Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013

Gastcolumnist

vrijdag 12 april 2013

Geachte aanwezigen,

Ik sta hier voor u namens de jongeren van Joods Nederland. Mijn vader was kind in de oorlog en mijn moeder is van ’46. Dat maakt mij dus tweede en derde generatie. Maar ik zie mezelf graag als eerste generatie van de toekomst. Wanneer ik aan de Sjoa denk, denk ik aan mijn oma, die vijf kampen en een dodenmars heeft overleefd. Ze waren met vijf vriendinnen, ze hielden elkaar in leven, tegen de klippen op. Over de oorlog sprak ze niet met ons. Mijn opa daarentegen sprak honderduit. Hij had in het Joods verzet gezeten. Reuze spannend vond ik dat. Over de onderduikers die hij aan eten en papieren hielp. De twee keer dat hij was opgepakt en weer ontsnapt. Dan spraken we in zijn kantoortje aan huis – onder vier ogen - en voelde ik me heel groot en deel van een belangrijk geheim ...

Mijn vader kwam uit een meer gecompliceerde situatie. Zijn vader was Duitser. Niet Joods. Een onderscheiden officier uit de Wehrmacht in de Eerste Wereldoorlog. Hij had nog gevochten tegen de Russen. Diezelfde Russen, zonder wie wij hier, volgens mijn vader, allemaal nooit zouden hebben gestaan. De enige keer dat ik hem ooit heb zien huilen, was vanwege de geëxecuteerde Russen die anoniem in Amersfoort, vlakbij mijn ouderlijk huis waren begraven. Deze opa zat ook in het verzet in Nederland, maar hij werd opgepakt wegens landverraad. Omdat hij weigerde de rest van zijn verzetsgroep prijs te geven stond hij op de lijst voor een groot showproces in Duitsland. Zo ver is het gelukkig nooit gekomen. Na de capitulatie was hij de laatste gevangene, die werd vrijgelaten uit de gevangenis aan de Weteringschans.

Ook mijn andere oma keerde, na drieëneenhalf jaar in kampen, terug naar huis.

Bij ons thuis was er een sterk besef van de oorlog, maar er werd niet zwart-wit over gesproken. Mijn opa was een goede Duitser, dus niet alle Duitsers waren slecht. Mijn oma is mijn persoonlijke heldin en lichtend voorbeeld. Ondanks alles was zij het zonnetje in huis. Er was altijd plek voor iedereen en het leven moest gevierd worden. Ook leerde ze mij hoe belangrijk het is iedereen in eerste instantie als mens te behandelen. En de Duitsers? Je had Duitsers en je had Moffen.

Nu zijn we enkele decennia verder. Ik ben geen klein meisje meer. Ik heb twee kleine meisjes. De lessen van mijn oma, hebben mij geïnspireerd te zijn wie ik ben en te doen wat ik doe. Ik geef trainingen aan jongeren en volwassenen op scholen en in het maatschappelijk veld. Die gaan over identiteit, diversiteit, vooroordelen, uitsluiting en vooral wat je daartegen kunt doen. Daarnaast ben ik lid van de Commissie Dialoog van de LJG. Tevens doe ik mijn uiterste best het liberale jodendom en de orthodoxie in mijn huwelijk samen te brengen en dientengevolge begeef ik mij in verschillende Joodse gemeenten. Deze ervaringen hebben mij geleerd dat angst een slechte raadgever is. Soms zijn we onverdraagzaam jegens anderen, omdat we bang zijn iets van onszelf te verliezen. Of het nu om cultuur draait of om religie. Wanneer wij sterk staan in onze eigen identiteit, hoeven we ons niet af te zetten tegen de ander om duidelijk te maken wie wij zijn. Liberaal ben je niet om je af te zetten tegen de orthodoxie en vice versa, maar omdat bepaalde principes voor jou belangrijk zijn. Dan kan je gerust samen aan een seidertafel zitten of naar een concert luisteren van Joodse muziek. Joods ben je, omdat er bepaalde aspecten van het jodendom nu eenmaal je identiteit bepalen. Of dat nu religie, volk, cultuur, geschiedenis of een combinatie ervan is.

De Tweede Wereldoorlog vormt het meest gruwelijke voorbeeld van wat er kan gebeuren met een bevolkingsgroep, wanneer de meerderheid zwijgt. Daarom is het belangrijk de nieuwe generatie de lessen hiervan te leren in hun eigen taal. Zo'n uitzonderlijke ramp moet bovendien niet lichtzinnig worden gebruikt als argument of vergelijkingsmateriaal. We moeten ver blijven van uitsluiting en waken voor het wegnemen van menselijkheid. Door deze erfenis moeten we ons juist realiseren dat het gevaarlijk is mensen teveel in hokjes te stoppen en dat het soms goed is iemand het voordeel van de twijfel te geven.

Op dit moment maakt de Joodse gemeenschap zich ernstige zorgen over opkomend antisemitisme onder islamitische jongeren. Ik ken die jongeren en in sommige gevallen is deze angst terecht. Maar de remedie tegen antisemitisme kan in mijn ogen nooit islamofobie zijn. Waar ligt dan wel de oplossing van dit probleem? Ik geloof nog steeds dat de sleutel ligt bij opvoeding en educatie. Pas wanneer dit een gepasseerd station blijkt, zouden hardere maatregelen moeten volgen. De meeste van deze jongeren blijken nooit met Joden in aanraking te zijn geweest. De ideeën die ze hebben komen meestal van thuis of van de televisie. Laat je deze jongeren Joodse jongeren ontmoeten of met hen samenwerken, dan zie je vaak dat hun beeld volledig omslaat. Wij hoeven niet allemaal dit werk te gaan doen, maar we kunnen wel het goede voorbeeld geven, door onze eigen jongeren niet met haat of angst op te voeden. Door ons niet schuldig te maken aan datgene wat wij anderen verwijten en door niet in elke discussie de Tweede Wereldoorlog erbij te betrekken, wanneer dit buiten proportie is, juist uit respect voor hen die deze verschrikkingen hebben meegemaakt.

Vorige week kreeg ik een mailtje van Fatih. Een leerling met Turkse achtergrond van een school in Amsterdam West, die bij mij een training had gevolgd. Hij heeft met zijn klas Auschwitz bezocht, na afloop overlevenden van de Sjoa geïnterviewd en geleerd en gezien waar de uitsluiting van Joden, homo’s en anderen in het uiterste geval toe heeft kunnen leiden. Dat heeft hem zo geraakt dat hij er op Radio 1 bij Andries Knevel over heeft verteld. Een Turkse jongen op de bres tegen antisemitisme. Zo anders dan de jongeren in Arnhem die op TV vreselijke antisemitische uitspraken deden. Op die school speelden ook problemen met homofobie. Ook over dit onderwerp gaf de klas aan door het project meer openminded te zijn geworden. Zolang er jongens zijn als Fatih heb ik vertrouwen in de toekomst. Laten wij het goede voorbeeld geven en ons niet terugtrekken achter de veilige muren van onze huizen in Amstelveen en Buitenveldert. En laten we om te beginnen onze hand uitsteken, niet in de laatste plaats naar onze eigen Joodse buren, ongeacht of ze dezelfde sjoel bezoeken of niet. Wij zijn maar een kleine gemeenschap en hebben elkaar nodig. Ik blijf rustig bruggen bouwen. Voor mijn omgeving, mijn kinderen en mijzelf. De wereld verander je beginnend bij jezelf en vervolgens ‘one person at a time’. Laten we herdenken door te bouwen.

3 + 3 = ?
Beste Chantal, Ik neem de vrijheid je te tutoyeren. Ik vond het jammer dat ik je niet persoonlijk kon bedanken voor je mooie en emotinele toespraak in de Schouwbrg. Blij verrast ben ik dan ook je op de site van Crescas te zien. Ik sta 100% achter wat je namens de jongeren hebt gezegd. Je gaf mij het het gevoel dat je ook namens mij, oude vrouw van 76, hebt gesproken! Kol Hakawod, dank je wel! Sjabbat Sjalom, Channa Walvisch
Beste mevrouw Walvisch, Dank u voor uw hartelijke reactie. Ik voel me vereerd en dankbaar dat ik u dat gevoel heb kunnen geven. Leeftijd is relatief, u bent even oud als mijn vader! Shabbat Shalom en een warme groet, Chantal

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.