Boekenrubriek

Samengesteld door Ilse Josepha Lazaroms

Gepubliceerd op: 22 januari 2026

William Kentridge, Anatomie van het atelier
Vertaald uit het Engels door Anna Helmers-Dieleman. Uitgegeven in 2025 door Cossee
ISBN: 9789464522518

In 2024 gaf de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge zes lezingen aan de Universiteit van Oxford, de Slade Lectures. Ze hadden eigenlijk al in 2022 zullen plaatsvinden, maar door de pandemie ging dat toen niet en ze werden uitgesteld. Die opgesloten tijd in zijn atelier, in Johannesburg en in Londen – een opgesloten tijd voor mensen overal ter wereld, en een stille, angstige tijd – resulteerde in gedachten, ideeën en kunst die zich later zouden manifesteren in de lezingen – het resultaat van een bijzonder intiem maakproces, want het atelier, afgesloten van de rest van de wereld, bleek ineens allerlei nieuwe en onverwachte dimensies te bevatten. Het werd groter in plaats van kleiner, en onthulde een geheel eigen, wonderlijke anatomie.

Een studie van die anatomie, zoals Kentridge in dit boek onderneemt, laat zien dat bij hem niet het resultaat, maar het maakproces centraal staat. Dit is niet enkel een idee of een theorie: zodra Kentridge onthult hoe zijn werk tot stand komt, blijkt dat ‘worden’ – ontdekken –, en niet ‘zijn’ voorop staat. Die ontdekkingstocht – in de richting van het niet-weten dat aan de basis ligt van ons bestaan – is meer dan alleen een creatieve praktijk. Het is een levenswijze: het stroomt door de vezels, of de adem, van zijn creërende lichaam. (Alfred Schaeffer, de in Zuid-Afrika woonachtige dichter, beschrijft in zijn inleiding heel mooi hoe Kentridge's ‘intieme poëtica’ werkt, en de cruciale rol die het lichaam hierin speelt.)

Kentridge begint chronologisch – een chronologie die tijdens het lezen langzaam oplost –, bij zijn jeugd in Zuid-Afrika, als kind van linkse, seculiere Joodse ouders. Zijn overgrootvader aan vaderskant, Woolf Kantorovich, was chazan in een synagoge in Litouwen. Na zijn migratie naar Zuid-Afrika, aan het begin van de twintigste eeuw, werd ‘Kantorovich’ na een tijdje ‘Kentridge’ – een moment van assimilatie: Woolf wilde zijn zoon, Kentridge’s opa, die de politiek inging, een beetje vooruit helpen. Als kind voelde William – zijn Hebreeuwse naam is Chaim – zich gespleten: "alsof het joodse om het Engelse heen draaide, of het Engelse om het joodse."

Die gespletenheid, zal later blijken, wordt een nieuw beginpunt, één van de vele bronnen van Kentridge’s kunst. Zo schrijft hij over de tijd dat hij met zijn grootvader meeging naar sjoel: "De onbegrijpelijke patronen van de Hebreeuwse tekens in het gebedenboek, en het ondoorgrondelijke Hebreeuws dat in een onmogelijk tempo werd afgerateld. Ik zweefde mee met de dienst, herkende de liederen, kende de tussenpozen waarin de gemeente zich tot de ark richtte en de woorden in stilte voor zichzelf sprak." Als kind begreep hij niet veel van wat dit betekende, maar jaren later zegt hij er dit over: "De woorden zijn de houtblokken, maar het hart van het gebed is de ruimte tussen de houtblokken in. Alles, niet alleen de woorden. En als we vuur willen, hebben we zowel de houtblokken nodig als de ruimte ertussen."

Vuur. Ik vermoed dat dit vuur gelijk staat aan creatie. Aan het moment waarop de kiem van een nieuw werk ontstaat – een sensitiviteit die diep is geworteld in Kentridge’s Joods-zijn. Zijn liefde voor tussenruimtes, "de witte ruimtes", komt uit de synagoge, of, concreter misschien, uit de melodieën en adempauzes van de Joodse gebeden. Net zoals met bidden beslis je niet zelf als je kunst maakt – je ontdekt. Je geeft je over. "Gans en de tussenruimte. Dat is wie ik ben", zegt Kentridge – met een verwijzing naar zijn voorliefde voor gans, een klassieker uit de Joodse keuken.

Kentridge’s geest is wijds en gul – we lezen over de geschiedenis van Zuid-Afrika en Johannesburg, zijn herinneringen aan familie en aan de apartheid. "Onze grote, pijnlijke geschiedenis is zo aanwezig dat het verband tussen geschiedenis en schaamte zelfs nu, dertig jaar na de apartheid, vanzelfsprekend is." Als hij in 2016 aan een kunstwerk in Rome werkt, een vijfhonderd meter lange fries op de muren langs de Tiber, Triumphs and Laments, realiseert hij zich dat aan de andere kant van de rivier het getto was. Hij schrikt – ondanks alles, ook zijn kennis van de apartheid, was hij in de veronderstelling dat een getto een anachronisme was, "een voormodern, middeleeuws project", maar, zegt hij, "tot mijn shock kwam ik erachter dat het pas in 1555 werd gesticht en in gebruik bleef tot 1870, toen Garibaldi Rome innam." Daar lag het dus, al die tijd, dat getto, midden in het hart van de Westerse verlichting.

Hoewel de aandacht voor Joodse thema’s in de loop van het boek uitdunt, is de Joodse ziel overal aanwezig – in referenties naar de Joods-Italiaanse componist Salomone Rossi, bijvoorbeeld, of de "geweldige niet-godsdienstige rabbijn Sigmund Freud." Bovenal zit die ziel in Kentridge’s omarming van het bevragen en het niet-weten: in plaats van vaste zekerheden wentelt hij zich in ongemak en transformatie; in niet-weten en onzekerheid. In dat opzicht is hij de belichaming van het gezegde ‘twee Joden, drie meningen’, op de meest verrukkelijke, oorspronkelijke manier. "Het gaat altijd eerder om herkennen dan om weten", zegt hij. En in dat licht is creatie hoe dan ook altijd een daad van optimisme – want het gebeurt tegen het niet-weten in. Tegen de twijfel en tragiek.

Kentridge weet het allemaal erg goed in taal te vatten; de lezingen zijn ontroerend en spannend. Gezamenlijk leggen ze zijn visie bloot, op kunst, maar vooral ook op het leven. Op een organische manier verwijst hij naar het werk van andere schrijvers, dichters, en kunstenaars. Daarnaast bevat het boek prachtige illustraties en is het geheel heel erg mooi vormgegeven – speels, kleurrijk en helder –, waardoor de relatie tussen woord en beeld, of tussen gedachte en kunstwerk, tijdens het lezen continu aanwezig is. Alsof het boek zelf (en hiervoor complimenten aan de uitgever) een verlengde is van Kentridge’s creatieve proces; van hoe hij – man en kunstenaar – in het leven staat. Een prachtig en uiterst hoopvol boek.

Nieuwsbrief

Volg ons en blijf op de hoogte! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief en wij zorgen dat je niks mist.