sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 13 september 2013

De roman van Britta Böhler, De beslissing, beslaat drie dagen, 31 januari en 1 en 2 februari 1936. Het zijn de dagen waarin Thomas Mann, die al enkele jaren buiten Duitsland woonde, tot het besluit kwam zich nu ook publiekelijk tegen het regime van de nazi’s te keren. Sommigen, onder wie zijn kinderen Klaus en Erika, vonden dat hij dat al veel eerder had moeten doen. Ook zijn vrouw Katja. Zij begreep echter dat het zetten van die stap Thomas Mann zwaar viel, ook al was het onvermijdelijk geworden. Ik heb altijd grote bewondering gehad voor de beslissing van Thomas Mann zich publiekelijk te uiten, omdat dit niet in zijn aard lag en een breuk betekende met het land waarmee hij zich als Duits schrijver ten diepste verbonden voelde.

Toen Thomas Mann begin februari 1936 in een open brief in de Neue Zürcher Zeitung duidelijk stelling had genomen, werd hem en de zijnen 2 december 1936 het Duitse staatsburgerschap ontnomen waarna de universiteit Bonn hem van de lijst van eredoctoren schrapte. Thomas Mann schreef opnieuw een open brief waarin hij nogmaals uitlegt wat hem heeft bewogen.

‘Van aanleg,’ schrijft hij, ‘ben ik veeleer geroepen een weinig hogere blijdschap in de wereld te brengen dan brandstof aan te dragen voor strijd en haat. Er moesten wel hoogst verkeerde dingen gebeuren, wilde mijn bestaan zulk een verkeerde, zulk een onnatuurlijke vorm aannemen.’ Hij wilde, in een fraaie definitie van zijn schrijverschap, liever ‘een weinig hogere blijdschap in de wereld brengen,’ dan zich rechtstreeks in het politieke debat mengen. In zijn dagboek noteert hij 11 februari 1934 over de Faust-novelle die hij van plan is te schrijven: ‘Een dergelijk vrij symbool voor de toestand en het lot van Europa zou misschien niet alleen gelukkiger, maar ook juister en passender zijn dan een veroordelend zich uitspreken.’

Twee jaar later, in 1936, stond ook voor Thomas Mann vast dat ‘een veroordelend zich uitspreken’ niet langer kon uitblijven. De tijd en de omstandigheden vroegen dit van hem, hoewel het tegen zijn aard inging. De Volkskrant schreef deze week over Obama: ‘een man die een bijna hulpeloze indruk maakte, omdat hij iets moet doen dat tegen zijn natuur ingaat: campagne voeren voor oorlog.’ Natuurlijk, Obama leeft in een andere tijd en heeft een andere functie en elke vergelijking gaat dus al gauw mank. Toch dacht ik ook aan Obama toen ik de dagboekaantekening van Thomas Mann van 12 september 1933 herlas: ‘Bedrukt gesprek over de onmogelijkheid van een juiste houding en gedrag, het onvermijdelijke falen tegenover de bestialiteit.’


Duitse schrijver

De dagen vóór de publicatie van zijn open brief van begin februari 1936 sliep Thomas Mann slecht. Hij was nerveus over de gevolgen. Dat betrof vooral zijn positie als Duitse schrijver, iets dat dieper ging dan het kwijtraken van een afzetgebied en het daardoor verstoken blijven van een deel van zijn lezers. Zijn positie als Duitse schrijver, het scharnierpunt van zijn beslissing, liet hem eerst afstand houden van politiek gekrakeel en werd daarna het centrale argument om juist wel publiekelijk een standpunt in te nemen. Kort en bondig verwoordt hij dit in de open brief aan de universiteit Bonn.

‘Mijn boeken,’ zo dacht Thomas Mann eerst, ‘zijn voor Duitsers geschreven … Zij zijn het product van een wederkerig opvoedende verbondenheid tussen natie en auteur, en zij gaan uit van omstandigheden, die ik zelf eerst in Duitsland heb helpen creëren. Dit zijn tere en met zorg te behoeden betrekkingen, en men zou niet mogen toestaan dat de politiek ze ruw stuk scheurt.’

Maar de ‘voornemens’ om te zwijgen ‘bleken onuitvoerbaar’. ‘Ik zou gestikt zijn … als ik niet zo nu en dan op onverholen wijze lucht had gegeven aan mijn grenzeloze afschuw van wat in mijn land in jammerlijke woorden en nog jammerlijker daden gebeurde. Verdiend of niet, mijn naam is nu eenmaal verbonden met de idee van een Duitse cultuur, die men bewondert en liefheeft …’


De dagboeken

Boekrecensies schrijf ik niet. In deze columns geef ik mijn persoonlijke associaties met wat ik lees. Het vlot geschreven boek van Britta Böhler is zeker de moeite waard. Nieuwe feiten of inzichten geeft het echter niet. Wie geïnteresseerd is, moet niet nalaten Thomas Mann zelf te lezen, vooral ook de door Hans Hom vertaalde dagboeken en open brieven die zijn afgedrukt in de reeks privé-domein van de Arbeiderspers (nummer 149 uit 1987).

Ik haal twee sprekende dagboekaantekeningen van 31 januari en 1 februari 1936 aan:

31 januari 1936: … brief aan de krant. Geëmotioneerd afgesloten … Ik ben mij van de draagwijdte van de vandaag gedane stap bewust. Ik heb na drie jaar aarzelen mijn geweten en mijn vaste overtuiging laten spreken. Mijn woorden zullen niet nalaten indruk te maken.

1 februari 1936: Bedenktijd tot maandag … Mijn nervositeit betrof de twijfel of ik persoonlijk en vanuit mijn eigen natuur heb gehandeld of mij heb laten bewegen tot iets dat mij vreemd is. De inzinking was van voorbijgaande aard en ik zal mijn tekst maar laten zoals hij is en zien wat ervan komt.

Al had Thomas Mann de jaren voordien zich in stilzwijgen gehuld, in zijn dagboeken uit die tijd is dit anders en uit hij zich onverbloemd, in niet mis te verstane bewoordingen. Een willekeurige keuze: ‘stompzinnig, plat en weerzinwekkend’, ‘Goering, een zieke bloedhond’, ‘het Duitse crapule’, ‘het uiterste aan laagheid, ontaarde domheid en bloedige schande …’, ‘machts- en prachtswellust van dit geboefte’. Op 16 maart 1935 noteert hij: ‘Mijn walging is zo groot, dat mijn wens om nu dan toch eindelijk alle betrekkingen met het land te verbreken meer en meer de overhand krijgt.’ Thomas Mann groeit stap voor stap naar de beslissing van begin 1936 toe.


Katja Pringsheim

Katja Pringsheim was van mening dat haar man dat eigenlijk al veel eerder had moeten doen. In een brief van april 1935 schreef ze: ‘Ich werde es immer beklagen, dass mein Mann sich nicht gleich zu Anfang, aus freien Stücken, wie Sie und andere es getan haben, radikal von dieser fluchwürdigen Bande getrennt hat.’ (Uit Das Leben der Katharina Pringsheim van Inge en Walter Jens, Rowohlt 2003).

Katja weet echter ook hoe zwaar het nemen van een beslissing haar man valt. De wijze waarop zij hem daarin steunt, is bewonderenswaardig. Zij laat hem volledig in zijn waarde al steekt zij op daartoe geschikte momenten haar mening niet onder stoelen of banken, zoals te lezen valt in de dagboekaantekening van 5 augustus 1934. Katja, schrijft Thomas Mann, ‘wijst de zelfbeschuldiging dat het overgaan op een politiek-getuigend geschrift een desertie betekent van de artistieke taak, die ik moe ben of die mij te zwaar is, met beslistheid van de hand en bestrijdt even heftig het nutteloze en doelloze van deze taak. Haar wensen gaan … in de richting van een bevrijdende uitspraak die een einde maakt aan de halfheid van mijn positie, mijn afhankelijkheid van het land … Zij heeft voor een groot deel gelijk, ook als zij bevreesd is dat ik van mijn passiviteit tegenover de buitenwereld spijt zou kunnen krijgen wanneer de dag van de ineenstorting daar is.’

Opvallend is dat Katja een begin maakte met het concipiëren van de open brief van februari 1936. ‘K. maakte er ‘s morgens een ontwerp voor,’ schrijft Thomas Mann op 17 januari 1936 in zijn dagboek.


Jodenwetten

Voor Katja speelde een omstandigheid mee die Britta Böhler in haar boek vrij terloops vermeldt:

Katja maakt zich grote zorgen over haar ouders, die Duitsland niet wilden verlaten, ook niet nadat hun huis op grond van de nieuwe Jodenwetten was onteigend.

Wie de dagboeken van Thomas Mann leest, vindt geen aanwijzing dat de omstandigheid dat zijn vrouw Joods is en dat haar beide ouders nog in München wonen, heeft meegewogen bij het nemen van zijn beslissing. In zoverre heeft Britta Böhler gelijk als zij aan deze Joodse connectie verder nauwelijks aandacht besteedt.

Voor Thomas Mann was in het begin van de jaren dertig het antisemitisme van de nazi’s vooral onderdeel van hun onmenselijkheid, van hun platvloersheid en barbaars optreden. In dat licht moet, denk ik, zijn reactie worden gelezen op het nieuws dat Alfred en Hedwig Pringsheim het schitterende huis aan de Arcisstrasse 12 in München hadden moeten verlaten. Het was hen ontnomen om plaats te maken voor wat Thomas Mann in zijn dagboekaantekening van 24 juni 1933 noemt ‘een protserig Partij-paleis’. ‘Het restje toekomst van de beide oudjes duister en ongewis, evenzo die van de majolica-verzameling en de kunstwerken.’

Daar blijft het vrijwel bij want verder wordt aan het lot van de Pringsheims in de dagboeken van die jaren geen bijzondere aandacht meer besteed. Thomas Mann toont zich niet erg meevoelend als het gaat om zijn in München achtergebleven schoonfamilie. Hier zullen verschillende factoren een rol spelen waarvan niet één doorslaggevend was. Onder die factoren zeker ook de afstand van Alfred en Hedwig Pringsheim tot hun Joodse afkomst, al verloochenden ze die niet. Bij hun dochter Katja speelde de Joodse afkomst nog minder. Zie mijn column van 4 september 2009. Verder is bekend dat Hedwig Pringsheim haar dochter niet altijd tot in details heeft laten weten hoezeer zij en haar man leden onder de vernederingen die zij in toenemende mate moesten ondergaan.

Waarschijnlijk is dat ook een meer persoonlijk aspect heeft meegespeeld. Thomas Mann hield een zekere afstand tot zijn schoonouders. De dagboekaantekening van 28 mei 1933 zal wel die achtergrond hebben: ‘Thee in de tuin met de oude Pringsheims (die morgen afreizen, oef).’ Duidelijk hierover is zijn zoon Golo Mann (in Man muss über sich selbst schreiben, S. Fischer 2009) als hij de gevoelige rol van Katja binnen de familie treffend beschrijft:

Das blieb eine ihrer schwierigen Aufgaben: zu vermitteln zwischen einem schwierigem Vater (bedoeld is Thomas Mann) und, jedes auf seine Art, nicht leichten Kindern, Frieden im Hause zu erhalten, dem Vater seinen Arbeitsfrieden zu sichern …

Vermitteln musste sie auch zwischen ihren eigenen Eltern, an denen sie so sehr hing … und dem Gatten, dem, wie wir ja nun aus den Tagebüchern zu Genüge wissen, seine Schwiegereltern im Grunde immer tief antipathisch blieben. “Sie haben mich nie gemocht, und ich sie auch nicht!”, hörte ich ihn nach einem Streit über Arthur Schopenhauer ausrufen.


Tot slot

De redengeving voor het ontnemen van het staatsburgerschap aan Thomas Mann en de zijnen stond in de Reichsanzeiger van 2 december 1936:

Thomas Mann, Schriftsteller, früher in München wohnhaft. Nach dem Umschwung kehrte er nicht mehr nach Deutschland zurück und begründete mit seiner Ehefrau Katharina geb. Pringsheim, die einer jüdischen Familie entstammt, seinen Wohnsitz in der Schweiz. Wiederholt beteiligte er sich an Kundgebungen internationaler, meist unter jüdischem Einfluss stehende Verbände, deren Feindseligkeit gegenüber Deutschland allgemein bekannt war. Seine Kundgebungen hat er in letzter Zeit wiederholt offen mit staatsfeindlichen Angriffen gegen das Reich verbunden. Anlässlich einer Diskussion über der Bewertung der Emigrantenliteratur stellte er sich eindeutig auf die Seite des staatsfeindlichen Emigrantentums …

Nadat Thomas Mann zijn open brief had gepubliceerd waarbij hij zich ‘eindeutig auf die Seite des staatsfeindlichen Emigrantentums’ had gesteld, noteerde hij in zijn dagboek naar aanleiding van de reacties die hij kreeg: ‘Er zijn lange ontboezemingen van dankbaarheid onder de brieven, het meest natuurlijk van Joden.’

Precies de reden om naar aanleiding van het boek van Britta Böhler ook op de site van Crescas weer een keer aandacht te besteden aan Thomas Mann.


Britta Böhler, De beslissing,
Uitgeverij Cossee, Amsterdam 2013.

Delen |

Reacties

J.de Swaan Arons

zaterdag 14 september 2013
Geachte Heer Frijda, Beste Leo,

Wat een voorrecht om jou via ons onvolprezen Crescas als columnist te mogen lezen. Deze recensie toont aan hoe waardevol je bent voor al diegenen die zo graag bijblijven met al het waardevolle dat binnen hun aandachtsgebied wordt geschreven maar daartoe niet in staat zijn.

Luc De Cloedt

zondag 15 september 2013
Thomas Mann behoorde tot een generatie die beleefdheid, tact, respect, eerlijkheid en trouw hoog schatte. Ook in zakenrelaties, zoals het geval was tussen Mann en zijn uitgever Fischer. Zou het niet kunnen dat de bezorgdheid voor het lot van de oude Fischer een rol heeft gespeeld in Manns late beslissing ?

Leo Frijda

maandag 16 september 2013
Samuel Fischer was al op 15 oktober 1934 overleden. In zijn dagboek schrijft Thomas Mann op die dag: 'een stuk van mijn leven en een goed stuk Duits leven verdwijnt met de kleine jood, die een gelukskind en in zeker opzicht een genie was'. De uitgeverij werd voortgezet door de schoonzoon van Fischer, Bermann-Fischer. Thomas Mann bleef trouw aan zijn uitgeverij en dat was zeker één van de aandachtspunten bij het nemen van een beslissing. In 1935 lees je dat hij eigenlijk hoopte dat het 'gauw met Bermann afgelopen zou zijn in Duitsland', waarmee niet de persoon Bermann is bedoeld maar de uitgeverij die nog in Duitsland gevestigd was. Zie ook de dagboekaantekening van 27 maart 1935: 'Afschuwelijk dilemma. Veel hangt van mijn besluit af, waarschijnlijk ook het lot van de uitgeverij en wat mij zelf aangaat mijn toekomstige verhouding tot Duitsland, mijn algehele psychische toestand, de kleur van mijn bestaan ...' In de loop van 1936 heeft ook Bermann Duitsland verlaten.

Dick Herrmann

zaterdag 25 januari 2014
Beste Leo, je column nav Die Herrlichkeit des Lebens maakte mij nieuwsgierig. Al snel vond ik deze column nav het boek van Britta Böhler . Ook weer zeer de moeite waard.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon