sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 10 januari 2014

‘Ik heb enige tijd geleden de sergeant Grischa van u gekregen, ik hou van dat boek en laat geen gelegenheid voorbij gaan om het aan te prijzen’, schreef Sigmund Freud op 20 februari 1929 aan Arnold Zweig. De strijd om sergeant Grisja, door Zweig in een brief aan Lion Feuchtwanger een ‘Antikriegsroman’ genoemd, verscheen in 1927 en was meteen een succes. In 1933 waren in Duitsland al zo´n 300.000 exemplaren verkocht. Maar 10 mei van dat jaar noteert Zweig in zijn ‘Taschenkalender’: ‘Deutschland verbrennt meine Bücher’. Duitsland moet hij verlaten en eind van dat jaar komt hij in Palestina aan, ‘in der Fremde’. In 1948 ging hij weer terug naar Duitsland, naar Oost-Berlijn. Arnold Zweig hield zijn leven lang vast aan zijn Duits-Joodse identiteit. Hij wilde èn Duitser èn Jood zijn. Zijn tragiek was dat dat voor hem noch in Duitsland noch in Palestina mogelijk was.

Het is dit jaar honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon. Mede met het oog daarop zal uitgeverij Cossee De strijd om sergeant Grisja van Arnold Zweig in haar reeks Cossee Century hebben opgenomen. Dat valt te prijzen en het werd, kan men zeggen, ook wel tijd. Het is een belangrijk boek, volgens Amos Elon ‘een van de indringendste boeken over de oorlog die destijds in Duitsland verschenen’ en bovendien ‘het laatste voorbeeld in de Duitse literatuur van de zogenoemde Duits-Joodse symbiose’.

Waarom echter achter in deze uitgave het nawoord van Frank Hörnigk is afgedrukt, is me een raadsel. De roman en ook de auteur verdienen een beter commentaar. Zo valt, aldus Hörnigk, het succes van het boek te verklaren door de ‘als meesterlijk beoordeelde literaire beschrijving van een vervlogen tijdperk, dat de waarde inzag van een kritisch bewustzijn van de eigen burgerlijke cultuur in een beschaafde, geëmancipeerde samenleving die met de inbreuk van de oorlog definitief in een crisis raakt´. Tja. Niet alleen komt de betekenis van de roman in het nawoord niet goed uit de verf, ook werpt Hörnigk geen helder licht op het schrijverschap van Zweig. Daarvoor moeten we naar andere bronnen grijpen.

Vorig jaar verscheen bij Fischer Ich staune, dass Sie in dieser Luft atmen können, Jüdische Intellektuelle in Deutschland nach 1945, waarvan het hoofdstuk over Arnold Zweig is geschreven door Adi Gordon. De bijdrage van Gordon biedt een prima en ook leesbare samenvatting van het schrijverschap van Zweig. Die had Cossee beter kunnen opnemen. Verder is er een goede biografie uit 1998 van de hand van Wilhelm von Sternburg, in 2004 als Aufbau Taschenbuch herdrukt. En voor wie Zweig van nog dichterbij wil volgen, zijn er de briefwisselingen met Freud (van 1927 tot 1939) en met Lion Feuchtwanger (van 1933 tot 1958). De moeite waard en antiquarisch gemakkelijk te vinden.

Gordon over Arnold Zweig:

Zweig war Jude und Deutscher und hat sein Leben lang versucht, die kulturell-geistigen Spannungen zwischen beiden Identitäten aufzulösen. Dieser Versuch prägte seine schriftstellerische Entwicklung im wilhelminischen Deutschland und in der Weimarer Republik; er stand im Zentrum seiner Jahre als Exilant im zionistischen Jischuw, in dem nicht toleriert wurde, dass jemand an seiner deutschen Identität festhielt; und er war nach dem Holocaust das zentrale Problem in Ostdeutschland, wo Zweig sich eine eigene Sprache schaffen musste, um seine jüdischen Perspektiven, Erinnerungen und Empfindungen zum Ausdruck zu bringen.

Ook al in zijn anti-oorlogsroman uit 1927 vinden we de spanning terug tussen beide identiteiten, Jood èn Duitser. Grisja is een Russische sergeant die door de Duitsers krijgsgevangen is gemaakt. Grisja ontsnapt door een valse identiteit, van een zekere Bjoezjov, aan te nemen. Grisja weet niet door de linies heen te komen en wordt daar door een Duitse divisie gepakt. Verdacht van spionage wordt hij ter dood veroordeeld. Grisja biecht dan zijn werkelijke identiteit op. Zijn doodvonnis wordt niettemin van hogerhand bekrachtigd, niet omdat hij schuldig zou zijn aan spionage maar om een voorbeeld te stellen. De staatsraison wint het van het recht.

Dit is natuurlijk een veel te korte samenvatting van een roman die breed uitwaaiert en een indringend beeld schetst van het oostelijk front tijdens de Grote Oorlog. In deze column gaat het mij echter om het volgende. Vooral de Pruisische eerste luitenant Winfried en de Joodse referendaris Bertin zetten zich samen in voor Grisja. Zij weerspiegelen als het ware de Duits-Joodse symbiose die Zweig voorstond. Ook de commandant van de divisie die Grisja weer heeft gevangen genomen en laten berechten, in de veronderstelling dat het om Bjoezjov ging, wil een gerechtelijke dwaling voorkomen. Daarvoor moet hij te biecht bij generaal-majoor Schieffenzahn tegen wie hij zegt: ‘De staat zorgt voor het recht? Nee, meneer, integendeel: het recht houdt de staat overeind’. Het overtuigt Schieffenzahn niet. ‘Bezeichnenderweise’, schrijft Gordon, ‘lässt Zweig den rücksichtslosen Schieffenzahn die Oberhand gewinnen’.

Niet alleen in Duitsland, dat hij ziet afglijden, is Zweig teleurgesteld. Al geeft hij zijn ideaal van een Duits-Joodse symbiose nog niet zonder meer op. Ook zijn tot dan toe positieve kijk op het zionisme gaat barsten vertonen. In 1932 maakt Zweig een reis naar Palestina en 29 mei 1932 schrijft hij aan Freud een opvallende tekst over zijn oude plan van een roman over de moord op Jacob Israël de Haan:

Die Reise machte den alten Plan lebendig, ich skizzierte, einen Monat im Lande, einen ganz brauchbaren, ja fascinierenden Entwurf. Um allerdings einige 10 Tage später feststellen zu müssen, dass er im Entscheidenden ein Loch hatte: de Haan war gar nicht von Arabern ermordet worden, wie ich 7 Jahre geglaubt, sondern von einem Juden, einem politischen Gegner, einem radikalen Zionisten, den viele Leute im Lande kennen und der noch dort lebt. Ich weiss heute, wie furchtbar mich das traf; erst merkte ich es nicht. Ich legte den Grundriss meiner Arbeit neu an; das neue Faktum war weit besser als das alte, es zwang mich, den Dingen ohne projüdisches Vorurteil auf die Haut zu sehen, den politischen Mord des Juden am Juden genau so zu beleuchten, als wäre es ein politischer Mord in Deutschland, den Weg der Desillusion weiter zu gehen, so weit als nötig, als möglich – weiter als gut.

‘Der Weg der Desillusion’. Arnold Zweig verbleef van 1933 tot 1948 in Palestina. In Haifa, waar hij een woning op de Carmel vindt, bloeien ‘Mimosen, Citronen und zahllose Bergblumen’. Hij kan er toch niet aarden. In zijn brieven aan Freud en Feuchtwanger laat hij dat steeds opnieuw merken.

Zweig wijt dat onder meer aan ‘De Vriendt’, zijn roman over De Haan. ‘Ich bin Jude – Gott ja. Aber gehöre ich als Staatsbürger zu diesen, die mich hier seit dem de Vriendt ignorieren?’ Hij meent dat men hem in Israël dat boek niet heeft vergeven maar Gordon schrijft, en ik denk dat hij daarin gelijk heeft, dat dit minder zwaar heeft gewogen dan Zweig aanneemt. Von Sternburg merkt in dit verband op dat deze roman in Israël nauwelijks werd gelezen. In de tijd dat Zweig in Palestina was, bestond er ook nog geen Hebreeuwse vertaling van ‘De Vriendt’.

De achtergrond van zijn isolement was veeleer zijn positie als Duits schrijver. In 1935 verwoordt Zweig dat in een brief aan Freud zo:

Ich bin jetzt fast zwei Jahre hier und konstatiere, dass ich für Dita, die Kinder und die Arbeit gut gewählt habe, dass aber meine persönliche Wirkung, politisch und kulturell, gleich Null ist. Die Leute verlangen ihr Hebräisch, und ich kann es ihnen nicht liefern. Ich bin ein deutscher Schriftsteller und ein deutscher Europäer, und diese Erkenntnis verlangt Konsequenzen. Aber wo leben, wenn nicht hier?

Het gevoel dat hij als Duits schrijver in Palestina niet aardt, wordt in de loop van de tijd niet minder. Steeds opnieuw vraagt Zweig zich af of hij niet beter ergens anders kan gaan wonen. Maar waar? In 1948, kort na het uitroepen van de staat Israël, ‘de pas gestichte ballingstaat Israël’, schrijft Hörnigk, kiest hij er voor naar Oost-Berlijn te gaan, al aarzelt hij in het begin nog en denkt hij eraan ook zijn woning in Haifa aan te houden. De definitieve keuze voor Oost-Berlijn heeft een materiële en een ideële kant. Een materiële kant want in Oost-Duitsland werd Zweig als een belangrijk schrijver onthaald en geëerd; zijn boeken werden daar opnieuw uitgegeven. Zweig meende echter ook oprecht dat hij als belangrijk schrijver de taak had ‘an der Entnazifizierung, Demokratisierung und Pazifizierung Deutschlands mitzuwirken.’

Tot zijn dood, in 1968, bleef Zweig in Oost-Duitsland. Als gevierd Duits schrijver maar ook, zo vat Gordon samen, als ‘bewusster Jude in einem deutschen Staat’. Op verschillende momenten nam hij openlijk afstand van de politiek van de DDR. Zo weigerde hij in 1967 een tegen Israël gerichte petitie mede te ondertekenen. Zweig, concludeert zijn biograaf Von Sternburg, had zijn ‘Judentum nicht verraten’. In zijn huis in Berlijn stond ‘der siebenarmige Leuchter, den er liebte und der die Jahre heraufbeschwor, die er auf dem Berg Karmel gelebt hatte’.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon