Crescas handje
Bel Crescas: 020 - 640 23 80
Crescas schoolbord
Columns
Weblogs disclaimer

Leo Mock

Leo Mock kreeg zijn opleiding in Israël aan een talmoedhogeschool (jesjiwa). Verder studeerde hij Joodse geschiedenis aan de Bar-Ilan Universiteit en oude geschiedenis aan de UvA. Hij is sinds 1999 docent bij de Vakgroep Hebreeuws van de UvA. Samen met co-auteur rabbijn R. Evers schreef hij Aan tafel bij de rabbijn - eten en drinken in bijbels perspectief (1999). In Zappen door de Talmoed (2002) en Surfen op de zee van de Talmoed (2004) vindt de lezer zijn talmoedcolumns die hij in de periode 1999-2003 publiceerde in het NIW. Voor Crescas verzorgt Leo Mock, naast zijn wekelijkse web-column, diverse Talmoed-cursussen.
vrijdag 13 november 2009
reageer op deze column
Delen |

Bidden om regen

Vorige keer schreef ik over het belang van de seizoenen in de Joodse traditie in verband met het vaststellen van de verschillende feestdagen, die van oorsprong een duidelijke agrarische achtergrond hadden. Het ging hier vooral om het astronomische begin van de seizoenen, de tekufah. Maar de tekufah heeft in de diaspora nog een andere betekenis, die te maken heeft met het bidden om regen in de dagelijkse gebeden – het Achttiengebed (Sjemone Esreh). Dit gebed met oorspronkelijk 18 zegeningen (en later 19) wordt op doordeweekse dagen drie maal per dag gebeden. De 9e zegening (beracha) gaat in zijn geheel om een voorspoedig agrarisch jaar. Dat was in de oudheid natuurlijk heel belangrijk – ten eerste leefden de meeste mensen van de opbrengsten van de landbouw en veeteelt. Ten tweede was men voor de voedselproductie volledig aangewezen op wat de natuur hen elk jaar toebedeelde. In de bijbelse visie is het wel of niet slagen van een agrarisch jaar in handen van God, en een direct gevolg van het menselijke gedrag. God gehoorzamen leidt tot voorspoed en God’s vermaningen negeren, leidt tot droogte, mislukte oogsten en ander onheil – bijvoorbeeld en sprinkhanenplaag. De tekst voor de bede voor een voorspoedig agrarisch jaar luidt als volgt:

Zegen voor ons, Eeuwige onze God,
dit jaar en al haar opbrengt ten goede.
En geef zegen op de akker
en verzadig ons vanuit Uw goedheid,
en zegen ons jaar als de goede jaren.
Gezegend bent U Eeuwige, Die de jaren zegent.

Dit is de versie zoals die in de lente en zomer gezegd wordt. In de herfst – wanneer we beginnen met het vragen om regen – en de hele winter door wordt er een kleine verandering aangebracht in de tekst van deze 9e beracha (zegen), waarin een bede om regen werd toegevoegd. Juist in de herfst en het begin van de winter is de regen zo belangrijk. In de maanden november en december werden de meeste gewassen namelijk ingezaaid, terwijl bepaalde gewassen laat werden ingezaaid – in januari. Hiervoor was regenval juist in deze periode natuurlijk erg belangrijk. In plaats van ‘En geef zegen op de akker’ zegt men dan: ‘en geef dauw en regen tot zegen op de akker’.

Maar wanneer begint men exact met het vragen om regen in het dagelijkse gebed? De Misjna (Ta’anit 10a) geeft hier – niet geheel onverwachts – een meningsverschil over. Volgens één mening vanaf de 3e Chesjwan – 11 dagen na Soekot (Loofhuttenfeest). Volgens de andere mening – en deze wordt als gezaghebbend gezien – vanaf de 7e Chesjwan, 15 dagen na Soekot. Dit jaar dus de 25e oktober. Volgens deze mening moest je eigenlijk eerder beginnen met het bidden om regen, maar dat zou vervelend zijn voor de pelgrims die weer terug naar de diaspora moeten. Die zouden door al die stortregens overvallen worden op hun terugreis naar huis, hetgeen tot overlast leidt. Daarom moet je tot ruim twee weken na Soekot wachten, zodat de Joden uit de verste plaatsen in de diaspora – bij de Eufraat – weer thuis zijn gekomen, na een reis van ca. 14 dagen. Blijkbaar heeft men het volste vertrouwen in bidden – zodra men zal bidden om regen, zal die regen ook daadwerkelijk vallen, met alle gevolgen van dien.

In de Talmoed wordt deze Misjna uitgelegd als uitsluitend betrekking hebbend op Israël. Alleen daar begint men ruim 14 dagen na Soekot met om regen te bidden. In de diaspora – lees: vooral Babylonië – geldt een andere regel. Daar ga je pas 60 dagen na het begin van de herfst om regen vragen. Oftewel: 60 dagen na de tekufah van Tisjrie – twee maanden na 21 september – hetgeen betekent rond 20 november. Dat gold aanvankelijk vooral voor Babylonië, maar werd later de gewoonte in het grootste deel van de diaspora op het Noordelijke Halfrond. In het commentaar van Josef Karo – de schrijver van de codex Sjoelchan Aroech – op een eerdere codex van rabbijn Jakov ben Asjer (14e eeuw), heeft hij het dan ook over 22 of 23 november als begin voor het bidden om regen. Tegenwoordig zou dat dus nog steeds gelden, dat je rond 21-23 november, afhankelijk van het astronomische begin van de herfst, met bidden om regen moet beginnen. Toch doet men dat al eeuwen anders. Wie de loeach (religieuze kalender) van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap van dit jaar openslaat (p. 71), ziet dat het bidden om regen op de avond van 5 december (geen pakjesavond maar regenpakjes-avond dus ...) moet gebeuren. Dat is overigens al jaren zo. Hoe kan dat nou, waarom niet op 21 of 22 november? Waarom zo’n twee weken later? Het antwoord hierop heeft te maken met de bekende kalenderhervorming van Paus Gregorius in 1582. Men ontdekte dat de tot dan gebruikte Juliaanse kalender niet helemaal klopte met het werkelijke zonnejaar. Men liep 10 dagen achter. Besloten werd dat na 4 oktober 1582, de dag erop 15 oktober zou zijn. Om zo het achterlopen op te lossen. Deze kalenderhervorming is overigens nooit tegelijkertijd ingevoerd in Europa en de rest van de wereld. In sommige landen gebeurde dit pas in de 20ste eeuw! Het gevolg was wel dat ergens de rabbijnen besloten dat deze correctie van 10 dagen uit 1582 ook op het begin van het seizoen van toepassing zou zijn. Ondertussen zijn al ruim 400 jaar verstreken sinds 1582 en loopt men dus opnieuw wat achter. Dat hebben de rabbijnen elke keer braaf meegenomen, zodat men nu de correctie dus op ca. 13 dagen heeft gezet ten opzichte van de oude kalender waarmee men nog in de Talmoed rekende. Vandaar 5 december dus. Elke 100 jaar gaat men hiermee verder en verschuift het een extra dag. Dus over een tijd gaat men in de diaspora op de 6e december beginnen met het vragen om regen, 100 jaar later op de 7e december, weer 100 jaar later op de 8e december, et cetera.
In de Nederlandse sidoer (gebedenboek) van Polak en Mulder uit 1838 kun je inderdaad lezen op p. 29:

“Van 5598 tot 5660 [ de jaren 1838-1840] begint men dit gebed den 4 December ...”

Toen – 171 jaar geleden – begon men dus op 4 december, en niet 5 december zoals we nu al jaren gewend zijn.

Op zich klinkt dit allemaal mooi, maar er is één probleem. Het begin van de seizoenen – de tekufah – heeft te maken met een astronomisch verschijnsel dat gewoon te berekenen is – en staat op zich los van hoe je die dag noemt in de kalender. De oorspronkelijke ingreep in 1582 was er overigens voor bedoeld dat het begin van de lente weer op 21 maart zou vallen en niet op 11 maart, zoals tot dan het geval was omdat men 10 dagen was achter komen te lopen. De huidige tekufah is dus te berekenen en valt meestal op de 21e van de maand – 21 maart, 21 juni, 21 september, 21 december. Het doorschuiven van de kalenderdatum is volgens mij dus echt een dwaling. Ik heb dit verschillende rabbijnen voorgelegd en tot op heden geen bevredigend antwoord gekregen. Heeft u het wel, laat mij dat dan weten: mockleo@gmail.com

Uw reactie:

Naam
Email
Reactie
vul de beveiligings-code in
mei 2012Achterstand ingehaald
mei 2012Echt?
mei 2012Jom HaMalka-drukte
apr 2012Een warm bad
apr 2012Post-Pesach dilemma’s
apr 2012Nog even over Pesach
apr 2012Stroomstoring
mrt 2012De waarde van getallen
mrt 2012Lente
mrt 2012Een ingewikkeld parcours
feb 2012Rekenkunst met verrassende uitkomst
feb 2012Crisisverhalen
feb 2012De seculiere inwoners van Kiriat haJovel
feb 2012Waterdamp
jan 2012Werken is gezond
jan 2012Schwer zu sein a Jid
jan 2012Beth Sjemesj
dec 2011Chanoeka-overpeinzingen
dec 2011De 25e van de maand
dec 2011Buitenaards
dec 2011Seizoensperikelen
nov 2011Andere maten
nov 2011Weet wat je eet
nov 2011Over een etrog, een rebbe, rabbijnen en de zon
okt 2011Over voorspellingen en hoofdrekenen
okt 2011Een einde en een begin, maar wel blijven bidden!
okt 2011Reizigers houden niet van regen
okt 2011Introspectie
sep 2011Kabbala-les
sep 2011Troonrede en Miljoenennota
sep 2011SpongeBob
sep 2011Nog eens over inkeer
sep 2011Inkeer
aug 2011Protesteren in Rechovot
jul 2011Awoide zorre
jul 2011Sjocheet van Oranje
jul 2011Bio-industrie en sjechita
jun 2011Moeten wij dieren eten?
jun 2011Cottage cheese
jun 2011Gevaren
jun 2011Onverdoofd
mei 2011Onze voeding
mei 2011Moleculair kasjroet
mei 2011Mei
mei 2011De Masjiach
apr 2011Tussen Amsterdam en Rechovot
apr 2011Vegen met beleid
apr 2011Noden en verboden
apr 2011Chameetsologie en andere Pesachwetenschap
apr 2011SMS uw vraag!
mrt 2011Elke dag Poeriem!
mrt 2011Het einde van de wereld?
mrt 2011Elke dag Poeriem
mrt 2011Teruggeven
feb 2011De zon
feb 2011Woestijngodsdienst
feb 2011Stadswandeling
feb 2011Gekke wereld
jan 2011Liberale Joden of Christenen voor Israël?
jan 2011Het Kohnstamm Instituut en etnische groepen
jan 2011Niets aan de hand
jan 2011Terug in Nederland
dec 2010Instant-religie
dec 2010Wat een gekte allemaal...
dec 2010Vasten voor regen
nov 2010De lichtjes van Chanoeka
nov 2010Schaarste
nov 2010Een drukke zondag
nov 2010Amsterdammer in de provincie
okt 2010Carlebach
okt 2010Mark Rutte, Yona Metzger en UFO’s
okt 2010Informatie-'overkill'
okt 2010Triest en oppervlakkig
okt 2010De bittere maand
sep 2010Met plantjes zwaaien
sep 2010Hufterigheid
sep 2010Xenofobie
sep 2010Een tzaddiek
aug 2010Wat doen we op sjabbat?
aug 2010Een ontspannen vakantie
jul 2010Paul
jul 2010Keppeltjesdag
jun 2010Een echte held
jun 2010Politici laten zich niet horen
jun 2010Bowlen
mei 2010Jesaja 53:5
mei 2010Eten
mei 2010Koninginnedag
apr 2010Lag Be'omer
apr 2010Feestvieren en herdenken
apr 2010Dóórpakken
apr 2010Ben jij nog in?
apr 2010Pesach: waar gaat het echt om?
mrt 2010Méér dan vier vragen ...
mrt 2010Insecten
mrt 2010De langste Poeriem ooit
mrt 2010Herken de Poeriemgrap!
feb 2010Rare vragen, rare antwoorden
feb 2010Rabbijn Elon in problemen
feb 2010Gescheiden buslijnen
feb 2010Nogmaals de diboek
jan 2010Diboek
jan 2010Natuurrampen
jan 2010Een boek kopen
jan 2010Uitvinding van de bakker
jan 2010Oud-en-Nieuw
dec 2009Taal
dec 2009Halachisch veroorzaakte kinderloosheid
nov 2009Dawwenen op het juiste moment
nov 2009Kosjer
nov 2009Bidden om regen
nov 2009Het wisselen van de seizoenen
okt 2009Leerhuizen in de mediene
okt 2009Een boek uitlezen
okt 2009Onze minhag
okt 2009Een soeka in de Diaspora
okt 2009Soekotmelancholie
sep 2009Jom Kippoer
sep 2009Leeuwen en beren
sep 2009Woordeloze haast
sep 2009De 'midrechov' in Jeruzalem
aug 2009Tatoeages, een beladen imago
aug 2009Op bezoek bij S
jun 2009Vakantie
jun 2009Generatiekloof
mei 2009Cheesecake
mei 2009Keukenhof
mei 2009Varkensgriep
apr 2009Vakantie
apr 2009Chameets
mrt 2009Een jesjiva-gave
mrt 2009Wie zonder zonde is, wordt immuun voor .....
mrt 2009Economie
mrt 2009Poeriem
feb 2009Taal en getallen
feb 2009Internet-tribalisme
feb 2009Verkiezingen
feb 2009De taxichauffeur en de zoon van de rabbijn
jan 2009Liefde
jan 2009Oppassen voor slangengif!
jan 2009Cafépraat
jan 2009Veel boeken – en een goed huwelijk
dec 2008Een ongeluk of dood door schuld?
dec 2008De Israëlische State Controller
dec 2008De periferie
nov 2008Zending
nov 2008Kromme komkommers
nov 2008Actie en reactie
nov 2008De regenmaker
okt 2008Slechte gedachtes
okt 2008Hosjanna Rabbah
okt 2008Soekot
okt 2008Onze zondes
okt 2008Een oud kabbalistisch gebed