Boekenrubriek
Samengesteld door Leo Frijda
Gepubliceerd op: 18 december 2025
Hannah Arendt, Die weisen Tiere
Met een nawoord van Hildegard E. Keller
Uitgegeven in 2025 door Büchergilde Gutenberg
ISBN: 9783763277094
In deze laatste tips van het jaar enkele boeken van ouder datum die dit jaar zijn verschenen. Om te beginnen twee boeken die pas kort geleden, na het overlijden van de schrijver in diens nalatenschap zijn aangetroffen. Als eerste Die weisen Tiere, een ‘sprookje’ van Hannah Arendt.
Büchergilde Gutenberg heeft dit verhaal in een mooi vormgegeven uitgave gepubliceerd, omdat het op 4 december j.l. vijftig jaar geleden was dat Arendt is overleden.
Hannah Arendt (1906-1975) moet haar verhaal al voor de oorlog hebben geschreven en Hildegard E. Keller legt in haar nawoord een verband met het werk van Arendt in het Parijs van de jaren dertig van de vorige eeuw. In die tijd was Hannah Arendt verbonden aan de Jeugd-Aliya, opgericht door Henrietta Szold en bedoeld om jonge emigranten voor te bereiden op een bestaan in Palestina.
Daarvoor biedt het verhaal van Arendt inderdaad aanknopingspunten. Het vertelt de tocht van een klein meisje dat tot taak heeft de ganzen van het dorp te hoeden en op zeker moment een vreemde gans ziet met een mooie zwarte vlek op zijn borst. Als deze wilde gans weer wegvliegt, gaat zij hem achterna. Op weg naar het land van de wilde ganzen.
Het sprookje is het verslag van die tocht. Vele dieren komt het meisje op haar reis tegen. De slang uit het paradijs en ook de Leviathan en zelfs een kameel die nog steeds door het oog van een naald probeert te gaan. Leuk vond ik de ontmoeting met een olifant van het carrousel uit de Jardin du Luxembourg in Parijs. Uiteindelijk is het Pegasus die bereid is haar naar het land van de wilde ganzen te brengen. Alleen dichters en kinderen mogen op zijn rug meevliegen, alle anderen schudt hij af.
Het is een lange tocht naar het land van de wilde ganzen. Maar hoe het afloopt verklap ik natuurlijk niet. Het is een sprookje, een heerlijk sprookje, dat Hannah Arendt ons heeft nagelaten.
Sebastiaan Haffner, Afscheid
Vertaald door Elly Schippers en met een nawoord van Volker Weidermann
Uitgegeven in 2025 door De Arbeiderspers
ISBN: 9789029555098
Haffners bekende boek Het verhaal van een Duitser, 1914-1933, eindigt in 1933, twee jaar na de gebeurtenissen die hij in Afscheid heeft beschreven. Sebastiaan Haffner (1907-1999) moet deze in zijn nalatenschap aangetroffen roman hebben geschreven in de herfst van 1932, toen hij slechts 24 jaar oud was en nog Raimund Pretzel heette, net als de hoofdfiguur in Afscheid.
In 1938 zal Haffner Duitsland verlaten en naar Engeland gaan, zijn vrouw Erika Hirsch achterna die in nazi-Duitsland als Jodin werd beschouwd. Die gegevens staan in het nawoord van Volker Weidermann.
Afscheid is het verslag in romanvorm van het korte bezoek dat Raimund Pretzel in 1931 aan Parijs heeft gebracht, hevig maar uitzichtloos verliefd op de sprankelende Teddy, helaas steeds ook omringd door andere aanbidders met wie zij toen omging. Hij mag haar een keer kussen, maar daar blijft het bij. Twee citaten: "Mijn leven hier in Parijs bestond in korte afspraakjes met haar en het grootste deel van de tijd zat ik me op te winden over de verknoeide vorige afspraak en me te verheugen op de volgende – hoewel ik wist dat ook daar weer niet veel van terecht zou komen."
"Ik kende het Quartier Latin, die wonderlijkste stadswijk ter wereld, waar ik veertien dagen thuis was geweest: een middeleeuws stadsbeeld, smalle straatjes, binnenplaatsen als liftkokers, glorieuze verweerde gevels van oude, onder de wandluis zittende pronkhuizen, daartussen de Boulevard Saint-Michel met zijn lichtjes, cafés en reclames …"
Wie heeft in zijn jeugd niet ook zo’n verliefdheid gekend met alle emoties die daarbij horen. "Elk samenzijn met haar was een druppel op een gloeiende plaat", schrijft de jonge Pretzel. En dat ook nog in Parijs. De lezer moet me maar niet kwalijk nemen dat ik dacht aan een eigen bezoek aan Parijs eind jaren zestig, toen ook ik kort in het Quartier Latin verbleef, boven een café in de kleine Rue Gît-le-Cœur, vlakbij de Boulevard Saint-Michel.
Haffners boek speelt zich ruim voor de oorlog af, een oorlog die zich wel al aankondigt. Teddy heeft niet voor niets Berlijn al verlaten. Maar zeker is oorlog nog niet. Het kan nog goed gaan.
In het laatste hoofdstuk van Het verhaal van een Duitser konden we al lezen over Teddy, de vrouwelijke hoofdpersoon in Afscheid. Na de korte tijd die zij samen in Parijs hadden doorgebracht, komt Teddy in 1933 nog eenmaal voor enkele weken naar Berlijn. Van een idylle is dan geen sprake meer. In het nawoord van Volker Weidermann staat wie Teddy was en hoe het haar nadien is vergaan. Teddy is de Joodse Gertrude Joseph, geboren in 1910. Herfst 1930 is zij van Berlijn naar Parijs verhuisd om aan de Sorbonne te gaan studeren. Na een mislukt eerste huwelijk is zij getrouwd met een Zweedse student en met hem heeft zij in 1939 de wijk genomen naar Zweden. Gertrude Joseph is in 1989 in Zweden overleden, tien jaar eerder dan Haffner met wie zij altijd in contact is gebleven.
Jitschak Shami, De wraak van de vaderen
Vertaald en van een nawoord voorzien door Ruben Verhasselt
Uitgegeven in 2025 door Jurgen Maas
ISBN: 9789493397170
Deze oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven roman van Jitschak Shami dateert uit 1927. In het nawoord van de vertaler staat wie die schrijver was. Shami is de schrijversnaam van Jitschak Sarwi, in 1888 in Hebron geboren als zoon van een Syrisch-Joodse textielhandelaar, afkomstig uit Damascus, en een Sefardisch-Joodse moeder. Met zijn vader sprak hij Arabisch, met zijn moeder Ladino.
In Hebron volgt Shami een opleiding aan een Talmoedschool, waarna hij naar Jeruzalem gaat om leraar Hebreeuws te worden. Met zijn achtergrond kan hij Hebreeuws maar ook Arabisch doceren. Shami trouwt met de Asjkenazische Pnina Gingold en na haar dood hertrouwt hij met de eveneens Asjkenazische Sara Kalisj. Na de Eerste Wereldoorlog vestigt hij zich opnieuw in Hebron, waar hij les geeft aan zowel een Joodse als een Arabische school. Daaraan komt een eind als "de Asjkenazische rabbijnen merken dat er in huize Shami op sjabbat werd gekookt." De laatste jaren van zijn leven woont hij in Tiberias en in Haifa.
Na 1929 schreef Shami nauwelijks meer. "Volgens hemzelf was er in tijden van toenemend geweld tussen Joden en Arabieren geen plaats meer voor een schrijver als hij." In de huidige tijd, aldus Verhasselt, geldt Shami "als een van de hoogtepunten van de vroege modern-Hebreeuwse literatuur, maar ook van de Palestijnse literatuur." Het laatste valt te begrijpen, gelet op de inhoud van De wraak van de vaderen. Wat de modern-Hebreeuwse literatuur betreft heeft niet Shami maar veeleer Josef Chaim Brenner de "standaarden vastgesteld."
Brenner is ook bekend doordat Kafka was aangeraden aan de hand van Brenners boek Schechol we-Kischalon Hebreeuws te leren. In 1908 is Brenner naar Palestina gegaan, waar hij slechts enkele jaren later omkwam tijdens de rellen van mei 1921 in Jaffa, een slachtoffer van bedoelde "tijden van toenemend geweld tussen Joden en Arabieren."
Shami, die behalve een roman ook verhalen heeft geschreven, gaf in de eerste tijd van de vorige eeuw een stem aan de in het Palestina van toen wonende Joden en Arabieren. De wraak van de vaderen gaat over een pelgrimstocht van Jeruzalem naar het graf van Nabi Moesa in de buurt van Hebron. Nabi Moesa is, aldus de verklarende woordenlijst, de profeet Mozes. In het nawoord staat dat Shami die jaarlijkse tocht daadwerkelijk zelf heeft gemaakt, samen met zijn broer en met Arabische vrienden.
De wraak van de vaderen beschrijft twee Arabische groepen, uit Nabloes en uit Hebron, die naar het graf van Nabi Moesa gaan. Dat loopt, kort gezegd, verkeerd af, omdat die steden elkaars rivalen zijn. Hun leiders staan elkaar naar het leven, letterlijk, want een van hen, Aboe as-Sjawarib, doodt zijn rivaal en moet vluchten. Hij bereikt Caïro, maar ook daar blijft de gebeurtenis tijdens de pelgrimstocht haar tol eisen. Aboe as-Sjawarib kan zich daar uiteindelijk niet aan onttrekken.
De wraak van de vaderen is een boeiend en met vaart geschreven verhaal. Literatuur kan helpen om het verleden beter te begrijpen, in dit geval de tijd vóór de tweede Aliya. Al lezend bleef ik bovendien steken bij een zin die Shami schrijft als Aboe as-Sjawarib op de vlucht is, "gebukt onder de last van het wanhopige verdriet van mensen die uit het land van oorsprong worden verbannen." Dat kan op deze wereld een ieder treffen.
Andreas Latzko, Mensen in de oorlog
Met een voorwoord van Stefan Zweig en een nawoord van de vertaler Marcel Misset
Uitgegeven in 2025 door Jurgen Maas
ISBN: 9789493397057
De schrijver Andreas Latzko (1876-1943) is in Nederland, zo vrees ik, vrijwel vergeten. Daarom eerst zijn levensverhaal, dat terug te vinden is in het nawoord van de vertaler, maar ook in Lebensfahrt, Erinnerungen, van Latzko en zijn vrouw, in 2017 uitgebracht en becommentarieerd door Georg B. Deutsch. Deutsch, geboren in Wenen en thans afwisselend woonachtig in Wenen en Nederland, is met die achtergrond de ideale persoon om Latzko opnieuw aan het Duitstalige en Nederlandse lezerspubliek voor te stellen.
Het levensverhaal van Latzko begint in Boedapest. Na de Eerste Wereldoorlog zien we hem eerst terug in Salzburg en vanaf 1931 in Amsterdam. Daar leefde hij tot zijn dood in 1943. Latzko is begraven op Zorgvlied waar bij zijn graf een monument is geplaatst met de woorden: "Het enige verbond, dat gesloten mag worden, en zelfs moet worden, is het verbond van de zwakken tegen de sterken." Zijn persoonlijke en literaire archief ligt in Amsterdam bij het Allard Pierson (Universiteit van Amsterdam).
Vóór de Tweede Wereldoorlog is het nodige werk van Latzko in het Nederlands vertaald. Bijvoorbeeld Zeven dagen (verschenen bij Querido) en Dag des oordeels (verschenen bij de Arbeiderspers). Na de oorlog heeft de Wereldbibliotheek werk van Latzko in Nederlandse vertaling gepubliceerd dat toen in de originele Duitse versie zelfs nog niet was verschenen. Dat gold in 1949 voor Korte verhalen. En in 1950 eveneens voor Levensreis, maar dat is dus in 2017 alsnog rechtgetrokken.
Menschen im Krieg, Latko’s bekendste boek, had hij al tijdens de Eerste Wereldoorlog geschreven, nadat hij met eigen ogen had gezien wat zich toen heeft afgespeeld. Menschen im Krieg verscheen in 1917 en al een jaar later publiceerde de Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van de hand van Arn. van Wijnkoop. Met succes. Deze vertaling werd in de jaren daarna vele malen herdrukt.
En nu is er eindelijk een nieuwe vertaling. En dat werd tijd, beter gezegd, het past helaas in deze tijd met weer een oorlog op ons continent. Ik ben door dit boek eerlijk gezegd nogal overdonderd. Het beschrijft de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog, een loopgravenoorlog, in felle, soms zelfs woedende bewoordingen. En bovendien zó beeldend dat sommige passages mij niet meer loslaten. Ik durf die hier niet eens weer te geven. Laat u daardoor niet weerhouden om zelf deze klassieke anti-oorlogsroman te lezen.
En vergeet dan vooral ook niet om het het motto van Latzko bij dit boek te lezen: "Ik weet zeker dat eens de tijd zal komen, waarin iedereen net zo denkt als ik." Het boek klopt, het motto niet.



