inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Erev ramadan op Mafia

culinair reisverhaal van Yvonne van Gelder

Voor wie denkt dat ik de spellingscontrole tijdelijk heb uitgeschakeld: deze titel klopt. Bij het bedenken van een nieuw lesprogramma gebruik ik vaak mijn reiservaringen als inspiratiebron. Zo leek het me voor dit seizoen spannend de keuken van specerijeneiland Zanzibar te vertalen naar onze spijswetten. Toegegeven: met deze keuze had ik aanvankelijk wel iets aan Crescas uit te leggen. Maar toen ik begon te vertellen over de culturele, religieuze en culinaire invloeden uit India, Perzië, Oman, Portugal, Tanzaniaanse Massai en Rastafari, werden ze ook bij Crescas enthousiast.

De keuken van Zanzibar is een typische eilandkeuken met een keur aan vegetarische gerechten en veel verse vis. Hoewel er veel ongeoorloofde vissen worden gegeten is er ook volop keus aan geschikte vissoorten. Centraal in bijna elke maaltijd is een rijstpilau waarin diverse specerijen als kardemom, kruidnagel, foelie, ster-anijs, saffraan, piment en nootmuskaat gebruikt worden. Daarnaast wordt er veel gebruik gemaakt van peulvruchten, cassave, zoete aardappel, tamarinde, citrusvruchten, banaan, kokosnoot, dadels en mango. Allemaal producten die in Nederland prima te vinden zijn en heerlijke mild-exotische gerechten opleveren als viscurry met kokos, rijstpilau met specerijen, groente-samosa’s en linzen-bhaji met tamarindesaus en verleidelijk zoete dadeltaart.

Toen ik deze zomer voor de tweede keer Zanzibar bezocht, besloot ik ook een paar dagen naar Mafia te gaan. Dit kleine dunbevolkte eilandje ten zuiden van Zanzibar kent nauwelijks toerisme. Ik zal u het verhaal besparen hoe we er uiteindelijk gekomen zijn met ferry, vissersboot en gehuurde fietsen.
Tegen het avondschemer belandde ik in een dorp waar het leek alsof iedereen druk bezig was met de voorbereidingen voor een feest. Later bleek dat daags erna de Ramadan zou beginnen. Zonder een gemeenschappelijke taal te spreken voerde ik hartelijke non-verbale gesprekken met lokale vrouwen en speelde een balspel met nieuwsgierige giechelende meisjes. Op een gegeven moment stapte er een vriendelijke man op me af, hij sprak vloeiend Engels en stelde zich voor als de dorps-chief. Een soort combinatie van burgemeester, rechter en geestelijk leider. Al snel werd ik uitgehoord over de reden van mijn bezoek en er ontstond een geanimeerde conversatie. Blijkbaar werd ik wel okay bevonden. De omslagdoek die ik, vanwege de vele (malaria)muskieten, losjes om mijn hoofd had gedrapeerd werd gewaardeerd. Zo trok ik geen aandacht als westerse toerist. In alle openheid werd er gevraagd of ik een moskee bezocht. Toen ik ontwijkend antwoordde knikte de chief begripvol. Ach, u gaat natuurlijk naar een kerk. Toen ik ook hier ontwijkend op antwoordde, begreep hij het even niet. Een vrouw die okay bevonden is, moet toch ergens naar toe gaan? Een beetje ongemakkelijk begon ik uit te leggen dat ik naar een Joods gebedshuis, een synagoge ga. Wederom een begripvolle knik. Tijdens zijn studie had hij wel eens van het jodendom gehoord, maar hij kon het niet direct plaatsen. Hij nam zich voor zich er weer eens in te verdiepen en we namen voor die dag afscheid.

De volgende dag zag ik dat op een spandoek op het dorpsplein, waar vanwege de Ramadan de offergeitjes naar toe worden gebracht, twee Magen Davids waren getekend. Als ultiem teken van broederschap. Zo werden we eregast bij de feestelijkheden op erev Ramadan op Mafia.