdag 25 juli 2014


Deze column is uit het Engels vertaald door @nna Lems - Snoei. Het is een vrije vertaling. Voor degenen die de voorkeur geven aan de oorspronkelijke tekst hebben wij de Engelse versie in de vorm van een pdf opgenomen.




Wat maakt iemand Joods? Geboorte uit een Joodse moeder? Bekering tot het jodendom? Niet echt. Het is het leven vanuit de spirituele orde van het jodendom dat iemand tot Jood maakt. Het leven door de Joden vanuit het verleden, met de Joden van nu en de toekomst. We zijn Joods, door de keuzes die we maken in ons leven, door het jodendom op eigen kracht zelf te ontdekken, door te zoeken naar het heilige en door te vechten voor dat wat al geheiligd is. Als we het spirituele gevecht om God te vinden aangaan, ons realiseren dat de wereld een moreel geweten nodig heeft, en we de hoge roeping op ons nemen om de wereld uit het moeras te halen waarin ze zich al duizenden jaren bevindt en dat door de grote principes van de Tora proberen te verwezenlijken, dan worden we werkelijk echte Joden.

Als iemand zich realiseert dat het materiële niet kan bestaan zonder het geestelijke, dan begint iemand al een klein beetje Joods te worden. Als er besef komt dat neutraal zijn in kwesties die met morele integriteit te maken hebben, onmogelijk is. Om uit te groeien tot volwaardige Jood bewandelen we een lange weg. Allereerst dienen we in staat te zijn het edele te herkennen en besef te krijgen van de majesteitelijke schoonheid waarmee de wereld begiftigd is. Tot de erkenning te komen dat de mensheid niet meer dezelfde is sinds Sinai, en we accepteren dat de mensheid niet levensvatbaar is zonder Sinai.

Om in onszelf de Joodse ziel te voelen vibreren, is het nodig de wereld te zien vanuit het perspectief van sub specie aeternitatis (het perspectief gezien vanuit de eeuwigheid). We zullen in staat moeten zijn om uit ons eigen kleine leventje te stappen en vanuit een kosmologisch gezichtspunt de wereld te bezien, terwijl we tegelijkertijd met beide benen op de grond blijven staan en ons bezighouden met onze triviale dagelijkse verplichtingen en het gewone proberen te heiligen. Niet door aan de wereld te ontsnappen, de werkelijkheid te ontkennen of ze als onbelangrijk te verklaren, maar om juist deze werkelijk aan te pakken en tot iets moois te laten groeien. Door dit aan te gaan, groeit iemand langzaam in zijn Joods-zijn.

Voor sommigen van ons is het moeilijk zo te leven, terwijl anderen een natuurlijke aanleg daarvoor blijken te hebben. Ze bezitten een mysterieuze Joodse ziel die door niemand precies omschreven kan worden, maar door iedereen wordt herkend. Het heeft iets te maken met onze bestemming en specifieke gevoelens die niemand van ons in woorden weet uit te drukken. Er is een proces van internalisatie gaande en het verbond tussen God en Abraham en, later, Sinai, wordt vormgegeven in iemands binnenste. Het zit in ons bloed en is ook bij niet-religieuze mensen aanwezig. Het is in beweging en we horen een geluid dat uit een andere wereld komt, dat ons daaraan herinnert. We nemen dit gevoel met ons mee, overal waar we gaan.

De meeste Joden ‘hebben het’, maar sommige niet-Joden hebben het eveneens. Ze weten dat ze het hebben. Het is onmiskenbaar authentiek. Zij zijn er zo door aangeraakt, zoals elk deel van het lichaam nat wordt bij het zwemmen – de moleculen van joodsheid raken elke vezel van hun bestaan. Niemand kan het negeren, noch ontkennen.

Dit zijn de authentieke Joden, maar zij behoren niet allemaal tot de stammen van Israël. Soms zijn het niet-Joden met niet-Joodse ouders, anderen zijn kinderen geboren uit gemengde huwelijken. Als zij de wens hebben zich aan te sluiten bij het Joodse volk, dan wordt van hen verwacht, in lijn met de Halacha, dat ze zich tot het jodendom bekeren, ondanks het feit dat zij een Joodse ziel hebben sinds de dag dat zij werden geboren.
Maar, waarom worden zij niet geaccepteerd als volwaardig Joods, zonder de eis om uit te komen? Alle ingrediënten zijn immers aanwezig! Waarom verplicht de Halacha dat je, om tot het jodendom te behoren, geboren moet zijn uit een Joodse moeder? Of dat er een fysieke handeling vereist is, door middel van een onderdompeling in het mikwe (ritueel bad) als uiting van toewijding aan het jodendom?

De reden daarvoor moet zijn dat Halacha niet alleen gaat over de religieuze authenticiteit en de kwaliteit van de ziel. Halacha gaat ook over de alledaagse realiteit van het leven. Halacha stelt ons een fundamentele vraag: ‘Hoe herkennen we wie Jood is en wie niet?’ Is er iemand in staat de ziel van een ander te lezen en waar te nemen? Hoe weten we dat de authenticiteit waarvan we uitgaan ook waarachtig is?

Deze wereld is een complexe werkelijkheid van idealen en praktijk, waar authenticiteit gemakkelijk en ongemerkt kan worden verward met zelfingenomenheid. Het leven is per definitie het inwerken van de lichamelijke gesteldheid en de innerlijke geest, maar deze kunnen ook met elkaar in botsing komen. Er ontstaat dan totale verwarring. Het ideaal begint dan te regeren over de realiteit en wat werkbaar is wordt genegeerd.

Tegenstrijdigheden en spanning tussen ideaal en werkelijkheid is de grote uitdaging waar we bij Halacha mee te maken hebben. Er moeten afwegingen worden gemaakt: hoeveel authenticiteit en hoe veel realiteitszin? Hoe behoort Halacha te functioneren als we droom en geest ook een rol laten spelen en wat betekent Halacha in het eerbiedigen van de behoeftes van de fysieke wereld?

Hoewel Halacha het hoogste doel nastreeft en aan idealen de hoogste prioriteit wil verlenen, er moeten toch compromissen worden gesloten, refererend aan onveranderbare regels die rechtsgeldigheid verlenen aan hoe de wereld in werkelijkheid functioneert. Juist als het om termen gaat als oorspronkelijkheid moet Halacha juist van een authentiek Joods karakter kunnen uitgaan en is er de noodzaak uiterlijke en zelfs biologische maatstaven te hanteren om de Joodse identiteit te definiëren. En ook als er van deze zaken wordt uitgegaan, krijgen we net als in het geval van authenticiteit en juistheid, te maken met slachtoffers en onaangename gevolgen.

Als gevolg daarvan zullen sommige mensen met een Joodse ziel de prijs moeten betalen doordat zij als niet-Joden worden geindentificeerd, ondanks het feit dat, idealiter, Halacha hen heel graag had opgenomen. Hoewel het ongelukkig is, brengt Halacha soms de kwaliteit van een persoonlijke ‘Joodse ziel’ in opspraak. Als we deze overtreffende trap van jurisprudentie niet zouden hanteren, zou chaos regeren.

Maar, er is meer dan dat. We hebben een volk, de natie Israël nodig, een fysiek geheel, in staat uit te dragen wat de boodschap van jodendom betekent voor de wereld. Alle leden van deze natie hebben een gemeenschappelijke historische ervaring nodig, beïnvloed door spirituele en emotionele vormgeving en uitstraling. Deze ervaringen zijn ‘root experiences’ zoals de bekende Joodse filosoof Emil Fackenheim het uitdrukt, zoals bijvoorbeeld de Uittocht uit Egypte, de doortocht door de Rode Zee en de openbaring op Sinai. De enorme invloed van deze gebeurtenissen op het Joodse volk vormde het tot een hoogst ongebruikelijke natie, klaar om de wereld te veranderen. Voor Joden is het hebben van een gezamenlijke historische ervaring noodzakelijk om hun boodschap door de wereld te verspreiden - als een familie en later als een geheel volk – waarbij mensen de plicht om op een specifieke manier te leven op zich nemen, ook al zijn er leden die bezwaar maken tegen deze verantwoordelijkheden.

Het feit dat het jodendom aan niet-Joden toestemming geeft om uit te komen, ook al zijn ze geen deel van de gezamenlijke historische ervaring, is niet alleen een wonderlijke zaak maar is ook gebaseerd op het feit dat niet elke ziel deze ervaring nodig heeft om Joods te worden. Zij hebben andere kwaliteiten die dermate krachtig zijn, dat zij in staat zijn tot verandering, en dat geeft hen permissie om zich bij het jodendom aan te sluiten totdat ze helemaal zijn opgenomen in een sterke kerngroep waarvan de hele identiteit is ingebed in de ervaringen van gezamenlijke geschiedenis en komaf.

Als we echter de vergelijking doortrekken in termen van een puur en compromisloos religieus ideaal, betekent dit dat sommige Joden geen Joden zouden zijn en sommige niet-Joden Joods zouden moeten zijn. Originaliteit en authenticiteit echter, kunnen niet zo maar worden overgenomen. Dit komt of door geboorte of door uitkomen. Gesproken vanuit dit ideaal zouden alleen zij die voortdurend gewetensgetrouw de Joodse zaak op zich nemen en daarmee in overeenstemming leven, als Joods beschouwd moeten worden. Als het niet noodzakelijk zou zijn om een Joods volk te hebben, zou het misschien beter geweest zijn dat er een Joodse ‘geloofsgemeenschap’ zou bestaan waar mensen kunnen komen en gaan, afhankelijk van hun wil om zich te verbinden aan de Joodse religieuze weg zoals andere religies verwachten.

Zo bezien veroorzaken de eisen die Halacha stelt aan de rechtmatigheid van de Joodse identiteit slachtoffers, sommige ‘Joodse zielen’ vallen buiten de boot, zoals in de situatie van kinderen uit gemengde huwelijken met niet-Joodse moeders, of bij kinderen met Joodse grootouders en niet-Joodse ouders. Het gevolg is dat er niet-Joden met een Joodse ziel zijn met geen enkele Joodse voorouder. Dit zijn vervelende gevolgen.

Het is een prijs die wordt betaald voor de spanning tussen ideaal en de behoefte aan eerbiediging van de Halacha. Voor de schijnbare tegenstelling tussen geest en Tora. Het feit dat Halacha ermee instemt dat elke niet-Jood Joods mag worden door een legitieme bekering, is een krachtige uiting van haar menselijkheid. Sterker nog, het is een wonder dat zij dit toestaat!

Er zijn waarschijnlijk miljoenen mensen met een volwaardige ‘Joodse ziel’ die zich daar in het geheel niet van bewust zijn, en het hoogstwaarschijnlijk ook nooit zullen ontdekken. Misschien zijn dat de Joden die God in gedachten had, toen hij Abraham zegende en hem vertelde dat hij de vader van alle volken zou worden en alle geslachten in hem gezegend zouden zijn, dat zijn nakomelingen zouden zijn als de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan de kust.

3 + 3 = ?
Ik heb zeker een Joodse ziel, dat weet en voel ik al heel lang!
compromisloos betekent jood zijn horen tot het joodse ras.
Biologisch gezien is slechts hij/zij jood die een joodse vader heeft. Met de moeder bestaat geen bloedverwantschap. De moeder als enige indicator is slechts een pleister op de wond van eventueel seksueel misbruik en/of het mogelijk blameren van de integriteit van de joodse vrouw dat de vader mogelijk niet met zekerheid is vast te stellen. Zowel de joodse vader, joodse moeder en met name het kind kan en mag je hier niet mee belasten in geval van een gemengd ouderschap.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.