Israëlische Arabieren

Salomon Bouman

zondag 9 oktober 2016

In een van de straten van Tel Aviv kocht ik tere ere van Rosj Hasjana een mooie fles wijn in een kleine super. Zoals dat in het land van het ‘eeuwige gesprek’ gaat, mengde een wat oudere vrouw zich in mijn gesprek met de caissière. ‘Ik drink heel zelden wijn’, zei de vrouw. ‘Als ik het wel doe, word ik er misselijk van.’

Ongevraagd mengde een jonge vrouwelijke bediende zich in het gesprek. Een leuk meisje, een jaar of twintig, een bril, loshangend haar. ‘Ik drink ook geen wijn’, zei ze. ‘Ik ben moslima.’ In eerste instantie was ik verbaasd. ‘Wat moedig’, dacht ik, om er in de grootste Joodse stad ter wereld zo ronduit voor uit te komen. Voor deze Palestijnse uit het noorden van het land was het kennelijk geen enkel probleem zich als moslima te manifesteren. ‘Ik woon in Tel Aviv’, zei ze.

Ik heb het met Israëlische vrienden gehad over dit kleine voorval en mijn verbazing uitgesproken over de vrijmoedigheid van dit meisje in de super. Ik had haar per slot van rekening niets gevraagd. Mijn vrienden wezen me op mijn denkfout. Israëlische Palestijnen, want zo moet je de Israëlische Arabieren eigenlijk omschrijven, integreren ook in onze samenleving steeds dieper en vrijer in tal van sectoren. In ziekenhuizen in het hele land werken talrijke Arabische doktoren en verplegers. Ook apothekers zijn vaak Arabieren, terwijl in allerlei andere dienstverlenende takken van werk, in hotels en restaurants, eveneens opvallend veel Arabieren werkzaam zijn. De bouw is een sector waarin Israëlische Arabieren domineren. (Er komen dagelijks nog 80.000 Palestijnen uit de bezette gebieden om in bouw inkomen te vergaren dat vele malen hoger is dan de beloning in hun woongebied.)

Mijn kleine huisje in de tuin in Ramat Hasjaron wordt grondig gerenoveerd. Een van de werklieden is een Arabier uit het dorp Yassin. Mohammed spreekt voortreffelijk Ivriet en voelt zich heel goed bij Israëlische Joden. ‘Ik voel me na zoveel jaren werk met Joden meer Israëli dan Arabier’, zei hij toen ik vroeg waar in Israël hij woonde. ‘Ik ga bijna nooit naar huis. Ik blijf in de omgeving van Tel Aviv.’

Lezers van deze column, verbindt geen conclusies aan deze impressies. De situatie is ingewikkelder dan zij lijkt. Maar toch vind ik het een goed idee u voor Rosj Hasjana een ander geluid uit Israël te laten horen, een dat in de nieuwsstroom verstomd.

3 + 3 = ?
Ik woon in Modiin en heb precies dezelfde ervaring. Je zou het met een knipoog "een ander Arabisch geluid" kunnen noemen.
Uit het leven gegrepen , zo eenvoudig maar met diepe inhoud sjana towa mooi begin
in de tachtiger jaren vorige eeuw woonden wij in Kfar Saba. In ziekenhuis Meïr waren Palestijnse verpleegsters en artsen; het was voor ons als 'patiënt en bezoeker' heel natuurlijk.
Eigenlijk zo gewoon, want zo hoort het!!!!
Hi Moni, Prachtige column! Voor JaGDaF te laat voor Rosj Hasjana, maar mag het ook voor Happy Chanoeka? Overigens wens ik jou en de jouwen een heel goed, zoet, voorspoedig en gezond 5777! Dat mag nog vóór Jom Kippoer. Wie weet zien we elkaar nog eens... Hartelijke groet, Ruth P.S. Misschien heb je een toepasselijke illustratie bij deze column?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.