inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Nieuws

vrijdag 17 juli 2020

Berdi. Dagboeken over een onderduikstertje 1942-1945

Berdi. Dagboeken over een onderduikstertje 1942-1945, de titel van het boek dat in 2015 in de Joodse Bibliotheek van Crescas werd opgenomen, vertelt over de eerste levensjaren van 'Berdina Sere Hennekam', die als onderduikbaby liefdevol in het vrouwengezin van 'Mammi' van Hinte en 'Kokki' (Cor) Hennekam werd opgenomen. In vijf dikke schriften hield onderduikmoeder Margarethe alles rond het kleine meisje tot in detail bij, en toen de ouders van Berdi na de bevrijding hun dochter kwamen ophalen, konden ze in de dagboeken alle kleine en grote gebeurtenissen in het leventje van Berdi teruglezen en zelfs foto's zien van de ontwikkelingen van hun meisje.

Dat Margarethe de ik-vorm koos voor de dagboekaantekeningen maakt dat de verhalen heel dichtbij komen. Dat begint al bij het voorwoord, dat door Berdi zelf werd geschreven toen ze zeventig jaar was geworden. Toen vond ze moment gekomen om haar kinderen, kleinkinderen "en eenieder die het wil lezen kennis te laten nemen van mijn eerste levensjaren zodat ook zij begrijpen dat niets vanzelfsprekend is."

Hier spreekt Berdi:
Mijn leven begon anders dan bij de meeste kinderen. Enkele dagen na mijn geboorte kwam ik terecht bij mijn pleegouders. Mijn ouders, die in 1942 in de onderduik gingen, hadden via hun huisartsen Dr. Ben Sajet en zijn vrouw Dr. Thea Sajet contact gekregen met Margareta van Hinte en haar vriendin Cornelia Hennekam. Zij waren bereid mij op te nemen en mij als het kind van Cornelia in te laten schrijven.
Mei 1945 kwamen mijn ouders mij weer ophalen. Meer dan drie jaar was ik het kind van Margareta en Cornelia. Dat waren mijn Mammi en Kokkie. Mijn naam was Berdina Sere Hennekam. Nu stonden daar twee vreemden die zeiden mijn ouders te zijn. Vanaf dat moment was mijn naam Berdina Sere Pront. Mijn oorlog is toen eigenlijk begonnen, als stuiterbal tussen mijn ouders en pleegouders.

En hier is Berdi aan het woord via de pen van Margaretha.

6 december 1942 — Tweede Kerstdag
Ik ben een kerstkindje, de mensen zeggen een gelukskindje. Feitelijk werd ik pas verwacht, begin januari 1943, maar gisteren kreeg ik het in mijn kleine bol om mijn intrede nog in het oude jaar te doen, met al de ellende die eraan verbonden is. Eén ding is zeker, dat ik ondanks deze ellende lieflijk verwacht word.

Tussen de aantekeningen van het leven van alledag aan de Amsterdamse Scheldestraat zijn beschrijvingen van de oorlogsgebeurtenissen gevlochten, waardoor die als het ware in een dubbelperspectief komen te staan.

6 mei 1945 zondag
Kokkie is jarig vandaag, maar de hoofden van Kokkie en Ma duizelen. Er is zoveel te regelen en zoveel te doen. Gistermorgen hebben we eerst bezoek gehad. Daarna hebben Kokkie, Greet en ik ieder met een oranje muts op gelopen en toen zijn we naar Opa en Oma Draak geweest.
(…)
Gisteren kwam Tante Thea vertellen dat mijn eigen ouders me wilden zien. Cor is de hele dag van streek geweest, Greet was in dit geval de flinkste. Het is natuurlijk een hard gelag, maar de tijd zal het leren en doen vergeten. Nu komen morgen mijn ouders.

7 mei 1945 maandag
Vandaag ben ik met mijn ouders op stap geweest en morgen ga ik voorgoed met hen mee …

8 mei 1945 dinsdag
Ik ben vanmorgen mee gegaan …
Greet en Cor hadden veel verdriet, maar Cor haar broers en de Canadezen zijn hen komen halen en zodoende zijn ze afgeleid. Het verdriet van Cor en Greet blijft.

En het boek eindigt met Margareta zelf: "Ik vertrouw en geloof dat je nu weet dat ik met inzet van alles wat mij dierbaar was, dit voor jou heb neer geschreven." Kokkie sluit zich hierbij aan. "Ik wil zo mogelijk voor jou altijd Mam blijven, de naam die jij me zelf gaf."

Je kunt Berdi. Dagboeken over een onderduikstertje 1942-1945 in de Digitale Joodse Bibliotheek van Crescas online lezen of als PDF naar je eigen computer of tablet downloaden.

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook