Boekenrubriek

Samengesteld door Leo Frijda

Gepubliceerd op: 22 oktober 2026

Florian Illies, Als de zon ondergaat, De familie Mann in Sanary
Vertaald door Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst
Uitgegeven in 2026 door Alfabet Uitgevers
ISBN: 9789021345093

In de boekentips van 27 juni vorig jaar wees ik op de toen verschenen bundel van Thomas Mann, Achtung, Europa!, met een lezing uit 1938 waarin hij een lans breekt voor de democratie als een vorm van beschaving die het mogelijk maakt fatsoenlijk en redelijk met elkaar om te gaan. Thomas Mann deugt.

Die lezing hield Thomas Mann in Amerika, twee jaar nadat hij in een open brief publiekelijk stelling had genomen tegen het regime van de nazi’s. Uit zijn dagboeken blijkt hoe moeilijk hij het vond om zich op deze manier over de politiek te uiten. Die beslissing viel hem zwaar. “Er moesten wel hoogst verkeerde dingen gebeuren, wilde mijn bestaan zulk een verkeerde, zulk een onnatuurlijke vorm aannemen.” In 1936 was het zo ver.

Begin oktober was ik met mijn zoon voor een kort bezoek in Lübeck, de geboorteplaats van Thomas Mann. In de trein naar Lübeck las ik daarom het nieuwe boek van de kunsthistoricus Florian Illies die we kennen als schrijver van eerdere boeken, 1913: Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw en Liefde in tijden van haat, 1929-1933.

Als de zon ondergaat, De familie Mann in Sanary, bestrijkt de maanden februari tot en met september 1933. In die periode wordt stap voor stap duidelijk dat Thomas Mann en zijn familie niet meer kunnen terugkeren naar hun huis in München aan de Poschingerstrasse 1. "Zijn vaderland", schrijft Illies, heeft Thomas Mann in 1933 verloren. Al zal het dus nog tot 1936 duren alvorens Thomas Mann zich publiekelijk tegen het regime in Duitsland uitspreekt.

Het kleine Sanary-sur-Mer in het zuiden van Frankrijk is in de geschiedenis bekend gebleven als de plaats waar voor de oorlog verschillende schrijvers en kunstenaars een toevluchtsoord vonden. Heinrich Mann, Lion Feuchtwanger, Aldous Huxley, Arnold Zweig, om enkele anderen te noemen.

Thomas Mann verlaat Duitsland op 11 februari 1933 om een lezing te houden in Amsterdam en daarna via Parijs naar hun vakantiebestemming in Zwitserland te gaan. Daar verblijft de familie Mann in Arosa, in het Waldhotel. Op stand zoals altijd. In een brief, geschreven vanuit Arosa, noteert Mann:
“Kan niet goed eten en niet goed slapen en de gedachte aan een volledige omwenteling van mijn bestaan, het idee in ballingschap te moeten gaan, ik, een man van zevenenvijftig die zo diep verbonden is met de culturele tradities en de taal van zijn land en daar zo van afhankelijk is, houdt me permanent in een staat van opwinding en ontreddering.”

Wie het boek van Illies leest, krijgt een goed beeld van die gemoedstoestand van Thomas Mann als vanaf 1 mei 1933 de familie Mann eveneens in Sanary-sur-Mer verblijft, in een mooie, rustige woning, La Tranquille, die speciaal voor hen is gevonden. Tot genoegen van Mann, die geen zin heeft in "tevredenheidsreductie", of nog erger: in, wat hij noemt, een "gedeclasseerd bestaan."

In de samenvatting van Illies: Thomas Mann heeft in die periode in Sanary niet alleen "dringend een vaste geografische positie nodig, maar ook een morele.” Hij ziet zich als “de ware vertegenwoordiger van de Duitse cultuur." “En de mensen die zich nu als de nog ware vertegenwoordigers van de Duitse cultuur beschouwen, minacht hij. In zijn dagboeken is hij niet zuinig met zijn walging en afschuw tegenover de nazi’s." Tegenover zijn vrouw spreekt Thomas Mann zonder aarzeling over hun "bestialiteit". Maar in het openbaar durft hij nog geen duidelijke houding aan te nemen.

“Ach de arme Thomas Mann”, schrijft Illies, “heen en weer geslingerd tussen alle ideeën en verwachtingen, 'wuivend als een riet in de wind’.” Illies citeert ook Joseph Roth, die korte tijd later aan zijn vriend Stefan Zweig schrijft: “Thomas Mann is gewoon naïef. Hij heeft geluk dat hij beter kan schrijven dan denken."

Naïef is Thomas Mann echter zeker niet, maar Joseph Roth, hij komt hierna nog aan het woord, kende de brieven en dagboeken van Thomas Mann natuurlijk niet. Maar over dat schrijven was de opmerking van Roth wel raak.

“Het is heel moeilijk een oordeel te geven over het zwijgen van Thomas Mann in deze warme zomer van 1933”, schrijft Illies, “veel te vaak wordt dan het grote boek Jozef en zijn broers vergeten, waar eigenlijk alles om draait.” Het eerste deel De verhalen van Jaäkob, in die tijd geschreven en bij Berman Fischer in Duitsland verschenen, kan voor de morele beoordeling van Thomas Mann worden gezien als “een vorm van stil verzet, een ‘Jodenboek’ uit de Franse ballingschap, een goed gecamoufleerd Trojaans paard dat opeens in nazi-Duitsland opduikt.”

Vaterland is een film van Paweł Pawlikowski uit 2026 met in de hoofdrollen Hanns Zischler als Thomas Mann en Sandra Hüller als Erika Mann. De film speelt in 1949 als Mann, begeleid door zijn dochter, voor de eerste keer weer een bezoek brengt aan zijn Vaterland.

Eerst vanaf 19 november aanstaande is deze film in de Nederlandse bioscopen te zien. Tijdens ons bezoek aan Lübeck bleek het Buddenbrookhaus te worden gerestaureerd. Het kon daarom niet worden bezocht. In plaats daarvan, zo zou men kunnen zeggen, hebben wij de gelegenheid aangegrepen om de nieuwe film over Thomas Mann al te gaan zien.

In 1933 had Thomas Mann, valt te lezen bij Illies, "zijn vaderland" verloren. In de film Vaterland keert hij daarnaar terug. De dan ruim zeventigjarige Thomas Mann reist per auto via Frankfurt naar Weimar in Oost-Duitsland om daar de Goethe-prijs in ontvangst te nemen. Zijn dochter Erika begeleidt hem. Dit betekent dat de film op onderdelen niet volledig volgt wat indertijd heeft plaatsgevonden. Niet Erika maar zijn vrouw Katia maakte in 1949 met haar man deze reis. Zie daarover de recensie van Geke Mateboer, die terecht constateert dat een en ander geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van deze indringende film.

De film is in zwart-wit opgenomen, waardoor de omstandigheden in het Duitsland van na de oorlog, toen nog verdeeld in zones, goed tot hun recht komen. Hans Zischler (ik kende hem als schrijver van een belangrijk boek over Kafka en de film) speelt Thomas Mann op een manier die, zo lijkt mij, overeenkomt met het beeld dat oprijst uit diens romans en dagboeken. Als belangrijk schrijver laat Thomas Mann zich de loftuitingen graag welgevallen. Op vragen antwoordt hij niet rechtstreeks maar veelal met toepasselijke citaten van andere beroemdheden, onder wie Immanuel Kant.

Erika Mann heeft het soms moeilijk met deze houding van haar vader. Bovendien speelt mee dat in de loop van de film haar broer Klaus zelfmoord pleegt en haar vader het bezoek aan Weimar niet wil afbreken om de begrafenis van zijn zoon bij te wonen. Erika is minder afstandelijk dan haar vader. Zij ontmoet in Weimar Gustav Gründgens die model heeft gestaan voor Mephisto, de roman van haar intussen overleden broer Klaus. Zij kan zich niet meer inhouden en slaat Gründgens in het gezicht. Een toch nog onverwacht en daardoor verpletterend moment in deze zonder meer aan te raden film.

Joseph Roth, Hakenkruis in het knoopsgat, over fascisme 1923-1939
Vertaald door Els Snick, met een voorwoord van Geert Mak en een nawoord van de vertaalster
Uitgegeven in 2026 door Van Oorschot
ISBN: 9789028263093

Zaterdag 17 oktober jongstleden hielden twee Joseph Roth genootschappen – voor het eerst - een gezamenlijke bijeenkomst in het Amsterdamse Goethe-Institut: het internationale genootschap uit Wenen en het Nederlandstalige Joseph Roth genootschap uit Gent.

Het internationale genootschap stond stil bij het verschijnen van een nieuw deel van de door dit genootschap stap voor stap uit te brengen Joseph Roth Edition: Schreiben für die Zeitung 1920. Het Gentse genootschap hield Hakenkruis in het knoopsgat ten doop, een serie artikelen die Roth schreef tussen 1923 en 1939. In die artikelen stak Roth niet onder stoelen of banken wat hij van de nieuwe machthebbers in Italië en Duitsland dacht. In duidelijke, vaak scherpe bewoordingen.

Geert Mak schrijft in zijn voorwoord dat Roth het fascisme "zag opkomen, van het allereerste begin." Een van de in Hakenkruis in het knoopsgat opgenomen artikelen uit 1923 eindigt met de zin: “Duitsland heeft geen regulerend bewustzijn meer."

De in Duitsland opkomende radicaal-rechtse beweging heeft Roth al in zijn boek Het spinnenweb (1923) gereconstrueerd. "Haarfijn en nauwkeurig", schrijft Mak. En zo’n tien jaar later, bij het begin van zijn ballingschap, schreef Roth de volgende eveneens door Mak geciteerde tekst: “Nu de rook van onze verbrande boeken ten hemel stijgt, moeten we beseffen en openlijk bekennen dat het Europa van de geest capituleert." Deze tekst is terug te vinden in het lange artikel Autodafe van de geest, in 1933 gepubliceerd in Cahier Juifs. Vertaald valt deze tekst nu te lezen in Hakenkruis in het knoopsgat.

Een jaar later schrijft Roth een artikel in het Pariser Tageblatt dat zo begint: “Al zeventien maanden zijn wij gewend aan het feit dat er in Duitsland meer bloed wordt vergoten dan de kranten drukinkt verbruiken om over dit bloed te berichten.”

Het is moeilijk om de artikelen van Roth te lezen zonder ook aan de omstandigheden van deze tijd te denken. Geert Mak noemt Roth "helderziend" en hint daar ook op. Het is aan de lezer om al dan niet tot zo’n gevolgtrekking te komen. Wat daarvan ook zij, de artikelen van Roth moet men eerst gaan lezen. In ieder geval.

Piet Hagen, Persbaron M.S. Vaz Dias, Kroniek van een Joods familiebedrijf
Uitgegeven in 2026 door de Walburg Pers
ISBN: 9789464566949

Het nieuwe boek van Piet Hagen geeft voor de eerste keer een samenhangend beeld van de vooroorlogse pers waarin Vaz Dias een belangrijke, centrale rol heeft gespeeld. Zijn persbureau geldt als de voorloper van het ANP. Dit boek heb ik met extra aandacht en plezier gelezen omdat Vaz Dias getrouwd was met Rosette Speijer, de zuster van mijn grootvader Samuel Speijer. Mozes Salomon Vaz Dias, oom Maurits, heb ik voor zijn overlijden in 1963 nog een enkele keer bezocht in zijn woonhuis aan de Amsterdamse Reinier Vinkeleskade. Bij Hagen lees ik dat hij als een persoon met een "seigneuriale" uitstraling gold. Ik kan dat beamen.

Het geboortehuis van Vaz Dias stond aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal en daarna woonde hij aan de Raamgracht, vanwaar hij gemakkelijk kon lopen naar de voorname Portugese synagoge, de Snoge, waarvoor hij later verschillende bestuursfuncties heeft vervuld. Het is in die buurt dat een brug naar hem is genoemd en voor hem een monument is opgericht.

Rosette Speijer kwam bij Vaz Dias in dienst als secretaresse maar was "in feite ook directieassistente en redactrice." Het leidde tot een huwelijk op 3 juni 1908. “Opmerkelijk omdat de familie Speijer niet sefardisch was. De Speijers stamden vermoedelijk uit Speyer (Spiers), een stad op de linker Rijnoever, niet ver van Heidelberg." Maar ook Rosette Speijer was "een statige dame." En ook dat kan ik beamen.

Een citaat uit het boek van Hagen: “Terugblikkend op zijn begintijd in de journalistiek zou Vaz Dias later zeggen: ‘Het hele journalistenlegioen schijnt tegenwoordig bij café Scheltema te zitten. In mijn tijd sleten we onze uren bij café Royal op de hoek van de Dam. We dronken er ook een borreltje, maar wij hielden ons bovenal onledig met het maken van berichten, verslagen en commentaren. De kruiers liepen er af en aan'.”

Vaz Dias heeft in de loop van de tijd zijn persbureau uitgebreid. Zo werd een door hem begonnen knipseldienst tot ver na de oorlog voortgezet. Vaz Dias zelf werd in de loop van de tijd "meer ondernemer dan journalist." De groei van zijn bedrijf was zichtbaar aan de plaatsen waar het was gevestigd, eerst aan de Nieuwezijds Voorburgwal, daarna aan de Keizersgracht en ten slotte aan het Singel.

Mijlpalen waren in de begintijd de primeur over de grootste diamant aller tijden, de Cullinan-diamant en het verslag van de aankomst van Louis Blériot in Dover na een geslaagde vlucht over het kanaal. Maar een mijlpaal was zeker ook de start van de radio-uitzendingen vanuit het persbureau aan het Singel. Op 21 februari 1922. Op 12 april 1922 gevolgd door het voorlezen van de voetbaluitslagen. Vijf jaar nadien, schrijft Hagen, "genoten de uitzendingen van de radionieuwsdienst (‘Hier is persbureau Vaz Dias’) algemene bekendheid."

In de jaren dertig speelden twee gebeurtenissen een centrale rol, in Duitsland de opkomst van het nationaalsocialisme, in Nederland de oprichting door de gezamenlijke Nederlandse kranten van het Algemeen Nederlands Persbureau, het ANP. Vaz Dias probeerde de berichten uit Duitsland zo neutraal mogelijk door te geven. Niettemin publiceerde Vaz Dias al vroeg, schrijft Hagen, "verontrustende berichten over het geweld tegen Joden en Joodse eigendommen." Men kón het weten.

En op 1 juli 1935 begon het ANP met het uitzenden van nieuwsberichten. Het Persbureau Vaz Dias zal na 32-jarige arbeid afscheid van u nemen, zei zijn oprichter bij die gelegenheid. Wel kreeg Vaz Dias een directeurspost op het nieuwe hoofdkantoor van het ANP aan de Herengracht. Maar niet voor lang. Al een jaar later volgde zijn ontslag. Vaz Dias voelde zich "als een kwajongen behandeld." Na de oorlog dacht hij daar kennelijk genuanceerder over.

Een laatste citaat: “Tijdens de bezetting zou Vaz Dias een belangrijk aandeel hebben in de actie om vrijstelling van deportatie te bewerken voor alle Joden van Portugese komaf. Na de oorlog, die hij dankzij onderduik overleefde, heeft hij zich weer met hart en ziel ingezet voor de Joodse gemeenschap.”

Dit citaat staat eerst halverwege het boek van Hagen, dat ik in deze korte bespreking zo onvoldoende recht doe. Het is een belangrijk boek, dat een uitvoerige kijk biedt op de vele omstandigheden die zich in het lange leven van Vaz Dias hebben voorgedaan. Geboren in 1881 stierf hij in 1963 op 81-jarige leeftijd. Voor de hedendaagse lezer biedt het boek van Hagen vooral ook zicht op een tijd dat "naar schatting 10 procent van de journalisten en persfotografen Joods was, aanzienlijk meer dan je op basis van het Joodse aandeel in de bevolking (1,4 procent) zou verwachten."

Nieuwsbrief

Volg ons en blijf op de hoogte! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief en wij zorgen dat je niks mist.