inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Esther Voet

Esther Voet (1963) is sinds maart 2013 directeur van CIDI. Daarvoor was zij hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad. Als freelance journalist reisde ze over de hele wereld, ook door Arabische landen. In Israël is ze kind aan huis.

vrijdag 3 januari 2014

Deze column schrijf ik in een klaslokaal in Yad Vashem. CIDI gaat ieder jaar met 25 docenten naar dit museum en het daaraan verbonden studiecentrum. De meeste docenten geven geschiedenis of maatschappijleer. Hulde aan deze professionals die ervoor kiezen om hun vakantie op te geven voor een confronterend seminar met informatie waar je maag zich regelmatig van omkeert. Ze doen dat om, eenmaal terug in Nederland, effectiever te kunnen zijn in het doorgeven van de lessen die we uit de Holocaust kunnen trekken. Hulde ook aan Stichting Maror die deze reis jaarlijks mogelijk maakt. We weten waar de Marorgelden vandaan komen, en het mogelijk maken van deze reis voelt als het rondmaken van een cirkel.

Een essentieel onderdeel van dit seminar is niet zozeer de focus op hoe de slachtoffers van de Sjoa omkwamen, maar vooral ook op hoe ze leefden, zowel voor de oorlog als tijdens de onderduik, in het getto, in het kamp. Joden met al hun verschillende facetten, levenswijzen, overtuigingen en talenten. Iedere keer weer is het schokkend om een beeld te krijgen van de enorme culturele rijkdom die met het verdwijnen van de Joodse gemeenschappen verloren is gegaan.
Ze werden als bomen ontworteld, de takken werden afgerukt; een catastrofe die deze week hier in het park van Yad Vashem wordt gesymboliseerd door de ravage die een sneeuwstorm een paar weken geleden aanrichtte. Er is vrijwel geen boom zonder schade. Overal liggen takkenbossen, vaak vruchtdragend. Takken van bomen die werden geplant ter ere van de rechtvaardigen die mensen hebben gered. We mogen de dennen- en sparrenappels meenemen als souvenir.

Intussen gaat het leven in Nederland en Europa, dat nu even ver weg lijkt, ook gewoon door. Journalisten willen een reactie van CIDI op het nieuws daar, dat ik voor nu alleen even volg via Twitter.
Zo is er op dat medium al dagen een discussie gaande over een Franse cabaretier wiens naam alleen al een gotspe is: Dieudonné. De man is tot zeven keer toe veroordeeld voor antisemitisme en heeft een trucje uitgevonden dat op Twitter inmiddels de Hitlergroet 2.0 wordt genoemd. Deze man was ooit een anti-racist, maar werd later aanhanger van het Front National, zo lees ik op zijn Wikipedia-pagina. Op Twitter wordt gediscussieerd of cabaretiers als deze wel of niet mogen zeggen wat ze denken. Er komen beelden van de man voorbij, waarop hij zijn alternatieve Hitlergroet toont op plekken als Auschwitz en bij de Klaagmuur.
Ook is er die voetballer Anelka, die Dieudonné imiteerde na het maken van een doelpunt in de Engelse Premier League. Ik vrees dat de groet ook bij Nederlands tuig in zwang zal raken. Het lezen van dit soort berichten op deze plek, juist hier, veroorzaakt bij mij kortsluiting in hoofd en hart.
De expert die de huidige workshop leidt, vraagt intussen aan de leraren wanneer antisemitisme is ontstaan. Er komen verschillende antwoorden. Hij antwoordt: "Rabbijn Lau zegt: sinds Abraham." Ik denk dat Rabbijn Lau gelijk heeft. Het is onuitroeibaar. Antisemitisme was even uit de mode, maar wat maakt het een spectaculaire comeback.

Het is pauze. Ik loop naar buiten en tuur over de heuvels van Jeruzalem. De wolken spelen met de zon een spel van schaduw en licht. Nog dieper dan gewoonlijk besef ik hoe belangrijk dit land is; dit land dat fouten maakt, dit land met grote problemen, misstanden, vraagtekens en uitdagingen. En ja, er is kritiek die wel degelijk valt te rechtvaardigen. Ik begrijp ook niet waarom er voortdurend wordt gespeeld met plannen voor huizenbouw in nederzettingen, die vervolgens worden afgeblazen, en dan weer worden aangekondigd. Maar ik denk ook aan de bakken ongenuanceerde kritiek die Israël krijgt, zoals de brulaapjes op Twitter die regelmatig mijn tijdlijn vervuilen. 'Genocide in Gaza!', 'Israël is net zo erg als de nazi's!', 'De Joden doen nu met de Palestijnen wat Hitler met hen heeft gedaan, Joden zouden beter moeten weten.' Buiten alle proporties; oude wijn in nieuwe zakken. Het liefst zou ik die roeptoeters hier in Yad Vashem willen opsluiten en de sleutel weggooien.

Nee, Israël is niet perfect en nog lang niet zo aangeharkt en 'af' als Nederland. Maar wat is het bestaan van dit land belangrijk en de collectieve, aanhoudende veroordelingen die het te verduren krijgt, zijn simpelweg onrechtvaardig. In tegenstelling tot wat je zou denken als je totaal onwetend een maand het nieuws zou volgen, is Israël niet het grootste kwaad op de wereld. Hoe graag verschillende lobbyclubjes die zich presenteren als pro-Palestijns, maar zich in werkelijkheid anti-Israëlisch manifesteren, ons dat ook willen laten denken. Israël verdient meer steun en loyaliteit dan het nu krijgt. Zeker ook uit eigen kring. Ik weet dat het veilig voelt om mee te huilen met de wolven in het bos. En ja, het maakt die personen bij veel clubjes met twijfelachtige intenties, uitermate populair. Want niets geeft meer rechtvaardiging dan te kunnen zeggen: "Zie je wel. 'Ze' zeggen het zelf ook!" Ik wens degenen die zich nu aangesproken voelen een vreedzaam maar vooral moedig 2014 toe.

Delen |

vrijdag 18 oktober 2013

In de virtuele wereld kom je de raarste types tegen: op facebook mannetjes die zeggen dat ze ergens in de Afghaanse woestenij zitten en graag vrienden met je willen worden, of types die alles van jou willen weten zonder zelf ook maar twee woorden over zichzelf prijs te geven. Op twitter zien we veel anonieme brulaapjes en soms een brulaapje dat precies weet tot hoe ver hij moet gaan, voordat hij een aangifte aan z’n broek krijgt. De echte abjecte, overboord tweets worden in 99 van de 100% gemaakt door anonieme lieden, die laf vanachter hun door privacywetten beschermde computer de meest racistische, discriminerende en antisemitische uitspraken doen.
En ja, er zijn er ook bij die dreigen. Binnen een paar seconden gedaan, de ether in geslingerd en met grote kans op geen enkele juridische consequentie, want vooral op facebook en twitter kun je over het algemeen anoniem he-le-maal los. De providers in kwestie verschuilen zich achter ‘de wet’, wat in vrijwel alle gevallen neerkomt op het laten stromen van Gods water over Gods akker.

Het doet me bijna nostalgisch verlangen naar ‘die goede oude tijd’. Want kijk, toen moest je er als gedreven bedreiger echt nog iets voor doen als je mensen anoniem wilde beledigen, discrimineren of naar het hiernamaals wensen. Dan moest je eerst kranten kopen om daar letters uit te knippen (allemaal met handschoentjes aan vanwege de vingerafdrukken natuurlijk ;-)). Dan met Pritt-stift aan de slag, woordje voor woordje of soms lettertje voor lettertje je zinnen formuleren. Dan een envelop vinden en die uiteraard niet met je tong, maar met een watersponsje dichtplakken. Postzegel erop (liefst een zo gewoon mogelijke) en dan daarna vanuit vooral een andere woonplaats dan de jouwe, de brief op de bus doen. Die anonieme sujetten moesten er echt nog iets voor over hebben.

Tegenwoordig gaat het anders. Je gaat in je warme huisje achter je computertje zitten, kopje koffie of biertje erbij, helemaal los gaan en zodra je gedachte zich heeft gevormd, het hersenspinsel meteen het net op slingeren. Niets meer nadenken over zinsopbouw (daar had je vroeger de goede letters voor nodig die je dan moest uitknippen), want waar de voorgangers van de huidige brulaapjes nog echt wat energie moesten stoppen in hun snode plannen, kan dat nu in ultieme luiheid binnen een minuut.

Valt er veel tegen te doen? Nou, nee, slecht, alleen in hoogst uitzonderlijke gevallen. Zelfs twitterconversaties waarvan iedereen weet dat het antisemitisme er van afdruipt, zijn verdomd moeilijk aan te pakken. De uitingen van haat worden steeds talrijker, luider en brutaler. Wat we twintig jaar geleden nog voor onmogelijk hielden, is nu op internet gemeengoed geworden. Steeds vaker word ik, ook op twitter, geconfronteerd met mensen die bijvoorbeeld de omvang van de Holocaust openlijk in twijfel trekken.

Daarnaast wordt de roep om ultieme vrijheid van meningsuiting, zoals die wordt gebezigd in de Verenigde Staten, ook hier in Nederland steeds luider. En hier in Nederland wordt gebruik gemaakt van sites in de Verenigde Staten waarop teksten staan die hier in Europa dan nog wel verboden zijn, maar daar niet, vanwege die vrijheid van meningsuiting. Daar valt inderdaad heel weinig tegen te doen.

Dus daarom maar niets doen? Ik dacht het niet. Misschien vallen dit soort uitingen niet altijd juridisch aan te pakken, maar je kunt wel blijven melden, bijvoorbeeld bij CIDI. Dat melden is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Als wij in beeld willen brengen dat dit soort uitingen hand over hand toeneemt, dan zullen we daar vooral en als eerste zelf iets aan moeten doen. Daarom: meld antisemitisme! Waar je het ook tegenkomt: zowel op straat als in de (sociale) media. CIDI is er klaar voor.

Met dank aan Wilco Boom, NOS. Hij weet zelf wel waarom.

Delen |

vrijdag 28 juni 2013

Als Amsterdamse reis ik iedere dag heen en weer tussen hoofdstad en Hofstad. Ik ben verknocht aan Amsterdam. Ik hou van de Negen Straatjes en de Jordaan, geniet van het bootje voor de deur waarmee ik in de zomer door de grachten vaar en dan iedere keer weer nieuwe pandjes ontdek die me niet eerder waren opgevallen. In Amsterdam heb ik het gevoel van vrijheid, dat alles kan zolang je de ander ook maar in zijn of haar waarde laat. Mijn favoriete hobby, mensen kijken, is dan ook het best uit te voeren in Mokum.

Maar eerlijk is eerlijk, voor Den Haag valt ook iets te zeggen. Ik drink liever een borreltje op het Plein dan op de Dam en in het compacte Haagse winkelhart is het veel beter shoppen dan op de Nieuwendijk, in Kalver- of Leidsestraat. Echt, doe maar eens een vergelijkend warenonderzoekje. Het Voorhout vind ik een van de mooiste plekjes van Nederland, met zijn statige bomen. In de winter, wanneer er een sneeuwtapijt ligt, ademt het een verstilde, Couperusachtige sfeer. In de zomer heb ik op donderdagen het gevoel dat ik op vakantie ben als ik onder het lommerrijke groen over de antiekmarkt loop.

Aan de andere kant doet de ijsbaan op het Leidseplein in de winter veel intiemer aan dan het wat armoedige beachvolleybaltoernooi dat in de zomer op het Plein wordt gehouden. En als het regent is het helemaal van een grote treurnis. In Den Haag is het in lente, zomer en herfst steevast vijf graden kouder, ten minste, zo voelt het aan met die eeuwige wind van zee. Gevolg: iedere ochtend sta ik voor mijn kledingkast met de vraag: wat voor weer zal het zijn in Den Haag?

Hoewel Jeruzalem en Tel Aviv op ongeveer dezelfde afstand liggen als Amsterdam en Den Haag, is het verschil tussen het eerste setje veel groter. Iedereen die beide steden kent, heeft een voorkeur: je houdt óf van Jeruzalem óf van Tel Aviv. Ik beschouw mezelf als overloper. Ooit ging mijn voorkeur uit naar het van religie doordrongen, gespleten fenomeen Jeruzalem, maar hoewel de stad altijd een plekje in mijn hart zal houden, wint Tel Aviv het inmiddels. Ook hier dat gevoel van vrijheid om te kunnen zijn wie je bent, de creatieve buzz die er heerst. Tel Aviv, gay capital of the world, heeft een uitbundige scene waar Amsterdam jaloers op kan zijn. En dan al die prachtige mensen. In Tel Aviv loop ik altijd rond met een gevoel van: waar is het feestje?

Mijns inziens is het dan ook onvoorstelbaar dat een persoon van wie ik niet zo’n hoge Dunk heb, een schreeuwertje met een pathetische behoefte aan aandacht, het in zijn kronkelbrein haalt om Israël te vergelijken met … Iran. Ja, je leest het goed … Ik vraag me af waar en wanneer de kortsluiting bij de heer Von der Dunk heeft plaatsgevonden, maar dat die heeft plaatsgevonden is evident. Elke vergelijking gaat immers mank. Kijk alleen al naar het democratisch gehalte van de twee landen, naar de vrijheid die Israëlische burgers hebben om te kunnen zijn wie je bent en dat in alle diversiteit te kunnen vieren, terwijl de Iraniërs zuchten onder het juk van een mullahbewind en vrouwen niet eens zonder hoofddoek de straat op mogen.

Ik vroeg mij na het lezen van de column in de Volkskrant waarin Von der Dunk deze vergelijking maakt, af of de kortsluiting ongeneeslijk zou zijn. Ik vrees van wel. Of, misschien, wacht … Zou de heer Von der Dunk wellicht de moed hebben om zich zelf eens te onderwerpen aan een vergelijkend warenonderzoekje? Zou hij het aandurven om met zijn vriend een dagje door Tel Aviv te lopen, hand in hand, zo nu en dan zoenend? En zou hij dat dan ook eens willen proberen in een willekeurige stad in Iran? En dan eens kijken wat er gebeurt …

Delen |

vrijdag 31 mei 2013

Er zijn van die weken, waarbij je hele planning in duigen valt, bijvoorbeeld wanneer je ergens vorige week hoort dat het toch echt belangrijk is om deze week aanwezig te zijn bij een conferentie over antisemitisme in Jeruzalem. Kortom, afspraken verzet, ticket geboekt en heel snel koffer gepakt. Tussen neus en lippen door, want er was ook nog een e-book dat de avond voor vertrek moest worden gepresenteerd. Een boekje overigens, dat laat zien hoe leuk Israël eigenlijk is, om als land gewoon eens te bezoeken en er vakantie te vieren. Enfin, de volgende ochtend met de dauw op mijn ogen (de presentatie was ‘en petit comité’ tot in de vroege uurtjes doorgevierd) op Schiphol, waar een hele batterij aan jongemannen, allemaal hetzelfde gekleed, ook bij de ElAl-balie stond.

Het Nederlands voetbalelftal onder de 21 bleek tegelijkertijd te vliegen, op weg naar het Europees kampioenschap onder de 21 dat de komende weken in Israël plaats vindt. En ze schijnen volgens kenners nog een goede kans te maken ook. Kortom, het werd een gezellige vlucht, want ik zat vlak bij ze. Grappen en grollen, diverse potjes hartenjagen (geloof ik) en heel veel poseren voor een fotootje voor mensen die dit toch wel reuze interessant vonden (ik ook). En, ik moet zeggen, wat ik er zo van kon opvangen, hebben die jongens het goed met elkaar, ik voelde 'team', maar misschien zit ik er wel helemaal naast. Het zag er in ieder geval, in meer dan een opzicht, goed uit :). En waar ik vooral vrolijk van word: het elftal bestaat uit allerlei verschillende soorten en maten en kleuren.

Jongens succes gewenst en de sherut naar Jeruzalem gevonden. Terwijl de bloeiende oleander en statige cipressen langs me heen flitsen, realiseer ik me ineens hoe zeer het leven van deze jongens verschilt van dat van hun Israëlische leeftijdgenoten. Deze jongens, waarschijnlijk allemaal tussen de 18 en 20 jaar, in de bloei van hun leven, zien de wereld omdat ze heel goed zijn in dat spelletje waar ik ook dol op ben (om te kijken dan): gadorregel (voetbal). Ze hebben de tijd van hun leven. Hun leeftijdgenoten in Israël, jongens en meisjes, gaan tijdens deze jaren die eigenlijk zo ontzettend leuk zouden moeten zijn, twee, drie of vier jaar in het leger; niets opbouw sportcarrière of universiteit, maar zand happen en afzien.

Goed, ik ben hier voor een conferentie. Over antisemitisme. En het beeld in West-Europese landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Duitsland en Nederland is ongeveer identiek. De consensus is dat allochtoon antisemitisme waarschijnlijk een andere benadering vereist dan autochtoon antisemitisme, wat zo maar zou kunnen. Bovenstaande landen praten daar binnenkort in ieder geval verder over.

Terug in mijn hotel kijk ik mijn tweets na. Ene @maiwandafghani (met onder zijn naam de subtitel: Islamic state of Europe) heeft een interessant statement achtergelaten: 'Israel (zionisten/Joden) wachten op hun Messiah (Dajjal), wat in werkelijk de anti-Christ is, de valse Messiah.'
Ik retweet het met 'Zoo...' ervoor.
Meteen antwoord terug: 'Dat is gewoon zo vanuit islamitisch perspectief, dat is gebaseerd op de Koran en Ahadith, er is niets anti-semitisch daar aan.'
Joh, ga toch fietsen. Of voetballen. Dan hou ik me wel bezig met wat wel of niet antisemitisch is.


Vanuit Jeruzalem, Esther Voet

Delen |

vrijdag 12 april 2013

Zondag 7 april: de hackersgroep Anonymous valt digitaal Israël aan en richt zijn pijlen in het bijzonder op Yad Vashem. Terwijl ik bij de Hollandsche Schouwburg een indrukwekkende herdenking van Jom Hasjoa bijwoon, kom ook ik onder vuur te liggen.

Hackersgroepering Anonymous had het al weken van tevoren met veel tamtam aangekondigd: op 7 april zouden ze voluit de aanval openen op Israël. Op het internet wel te verstaan. Ze zouden het land van de digitale kaart vegen, zo beloofden ze, en dat deden ze uit solidariteit met de Palestijnen.

Vraag is: waarom koos Anonymous uitgerekend voor deze datum voor de actie die onder de naam #OpIsrael voor de nodige ellende moest zorgen? Op deze 7e april herdachten wij Joden over de hele wereld, dus ook in Israël, de Holocaust. Kan het zijn dat Anonymous niet heeft geweten Israël van de kaart te willen vegen op deze wel heel gevoelige datum? Het is een mogelijkheid en lang wilden we het één niet in verband brengen met het ander. Een ‘ludieke’ anti-Israël actie, hoe schadelijk eventueel ook, is iets anders dan een ronduit antisemitische actie en het is en blijft belangrijk om met de laatste beschuldiging voorzichtig te zijn.

Vanuit Israëlische kant bleven hackers inmiddels ook niet op hun handen zitten. De site van Anonymous werd gehackt. Op de openingspagina werd een bericht geplaatst met daarop historische feiten over het Israëlisch-Palestijnse conflict waar de Anonymous-leden niet blij mee kunnen zijn geweest, en ‘erger’ nog, als mensen de pagina openden, kregen ze daar spontaan HaTikwa, het Israëlische volkslied, te horen. Kijk, dat vind ik nou wel ludiek …

Daadwerkelijk bewijs dat de datum van 7 april door Anonymous bewust was gekozen kwam in de middag, toen bleek dat de site van Yad Vashem, het Nationale museum van de Holocaust in Israël, een digitale massa-aanval te verduren kreeg, die de site overigens behoorlijk doorstond getuige de tweets die nog steeds doorkwamen. Yad Vashem, het epicentrum van alle Holocaustherdenkingen, moest uitgeschakeld worden. Brrr ... En daarmee is bewezen dat deze actie van Anonymous niet alleen een smakeloze aanval was op het door hen zo verfoeide zionisme, maar wel degelijk ook een antisemitische lading had. Uitgerekend deze datum misbruiken voor een ‘erase’-actie, is ver over de grenzen van het toelaatbare. Net zo ontoelaatbaar als het feit dat tijdens de Holocaustherdenking in Israël mensen moesten vluchten naar de schuilkelders omdat er drie raketten werden afgevuurd vanuit Gaza, waarvan er een terechtkwam in Israël zelf. In Sderot moesten de inwoners de herdenking onderbreken.

Terwijl de cyber war in alle hevigheid gaande was, liep ik in gedachten verzonken naar de Hollandsche Schouwburg voor een waardige, bijna serene herdenkingsbijeenkomst (mede met dank aan het koor, overigens!). Een korte blik op mijn twitter account wees uit dat ik inmiddels ook onder vuur was komen te liggen. Iemand onder de naam KuntaKinte - ze zijn altijd anoniem - twitterde: ‘Block and Report Israel Propaganda Machine @Esther_Voet #OpIsrael.’ Tuurlijk jongens … En zo waren er nog een paar. Verder heb ik weinig ‘gehack’ ervaren.

Wat bewijst deze actie van Anonymous? Ik heb maar een antwoord: uitgerekend de grootste genocide ter wereld misbruiken voor een zogenaamd politiek statement, laat zien dat antisemitisme en antizionisme steeds meer door elkaar lopen. Met de poging van Anonymous om Israël, en Yad Vashem in het bijzonder, op deze datum waarop 6 miljoen vermoorde Joden worden herdacht, uit de lucht te willen halen, is de hele actie verworden tot een verwerpelijke, antisemitische daad.

Een daad die overigens jammerlijk mislukte, want Israël bleek op internet nog steeds in volle glorie aanwezig en de actie veroorzaakte weinig tot geen schade. De schade lijkt mij eerder toegebracht aan de ‘andere partij’, Anonymous. Het masker waarachter de groep zich in de sociale media verschuilt, is verwijderd en ze hebben hun ware aard laten zien.

Na de herdenking bij de Hollandsche Schouwburg, besloten een aantal kennissen en ik een hapje te gaan eten. En ik moest denken aan die even cynische als briljante one liner: They tried to destroy us, they failed, let’s eat.

Delen |