Boekenrubriek

Samengesteld door Leo Frijda

Gepubliceerd op: 3 september 2026

Cees Nooteboom, Naar de wereld, in de wereld, uit de wereld, Dagboeken 1996-2006
Bezorgd door Philippe Noble
Uitgegeven in 2026 door Koppernik
ISBN: 9789083411989

Alberto Manguel, Alles voor het eerst, Geen verjaardagsbrief voor Cees Nooteboom
Vertaald door Auke Leistra
Uitgegeven in 2013 door De Bezige Bij (alleen tweedehands verkrijgbaar)
ISBN: 9789023478515

Voorafgaand aan enkele boekentips verwijs ik naar de bijeenkomst van de Nederlandse Kafka-Kring op 26 september aanstaande om 14.00 uur in het Amsterdamse Goethe-Instituut. Daar zal de filosoof en schrijver Aaron Schuster vertellen over zijn meest recente boek, How to Research Like a Dog: Kafka’s New Science (MIT, 2024). In dit boek verkent Schuster uitgebreid Kafka’s verhaal Forschungen eines Hundes (Onderzoekingen van een hond), waarin hij "vanuit het perspectief van de hond probeert diens excentrieke filosofische systeem te ontwikkelen."

De sprong naar de dagboeken 1996-2006 van de dit jaar overleden schrijver Cees Nooteboom is niet groot. Zo heeft Nooteboom een tekst van Kafka gebruikt als motto voor zijn boek Allerzielen en met enige regelmaat noemt hij Kafka in zijn kort geleden gepubliceerde dagboeken 1996-2006.

Deze dagboeken, bestaande uit veelal korte notities, heb ik de afgelopen zomermaanden met plezier gelezen. Mijn kijk op Nooteboom is daardoor in positieve zin bijgesteld. Ik citeer dan ook met instemming de recensie in NRC dat "Nootebooms dagboeken de lezer een openhartige reflectie bieden op het schrijversleven, erudiet en met ongekende inzet." Dat ‘erudiet’ moet niet worden verward met elitair, een kwalificatie die in Nederland een nogal negatieve bijklank heeft. Zijn vriend Alberto Manguel schreef in 2013, toen Nooteboom 80 jaar was geworden, een boekje aan hem (en vooral ook over hem) waarin hij stelt dat "de Nederlanders nooit zo bereidwillig zijn geweest het universele karakter van je werk te erkennen."

Deze zomermaanden, die ik thuis doorbracht met tijd om te lezen, bezocht ik als lezer het mooie Venetië, waarover Nooteboom één van zijn boeken schreef met als titel: De leeuw, de stad en het water. Dit boek is ook nog eens prachtig vormgegeven, met foto’s van Simone Sassen, de echtgenote van Nooteboom. Daarin staat een treffende passage over reizen: "Een leven van reizen heeft je geleerd dat alles altijd meevalt, dat elke merkwaardige ruimte waarin je ooit verkeerd hebt tot je eigen innerlijke landschap gaat behoren."

Over het literaire werk van Nooteboom wil ik het echter niet hebben. Het gaat mij vooral om de contacten die hij, zo blijkt uit zijn dagboeken, met andere schrijvers heeft onderhouden. Alberto Manguel bijvoorbeeld (hij komt hierna wat uitgebreider aan de orde). Nooteboom bezoekt Manguel in 2006 in Frankrijk, in de Pointou, waar Manguel toen woonde. "Heerlijke bibliotheek" tekent hij op. Uit andere bronnen blijkt dat het gaat om zeker 30.000 boeken. Manguel had in zijn jonge jaren – van 1964 tot 1968 - de blinde schrijver Borges voorgelezen wat aan de wieg heeft gestaan van zijn latere, grote kennis van de literatuur.

Veel schrijvers komen langs in deze dagboeken van Nooteboom uit de jaren 1996-2006, zoals Rüdiger Safranski, met wie Nooteboom een hechte vriendschap heeft onderhouden. Maar vooral wil ik hier stilstaan bij zijn vriendschap met de Israëlische schrijver Amos Oz. Nooteboom spreekt Oz voor het eerst september 2004 in een restaurant in Madrid. Nooteboom noteert: "Hij rijdt, als hij naar Jeruzalem gaat vanuit zijn woestijnoord altijd om ‘West Jordanland’ heen – ‘Ik rijd er pas door als ik een Palestijns visum kan krijgen. Iedereen in Israël weet dat we ooit samen moeten leven; wij moeten onze settlements opgeven, en zij sommige irreële dromen.’"

Als Nooteboom vervolgens van Oz Een verhaal van liefde en duisternis leest, noteert hij: "zijn schildering van de figuren is prachtig, zijn geheugen voorbeeldig." Nooteboom blijft ook daarna met Oz corresponderen.

Het standpunt van Nooteboom zelf, van zo’n twintig jaar geleden, is duidelijk. Hij schrijft over de "kortzichtige politiek van Israël" en kiest voor de "Oz-kant". Al het andere, meent hij, leidt uiteindelijk tot groter onheil.

Tot slot nog een hierbij aansluitend citaat uit het boekje van Manguel aan c.q. over Nooteboom: "Je zou kunnen zeggen dat literatuur een voortdurend gesprek is waarin schrijver en lezer, al converserend, laag voor laag de wereld construeren waarin we ons bevinden."

Bovendien schrijft Manguel in dat boekje: "Het oude rabbijnse geloof dat de geschapen wereld de tekst is, de Thora de beschrijving en de Talmoed het notenapparaat, lijkt in jouw werk een praktische wedergeboorte te ondergaan."

Waar komt dat nu ineens vandaan?

Alberto Manguel, Dagboek van een lezer
Vertaald door Patty Adelaar, met een voorwoord van Pieter Steinz
Uitgegeven in 2004 door Ambo (Verkoop via webwinkel Bol of tweedehands)
ISBN: 9026318642

Emmanuel Bove, Een vrijgezel
Vertaald door Kiki Coumans, die ook een nawoord schreef
Uitgegeven in 2026 in de Franse reeks van Uitgeverij Vleugels
ISBN: 9789493350410

Alberto Manguel, zoon van Pablo Manguel, een Joodse advocaat en diplomaat, en de eveneens Joodse Rosa Finkelstein, is geboren in 1948 in Buenos Aires en groeide op in Israël, waar zijn vader de eerste ambassadeur van Argentinië was. Hij verliet Argentinië in 1968 en na een reizend bestaan, voornamelijk door Europa, verhuisde hij naar Toronto waar hij ongeveer twintig jaar heeft gewoond. Daarna is hij gaan wonen in Frankrijk waar Nooteboom hem heeft bezocht. Na een tussenstop in New York woont Manguel thans in Portugal. Zijn bibliotheek, intussen uitgegroeid tot zo'n 40.000 boeken, heeft hij aan de stad Lissabon geschonken.

Over Dagboek van een lezer, het boek van Manguel uit 2004, schrijft Nooteboom in zijn dagboeken: "inspirerend". En zo is het. De notities van Manguel, in de woorden van Pieter Steinz, "zijn associaties". Manguel, die eerder Een geschiedenis van het lezen schreef, toont zich in Dagboek van een lezer vooral een aangename ‘reisleider’. Je wordt met hem meegenomen. Van zijn invallen en associaties enkele voorbeelden. "Misschien moet een boek, wil het voor ons aantrekkelijk zijn, een koppeling leggen van toevallige overeenkomsten tussen onze ervaring en die van het verhaal – tussen de twee verbeeldingen, die van ons en die op het papier."

"Toen Borges werd gevraagd of hij in God geloofde: ‘Als het woord “God” een wezen betekent dat buiten de tijd bestaat, dan weet ik niet zeker of ik in Hem geloof. Maar als het iets in onszelf betekent dat aan de kant van de gerechtigheid staat, ja, dan geloof ik dat de wereld ondanks alle misdaden een morele bedoeling heeft'."

"Ik heb ergens gelezen dat er discussie was of joodse gevangenen een mezoeza moeten krijgen, omdat deze alleen verplicht is bij permanente bewoning, terwijl het de bedoeling is dat een verblijf in de gevangenis niet permanent is. De tekst in de mezoeza belooft onder meer regen in het geëigende seizoen: ‘de eerste regen en de latere regen, opdat gij uw graan en uw wijn en uw olie kunt oogsten.’ In mijn geval beschouw ik dat als een metafoor voor het schrijven."

"Geen enkele maatschappij kan coherent in stand blijven zonder een functioneel rechtstelsel: dat stelsel moet onderdeel zijn van de definitie van de maatschappij zelf en de burgers moeten erin geloven, of ze zich er nu aan houden of niet. En zich bij de gevolgen neerleggen."

"Volgens Machado de Assis (en ook volgens Diderot en Borges) zou op de titelpagina van een boek naast de naam van de schrijver ook die van de lezer moeten staan, omdat ze het gezamenlijk tot stand brengen."

Er is nog een schrijver wiens werk ik tijdens de vakantie voor het eerst heb gelezen: Emmanuel Bove. Zijn eerste en meest bekende boek, Mes amis uit 1924, is in 2025 samen met enkele andere verhalen, waaronder 'Armand', verschenen bij uitgeverij TZARA. De vertaler, Wim Ver Elst, schreef een nawoord waarvan ik hier gebruik heb gemaakt. Ook Nooteboom noemt in zijn dagboeken 'Armand': "de stijl, een soort griezelig gedetailleerde soberheid, korte zinnen, alles gegrift, heel indrukwekkend, alsof alles zich in grote stilte afspeelt."

Bovendien heb ik gebruik gemaakt van het nawoord van Kiki Coumans bij de dit jaar verschenen vertaling van Een vrijgezel en van het artikel van Mirjam de Veth in De Parelduiker. De Veth heeft veel werk van Bove vertaald.

Bove is een ‘schrijver voor schrijvers’ en bovendien een schrijver die af en toe in vergetelheid raakt, maar toch steeds weer wordt herontdekt. De nieuwe vertalingen in het Nederlands zijn daarvan een voorbeeld.

Bove is de schrijversnaam van Emmanuel Bobovnikoff, in 1898 in Parijs geboren als zoon van een Joods-Russische emigrant uit Kiev en Henriette Michels, oorspronkelijk afkomstig uit Luxemburg. Ook Bove verblijft in verschillende landen van Europa, want hij woont in zijn jonge jaren niet alleen in Frankrijk maar ook in Engeland en Oostenrijk. Vandaar, concludeert De Veth, "Boves precaire levensgevoel, niets staat vast, de mens kan alles wat hij verworven heeft verliezen. Daarin ligt de kern van zijn schrijverschap."

In 1922 keert Bove weer terug naar Frankrijk en schrijft hij Mes Amis (Mijn vrienden) een aantal verhalen waarin de hoofdpersoon, Victor Bâton, vriendschap zoekt, maar telkens nul op het rekest krijgt. "Zo is mijn leven steeds geweest. Nooit heeft iemand mijn liefde beantwoord." Toch is Mijn vrienden niet een louter somber boek. Bâton, schrijft Ver Elst, "zuigt tijdens zijn zwerftochten door Parijs alles in zich op wat op zijn pad komt. Hij ziet de poëzie van heel alledaagse dingen." Zijn verhalen trekken bij publicatie meteen de aandacht van schrijvers als Colette, Gide en Rilke.

In 1928 ontmoet Bove de beeldhouwster Louise Ottensooser, afkomstig uit een welgestelde Joodse bankiersfamilie en tegelijk ook een fervent communiste. In alle opzichten een bijzondere vrouw. En Bove zelf is in die vooroorlogse tijd lid van het Comité van Waakzaamheid van Antifascistische Intellectuelen. Als de oorlog uitbreekt vluchten beiden, intussen getrouwd, vanuit Frankrijk naar Algiers. Na de oorlog keert een al enige tijd zieke Bove terug naar Parijs waar hij op 13 juli 1945 overlijdt.

Als schrijver raakte Bove sindsdien meer en meer in vergetelheid, al zijn er altijd weer andere schrijvers die laten blijken het werk van Bove te waarderen, ook in Nederland (Arnon Grunberg bijvoorbeeld). Vandaag de dag is er weer meer belangstelling voor Bove. Met als gevolg de vertaling van Un célibataire (Een vrijgezel) uit 1932. De hoofdpersoon van deze roman Albert Guittard, schrijft vertaalster Kiki Coumans, lijkt weliswaar op Victor Bâton uit Mijn vrienden, maar hij is "niet volkomen overmand door levensangst en het onvermogen tot handelen."

Ik vond het een intrigerend boek. In het begin lijkt het een eenvoudig verhaal. De bijna vijftig jaar oude vrijgezel en rentenier Guittard is op zoek naar een levensgezellin. De eerst nog argeloze lezer voelt zich echter al gauw op het verkeerde been gezet. En dat komt door de verschillende invalshoeken waarin het verhaal wordt verteld: vanuit de hoofdpersoon, vanuit de vrouwen voor wie Guittard belangstelling heeft en vanuit de verteller die er ook vaak een eigen opvatting op na blijkt te houden. "Iedere lezer", schrijft Coumans in haar nawoord, "zal merken dat zijn of haar gezonde verstand enkele malen behoorlijk op de proef wordt gesteld." In dit verband citeert ze een uitlating van Guittard: "Niemand is in staat om elkaar te begrijpen." Dat wordt doorgetrokken tot de laatste alinea van de roman waarin de lezer alsnog een geheel andere, verrassende kijk op het karakter van de ‘geliefde’ van Guittard wordt gegund.

Nieuwsbrief

Volg ons en blijf op de hoogte! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief en wij zorgen dat je niks mist.