Alleen mannen?

Leo Mock z”l

vrijdag 5 april 2013

Zo, we hebben het weer overleefd – de mondhoeken zijn weer enigszins hersteld van de matzes (vooral de vierkante doen pijn), het huis is weer in de oude staat terug, en we eten weer normaal voedsel … En hoewel we in de haggada lezen dat ‘in iedere generatie een mens verplicht is om zichzelf te zien alsof hij uit Egypte is getrokken’, zullen de meeste mensen beamen dat er weinig gebeurd is. Voelen ze de bevrijding écht? Hebben we die Uittocht écht zelf beleefd? Ik denk dat de meesten eerlijk zullen zeggen van niet. Het kan waarschijnlijk ook helemaal niet – iets beleven dat je niet hebt beleefd! De tekst van de rabbijnen is hier dan ook enigszins ironisch. Allereerst is het een plicht (chajav in het Hebreeuws) om de Uittocht zelf te beleven. Maar iemand die het echt meemaakt, die heeft geen verplichting nodig – die ís natuurlijk dolgelukkig. Bovendien moet je jezelf zien, niet werkelijk trekkende uit Egypte, maar ‘alsof’ je uit Egypte bent getrokken. Dat ene woordje ‘alsof’ (ke’ieloe) maakt de hele zaak nu weer minder letterlijk, ironisch haast. Hoe kun je serieus doen (chajav – het is een plicht) alsof iets echt gebeurt? Iets is echt gebeurd, of niet.

Het is bovenstaande onmogelijke opdracht die Pesach voor mij verbindt met Poeriem, exact een maand eerder (in Jeruzalem exact, elders scheelt het een dag …). Ook daar krijgen we een onmogelijke opdracht – we moeten de herinnering van / aan Amalek uitroeien door ... er juist aan te denken! Maar als je je iets herinnert, veeg je de herinnering juist niet uit! Je roept het bestaan van Amalek juist weer op. Bovendien wordt het uitwissen van de herinnering aan het Kwaad op Poeriem ook op een andere manier vormgegeven – door zoveel te drinken dat je het onderscheid niet meet weet tussen Goed en Kwaad, tussen ‘gezegend is Mordechai’ en ‘vervloekt is Haman’. Dat is wel weer een aparte manier van het vernietigen van het kwaad – voor 24 uur een soort Jenseits von Gut und Böse? Om vervolgens – na Poeriem – een nieuwe, hogere moraal in onszelf te incorpereren (sorry Nietsche …). Zo ook op Pesach: we doen aan de ene kant alsof, maar aan de andere kant menen we het serieus. Blijkbaar heeft een dergelijk spel ook een serieuze dimensie, waarvan de uiteindelijke uitkomst is dat we wél echt iets voelen. Als we het geheel zonder ironie zouden doen (dus niet alsof, ke’iloe …), zou het niet slagen omdat het een totaal onmogelijke opdracht is. Want we hebben het immers zelf juist niet meegemaakt …

Vorige week kwam in mijn column ook nog even de ben/benee-problematiek langs. Betekent dit zonen of kinderen? Door een trouwe lezer werd ik erop gewezen dat het Hebreeuwse ‘ben’ toch niet zo letterlijk opgevat moest worden, en toch meer idioom zou zijn. Tja, eerlijk gezegd denk ik dat men het wel serieus bedoelde in de Tora. Kijk maar bijvoorbeeld in een vers over de rituelen die een vrouw moet ondergaan na een bevalling. Nadat haar bloedingen gestopt zijn, moet zij een offer brengen: Wanneer de dagen van haar reiniging vervuld zijn, zal zij voor een zoon of voor een dochter een éénjarig schaap ten brandoffer, en een jonge duif of tortelduif ten zondoffer, naar de ingang van de tent der samenkomst tot de priester brengen (Wajikra / Lev. 12:6). Hier staat het woord ‘ben’ heel duidelijk tegenover ‘bat’, en betekent dus zoon. Een nog fundamenteler en confronterender vers – en nu komt Pesach weer een beetje terug – is een vers dat we lezen vlak na de Uittocht, in Exodus / Sjemot 12:37. Ik zal nu eerst de NBG-1951-vertaling geven (met dank aan biblija.net), een overall betrouwbare vertaling:
Daarna trokken de Israëlieten op van Raämses naar Sukkot, ongeveer zeshonderdduizend man te voet, ongerekend de kinderen.

Je bent dan misschien gewend om te denken aan een figuurlijk gebruik van het woord ‘man’ (de Willibrordvertaling geeft braaf het woord personen in plaats van man).

Andere vertalingen geven echter nog duidelijker weer wat er in het Hebreeuws staat, zowaar zelfs de NBV:
De Israëlieten trokken te voet van Rameses naar Sukkot; hun aantal bedroeg ongeveer zeshonderdduizend, vrouwen en kinderen niet meegerekend,

En natuurlijk de Statenvertaling (Herziene, 1977):
Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Raméses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.

En inderdaad vinden we hier in het Hebreeuws expliciet ‘ragli hagewariem’ - letterlijk: de voeten van de mannen … (met dank aan mechon.mamre):

לז וַיִּסְעוּ בְנֵי-יִשְׂרָאֵל מֵרַעְמְסֵס, סֻכֹּתָה, כְּשֵׁשׁ-מֵאוֹת אֶלֶף רַגְלִי הַגְּבָרִים, לְבַד מִטָּף

Dit leidt tot de conclusie dat het zomaar mogelijk is dat overal waar ‘benee Jisrael’ in de Tora staat, bedoeld wordt: alleen meerderjarige mannen, vrouwen én kinderen uitgezonderd. Zo is ook inderdaad de exegese van Rasji op dit vers:

the men: from 20 years old and older. – [from Song Rabbah 3:6]
(bron: chabad.org)

Oftewel: alleen mannen boven de twintig tellen mee voor benee Jisrael. Die twintig jaar is immers de ondergrens in de Tora voor de dienstplicht en de dienst in de Tempel. Niet iets waar wij voor warmlopen – vrouwen horen er gewoon bij, en kinderen natuurlijk ook … Toch denk ik dat dergelijke ideeën ook in het moderne Israël nog voor spanningen zorgen, zie het artikel van vandaag (4 april) in de Yediot over de vrouwen van de Kotel. Daarin lees ik dat behalve het dragen van een talliet door vrouwen en het lezen uit een Tora (in een vrouwenminjan uiteraard!), nu ook het Kaddiesj onder de wet valt die dit verbiedt. De politie liet in een schrijven aan de organisatie Vrouwen van de Kotel weten dat ze nu dit aspect van de wet ook gaan handhaven. Opmerkelijk, want er is geen halachische wet die stelt dat het dragen van een talliet voor een vrouw verboden is, evenals het lezen uit de Tora (sterker nog: een vrouw telt oorspronkelijk mee voor de zeven personen die op een sjabbat opgeroepen mogen worden, zie Sjoelchan Aroech OH 282:3) en al helemaal niet voor het uitspreken van het Kaddiesj, Enfin, lees het artikel hier.

En dat terwijl de geleerden nog stelden dat Israël uit Egypte werd verlost door de verdiensten van de rechtvaardige / vrome vrouwen!

Sjabbat sjalom!

7 + 4 = ?

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.