inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Gastcolumns

Weblogs disclaimer

Op deze pagina vindt u eenmalige bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Onderwerpen die natuurlijk altijd een link hebben met jodendom. Een gastcolumn bestaat uit een boek- of filmrecensie, een mening of opinie over een (actueel) onderwerp, het verslag van een Joodse-thema-reis, een bijzondere belevenis, etc. De gastcolumn is niet bedoeld voor reacties op eerder verschenen columns. Hiervoor is steeds ruimte ónder de betreffende column. Wilt u een gastcolumn schrijven? Neem dan contact met ons op via blocq@crescas.nl. De directie van Crescas beslist in alle gevallen over plaatsing van een gastcolumn.

vrijdag 24 juni 2016

Over de gastcolumnist

Ithamar Perath (1933, voorheen Premsela) verhuisde in 1940, dus ruim voor het uitroepen van de staat Israël, naar het toenmalige Palestina. Hij woont tegenwoordig in Kamon, een heuveldorpje in Galilea. Perath is geoloog, maar ook gediplomeerd gids, vertaler en redacteur. Hij heeft diverse wetenschappelijke artikelen, besprekingen en vertalingen op zijn naam staan.

Een mens bestaat in veel vormen: zoals de erfcodes van zijn voorvaderen hem deden ontstaan, zoals hij/zij zichzelf ziet, zoals allerlei anderen hem/haar zien, zoals hij/zij in de herinnering van verren en naasten gegrift staat, zoals hij/zij voortleeft in wat hij/zij geschreven heeft, en wat er over hem/haar geschreven is, en nog geschreven mag worden.

Waarom deze tamelijk banale mijmering? Omdat in het geval van Henriette Boas ik indrukken bewaar die niet geheel aansluiten bij ‘de monumentale Fee van intellect en wetenschap, de Vrouwe van kennisbegeerte, van ontzaggelijk geheugen en scherpte, van krant en schaar, een kristal van klaar denken en dichten’.

In ons gezin viel de naam Jetty Boas vaak, samen met die van veel anderen die in Holland de sociale kring waren van de Zionistische Jeugdfederatie, waarvan mijn ouders, Meyer Premsela en Delly (Adèle) Premsela-de Jong, actieve leden waren geweest. Wij waren eind 1939 naar Palestina gekomen. De bezetting van Nederland sloeg als een ijzeren deur achter ons dicht en kleurde al onze herinneringen van milieu, familie en vrienden in een onheildragend, grijs schemerlicht. Ik was een joch van zeven jaar, de leeftijd waarin je alles snel en scherp opneemt, niets vergeet, en in je groeiende hersenbibliotheek sorteert, met etiketten. Ik sorteerde Jetty Boas zoals mijn ouders haar waardeerden: vreselijk knap, half mesjogge, nou nee, maar wel wat raar, hè? Och, geen schoonheid, maar wat een kop!

Het leven in Palestina gedurende de oorlogsjaren was natuurlijk niet te vergelijken met de gruwelijkheden van nazi-veroverd Europa en met de ruwe jaren daarna, maar het dagelijkse bestaan was sober, taai, zelf-doen, weinig eisen, helpen waar het nodig is. Hotels en opvangcentra bestonden niet, gastvrijheid was vanzelfsprekend. Ons driekamer-huisje in Beit Hakerem, een groene buitenwijk van Jeruzalem, was pension voor alles en iedereen die van buiten kwam, soms bekend maar meestal onbekend. De kinderkamer functioneerde als logeerkamer. Er was een extra bed, en als het druk was deed een matras of deken op de tegelvloer goede dienst. Wij kinderen raakten eraan gewend dat je ‘s morgens opstond en een wildvreemd persoon onder de lakens (Delly had een voorraad beddengoed uit Nederland meegebracht) zag en hoorde snurken. Als hondjes registreerden wij ook de geur - we waren jong, en onze zintuigen in verse ontwikkeling. Later hoorde je wel wie het was: vaak een figuur uit de herinneringswereld die in de hersenen gesorteerd lag.

Een strak-rechte mummie in lakenwikkeling, met een bos wild bruin haar die buiten de verpakking los hing, bleek bij de ochtendkoffie (ersatz) de legendarische Jetty Boas te zijn. Ze paste vrij goed bij het hersenbeeld: de persoon die het rouwdicht over Lion Nordheim had geschreven kon geen kleurige fazant zijn, maar een wijze bruingrijze bos-uil. Het jaar was 1947 en ik was 13 jaar oud. Een gedicht kan niet goed zijn als een intelligente dertienjarige het niet begrijpen kan.

Jetty verbleef twee of drie maanden als logee in ons huisje. In al die tijd droeg zij dezelfde kleren (bruine rok, goor-witte blouse, gedraaide grijze kousen, lage strikschoenen met scheef afgesleten hakken). Voor zover wij dat volgden, waste zij zich nooit. Mijn moeder kamde zo nu en dan haar wildbruine haardos. ("Kind, je hebt zulk goed haar. Laat het me nou wat opkammen.") Ze voerde lange en diepe gesprekken met mijn ouders, met veel Engelse tussenwoorden, en soms daverende giechelpartijen omdat mijn vader een kundig nabootser was van hen bekende figuren.

Jetty Boas kon geen contact met ons kinderen vinden. Zij keek door ons heen, door ronde brillenglazen, alsof we rupsen of insecten waren die te klein waren om op te eten. Wij namen haar dat niet kwalijk. Buitenlanders waren toch altijd gek. Jetty Boas was tijdig uit bezet Nederland gevlucht, verbleef in Parijs en daarna in Londen, en arriveerde pennyless met een bruin koffertje (papieren, geen kleren) in Palestina, op een journalistenvisum.

Ze was geen lastige gast. Eten deed ze zowat niet. Gebruik van mes en vork was haar vreemd. Boterhammen (ja, zonder boter) trok ze met klauwachtige vingers uit elkaar en stopte de stukken in haar mond omdat dat nu eenmaal moest. Dito met sinaasappel. Waar je als kind toch op let!

Jetty ging elke dag naar de stad voor haar journalistieke baan, soms te voet in de regen (daar had ze een oud jak voor). Ze had een eigenaardige manier van lopen: een vormeloze schooltas aan een riem over haar schouder, waarmee ze sterk voorover gebukt haastig voortschreed alsof ze zò voorover kon tuimelen. De tas puilde uit van papieren en schriften. Wij kinderen vermaakten ons met haar na te doen, zoals we dat met al onze volwassen kennissen deden. Na een aantal weken vond Jetty een huurkamer in de stad Jeruzalem en kwamen er weer andere slapers in de kinderkamer. Nooit een saai moment.

Onze familie, vooral Meyer en Del, hielden jarenlang schrijf- en bezoekcontact met Jetty, nadat zij zich na de oorlog in Badhoevedorp had gevestigd en een machtige boom was geworden in de tuin van kennis en wetenschap. Het was een hechte en zuivere vriendschap met wederzijdse waardering. Jetty Boas verzorgde met grote inzet de publicatie - geheel buiten mijn weten om - van mijn Nederlandse gedichtenbundeltje (Een Herfstweerzien met Amsterdam, Stadsuitgeverij Amsterdam, 1982). De rups was blijkbaar vlinder geworden.

Het was pas na jaren dat ik Jetty Boas weer in persoon tegenkwam, bij een receptie in Beth Juliana. Ze was dezelfde, maar anders: in een lang gewaad had zij iets monumentaals. Ouderdom en wijsheid omhulden haar als een mantel. Ergens in deze adellijke gestalte woonde nog het lelijke kleine schoolmeisje met uilenbril dat alles beter wist dan iedereen, maar ook in dat schoolmeisje en in de slonzige jonge juffer woonden al de wetenschapper, de autoritaire analiste, de meesteres van talen en stijl, die moeiteloos de negentig zou halen.

Dr. Henriette Boas, onze gast en vriendin Jetty, heeft een vaste plaats aan de lange huiskamertafel van mijn jeugd, en wat niemand anders kan zeggen: in het vijfde bed van onze overbevolkte kinderkamer. Het is de historie en geen grap, maar de beste herinneringen zijn die waar een lach bij komt kijken.

En lachen kon zij, Jetty, en dan was zij mooi.

Delen |

Reacties

Tirtsah Levie Bernfeld

vrijdag 24 juni 2016
Prachtig geschreven column over Henriette Boas!
Met veel groeten aan Ithamar Perath als hij mij nog herinnert,
Tirtsah

Ton Bennik

dinsdag 17 oktober 2017
Eindlelijk heb ik iets over je gevonden. Wat hebben Greet in ik vaak aan je gedach! Van10tot21 december zijn we i Jeruzalem. Wat zou het mooi zijn ekaar weer te ontmoeten. Ik weet nog niet precies ons adres daar, maar als je reageert. Shalom Ton.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
nov 2018Radicaal genuanceerd herdenken
jul 2018When Harry Meets Zvi
mei 2018Trump triomfeert!
nov 2017Eindelijk
sep 2017In memoriam Rob Boerboom
jun 2017Joodse geschiedenis van Gouda
mrt 2017Midden-Oostenpolitiek uit 1001 nacht
jan 2017Nieuwsbriefredactrice Raya Lichansky 70
jan 2017Oude mannen en een dood paard
aug 2016Klein maar springlevend
jun 2016Henriette Boas, vriendin en huisgast
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
nov 2015Ahmad Dawabsheh blijft alleen
okt 2015Stilte in Joods Nederland
sep 2015Vluchtelingen: ruimhartig en meedogenloos
sep 2015Godgeklaagd
jul 2015I'm a European Jew - and No, I'm Not Leaving
mei 2015Culturele boycot Israël verzwakt de oppositie
mei 2015Boedapest
apr 2015Krakow
apr 2015Praag
mrt 2015Samen optrekken tegen jodenhaat en islamhaat
dec 2014Han Hollander (1886-1943), sportverslaggever
jul 2014Joden, Moslims, vooroordelen en Maison de Bonneterie
jun 2014De handel en wandel van de boekenjood
mei 2014Biografie van Esther de Boer–van Rijk
apr 2014Anne
apr 2014Inclusief of exclusief
apr 2014Het verrassende Egypte van vóór de Uittocht
feb 2014Op school
feb 2014Nieuw boek van Pauline Micheels: 'Vandaag'
feb 2014Allemaal hadden ze een naam
jan 2014Nooit meer Auschwitz
jan 2014Heruitgave van ‘De Samaritanen’
nov 2013Ariëlla Kornmehls 'Wat ik moest verzwijgen’
nov 2013Dialoog tussen Joden en Marokkanen of Turken
nov 2013Fietsen voor Alyn
nov 2013Limmoed en het orthodoxe fiasco
aug 2013Lemberg
jul 2013Joods Gouda
jul 2013Slavernij
jun 2013Een boek over rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog
jun 2013Lili, een boek dat geschreven mòest worden
mei 2013Hannah heet ik - Hannah Cohen
apr 2013Het kwaad van de banaliteit: Margarethe von Trotta's film Hannah Arendt
apr 2013Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013