Boekenrubriek
Samengesteld door Ilse Josepha Lazaroms
Gepubliceerd op: 4 december 2025
Charlotte Beradt, Het Derde Rijk der dromen
Met een voorwoord van Zadie Smith. Vertaald door Marcel Misset.
Uitgegeven in 2025 door Atlas Contact
ISBN: 9789045052267
"Er staan twee bankjes in Tiergarten, eentje gewoon groen, eentje geel," droomt een Joodse advocaat en notaris uit Berlijn midden jaren 1930. "… tussen de beide bankjes een prullenbak. Ik ga op de prullenbak zitten en hang zelf een bord om mijn nek, zoals blinde bedelaars die weleens dragen, maar die ook door de autoriteiten soms werden opgehangen bij 'rassenschenders’: 'Als het nodig is, maak ik plaats voor het papier.'"
Het is een van de vele dromen die de Duits-Joodse journaliste en communiste Charlotte Beradt optekende in haar magistrale Het Derde Rijk der dromen uit 1962, dat nu voor het eerst in het Nederlands verschijnt. Na Hitlers machtsovername in 1933 raakte Beradt gefascineerd door de manier waarop de verschrikkingen van het nieuwe regime doorsijpelden in de menselijke psyche; in alles wat mensen niet hardop konden of durfden te zeggen maar wat ’s nachts steevast een uitweg vond. Ze is niet geïnteresseerd in Freudiaanse dromenduidingen of de individuele trauma’s van de dromers; het gaat haar om de politieke gemeenschappelijkheid, "om het ingrijpen van de dictatuur, vanaf het begin, in het diepst van het privéleven van mensen, in de nacht, en als ze slapen."
Opvallend is dat Beradt, die de dromen zo discreet mogelijk verzamelde – in informele gesprekken met vrienden, bekenden en vreemden; soms gebruikte ze codetaal om de censuur te ontwijken –, haar collectie dromen ‘dromen’ blijft noemen, geen nachtmerries (ook al zijn het dit natuurlijk ook). Ze creëert hiermee een open landschap van ‘nachtjournaals’: onbewust geschreven dagboeken van dromende burgers in het Derde Rijk. Omdat de dromen ontspringen aan een "spontane, psychische activiteit" kunnen ze "de structuur helpen duiden van een werkelijkheid die op het punt stond om te veranderen in een nachtmerrie."
De dromen tekende Beradt op in de jaren dertig, maar het boek schreef ze pas eind jaren vijftig in New York, waar ze in 1939 naartoe was gevlucht en waar ze bevriend raakte met Hannah Arendt. Die afstand tot de Tweede Wereldoorlog en de Sjoa, in tijd en plaats, schiep een helderheid die is terug te zien in de compositie van het boek. De anonieme dromers dromen in thema’s: "bureaucratische gruwelsprookjes" bijvoorbeeld, waarin propaganda en "technische handlangers" de privésfeer binnendringen – zoals kachels en hoofdkussens die ineens beginnen te praten of afluisterapparatuur blijken te bevatten –, maar ook dromen waarin mensen zich verzetten, of dromen die "verhulde" of "openlijke wensen" aan het daglicht brengen. Schrijnend zijn de dromen waarin mensen zich aanpassen aan het regime of zelfs meewerken, niet door expliciete dwang maar uit angst. Alle manieren, dus, waarop je een ‘meeloper’ werd.
Beradt wijdt een apart hoofdstuk aan Joodse dromers, omdat Joden niet alleen aan "latente" maar ook aan "openlijke terreur" werden onderworpen. Joden hadden "angstdromen die vooruitlopen op de toekomst" en die een "helderziendheid" bevatten "met betrekking tot toen nog onbekende verschrikkingen, bijvoorbeeld verbrandingsovens, het verbod om winkels te betreden, het lot van de emigrant tot in het kleinste detail." De angst voor verlies van identiteit, de moedertaal of het leven zelf was begin jaren 1930 al uitgesproken aanwezig in de dromen van de geassimileerde Duitse Joden die Beradt ontmoette.
Het is fascinerend om te ontdekken, jaren later, hoe precies de menselijke psyche de totalitaire realiteit van het Derde Rijk tot zich nam en ‘vertaalde’ in nachtelijke inzichten (en misschien hun dromers aanzette tot handelen, maar dat vertelt het verhaal niet).
In haar inleiding legt de Amerikaanse auteur Zadie Smith de link met ons heden, waarin zij niet de autoritaire ideologie van Trump en zijn aanhangers als grootste vijand voor de democratie ziet, maar de technologie. Ze noemt het algoritme "het doeltreffendste propaganda-instrument ooit", en hoopt dat er snel een generatie opstaat die ons zal wakker schudden uit onze "digitaal gestuurde sluimer." Want ja: het wordt steeds moeilijker om ‘anders te denken’, om de enige te zijn die nuance aanbrengt in een extreem explosieve maatschappelijke of politieke sfeer. Beradt zag dit ook in haar dromers: de energie die het kost om "tegen te zijn", en hoe makkelijk het daarom is om de "onvrijheid" te accepteren.
Het Derde Rijk der dromen is een uitzonderlijk boek, niet in de laatste plaats vanwege Beradts briljante compositie en scherpe, prikkelende analyses. Zoals haar observatie, over de enige droom over "tirannenmoord" in haar collectie, dat die droom alleen maar kon plaatsvinden omdat de dromer naar Praag was geëmigreerd en daar wél de "droomvrijheid" had om Hitler te vermoorden. Beradts "gedroomde politieke fabels" bevatten inzichten én waarschuwingen. Waarschuwingen die door de tijd heen echoën. Over hoe het "onmogelijke" zich aandiende en werkelijkheid werd, en hoe mensen van alle rangen en standen werden ingezet "als radertjes in de totalitaire nachtmerrie."
En de man op de prullenbak in Tiergarten? In zijn leven speelde "burgerlijk aanzien" altijd een belangrijke rol, en Beradt merkt op: "… lang voor Beckett in Eindspel zijn personages in vuilnisbakken zette" gaat "de dromer in het eindspel van zijn eigen bestaan zelf in de prullenbak zitten en [is] zelfs bereid om voor het afval plaats te maken." Hij vluchtte naar het buitenland "en stierf daar, een gebroken man, altijd bereid om 'voor het papier plaats te maken'."
