Boekenrubriek

Samengesteld door Leo Frijda

Gepubliceerd op: 4 september 2025

Is iets begrijpen altijd autobiografisch?

Frank Diamand, Ik is een ander
Verschenen in 2019 bij Amphora Books
ISBN: 9789064461101

Eind juli van dit jaar is de dichter, documentairemaker en tijdgenoot Frank Diamand op 85-jarige leeftijd overleden. Ik heb hem leren kennen omdat hij een aantal gedichtenbundels heeft gepubliceerd bij de uitgever waar ook mijn boeken zijn verschenen. De gedichtenbundel uit 2019, Ik is een ander, is opgedragen aan zijn levensgezel Evelien Gans die in 2018 was overleden. Deze bundel gaf de uitgever destijds aan mij mee en daarin staat de zin waarmee deze boekentips begint.

Jaap van Straalen heeft Frank Diamand over Ik is een ander geïnterviewd. Een bijzonder mooi portret dat ik met klem aanraad te bekijken en beluisteren.

Frank Diamand ben ik nadien nogal eens tegengekomen, ook omdat wij niet ver van elkaar bleken te wonen, met uitzicht op de oude Houthaven. In één van de gedichten, 'Topografie', beschrijft hij wat hij daar ziet. Ook was Frank Diamand vorig jaar aanwezig in de Amsterdamse Stadsboekwinkel bij de presentatie van mijn Kafkaboek. Dat was, meen ik, de laatste keer dat ik hem heb ontmoet.
Bij het herlezen van Ik is een ander trof mij de persoonlijke toon van zijn gedichten. In de gedichten onder de titel 'Je bent' spreekt hij zichzelf als dichter aan:

Je bent behept met een teveel
aan boeken. Existentieel probleem
je kunt geen afscheid nemen.

Je bent, je reflecteert
leeft om gevoelens heen
alsof het meubels waren.

Je schrijft, je vraagt je af
van elke regel of hij past
in dit gedicht.

Je komt op dingen
die er eerst niet waren.

Georges Perec en Robert Bober, Ellis Island, Verhalen over ontheemding en hoop
Vertaald door Rokus Hofstede en met een nawoord van Manet van Montfrans
Uitgegeven in 2025 bij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029553476

De overgang van Frank Diamand naar Georges Perec en Robert Bober is gemakkelijk te maken. Alle drie dragen zij de geschiedenis van hun jonge jaren met zich mee. Diamand werd september 1944 vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen afgevoerd. Hij heeft het overleefd. Perec (1936-1982) is een zoon van Poolse Joden die naar Frankrijk waren uitgeweken. Zijn ouders hebben de oorlog niet overleefd. Bober (1931) is in Berlijn geboren en met zijn ouders, eveneens Poolse Joden, naar Frankrijk uitgeweken. In 1975 waren Perec en Bober met elkaar bevriend geraakt en het was de filmmaker Bober die Perec heeft benaderd om naar Ellis Island te gaan en over die plaats een filmdocumentaire te maken.

Op de door Perec en Bober in 1979 gemaakte filmdocumentaire is het nu vertaalde boek over Ellis Island gebaseerd. Het kent vijf hoofdstukken: 1. 'Traneneiland', een inleidende beschrijving over de opzet van dit immigratiebureau: vooral hoe deze "fabriek om Amerikanen te produceren" tussen 1892 en 1954 heeft gefunctioneerd. 2. 'Beschrijving van een weg', de tekst van Perec over wat hem en Bober heeft bewogen naar Ellis Island te gaan en daarover te berichten. 3. 'Album'. Historisch fotomateriaal. 4. 'Locatieonderzoek'. 5. 'Herinneringen'. Gesprekken met personen die destijds via Ellis Island Amerika hebben bereikt.

Het is verstandig mij te beperken en ik zal het daarom zo doen: ik bespreek slechts hoofdstuk 2, doe mee met de drijfveren en achtergronden van Perec en Bober, om vervolgens in het verlengde daarvan enkele andere publicaties van Perec en Bober te noemen.

Aan het begin van hoofdstuk 2, 'Beschrijving van een weg', vraagt Perec zich af waarom mensen Ellis Island nog steeds blijven bezoeken.
"Tegenwoordig bezoeken mensen Ellis Island nooit toevallig,
is mijn indruk. Wie er ooit zijn langsgekomen
hebben niet echt zin om er weer terug te keren.
Hun kinderen of kleinkinderen gaan er voor hen
naartoe, komen er zoeken naar een spoor; wat voor de enen
een plaats van beproevingen en onzekerheden was,
is voor de anderen een plaats geworden om te gedenken,
een van de plaatsen waarin hun band met de geschiedenis
gestalte krijgt."

Ook ik heb een keer Ellis Island bezocht en heb daarna via passenger-ship-search de familieleden gezocht die via Ellis Island naar Amerika waren geïmmigreerd. Met hun twee jaar oude zoon Ravel hebben Alexander en Elisabeth Frijda in 1940 Amerika bereikt. De achternaam, gespeld als Fryda, geeft veel meer respons. Uit het begin van de vorige eeuw vond ik onder meer zo’n tien Fryda’s uit Polen. Voor veel Joodse lezers, vermoed ik, zal dit alles evenzeer gelden.

Wat ik zelf in Ellis Island ben komen uitzoeken, schrijft Perec, is "amper onder woorden te brengen", het is "voor mij op een heel innige, heel ondoorgrondelijke manier verbonden met het feit dat ik Joods ben." Maar hij weet tegelijk "niet precies wat dat is, Joods zijn’ en ‘wat het me doet dat ik Joods ben."

"… het is niet verbonden met een geloof, een religie, een
leefwijze, een folklore, een taal;
misschien is het eerder een stilte, een afwezigheid, een vraag,
(…)
een onbehagelijke zekerheid,
waarachter zich een andere zekerheid aftekent"

"die abstract, zwaar en onverdraaglijk is:
de zekerheid dat ik gelabeld ben als Jood"

Vervolgens spreekt Perec Bober aan. Voor Bober is Jood-zijn veeleer blijven opgaan in een traditie, een taal, een cultuur, een gemeenschap. Voor hem is Joods-zijn, "manieren van eten, van dansen en zingen, woorden, smaken, gewoonten."

"En het is vooral het gevoel hebben dat je die gebaren
en rituelen met anderen deelt, over grenzen en
nationaliteiten heen, en dat die gedeelde zaken
wortels zijn geworden, al besef je op elk moment
dat ze behalve wezenlijk ook kwetsbaar zijn,
bedreigd door de tijd en de mensen"

Ellis Island is een plaats waar je wordt geconfronteerd met het verleden. En daar als Jood rondlopend rijst vrijwel onvermijdelijk de vraag wat het betekent om Jood te zijn. Maar tot Perec drong tevens door dat het niet alleen maar Joden waren die via Ellis Island een goed heenkomen probeerden te vinden:

"hij behoort toe aan al degenen die door onverdraagzaamheid en ellende
zijn verjaagd en nog altijd worden verjaagd uit het land waar ze zijn opgegroeid"

Georges Perec, W of de jeugdherinnering
Vertaald door Edu Borger
Uitgegeven in 1991 door De Arbeiderspers (privé-domein)
ISBN: 9029533579

Robert Bober, Nog nieuws over de oorlog?
Vertaald door Jan Versteeg
Uitgegeven in 1997 door De Arbeiderspers (alleen tweedehands of in de bibliotheek)
ISBN: 9789029502740

Perec heeft in zijn betrekkelijk korte leven veel boeken geschreven die ook in het Nederlands zijn vertaald. Over Perec en over W of de jeugdherinnering schreef ik destijds een column voor Crescas, gevolgd door een column over zijn boek ’t Manco. In die columns heb ik proberen aan te geven hoezeer in beide boeken, in de woorden van Manet van Montfrans, "het bij Perec alomtegenwoordige thema van afwezigheid en gemis doorklinkt in het oude poëtische beeld van het kind dat nooit de weg naar huis weervindt."

Wie nu geïnteresseerd is geraakt in deze Franse schrijver van Joodse afkomst, raad ik aan te beginnen met W of de jeugdherinnering. En dan toch ook maar Ik ben geboren, in 2013 eveneens verschenen in de reeks privé-domein van De Arbeiderspers. Manet van Montfrans schreef over Perec een gebruiksaanwijzing, waarvan in 2019 een herziene uitgave is verschenen. Een prima gids.

In W of de jeugdherinnering staat de volgende passage van Perec over zijn ouders:

"Ik schrijf omdat zij een onuitwisbaar stempel op mij hebben gedrukt en het spoor ervan de schriftuur is: hun herinnering is ongeschreven gebleven; het schrijven is de herinnering aan hun dood en de bevestiging van mijn leven."

Dit komt samen in ’t Manco, destijds door Pieter Steinz één van de spectaculairste romans uit de wereldliteratuur genoemd en een "volstrekt originele Holocaustroman."

De aandacht voor Perec verflauwt niet. Integendeel. De Arbeiderspers brengt herziene uitgaven van zijn werk op de markt. In 2024 verscheen Ruimten rondom, vertaald door Rokus Hofstede, en door Manet van Montfrans in haar nawoord een collage genoemd, een collage van teksten die Perec "met zijn sleepnet van de bodem van zijn geheugen ophaalde." Het zijn de invallen van Perec over ruimten: van kamers, van huizen, van straten, van steden, van het land. Ruimten rondom is een toegankelijk boek dat je ontspannen kan lezen. Maar ook een boek met invallen die je aan het denken zetten.

En ten slotte is afgelopen augustus bij De Arbeiderspers ook nog eens een herziene uitgave verschenen van de debuutroman van Perec, De dingen, vertaald door Edu Borger en in 1965 bekroond met de Prix Renaudot.

De filmmaker Robert Bober heeft in 1997 eveneens een boek geschreven, Nog nieuws over de oorlog?. Een heel ander boek dan het werk van Perec. Maar ook het lezen waard. Het is een met veel gevoel geschreven boek over Joodse vluchtelingen in het Parijs van na de oorlog. In zijn jonge jaren heeft Bober daar in talrijke naaiateliers gewerkt. Zijn daarop geënte roman situeert hij rond een naaiatelier in de rue de Turenne, een straat in de Marais.

In het boek van Bober komt ook een ‘Georges’ voor, die vertelt wat hem in de oorlog is overkomen. Georges is in belangrijke mate gemodelleerd naar Perec, maar niet tot in alle details. Nog nieuws over de oorlog? is uitdrukkelijk een roman.

De personen die in deze roman optreden, hebben ieder een eigen verhaal over wat hen in de oorlog is overkomen. En "degenen die vandaar zijn teruggekeerd, zullen beslist tot het einde van de dagen Joods blijven."

Perec en Bober, twee vrienden, ieder met een eigen verhaal. Inspirerend.

Konstantin Paustovski, De gouden roos
Vertaald door Wim Hartog
Uitgegeven in 2025 (herziene druk) door Van Oorschot
ISBN: 9789028252134

Wim Hartog, de vertaler van Paustovski, is op 22 juli jl. overleden. Hartog is vooral bekend geworden door zijn vertaling van het magnifieke hoofdwerk van Paustovski, Verhaal van een leven, in 2019 bij Van Oorschot in een herziene uitgave verschenen. Michel Krielaars schreef een mooie column in NRC naar aanleiding van het overlijden van Wim Hartog, voor wie hij "een diepe buiging maakt."

Voor mij is Paustovski vooral verbonden met Odessa en Isaak Babel. In Tijd van de grote verwachtingen (deel 2 van zijn Verhaal van een leven) schildert Paustovski een uitgebreid portret van Babel die hij ook zelf aan het woord laat:
"Achter zijn bolle brilleglazen blonk een traan. Hij nam zijn bril af en veegde met de mouw van zijn verstelde grijze colbertje langs zijn ogen. ‘Ik heb mijn nationaliteit niet zelf gekozen', zei hij onverwachts met stokkende stem. ‘Ik ben Jood, een jid. Soms denk ik dat ik alles begrijpen kan, maar één ding zal altijd onverklaarbaar blijven: de reden van die duistere schande die men eenvoudig­weg antisemitisme noemt."

Toen ik in 2017 Odessa bezocht, ging ik natuurlijk naar het Literatuurmuseum, vooral ook om daar het brilletje van Babel te zien. En dus trof me wat Michiel Driebergen begin van dit jaar in Trouw bericht. Het brilletje van Babel is al niet meer in het museum te zien; het is "als gevolg van een explosie in de buurt" "naar de kelder geëvacueerd."

"Uitgerekend de schrijvers die de Oekraïense havenstad Odessa beroemd maakten", schrijft Driebergen "dreigen daar verwijderd te worden uit de publieke ruimte: Isaak Babel, Konstantin Paustovski en Alexandr Poesjkin."

Een oorlog tast de geschiedenis aan. Het is maar goed dat de sporen van Odessa, deze indertijd meest Europese stad aan de Zwarte Zee, zijn terug te vinden bij genoemde schrijvers. En Paustovski (1892-1986) bij uitstek had een wijde blik.

In zijn boek De gouden roos staat het schrijven centraal. Veelal geeft hij aan de hand van andere schrijvers inzicht in zijn eigen schrijverschap en wat hem bij het schrijven heeft geïnspireerd. Natuurlijk zijn vooral zijn vakgenoten uit Rusland een bron van inspiratie. Tolstoj, Gogol, Boenin, Gorki, en vooral Poesjkin, vaak met een gedicht, zoals diens 'Ik hou van jou, o Peters pracht', waarin volgens Paustovski "heel de magie van de Russische taal ligt besloten."

Maar ook schrijvers uit andere landen van Europa zijn voor Paustovski een bron van inspiratie. De Deen Andersen en zelfs onze eigen Multatuli ("Minnebrieven is met overweldigende kracht geschreven"). Maar naast de Russische schrijvers zijn het vooral Franse schrijvers die hij als zijn verwanten begroet: Stendhal, Balzac, Victor Hugo, Zola, De Maupassant. Wat ik maar zeggen wil: wie Paustovski leest, krijgt zicht op een Europa dat zich al veel langere tijd uitstrekt over de grenzen van nationale staten.

Het hoofdthema van De gouden roos is echter het besluit van Paustovski om te "schrijven, schrijven en nog eens schrijven!" Hij verlangde "met zijn hele wezen om als schrijver te beginnen", "omdat de literatuur voor mij het prachtigste verschijnsel ter wereld was."

Voor Paustovski is "echte literatuur als lindebloesem": "Vaak heeft zij de afstand in de tijd nodig om haar kracht te kunnen beproeven en bepalen, om haar adem en onsterfelijke schoonheid te kunnen bespeuren."

"De tijd die in staat is de liefde en alle andere menselijke gevoelens tot zelfs de herinnering aan een menselijk wezen uit te wissen, verleent de literatuur onsterfelijkheid."

Nieuwsbrief

Volg ons en blijf op de hoogte! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief en wij zorgen dat je niks mist.