Corona

Ook Crescas past het programma aan. De bijeenkomsten worden tot nader bericht geschorst en de langlopende cursussen worden via een online platform verzorgd. Wij blijven u informeren over de overige lezingen en cursussen via de nieuwsbrief en mail. Onze online aanbod blijft natuurlijk beschikbaar!

inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Harrie Teunissen

Harrie Teunissen (1949) studeerde cultuur- en godsdienstpsychologie in Nijmegen en Parijs en islamwetenschappen in Leiden en Damascus. Van 1979 tot 1987 was hij werkzaam bij de vakgroep Theoretische en historische pedagogie (UVA) en publiceerde hij over opvoeding en psychoanalyse. Daarna verzorgde hij HOVO-cursussen, o.a. over ‘De Mythe van de Reconquista: Moslims, Joden en Christenen in de Spaanse Middeleeuwen’. Momenteel is hij zelfstandig historicus en een verwoed verzamelaar van kaarten, atlassen en reisgidsen. Zwaartepunten in zijn collectie zijn watermanagement, stadsontwikkeling, etnische relaties en militaire conflicten.

vrijdag 3 juni 2011

Op de vijftigste jaardag van de Kristallnacht (9/10 november 1938) herdenkt de Duitse Bondsdag de slachtoffers met het oplezen van Todesfuge. De dichter, Paul Celan, was indirect getuige van die pogrom. Als achttienjarige student reisde hij destijds van Czernowitz naar Parijs; zijn trein stopte 10 november ‘s ochtends in Berlijn. Later schrijft hij daarover in La Contrescarpe (zie de tweetalige Verzamelde Gedichten):

Über Krakau
bist du gekommen, am Anhalter
Bahnhof
floss deinen Blicken ein Rauch zu,
der war schon von morgen.
Via Krakau
ben je gekomen, op Anhalter
Bahnhof
stroomde er rook over je blik
die al van morgen was.

Paul Celan geldt als dè dichter na en van de sjoa, vooral zijn Fuga van de dood, die breekt met de Duits-Joodse culturele symbiose uit zijn jeugd, wordt tegenwoordig te pas en te onpas opgevoerd in schoolse bloemlezingen en bij dodenherdenkingen. Aanvankelijk is de ontvangst in Duitsland beperkt en afwerend. Zo reist Celan in 1952, voor het eerst sinds de Kristallnacht, naar Duitsland voor een schrijverscongres van ‘democratische individualisten’, de Gruppe 47. Collega-dichters reageren op zijn Todesfuge met hoongelach: Der liest ja wie Goebbels. De hilariteit om Celan’s pathetische voordracht verhult hun zwijgen over de sjoa. Later slaat de stemming in Duitsland om, de magische montage van de Todesfuge wordt nu geprezen als pure poëzie. Het gedicht wordt zelfs bestempeld als het verhevendste Duitse gedicht van de laatste twintig jaar waardoor Auschwitz gesublimeerd, ja geheiligd wordt. Van de weeromstuit passen literatuurcritici nu op die Todesfuge Adorno’s dictum toe: Poëzie schrijven na Auschwitz is barbaars. Adorno zelf beperkt later, juist vanwege Celan’s gedichten, deze stelling tot de esthetiserende lyriek. Deze wendingen van verdringing via omarming naar veroordeling zijn Celan een ramp; het ging hem om waarheid, niet om toonkunst. Om misverstanden te voorkomen moet zijn taal voortaan nog naakter en grauwer: Waar spreekt wie schaduwen spreekt.


Celan, Parijs, 1963 (foto: Lutfi Özkök)

Hieronder geef ik de Nederlandse tekst Fuga van de dood in de uitstekende vertaling van Ton Naaijkens. Klik hier als u Todesfuge wilt horen lezen door Paul Celan zelf.

FUGA VAN DE DOOD

Zwarte melk der vroegte we drinken haar ’s avonds
we drinken haar ’s middags en ’s morgens we drinken haar ’s nachts
we drinken en drinken
we graven een graf in de lucht daar lig je niet krap
Een man heeft een huis die speelt met de slangen die schrijft
die schrijft als het donkert naar Duitsland je goudgele haar Margarete
hij schrijft het en treedt voor het huis dan flitsen de sterren hij fluit om zijn honden
hij fluit zijn joden te voorschijn laat graven een graf in de aarde
gelast ons kom speel nu ten dans

Zwarte melk der vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s morgens en ’s middags we drinken je ’s avonds
we drinken en drinken
Een man heeft een huis die speelt met de slangen die schrijft
die schrijft als het donkert naar Duitsland je goudgele haar Margarete
Je asgrauwe haar Sullamith we graven een graf in de luchten daar lig je niet krap

Hij roept steek dieper de grond in hé jij daar en jij kom zing nu en speel
hij grijpt aan zijn riem naar het ijzer hij zwaait het zijn ogen zijn blauw
steek dieper de spade hé jij daar en jij speel door nu ten dans

Zwarte melk der vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s middags en ’s morgens we drinken je ’s avonds
we drinken en drinken
een man heeft een huis je goudgele haar Margarete
je asgrauwe haar Sullamith hij speelt met de slangen

Hij roept speel zoeter de dood de dood is een meester uit Duitsland
hij roept strijk zwaarder de snaren dan stijg je als rook in de lucht
dan heb je een graf in de wolken daar lig je niet krap

Zwarte melk der vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s middags de dood is een meester uit Duitsland
we drinken je ’s avonds en ’s morgens we drinken en drinken
de dood is een meester uit Duitsland zijn ogen zijn blauw
hij raakt je met loodzware kogel hij raakt je nu rauw
een man heeft een huis je goudgele haar Margarete
hij hitst al zijn honden tegen ons op hij schenkt ons een graf in de lucht
hij speelt met de slangen al dromend de dood is een meester uit Duitsland

je goudgele haar Margarete
je asgrauwe haar Sullamith

Celan schrijft de Todesfuge 1944 als hij terug is in zijn geboortestad, die na de ‘bevrijding’ door Sovjettroepen Tsjernovtsi gaat heten. Zijn taal is moeilijk, maar niet hermetisch. Om haar meerduidigheid te plaatsen vat ik rond vier kwesties biografische, literaire, historische en topografische data samen. De eerste: Waarom dicht Celan in het Duits? Al heeft hij in Czernowitz alleen maar een Duitse kleuterschool doorlopen, zijn moederstaal is Duits. Een gedicht tekent: door Paul Celan, uit Czernowitz bij Sadagora. Zijn moeder Fritzi Schrager komt uit een liberaal-Joods koopmansmilieu van het sjtetl Sadagora. Zij koestert het Hoogduits en met haar leest hij vol geestdrift Duitse dichters als Goethe, Schiller, Heine en later ook Rilke. Jiddisj is voor hen ‘jargon uit de Judengasse’. Margarete wijst dus op het eeuwig vrouwelijke van Goethe’s Faust en het goudgele haar op Heine’s Lorelei dat de nazi’s bestempelen tot anoniem volkslied. De beladen woorden in Fuga van de dood koppelen dus topliteratuur aan massamoord. Nu de Muttersprache Mördersprache is geworden verandert zijn dichtkunst. Nadat Paul via via bericht krijgt dat zijn moeder in Kamp Michailovka (ten oosten van de Boeg-rivier) in de winter van 1942/’43 is doodgeschoten dicht hij: Verdraag je dan, moeder, als toen, ach, als thuis,/ het zachte, het pijnlijke rijm van het Duits. Nu valt extra op dat in Todesfuge en Fuga van de dood het rijm ontbreekt behalve in de regels: de dood is een meester uit Duitsland zijn ogen zijn blauw/ hij raakt je met loodzware kogel hij raakt je nu rauw. Omdat de Boekovina nu deel uitmaakt van de Sovjet-Unie, Roemenië communistisch wordt, denazificatie in Oostenrijk niet van de grond komt en vestiging in Duitsland buiten de orde blijft, trekt Celan 1948 naar Parijs. Hier verdient hij zijn brood als literair vertaler. Toch zegt hij: Alleen in de moedertaal kan iemand zijn waarheid spreken, in een vreemde taal liegt de dichter. De schrijver Jabès stelt dat het Celan vooral ging om zijn beulen in naam van de taal die zij met hem delen te trotseren en ze op de knieën te dwingen.

De tweede kwestie is: In hoeverre breekt Paul Celan met het jodendom? Zijn vader Leo Antschel (Celan is een anagram van Ancel, de Roemeense spelling van Antschel), die bouwtechniek studeert maar handelaar in brandhout wordt, komt uit een orthodoxe familie. Paul gaat tot zijn tiende naar de Hebreeuwse volksschool en krijgt daarna privéles in de ‘vaderstaal’. Maar na zijn bar mitswa is dat afgelopen en maakt hij zich los van de religieuze verplichtingen die zijn vader hem wil opleggen. Nooit meer zal Paul actief deelnemen aan een synagogedienst. Kafka’s bittere Brief aan de vader moet blijkbaar in Joodse gezinnen steeds opnieuw geschreven. Een ‘marxistische utopie’ komt in de plaats van de ‘zionistische utopie’ van zijn vader. In de illegale communistische jeugdbeweging discussieert Paul heftig over Rosa Luxemburg en graaf Kropotkin. Een zekere sympathie voor socialisme en anarchisme koestert hij nog op latere leeftijd, zoals in mei ‘68. Maar onder de indruk van de Zesdaagse Oorlog dicht hij ook: de veensoldaat van Massada/ eigent zich vaderland toe. Hij bewondert Buber, ontmoet Gershom Scholem en bestudeert diens boeken over de Kabbala. De Tora blijft voor hem een open boek met, na G’ds afwezigheid in de sjoa, een gloeiende maar lege tekst (ein glühender Leertext). Ook Fuga van de dood staat binnen het kader van deze Tora. Zijn eerste pakkende woorden, zwarte melk, staan reeds in een gedicht van Rose Ausländer uit 1939, ze vormen tegelijk een verdichting van Klaagliederen 4, 7/8: Ooit waren Sions vorsten ... witter dan melk, ... nu zijn ze zwarter dan roet. En het laatste woord Sullamith is uit het mooiste liefdeslied, het Hooglied, van Salomo, dat met Pesach wordt gelezen. Deze bekoorlijke vrouw belichaamt traditioneel de belofte van een terugkeer naar Sion en figureert in de mystiek als Sjechiena, als vurige aanwezigheid van G’d die meetrekt met zijn volk. In Fuga van de dood heeft zij echter geen purperen haar meer. Daarmee verwoorden de laatste regels, met zijn afgrond tussen het goudgele haar van Margarete en het asgrauwe haar van Sullamith, voor Paul Celan het onherroepelijke einde van de Duits-Joodse symbiose.

In Cernauti komt dat einde onverbiddelijk in 1941. Een jaar na de bezetting van de Noord-Boekovina door het Rode Leger sluit de fascistische ‘conducator’, Ion Antonescu, een akkoord met Hitler om mee te vechten tegen de Sovjet-Unie. Zo kan Roemenië ook revanche nemen in de verloren gebieden en Transnistrië annexeren (het gebied tussen de rivieren Dnjestr en Boeg) als compensatie voor het verlies van Noord-Transsylvanië aan Hongarije. Roemeense troepen en Einsatzcommandos onder SS-leiding trekken nu naar Cernauti/Czernowitz. Duitse officieren hanteren hier, Nur für den Dienstgebrauch!, onderstaande plattegrond. Op 5 juli 1941 beginnen Roemenen meteen een grote pogrom, vooral tegen ‘Joodse communisten’ en Ostjuden. Ondertussen moet opperrabbijn Abraham Mark vanaf het dakterras van hotel Zum schwarzen Adler (89, eE) toekijken hoe de Gestapo zijn Israëlitischer Tempel (42, eD) in brand steekt. Daarna dwingen zij hem en 400 andere Joodse notabelen in een bosschage bij de Proet hun eigen massagraf te graven.

(bekijk grote versie)

Stadtplan von Czernowitz, Berlijn 1941

Mijn vierde en laatste column ‘Czernowitz, topografie en poëzie’ rondt deze bespreking van Paul Celan af.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in