inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Anne Maria van Hilst

Anne-Maria van Hilst (1988), geboren in Amsterdam, studeerde geschiedenis en Hebreeuws aan de Universiteit van Amsterdam. Zij specialiseerde zich in 'tznioet en seksualiteit bij Joodse vrouwen'. Tijdens en na haar studie werd ze actief in het interreligieuze veld. Zij geeft lezingen en gastlessen bij diverse geloofsgemeenschappen en ze organiseert interreligieuze bijeenkomsten. Sinds 2017 is Anne-Maria co-hoofd onderwijs bij de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam.

vrijdag 8 maart 2019

Voor mijn werk kom ik op veel verschillende plekken. Ik heb al lezingen gegeven in kerken, moskeeën, kloosters, hogescholen en musea. In januari werd mij door een vriend van mij echter gevraagd om iets heel anders te organiseren. Hij geeft geschiedenis en maatschappijleer op het Luzac in Alkmaar. Voor het vak maatschappijleer wilde hij graag het religieuze leven in de stad laten zien. Een aantal jaren geleden heb ik al in Alkmaar gewerkt voor een interreligieuze vrouwengroep, dus de contacten waren snel gemaakt. Het was erg mooi om te zien hoe enthousiast de verschillende gebedshuizen reageerden op mijn verzoek voor een bezoek.

Na al het regelwerk was het eind januari eindelijk zo ver. Met een groepje van drie jongens van mavo 3 gingen we langs bij een synagoge, moskee en lutherse kerk. Voor de meeste leerlingen, en de leraar, was het de eerste keer dat ze een moskee en een synagoge van binnen zagen. Omdat de afstanden soms best ver waren propten we ons met z’n vijven in een kleine auto, wat voor grote hilariteit zorgde. Het was een van die extreem regenachtige dagen en de ramen van de auto besloegen zodanig dat de bestuurder amper naar buiten kon kijken. Na al deze halsbrekende toeren werden we gelukkig heel warm ontvangen met thee, dadels, water, koffie en nog veel meer. De leerlingen kregen uitgebreid de kans om vragen te stellen en rond te kijken in het gebedshuis.

Aan het eind van de zeer lange maar inspirerende dag kletste ik nog even na met een van de leerlingen van alevitisch Turkse achtergrond. Wat hij toen zei maakte mijn week: “Ik wist niet dat verschillende religies ook met elkaar kunnen praten zonder ruzie te maken.”

Als nou meer mensen dat zouden weten …

Delen |

vrijdag 1 februari 2019

De afgelopen maanden ben ik druk bezig geweest met de organisatie van een interreligieus seminar over seksualiteit en traditie. Seksualiteit is een thema dat altijd controversieel is. Of je bent te preuts of je bent juist te promiscue. Iemand is te open over haar seksualiteit of juist te gesloten. Zelfs binnen een gezin of levensbeschouwelijke groep kunnen er al veel verschillen en taboes zijn. Laat staan als je het gesprek breder trekt en er andere levensbeschouwelijke of culturele groepen bij laat komen.

Deze voorbereidingen hebben mij veel geleerd over interreligieuze gesprekken in het algemeen. Wat voor associaties heb je bijvoorbeeld bij bepaalde begrippen? Toen een van mijn medeorganisatoren vertelde dat zij het voor haar fijn voelde dat er binnen haar levensbeschouwing sterke grenzen zijn aan haar seksualiteit gingen bij mij de haren recht overeind staan. Ik bepaal toch lekker zelf wel wat/waar mijn grenzen zijn? Zij legde echter uit dat het haar een structuur gaf en middelen om zelf aan te geven wat ze wel en niet wilde.

Binnen elk interreligieus gesprek is het belangrijk om vast te stellen wat je beiden bedoelt. Dit geldt nog dubbel voor een gesprek over een lastig onderwerp zoals seksualiteit. Dit kan alleen door te blijven doorvragen. Over je eigen emoties heen. Ik ben hierbij echt door schade en schande wijs geworden. Ik heb mensen gechoqueerd en heb emotionele gesprekken gevoerd, maar uiteindelijk heb ik heel veel geleerd.

Delen |

vrijdag 21 december 2018

Het is alweer een tijdje geleden dat ik mijn laatste column schreef voor Crescas. Altijd is het maar druk, druk, druk. Ik denk dat de meesten van u wel herkennen dat Chanoeka dan wel heel gezellig is, maar dat je wel overal tegelijkertijd moet zijn. First world problems – ik weet het.

Een van de dingen waar ik de afgelopen weken druk mee was, was het feest bij het 25-jarig jubileum van Menno ten Brink als rabbijn. Hij werd hierbij in een volle sjoel toegesproken door LJG-voorzitter Hans Weijel, vicepremier Hugo de Jonge en burgemeester Femke Halsema. De laatste twee roemden Menno vooral om zijn activiteiten in de (interreligieuze) dialoog. Hij kreeg hiervoor zelfs de Frans Banninck Cocq Penning van burgemeester Halsema.

Een aantal van die dialoogpartners was aanwezig bij de plechtigheid. Ik maakte een rondje onder de aanwezigheden en voor ik het wist verdween ik in een hele hartelijke omhelzing. Mijn lieve ‘knuffelopa’s’ Mustafa Slaby en Mohammed Echarrouti lieten meteen merken hoe blij ze waren mij weer te zien.

Inmiddels ken ik beiden al enkele jaren. Bij diverse gelegenheden kwamen ze bij ons in de synagoge langs en wij in de moskee. Zo vierden hun leerlingen bij ons de modelseder mee met de kinderen van Talmoed Tora en zijn onze leerlingen langs geweest voor een bezoek aan hun lessen.

Elke keer als ik Mustafa hoor praten, word ik emotioneel over zijn kracht en kennis. Hij zet zich zo in voor zijn land Nederland, het land waar hij als een van de eerste gastarbeiders naartoe kwam, en zijn inwoners. Een paar jaar geleden liep ik op hem af na een toespraak en zei dat ik hem zo bewonderde en hem eigenlijk een knuffel wilde geven, maar dat ik snapte dat dat niet gepast was. Hij opende zijn armen en zei: “Ach, kom hier meisje.” Sindsdien krijg ik elke keer dat ik hem zie, heel veel knuffels van hem. We worden soms wel gek aangekeken: een Marokkaanse man van rond de zeventig en een Joodse vrouw van rond de dertig in een stevige knuffel. Maar ach, wat heb ik het soms nodig en wat voelt het fijn. Hij lijkt aan te voelen wanneer ik het het meest nodig heb, wanneer ook ik twijfel aan het nut van de dialoog. Wanneer ik bang ben, me verdrietig voel. Juist dan krijg ik de meest stevige knuffels van hem en voel ik me weer gesteund.

Samen staan we sterk!

Delen |

vrijdag 26 oktober 2018

De afgelopen weken was er discussie over een uitzending van RTL Late Night. De presentator, Twan Huys, zou hebben beloofd dat een van de gasten niet aan tafel zou hoeven zitten met een andere gast. Na de gast veel ruimte te hebben gegeven om haar verhaal te vertellen, verbrak hij toch die belofte. Voor ik hier een discussie oprakel over zwarte pieten en het wel of niet gelijk hebben van de #blokkeerfriezen, het ging mij om wat anders. De kern voor mij lag hier: mag of moet je weigeren het gesprek aan te gaan met iemand?

In mijn werk heb ik dikwijls te maken met mensen die ideologisch lijnrecht tegenover me staan. Mensen met antisemitische samenzweringstheorieën of juist mensen die in alle moslims de vijand zien. Je kan je voorstellen dat deze gesprekken lang niet altijd soepel verlopen. Soms maken de gesprekken me verdrietig, soms boos. Het is angstaanjagend te horen wat sommige mensen denken over een groep mensen die dichtbij je staat. Een groep waar je zelf toe behoort of een groep waar je vrienden hebt.

Als mensen horen wat ik allemaal tegenkom in mijn gesprekken, schrikken ze. Hoe kan je praten met iemand die zegt dat zionisten bloed van islamitische kinderen offeren aan een eenogige god? Door met dit soort mensen te praten, zou je hun denkbeelden legitimeren. Ik vraag me alleen af wat het alternatief is. Niet tegen ze praten? Die mensen blijven toch bestaan, met hun denkbeelden. Je kan ze niet ‘wegdenken’. Door niet het gesprek aan te gaan en jezelf als het ware ‘boven’ mensen met een ander gedachtegoed te stellen, wek je alleen maar meer irritatie op. Als je gelijkwaardig het gesprek aangaat, is dit vaak anders.

Ik zeg dit natuurlijk wel heel makkelijk, maar ook ik heb mijn tranen moeten onderdrukken toen iemand mij vertelde dat “iedereen wist dat Joden geen mensen zijn.” Of toen een leerling mij vertelde dat ik geen Nederlander was, omdat ik niet blond en lang ben en mijn oma in Oostenrijk is geboren. Ook ik word bang als iemand voor mijn voeten spuugt en mij K-Jood noemt. Maar wat is het alternatief …?

Delen |

vrijdag 5 oktober 2018

Het vak Levensbeschouwing is en blijft een grote interesse van mij. Al op de middelbare school raakte ik geïntrigeerd in wat geloof kan doen met een mens. Geloof kan een mens kracht geven, geloof kan een mens breken. Toen mijn oma een paar maanden geleden op sterven lag, kwam het geloof weer heel dichtbij haar. Was ze wel een goed mens geweest? Waarom had ze dan zoveel pijn? Haar geloof gaf haar ook angst. Ze voelde zich machteloos. Ze was bang dat haar christelijke God haar niet kon vergeven en dat ze daarom eeuwig zou lijden. Dat vond ik moeilijk om te zien.

Geloof werkt voor mij anders. Ik denk niet dat er een God is die je straft voor wat je fout hebt gedaan of hebt geloofd. Niet in een God die een vrouw van 97 met veel pijn laat sterven. Zeker niet als haar intenties goed waren. Wanneer het als mens je intentie is om een goed mens te zijn, om van de wereld een mooiere plek te maken, ben je goed bezig. Bidden en geloven zijn hierbij secundair. Het gaat om wat je doet. Hier word je niet voor beloond of gestraft. Het gaat niet om jou, maar om de wereld. Ik probeer de wereld mooier te maken door mensen met elkaar in gesprek te laten komen. Mijn beloning is vriendelijkheid te zien in gezichten van ‘de ander’.

Toch maakt iedereen wel eens een fout, bewust of onbewust. Je laat je eigen verlangens soms voorgaan op die van een ander. Het is nooit te laat om dit te herstellen. Als je oprecht spijt hebt, kan het goedkomen. Niet (alleen) door te bidden, maar vooral door naar degene toe te gaan die je kwaad hebt gedaan. Zeker tijdens de Jamiem Noraiem, de dagen van inkeer. Geloof geeft mij kracht, zelfstandigheid. In het Jodendom gaat men uit van de eigen kracht, de eigen verantwoordelijkheid. Of zoals in de Netflix-serie Orange is the New Black wordt gezegd: “De joodse God is een werkwoord, je moet er iets voor doen.”

Veel van mijn niet-Joodse vrienden snappen dit niet. De gelovige vrienden zeggen dat je moet bidden tot God en boete moet doen. Waarom is het nog een geloof als je God er niet bij betrekt? De niet-gelovige vrienden worden moe van mijn zoveelste sorry. Of dit de goede methode voor iedereen is? Ik weet het niet, maar voor mij werkt het.


Deze column van Anne-Maria van Hilst verdween in de digitale ruimte, maar wij willen u haar gedachtes niet onthouden.

Delen |
mrt 2019Zonder ruzie
feb 2019Seksualiteit
dec 2018Samen sterk
okt 2018In gesprek blijven
okt 2018Intenties
aug 2018Bubbels
jun 2018Stel vragen