inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Anne Maria van Hilst

Anne-Maria van Hilst (1988), geboren in Amsterdam, studeerde geschiedenis en Hebreeuws aan de Universiteit van Amsterdam. Zij specialiseerde zich in 'tznioet en seksualiteit bij Joodse vrouwen'. Tijdens en na haar studie werd ze actief in het interreligieuze veld. Zij geeft lezingen en gastlessen bij diverse geloofsgemeenschappen en ze organiseert interreligieuze bijeenkomsten. Sinds 2017 is Anne-Maria co-hoofd onderwijs bij de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam.

vrijdag 5 oktober 2018

Het vak Levensbeschouwing is en blijft een grote interesse van mij. Al op de middelbare school raakte ik geïntrigeerd in wat geloof kan doen met een mens. Geloof kan een mens kracht geven, geloof kan een mens breken. Toen mijn oma een paar maanden geleden op sterven lag, kwam het geloof weer heel dichtbij haar. Was ze wel een goed mens geweest? Waarom had ze dan zoveel pijn? Haar geloof gaf haar ook angst. Ze voelde zich machteloos. Ze was bang dat haar christelijke God haar niet kon vergeven en dat ze daarom eeuwig zou lijden. Dat vond ik moeilijk om te zien.

Geloof werkt voor mij anders. Ik denk niet dat er een God is die je straft voor wat je fout hebt gedaan of hebt geloofd. Niet in een God die een vrouw van 97 met veel pijn laat sterven. Zeker niet als haar intenties goed waren. Wanneer het als mens je intentie is om een goed mens te zijn, om van de wereld een mooiere plek te maken, ben je goed bezig. Bidden en geloven zijn hierbij secundair. Het gaat om wat je doet. Hier word je niet voor beloond of gestraft. Het gaat niet om jou, maar om de wereld. Ik probeer de wereld mooier te maken door mensen met elkaar in gesprek te laten komen. Mijn beloning is vriendelijkheid te zien in gezichten van ‘de ander’.

Toch maakt iedereen wel eens een fout, bewust of onbewust. Je laat je eigen verlangens soms voorgaan op die van een ander. Het is nooit te laat om dit te herstellen. Als je oprecht spijt hebt, kan het goedkomen. Niet (alleen) door te bidden, maar vooral door naar degene toe te gaan die je kwaad hebt gedaan. Zeker tijdens de Jamiem Noraiem, de dagen van inkeer. Geloof geeft mij kracht, zelfstandigheid. In het Jodendom gaat men uit van de eigen kracht, de eigen verantwoordelijkheid. Of zoals in de Netflix-serie Orange is the New Black wordt gezegd: “De joodse God is een werkwoord, je moet er iets voor doen.”

Veel van mijn niet-Joodse vrienden snappen dit niet. De gelovige vrienden zeggen dat je moet bidden tot God en boete moet doen. Waarom is het nog een geloof als je God er niet bij betrekt? De niet-gelovige vrienden worden moe van mijn zoveelste sorry. Of dit de goede methode voor iedereen is? Ik weet het niet, maar voor mij werkt het.


Deze column van Anne-Maria van Hilst verdween in de digitale ruimte, maar wij willen u haar gedachtes niet onthouden.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
aug 2019Graz
mrt 2019Zonder ruzie
feb 2019Seksualiteit
dec 2018Samen sterk
okt 2018In gesprek blijven
okt 2018Intenties
aug 2018Bubbels
jun 2018Stel vragen