Toespraak David Grossman bij uitreiking Erasmusprijs

Gepubliceerd op: 8 december 2022

De Stichting Praemium Erasmianum heeft de Erasmusprijs 2022 uitgereikt aan de Israëlische schrijver David Grossman (Jeruzalem, 1954). Het thema van de prijs is dit jaar ‘Verbinders in een verdeelde wereld.’ Grossman voldoet als geen ander aan deze typering. In zijn werk wil hij de mens van binnenuit begrijpen, en de ander liefdevol bezien over grenzen van oorlog en geschiedenis heen. De Stichting Erasmusprijs wil daarom zijn kunstenaarschap eren en lezers de kans geven zijn werk te (her)ontdekken: "als troost, en als leidraad hoe mens te zijn."

Na de uitreiking heeft David Grossman de volgende korte en krachtige danktoespraak gehouden. Vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt:

Majesteiten, Koninklijke Hoogheid, excellenties, mijn dierbare vrienden, mijn geliefde familie, dames en heren,

Eenenzestig jaar geleden, op mijn achtste, had ik een kleine openbaring. Het gebeurde toen ik 's ochtends vroeg in Jeruzalem met bus 18 op weg was naar school. De radio stond aan en er werd een vraaggesprek uitgezonden met de pianist Arthur Rubinstein. De interviewer vroeg: "Meneer Rubinstein, kunt u op deze feestelijke dag, nu u 75 bent geworden, uw leven in één zin samenvatten?" Zonder aarzeling antwoordde Rubinstein: "Kunst heeft mij tot een gelukkig mens gemaakt. Dankzij de kunst heb ik geluk gekend."
Ik herinner me dat ik versteld stond en me zelfs een beetje ongemakkelijk voelde: in mijn kindertijd, in de jaren vijftig, toen de schaduw van het verleden nog zwaar boven onze hoofden hing, was het woord ‘geluk’ niet iets wat je in het openbaar in de mond hoorde te nemen. Ik denk dat ik in de vriendenkring van mijn ouders helemaal niemand kende die zou durven beweren, hardop nog wel, dat hij of zij gelukkig was.
Jaren later las ik de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. In de tweede zin van die Verklaring trof ik er het recht op the pursuit of happiness aan. Ik dacht toen met enige afgunst na over de vermetele vrijheid die de Amerikanen zich permitteerden, over dat recht op het nastreven van geluk. En ik werd herinnerd aan de buspassagiers van mijn kindertijd, de bewoners van onze wijk, sappelaars met een hard en soms tragisch levensverhaal, dat diep gegroefd stond in hun gezicht.
Dat verbluffende woord, ‘geluk’, rolde door de bus als een goudstuk, en ik – met de ogen van het kind dat ik was – keek naar de denkbeeldige munt en wist: ik wil datzelfde waar meneer Rubinstein van spreekt, ik wil dat speciale geluk. Ik wil kunstenaar worden.
Meer dan zestig jaren zijn sindsdien verstreken. Kunst – het schrijven – heeft me groot geluk gebracht, zoals het geluk dat ik vandaag ervaar, hier met u allen. Het geluk van iemand die wordt gehoord en erkenning krijgt. Het geluk van iemand die zich begrepen voelt. Ook wanneer het schrijven pijnlijk was en me leed berokkende, was het een leed dat betekenis had, een leed dat voortkwam uit het contact met authentieke, primaire, voor mij relevante materialen van het leven. Literatuur, het schrijven, heeft me het plezier geleerd in het doen van iets subtiels en precies in een grove, troebele wereld.
Ik ben een volstrekt seculier mens. Ik kan niet geloven in een God die mij helpt de chaos van het bestaan het hoofd te bieden. Maar kijk, het schrijven heeft me de manier geleerd om enerzijds een angstaanjagend gevoel te ervaren van het niets, van een duik in verlies en de totale ontkenning van het leven, en anderzijds, tegelijkertijd, een scherp gevoel van vitaliteit, van de volheid van het leven en de bevestiging ervan.
Ook na de ramp die ons gezin trof, toen we in een oorlog onze zoon Uri verloren, heb ik geleerd dat wat mij in staat stelt deze dualiteit aan te kunnen – de dualiteit van het niets en het zijn, volgens mij de essentie van het menselijk bestaan – de zo volledig mogelijke onderdompeling is in creatie, in kunst.
Dames en heren, beste vrienden, het thema van de Erasmusprijs is dit jaar ‘Mending a Torn World’. Dat is ook een tweeduizend jaar oud Joods begrip. Ik weet niet of Erasmus van Rotterdam het heeft gekend, maar zijn leefwijze en manier van denken waren er zeker op gericht en waren in de geest ervan. Tikoen olam, ‘het helen van de wereld’, beschrijft een essentieel onderdeel van de Joodse identiteit: het streven en de plicht onze wereld te verbeteren; een gevoel van morele verantwoordelijkheid tegenover alle mensen, Joods of niet-Joods; en de zorg voor sociale rechtvaardigheid en voor het milieu.
Kon ik maar zeggen dat de laatste Israëlische verkiezingsuitslag uiting geeft aan zulke humane, egalitaire, morele standpunten. Dat is niet zo. Toch herinner ik mezelf er telkens weer aan dat er in Israël nog altijd veel mensen zijn voor wie wanhoop aan verandering geen optie is. Voor wie apathie en escapisme een luxe zijn die ze zich kunnen noch willen veroorloven. Wij zijn er. Ook al heeft onze partij verloren, onze overtuigingen en waarden zijn niet verslagen. Ze zijn nu zelfs crucialer dan ooit.
Misschien kent u de anekdote over de Amerikaan die tijdens de Vietnamoorlog elke vrijdag een paar uur tegenover het Witte Huis stond met een protestbord tegen de oorlog. Op een dag stapte een journalist op hem af en vroeg met een spottend glimlachje: "Denkt u nu echt dat u de wereld zult veranderen door hier te staan?" "De wereld veranderen?", vroeg de man verbaasd. "Ik ben er helemaal niet op uit de wereld te veranderen. Ik wil alleen niet dat de wereld mij verandert."
Als iemand die al zijn hele leven in een rampgebied woont, weet ik hoe gemakkelijk je kunt zwichten voor ‘de wereld’, dat wil zeggen, voor cynisme, apathie en wanhoop. En vandaar is het maar een korte weg naar religieus fanatisme, nationalisme en fascisme.
Als ik denk aan een echt vrije geest, die voor mij een voorbeeld kan zijn in de strijd tegen de wanhoop, dan denk ik aan een Joods-Nederlandse vrouw die hier in Amsterdam woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Sjoa: aan Etty Hillesum. De moedige vrouw met de ontblote ziel, die vrijwillig naar concentratiekamp Westerbork ging en uiteindelijk in Auschwitz is vermoord. Etty Hillesum slaagde erin een vrije vrouw te blijven, ook onder de zwaarste slavernij. Haar hele wezen was een streven tegen de zwaartekracht van de wanhoop. Aldus schreef ze in haar dagboek:

's Nachts, als ik daar zo lag op m’n brits, temidden van zachtjes snurkende, hardop dromende, stilletjes huilende en woelende vrouwen en meisjes, die overdag zo dikwijls zeiden: ‘we willen niet denken’, ‘we willen niet voelen, anders worden we gek’, dan was ik soms van een eindeloze vertedering en lag wakker (…) en dacht: laat mij dan het denkende hart van deze barak mogen zijn. Ik wil het weer zijn. Ik zou het denkende hart van een heel concentratiekamp willen zijn.1

Wij allen, hier in deze zaal, leven momenteel in veel betere en gunstiger omstandigheden dan die waarin Etty Hillesum deze regels schreef. Toch weten wij ook allemaal dat we elk moment kunnen geraken in een situatie waarin we de vrijheid kwijt zijn, omringd zijn door willekeur en tirannie, door de ziekten van racisme, nationalisme en fanatisme, door barbaars en bruut gedrag, zoals Rusland nu tentoonspreidt tegenover Oekraïne, de agressie die dezer dagen de wereld in gevaar brengt.
Als een dergelijk moment aanbreekt, als in een situatie die we ons nu moeilijk kunnen voorstellen de wereld om ons heen ooit in elkaar stort, zoals nu niet ver hiervandaan miljoenen Oekraïense burgers overkomt – zullen we het ons dan herinneren? Zullen we ook dan in staat zijn die persoonlijke, heldhaftige rebellie trouw te blijven en niet op te houden het voelende, wijdopen, ontblote hart te zijn, en niet op te houden te denken?
Het denkende hart te zijn. Telkens weer, het denkende hart.

1 Etty. De nagelaten geschriften van Etty Hillesum, 1941-1943, Amsterdam, Balans, vijfde herziene en aangevulde druk, 2008, p. 575 – dagboekaantekening 3 oktober 1942.

Bekijk hier ons gerelateerde cursus aanbod

Eric Ottenheijm Item in samenwerking met Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland. Het Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland is opgericht in 1919 in navolging van soortgelijke genootschappen in het buitenland, die voortkwamen uit de traditie van de Wissenschaft des Judentums. Van oudsher organiseert het genootschap lezingen waarin joodse wetenschap in de ruime zin van het woord centraal staat. Er worden lezingen gehouden over joodse cultuur, religie, geschiedenis, literatuur, medische onderwerpen, fysica, filosofie, muziek, of een combinatie daarvan. Het genootschap organiseert 6 à 7 lezingen per jaar. Deze worden altijd op zondag gehouden. De contributie bedraagt € 25 per jaar. meer informatie: genootschapjoodsewetenschap.nl
Parabels

Ons woord parabel is afgeleid van het Griekse woord parabolè, dat ook een weergave is van het Hebreeuwse masjal. Het duidt zowel een spreuk (denk aan Misjle Sjlomo) als een gelijkenis of parabel,...

Nieuwsbrief

Volg ons en blijf op de hoogte! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief en wij zorgen dat je niks mist.

Bekijk nieuws overzicht

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.