Daar gáán we weer

Renée Citroen

vrijdag 10 februari 2017

Néé, niet weer een column over vaderjoden. Het zou lijken of ik er nooit klaar mee was. Integendeel, ik maak er al jaren geen punt van. Nou ja, af en toe maak ik me kwaad over de onrechtvaardigheid van het discrimineren van mensen met een Joodse vader. Maar als je niet bij de club wilt horen waar dat gebeurt, is er niets aan de hand.

Ik zag trouwens een tijdje geleden positief nieuws. In Amerika natuurlijk, daar doen ze niet zo moeilijk. Over vaderjoden dan.

Maar nu. Wat lees ik nu weer in NRC? Danielle Pinedo schrijft een stuk over Joodse singles op zoek naar een Joodse partner. Moeilijk, er zijn er zo weinig en de druk is groot. Van henzelf, maar ook van hun familie.

Een rabbijn weet dat er spanningen zijn als iemand met een niet-Joodse partner thuiskomt. “Het doorgeven van het Jodendom is onderdeel van ons geloof”, zegt rabbijn Spiero. “Ik wil niet zeggen dat een gemengd huwelijk slecht is, maar het kan binnen families verkeerd vallen. Verbanning is een groot woord, maar ik ken genoeg voorbeelden van gemengde gehuwden die problemen ondervinden als gevolg van sociale druk.”

Oké, hun probleem, zou ik zeggen, als ik onaardig was. Maar ik heb makkelijk praten, ik leef niet in een gesloten sociale omgeving. Wat is dán mijn probleem?
Er wordt in het artikel een stel opgevoerd, van wie de jongen vaderjood is en het meisje ‘echt’ Joods. Hij heeft een Joodse grootvader die na de oorlog bewust met een niet-Joodse vrouw trouwde. Het verhaal van veel babyboomers, dat voor het gemak altijd wordt vergeten wanneer er over vaderjoden wordt geoordeeld.

Maar hij heeft geluk, hij vindt een halachisch Joods meisje. En wat zegt zij:
“Ik wilde het liefst een Joodse vriend. Dat Giora een halfbloedje is, maakt mij niet uit. Het Jodendom wordt doorgegeven via de moeder. Dat is mijn geluk. Als mijn broertje thuis zou komen met een vaderjodin, zou dat gevoeliger liggen.”

Pardon? Halfbloedje? Ik heb veel namen voor ons soort Joden gehoord, maar nog nooit ‘halfbloedje’. Wordt er zo over ons gedacht binnen orthodoxe kring? Ik weet niet of veel orthodoxen de Crescas Nieuwsbrief lezen, maar ik vraag die ene orthodoxe Jood, die dit toevallig leest: “Hebben jullie je kinderen zo opgevoed? Dat ze zomaar zonder nadenken zo'n kwetsende term gebruiken?”

Ik zou er om kunnen lachen, als ik niet naar het verleden zou kijken. Toen waren er rassenwetten en werd de term 'Joods bloed' gebruikt. Dan kun je nu niet zomaar gedachteloos de term 'halfbloedje' gebruiken. En stel dat je dat doet voor Surinamers of andere bevolkingsgroepen? In deze tijd?

Ik kon altijd goed opschieten met mensen die orthodox zijn, de meesten zijn aardiger dan hun geloof, met Bloeme Evers z.l. als prachtig voorbeeld, met wie je gewoon in discussie kon gaan. Maar nu? Word ik achter mijn rug 'halfbloedje' genoemd? Het zou me niets moeten kunnen schelen, maar het is een racistische term en in deze tijd (en altijd) zou iedereen, in ieder geval in het openbaar, op zijn of haar woorden moeten letten. Er gaan halvegaren zomaar mee op de loop.

'Vaderjood' heb ik altijd als een geuzennaam gezien, dat wil ik best zijn, al vind ik gewoon ‘Jood’ beter. Maar 'halfbloedje' wil ik niet zijn. Niemand, denk ik.

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.