Boekenrubriek
Samengesteld door Leo Frijda
Gepubliceerd op: 19 februari 2026
Julian Barnes, Voortschrijdend inzicht, Beschouwingen
Vertaald door Ronald Vlek
Uitgegeven in 2025 door Atlas Contact
ISBN: 9789025476915
“We zitten achter het stuur van een zelfrijdende auto uit de nabije toekomst. De objectieve waarnemer ziet een auto met een stuur en iemand die er achter zit. En dat klopt ook – zij het dat bij dit specifieke model de bestuurder niet van automatisch op handbesturing kan overschakelen, omdat de handbesturing ontbreekt.”
Dit is een citaat uit Voortschrijdend inzicht, een boekje met Beschouwingen van Julian Barnes dat vorig jaar is verschenen en dat ik hierna nog een keer zal noemen. Dit citaat, van een neurochirurg, gebruikt Barnes bij zijn overpeinzingen over de werking van ons brein.
De zelfrijdende auto waarvan we de besturing niet kunnen overnemen, geeft, meen ik, tevens weer wat velen in deze onzekere tijd ervaren. Bij mij roept deze vergelijking bovendien de vraag op welke onderdelen wel of juist niet in de zelfrijdende auto zijn verwerkt om op het juiste pad te blijven. Zo ben ik er niet gerust op of De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nog steeds standaard tot richtsnoer strekt.
Christoph Meckel, Allgemeine Erklärung der Menschenrechte, Mit 30 Radierungen. Nachwort Uwe Kolbe,
Uitgegeven in 2020 door uitgeverij Büchergilde Gutenberg.
ISBN: 9783763271955
Bertolt Brecht, Hauspostille
Mit Radierungen von Christoph Meckel
Uitgegeven in 1982 door Insel Taschenbuch. Alleen tweedehands verkrijgbaar, bijvoorbeeld via de Duitse tak van Amazon
ISBN: 3458323171(800)
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dateert van 10 december 1948. Die datum laat zien dat de rechten van de mens concreet invullen wat bij samenkomsten als De Nationale Holocaustherdenking steeds opnieuw wordt gezegd: dat nooit weer. Kort samengevat, regelgeving tegenover dictatoriale macht.
In Nederlandse vertaling vindt u de Universele Verklaring in een boekje, in 2018 uitgegeven door Atlas Contact, met een voorwoord van Farah Karimi, die Iran ontvluchtte en sinds 1989 in Nederland woont. Al in 2018 waarschuwde Karimi ervoor dat “het respect voor de mensenrechten de laatste jaren onder druk” is komen te staan.
Christoph Meckel (1935-2020) is een bekend Duits schrijver en grafisch kunstenaar. In het Nederlands is hij bij mijn weten slechts eenmaal vertaald. In 2019 verscheen Verhaal der verhalen, in de vertaling van C.O. Jellema en door de Avalon Pers in tachtig exemplaren gedrukt samen met enkele tekeningen van de graficus Meckel. Wie Meckel toch zou willen lezen, in het Duits dus, kan ik zijn Gesammelte Prosa aanbevelen, Eine Tür aus Glas, weit offen, in 2020 verschenen bij Carl Hanser Verlag. Eveneens met afbeeldingen. Meckel had als schrijver en als tekenaar een open mind. Hij heeft in verschillende landen in Europa gewoond en vele landen, ook buiten Europa, bereisd.
In zijn nawoord bij de uitgave van het Büchergilde Gutenberg vergelijkt Uwe Kolbe de etsen van Christoph Meckel met het werk van George Grosz en Max Beckmann. Meckel is onmiskenbaar in goed gezelschap.
Hiervoor is ook de omslag afgedrukt van Bertolt Brechts Hauspostille. Om de lezer van deze rubriek een indruk te geven van het werk van Meckel. Maar niet alleen daarom. Ook omdat ik de aandacht wil vragen voor de kort geleden verschenen vertaling van Brechts Gesprekken tussen vluchtelingen.
Bertolt Brecht, Gesprekken tussen vluchtelingen
Vertaald door Elbert Besaris
Uitgegeven in 2025 door uitgeverij Jurgen Maas
ISBN: 9789493397071
Brechts Gesprekken tussen vluchtelingen sluit goed aan bij De universele verklaring van de rechten van de mens en de grafiek van Christoph Meckel. Brecht (1898-1958) was zelf een vluchteling. Hij verliet Duitsland in 1933 en leefde tot 1948 in Amerika. Tijdens zijn vlucht voor de nazi’s verbleef Brecht begin jaren veertig enige tijd in Helsinki en daar is hij begonnen aan Gesprekken tussen vluchtelingen. Eerst in 1961 is deze – door Brecht niet voltooide - tekst postuum uitgegeven en nu is er dus een Nederlandse vertaling.
Een hoogst vermakelijk boek, schreef een recensent. En dat zijn de gesprekken in de stationsrestauratie van Helsinki zeker. De geestige en vaak nogal absurde gesprekken spelen zich af tussen Ziffel en Kalle, twee vluchtelingen uit het Duitsland van ‘Hoeheetienou’ die met zijn “redenaarstalent had beloofd dat er een Grote Tijd zou aanbreken.” De één, Zille, is een enigszins rechtse intellectueel, de ander, Kalle, een meer linkse arbeider. Al zegt dat eigenlijk maar weinig. Beiden hebben hun eigengereidheid niet verloren en dat maakt hun gesprekken levendig en verrassend.
Bovendien leidt zelfs “ginnegappen” tot inzichten. “Leven in een land zonder humor is ondraaglijk, maar het is nog ondraaglijker om in een land te leven waar humor nodig is.” En in een gesprek over vrijheidsdrang merkt Kalle op: “Het is me opgevallen dat je ‘we leven in een vrij land’ altijd hoort uit de mond van iemand die klaagt over het gebrek aan vrijheid.”
De beide vluchtelingen uiten zich tegenover elkaar nogal eens in kernachtige zinnen die je doen opkijken. Zoals: “De idee van rassen is de kleingeestige poging van een kleinburger om zichzelf tot de adelstand te verheffen.” Ook komt zowaar de ‘hardwerkende Duitser’ in de gesprekken voorbij.
Ja, de lezer ontkomt er niet aan bij bepaalde uitingen van Ziffel en Kalle ook aan vandaag de dag te denken. Zo is Kalle bang dat straks niet alleen ‘Hoeheetienou’ heerst, “maar ook zijn meningen.” “Blut und Boden”, zegt hij, “bleek een handig middel." Ziffel kan zich in die gedachte wel vinden en meent: “Met een snufje van een paar specerijen kun je het deeg zo veranderen dat de taart compleet anders smaakt. En zo heeft alles om ons heen een totaal nieuw karakter gekregen. Een dreigend karakter.”
Dit schreef Bertolt Brecht begin jaren veertig in Finland, op de vlucht voor de nazi’s. En de schrijvers van nu? De huidige tijd verontrust ook hen. Ik haal daartoe twee boeken naar voren, van Julian Barnes en van Ilja Leonard Pfeijffer.
Ilja Leonard Pfeijffer, Absolute democratie, Kroniek van een aangekondigde afrekening
Uitgegeven in 2026 door uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029555043
Van Julian Barnes zijn laatstelijk twee boeken in Nederlandse vertaling verschenen. Vorig jaar verscheen eerst Voortschrijdend inzicht, Beschouwingen, waarmee ik deze rubriek begon en januari van dit jaar de roman Vertrek(punt), een belangwekkend boek waarin Barnes, geboren in 1946, als oudere schrijver mijmert over de naderende dood. Het troost hem om in een tijd te hebben geleefd “zonder armoede”, “grotendeels gelukkig, altijd interessant.”
Maar, vervolgt Barnes, een andere vorm van troost “is te vinden in datgene waar ik misschien aan ontkom: een wereld die in brand staat terwijl degenen die aan de macht zijn wegkijken; de grote kans op een nucleaire winter (…); de eventuele ontmanteling van de democratie (…).”
In veranderende tijden laten schrijvers zich horen. In Engeland Julian Barnes. In Nederland Ilja Leonard Pfeijffer. Diens nieuwe boek, Absolute democratie, Kroniek van een aangekondigde afrekening, bevat de artikelen die hij in 2024 en 2025 in de Belgische krant De Morgen heeft gepubliceerd. Men hoeft het niet op alle punten eens te zijn met wat Pfeijffer schrijft. Maar lees zijn boek wel, ook om de eigen opvattingen aan die van Pfeijffer te toetsen. Het leidt mogelijk tot voortschrijdend inzicht.
Het laatste artikel van Pfeijffer, opgenomen in Absolute democratie, Kroniek van een aangekondigde afrekening, dateert van 13 december 2025. Daarin concludeert hij: “Ons behoud is gelegen in sterke, eensgezinde Verenigde Staten van Europa, die de moed hebben om zich zelfbewust en assertief op te stellen als de mondiale hoeder van de democratie, de rechtsstaat, sociale rechtvaardigheid en internationaal recht en om als zodanig een baken van hoop te zijn voor de rest van de wereld.” Handen aan het stuur dus.



