Boekenrubriek

Samengesteld door Leo Frijda

Gepubliceerd op: 6 november 2025

Jeroen Kemperman, Een kwestie van uitvoering, De gemeente Amsterdam onder Duitse bezetting
Uitgegeven in 2025 door Querido
ISBN: 9789025318598

In deze week na de verkiezingen drie boeken met als achtergrond de politiek, één met een blik op de politiek van nu al meer dan tachtig jaar geleden en twee met een blik op de politiek van vandaag de dag.

Over het handelen van beleidsmakers en ambtenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in de loop van de tijd verschillende boeken geschreven. Vrijwel altijd is de conclusie dat men te volgzaam is geweest. Naar aanleiding van een boek over de opstelling van de leden van de Hoge Raad schreef ik in 2011 voor Crescas een column met als titel: De Hoge Raad buigt mee.

Dit jaar is van de hand van Jeroen Kemperman, onderzoeker bij het NIOD, een belangrijke en diepgravende studie gepubliceerd over Amsterdam onder Duitse bezetting, waaruit ik hier graag de laatste alinea’s van zijn conclusie wil overnemen.

“De geschiedenis van de Nederlandse overheid tijdens de bezetting kan gelezen worden als een verhaal van collectief en individueel falen, van lafheid en meegaandheid, van een gebrek zowel aan moed om de Duitsers op belangrijke momenten kordaat tegenspel te bieden als aan lotsverbondenheid met de gemeenschappen die vervolgd werden. Kortom, als het fundamenteel tekortschieten van de oorlogsgeneratie bestuurders.”

“In breder perspectief beschouwd, uitstijgend boven het unieke tijdvak waarin het zich heeft afgespeeld, kan die geschiedenis echter ook gelezen worden als een ontnuchterend voorbeeld van hoe een in de loop van decennia opgetuigd systeem van democratie, rechtsstaat en op burgerlijke normen gebaseerde intermenselijke relaties onmiddellijk en zonder al te veel moeite opzij kan worden geschoven door een kwaadwillende macht met een totalitaire ideologie en superieure militaire middelen.”

Precies daarover gaat het nieuwe boek van Nelleke Noordervliet.

Nelleke Noordervliet, Het bewind van de gelukkigen
Uitgegeven in 2025 door Atlas Contact
ISBN: 9789025477783

De recensies over Het bewind van de gelukkigen zijn niet allemaal zonder meer positief. Te geforceerd, las ik bijvoorbeeld. Niettemin kreeg de roman in NRC terecht vier sterren, omdat het "overtuigt met de menselijke dimensie."

De achtergrond is wat een dystopie wordt genoemd, een (denkbeeldige) samenleving met vooral negatieve kenmerken. Dat is in de literatuur een bekend thema, denk aan Orwell en aan Camus. Bij Camus vind je dat vooral in diens boek L’homme révolté/De mens in opstand. Op de omslag van de Nederlandse vertaling daarvan staat een citaat van Noordervliet: “Dit boek gaat de rest van je leven mee. Het schopte de benen onder mijn lijf vandaan.”

Achterin De mens in opstand schreef de filosoof Daan Roovers een nawoord met deze samenvatting: “Camus ontbloot de structuur van misdadige en corrupte systemen, verwerpt ideologieën, maar – nog veel fundamenteler – hij veroordeelt ondubbelzinnig iedereen die daar blindelings achteraan loopt. Hij onderzoekt en beoordeelt uiteindelijk de mens."

De roman van Nelleke Noordervliet begint als de hoofdpersoon, Sophie Roth, zich terugtrekt op het platteland. Ze wil afstand nemen en zoekt daarom een huis in een rustige streek van het land. Sophie maakt kennis met enkele bewoners van de provincieplaats, onder wie haar buren en een echtpaar dat haar had meegenomen naar het plaatselijke café, Harry’s Bar.

Intussen wordt duidelijk dat Sophie zich voordien als journalist van een inmiddels verboden krant had verzet tegen de Grote Omslag en "de democratische overwinning van de Beweging in twijfel had getrokken." Ze overdenkt haar situatie: “De vlucht naar hier was een vlucht naar de kleine dood, de bescheiden vergetelheid. Daar zat ik in mijn grijze huis, mijn groene tuin, mijn stille leven.”

En dan begint zich voor de lezer te ontvouwen wat zich in het land had voorgedaan. Ik vat het samen. De politieke partij Beweging had een enorme verkiezingswinst geboekt en was daarna begonnen aan de Grote Omslag. “Onder militaire begeleiding waren de opvangcentra leeggehaald en waren bussenvol vreemdelingen getransporteerd naar Libië en Algerije, waarmee een dumpdeal was gesloten.”

“De verlaten huizen”, lezen we, “werden snel in beslag genomen door woningzoekenden.” De bevolking dacht dat het “gewone dagelijks leven” wel snel zou terugkeren. “Dat was altijd zo geweest. De Duitse bezetting was er een goed voorbeeld van geweest. We werden bezet door onszelf.”

De Grote Omslag leidt tot een Nationaal Europa onder leiding van een Hoge Commissaris met in ieder land een Gedeputeerd Commissaris.

Stap voor stap krijgen we meer informatie over de persoonlijke achtergrond van Sophie en van een aantal inwoners van de provincieplaats met wie zij intussen kennis heeft gemaakt. De jeugdjaren van Sophie blijken ronduit beroerd te zijn geweest. Haar moeder wordt omschreven als "egoïstisch en narcistisch", een vrouw die "van niemand meer hield dan van zichzelf." Bovendien hield de moeder er verschillende minnaars op na. Sophie Roth was het kind uit één van die relaties, waarna uit een andere relatie haar halfbroer Alain Legrand was geboren. Bij afwezigheid van de moeder was het voornamelijk Sophie die voor Alain heeft gezorgd, zij was "altijd al een beetje zijn moeder geweest." Zij waren op elkaar aangewezen, het wordt zelfs "de idylle van onze jeugd" genoemd.

Als minderjarige viel Alain in handen van een rijke spiritueel leider, Boris Hartman, die - we zien dat vaker bij zulke persoonlijkheden - het karakter van anderen scherp kon peilen: "hij keek door iedereen heen." Vooral de beschrijving hoe Hartman zijn pupil Alain langzaam maar zeker weet te kneden en te vormen, levert interessante passages op. In een gesprek tussen Sophie en Hartman vat de laatste het in een gesprek met Sophie zo samen: “Jij was essentieel in zijn jongensjaren. Om een man te worden heeft hij mij nodig.”

Uiteindelijk brengt Alain het in Nederland tot Gedeputeerd Commissaris, de hoogste functie in het land. Een boeiende persoonlijkheid, maar tegelijk ongrijpbaar. Zelfs voor Sophie: “Mijn broer heeft de voor hem bestemde plaats ingenomen. En hoewel hij zijn taken voorbeeldig vervult in de ogen van zijn ‘superieuren’ en zijn ‘kiezers’, is bij mij altijd het gevoel van bedrog blijven hangen. Hij is niet wie en wat hij voorgeeft te zijn. Hij belazert de hele kluit. En toch ook weer niet.”

Waarom Sophie zich in een provincieplaats heeft teruggetrokken is dan wel duidelijk. Toch was er voordien nog meer gebeurd. Als journalist had zij een sterke band met haar begeleider, de fotograaf Charlito Torres, afkomstig uit Curaçao. Kort nadat de Beweging de macht had gegrepen, is Charlito op straat voor zijn huis "afgemaakt." Het heeft Sophie geschokt en sterk aangegrepen.

In de provincieplaats waar Sophie zich heeft teruggetrokken, blijken enkelen tot het verzet te behoren. Sophie lijkt daar van het begin af aan naar op zoek te zijn geweest. In die zoektocht speelt de familie Lombard een belangrijke rol. Een van hen, Nina, wordt tijdens onduidelijke ongeregeldheden aangehouden en tijdens haar gevangenhouding ernstig verminkt. “Ze hebben haar handen gebroken en haar polsen verbrijzeld. Met voorhamers kapot geslagen.”

Wanneer Sophie daarna Nina, die is vrijgelaten, weer ontmoet, zegt deze: “Je broer gaf me via mijn beulen een letterlijke boodschap voor je mee: Zusje, is dit wat je wilde?” Het gesprek gaat zo verder:

“Het was een wrede en weerzinwekkende daad van mijn halfbroer. Ik voel me verantwoordelijk ook al draag ik geen schuld.”
Nina keek me scherp aan. “Dat nuanceverschil moet je me uitleggen.”
“Dat kan ik niet in één zin."
“Dan gebruik je er meer.”
Ik knikte. “Dat zal ik doen.”

Een centraal thema in het boek, want hoe moet Sophie zich opstellen in het spanningsveld tussen haar gevoelens voor Alain en diens politieke opvattingen en gedragingen? Als het verzet Alain wil uitschakelen en Sophie vraagt informatie te verzamelen om dat te kunnen bereiken, lezen we: “Mijn taak was in het persoonlijkheidsprofiel en de levensgeschiedenis van mijn broer de zwakke plekken op te zoeken en daarover te rapporteren. Er plonsde een steen in mijn maag.”

Als het verzet daarna vergaande plannen heeft om Alain om te brengen, brengt dat Sophie tot de volgende overpeinzing: “Wat wilde ik liever dan mijn broer uitschakelen? Ik wilde hem liever overtuigen van zijn ongelijk. Ik wilde hem naar het kamp van het verzet brengen.”

Het verzet en Nina willen echter dat Sophie doet of zij zich juist tot het kamp van haar broer heeft bekeerd. Dat gaat haar te ver en Sophie laat het verzet schriftelijk weten dat zij niet verder wil gaan dan de legitieme zaak van het verzet bij haar halfbroer 'bepleiten'.

In hoeverre dit alles goed afloopt, is een vraag die ik ter beantwoording aan de lezer laat. Tussen Sophie en Nina waarschijnlijk wel. Misschien uiteindelijk ook wel met de democratie. Alleen "weet niemand meer precies wat de wetten en de richtlijnen zijn, niemand kent de grenzen en de gewoonten." “Alles kan nog misgaan.”

De hoofdpersoon uit de volgende roman is eveneens journalist maar met een geheel ander karakter dan Sophie Roth. Zij is een iconoclast, een rebel, die "voortdurend tegen heilige huisjes schopt."

Martine van den Berg, De genesis van het verraad, Een roman over vrijheid in tijden van oorlog
Uitgegeven in 2025 door Nijgh & Van Ditmar
ISBN: 9789038816296

Martine van den Berg heeft zo’n 13 jaar in Israël gewoond. Zij is daar uitgekomen en getrouwd. Twee jaar geleden, in 2023, publiceerde zij Ontrafeld, een boek met de ondertitel Hoe rampen de wereld veranderen. In dat boek heeft zij de vele rampen uit het verleden 'ontrafeld' om na te gaan hoe daarmee indertijd werd omgegaan en welke lessen wij daaruit kunnen trekken.

In het geschiedenismagazine Historiek schreef Van den Berg op 14 september 2023 een toelichting op haar boek waarin zij vertelt hoe in 2006 haar vredige bestaan in een dorp aan de voet van de Carmel werd verstoord door sirenes omdat Hezbollah raketten richting Israël had afgevuurd. Zij wordt daardoor, schrijft ze, 'ingewijd in het emotiepalet dat bij een oorlog hoort: saamhorigheid, haat, angst, opluchting en vooral: een blinde vlek voor de andere kant van het verhaal'.

Nog geen maand later, op 7 oktober 2023, richtte Hamas in Israël een bloedbad aan met medenemen van een groot aantal gijzelaars. Daarna schreef Van den Berg De genesis van het verraad, uitdrukkelijk een roman, maar wel een roman, zei Van den Berg tijdens de boekpresentatie in Amstelveen, geënt op wat zij in Ontrafeld had betoogd. Ook in zoverre geldt, kan men zeggen, dat zij daar zelf een toelichting op heeft geschreven, in De Groene van 2 oktober jl. Die toelichting is bovendien gevolgd door een podcast waarin zij wordt geïnterviewd.

Die toelichting en podcast houden vooral een overzicht in van de verschillende opvattingen over het zionisme met de conclusie dat over de oorspronkelijke dilemma’s van het zionisme opnieuw moet worden nagedacht. De voorkeur van Van den Berg gaat dan uit naar de idealen van vroegere zionisten als Leibowitz en Buber. De interviewer, Stephan Sanders, loopt dat pad met haar af en stelt haar de vraag of zij niet bevreesd is dat haar opvattingen over het zionisme juist koren op de molen van veel tegenstanders van Israël zullen zijn. In haar antwoord erkent zij dat zij daarvan wel eens wakker ligt maar dat de waaier van opvattingen uit het verleden juist zicht biedt op nieuwe mogelijkheden voor het samenleven tussen Joden en Palestijnen. En, voegt ze daaraan toe, was niet altijd het van veel kanten benaderen van een probleem een bekende methode binnen het jodendom.

Hier heeft ze het gelijk aan haar zijde en daarvoor hoef je niet ver terug te gaan in de tijd en niet slechts naar de rabbijnen. Ook voor de historicus Tony Judt was het jodendom 'gevoeligheid voor collectieve zelfbevraging', zo schreef hij in zijn laatste boek The Memory Chalet/De geheugenhut.

Van den Berg haalt in haar roman nogal veel over hoop. Dat komt mede door de achtergrond van de schrijfster, de archeologie. De hoofdpersoon van de roman, Shira, Israëlische vader, Nederlandse moeder, geboren in Israël, is journalist bij een linkse krant en haar specialiteit is eveneens archeologie. De opgravingen die Shira voor haar werk bij de krant bezoekt, brengen haar geregeld tot het inzicht dat de historische wekelijkheid vaak anders is geweest dan de gebruikelijke zienswijze over de Joodse aanwezigheid in het land.

Het zijn echter vooral twee andere thema’s uit haar boek die ik in het kort bestek van deze rubriek naar voren wil halen. Het betreft in beide gevallen situaties die, vrees ik, zich in oorlogstijd vaker voordoen. Allereerst komen in een land in oorlog de mensenrechten vaak en ook steeds meer onder druk te staan. Bovendien kunnen de inwoners de neiging hebben de buitenwereld, zo dat mogelijk is, buiten te sluiten: laat ons met rust.

In Israël was het afkalven van de mensenrechten onder de regering van Netanyahu al voor 2023 begonnen door de pogingen de invloed van het Hooggerechtshof in te dammen en door niet ondubbelzinnig vast te leggen dat allen die zich in het land bevinden in gelijke gevallen gelijk behandeld worden.

Tijdens de oorlog maakt Shira aan den lijve mee dat met een beroep op veiligheid de rechten van de burgers verder worden ingeperkt. Als ze in Jordanië opgravingen heeft bezocht, wordt ze bij terugkeer in Eilat aangehouden en ondervraagd. Haar telefoon wordt ingenomen zodat zij geen contact met de buitenwereld kan opnemen.

Naar Jeruzalem overgebracht, wordt Shira opnieuw ondervraagd door een medewerker van het persbureau van de overheid die uitlatingen doet als: “Ik wil dit land beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Je hebt geen idee hoeveel antisemitische rotzooi er in het buitenland de ronde doet. En met je kritische artikelen voed je die lui!”

Shira krijgt de kans haar leven te 'beteren'. Maar dan moet ze eens per week rapporteren en doorgeven waarmee ze bezig is. En haar Instagram-account verwijderen. Als ze daaraan niet meteen heeft voldaan, doet haar ondervrager dit voor haar. En als ze naar huis wordt teruggebracht, blijkt ook nog eens te worden verwacht dat zij over de redactievergaderingen van de krant gaat rapporteren.

In het laatste deel van de roman loopt Shira op tegen het in tijden van oorlog buitensluiten van de buitenwereld. De relatie van Shira met haar vriend raakt uit. Hij kan het niet meer aan: “De politiek kan me gestolen worden.” “Ik kan dit niet meer. Ik wil geen nieuws meer horen.” En in het contact met haar beste vriendin Marit en vooral diens man Eitan zien we een zelfde weerstand, het buitensluiten van de buitenwereld. Met Marit kan Shira nog wel een gesprek voeren maar dat wordt moeilijker als Baz, de zoon van Marit en Eitan, is opgeroepen om in het leger te dienen. De vrijblijvendheid is dan verdwenen.

Ik citeer Marit: “Niemand is zichzelf in deze tijd- niet in politieke zin en niet als mens, als voelend wezen. Hoe je dit allemaal verwerkt, wat het met je doet, hoe bang je ervan wordt, hoe het je beeld van de werkelijkheid verandert, wat je van de toekomst verwacht: het sijpelt overal in door.”

Bij de boekpresentatie sprak Abram de Swaan vooral hierover: wat grote rampen met mensen doen. De afloop van de roman van Van den Berg wilde hij terecht niet onthullen. Toch waag ik het Tony Judt nog een keer aan te halen die De geheugenhut zo afsloot: “Bij nalezing merkte ik dat ik behoorlijk direct en soms ronduit kritisch ben over degenen van wie ik hou.”

Nieuwsbrief

Volg ons en blijf op de hoogte! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief en wij zorgen dat je niks mist.