Boekenrubriek
Samengesteld door Ilse Josepha Lazaroms
Gepubliceerd op: 5 maart 2026
Anders Rydell, Gestolen muziek. De roof van muzikaal erfgoed door de nazi’s.
Vertaald uit het Zweeds door Geri de Boer.
Uitgegeven in 2025 door AtlasContact
ISBN: 978045051949
Het is een van de vele aangrijpende scènes in Gestolen muziek. De roof van muzikaal erfgoed door de nazi’s, van de Zweedse journalist en schrijver Anders Rydell: hoe in het stadje Prostêjov, in Tsjechië, dat de Duisters Proßnitz noemden en dat toen ook wel bekend stond als ‘het Jeruzalem van Haná’ (de omliggende regio), hoe daar, in 1942, de plaatselijke Joden werden gedwongen hun instrumenten af te geven aan de nazi’s.
Sommigen van hen hadden dit niet gedaan; zij hadden in plaats van het kostbare origineel een goedkope kopie ingeleverd, en daar waren de Duitsers nu achter gekomen. De Gestapo ging een voor een de huizen langs, nam de mannen mee en martelde hen tot ze ‘bekenden’ en toegaven waar ze de instrumenten hadden verstopt. Zoals Rudolf Weissbarth, een 45-jarige violist, die toegaf dat hij zijn Italiaanse viool bij een vriend had achtergelaten (ook een muzikant). "Een uur na het verhoor", schrijft Rydell, "was Rudolf Weissbarth dood. Hij had zich in zijn gevangeniscel opgehangen. Bij zijn lichaam werd een briefje gevonden: 'Viool – Auschwitz, einde Rudolf.' Dit korte zelfmoordbriefje heeft de familie nooit bereikt."
Lange tijd was het een vergeten onderwerp: de roof van de instrumenten van Joodse muzikanten tijdens de Sjoa, en hoe die roof samenhangt met het nazistische gedachtegoed. In zijn indrukwekkende boek brengt Rydell, na jarenlang onderzoek te hebben gedaan in archieven en musea over de hele wereld, een tijdperk tot leven dat voorgoed verloren is gegaan: dat van Joodse muzikanten en hun kringen, levendig en innovatief; mensen die van elkaar leerden en tradities doorgaven en met name de cultuur in Midden en Centraal Europa van glans voorzagen, of - misschien beter gezegd - die cultuur van binnenuit vormgaven. En dit was precies het doel van de nazi’s: de onmiskenbare invloed van Joden tenietdoen, die vernietigen, de mensen én hun instrumenten.
In Gestolen muziek lezen we veel over het gedachtegoed van de nazi’s – over Richard Wagner en andere vooraanstaande nazi-ideologen, en over hoe er op een gegeven moment een ‘Lexicon van Joden in de Muziek’ werd samengesteld – en daar moet je maar zin in hebben. Maar het is waar dat de destructie van het Joodse muzikale erfgoed in Europa niet los kan worden gezien van degenen die dit in werking zetten, en wat hun beweegredenen waren.
Rydell laat zien hoe individuele Joden verstrikt raakten in die onbekende dimensie van de Sjoa, en hoe de roof van instrumenten iets veel groters betekende: het is een verhaal, schrijft hij, "over mensen die van hun muziek werden beroofd – en over de stilte daarna. Maar ook over muziek als tegenkracht en vorm van verzet."
Gestolen muziek is een boek over het verlies van cultuur, taal en publiek. "Het verlies van een uniek instrument", zegt Rydell, "is ook een verloren klank. Veel musici in dit boek vergaten de instrumenten die ze verloren nooit, alsof er een deel van henzelf verloren was gegaan." Zoals Rudolf Weissbarth, die liever stierf dan verder leefde zonder zijn viool; zonder wat dat instrument en de muziek die het voorbracht – veelal in samenspel met anderen – betekenden.
Het boek is een ode aan hem, en aan alle anderen die ooit zo liefdevol hun instrument oppakten: een symfonie die doorklinkt.



