sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 15 april 2011

Er zijn opvallend veel schrijvers die van katten houden. Rudy Kousbroek is één van hen. Zijn mooiste werk is nu verzameld onder de titel Het meisjeseiland en daarin las ik over de aailijnen van de kat. Ik mag een kat, zijn naam is Sam, tot mijn vrienden rekenen. Ik las dus met bijzondere aandacht. Op het voorhoofd, heeft Kousbroek ontdekt, hebben de aailijnen de vorm van een hoofdletter M (van Miauw). Op de wangen vindt men voor hetzelfde doel een horizontale V (voor Vlees) en in sommige gevallen de Hebreeuwse letter Shin (voor Schmuck), waarvan de bovenste haal begint bij het oog, de onderste bij de mondhoek, en de middelste, if any, aan de voet van de mons mystacum. Het laatste is de wang, zeg ik er zekerheidshalve bij. Ivriet, waarom heb ik dit niet eerder gezien. Ik ben echter verontschuldigd want ook de Tsjechische schrijver Jiri Weil, toch duidelijk een groot kattenvriend, maakt er geen melding van.

Al in de vorige week besproken roman Mendelssohn op het dak komt een kat voor. Een zeer zelfbewuste kat die ’s middags placht te gaan slapen op een bidstoel die naast een kruisbeeld op een pleintje staat. Die Menschen beachtete er nicht. Tot ergernis van de vrouwen die van de bidstoel gebruik willen maken. De kat trekt ook de aandacht van de onderduikkinderen Adela en Greta Roubicek in een huis daartegenover. Ze zijn jaloers op de kat. Wenn wir Katzen wären, hätten wir es besser. Wir könnten über die Dächer laufen. Kein Deutscher würde uns kriegen. Wir müssten nicht hier in dem Loch sitzen.

Er zijn arische katten en Joodse katten. In één van zijn korte verhalen, uit de verzamelbundel Sechs Tiger in Basel, laat Jiri Weil de ik-figuur zeggen:

Wenn ein Haustier in einer arischen Hausgemeinschaft lebt, dann handelt es sich um ein arisches Tier. Lebt es in einer jüdischen Hausgemeinschaft, ist es ein jüdisches Tier. Als Hitler den Befehl gab, die Juden auszurotten, galt das natürlich genauso für die jüdischen Tiere ... Katzen fielen auch darunter ...

Zo’n Joodse kat is Thomas. En zijn geschiedenis gaat me aan het hart.


Jiri Weil met kat

Eens had de hoofdpersoon uit Jiri Weil’s door Philip Roth terecht zo bewonderde roman De ster van Josef Roubicek een vriendin en werkte hij op een bank. Nu is hij alleen en woont hij op een zolderkamer waar het lekt en het ’s winters erg koud is. Hij bezit niets meer en lijdt honger. Van tijd tot tijd doet hij karweitjes voor de Joodse Gemeente. Roubicek wacht op de onvermijdelijke oproep zich te melden voor transport maar die komt niet. Alle Joden met de veel voorkomende achternaam Roubicek worden opgeroepen. Jozef Roubicek niet. Zijn naam wordt overgeslagen. Mogelijk is men hem vergeten.

Al in het begin van de roman trekt een kater bij Roubicek in.

Ik had hem al vaak eerder door de tuin zien sluipen. Nu ik geregeld in de tuin was en me over de plantjes boog, kwam hij altijd bij me zitten. Hij bleef net zo lang zitten tot ik opstond, dan ging hij weer weg. Hij was broodmager en wantrouwig, kennelijk was hij van niemand en joegen de mensen hem weg en gooiden naar hem met alles wat ze bij de hand hadden, want telkens als ik bruusk opstond, sprong hij weg en verstopte zich in het struikgewas. Ik noemde hem Thomas omdat hij zo wantrouwig was, zo ongelovig.

Roubicek praat tegen de kater Thomas en Thomas schenkt hem alsnog zijn vertrouwen. Thomas blijft. Maar het is Roubicek niet toegestaan een huisdier te hebben.

‘Zie je, Thomas’ zei ik, ‘het wordt steeds duidelijker dat je op een ongelukkige planeet bent geboren. Eerst joegen ze je overal weg en kreeg je slaag, moest je voor stenen, blikjes en stokken wegvluchten, daarna dacht je dat je beter af was door je intrek bij mij te nemen. Maar dat is van de regen in de drup. Vandaag kreeg ik te horen dat je tot vijandig dier bent verklaard en nu moet je mijn lot delen, als je er niet vandoor gaat natuurlijk. Het zal hun niet meevallen jou te pakken te krijgen, jij kunt in bomen klauteren, in holen wegkruipen en van het ene dak op het andere springen. Jij hoeft ook geen papieren bij je te dragen en geen persoonsbewijs te hebben. Maar wees nu ook weer niet al te zeer met jezelf ingenomen, zij hebben revolvers en geweren, en daar doe je niets tegen.’

Het eten is schamel, wat brood, wat restjes (het was niets bijzonders, maar niemand kon Thomas verwijten dat hij kieskeurig was). Soms kan Roubicek wat geld lenen of krijgt hij kliekjes toegeschoven. Ook Thomas krijgt dan zijn deel. De tijd verstrijkt en in de roman lezen we hoe het Roubicek vergaat. Intussen worden Roubicek en Thomas maatjes. Als Roubicek ’s avonds thuiskomt, verwelkomt Thomas hem altijd. Dan eten ze gezamenlijk en daarna gaat Thomas nog even aan de wandel in het donker.

Bij het ochtendgloren keerde Thomas altijd weer terug, dan maakte hij me wakker door bovenop mijn slaapzak te springen en keek ik door het raam en zag de zon opkomen en wist dat de dag begon ...
En Thomas, die door en door koud terugkwam van zijn nachtelijke sluiptochten, kwam zich altijd bij me warmen, hij kroop dan in mijn slaapzak en zijn vacht geurde naar frisse lucht, hij begon te spinnen en samen dommelden we zo in bij het ochtendgloren en in de koele lucht bij het openstaande raam ... We hadden het lekker warm samen wanneer Thomas en ik in de slaapzak lagen en hij me met zijn vacht verwarmde ...

En dan ineens, de roman loopt al ten einde, is Thomas er niet meer om Roubicec te verwelkomen. Van een buurvrouw hoort Roubicec wat er is gebeurd. De man die zo graag in uniform loopt heeft Thomas doodgeschoten.

Ik hield van Thomas en hij hield ook van mij, hij had immers besloten zijn intrek bij mij te nemen, hoewel ik hem broodkorsten en kliekjes voerde ... Ook al droeg hij geen ster, had hij vele vernederingen moeten ondergaan, de mensen hadden hem achterna gezeten en met stenen naar hem gegooid, terwijl hij die mensen nooit enig kwaad had gedaan. Thomas en ik hadden veel gemeen ...

Roubicek is weer alleen. Hij heeft nergens plezier meer in nu hij Thomas kwijt is geraakt. Hij droomt nog wel over Thomas. Hij was in het dierenparadijs en was gelukkig en ik was blij voor hem dat hij gelukkig was. Roubicek verbrandt al zijn papieren. Hij laat de naam Josef Roubicek voorgoed verdwijnen. Zijn alter ego, Jiri Weil, schreef het op. Met een ontroerend portret van Thomas. Jiri Weil moet veel van katten hebben gehouden.


Jiri Weil, De ster van Josef Roubicek, Van Gennep, 1989
Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon