sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Gastcolumns

Weblogs disclaimer

Op deze pagina vindt u eenmalige bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Onderwerpen die natuurlijk altijd een link hebben met jodendom. Een gastcolumn bestaat uit een boek- of filmrecensie, een mening of opinie over een (actueel) onderwerp, het verslag van een Joodse-thema-reis, een bijzondere belevenis, etc. De gastcolumn is niet bedoeld voor reacties op eerder verschenen columns. Hiervoor is steeds ruimte ónder de betreffende column. Wilt u een gastcolumn schrijven? Neem dan contact met ons op via blocq@crescas.nl. De directie van Crescas beslist in alle gevallen over plaatsing van een gastcolumn.

vrijdag 21 april 2017

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

De kabinetsformatie is in volle gang. Nederland heeft gestemd. Beter gezegd: Nederlanders hebben gestemd. Niet alleen in het vaderland, ook daarbuiten. Zoals in Israël. Mijn vrouw en ik hebben eveneens onze stem uitgebracht voor de Tweede Kamer. Tenslotte zijn we nog steeds Nederlandse staatsburgers. Dat zullen we blijven zolang we ons Nederlandse paspoort niet laten verlopen. Nederland is daar tegenwoordig heel streng in. Eén dag te laat en je bent je Nederlanderschap kwijt, zo heb ik me laten vertellen. Ongetwijfeld moet het mogelijk zijn het Nederlanderschap opnieuw te verwerven. Dat mag ik toch aannemen, als je ooit een Nederlands paspoort had. Maar waarom zou je het zo ver laten komen? Gewoon opletten tot wanneer het paspoort geldig is en dan op tijd verlengen.

Het stemmen in of vanuit het buitenland kan op verschillende manieren. Je kan een volmacht geven aan iemand die in Nederland gaat stemmen. Zo iemand kan maximaal twee volmachten krijgen. Je kan je stem ook per post uitbrengen. Mijn vrouw heeft per volmacht gestemd, dus in wezen iemand anders laten stemmen. In mijn geval gebeurde het per post.

Als je in Nederland woont, krijg je vanzelf een oproepkaart waarmee je je stem kunt uitbrengen. Als je in het buitenland zit, gaat het wat anders. Je moet eerst kenbaar maken dat je wil stemmen en hoe, dus per volmacht of anders. Dat werd door bijna 80.000 personen gedaan. Dat kan gelukkig per e-mail. Vervolgens wordt nagegaan of je stemgerechtigd bent. Per post kreeg ik een en ander thuisgestuurd en daarmee kon ik mijn stem uitbrengen. Het complete stembiljet stond op internet, want dat was te groot deze keer. Je kon via een verkorte versie van het stembiljet je partij en je kandidaat aangeven. Dat moest in een enveloppe met je bewijs van stemgerechtigheid erbij. Beide konden worden verstuurd naar de Nederlandse ambassade in Ramat Gan bij Tel Aviv. Daar werd gecontroleerd of de stem mocht worden uitgebracht en daarna werd het verkorte stembiljet – dat in een aparte binnen-enveloppe zat – gescheiden van het stembewijs ter garantie van de anonimiteit. Op de verkiezingsdag werden de enveloppen met de stembiljetten opengemaakt en de stemmen geteld.

Het was allemaal keurig geregeld, op zijn Nederlands. Wat echter minder goed geregeld was, was dat de uitslag in eerste instantie niet via internet openbaar werd gemaakt. Dat mocht niet vanwege het risico op vervalsing, als ik het goed heb begrepen. Als je wilde weten hoe Nederlanders in Israël hadden gestemd, dan moest je per se naar de ambassade om een en ander te bekijken. En dan overschrijven of zoiets. Dat hebben enkele enthousiastelingen gedaan. De uitslag verbaasde me eigenlijk niet: net als in Thailand was de PVV de grootste partij. In Israël op de voet gevolgd door de VVD. De resultaten van de stemming in Israël zijn overigens nu wel te bekijken via internet.

De Nederlandse stemmers hier zijn niet allemaal Joodse stemmers, want je hebt hier ook expats en studenten of anderen, die niks Joods hebben. Toch heb ik de enkele keren dat ik Nederlands-Joodse Israëli’s, om het zo maar te zeggen, ontmoette, gemerkt dat de PVV veel over de tong gaat. Zowel in positieve zin als in negatieve zin: er zijn veel enthousiaste aanhangers die zich zorgen maken over de richting waarin de Nederlandse multiculturele samenleving zich begeeft (“er wordt teveel toegegeven aan moslims en die zijn niet voor ons”) én er zijn fervente tegenstanders die Wilders en zijn partij niet vertrouwen. Pro-Israël, maar ondertussen tegen de rituele slacht zijn. Ongetwijfeld om de moslims dwars te zitten met de halal slacht. Ondertussen wordt het verbod op de sjechieta op de koop toe genomen door de PVV. Pech voor de Joden dan.

Toen ik nog in Nederland woonde, viel me op dat de PVV sterker was naarmate men verder weg woonde van de grote steden met hun multiculturele bevolking, onder wie veel moslims. In Abcoude was de PVV al veel groter dan in Amsterdam, en in Limburg deed de partij van Wilders, die uit Venlo, komt het heel goed. Volgens die redenering zullen Nederlanders die ver weg in Israël wonen in nóg ruimere mate voor die partij zijn.

In Israël is het geen kwestie van moslims versus de rest, of juist andersom, zoals de mensen van DENK het ongetwijfeld zullen brengen. Christelijke Palestijnen (Sabeel bijvoorbeeld) doen echt niet onder voor de islamitische Palestijnen waar het gaat om anti-Israëlische retoriek of erger. Hoe het precies zit met christelijke en islamitische Israëli’s (dat woord verkies ik boven Israëliërs) weet ik niet. Wel is bekend dat Arabieren uit christelijke kring beduidend vaker vrijwillig het leger ingaan dan hun islamitische broeders en zusters.

Ten slotte: heb ik nou anders gestemd als Nederlander “in den vreemde”? Dat valt niet te ontkennen. Ik ben, moet ik tot mijn spijt bekennen (echt waar!), opgeschoven naar rechts. Ik heb er sterk op gelet hoe politieke partijen in Nederland naar Israël kijken. Ongeveer net zoals een ander uitzoekt hoe een politieke partij met het milieuvraagstuk omgaat (terecht want dat is ook belangrijk). De PVV is het absoluut niet geworden, zo bont heb ik het niet gemaakt. Het is wel een partij geworden waar Wilders in wezen uit is voortgekomen. Ik ben er niet trots op. Ik had echter weinig keus, omdat de partij waarop ik traditiegetrouw steeds stemde al heel lang een tamelijk anti-Israëlische koers vaart. Het moest er een keer van komen, het zat er al een tijdje in. En ik was niet de enige die die partij – ondanks een sympathieke leider met een Joodse achtergrond – totaal in de steek liet.

Delen |

vrijdag 24 maart 2017

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Vorig jaar maart ruilden we Nederland in voor "het land van onze voorouders". Dat laatste wordt eigenlijk alleen door (zionistische) Joden buiten Israël goed aangevoeld. De meeste niet-Joden snappen er vrij weinig van. En zelfs Israëli's hebben niet altijd door wat het betekent voor Joden in de galoet (diaspora) om hier naartoe te komen. Als je in Amsterdam hebt gewoond – zo krijgen we hier regelmatig te horen – waarom heb je dan je comfortabele leven daar opgegeven om naar Israël te komen - of all places? Je hebt gelukkig plenty Israëli's die voor geen goud zouden willen vertrekken uit het Joodse land, dat de afgelopen eeuw tegen de verdrukking in en met veel inspanning is opgebouwd. Maar je hebt ook zat Israëli's die niks liever zouden willen dan hun geluk elders beproeven.

Hoe het ook zij, de meeste jongeren kicken af in het buitenland wanneer ze hun dienstplicht erop hebben zitten. Ik denk dat het iets te maken heeft met: nu wegwezen, bevrijd zijn van de knellende banden die samenhangen met twee of drie jaar militaire dienstplicht. Het heeft naar mijn idee ook iets anders in zich. Is het elders niet beter? Ga je dit land (en zijn bewoners en vooral je familie) echt missen als je weg bent?

Op dit land wordt veel afgegeven. Dat gebeurt niet alleen door de boze buitenwereld; de niet aflatende stroom van kritiek komt net zo goed van binnenuit. Soms lijkt het een nationale sport voor in het bijzonder internationaal georiënteerde Israëli’s. Afgezien van de onophoudelijke kritiek uit de politieke hoek (de bezetting!), gaat het veelal over het vrij ongemanierde en tamelijk ongeorganiseerde dat het mediterrane Israël kenmerkt. Dat is zeker niet altijd prettig. Ons is het tot nog toe echter erg meegevallen, want wij hadden erger verwacht. Blijkbaar komen wij voornamelijk de goede mensen tegen. Het is ook mogelijk dat we niet zo veeleisend zijn en met weinig tevreden, hoewel we wel degelijk kritisch naar allerlei zaken blijven kijken. Onze liefde voor het land en zijn bewoners kent echt zijn grenzen, doch die zijn nergens zodanig overschreden dat we spijt hebben van onze alija.

Tegenover de ruwe buitenkant van veel Israëli's staat namelijk vaak de zachte binnenkant, want Israëli’s zijn zeer gastvrij en ook heel behulpzaam als je ze echt nodig hebt.

De twee tot drie sterkste kanten van het land zijn: het klimaat, de algehele sfeer (veel laisser faire) en het Joodse karakter. De zwakste punten zijn: de vrij lage lonen plus lange werktijden, hoge woonkosten plus forse kosten voor luxe goederen, zoals auto's. De laatste zaken zijn materieel, de eerste meer immaterieel.

De immense veiligheidsrisico's (Hamas, Hezbollah en Iran) zijn een hoofdstuk apart. Het gevaar komt echter niet alleen uit die hoek: antizionisme tiert ook welig in de Westerse wereld, zowel onder immigranten met een islamitische achtergrond als onder christelijke en seculiere autochtonen. Dit land wegzetten als racistisch, kolonialistisch en wat verder lelijk is, is tamelijk bon ton geworden in veel kringen. Ook onder sommige Joden die zich menen te moeten schamen voor ongeveer alles wat hier tegen de stroom in tot stand is gebracht.

Ons Hebreeuws is een beetje vooruit gegaan dankzij de oelpan en het hier wonen. Het is nog volstrekt onvoldoende om voluit aan het gewone leven mee te doen. Het leren van de taal geeft wel veel voldoening, al gaat het tergend langzaam. Gelukkig spreken veel Israëli’s Engels. Dat is in feite een soort reddingsboei.

De andere reddingsboei vanaf het allereerste begin is onze jongste dochter, die hier al bijna een derde deel van haar leven woont. Zij is een ware wegbereider geweest in allerlei opzichten, van woning tot en met allerlei noodzakelijke voorzieningen zoals internet, koelkast en auto. Op onze andere dochter, die vijf maanden na ons tot onze grote verrassing hier neerstreek met haar Israëlische man en zoontje (er is inmiddels een dochtertje bijgekomen), kunnen we zo nodig ook een beroep doen. Het is leuk haar inburgering te volgen en te zien dat ze inmiddels voor allerlei sollicitatiegesprekken wordt uitgenodigd. Dat moet wel tot een baan leiden, zij het slecht betaald als gezondheidzorgpsycholoog. Het moeten zoeken van werk heeft ons er altijd van weerhouden op alija te gaan gedurende ons werkzame bestaan. Voor een gepensioneerde valt die verplichting weg.

Inmiddels hebben we alles geregeld dat te maken had met onze aankomst en vestiging alhier. Wat ons nu nog te doen valt, is het regelen van belangrijke zaken die te maken hebben met de latere ouderdom en de slotfase van het bestaan. We hebben nu eenmaal niet het eeuwige leven en we willen ook niet dat onze kinderen moeten opdraaien voor onze oude dag als we hulpbehoevend mochten worden.

Het zijn tamelijk ingewikkelde en ondoorzichtige zaken, hebben we gemerkt. We hebben tot nog toe van alles onder de knie gekregen, dus we hopen dat dit ons ook zal lukken. Maar we zijn er nog niet.

Delen |

vrijdag 10 maart 2017

Over de gastcolumnist

Zvi Markuszower (1946) is thans woonachtig in Israël. Hij studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam, en deed een MBA Insead. Zvi Markuszower is ondernemer en zat in de besturen van een aantal organisaties en stichtingen.

Wanneer we vandaag de Israëlische politiek beoordelen, kijken we altijd met één oog naar de wereld. Wat zegt de wereld ervan, wat denken de grootmachten? We moeten met een dergelijke houding nooit de eigen belangen uit het oog verliezen. Een waar gebeurd verhaal uit 1955 illustreert dit op treffende wijze. We kunnen er veel van leren.

In dat jaar was Dwight Eisenhower president van de Verenigde Staten en zijn minister van Buitenlandse Zaken was Foster Dulles. Beide heren stonden niet bekend als "lovers of Zion". Deze beide heren wilden, samen met de Engelsen, de problemen tussen Israël en de Arabieren oplossen. De Engelse premier in die periode was Anthony Eden, die ook al niet zo een minnaar van Israël was.

De wens deze problemen op te lossen, was gebaseerd op twee uitgangspunten: de olietoevoer naar het westen zeker stellen en de invloed van de Sovjet-Unie beteugelen. Om een oplossing te realiseren wilde men gebruikmaken van de invloed in de Arabische wereld van de president van Egypte, Nasser.

Nasser legde twee eisen op tafel: terugkeer van die Arabieren die waren gevlucht uit Israël, en overdracht door Israël van een groot deel van de Negev aan Egypte. Deze laatste eis teneinde territoriale eenheid te bereiken tussen Jordanië en Egypte. Daar zag het drietal Eisenhower, Dulles en Eden wel iets in.

Dit gezamenlijke plan van de Amerikanen en de Engelsen werd "project Alpha" genoemd. De belangen van de jonge staat Israël waren in hun belevingswereld totaal niet aan de orde.

Moshe Sharett, de toenmalige premier, die onder grote druk stond van deze heren, was onder zekere condities wel bereid tot een compromis. Moshe Dayan, de toenmalige opperbevelhebber van het Israëlische leger hoorde van het catastrofale plan. Hij lichtte David Ben-Goerion in, die toen al met pensioen was. Beiden hadden onoverkomelijke bezwaren tegen deze ideeën. Ben-Goerion spoedde zich naar het regeringscentrum in Jeroesjalajim en nam daar de facto de macht over.

Het idee om de Negev op te geven werd door Ben-Goerion resoluut van de hand gewezen. De geallieerden uit de Tweede Wereldoorlog hadden er geen enkel probleem mee de jonge staat Israël de nek om te draaien. Engeland had al vóór de oorlog en ook daarna alles in het werk gesteld om de stichting van de staat Israël te voorkomen. Engeland, het in elkaar geplofte wereldrijk, kon en wilde zich niet aan de nieuwe wereldorde aanpassen.

Zoals in elk land wordt ook in Engeland de vertrouwelijkheid van geheime regeringsdocumenten na een bepaalde periode opgeheven. Recentelijk is in dit kader een document vrij gegeven van 2 augustus 1955. Toen plan Alpha dus niet kon worden gerealiseerd, gingen de Amerikanen en de Engelsen over tot, laten we het maar project Beta noemen. De beide regeringsleiders Eisenhower en Eden waren behoorlijk geagiteerd dat de jonge staat niet was ingegaan op hun eisen en zij besloten de jonge staat eens een lesje te leren. Engeland kreeg de ‘eer’ dit klusje voor te bereiden en uit te voeren.

Het eerdergenoemde document werd opgesteld door de luchtmacht generaal van het Engelse leger in het Midden-Oosten. Het is een document dat in detail een aanvalsplan beschrijft van de Engelse luchtmacht op Israël. Een oorlog van Engeland tegen Israël, imagine!

De bedoeling was dat de Engelse luchtmacht binnen drie dagen de Israëlische luchtmacht zou vernietigen en steun zou verlenen aan Engelse grondtroepen die opereerden op Israëlisch grondgebied. De luchtmacht generaal meldt in zijn brief dat “er absoluut geen schade mag worden toegebracht aan de zogenoemde ‘heilige plaatsen’, maar burgerslachtoffers zijn natuurlijk onvermijdelijk bij dergelijke acties.” Een lijst met doelen verspreid over heel het Israëlische grondgebied, met exacte coördinaten, is bij dit document gevoegd, teneinde de bombardementen efficiënt te laten verlopen.

Dit hele ongelooflijke verhaal, tien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog en zeven jaar na de oprichting van de staat Israël! Uiteindelijk is dit, laten we maar zeggen waanzinnige plan niet ten uitvoer gebracht. De wereld van de politiek is af en toe nog vreemder dan we zelfs in onze fantasie kunnen bedenken.

Anderhalf jaar later gaan Engeland, met Anthony Eden als premier, (samen met Frankrijk) en Israël, met David Ben-Goerion als premier, de Suez-campagne aan tegen Nassers Egypte.

Het kan verkeren!

Delen |

vrijdag 27 januari 2017

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Nadat we ons huis in Herzliya hadden ingericht met alle huisraad en andere spullen die begin april met de zeecontainer waren gearriveerd, gingen we op zoek naar een geschikte oelpan (taalcursus). Iedere nieuwe immigrant (oleh chadasj) krijgt ongeveer een half jaar gratis oelpan aangeboden, daarna moet je het zelf betalen als je verder wil leren.

We gingen ons licht eerst opsteken in Tel Aviv. We hadden goede verhalen gehoord van onze dochters over Oelpan Gordon, vlakbij de S’derot Ben Gurion in het centrum. Toen we ons wilden aanmelden, bleek dat we eerst een toets moesten doen om ons niveau te bepalen. Na het oriënterende bezoek aan Gordon in Tel Aviv bedachten we dat we eigenlijk beter dichter bij huis een oelpan konden zoeken. Naar Tel Aviv is vanaf ons huis ongeveer een uur reizen met de bus. Twee uur reizen (heen en terug) voor een oelpan van circa drie uur is best veel. Het bleek dat in Ra’anana, als het ware bij ons om de hoek, ook een oelpan was. We hebben ons toen daar laten inschrijven voor de oelpan die in september zou beginnen. Irith, mijn vrouw, had overigens gelijk de volgende dag kunnen beginnen, maar dat was een oelpan met een les op elke werkdag en dat vonden we wat veel van het goede. Inschrijving voor mij was wat onzeker, omdat ze niet konden garanderen dat er een oelpan zou worden gestart voor enigszins gevorderden.

Toen we in augustus in Ra’anana informeerden wanneer onze oelpan precies zou beginnen, bleek het kantoor gesloten te zijn. Dat deden ze altijd vlak voor de oelpan zou starten, zei de portier. Helemaal handig leek ons dat niet, want mensen gaan vlak voor de start natuurlijk informeren naar de dagen en de tijden, maar dat ziet men in Ra’anana blijkbaar anders. Begin september waren ze weer open en toen werd ons verteld dat de oelpan pas een aanvang zou nemen na alle feestdagen, medio oktober. Dat hadden ze wel wat eerder kunnen zeggen, vonden wij. Na enig heen en weer praten, besloten we dat Gordon in Tel Aviv uiteindelijk toch een slimmere keus was. Ten eerste zouden die wel iets voor ons kunnen hebben in september en ten tweede hadden ze daar meer aanbod met allerlei niveaus.

Dus gingen we weer naar Tel Aviv. Er was nog wat gedoe over een papier van het ministerie van Immigratie en Absorptie dat we moesten laten zien om gratis lessen te kunnen krijgen. In Ra’anana beweerden ze dat ze het nooit van ons hadden ontvangen toen we vertelden dat we toch maar naar Tel Aviv gingen. Na protesten van onze kant werd er opnieuw gezocht en werden de papieren gelukkig gevonden. Ze zaten in een verkeerde map.

Op een dondermiddag zaten we klaar in een groot lokaal met veel anderen voor de Gordon-test. De toets begon simpel en werd allengs moeilijker. Ik bleef ongeveer halverwege steken. Bij het nakijken, viel ik door de mand. Ik was nogal slordig omgesprongen met de verleden tijd en werd daarom ingedeeld op een lager niveau dan ik had gehoopt. Voor Irith was het simpeler: ze wilde beginnen vanaf het allereerste begin, dus met het alef beet (alfabet) hoewel ze dat beginnersniveau al lang ontstegen is.

Na de toets bleek opeens dat we ook bij Gordon pas over een paar maanden konden beginnen. We wilden namelijk niet elke werkdag op cursus maar zo’n twee tot drie keer in de week, gezien onze andere verplichtingen: oppassen op onze oudste kleinzoon. Toch maar weer terug naar Ra’anana dan? We besloten onze inschrijving bij Gordon te handhaven.

Onze lessen zouden starten in november en december. Omdat ik starten in december voor mijn groep (“Kita alef plus plus”) wel erg laat vond, koos ik ervoor alvast in te stromen in een klas voor gevorderden in oktober. Mij werd verteld dat dat niveau voor mij te hoog was, maar ik zei dat ik het gewoon wilde proberen. Irith had het probleem dat haar oelpan van start ging in de tweede helft van november en we zouden dan juist twee weken naar Nederland gaan en begin december weer terug zijn. Haar klas zou met het alef beet beginnen en dat beheerste ze al, dus iets later instromen, zou geen probleem moeten geven.

Ik was best wat zenuwachtig toen ik op een zondagmorgen begin oktober naar Gordon ging voor mijn eerste les. Het bleek om een grote klas te gaan met allemaal gepensioneerden. Veel Fransen, wat Russen, een Roemeens paar en ook een Italiaans stel, een enkele Amerikaan plus zowaar een Nederlandse vrouw. Zij onderwierp mij gelijk aan een misjpochologietest. Het bleek dat we geen familie van elkaar konden zijn. De mevrouw in kwestie kwam vooral naar de oelpan voor de gezelligheid. Huiswerk maken deed ze nooit. Ze zat al jaren in deze groep, die onder de hoede werd genomen door lerares Malka, die eveneens de pensioengerechtigde leeftijd was gepasseerd. Aan het tempo was dat niet te merken. Malka praatte de hele les vol over van alles en ondertussen leerde ze ons allerlei nuttigs op grammaticaal gebied. Ik kon nauwelijks de helft volgen maar omdat de onderwerpen voor mij wel te volgen waren (vrij veel over de politiek en interessante maatschappelijke kwesties) kon ik het net bijbenen. De meeste anderen spraken al behoorlijk Hebreeuws, wat ik niet kan zeggen.

Het waren boeiende lessen. Ik moest zowaar ook nog een spreekbeurt doen. Dat deed ik vanaf papier, wat Malka eigenlijk niet oké vond. Half november kondigde ik aan dat we op vakantie zouden gaan naar Nederland en dat ik daarna wilde overstappen naar een lagere groep. Malka wilde me eigenlijk niet laten gaan. Ze had wel gemerkt dat ik lang niet alles kon volgen, maar ik deed mijn huiswerk netjes en ze merkte dat ik uit de voeten kon met de grammatica-oefeningen. Ik hield echter voet bij stuk, want eerlijk gezegd werd ik er niet gelukkig van dat ik amper de helft kon volgen.

Begin december zijn zowel Irith en ik gestart in onze groepen. Irith heeft drie keer per week les en ik tweemaal. Voor beiden aan het eind van de middag en begin van de avond. Irith heeft een hele trage klas met allemaal gepensioneerden, vooral Fransen en veel Russisch sprekenden. De Fransen praten bij voortduring met elkaar en geven de leerkracht bij wijze van spreken nauwelijks de kans er tussen te komen. Aanvankelijk vond Irith dat ze wel erg weinig opstak, maar inmiddels gaat het beter. Er zijn wat Fransen vertrokken en dat scheelt. Er is alleen nog een Amerikaanse dame die overal vraagtekens bij zet. Ze vindt het bijvoorbeeld maar raar dat in het Hebreeuws de letter ‘tsadi’ bestaat en wil alsmaar weten waar die vandaan komt. Dat houdt op die manier de boel flink op.

Wat mijn groep betreft: allemaal jongeren, want ik heb ervoor gekozen niet bij gepensioneerden te gaan zitten. Het niveau van de groep sluit precies aan bij mijn wensen. Er wordt druk geoefend met de toekomende tijd. Daar ben ik na eerdere Hebreeuwse lessen in Nederland over de verleden en tegenwoordige tijd zelf mee aan de slag geweest, maar als je het uitgelegd krijgt, blijft het toch beter hangen. Sara is een jonge, fantastische leerkracht. Een vakvrouw. Haar Hebreeuws kan ik voor bijna honderd procent volgen. Ze praat dan ook niet al te snel en houdt rekening met ons niveau. De meesten spreken nog weinig Hebreeuws, dus dat is een hele geruststelling voor mij. Dan kan ik meekomen.

Hopelijk zijn Irith en ik aan het eind van deze oelpan ergens in het late voorjaar een stukje verder. Onze middelste dochter, die vrij aardig Hebreeuws spreekt (dankzij Gordon en een Israëlische ex), zei toen ze weer eens bij ons logeerde: “Nou pap, als je zo doorgaat, haal je me in.” Dat zou mooi zijn. We zullen zien. נראה (niree).

Delen |

vrijdag 20 januari 2017

Hoe kwam je eigenlijk bij Crescas terecht?

"Door mijn werk als hoofdredacteur van joods.nl had ik al goed contact met Crescas, en toen ik kort na mijn zestigste verjaardag werkeloos werd, kon ik tijdelijk bij Crescas aan de slag. Op zeker moment opperde Channa Obstfeld, onze officemanager en rots in de branding, bij directeur Michel Waterman, die toen nog de nieuwsbrief samenstelde: “Misschien kun je Raya vragen je dat werk uit handen te nemen.” Dus toen Michel me de nieuwsbrief aanbood, was dat een geschenk uit de hemel: ik wist de weg op internet en binnen Joods Nederland, kon goed met de computer overweg en had ervaring met journalistiek schrijven. Ik heb een tijdje voor het NIW interviews gemaakt en daarna ook voor Hakehillot, de periodiek van de NIHS, tot die werd opgeheven. De nieuwsbrief past me als een handschoen, en ik vind het geweldig dat ik de vrijheid heb gekregen hem vorm te geven. Bovendien blijf ik in dit werk zelf voortdurend leren: dat is een van de redenen dat ik het zo leuk vind! Onderzoek doen en graven naar de achtergronden van de feiten…, daar geniet ik van."

Welk nieuwsbrief-item mag er nooit en te nimmer uit wat jou betreft?
"Het boekennieuws!"

Wat is je favoriete nieuwsbrief-item?
Na lang nadenken: "Ik vind het té moeilijk, het is allemaal op een eigen manier belangrijk, mooi en boeiend. Ik lees veel en wil graag dat wat ik schrijf ook klopt. Ik zoek alles tot in de puntjes uit en lees me goed in, want ik vind precisie en juistheid in de journalistiek cruciaal. Woorden vinden voor hetgeen je wil communiceren, is een uitdaging die nooit verveelt, zelfs als ik, maar dat gebeurt zelden, een keer wat minder inspiratie heb."

Waar doe je je inspiratie op?
"Het klinkt misschien raar, maar die komt voor een groot deel voort uit mijn eigen nieuwsgierigheid. Die brengt me op de meest uiteenlopende plekken en daar raak ik dan weer enthousiast van. Wat heb ik een mazzel dat ik werk heb waar ik al die opgedane kennis én mijn betrokkenheid kwijt kan.
Of er onderwerpen zijn die me niet prikkelen? Sport, dat is aan mij niet besteed. Misschien komt dat wel door de competitieve component, en het nationalistische element in de sport, dat steeds sterker lijkt te worden, staat me tegen. Misschien ook wel de onbescheidenheid, dat borstkloppen, zelfs als er verloren is."

Hoe ga je om met deadlines?
"Als ik op donderdag iets binnenkrijg dat van toegevoegde waarde is, terwijl de nieuwsbrief eigenlijk al klaar is, maakt dat me niets uit, dan moet het erin. Ook deadlines zijn tot op zekere hoogte rekbaar!"

Wat vind je van tips die de lezers je mailen?
"Geweldig natuurlijk! Ja daar ben ik juist blij mee. Ik vind het heerlijk als de lezer betrokken is. Blijf mij aub tippen! Ze komen alleen helaas te vaak nog op de kantoormail van Crescas terecht. Dit gesprek geeft me de kans nog maar eens te vragen om alles wat voor de nieuwsbrief interessant of belangrijk is, rechtstreeks naar lichansky@crescas.nl te sturen.
Ik wou dat ik alles wist wat er in Joods Nederland gebeurt, want ik ben ook een ‘rupsjenooitgenoeg’ Ik ga zelf actief op zoek naar activiteiten en evenementen, maar kan daarbij zeker wel hulp gebruiken."

Wat geeft jou het meest voldoening aan dit werk?
"Het creëren, iedere week opnieuw, van een evenwichtig en gevarieerd aanbod. Ook het schrijven van de stukken, het speuren en vinden en dan iedere keer weer het eindproduct op vrijdagochtend. En last but not least: de positieve feedback!
Een mooi moment waar ik met heel veel genoegen op terugkijk, was de Henriette Boas Prijs die Crescas in oktober 2013 ontving voor de website én de nieuwsbrief. Dat was een enorme erkenning voor mijn werk."

Wat brengt het jodendom jou?
"Het jodendom zet me aan het denken, zonder dat ik religieus ben. Je kan de Tora bijvoorbeeld lezen als een aaneenschakeling van menselijke dilemma’s; fascinerend om te overdenken, toch? Jodendom raakt ook aan mijn nieuwsgierigheid. Mijn credo in het leven is: ‘Als je niets weet, kun je ook niets vragen’. Eind 1998 werd me duidelijk dat ik Joods moest zijn. Maar ik weet het pas zeker sinds ik in juni 2015 mijn vader Mordechai heb gevonden en weet dat ik een grote Joodse familie had. Het voelt goed te weten dat ik nu een plek heb in die enorme keten. En nu ik dít weet, kan ik vragen stellen. Als er iets Joods is dan is het wel het voortdurend vragen blijven stellen! En gek genoeg heb ik dat mijn hele leven gehad. Door mijn werk voor Crescas kan ik nu een persoonlijke inhaalslag maken, en in ontwikkeling blijven."

Raya wil er nog wat aan toevoegen: "Ik ben een gelukkig en tevreden mens. Ik prijs me gelukkig met het leven dat ik heb, met de liefste partner die ik me zou kunnen wensen, mijn bijzondere zonen en hun partners. Dat er zoveel rust in mijn leven is gekomen de laatste jaren, dat ik enorm kan genieten van allerlei kleine dingen. Een babyolifantje in Artis bijvoorbeeld, ook dat is een groot geluk."

Hoe ziet de Nieuwsbrief er in 2020 uit?
"Ik kan het niet zo snel verzinnen, maar ik kan me voorstellen dat de interactiviteit dan groter is. Dat de nieuwsbief toegang biedt tot een platform bijvoorbeeld, en ik als de spin in het web zit. Ik vind het een uitdaging om in beweging te blijven, nieuwe items op te zetten en het interactieve karakter te ontwikkelen. Ik ben met een nieuw idee bezig, daar ga ik het binnenkort met je over hebben."

Wie ontvangt de NB nu nog niet, maar zou hem wel moeten ontvangen?
"Voor politici zou het interessant kunnen zijn, omdat het een ander gezicht van Joods Nederland laat zien dan doorgaans in de media verschijnt. Een veelzijdiger beeld. Er gebeurt veel op Joods gebied; we zijn meer dan de politieke en religieuze woordvoerders naar buiten brengen. Zoveel meer!."

Waar verheug je je het meest op in 2017?
"Ik word van de zomer oma! Mijn eerste kleinkind is op komst. Waar ik me het meest op verheug? Ik was als moeder zelf heel gelukkig, en er zijn weinig dingen die me zo gelukkig kunnen maken als het geluk van mijn kinderen. Dat ik dat van dichtbij mee mag maken, vind ik heel bijzonder. Ik wil graag een echt betrokken oma worden en ik zie enorm uit naar het mogen delen in dat grote geluk."

Wat doe je als je niet bezig bent de NB?
"Ik lees, ik ben bezig in de keuken, ben een huismens, geniet van onze kat Fien en de balkon-oase op vijfhoog. Ik ben weer aan het breien en ik zit op klassiek balletles. Voor Artis ben ik vrijwillig rondleider. Stilzitten is niets voor mij, maar omdat ik met pensioen ben sta ik mezelf toe om af en toe het tempo wat te vertragen en mijn tijd te verkwanselen, heerlijk!."

Je bent bijna jarig … 70, een mijlpaal. Voel je je 70?
"Ik word 70 omdat ik in 1947 geboren ben. Het is wat abstract voor me, ik heb geen idee hoe ik me zou moeten voelen. Maar het is een mooie leeftijd, en een goeie aanleiding voor een feestje! Lichamelijk ben ik behoorlijk fit, en geestelijk nog fitter. In mijn familie wordt men heel oud, dat zou in mijn geval ook weleens zo kunnen zijn.
Mijn grootste wens voor mijn verjaardag is dat mijn kleinkinderen op kunnen groeien in een mooie, deugende, harmonieuze wereld. De rest is luxe."

Delen |
apr 2017Stemmen vanuit Israël
mrt 2017Een jaartje verder
mrt 2017Midden-Oostenpolitiek uit 1001 nacht
jan 2017Oelpan
jan 2017Nieuwsbriefredactrice Raya Lichansky 70
jan 2017Oude mannen en een dood paard
okt 2016Tweedehands of nieuw?
sep 2016Op zoek naar een auto
sep 2016Zachte landing
aug 2016Klein maar springlevend
aug 2016Het verkorte rijexamen (mivchan hamara = conversietest)
aug 2016Dubbelleven
jul 2016Mea (100)
jul 2016Nola
jun 2016Henriette Boas, vriendin en huisgast
jun 2016Cultuur
jun 2016Misrad Harishui (ministerie van Vergunningen)
mei 2016Antizionisme
mei 2016Geduld
mei 2016Zeg eens A(lef)
apr 2016Liften of niet?
apr 2016Een hele belasting
mrt 2016Alija
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
nov 2015Ahmad Dawabsheh blijft alleen
okt 2015Stilte in Joods Nederland
sep 2015Vluchtelingen: ruimhartig en meedogenloos
sep 2015Godgeklaagd
jul 2015I'm a European Jew - and No, I'm Not Leaving
mei 2015Culturele boycot Israël verzwakt de oppositie
mei 2015Boedapest
apr 2015Krakow
apr 2015Praag
mrt 2015Samen optrekken tegen jodenhaat en islamhaat
dec 2014Han Hollander (1886-1943), sportverslaggever
jul 2014Joden, Moslims, vooroordelen en Maison de Bonneterie
jun 2014De handel en wandel van de boekenjood
mei 2014Biografie van Esther de Boer–van Rijk
apr 2014Anne
apr 2014Inclusief of exclusief
apr 2014Het verrassende Egypte van vóór de Uittocht
feb 2014Op school
feb 2014Nieuw boek van Pauline Micheels: 'Vandaag'
feb 2014Allemaal hadden ze een naam
jan 2014Nooit meer Auschwitz
jan 2014Heruitgave van ‘De Samaritanen’
nov 2013Ariëlla Kornmehls 'Wat ik moest verzwijgen’
nov 2013Dialoog tussen Joden en Marokkanen of Turken
nov 2013Fietsen voor Alyn
nov 2013Limmoed en het orthodoxe fiasco
aug 2013Lemberg
jul 2013Joods Gouda
jul 2013Slavernij
jun 2013Een boek over rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog
jun 2013Lili, een boek dat geschreven mòest worden
mei 2013Hannah heet ik - Hannah Cohen
apr 2013Het kwaad van de banaliteit: Margarethe von Trotta's film Hannah Arendt
apr 2013Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013