Boekenrubriek
Samengesteld door Leo Frijda
Gepubliceerd op: 30 april 2026
Joseph Roth, Job
Vertaald door Els Snick en geïllustreerd door Koen Broucke
Uitgegeven in 2026 door L.J. Veen Klassiek
ISBN: 9789028264120
Joseph Roth, Schijnwereld, Filmkritieken 1919-1935 Vertaald door Steven Jacobs en Els Snick
Uitgegeven in 2026 door Borgerhoff & Lamberigts
ISBN: 978949348787117
Alles lezen lukt natuurlijk niet en dan rijst de vraag waarom iemand vooral in bepaalde boeken is geïnteresseerd. Of, anders geformuleerd, wat de eigen voorkeur van de lezer bepaalt. Bij mij is het niet zozeer een literaire smaak, maar veeleer de lijn van de geschiedenis die richting geeft. Lezen is voor mij een persoonlijk gekleurde reis door de literatuur. Die persoonlijke reis bracht mij vooral naar de Duitstalige, Joodse literatuur van het interbellum. Het werden mijn metgezellen, Franz Kafka, Paul Celan en zeker ook Joseph Roth.
Twee weken geleden ben ik daarom naar Gent afgereisd, waar het jaarlijkse ledenweekend van het Joseph Roth Genootschap plaatsvond en onder meer een nieuw boek van Joseph Roth werd gepresenteerd. Die bijeenkomsten zijn altijd weer een feest en dat komt mede door de onvermoeibare voorzitter, Els Snick, die bovendien steeds opnieuw aan de wieg staat van nieuwe uitgaven van het werk van Joseph Roth. In Gent werden deze keer de filmkronieken van Joseph Roth gepresenteerd met vertoning van de door hem ‘bejubelde’ film Der letzte Mann uit 1924.

Der letzte Mann
Duitse expressionistische film uit 1924 van regisseur Friedrich Wilhelm Murnau.
De "kaskraker" van het jaar, schrijft Roth over deze film uit 1924. Het scenario is van Carl Mayer en Roth noemt hem een film-dichter. Mayer "dicht niet met taal maar met beelden." Emil Jannings speelt in Der letzte Mann de hoofdrol, "uitbundig, krachtig en trefzeker", schrijft Roth.
Trefzeker is een woord dat ook goed past bij Joseph Roth zelf. Na het zien van deze film, meer dan honderd jaar later, kan de conclusie slechts zijn: in de Frankfurter Zeitung heeft Roth trefzeker verslag gedaan van deze hoogst opmerkelijke film. Het is dus een aanwinst dat de filmkronieken van Roth nu ook in Nederlandse vertaling beschikbaar zijn.
Intussen is tevens een nieuwe vertaling verschenen van één van de bekendste romans van Roth, Job, verlucht met mooie, toepasselijke tekeningen van Koen Broucke. De vertaling is van Steven Jacobs en Els Snick, die ook een nawoord schreef. Dat nawoord begint met een citaat van Stefan Zweig: “Job lees je niet, maar beleef je. Roths heldere, zuivere taal heeft de natuurlijkheid van een volkslied zonder ooit pathetisch te worden. En je schaamt je niet bij dit kunstwerk je emoties de vrije loop te laten.”
En dan is tegen 15 juni aanstaande ook nog eens de uitgave van twee onafgemaakte verhalen van Roth aangekondigd, Perlefter en Vanochtend kwam een brief, te publiceren door M10Boeken in de vertaling van Peter de Wolff.
Hannah Arendt, Joodse Essays
Samengesteld door Jerome Kohn en Ron H. Feldman
Vertaald door Henk Schreuder
Uitgegeven in 2008 door uitgeverij Atlas (Alleen nog tweedehands verkrijgbaar)
ISBN: 9789045000565
Hannah Arendt, Over Palestina
Vertaling en duiding door Alicja Gescinska
Uitgegeven in 2026 door De Bezige Bij
ISBN: 9789403139791
Niet alleen Joseph Roth, ook Hannah Arendt staat nog altijd volop in de belangstelling. Over Die weissen Tiere van Hannah Arendt schreef ik eerder in de nieuwsbrief van 19 december jl. En over Vrouwen in duistere tijden van Alicja Gescinska berichtte ik in de nieuwsbrief van 9 januari jl. In het boek van Gescinska, dat intussen is bekroond met de Socratesbeker 2026, is Hannah Arendt één van de besproken vrouwen. Die bespreking staat in aangepaste vorm ook in de huidige uitgave Over Palestina.
In Over Palestina staan twee teksten die niet waren opgenomen in Joodse Essays, een vuistdikke uitgave van de vele artikelen die Arendt schreef nadat zij in 1941 op de vlucht voor de nazi’s Amerika had bereikt. Die artikelen werden vooral gepubliceerd in Aufbau, indertijd het tijdschrift voor Duitstalige Joden. De thans herontdekte teksten ademen dezelfde geest en lezen zo als een aanvulling op wat in Joodse Essays is verwoord.
Twee van de thema’s van Hannah Arendt komen vooral aan bod. In de eerste plaats de ontmenselijking waartegen zij zich steeds opnieuw verzet. Wie anderen niet meer als mensen ziet maar als beesten, zet immers de poort wijd open voor misdrijven tegen de menselijkheid. In de tweede plaats, "haat is niet eeuwig". Die optimistische maar ook opbeurende en richtingevende woorden staan in de tweede herontdekte tekst, een mede door Arendt in 1958 opgesteld rapport over het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Wie haar Joodse Essays heeft gelezen, weet dat zij een voorstander was van een binationale staat. Overigens net als anderen in die tijd, onder wie Martin Buber.
Al lezende dacht ik ook aan wat Amos Oz heeft geschreven: “Mijn zionistische uitgangspunt is al decennialang heel simpel: we wonen niet alleen in dit land. We wonen niet alleen in Jeruzalem. Tegen mijn Palestijnse vrienden zeg ik precies hetzelfde. Jullie wonen niet alleen in dit land.”
Wat hebben we daaraan vandaag de dag? Gescinska wijst erop dat we dit rapport uit 1958 niet moeten lezen als een commentaar op de huidige situatie. Daar voegt ze aan toe: “Het interpreteren van de teksten en het extrapoleren van hun betekenis naar onze wereld vandaag is onze eigen taak.” Dat dus uitdrukkelijk wel!
Caroline de Gruyter, Zondagskinderen (Europeanen, oorlog en vrede)
Uitgegeven in 2026 door De Geus
ISBN: 9789044550252
Graham Swift, Na de oorlog (Twaalf vertellingen), vertaald door Irving Pardoen
Uitgegeven in 2025 door De Arbeiderspers
ISBN: 9789029553049
Caroline de Gruyter, columnist en correspondent van NRC, schreef eerder Beter wordt het niet, een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie. En thans is een even belangrijk boek verschenen, over Europeanen en over oorlog en vrede. Een belangrijk boek omdat De Gruyter niet alleen veel landen heeft bereisd en daarover bericht maar telkens ook meningen van anderen over de staat van ons continent heeft opgetekend en ingelast.
Europeanen, zo stelt De Gruyter in het begin van haar boek, zijn zondagskinderen geworden, ze hebben "oorlog en rauw machtsdenken" grotendeels uit hun bewustzijn verdrongen. In dit verband citeert zij een gedicht van Wislawa Szymborska (die in 1996 de Nobelprijs voor Literatuur won). Ik neem hier een gedeelte van dat gedicht over:
Zij die wisten
waarom het hier ging,
moeten wijken voor hen
die weinig weten.
En minder dan weinig.
En ten slotte zo goed als niets.
Zelf heb ik de oorlog nog meegemaakt. Als klein kind in de onderduik. Ik hoor dus, durf ik voorzichtig te zeggen, bij "zij die wisten". Bovendien is onder Joden, ook onder jonge Joden, het verleden niet uit het bewustzijn verdwenen. In haar boek citeert De Gruyter Abraham de Swaan die het zo formuleerde: "Het zit in mijn DNA om waakzaam te zijn."
Het algemene uitgangspunt van De Gruyter begrijp ik niettemin wel: "Europa was uit de geschiedenis gestapt." Vooral na de val van de muur was dat het geval. Europeanen zijn sindsdien "struisvogels geworden." Dat kan ook enigszins anders worden geformuleerd: “De moderne Europeaan is getekend door de geschiedenis maar heeft er tegelijkertijd niets van geleerd.”
Wie doorleest, komt uiteindelijk uit bij een minder negatief oordeel. “Dat Europese burgers begrijpen wat er in de wereld aan de hand is, en wat Europa moet doen om zich staande te houden – die indruk heb ik zelf ook”, concludeert De Gruyter. In de oude wereldorde, zo vat ze dit samen, kon Europa min of meer ‘drijven’ op de stroom der gebeurtenissen. Die luxe heeft het niet meer. Het moet anticiperen op wat kan komen. “Europeanen zijn nu eindelijk bezig wakker te worden.”
Caroline de Gruyter eindigt optimistisch: “Ik denk, en in die geest heb ik dit boek ook geschreven, dat Europa het wel gaat redden.”
In het begin van Zondagskinderen citeert De Gruyter het eerste verhaal uit een boek van Graham Swift, Na de oorlog, twaalf vertellingen. Swift beschrijft daarin ‘wat oorlog doet met mens en maatschappij’. Voor een eerder boek van zijn hand, Laatste ronde, won Swift in 1996 de Booker Prize.
Na Zondagskinderen las ik ook Swifts Twaalf vertellingen. Laat ik maar – tegen mijn gewoonte in – overnemen wat op de flap van dat boek staat: “teder, humaan, wijs en ontroerend – hoe oorlog en wereldgeschiedenis gewone mensen treffen”. Dat is zonder meer raak getypeerd. En dan ook maar aangehaald wat de Frankfurter Allgemeine Zeitung over het boek van Swift heeft geschreven: “Deze meesterwerken in miniatuur zijn een eerbetoon aan de vertelkunst”. Ook dit is zonder enige twijfel waar. Het boek is een aanrader.
Steeds gaat het in deze verhalen om de betekenis van een herinnering, wat vooral ouderen zal raken. Maar zeker niet alleen oudere lezers. In het door De Gruyter aangehaalde verhaal, getiteld Het beste op één na, gaat het om een confrontatie – in 1959 - van een Duitser die in de oorlog in Noord-Afrika had gediend en een na de oorlog in Duitsland gestationeerde jonge Joodse soldaat. Diens vader, meevechtend in het Britse leger, was in Noord-Afrika gesneuveld.
De Duitser is werkzaam op een bureau waar de Joodse soldaat inlichtingen komt inwinnen over het overlijden van zijn vader die hij nauwelijks had gekend. Hij wordt correct tegemoet getreden. Maar de Duitser vraagt zich intussen af wat de zoektocht van de Joodse soldaat zal opleveren, mogelijk slechts documenten ‘het op één na beste’. Verwachten nabestaanden “de werkelijke asresten terug te ontvangen, het werkelijke stof, de werkelijke beenderen?”
Ilja Leonard Pfeijffer, De toekomst van de literatuur
Uitgegeven in 2026 door De Arbeiderspers
ISBN: 9789029556934
S. Yizhar, Het verhaal van Chirbet Chiz’a, Een lied van leegte
Vertaald door Ruben Verhasselt, met een nawoord van Nathan Thrall
Vertaald door Ineke van den Elskamp
Uitgegeven in 2026 door Cossee
ISBN: 9789464522624
Lezen is voor mij vooral een persoonlijk gekleurde reis door de literatuur, zo begon ik deze boekentips. Dat sluit meer hedendaagse literatuur niet uit. Schrijvers die uit eigen ervaringen of diepgaand onderzoek beschrijven wat zich in deze tijd voordoet, kunnen de lezer immers helpen hedendaagse gebeurtenissen te begrijpen en eventuele vooroordelen te corrigeren. En dat is onze eigen taak, in de hiervoor al aangehaalde woorden van Alicja Gescinska.
Toen ik dit al had opgeschreven, las ik De toekomst van de literatuur, een kort geleden gehouden lezing van Ilja Leonard Pfeijffer. Hij beschrijft het zo: "De wereldliteratuur is het archief van onze menselijke ervaringen." En: "De schrijvers van nu hebben de taak om dit archief up to date te houden en aan te vullen met hun eigen particuliere ervaringen, hetgeen voorwaar geen geringe verantwoordelijkheid impliceert."
Als voorbeeld het boek van de Israëlische schrijver S. Yizhar. Het dateert weliswaar al van 1949 maar is nu opnieuw in Nederlandse vertaling uitgebracht. Yizhar is het pseudoniem van Yizhar Smilansky (1916-2006) die toen als soldaat deelnam aan de verdrijving van de inwoners van een Palestijns dorp ten noorden van Gaza. Dat dorp, eigenlijk Chirbet-al-Chisaas, is daadwerkelijk door "Joods militair optreden" ontruimd. De inwoners zijn verjaagd naar Gaza en alle huizen van het dorp zijn indertijd in brand gestoken en met de grond gelijkgemaakt.
Het verhaal van Chirbet Chiz’a, schrijft Nathan Thrall in zijn nawoord, was in 1949 een bestseller en in 1964 werd het in Israël dan ook opgenomen "in het curriculum van het voortgezet onderwijs." De ommekeer kwam in 1978 toen de tv-uitzending van de bewerking van het boek in Israël tot grote verontwaardiging leidde. Tegenwoordig, na de bevindingen van Israëlische historici als Benny Morris, worden, aldus Thrall, over de gebeurtenissen "geen discussies meer gevoerd."
Het boek van S. Yizhar is niet alleen Het verhaal van Chirbet Chiz’a maar ook van Yizhar Smilansky zelf, die zich heeft gerealiseerd wat er gebeurde: “Dit was ballingschap. Zo was dus ballingschap. Zo zag ballingschap eruit. Wij zonden hen in ballingschap”.
En op de laatste bladzij van het boek staat de zin: “Ook pijn van verontwaardiging en machteloze woede zouden spoedig veranderen in een soort beschamende, maar vervagende, tenietgaande jeuk.”
De Joodse schrijver van het nawoord, Nathan Thrall, woont in Jeruzalem en is de schrijver van Een dag uit het leven van Abed Salama, Een Palestijnse tragedie, gepubliceerd in 2023 en in 2024 ook in Nederlandse vertaling bij Cossee verschenen. In zijn boek staat de situatie in het gebied op de Westelijke Jordaanoever ten oosten van Jeruzalem centraal. Het is wel een "journalistieke vertelling" genoemd omdat het verhaal is gebaseerd op vele door de schrijver gevoerde gesprekken en geraadpleegde bronnen.
Het boek van Thrall werd ontvangen als een van de beste boeken van het jaar en won in 2024 de Pullitzer Prijs. Ook dit boek kan worden gerekend tot "het archief van onze menselijke ervaringen."



