Nogmaals het monument van het Auschwitz Comité

Harry van den Bergh z”l

vrijdag 7 februari 2014

Een columnist, ook één van Crescas, hoort geen activist te zijn in de zin dat hij/zij zelf actie onderneemt of anderen daartoe aanzet. Ik ben geraakt door het grote aantal reacties dat ik kreeg op mijn bijdrage van de vorige week, waarin ik betoogde dat het Auschwitzmonument zoals dat nu voorzien is, door het overigens zeer waardevolle Auschwitz Comité, niet moet doorgaan. Ik ben verrast door al diegenen die zeiden dat de herinnering aan een dierbare die niet terugkeerde uit een van de vele kampen, niet gemonopoliseerd mag worden door dit comité dat heel veel goed werk heeft verricht voor de herinnering aan het ondenkbare. Ik denk dat men onbedoeld een domme fout heeft gemaakt door de indruk te wekken dat men de naam van een familielid op de namenwand kan kopen à raison van 50 euro. Hier heeft men naar mijn idee onbedoeld financiering vermengd met een vorm van populistische marketing. Nabestaanden van dierbaren laten mij weten zich volstrekt genegeerd te voelen, doordat men op geen enkele wijze kon meespreken over karakter en omvang van het monument met de namenwand. Zelfs niet over de vraag of er aan een dergelijk monument behoefte bestond. Mijn indruk is dat er geen echt bezwaar is tegen een namenwand (die er in verschillende vormen al is), maar dat men niet de exclusieve verbinding wil met het Auschwitz Comité en dat zoiets ondergebracht moet worden, bij voorkeur, in de galerijen van de Hollandsche Schouwburg. Ik heb dit bepleit en nu ik merk dat het idee van het comité zo veel emoties oproept, lijkt het mij een absolute voorwaarde dat dit monument geen soort van splijtzwam wordt in de Joodse gemeenschap. En dat nog wel over een extreem gevoelig onderwerp, dat iedereen tot in de ziel raakt.

Daar komt dit prozaïsche element nog bij: de gemeente Amsterdam heeft het voornemen, zo er geld over blijkt te zijn van de erfpachtbetalingen in de oorlog, na eerst de nabestaanden gecompenseerd te hebben, restmiddelen (euro’s!) ter beschikking te stellen aan de initiatiefnemers van het monument. Dat is heel vreemd, want het zou voor de hand hebben gelegen deze middelen, in een soort van Maror-formule, ter beschikking te stellen aan de Joodse gemeenschap in zijn geheel. Men kan er van uitgaan dat ook hierover nog een flink potje geknokt gaat worden.

Voor een enkele keer wil ik op deze pagina een activist zijn. Ik stel vast dat het initiatief en de uitvoering van het eventuele monument met de namenwand door het Auschwitz Comité genomen is, en ook door de groep mensen achter het comité gemonopoliseerd is. Ik stel vast dat deze benadering bij velen kennelijk een zeer emotionerende snaar raakt, die van herinnering en van uitsluiting bij een initiatief met een zeer persoonlijk karakter. Ik stel ook vast dat op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de Joodse gemeenschap zelf, als bij voorbeeld georganiseerd in het CJO, het Centraal Joods Overleg, en met een brede reeks van comités die allemaal op hun eigen wijze de herinnering levend proberen te houden.

Ik kan en wil mij niet voorstellen dat de oprichting van een dergelijk monument tot verdeeldheid leidt bij al diegenen die een groot emotioneel belang hebben bij wat er staat te gebeuren. Ik kan mij niet voorstellen dat een nieuw monument tot een prijskaartje leidt van vijf miljoen euro. En dat in een Joodse gemeenschap waar om financiële redenen klassieke monumenten als de bejaardenzorg omvallen en waar nog altijd gebrek is aan een stevige infrastructuur van duurzame voorzieningen.

Er is maar één oplossing: alle betrokkenen en belanghebbenden horen met elkaar te overleggen over wat ons allen bindt en wat niet tot controverse leidt, in een open en luisterende sfeer. Ik vraag het Auschwitz Comité het initiatief te nemen en het pad te verlaten van de monopolisering. Zo niet, dan moet het bestuur van het overkoepelende CJO dit doen. Er moet toch een mogelijkheid zijn tot een eensgezinde oplossing te komen: een monument dat iets toevoegt aan wat er al is. In grote eensgezindheid!

7 + 1 = ?
Twee aspecten worden in de discussie vergeten: 1. Er is al een monument in de vorm van het boek In Memoriam (functioneert bij mij thuis als zodanig); 2. Er waren ook nogal wat personen onder de vermoorde Nederlanders die zichzels helemaal niet als lid van de Joodse gemeenschap beschouwden; onder vele anderen had een oom van mij geen enkel contact met leden van de Joodse gemeenschap en voelde zich na het omgangsverbod volstrekt geïsoleerd. Ook hier moet de Joodse gemeenschap oppassen, niet de herinnering aan allen die als "Jood" werden omgebracht te monopoliseren.
Wat een onfrisse discussie ontstaat er op deze site van Crescas. Ik las op de Crescas site over het initiatief tot een holocaust ( niet auschwitz)namenmonument. Het viel me wel op dat het initiatief bij het Auschwitz committee lag, maar dat weerhield mij er niet van meteen spontaan mee te doen. Mijn grootouders werden in Sobibor vermoord. Wat maakt het uit? Dat het er komt, 70 jaar te laat, dat is goed! Misschien beter in de Hollandsche Schouwwburg? Ook Prima. Maar stop deze discussie. En wat een onzin dat iedereen zich er weer mee moet bemoeien. En als het initiatief bij het Auschwitz commitee ligt, so be it. Ik hoor bij geen enkele joodse gemeenschap en krijg door de heer vd Bergh het gevoel dat ik me moet schamen dat ik de namen van mijn grootouders adopteerde. Ik betaal graag mee aan een monument en dat heeft niets met slimme marketing te maken. Zo steun ik ook met liefde het initiatief van Jules Schelvis " erreedeentreinnaarsobibor".
De reactie van regenten is vaak weinig positief. De factor geld wordt opgevoerd door de heer v.d. Berg; ik vind dit weinig verheffend. De heer v.d. Berg hoeft niet bij te dragen, maar claimt wel min of meer de liggende gelden, want impliciet betekent dat hij dat hij er betere doelen voor heeft... Het N.A.C. is wars van politiek, het is wars van kinnesinne, het Comité doet heel goed werk en staat tussen de mensen en kijkt niet uit ivoren torens naar 'het volk'; velen, hebben behoefte aan deze uiting ter herdenking van hun afgemaakte familieleden. De respectloze qualificatie 'populistische marketing' is beneden ieder peil. De heer v.d. Berg stelt van alles vast (hetgeen hij zegt, is dus de enige waarheid) en schopt ongegeneerd. Jammer en volstrekt ongewenst. De inhoud en zeker toonzetting van scribent v.d. Berg is de splijtzwam, niet het initiatief van het N.A.C.!
Volgens mij moeten de mensen van de eerste drie reacties nog eens rustig nalezen wat de heer v.d. Berg schreef. Goed nadenken wat hij met zijn schrijven bedoelt en misschien dan helemaal niet meer reageren, maar in stilte bedenken of een muur iets toevoegt aan zijn haar gedenken van dierbaren. Hun namen staan voorgoed in ieders harten gegrift. Dus laten wij hier elkaar niet hatelijk over aanvallen, maar alleen rustig en vriendelijk laten weten ,of en waarover wij het niet eens zijn.
Een groot en ambitieus initiatief zoals dat voor de Namenwand roept onvermijdelijk veel emoties op, zowel bij voor- als bij tegenstanders. Ik steun Harry van den Bergh in zijn oproep tot een brede, respectvolle discussie. In een zaak als deze bestaat geen absoluut gelijk of ongelijk. Bij mij roept het plan veel vragen op: hoe groot is het draagvlak voor dit plan? Voor wie wordt het gemaakt? Zal het iets toevoegen aan wat er al is? Is de vorm nog van deze tijd? en hoe is dat voor de toekomst? Deventer, Manja Pach

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.