Boekenrubriek
Samengesteld door Leo Frijda
Gepubliceerd op: 19 maart 2026
Juan Gabriel Vásquez, De namen van Feliza
Vertaald door Brigitte Coopmans
Uitgegeven in 2026 door Meulenhoff
ISBN: 9789089683533
Deze keer aandacht voor een boek van de Latijns-Amerikaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez dat mij heeft geraakt en dat ik volmondig kan aanraden.
De hoofdpersoon, beeldend kunstenares Feliza Bursztyn, is een boeiende persoonlijkheid met een dramatische levensloop. Zij leefde van 1933 tot 1982 en heeft die tijd aan den lijve meegemaakt. Daardoor geeft het boek van Vásquez tevens een beeld van het verdrijven en uitwaaieren van de Joden, dit keer van Polen naar Bogotá en vandaar ook naar Parijs, New York en Israël. In mijn samenvatting belicht ik vooral dat aspect.
Er stonden Vásquez verschillende bronnen ter beschikking: de dagboeken en gedichten van Feliza’s grote liefde Jorge Gaitán en vooral ook de gesprekken die Vásquez heeft gevoerd met haar laatste partner, Pablo Leyva. Daardoor kon hij van Feliza Bursztyn een indringend portret schilderen dat zicht geeft op haar korte, intense leven, al verraadt het tegelijk ook niet alles wat in haar kan zijn omgegaan: “Feliza was geen open boek; ze leefde eerder het soort leven dat geen biografie kan navertellen …".
Al in het eerste hoofdstuk lezen we wat Gabriel Garcia Márquez kort na het overlijden van Feliza over haar heeft geschreven: "De Colombiaanse beeldend kunstenares Feliza Bursztyn, die in Frankrijk in ballingschap leefde, is afgelopen vrijdagavond 8 januari om 10.15 uur in een restaurant in Parijs van verdriet gestorven."
Garcia Márquez was aanwezig in het Parijse restaurant Dominique waar Feliza op 8 januari 1982 overleed. In elk hoofdstuk van het boek, dat verder chronologisch is, beschrijft Vásquez stap voor stap wat er die laatste dag in Parijs is voorgevallen. Vooral aan de hand van wat Pablo Leyva daarover aan hem heeft verteld. Zo dringen we steeds meer door in het leven van Feliza en begrijpen we ook steeds meer wat Márquez over haar heeft geschreven: Feliza is van verdriet gestorven.
Garcia Márquez was de belangrijkste schrijver van Colombia - hij kreeg dat jaar de Nobelprijs voor Literatuur - en het feit dat hij tussen de vrienden van Feliza aanzat aan het diner in Parijs is mede een aanwijzing voor de betekenis van Feliza als beeldend kunstenares. Ter illusttratie: in de loop van de tijd heeft Feliza les gehad van onder anderen Ossip Zadkine en César Baldaccini. Online zijn afbeeldingen van haar werk te zien. Laat het niet na om daar even naar te kijken. Bekend zijn vooral haar ruimtelijke werken, zoals 'Camas' (Bedden) en 'Las Histéricas' (De Hysterie). In die werken heeft zij onder meer haar kritische houding tegenover een dictatoriaal bewind vormgegeven.
Feliza’s ouders, Poolse Joden, waren in 1933 op reis in Zuid-Amerika toen Hitler aan de macht kwam en haar moeder in verwachting bleek van Feliza. Onder die omstandigheden wilden Jacobo en Chaja Bursztyn niet teruggaan naar het door de nazi’s bezette Polen, anders dan grootvader Isaac Bursztyn. Hij bevond zich toen in New York en koos er wel voor weer naar Polen te gaan, “terug te keren naar zijn naasten”. De nazi’s hebben Isaac Bursztyn opgehangen. In Bogotá vonden Feliza en haar ouders onderdak, al waren ook daar helaas al te bekende negatieve geluiden te horen: de Joden waren ongewenst, hadden “een parasitaire levensinstelling”.
In Bogotá zijn Jacobo en Chaja Bursztyn in de loop van de tijd uitgegroeid tot gerespecteerde personen binnen de Joodse gemeenschap. Ook financieel ging het hen na de oorlog voor de wind, zodat zij Feliza naar New York konden laten gaan om haar diploma van de middelbare school te halen. Vervolgens schreef Feliza zich daar in aan The Arts Students League, waar zij Larry Fleischer ontmoette. Met hem trad zij, nog maar 18 jaar oud, in het huwelijk. Kort na elkaar kregen ze drie dochters.
Nadat Feliza met haar gezin van New York naar Bogotá was teruggegaan, liep het huwelijk met Larry Fleischer op de klippen. Feliza ging meer en meer haar eigen weg, in haar ontwikkeling als kunstenares en in haar vriendschappen, onder meer met Marta Traba. Door haar heeft Feliza Jorge Gaitán Durán leren kennen met wie zij, hoewel zij beiden waren getrouwd, een relatie krijgt. Feliza is ‘hopeloos verliefd’ op Jorge. Als het huwelijk met Larry definitief klapt en Larry met de drie dochters naar de Verenigde Staten vertrekt, “slaat dat bij de Joodse gemeenschap in als een bom.” Het is uiterst pijnlijk om te lezen dat haar vader, als gezaghebbend persoon binnen de Joodse gemeenschap van Bogotá, zich gedwongen zag maatregelen te treffen. Feliza werd doodverklaard en er werd een lege doodskist in de woonkamer neergezet waarna Kaddisj werd gezegd voor de ‘overleden’ dochter. Maar, zeg ik er voor de verschrikte lezer maar meteen bij, het komt goed.

Feliza Bursztyn. Kunstwerk "Homenaje a Gandhi", Homage aan Ghandi, (1971) in Bogotá, Colombia,
Foto: Felipe Restrepo Acosta, via Wikimedia Commons (Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported)
We zijn dan in 1957 en Feliza en Jorge hebben de wijk genomen naar Parijs, de stad waarover haar vriendin Marta had gezegd: “Parijs is een must. Wie Parijs niet kent, kent het leven niet.” Aan Jorge en aan Parijs, weet Feliza, heeft zij te danken dat zij is uitgegroeid tot een belangrijk beeldend kunstenaar. Het is in Parijs dat Zadkine haar onder zijn hoede heeft genomen. En Zadkine brengt haar daarna in contact met Baldaccini die haar leert lassen.
“Volgens mij is het tijd om terug te gaan”, zei Feliza uiteindelijk tegen Jorge, “en de zaken te regelen”. Ze gaan terug naar Bogotá en haar ouders ontvangen hen met open armen. Over de ‘begrafenis’ van Feliza werd niet meer gesproken. En Feliza? "Feliza voelde een soort compassie met haar ouders, wier levens verbonden waren aan een verre, oudere wereld waarmee ze niet konden breken omdat ze zich daarmee niet alleen zouden bevrijden van achterhaalde wetten, maar ook van herinneringen en loyaliteiten en zelfs van doden, en de banden verbreken met de doden was het enige dat ze zich niet konden veroorloven."
Felice en Jorge nemen het besluit definitief naar Bogotá terug te keren. Felice kan daar in een oud familiegebouw een eigen atelier vestigen. Hoewel haar werk niet door iedereen op waarde werd geschat (“die oplichtster die schroot voor kunst laat doorgaan”), was er ook steeds meer waardering. Zo stuurde de ambassade van Israël haar een uitnodiging om in Jeruzalem te exposeren. Feliza ging daar onverwijld op in. De expositie van ‘haar schrootcreaties’ werd gehouden in het Bezalel Museum, onderdeel van het Israël Museum.
Feliza heeft Israël ervaren als een reis naar het eigen verleden. En dat begreep ook haar vader die haar voor vertrek de boeken gaf van haar grootvader, Isaac Bursztyn, ‘gerespecteerd rabbijn van Ostrolenka en slachtoffer van de sjoa’. “Wanneer je terugkomt”, zei haar vader, “wil ik dat we ze samen lezen”. Toen ik dit las, dacht ik aan wat Amos Oz heeft geschreven: “Eeuwen verstreken, de Joden emigreerden, verhuisden, vluchtten, sjokten voort en torsten hun boeken mee.”
Toen Feliza nog in Israël was, ontving zij een brief van Jorge dat haar vader was overleden. Aan haar was dat niet rechtstreeks meegedeeld. Jacobo Bursztyn had vlak voor zijn overlijden gezegd dat niemand Feliza hoefde te waarschuwen, omdat hij wilde dat zij in Israël haar werk kon blijven doen. “Dat is heilig”, zei hij met zoveel woorden.
Naar Bogotá teruggekeerd wachtte Feliza op Jorge die in Paris was en vandaar het vliegtuig naar Colombia zou nemen. Een dag later crashte dat vliegtuig boven Guadeloupe. Laat ik Vásquez maar citeren: "De dood van haar vader had haar overvallen op een moment dat ze elkaar net weer begonnen te vinden; en een paar dagen later, terwijl ze in gezelschap van haar moeder en zus de pijn probeerde te verwerken, crashte het vliegtuig waarin Jorge Gaitán Durán zat, de man van wie zij in haar leven het meest had gehouden (…)."
"Met die twee sterfgevallen in een tijdsbestek van een paar dagen leek er een anker te zijn losgekomen van de zeebodem, alsof Feliza ineens op drift was; alsof ook haar doden haar hadden bevrijd."
Feliza’s moeder ging na de dood van haar man naar Israël “om een dolend, ontworteld bestaan af te sluiten”. “Ik wil de cirkel sluiten”, zei ze. En Feliza? Zij stortte zich op haar werk. Maar dat niet alleen. Ze ontdekte dat er voor haar niets belangrijkers bestond dan haar vrienden, onder wie Marta Traba en Beatriz Daza. Toen het regime van Colombia Marta het land dreigde uit te zetten, kwam daartegen van allerlei kanten verzet, van Feliza maar ook van Garcia Márquez, met het gevolg dat de uitzetting alsnog werd teruggedraaid. En toen enige tijd later in Israël ‘de oorlog’ was uitgebroken, vertrok Feliza terstond naar Israël. Haar moeder zei, toen ze elkaar op het vliegveld omhelsden: “Het is voor het eerst dat ik je zie huilen”.
In de roman van Vásquez staan kranteninterviews die een opvallende kijk geven op de houding en het karakter van Feliza. Zij beantwoordt de vragen van een journalist op een geheel eigen, nogal opstandige manier. Als haar wordt gevraagd wat zij met een bepaald beeld bedoelt, antwoordt Feliza dat zij haar beelden niet uitlegt. En als de interviewer doorvraagt, zegt ze: “Ach, daar gaan we weer. Luister, als ik mijn werk moet uitleggen, ben ik daar mijn hele leven mee bezig en heb ik geen tijd om het te maken.” Daardoor beïnvloed komt het mij voor dat het portret van Feliza, op de omslag van de roman afgebeeld, het interview mooi aanvult. Vásquez beschrijft dat portret zo: "Feliza met haar benen over elkaar in een zwarte coltrui; aan de ene hand zat een ring aan een van haar lange vingers, een grote, matglazen knikker, en tussen de andere hing een brandende sigaret."
En dan nog een laatste gebeurtenis die het in memoriam van Márquez helaas opnieuw schraagt. Feliza en Beatriz zijn betrokken bij een ongeval met een auto waarin zij allebei zitten. Beatriz overleeft het niet. Feliza ternauwernood. “Haar hele lichaam was een kapotte machine.” Haar scheppingsdrang bleef; meer dan ooit vluchtte zij in haar werk.
Het is via haar vriendin Marta dat Feliza daarna Pablo Leyva ontmoet, een ”man die minder voorspelbaar was dan hij op het eerste gezicht leek”. Het bleek een man met een ‘open blik’, bovendien met respect voor haar verleden. Toen ze voor het werk van Pablo in Kopenhagen waren, vroeg zij hem om met haar te trouwen. En dat deden ze.
Terug in Bogotá maakte Feliza een groot kunstwerk Homenaje a Ghandi. “Omdat we verzet moeten bieden”, zei ze, “maar zonder geweld”. Een mooi citaat over Feliza aan het werk: "Staand tussen het schrootmateriaal met haar enorme leren handschoenen aan en het masker zonder gelaatstrekken op, of gehurkt met haar gasbrander in de hand als een gloeiende toverstaf, leek Feliza de hoofdrolspeelster in een sciencefictionfilm, de heldin die zich verschanst had in de machineruimte van een donker ruimteschip van de vijand."
De tijden veranderen in Colombia. Niet ten goede. Márquez, ‘de beroemdste Colombiaan aller tijden’, was naar het buitenland gevlucht om arrestatie te voorkomen. Juli 1981 vindt bij Feliza en Pablo een huiszoeking plaats en Feliza wordt door de politie meegenomen. Wel wordt zij weer vrijgelaten maar de hardhandige arrestatie en het verhoor hebben haar geestelijk en lichamelijk geknakt. En daar kwam nog eens bij dat het lassen en solderen haar longen in de loop van de tijd ernstig hadden aangetast. Feliza verlaat Bogotá en vertrekt eerst naar Mexico-Stad, uitgeleide gedaan door haar vele vrienden. In Mexico-Stad besluiten Feliza en Pablo zich in Parijs te vestigen, de stad die zij allebei goed kennen.
De roman eindigt zoals deze ook begon. Met de wandeling van Pablo en Feliza naar het Parijse restaurant Dominique. Het ging Feliza onderweg al niet goed. Zij voelde zich duizelig. En in het restaurant is Feliza in aanwezigheid van Pablo en vrienden overleden. Op 11 januari 1982. Na te zijn overgebracht naar Bogotá is Felice daar begraven op de ‘Hebreeuwse Begraafplaats’ (Cementerio Hebreo del Norte). Haar moeder was overgekomen uit Israël en haar dochters uit New York. Een rabbijn sprak het kaddiesj gebed. Op de grafsteen staat in het Hebreeuws: ‘moge haar ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven’.
De namen van Feliza. Op de grafsteen staan ook de woorden: “Hier rust Feige”. Feigele was de naam die haar ouders haar bij de geboorte in Bolgotá hadden willen geven. Maar onder de omstandigheden van die tijd kozen ze voor Felicia dat Felicia zelf spelde als Feliza. Feliza, een bijzondere, eigenzinnige vrouw die maatschappelijk en in haar werk ook nog eens aan de goede kant stond: tegen de dictatoriale machthebbers van haar tijd.
