Boekenrubriek
Samengesteld door Ilse Josepha Lazaroms
Gepubliceerd op: 23 oktober 2025
Judith Herzberg, Rivka
Verschenen in 2025 bij Uitgeverij De Harmonie
ISBN: 9789463362238
Rivka, het meest recente toneelstuk van Judith Herzberg, begint met een "zeer harde knal". Er is een deur dichtgeklapt, hij is "met kracht … dichtgeslagen." Achter die deur zijn Erna en Jacob. Ze staan er wat verloren bij: hun dochtertje Rivka, een baby nog, is zojuist achter die dichtgeklapte deur verdwenen, de straat op, de wereld in, meegenomen door een onbekende vrouw. Geertje heet ze, de vrouw die het kindje meenam. Ze verwees nog even naar haar "Christenplicht", iets wat in Erna een "vrolijke lachbui" opwekte. Erna’s lachen grenst aan paniek. Wat moet je, als je net je kind hebt weggegeven aan een vreemde, in de hoop dat ze zal overleven?
Erna en Jacob beginnen te pakken. We zijn in Amsterdam, halverwege de Tweede Wereldoorlog, en veel Joden zijn al weggevoerd naar de kampen. Erna kijkt uit het raam. "De hele stoep is leeg op een paar blonde mensen na. De hele straat is leeg, waarom zijn wij nog hier." (Over het weglaten van vraagtekens zei Judith Herzberg: "Vraagtekens laat ik weg omdat ik, bij toneel, gemerkt heb dat een vraag vaak een verwijt is, in een andere vorm"). In het kleine vertrek achter die dichtgeslagen deur halen Erna en Jacob het ledikantje uit elkaar, wissen elk spoor van het kind uit. Ze lopen heen en weer en pakken hun bagage in en uit, in en weer uit. Wat neem je mee naar Polen? Wel of niet die pan inpakken?
"Wat zouden we in plaats van huilen kunnen doen", vraagt Erna. "Huil maar. Huil maar gerust", zegt Jacob, maar Erna weigert. "Aan huilen valt niet te beginnen." Zodra je huilt, ontrafel je. De enige mogelijkheid is actie. Inpakken. Uitpakken, en weer inpakken. Erna’s hart wil er niet aan, maar haar lichaam reageert: diarree, dromen, gruwelfantasieën en angstvisioenen. Ze beeldt zich in dat het een film is. Zoomt in op de ‘afscheidsscène’, doet alsof ze in Amerika zijn ("Ze weten daar nog helemaal niets"). Jacob probeert haar terug te halen naar de realiteit. "Kom terug op aarde", zegt hij tegen haar. "Op deze godvergeten rotaarde", antwoordt Erna. "Waarom."
Waarom. Het is een onmogelijke vraag. Hoe leef je als alles je is afgenomen, als niets zeker is, als de dood op de deur bonkt. Rivka speelt zich af in twee dagen: Dag Een, Nacht, Dag Twee. De nacht is kort en koortsachtig en de dagen hebben een manisch-absurdistisch randje. Er is humor, bij de angst: een papegaai die heeft geleerd om "rotmof" te zeggen, Jacob die grapt dat hij Mein Kampf aan het lezen is. Het is actueel, zei Herzberg in een interview, dit thema. Verlies en vertrek. Inpakken zonder te weten waar je naartoe gaat. Of je je geliefden ooit nog terugziet.
Herzberg zegt onwaarschijnlijk veel met weinig woorden. In De prullenmand heeft veel plezier aan mij, het recente boek van Thomas Heerma van Voss (vernoemd naar een uitspraak van Herzberg), interviewt Heerma van Voss schrijvers die in 1977 allen een zelfportret maakten voor literair tijdschrift De Revisor. Hij prijst Herzbergs "sobere taal en secure compactheid." Herzberg zelf, inmiddels negentig jaar, neemt het schrijven niet serieus. Het lijkt haar "heel gevaarlijk", zegt ze, als je dat schrijven serieus neemt. "Voor mij blijft poëzie vooral een spel. Een spel met woorden, en met inkorten. Mijn gedichten zijn eerst altijd veel langer, en dan ga ik de boel inkorten. De prullenmand heeft veel plezier aan mij."
Korte zinnen. Soms een enkel woord. Ik las Rivka met ingehouden adem.
Judith Herzberg, Jo
Verschenen in 2023 bij Uitgeverij De Harmonie
ISBN: 9789463361866
Jo, zegt Judith Herzberg in haar non-fictieboek uit 2023, was "de allergrootste liefde van mijn hele leven." Jacoba Bakx, zoals de vrouw heette die voor Judith zorgde in haar jonge kinderjaren, was haar "eigenlijkste moeder" (niet haar "buikmoeder"). Judith herinnert zich "een leeg huis met een nare keuken waar geen Jo was" op de dagen dat Jo naar huis ging. De "pijn van een afscheid" wanneer ze op de hoek van de straat aankwamen en ze Jo’s hand moest loslaten. Alle manieren waarop Jo níet op haar moeder leek, en hoe prettig ze dit vond. De pijn van het gemis om Jo, lijkt het, wordt met de tijd heviger, niet minder.
"Hoe geremd wij mensen zijn", denkt Herzberg als ze in de lente van 2020 in een park een dolenthousiaste hond gadeslaat, verenigd met zijn baasje. Hoe geremd in het uiten van onze vreugde. Voor Herzberg staat die "hondige hevigheid" gelijk aan het "intense verdriet" dat ze voelde over het afscheid van Jo. In die verstilde maanden van de pandemie schrijft Herzberg haar gedachten op, kijkt ze naar binnen, probeert orde te scheppen in de "verschoten, versleten en onzekere herinneringen" aan haar tijd met Jo. Het is lang geleden, haar jeugd, en soms overvalt haar een gevoel van spijt. "Hoe meer ik probeer mijn gedachten op vroeger te richten, hoe meer ik betreur niet beter te hebben opgelet, en vooral, niet veel meer te hebben gevraagd."
Gelukkig is daar de envelop die Jo haar in 1991 gaf, met foto’s, kindertekeningen en Jo’s persoonsbewijzen (Jo is prachtig vormgegeven, indachtig die envelop, met flappen en illustraties in zachte, vergane kleuren). Waarom, vraagt Herzberg zich af, heeft Jo dit alles bewaard? "Wat een gedoe!" moet het zijn geweest om dat jonge kind tijdens de oorlog van adres naar adres te verslepen, van onderduikfamilie naar onderduikfamilie. Ondanks de nuchterheid – "gedoe!" – weet Herzberg dat ze haar (over)leven aan Jo te danken heeft. Wat doe je met die wetenschap?
"Dit verhaal begint op een memoire te lijken", zegt Herzberg. "Bestaan er ook zoekende, aarzelende, onzekere memoires die nog bezig zijn te graven en zelfs nog onzeker zijn over waar te graven?" De tekst is broos, en daarom waarachtig. Het lukt haar niet een duidelijk, solide verhaal over haar relatie met Jo te vertellen. Niet na al die tijd, en niet vanwege alle geheimen en risico’s die het verhaal met zich meedraagt. De schrijfster moet het doen met sporen. Zoals het gedicht ‘Dinsdag’ uit 1968, dat ze schreef over Jo en nu in detail uitpluist, als een portaal waardoor ze toegang krijgt tot haar verleden. Jo zit in haar personages, ‘opgedeeld’ tussen de verschillende vrouwen en toneelstukken. Jo’s liefde voor oude spullen van de veiling echoot na in Herzbergs eigen interesse in "verweesde voorwerpen" die ze in antiquariaten vindt, als een reddingsactie – zoals Jo ook haar, dat jonge, verweesde kind, uit de kampen redde.
In Rivka neemt een niet-Joodse vrouw een Joodse baby mee om haar te behoeden voor de vernietiging. In Jo neemt de niet-Joodse Jo de jonge Judith mee en zorgt ervoor dat het kind de oorlog overleeft. In dit opzicht bevat Jo het perspectief van het weggegeven kind, de baby die Erna en Jacob uit handen gaven. Jo laat zien wat er zich buiten die dichtgeklapte deur afspeelde. Net als in Rivka is pakken ook hier een thema. Pakken voor de vakanties naar Vlieland, maar ook, begin jaren 1940, pakken voor de naderende deportatie. Jo, die op het laatste moment nog snel de kiddoesjbeker bij de bagage stopt, denkend dat het gezin die wel nodig zal hebben. Het is een klein detail, én een groots gebaar – tekenend voor de liefde die er was tussen Jo en Judith Herzberg.
