sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Harry van den Bergh

Harry Jacob van den Bergh studeerde politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. In het verleden was hij onder andere lid van de Tweede Kamer, lid van de Raad van Europa, lid van de gemeenteraad van Amstelveen, voorzitter van de Raad van Toezicht van Joods Maatschappelijk Werk, bestuursvoorzitter van Vluchtelingenwerk Nederland, lid van het Netherlands Committee van Human Rights Watch en voorzitter van Humanity in Action Nederland. Tegenwoordig is hij zelfstandig ondernemer en bestuurder. Hij is lid van de Raad van Toezicht van de Hebreeuwse Universiteit, van het Truman Institute en de International Board van het Feuerstein Institute, alle in Jeruzalem. Sinds 2013 is Harry opnieuw lid van de gemeenteraad van Amstelveen. Verder is hij voorzitter van de Stichting Hersenonderzoek Sport en van de Stichting Educatief Programma ANNE.

vrijdag 3 februari 2017

Het was zeker, zoals altijd, een indrukwekkende bijeenkomst. Dit jaar niet een herinneringsbijeenkomst, georganiseerd door het voortreffelijke Auschwitz Comité, maar een Holocaust-bijeenkomst in het kader van de nieuwe International Holocaust Remembrance Day, die, naar ik meen, is geïnitieerd door de Verenigde Naties. Voor wie weet hoe rot en huichelachtig de VN-mensenrechtencommissie in elkaar zit, moet het nieuwe initiatief een schrale troost zijn. In elk geval is het beter dan niets. Het Auschwitz Comité mag zeker niet worden gekritiseerd vanwege die verderfelijke politici uit Genève.

Het is vrijwel onvermijdelijk op een dag als die van de Holocaustherdenking – zoals ook op 4 mei en de Jom HaSjoa – nog eens te reflecteren over de betekenis van het woord herinnering, in het bijzonder in de context van de Sjoa. Het gaat bij het gebruik van het woord herinneren in dat verband om een herinnering die men ontleent aan gebeurtenissen die men zelf heeft meegemaakt: de slachtoffers van de kampen, óf het gaat om de generaties die de gebeurtenissen niet hebben meegemaakt en die het om enigerlei reden van belang vinden dat de herinnering die men zelf niet heeft ervaren, toch wordt voortgezet. Kerngedachte is eigenlijk altijd dat de herinnering aan de vreselijkste gebeurtenissen op deze planeet, helpen de herhaling ervan te voorkomen. Daarom zijn de voortdurende berichten dat in allochtone wijken van de grotere steden Turkse en Marokkaanse scholieren weigeren de les over de Sjoa bij te wonen of die zelfs saboteren, zo schokkend, omdat daarmee niet alleen uiting wordt gegeven aan de afwijzing van de lessen uit de Sjoa, maar zij zich ook plaatsen buiten de gemeenschap van het (nieuwe) vaderland. Dit zijn geen verzonnen verhaaltjes, maar gebeurtenissen waarvan ik kan getuigen.

Ook wanneer de sfeer op de meeste scholen zodanig is dat leerlingen met respect en huivering van de Sjoa kennis nemen, dan nog kan men zich afvragen welke morele en historische betekenis die herinnering heeft. De helaas overleden historicus professor Koen Koch heeft mij een aantal jaren geleden eens ‘bijgepraat’ over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Miljoenen sneuvelden en de gedenkvelden in België getuigen ervan. Deze columnist moest nog niet zo heel lang geleden toegeven geen of zeer weinig herinnering te hebben aan de verschrikkingen van die oorlog. Koen Koch stierf helaas voordat hij deze columnist en nog vele anderen kon rondleiden over de slagvelden van België. De kern van wat ik wil zeggen, is dat die oorlog in mijn historische beleving geen enkele rol van betekenis speelde en dus ook niet kan dienen als waarschuwing tegen het afschuwelijke.

Ik heb groot respect voor al degenen die zich inspannen de herinnering aan bijvoorbeeld de Sjoa, levend en levendig te houden. Hoewel men sceptisch kan zijn over het effect, maar een andere middel hebben we niet. Ik zou ook niet al te negatief zijn over het effect, want het is evident dat de ervaringen en de herinneringen aan vooral Europese oorlogen hebben geleid tot de oprichting van de Verenigde Naties en instituten die ertoe dienen de internationale rechtshandhaving te versterken en te beschermen. Geen overweldigend succes, maar toch voldoende om te kunnen beweren dat de internationale rechtsorde er na de Tweede Wereldoorlog een stuk beter uit is gaan zien dan in de jaren daarvoor.

Het handhaven en beschermen van de herinnering is ons belangrijkste historische en morele wapen, ook al zijn er miljarden mensen die de term Sjoa niet kennen. Reis eens door Azië en u zult versteld staan. Wanneer men vindt dat herinnering een belangrijke rol moet spelen in de opvoeding van honderden miljoenen, dan moet de beschaafde mens niet ophouden die herinnering vorm te geven en altijd weer nieuwsgierig zijn naar de feiten.

Uw columnist is nog altijd zeer nieuwsgierig naar de feiten. Voor mijn generatie, geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog, is die oorlog de belangrijkste en meest ingrijpende gebeurtenis denkbaar, ook al waren wij baby’s en peuters. In het prachtige Amerikaanse online blad Tablet lees ik over de filmer Boris Maftsir die de vernietiging van het Sovjet jodendom vrij recent opnieuw in kaart heeft gebracht, omdat de Sovjets de massavernietiging verzwegen. Ik lees dat er voordat de grote vernietiging in West-Europa begon in 1942, er in de toenmalige Sovjet-Unie al ongeveer 2.6 miljoen Joden waren gedood. Niet in gaskamers, maar op elke denkbare plaats die men kan verzinnen en met de meest extreme middelen. Ik wist dit absoluut niet en het speelde dus ook geen rol in mijn herinnering, ondanks mijn overmatige belangstelling.

De herinnering is dus een kostbaar iets waaraan het werk nooit mag stoppen.

Delen |

vrijdag 20 januari 2017

Wanneer deze vrijdag uw Crescasmagazine ‘op de mat’ valt, is het nog maar enkele uren totdat Donald Trump wordt ingezworen als president van de Verenigde Staten. Journalisten over de hele wereld hebben zich dan al krom geschreven over wat er valt te verwachten van deze toch wat vreemde en onvoorspelbare man. Nog steeds weten wij niet wat wij van Trump precies kunnen verwachten, maar zijn teksten over Europa, de nederzettingen, of de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem voorspellen op zijn minst veel tumult en misverstand. Zo langzamerhand voel ik mij bijna gedwongen mij bij Twitter aan te sluiten om maar niets te hoeven missen van de wijze waarop Trump via dat medium wereldpolitiek bedrijft.

Er is een bijzonder element, naar mijn mening tenminste, waaraan wij veel aandacht moeten geven omdat het van ongelooflijk belang is voor Israël. Dat punt is de vraag hoe de Amerikaans-Joodse gemeenschap zich ten opzichte van Trump positioneert. En uiteraard is dat vraagstuk sterk gekoppeld aan het beleid dat Trump wenst te voeren met betrekking tot de vele gevoelige en complexe vraagstukken die in het Midden-Oosten aan de orde zijn. Hoofdpunt lijkt mij de vraag of deze belangrijke, sterke en gemotiveerde gemeenschap de traditionele rol kan blijven vervullen van pleitbezorger en krachtige pressiegroep ten voordele van Israël. Niet voor niets wordt AIPAC, de Joodse lobby-organisatie voor Israël, beschreven als de krachtigste pressiegroep van de Verenigde Staten.

Er spelen enkele grote en tegenstrijdige vraagstukken binnen de Amerikaans-Joodse gemeenschap die met elkaar samenhangen en ook tegenkrachten oproepen. Het is daarbij goed om te weten wat welhaast het traditionele uitgangspunt was van de Amerikaans-Joodse gemeenschap: op basis van politieke eenheid politiek bedrijven ten gunste van Israël en het beleid van de regering in Jeruzalem niet ter discussie stellen. Ik geloof dat op deze basis de lobby van de Joodse gemeenschap in Amerika een enorm succes is geweest, ten bate van Israël, maar ook ten bate van Joodse gemeenschappen elders in de wereld. De enorme reeks van activiteiten varieerde van druk uitoefenen op het lokale lid van het Congres tot vele, zeer sophisticated bijeenkomsten tot op het hoogste niveau van het land. Geen lid van het Congres, senator, of leden van de regering, niemand kon zich onttrekken aan de invloed die uitging van de gemeenschap.

Het kernbegrip bij dit alles was de noodzaak van eenheid in opvatting en optreden. Deze dreigt nu verloren te gaan, beter gezegd is al vrijwel verloren en dit alles heeft mogelijkerwijze verregaande gevolgen. Het probleem is in essentie dat de regering van Benjamin Netanjahoe geen beleid meer voert dat volgens de meerderheid van Amerikaanse Joden aanvaardbaar is. Dat komt ook doordat het normaal was en is dat een trouwe meerderheid van de Amerikaanse Joden op de Democratische partij stemde, zo ook bij de laatste verkiezingen. Sinds het Franse en Engelse verraad in de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft Amerika Israël altijd gesteund, zowel politiek, economisch als militair. Het argument daarvoor lag in het feit dat Israël de enige democratie in het Midden-Oosten was en is, en – belangrijker nog – in het feit dat Amerika en Israël dezelfde morele en ethische waarden aanhingen. De jongere generaties Joden in Amerika stellen zich door het beleid van opeenvolgende Israëlische regeringen met betrekking tot de Westbank de vraag of de gebruikelijke solidariteit nog te rechtvaardigen is. Los nog van de vele vragen aan de Palestijnen, is het vooral het ethische en morele vraagstuk van voortgaande bezetting en uitholling van de democratie in Israël, dat maakt dat solidariteit met Israël geen onaantastbare waarde meer lijkt te zijn. De variant van deze opvatting is dat solidariteit nog bestaat op voorwaarde van een einde aan de bezetting en respect voor de kernwaarden van de democratie.

Het lijkt er verder op dat de eenheid verder wordt bedreigd door groeiende religieuze tegenstellingen, die vooral wordt gekenmerkt door extremere politieke opvattingen van de charediem en de chassidiem. Deze groepen winnen aan invloed ten koste van conservatieven en liberalen, ook al door het feit dat de bevolkingsgroei bij hen aanzienlijk groter is.

De leiders van de Amerikaanse Joden, waartoe steeds vaker ook de extreem rijke Joden van Los Angeles en New York met hun wens politieke invloed uit te oefenen behoren, zullen in de nabije toekomst – wellicht nu al – niet meer kunnen vertrouwen op een verenigde achterban. Zo verzwakt de belangenbehartiging van Israël en daar hoeft men niet blij mee te zijn. Anderen zullen zeggen dat deze ontwikkeling onvermijdelijk is zolang Israël een beleid voert met betrekking tot de bezetting zoals nu het geval is. What about Trump? Zijn te verwachten beleid zal dit proces alleen maar versnellen!

Delen |

vrijdag 13 januari 2017

Afgelopen zondag stap ik op het vliegveld Ben Goerion uit een taxi. Voordat ik weg kan lopen, voegt de chauffeur mij enigszins opgewonden toe dat er zo juist in Jeruzalem een aanslag is gepleegd: vier doden zeker, allen jonge Israëlische soldaten. Al heel vlug circuleert er een video van het gebeurde. Opnieuw is het een extremist die met een vrachtwagen mensen dood. Het is al bijna mode om het zo te doen. Ik zie het filmpje en ik voel de woede en de afkeer opkomen. Meer dan dat kan ik niet doen, behalve mij nog eens afvragen wat dit alles kan betekenen voor de enige democratie in het Midden-Oosten. De volgende dag zie ik de bekende foto’s van de begrafenissen: heel veel jonge mensen, meest soldaten, die huilend hun vriend of vriendin wegbrengen na een perverse aanval op mensen die in elk geval niet met terreur of wapens bezig waren. Zo cynisch is de oorlog van een terrorist, die geen enkele grens stelt aan de wijze van doden. Hamas deelt in Gaza op straat uit vreugde snoepjes uit aan de kinderen. In Gaza wordt kinderen verteld dat Israëlische burgers er alleen zijn om gedood te worden en dat wij, de Palestijnse kinderen, daar feest voor vieren. Hoe kan men zo nog iets van de toekomst verwachten?

Dat het vredesproces muurvast zit, kan een kind begrijpen. Ik geloof ook niet dat er iemand is die weet hoe het proces weer op gang kan worden gebracht, nog afgezien van de vraag wat er onder het vredesproces verstaan kan worden. De Israëlische activisten die illegaal nederzettingen vestigen en hun politieke steunpilaren hebben er vast een ander idee bij dan degenen die tot een aanvaardbaar compromis willen komen. Ik zou het niet aandurven daar enige voorspelling over te doen zo vlak voor het aantreden van de nieuwe Amerikaanse president, die op z’n minst geen toonbeeld is van continuïteit en consistentie. Veel zal zich afspelen op het interne Israëlische front en zo ook op het interne Amerikaanse front.

Naast dat wij afgelopen zondag met die ellende in Jeruzalem werden geconfronteerd, was het ook de interne Israëlische politiek die op scherp werd gezet, en dat had alles te maken met de vraag hoe een rechtssysteem als dat van Israël reageert op extremiteiten als die van zondag, of op het doodschieten van een Palestijn door een Israëlische soldaat terwijl de Palestijn al weerloos op de grond lag. Deze incidenten zijn allesbehalve de enige maatstaf. Immers, geconfronteerd met voortgaande terreur is het een ingewikkelde vraag hoe het rechtssysteem met al zijn verantwoordelijkheden en beperkingen reageert op extremisme. Ik begrijp woede en razernij, maar verzoek toch ook een tikje kalm te blijven en te overwegen op welke wijze het recht moet blijven functioneren. De extreme omstandigheden van het Israëlisch/Palestijnse conflict vereisen ook zelfbeperking en een zekere nuchterheid. Het Israëlische leger heeft zonder twijfel met veel geweld gerageerd, met allerlei soorten van maatregelen die wat mij betreft ook grenzen overschrijden. Maar ik leef niet in de omstandigheden van Israël, waar ik de plaatsen van geweld en terreur slechts af en toe passeer en vervolgens weer overga tot de orde van de dag.

Waar het toe kan leiden, zagen wij in de rechtszaak van de Israëlische soldaat die die op de grond liggende Palestijn doodschoot en door de rechtbank werd veroordeeld. Met volstrekt voorbijgaan aan de regels van de rechtstaat, namelijk dat réchtbanken oordelen, werd allerwegen door die vreselijke rechtse kliek in Jeruzalem gepleit voor vrijspraak of een pardon. Nog geen uren na de uitspraak, voegde ook Bibi zich bij dat koor. Waar is deze man uit een beroemde Joodse familie van intellectuelen toch mee bezig?

Tot mijn stomme verbazing was daar, naast de opperbevelhebber van het Israëlische leger, ook Avigdor Lieberman, toch een type rechts-extremist, die pleitte voor de handhaving van het rechtssysteem en voor het respecteren van de uitspraak van de rechters. Opluchting daarover, zeker, maar zijn de teksten van Lieberman en Eizenkoth genoeg om het evenwicht in het Israëlische recht te handhaven? Ik ben er somber over, omdat het wel lijkt dat twee grote groepen burgers, elk met de eigen politieke woordvoerders, met tegengestelde idealen tegenover elkaar staan. De eerste die daarvoor de prijs zal betalen is de enige democratie van het Midden Oosten!

Delen |

vrijdag 6 januari 2017

Ik was in de gelegenheid, door de moderne communicatiemiddelen, om de toespraak van John Kerry, live te zien. Naar mijn smaak was zijn toespraak in hoge mate een verdediging van het Midden-Oostenbeleid van de president en dat van John Kerry zelf. Daar is niets op tegen. Integendeel, het lijkt mij in de democratie een belangwekkend streven om aan het eind van de termijn als ambtsdrager verantwoording af te leggen voor wat men al of niet heeft gedaan.

In Amerika kun je spreken van een bijzondere situatie, omdat door het tweepartijenstelsel het vertrek van de ene president kan leiden tot een totaal ander beleid door zijn opvolger. Hoewel naar mijn smaak geenszins zeker op alle fronten, ziet het er toch naar uit dat waar het om Israel gaat in elk geval de toon en misschien de inhoud anders – geheel anders? – zal zijn.

Ik heb, zoals gezegd, de toespraak gezien en ook verschillende malen herlezen. Het was zeker heel goed dat Kerry het beleid nog eens helder en systematisch neerzette. De uitlatingen van leden van deze Israëlische regering na afloop van de toespraak, wezen er op dat men in de boezem van de club van Bibi liefst gort maakte van alles wat president Obama de afgelopen jaren heeft betekend voor Israël. De beslissing van de Amerikaanse regering om in de Veiligheidsraad eindelijk eens een keer het nederzettingenbeleid negatief te helpen beoordelen, leidde tot reacties in Jeruzalem die op zijn vriendelijkst gezegd hysterisch waren. Israël dat de halve wereld in de ban doet, dat zijn bijdrage aan de VN niet meer zal betalen en dat met loze gebaren die regeringen dreigt die Bibi niet bevallen. Het land Israël moge ons nog zo dierbaar zijn, maar het lijkt er toch op dat men in Jeruzalem de verhoudingen in de wereld niet meer geheel in zijn juiste proporties ziet. Dat is zeer betreurenswaardig, omdat ik in toenemende mate het gevoel heb dat veel landen, ook de vrienden van Israël, inmiddels meer dan genoeg hebben van het beleid van Israël daar waar het de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnen betreft. Het hysterische geschreeuw naar aanleiding van de resolutie van de Veiligheidsraad kan daar toch niet anders dan een teken van zijn.

Het eenvoudigste wat men kan doen, is om wat in New York gebeurde af te doen als een laatste stuiptrekking van de regering Obama. Nog een paar dagen en Barack Obama is weg en de volgende president neemt het heft in handen. Zo gaat dat nu eenmaal en dat zou een reden kunnen zijn het Obamaboek te sluiten.

Ik denk dat dit om tal van redenen heel dom zou zijn. Daar is in de eerste plaats, laat ik het noemen, een zeker historisch verantwoordelijkheidsbesef: wie was Obama wanneer het ging om het belang van het Joodse volk en van Israël? In de Israëlische krant Ha’aretz werd de toespraak gekarakteriseerd als in hoge mate zionistisch, pro-Israël en drie jaar te laat. Ik zou daar nog aan toe willen voegen: Obama was zich bewust van de veiligheidsbelangen van Israël en de Palestijnen.

De teleurstelling in de toespraak is gelegen in het feit dat deze te laat kwam, veel te laat. In wat Kerry zei, zit naar mijn oordeel niets nieuws of onverwachts. Degene die het Amerikaanse beleid de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet dat de Amerikaanse regering heeft gewerkt aan een redelijk compromis, dat de “twee-statenoplossing” werd genoemd en dat een nieuwe toekomst aan Israëli’s en Palestijnen kon bieden. Men moet vaststellen dat de politieke wil daartoe ontbrak.

De tweede reden waarom het boek niet dicht moet, is gelegen in het feit dat Trump wellicht een ander beleid gaat voeren, hetgeen wij op dit ogenblik in het geheel niet weten, maar dat het plan-Kerry in veel Israël vriendelijk gezinde landen toch het plan is dat tot vrede kan leiden en ook de basis vormt voor de wijze waarop men tegen Israel aankijkt. De regering van Israël weet waarmee men doorgaat: afbrokkeling van Israëls aanzien wanneer men in het bijzonder Kerry’s oordeel over het nederzettingenbeleid niet ter harte neemt. Dat beleid immers vormt het grote en unieke obstakel naar een vreedzame toekomst. De Palestijnen mogen dom en onbetrouwbaar zijn. Zij mogen Israël haten, maar het nederzettingenbeleid is bedoeld om hen enig toekomstperspectief te ontnemen. Hun antwoord had de keuze voor serieuze vredesbesprekingen moeten zijn. Die zouden bij redelijke mensen aan beide zijden niet eens lang hoeven te duren.

Met John Kerry ben ik het graag eens dat het nederzettingenbeleid ook een ideologische barrière vormt, die onoverbrugbaar is. Ook daarom dit beleid stoppen, omdat anders de toekomst van Israëli’s en Palestijnen wel heel ongewis wordt, afgezien nog van de zeer grote problemen in het Israël omringende Arabische gebied.

Ja zeker, John Kerry hield, te laat, als een vriend van Israël een belangwekkende toespraak. Men kan vrezen voor de toekomst, wat deze columnist doet, maar voor de visie van Obama en Kerry past zonder twijfel waardering.

Delen |

vrijdag 23 december 2016

Het is voor een stukjesschrijver een uitdaging die men niet kan weerstaan, op het einde van het jaar te schrijven over de vraag hoe wij er in deze wereld voorstaan. Ik hoef alleen de krantenkoppen van de afgelopen maanden nog eens terug te zien om de conclusie te trekken dat het er in onze wereld eigenlijk beroerd aan toe gaat. Dat was het dan en we konden weer wachten op het volgende jaareinde om een soortgelijke sombere conclusie te trekken.

Het is echter de vraag of deze conclusie in zijn algemeenheid de juiste is. Historici zullen benadrukken dat het in perspectief gezien beter gaat met onze wereld. Er zijn natuurlijk belangrijke uitzonderingen, zoals het milieuvraagstuk, waarvan vrijwel vaststaat dat het slechter gaat met ons milieu; dat er zelfs dramatische veranderingen gaande zijn en dat er goede redenen zijn om rigoureus onze leefstijl te wijzigen.

Toch gaat het op belangrijke punten veel beter met onze wereld. In Afrika is de honger aanzienlijk teruggedrongen, wordt de bestrijding van AIDS groots aangepakt en zien wij in een aantal Afrikaanse landen een indrukwekkende economische ontwikkeling. In India is de welvaart van een hele grote middenklasse fors toegenomen en is het wachten op verbetering van de situatie van de allerarmsten.
China staat op de drempel Amerika als grootmacht voorbij te gaan, terwijl wij de vele uitingen van Chinese welvaart vrijwel dagelijks kunnen tegenkomen in het Rijksmuseum en die andere te bezoeken culturele toppers. Hoewel het anders lijkt, is het aantal oorlogen drastisch afgenomen en al is het aantal slachtoffers in de bestaande conflicten nog steeds weerzinwekkend, het is ver verwijderd van de aantallen slachtoffers in de vele oorlogen van vorige eeuwen. Het klinkt misschien vreemd, maar ook in dit opzicht ziet de wereld er beter uit.

Ik vrees echter dat wanneer men op straat eens informeert naar de gevoelens van mensen (hetgeen een hele primitieve wijze van onderzoeken is!) men een geheel ander beeld zou krijgen van hoe mensen denken dat wij er voorstaan. Neem nu eens Nederland! Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft vele malen laten zien dat het in Nederland heel goed gaat. Wij behoren niet voor niets tot de rijkste landen in de wereld. De welvaartverdeling moge beter zijn, maar uit alles blijkt dat de Nederlanders een vrij tevreden volkje vormen. Desondanks wijzen alle tekenen in de nationale politiek er op dat wij in een maatschappij van diepgaande overgang leven, en het ziet er naar uit dat deze veranderingen in de politieke verhoudingen en de motieven om zich met de politiek te bemoeien blijvend zullen zijn. Dat geldt ook voor de religies of ideologieën die wij aanhangen: het is diepgaande verandering die aan de orde is. Ik hoorde op de radio een verslaggever iemand vragen wat Kerstmis betekende. De ondervraagde had, zoals hij zei, geen benul!

Het is een uiterst boeiende observatie om óók vast te stellen dat het de wereld op tal van punten beter gaat; dat wij spectaculaire verbetering zien van de welvaart (Afrika) en dat de westerse democratische wereld voor een deel nog zeer welvarend is en dat desondanks ontevredenheid, boosheid en verwarring in dat deel van de wereld de belangrijkste drijfveren zijn van ontevredenheid en protest. Voeg daarbij het feit dat de opvang van grote aantallen vreemdelingen in toenemende mate tot verzet leidt, naast de achterstelling van vele zogeheten allochtonen, en men heeft het recept voor verwarring en instabiliteit. Kijk naar al die landen in Europa waar men met gemak deze feiten waarneemt.

Mijn gevoel is dat de enorme verbetering, zoals ik hierboven schetste, die wij op onze aardbol hebben gezien, geen enkele rol speelt in de beoordeling van hoe het er op dit moment aan toe gaat in grote delen van de eerste en tweede wereld: ontevredenheid en malaise, welke leidt tot het bijna opblazen van ons politieke stelsel. In dit opzicht beëindig ik het jaar met een sterk gevoel van pessimisme. Ik zie geen oplossingen; ik zie onvoldoende politiek leiderschap en ik vrees dat het gevoel van malaise nog lange tijd zal overheersen.

Delen |
feb 2017De Sjoa en wat de herinnering waard is
jan 2017Amerikaans jodendom staat op scheuren
jan 2017Wat kan democratie in Israël nog aan?
jan 2017John Kerry, indrukwekkend en te laat
dec 2016Een wereld in verwarring
dec 2016Ontroerende onzin: vreugde en verdriet
dec 2016Is er ook een andere Arabische wereld?
nov 2016Trump, de Israëli's, de Palestijnen
nov 2016Toch Trump!
nov 2016De strijd om de democratie: waar of niet waar?
okt 2016Is er reden voor optimisme en/of pessimisme?
sep 2016Shimon Peres
sep 2016Goodbye Barack Obama!
sep 2016Kraakt de staat?
sep 2016Was Bibi echt hier?
aug 2016Veel dank aan Michel Waterman!
aug 2016De Balfour-verklaring van Mahmoud Abbas
aug 2016Open brief aan mevrouw Sima Vaknin
aug 2016Toch nog een keer Abou Jahjah
jul 2016De wereld zonder Elie Wiesel
jun 2016De AOW-ers van de Westbank
jun 2016Terug naar Sykes-Picot?
jun 2016Wat is er aan de hand in het land Israël?
mei 2016Antizionisme en antisemitisme
mei 2016Welk hart voor het leger van Israël?
apr 2016Pesach en de Joodse identiteit
apr 2016Hoe kapitalistisch is Israël?
mrt 2016Leven met terreur
mrt 2016Ontkerkelijking in de Joodse wereld?
mrt 2016Vliegen met El Al en naast mij …
feb 2016Strategische verandering in en rond Syrië
feb 2016Het drama Olmert
feb 2016Overwinning van grote betekenis
jan 2016Geweld en de rechtsstaat
jan 2016Verkettering van links Israël
jan 2016Wat kan ons nog optimistisch maken in 2016?
dec 2015Efraim Halevy: “Israël is onvernietigbaar”
dec 2015Bij de dood van Jossi Sarid
dec 2015De militairen zijn verstandiger dan de politici
nov 2015Schwarze dwang in het moderne Israël
nov 2015Israël is alweer boos
nov 2015Ja of nee tegen Mohammed Abbas?
okt 2015Twee of één: that's the question
okt 2015Opnieuw de vluchtelingen
okt 2015Het wordt steeds erger
okt 2015Het gevecht om Syrië is begonnen
sep 2015Opnieuw over de vluchtelingen
aug 2015Vluchtelingen, de morele uitdaging van deze tijd
aug 2015Een Namenwand en een Sjoamuseum
aug 2015Woede en verdriet
jul 2015Voor of tegen de Iran-deal?
jul 2015Wordt Israël omsingeld?
jun 2015Amsterdam en Tel Aviv
jun 2015Het Israël van vandaag
mei 2015Op weg naar Jeruzalem
mei 2015Hoe herboren is Duitsland?
mei 2015Welke toekomst voor Israël?
mei 2015Weer een schandaal aan de Klaagmuur
apr 2015Opnieuw Iran
apr 2015Ja of neen tegen Iran
mrt 2015Na het weekend een koude douche
mrt 2015Wanneer het stof optrekt, dan ...?
feb 2015Deze keer had Bibi gelijk
feb 2015Het verschijnsel Bibi
jan 2015Wat nu met onze islam?
jan 2015De dag na Parijs
jan 2015Ja, een echt verschrikkelijke dreun
jan 2015Lang leve Lieberman?
dec 2014Verkiezingen in Israël: kan het tot iets leiden?
nov 2014Crisis rond nieuwe wet
nov 2014Bezorgdheid alom
okt 2014Wij missen Jitschak Rabin
okt 2014Al weer de emigratie
okt 2014Wie stopt de Joodse extremisten?
okt 2014Dubbelhartig gepraat
sep 2014Intern zielsdebat II
sep 2014Nederland en de Islamitische Staat
sep 2014Gaza en de politiek van Israël
aug 2014Nederland is nu een ander land
aug 2014Keuzes doen pijn
jul 2014Wat de Gaza-oorlog niet allemaal oproept!
jul 2014Wanhoop over vrede
jun 2014Omsingeling van Israël?
jun 2014Is het echte eenheid?
jun 2014Dramatische clash met VS
mei 2014De moord, het antisemitisme en Bibi
mei 2014Vijftig jaar PLO
mei 2014Het Joodse gevecht in Amerika
mei 2014Abbas de bedrieger
apr 2014Anne Frank
apr 2014Crisis en politieke cultuur
mrt 2014Diplomaten die staken
mrt 2014Erkenning van de (Joodse) staat?
mrt 2014Het gevecht van de zeer vromen
feb 2014Ook ruzie met Duitsland
feb 2014Nogmaals het monument van het Auschwitz Comité
jan 2014Nog een Auschwitzmonument?
jan 2014Ariel Sharon
jan 2014Nederlandse regering: treed op!
jan 2014Roulette in 2014?
dec 2013Nederland, Israël, Palestina
nov 2013De uitdaging van de Liberalen
nov 2013Ari Shavit´s Mijn Beloofde Land: een boek om niet te missen
nov 2013Verwarring alom?
nov 2013Wat is anti-Israël?
okt 2013Religie in Israël
okt 2013Heeft het Amerikaanse jodendom toekomst?
okt 2013Peres versus Netanjahoe
sep 2013Shimon Peres
sep 2013Bezinning
aug 2013Syrië, drama en dilemma
aug 2013De vrede: tactiek of doel?
jul 2013Vanwaar de boycott?
jul 2013Frans Timmermans
jun 2013Shimon Peres 90 jaar
jun 2013Er verandert iets ten goede!
mei 2013Yair Lapid: nu al gevallen
mei 2013Advies van de AIV-wijzen
mei 20134 Mei
apr 2013Het geluk in Israël
apr 2013Waarom is Israël zo gelukkig?
mrt 2013Is het antisemitisme terug?
mrt 2013De sprong in het onzekere diepe
mrt 2013De Partij van de Arbeid: vergeten partij?
feb 2013Zijn er tekenen van hoop?
feb 2013Weg met de geestelijke dictatuur!
feb 2013De Joodse gemeente van de toekomst
jan 2013De brief van Eric Yoffie
jan 2013Somber en/of optimistisch?
dec 2012De Arabische wereld kookt
nov 2012Amsterdamse Joden en Moslims
nov 2012 Wie heeft gewonnen?
nov 2012Toekomst van onzekerheid
nov 2012Israël en de Apartheid
okt 2012Israël en de Mensenrechten
okt 2012Joodse identiteit: waar hebben we het over?
aug 2012Het onopvallende Levy-rapport
jul 2012Het gevecht om de dienstplicht
jun 2012Terug in Amsterdam
mei 2012De politieke kleur van de Tora
mei 2012Het debat begint nu pas
mei 2012Die wonderlijke Israëlische politiek
apr 2012De mensenrechten en Israël
apr 2012Hoe betrekkelijk vrijheid is
mrt 2012De Holocaust en Iran
mrt 2012De kunst van Tsedaka
feb 2012De moraal en de Joodse moraal
feb 2012Het geloof in de aanval
feb 2012Welke orthodoxie is aan de winnende hand?
jan 2012Süskindfilm benadert werkelijkheid
dec 2011Het recht heeft gezegevierd
dec 2011Een paar dagen in Israël
nov 2011Een antwoord aan Iran
nov 2011Een reactie
okt 2011Gilad Shalit: recht en onrecht
sep 2011Gemeenschap kraakt in zijn voegen
sep 2011Zionisme opnieuw uitgevonden?
sep 2011Het ‘feest’ kan beginnen
jul 2011Ter kennismaking