inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Anne Maria van Hilst

Anne-Maria van Hilst (1988), geboren in Amsterdam, studeerde geschiedenis en Hebreeuws aan de Universiteit van Amsterdam. Zij specialiseerde zich in 'tznioet en seksualiteit bij Joodse vrouwen'. Tijdens en na haar studie werd ze actief in het interreligieuze veld. Zij geeft lezingen en gastlessen bij diverse geloofsgemeenschappen en ze organiseert interreligieuze bijeenkomsten. Sinds 2017 is Anne-Maria co-hoofd onderwijs bij de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam.

vrijdag 21 december 2018

Het is alweer een tijdje geleden dat ik mijn laatste column schreef voor Crescas. Altijd is het maar druk, druk, druk. Ik denk dat de meesten van u wel herkennen dat Chanoeka dan wel heel gezellig is, maar dat je wel overal tegelijkertijd moet zijn. First world problems – ik weet het.

Een van de dingen waar ik de afgelopen weken druk mee was, was het feest bij het 25-jarig jubileum van Menno ten Brink als rabbijn. Hij werd hierbij in een volle sjoel toegesproken door LJG-voorzitter Hans Weijel, vicepremier Hugo de Jonge en burgemeester Femke Halsema. De laatste twee roemden Menno vooral om zijn activiteiten in de (interreligieuze) dialoog. Hij kreeg hiervoor zelfs de Frans Banninck Cocq Penning van burgemeester Halsema.

Een aantal van die dialoogpartners was aanwezig bij de plechtigheid. Ik maakte een rondje onder de aanwezigheden en voor ik het wist verdween ik in een hele hartelijke omhelzing. Mijn lieve ‘knuffelopa’s’ Mustafa Slaby en Mohammed Echarrouti lieten meteen merken hoe blij ze waren mij weer te zien.

Inmiddels ken ik beiden al enkele jaren. Bij diverse gelegenheden kwamen ze bij ons in de synagoge langs en wij in de moskee. Zo vierden hun leerlingen bij ons de modelseder mee met de kinderen van Talmoed Tora en zijn onze leerlingen langs geweest voor een bezoek aan hun lessen.

Elke keer als ik Mustafa hoor praten, word ik emotioneel over zijn kracht en kennis. Hij zet zich zo in voor zijn land Nederland, het land waar hij als een van de eerste gastarbeiders naartoe kwam, en zijn inwoners. Een paar jaar geleden liep ik op hem af na een toespraak en zei dat ik hem zo bewonderde en hem eigenlijk een knuffel wilde geven, maar dat ik snapte dat dat niet gepast was. Hij opende zijn armen en zei: “Ach, kom hier meisje.” Sindsdien krijg ik elke keer dat ik hem zie, heel veel knuffels van hem. We worden soms wel gek aangekeken: een Marokkaanse man van rond de zeventig en een Joodse vrouw van rond de dertig in een stevige knuffel. Maar ach, wat heb ik het soms nodig en wat voelt het fijn. Hij lijkt aan te voelen wanneer ik het het meest nodig heb, wanneer ook ik twijfel aan het nut van de dialoog. Wanneer ik bang ben, me verdrietig voel. Juist dan krijg ik de meest stevige knuffels van hem en voel ik me weer gesteund.

Samen staan we sterk!

Delen |

vrijdag 26 oktober 2018

De afgelopen weken was er discussie over een uitzending van RTL Late Night. De presentator, Twan Huys, zou hebben beloofd dat een van de gasten niet aan tafel zou hoeven zitten met een andere gast. Na de gast veel ruimte te hebben gegeven om haar verhaal te vertellen, verbrak hij toch die belofte. Voor ik hier een discussie oprakel over zwarte pieten en het wel of niet gelijk hebben van de #blokkeerfriezen, het ging mij om wat anders. De kern voor mij lag hier: mag of moet je weigeren het gesprek aan te gaan met iemand?

In mijn werk heb ik dikwijls te maken met mensen die ideologisch lijnrecht tegenover me staan. Mensen met antisemitische samenzweringstheorieën of juist mensen die in alle moslims de vijand zien. Je kan je voorstellen dat deze gesprekken lang niet altijd soepel verlopen. Soms maken de gesprekken me verdrietig, soms boos. Het is angstaanjagend te horen wat sommige mensen denken over een groep mensen die dichtbij je staat. Een groep waar je zelf toe behoort of een groep waar je vrienden hebt.

Als mensen horen wat ik allemaal tegenkom in mijn gesprekken, schrikken ze. Hoe kan je praten met iemand die zegt dat zionisten bloed van islamitische kinderen offeren aan een eenogige god? Door met dit soort mensen te praten, zou je hun denkbeelden legitimeren. Ik vraag me alleen af wat het alternatief is. Niet tegen ze praten? Die mensen blijven toch bestaan, met hun denkbeelden. Je kan ze niet ‘wegdenken’. Door niet het gesprek aan te gaan en jezelf als het ware ‘boven’ mensen met een ander gedachtegoed te stellen, wek je alleen maar meer irritatie op. Als je gelijkwaardig het gesprek aangaat, is dit vaak anders.

Ik zeg dit natuurlijk wel heel makkelijk, maar ook ik heb mijn tranen moeten onderdrukken toen iemand mij vertelde dat “iedereen wist dat Joden geen mensen zijn.” Of toen een leerling mij vertelde dat ik geen Nederlander was, omdat ik niet blond en lang ben en mijn oma in Oostenrijk is geboren. Ook ik word bang als iemand voor mijn voeten spuugt en mij K-Jood noemt. Maar wat is het alternatief …?

Delen |

vrijdag 5 oktober 2018

Het vak Levensbeschouwing is en blijft een grote interesse van mij. Al op de middelbare school raakte ik geïntrigeerd in wat geloof kan doen met een mens. Geloof kan een mens kracht geven, geloof kan een mens breken. Toen mijn oma een paar maanden geleden op sterven lag, kwam het geloof weer heel dichtbij haar. Was ze wel een goed mens geweest? Waarom had ze dan zoveel pijn? Haar geloof gaf haar ook angst. Ze voelde zich machteloos. Ze was bang dat haar christelijke God haar niet kon vergeven en dat ze daarom eeuwig zou lijden. Dat vond ik moeilijk om te zien.

Geloof werkt voor mij anders. Ik denk niet dat er een God is die je straft voor wat je fout hebt gedaan of hebt geloofd. Niet in een God die een vrouw van 97 met veel pijn laat sterven. Zeker niet als haar intenties goed waren. Wanneer het als mens je intentie is om een goed mens te zijn, om van de wereld een mooiere plek te maken, ben je goed bezig. Bidden en geloven zijn hierbij secundair. Het gaat om wat je doet. Hier word je niet voor beloond of gestraft. Het gaat niet om jou, maar om de wereld. Ik probeer de wereld mooier te maken door mensen met elkaar in gesprek te laten komen. Mijn beloning is vriendelijkheid te zien in gezichten van ‘de ander’.

Toch maakt iedereen wel eens een fout, bewust of onbewust. Je laat je eigen verlangens soms voorgaan op die van een ander. Het is nooit te laat om dit te herstellen. Als je oprecht spijt hebt, kan het goedkomen. Niet (alleen) door te bidden, maar vooral door naar degene toe te gaan die je kwaad hebt gedaan. Zeker tijdens de Jamiem Noraiem, de dagen van inkeer. Geloof geeft mij kracht, zelfstandigheid. In het Jodendom gaat men uit van de eigen kracht, de eigen verantwoordelijkheid. Of zoals in de Netflix-serie Orange is the New Black wordt gezegd: “De joodse God is een werkwoord, je moet er iets voor doen.”

Veel van mijn niet-Joodse vrienden snappen dit niet. De gelovige vrienden zeggen dat je moet bidden tot God en boete moet doen. Waarom is het nog een geloof als je God er niet bij betrekt? De niet-gelovige vrienden worden moe van mijn zoveelste sorry. Of dit de goede methode voor iedereen is? Ik weet het niet, maar voor mij werkt het.


Deze column van Anne-Maria van Hilst verdween in de digitale ruimte, maar wij willen u haar gedachtes niet onthouden.

Delen |

vrijdag 10 augustus 2018

De afgelopen weken was ik ziek thuis met een longontsteking. Toen ik me weer een beetje in het land der levenden bevond, sloeg de verveling snel toe. Na een aantal binge watch sessies van onder andere de Israëlische hitserie Fauda, ging ik maar de social media op.

Door mijn werk in de interreligieuze dialoog heb ik veel niet-Joodse vrienden. Hierdoor zie ik dingen voorbijkomen op social media die normaal niet bij mijn Amsterdamse-linkse-jongeren-bubbel horen. Berichten van rechts Nederland over vluchtelingen maar ook pro-Palestijnse berichten. Hoewel ik deze berichten met een korreltje zout neem, probeer ik het wel te lezen om op de hoogte te zijn wat ‘de ander’ denkt. Soms leer je wat nieuws.

Andersom probeer ik ‘de ander’ ook bloot te stellen aan mijn bubbel. Zo had onze rabbijn, Menno ten Brink, een mooie droosje geschreven over de nieuwe wet op de Joodse natiestaat in Israël. Iets waar vooral mijn islamitische vrienden kritiek op hebben.

Veel van de kritiek is begrijpelijk. Ik sta ook helemaal achter de kritiek die wordt verwoord in de droosje van Menno. In andere bubbels is deze wet, net zoals veel nieuws uit Israël, echter omringd met samenzweringstheorieën die, mijns inziens, niet kloppen. Een van die theorieën is dat ‘de’ Israëli’s of zelfs ‘de’ Joden hiermee laten zien dat we alle niet-Joden Israël uit willen hebben. Het is altijd al even lachen als je merkt dat mensen denken dat je Joden het eens kan laten worden; ik wil ze dan altijd uitnodigen bij een vergadering in de Joodse wereld …

Door informatie van mijn bubbel te delen laat ik zien dat hoewel velen van ons, inclusief ikzelf, volledig achter het bestaansrecht van Israël staan, we wel kritisch zijn op sommige ontwikkelingen daar. Er is niet één Joodse of Israëlische mening. En veel van het nieuws van ‘de ander’ ligt veel genuanceerder dan wij van een afstand kunnen zien. Daarom is het zo belangrijk eens bij een ander in de bubbel te kijken of ze uit te nodigen in jouw bubbel.

Welke bubbel zou jij een keer een blik in willen werpen?

Delen |

vrijdag 15 juni 2018

Religie is altijd al mijn passie geweest. Zozeer, dat ik mijn studerend leven begonnen ben met een studie Wereldreligie in Leiden. Deze keuze bleek toch niet helemaal bij mij te passen, vandaar dat ik na het behalen van mijn propedeuse ben teruggekeerd naar Amsterdam. Toch ben ik (het bloed kruipt waar het niet gaan mag), naast mijn studies in Hebreeuws en Geschiedenis, actief geworden in het interreligieuze veld. Hierbij leid ik gesprekken tussen verschillende groepen mensen. Joden en niet-Joden, vrouwen en mannen, allochtonen en autochtonen. Sommige dialogen hebben een wetenschappelijk karakter, andere zijn laagdrempeliger ingestoken. In mijn columns voor Crescas wil ik u graag een kijkje geven in de wereld van de interreligieuze dialoog.

Juist op thema’s die mijn bijzondere interesse hebben, zoals seksualiteit en eerbaarheid, valt er veel van elkaar te leren. De prikkelende en controversiële onderwerpen leiden vaak tot een dosis humor en laagdrempeligheid. Het toppunt was toen ik in een klooster in Huissen in een bloot jurkje op hakken een groep monniken aan het vertellen was over vrouwelijk genot. In het christendom, en zeker voor monniken, is seksualiteit vaak een heel zwaar onderwerp en nu vertelde een jonge vrouw hun opeens over seks …

Iets wat regelmatig aan de orde komt, is de pluriformiteit binnen het Jodendom. Veel niet-Joden (onbekend met het Jodendom) hebben een heel eenzijdig beeld van ‘de Jood’ of ‘het Jodendom’. Wanneer ik met hen lern, valt het op dat er al lernend wordt gezocht naar het ‘juiste’ antwoord. Wanneer ik vervolgens aangeef dat juist de discussie het doel is, niet het middel, en dat (bijna) alles open is voor interpretatie, krijg ik geschokte reacties.

Eén van de aspecten die mij het meest aanspreekt in het Jodendom, is de nadruk op het stellen van vragen. Dat is ook datgene wat ik vooral propageer, zowel in de intra- als interreligieuze dialoog: stel vragen! Niks is hierbij taboe. Hoewel sommige vragen, zeker buiten onze eigen veilige enclave, soms confronterend kunnen zijn, heeft het ook voordelen. Je hebt een actieve houding nodig, je moet blijven reflecteren op je eigen mening en bereid zijn deze bij te stellen. Vaardigheden die op andere vlakken ook nuttig kunnen zijn.

Het spreekt voor zichzelf dat kennis van bepaalde teksten een voorwaarde is om mee te kunnen discussiëren. Dicht bij de traditie blijven, zonder daarbij mijn eigen stem en interpretatie te verliezen, daar haal ik veel energie uit.

Ik stuit soms op lastige situaties; uit onwetendheid worden mij weleens vragen gesteld die kwetsend kunnen zijn. Vragen over de Sjoa of over Israël bijvoorbeeld. Natuurlijk zitten er mensen bij die vragen stellen met het doel mij te triggeren. Maar de meesten zijn oprecht geïnteresseerd en benieuwd. Voor mij geldt: heb liever dat me de vraag wordt gesteld dan dat er aannames worden gedaan.

Door vragen te stellen, juist in de interreligieuze dialoog, kan ik vooroordelen voorkomen. Ik hoor verhalen over de ander, maar kloppen deze ook? Als ik na ga hoeveel verkeerde aannames over Joden gedaan worden, kan ik mij niet voorstellen dat onze aannames over andere religies of levensbeschouwingen ook altijd kloppen. Regelmatig word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik ben ervan overtuigd: alleen door het gesprek aan te gaan en de moeilijke vragen te beantwoorden en ze ook te stellen komen we nader tot elkaar.

Delen |
dec 2018Samen sterk
okt 2018In gesprek blijven
okt 2018Intenties
aug 2018Bubbels
jun 2018Stel vragen