sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Gastcolumns

Weblogs disclaimer

Op deze pagina vindt u eenmalige bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Onderwerpen die natuurlijk altijd een link hebben met jodendom. Een gastcolumn bestaat uit een boek- of filmrecensie, een mening of opinie over een (actueel) onderwerp, het verslag van een Joodse-thema-reis, een bijzondere belevenis, etc. De gastcolumn is niet bedoeld voor reacties op eerder verschenen columns. Hiervoor is steeds ruimte ónder de betreffende column. Wilt u een gastcolumn schrijven? Neem dan contact met ons op via blocq@crescas.nl. De directie van Crescas beslist in alle gevallen over plaatsing van een gastcolumn.

vrijdag 27 januari 2017

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Nadat we ons huis in Herzliya hadden ingericht met alle huisraad en andere spullen die begin april met de zeecontainer waren gearriveerd, gingen we op zoek naar een geschikte oelpan (taalcursus). Iedere nieuwe immigrant (oleh chadasj) krijgt ongeveer een half jaar gratis oelpan aangeboden, daarna moet je het zelf betalen als je verder wil leren.

We gingen ons licht eerst opsteken in Tel Aviv. We hadden goede verhalen gehoord van onze dochters over Oelpan Gordon, vlakbij de S’derot Ben Gurion in het centrum. Toen we ons wilden aanmelden, bleek dat we eerst een toets moesten doen om ons niveau te bepalen. Na het oriënterende bezoek aan Gordon in Tel Aviv bedachten we dat we eigenlijk beter dichter bij huis een oelpan konden zoeken. Naar Tel Aviv is vanaf ons huis ongeveer een uur reizen met de bus. Twee uur reizen (heen en terug) voor een oelpan van circa drie uur is best veel. Het bleek dat in Ra’anana, als het ware bij ons om de hoek, ook een oelpan was. We hebben ons toen daar laten inschrijven voor de oelpan die in september zou beginnen. Irith, mijn vrouw, had overigens gelijk de volgende dag kunnen beginnen, maar dat was een oelpan met een les op elke werkdag en dat vonden we wat veel van het goede. Inschrijving voor mij was wat onzeker, omdat ze niet konden garanderen dat er een oelpan zou worden gestart voor enigszins gevorderden.

Toen we in augustus in Ra’anana informeerden wanneer onze oelpan precies zou beginnen, bleek het kantoor gesloten te zijn. Dat deden ze altijd vlak voor de oelpan zou starten, zei de portier. Helemaal handig leek ons dat niet, want mensen gaan vlak voor de start natuurlijk informeren naar de dagen en de tijden, maar dat ziet men in Ra’anana blijkbaar anders. Begin september waren ze weer open en toen werd ons verteld dat de oelpan pas een aanvang zou nemen na alle feestdagen, medio oktober. Dat hadden ze wel wat eerder kunnen zeggen, vonden wij. Na enig heen en weer praten, besloten we dat Gordon in Tel Aviv uiteindelijk toch een slimmere keus was. Ten eerste zouden die wel iets voor ons kunnen hebben in september en ten tweede hadden ze daar meer aanbod met allerlei niveaus.

Dus gingen we weer naar Tel Aviv. Er was nog wat gedoe over een papier van het ministerie van Immigratie en Absorptie dat we moesten laten zien om gratis lessen te kunnen krijgen. In Ra’anana beweerden ze dat ze het nooit van ons hadden ontvangen toen we vertelden dat we toch maar naar Tel Aviv gingen. Na protesten van onze kant werd er opnieuw gezocht en werden de papieren gelukkig gevonden. Ze zaten in een verkeerde map.

Op een dondermiddag zaten we klaar in een groot lokaal met veel anderen voor de Gordon-test. De toets begon simpel en werd allengs moeilijker. Ik bleef ongeveer halverwege steken. Bij het nakijken, viel ik door de mand. Ik was nogal slordig omgesprongen met de verleden tijd en werd daarom ingedeeld op een lager niveau dan ik had gehoopt. Voor Irith was het simpeler: ze wilde beginnen vanaf het allereerste begin, dus met het alef beet (alfabet) hoewel ze dat beginnersniveau al lang ontstegen is.

Na de toets bleek opeens dat we ook bij Gordon pas over een paar maanden konden beginnen. We wilden namelijk niet elke werkdag op cursus maar zo’n twee tot drie keer in de week, gezien onze andere verplichtingen: oppassen op onze oudste kleinzoon. Toch maar weer terug naar Ra’anana dan? We besloten onze inschrijving bij Gordon te handhaven.

Onze lessen zouden starten in november en december. Omdat ik starten in december voor mijn groep (“Kita alef plus plus”) wel erg laat vond, koos ik ervoor alvast in te stromen in een klas voor gevorderden in oktober. Mij werd verteld dat dat niveau voor mij te hoog was, maar ik zei dat ik het gewoon wilde proberen. Irith had het probleem dat haar oelpan van start ging in de tweede helft van november en we zouden dan juist twee weken naar Nederland gaan en begin december weer terug zijn. Haar klas zou met het alef beet beginnen en dat beheerste ze al, dus iets later instromen, zou geen probleem moeten geven.

Ik was best wat zenuwachtig toen ik op een zondagmorgen begin oktober naar Gordon ging voor mijn eerste les. Het bleek om een grote klas te gaan met allemaal gepensioneerden. Veel Fransen, wat Russen, een Roemeens paar en ook een Italiaans stel, een enkele Amerikaan plus zowaar een Nederlandse vrouw. Zij onderwierp mij gelijk aan een misjpochologietest. Het bleek dat we geen familie van elkaar konden zijn. De mevrouw in kwestie kwam vooral naar de oelpan voor de gezelligheid. Huiswerk maken deed ze nooit. Ze zat al jaren in deze groep, die onder de hoede werd genomen door lerares Malka, die eveneens de pensioengerechtigde leeftijd was gepasseerd. Aan het tempo was dat niet te merken. Malka praatte de hele les vol over van alles en ondertussen leerde ze ons allerlei nuttigs op grammaticaal gebied. Ik kon nauwelijks de helft volgen maar omdat de onderwerpen voor mij wel te volgen waren (vrij veel over de politiek en interessante maatschappelijke kwesties) kon ik het net bijbenen. De meeste anderen spraken al behoorlijk Hebreeuws, wat ik niet kan zeggen.

Het waren boeiende lessen. Ik moest zowaar ook nog een spreekbeurt doen. Dat deed ik vanaf papier, wat Malka eigenlijk niet oké vond. Half november kondigde ik aan dat we op vakantie zouden gaan naar Nederland en dat ik daarna wilde overstappen naar een lagere groep. Malka wilde me eigenlijk niet laten gaan. Ze had wel gemerkt dat ik lang niet alles kon volgen, maar ik deed mijn huiswerk netjes en ze merkte dat ik uit de voeten kon met de grammatica-oefeningen. Ik hield echter voet bij stuk, want eerlijk gezegd werd ik er niet gelukkig van dat ik amper de helft kon volgen.

Begin december zijn zowel Irith en ik gestart in onze groepen. Irith heeft drie keer per week les en ik tweemaal. Voor beiden aan het eind van de middag en begin van de avond. Irith heeft een hele trage klas met allemaal gepensioneerden, vooral Fransen en veel Russisch sprekenden. De Fransen praten bij voortduring met elkaar en geven de leerkracht bij wijze van spreken nauwelijks de kans er tussen te komen. Aanvankelijk vond Irith dat ze wel erg weinig opstak, maar inmiddels gaat het beter. Er zijn wat Fransen vertrokken en dat scheelt. Er is alleen nog een Amerikaanse dame die overal vraagtekens bij zet. Ze vindt het bijvoorbeeld maar raar dat in het Hebreeuws de letter ‘tsadi’ bestaat en wil alsmaar weten waar die vandaan komt. Dat houdt op die manier de boel flink op.

Wat mijn groep betreft: allemaal jongeren, want ik heb ervoor gekozen niet bij gepensioneerden te gaan zitten. Het niveau van de groep sluit precies aan bij mijn wensen. Er wordt druk geoefend met de toekomende tijd. Daar ben ik na eerdere Hebreeuwse lessen in Nederland over de verleden en tegenwoordige tijd zelf mee aan de slag geweest, maar als je het uitgelegd krijgt, blijft het toch beter hangen. Sara is een jonge, fantastische leerkracht. Een vakvrouw. Haar Hebreeuws kan ik voor bijna honderd procent volgen. Ze praat dan ook niet al te snel en houdt rekening met ons niveau. De meesten spreken nog weinig Hebreeuws, dus dat is een hele geruststelling voor mij. Dan kan ik meekomen.

Hopelijk zijn Irith en ik aan het eind van deze oelpan ergens in het late voorjaar een stukje verder. Onze middelste dochter, die vrij aardig Hebreeuws spreekt (dankzij Gordon en een Israëlische ex), zei toen ze weer eens bij ons logeerde: “Nou pap, als je zo doorgaat, haal je me in.” Dat zou mooi zijn. We zullen zien. ???? (niree).

Delen |

vrijdag 20 januari 2017

Hoe kwam je eigenlijk bij Crescas terecht?

"Door mijn werk als hoofdredacteur van joods.nl had ik al goed contact met Crescas, en toen ik kort na mijn zestigste verjaardag werkeloos werd, kon ik tijdelijk bij Crescas aan de slag. Op zeker moment opperde Channa Obstfeld, onze officemanager en rots in de branding, bij directeur Michel Waterman, die toen nog de nieuwsbrief samenstelde: “Misschien kun je Raya vragen je dat werk uit handen te nemen.” Dus toen Michel me de nieuwsbrief aanbood, was dat een geschenk uit de hemel: ik wist de weg op internet en binnen Joods Nederland, kon goed met de computer overweg en had ervaring met journalistiek schrijven. Ik heb een tijdje voor het NIW interviews gemaakt en daarna ook voor Hakehillot, de periodiek van de NIHS, tot die werd opgeheven. De nieuwsbrief past me als een handschoen, en ik vind het geweldig dat ik de vrijheid heb gekregen hem vorm te geven. Bovendien blijf ik in dit werk zelf voortdurend leren: dat is een van de redenen dat ik het zo leuk vind! Onderzoek doen en graven naar de achtergronden van de feiten…, daar geniet ik van."

Welk nieuwsbrief-item mag er nooit en te nimmer uit wat jou betreft?
"Het boekennieuws!"

Wat is je favoriete nieuwsbrief-item?
Na lang nadenken: "Ik vind het té moeilijk, het is allemaal op een eigen manier belangrijk, mooi en boeiend. Ik lees veel en wil graag dat wat ik schrijf ook klopt. Ik zoek alles tot in de puntjes uit en lees me goed in, want ik vind precisie en juistheid in de journalistiek cruciaal. Woorden vinden voor hetgeen je wil communiceren, is een uitdaging die nooit verveelt, zelfs als ik, maar dat gebeurt zelden, een keer wat minder inspiratie heb."

Waar doe je je inspiratie op?
"Het klinkt misschien raar, maar die komt voor een groot deel voort uit mijn eigen nieuwsgierigheid. Die brengt me op de meest uiteenlopende plekken en daar raak ik dan weer enthousiast van. Wat heb ik een mazzel dat ik werk heb waar ik al die opgedane kennis én mijn betrokkenheid kwijt kan.
Of er onderwerpen zijn die me niet prikkelen? Sport, dat is aan mij niet besteed. Misschien komt dat wel door de competitieve component, en het nationalistische element in de sport, dat steeds sterker lijkt te worden, staat me tegen. Misschien ook wel de onbescheidenheid, dat borstkloppen, zelfs als er verloren is."

Hoe ga je om met deadlines?
"Als ik op donderdag iets binnenkrijg dat van toegevoegde waarde is, terwijl de nieuwsbrief eigenlijk al klaar is, maakt dat me niets uit, dan moet het erin. Ook deadlines zijn tot op zekere hoogte rekbaar!"

Wat vind je van tips die de lezers je mailen?
"Geweldig natuurlijk! Ja daar ben ik juist blij mee. Ik vind het heerlijk als de lezer betrokken is. Blijf mij aub tippen! Ze komen alleen helaas te vaak nog op de kantoormail van Crescas terecht. Dit gesprek geeft me de kans nog maar eens te vragen om alles wat voor de nieuwsbrief interessant of belangrijk is, rechtstreeks naar lichansky@crescas.nl te sturen.
Ik wou dat ik alles wist wat er in Joods Nederland gebeurt, want ik ben ook een ‘rupsjenooitgenoeg’ Ik ga zelf actief op zoek naar activiteiten en evenementen, maar kan daarbij zeker wel hulp gebruiken."

Wat geeft jou het meest voldoening aan dit werk?
"Het creëren, iedere week opnieuw, van een evenwichtig en gevarieerd aanbod. Ook het schrijven van de stukken, het speuren en vinden en dan iedere keer weer het eindproduct op vrijdagochtend. En last but not least: de positieve feedback!
Een mooi moment waar ik met heel veel genoegen op terugkijk, was de Henriette Boas Prijs die Crescas in oktober 2013 ontving voor de website én de nieuwsbrief. Dat was een enorme erkenning voor mijn werk."

Wat brengt het jodendom jou?
"Het jodendom zet me aan het denken, zonder dat ik religieus ben. Je kan de Tora bijvoorbeeld lezen als een aaneenschakeling van menselijke dilemma’s; fascinerend om te overdenken, toch? Jodendom raakt ook aan mijn nieuwsgierigheid. Mijn credo in het leven is: ‘Als je niets weet, kun je ook niets vragen’. Eind 1998 werd me duidelijk dat ik Joods moest zijn. Maar ik weet het pas zeker sinds ik in juni 2015 mijn vader Mordechai heb gevonden en weet dat ik een grote Joodse familie had. Het voelt goed te weten dat ik nu een plek heb in die enorme keten. En nu ik dít weet, kan ik vragen stellen. Als er iets Joods is dan is het wel het voortdurend vragen blijven stellen! En gek genoeg heb ik dat mijn hele leven gehad. Door mijn werk voor Crescas kan ik nu een persoonlijke inhaalslag maken, en in ontwikkeling blijven."

Raya wil er nog wat aan toevoegen: "Ik ben een gelukkig en tevreden mens. Ik prijs me gelukkig met het leven dat ik heb, met de liefste partner die ik me zou kunnen wensen, mijn bijzondere zonen en hun partners. Dat er zoveel rust in mijn leven is gekomen de laatste jaren, dat ik enorm kan genieten van allerlei kleine dingen. Een babyolifantje in Artis bijvoorbeeld, ook dat is een groot geluk."

Hoe ziet de Nieuwsbrief er in 2020 uit?
"Ik kan het niet zo snel verzinnen, maar ik kan me voorstellen dat de interactiviteit dan groter is. Dat de nieuwsbief toegang biedt tot een platform bijvoorbeeld, en ik als de spin in het web zit. Ik vind het een uitdaging om in beweging te blijven, nieuwe items op te zetten en het interactieve karakter te ontwikkelen. Ik ben met een nieuw idee bezig, daar ga ik het binnenkort met je over hebben."

Wie ontvangt de NB nu nog niet, maar zou hem wel moeten ontvangen?
"Voor politici zou het interessant kunnen zijn, omdat het een ander gezicht van Joods Nederland laat zien dan doorgaans in de media verschijnt. Een veelzijdiger beeld. Er gebeurt veel op Joods gebied; we zijn meer dan de politieke en religieuze woordvoerders naar buiten brengen. Zoveel meer!."

Waar verheug je je het meest op in 2017?
"Ik word van de zomer oma! Mijn eerste kleinkind is op komst. Waar ik me het meest op verheug? Ik was als moeder zelf heel gelukkig, en er zijn weinig dingen die me zo gelukkig kunnen maken als het geluk van mijn kinderen. Dat ik dat van dichtbij mee mag maken, vind ik heel bijzonder. Ik wil graag een echt betrokken oma worden en ik zie enorm uit naar het mogen delen in dat grote geluk."

Wat doe je als je niet bezig bent de NB?
"Ik lees, ik ben bezig in de keuken, ben een huismens, geniet van onze kat Fien en de balkon-oase op vijfhoog. Ik ben weer aan het breien en ik zit op klassiek balletles. Voor Artis ben ik vrijwillig rondleider. Stilzitten is niets voor mij, maar omdat ik met pensioen ben sta ik mezelf toe om af en toe het tempo wat te vertragen en mijn tijd te verkwanselen, heerlijk!."

Je bent bijna jarig … 70, een mijlpaal. Voel je je 70?
"Ik word 70 omdat ik in 1947 geboren ben. Het is wat abstract voor me, ik heb geen idee hoe ik me zou moeten voelen. Maar het is een mooie leeftijd, en een goeie aanleiding voor een feestje! Lichamelijk ben ik behoorlijk fit, en geestelijk nog fitter. In mijn familie wordt men heel oud, dat zou in mijn geval ook weleens zo kunnen zijn.
Mijn grootste wens voor mijn verjaardag is dat mijn kleinkinderen op kunnen groeien in een mooie, deugende, harmonieuze wereld. De rest is luxe."

Delen |

vrijdag 13 januari 2017

Over de gastcolumnist

Zvi Markuszower (1946) is thans woonachtig in Israël. Hij studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam, en deed een MBA Insead. Zvi Markuszower is ondernemer en zat in de besturen van een aantal organisaties en stichtingen.

Op de valreep van het oude jaar heeft John Kerry, de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten zijn licht weer eens laten schijnen op de situatie in het Midden-Oosten, met als speciaal aandachtspunt de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

De hoofdmoot van zijn speech was gericht op deze nederzettingen. In zijn optiek een van de grootste obstakels om tot een vrede te komen tussen Israël en zijn Palestijnse en andere Arabische buren, een obstakel dat een twee-staten-concept in de weg staat.

Natuurlijk heeft ook een aantal zogenaamde Midden-Oosten experts zich op deze rede gegooid. Kerry toejuichend hoe goed hij het allemaal ziet en niet te vergeten hoe goed deze experts het zien: die settlements zijn de wortel van al het kwaad; ze zijn een belemmering voor het totstandkomen van een twee-staten-concept voor het gebied tussen de Middellandse zee en de rivier de Jordaan. Deze experts maken zich dan ook ernstige zorgen bij het uitblijven van deze zogenaamde oplossing voor het Joods democratisch gehalte van de staat Israël.

Kerry heeft het niet nodig gevonden zelfs maar een hint te geven van zijn afschuw over de meer dan een half miljoen mannen, vrouwen en kinderen die in Syrië de afgelopen vijf jaar zijn vermoord. Dan hebben we het nog niet over de gewonden of over de tien miljoen (!!!) mensen die in Syrië op de vlucht zijn geslagen. Kerry en zijn experts vonden het niet nodig stil te staan bij de totale chaos die op dit moment heerst in de Arabische wereld. Daarnaast zou je van Kerry cs toch een zekere bescheidenheid verwachten om adviezen te verlenen: het Midden-Oosten, waar de Verenigde Staten tientallen jaren de belangrijkste machtsfactor waren, is overgenomen door Rusland.

Een strategische blunder die we zelden in de geschiedenis meemaken! Andere problematische issues, zoals Iran zal ik maar niet behandelen in dit korte stukje. Kerry's rede was een verhaal van halve waarheden. Erger dan leugens en koren op de molen van anti-Israël activisten. Kerry's rede bevatte geen enkel concreet voorstel hoe dit twee-staten-idee te realiseren.

En die meneer gaat Israël vertellen welke politiek te voeren! Geen enkele regering in Israël, niet links, midden of rechts, neemt een dergelijke amateur serieus. In een omgeving zoals hierboven beschreven, moet je wel met de omgeving rekening houden. Geïsoleerde initiatieven en/of oplossingen zijn suïcidaal voor Israël.

Met betrekking tot de twee-staten-oplossing moeten we concluderen dat die in de huidige context een dood paard is, waar we niet verder aan moeten trekken. Al bijna honderd jaar zijn we met dit idee bezig, maar door weigering van de Arabische landen dit concept te accepteren, is het nu ingehaald door de feiten. Het is beland in de ‘dustbin of history’.

In 1947, 1948, 1956, 1967, 1968 en 1973, en in talloze publicaties, uitspraken en tv-uitzendingen tot op de dag van vandaag is de voortdurende weigering van de Arabische landen om tot overeenstemming te komen met Israël keer op keer benadrukt.

Telkens zien wij dat een twee-staten-oplossing voor de Arabische kant een beginfase moet zijn naar het einddoel: de totale ontmanteling van Israël. Dat kun je zien aan de gebeurtenissen in Gaza. Een gebied dat Israël eenzijdig heeft opgegeven. Sinds Israël zich uit de Gazastrook heeft teruggetrokken, is dit gebied uitgegroeid tot een aanvalsbasis tegen Israël. Daarnaast worden de mensenrechten van de aldaar wonende mensen ernstig geschaad.

Stel je voor dat Israël de Westbank zou opgeven. Directe machtsovername door Hamas of Hezbollah met Iraanse assistentie zal dan het gevolg zijn. Geen weldenkend mens gaat een dergelijk risico nemen.

Wat nu, welke alternatieve oplossingen voor dit conflict zijn wél mogelijk? Israëlische experts hebben diverse interessante benaderingen voorgesteld: Israël zou dat deel van de Westbank moeten annexeren dat dun bevolkt is met Arabieren, oftewel area C. In de area’s A en B heeft de Palestijnse Autoriteit, al volledige autonomie. In dit gebied woont het overgrote deel van de Palestijnen. Deze gebieden worden zonder inmenging van Israël door de Palestijnse autoriteit bestuurd. In deze gebieden zou de goedwillende internationale gemeenschap zich moeten inzetten, teneinde de leefsituatie te verbeteren. De ophitsing tegen Israël en de betaling van vergoedingen aan de nabestaanden van omgekomen terroristen of aan familie van in de gevangenis verblijvende terroristen moet worden gestopt.

Daarnaast moet de internationale gemeenschap haar subsidiebeleid wijzigen ten aanzien van de Palestijnse Autoriteit. Bijna alle financiële middelen gaan op aan corruptie, ophitsing en zinloze projecten. In de periode 1995-2015 heeft de Palestijnse Autoriteit 25 miljard dollar aan subsidies en steun ontvangen. Niets aanwijsbaars is ten positieve veranderd. Ter vergelijking: de totale Marshall-hulp aan heel het Europese continent na de Tweede Wereldoorlog bedroeg 120 miljard dollar.

Een andere benadering waar men voor kan kiezen, is de status quo te handhaven. Ook hier zou de internationale gemeenschap actief moeten worden, om de Palestijnse Autoriteit aan te zetten tot enige bereidheid tot een compromis.

Unilaterale stappen zijn voor Israël uit den boze.

Jammer genoeg blijkt hoe langer hoe meer dat de Palestijnse Autoriteit geen partner is voor werkelijke vredesonderhandelingen met Israël. Een kunstmatig gecreëerde staat ‘Palestina’ is niet levensvatbaar. De Palestijnse Autoriteit heeft laten zien dat zij niet in staat is een functionerende staat tot ontwikkeling te brengen.

Politici, de Verenigde Naties en columnisten doen er alles aan om de Palestijnse Autoriteit te laten geloven dat Israël verantwoordelijk is voor de oplossing van hun probleem. Zij, de Palestijnse Autoriteit, hoeft geen concessies te doen: de Israëli's zijn verantwoordelijk! De recente resolutie in de Veiligheidsraad en de toespraak van Kerry zijn een voorbeeld.

Concluderend kun je stellen dat de twee-staten-oplossing niet meer zinvol is, vooral niet met op de achtergrond de geopolitieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De frustratie van politici als Obama en Kerry, en van zogenaamde experts kan geen leidraad zijn voor cruciale besluitvorming.

Delen |

vrijdag 28 oktober 2016

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

In mijn vorige column viel te lezen dat de geplande aankoop van een nieuwe Hyundai i20 op een teleurstelling uitliep omdat de verwachte korting voor nieuwkomers (oliem chadasjiem) zwaar tegenviel. Om die reden sloot ik de speurtocht naar een nieuwe auto af met de conclusie dat we moesten kiezen voor een kleiner model, de allerkleinste zelfs, vanwege de lagere prijs.

Via via kwamen we echter opeens in contact met Shlomo. Shlomo zelf heb ik nooit gezien want alle contacten gingen telefonisch of via WhatsApp dan wel e-mail. Shlomo is een soort makelaar in tweedehands auto’s. Toen ik hem voor het eerst sprak via de mobiele telefoon, vroeg ik hem om te informeren of hij voor ons een nieuwe Hyundai i20 kon kopen met oliemkorting en of hij dan alle formaliteiten wilde regelen om die korting te kunnen krijgen via de Israëlische belastingdienst. Daartoe was hij bereid à raison van een vrij pittige prijs, hoewel hij gelijk zei dat zijn core business de tweedehandse automarkt was. Vlak nadat ik had ontdekt dat er geen korting te krijgen was op de Hyundai die we op het oog hadden, kwam er een berichtje van hem binnen dat er van de nieuwprijs van de i20 niets afging voor oliem. Hij was dus op hetzelfde fenomeen gestuit.

Vrijwel direct daarna belde hij mij op en begon me te bewerken richting tweedehands auto: veel lagere prijs voor een grotere auto. We gingen overstag want alles was vrijblijvend, verzekerde hij mij, totdat we “ja” zouden zeggen tegen de deal. Een paar dagen later belde hij opnieuw, want hij had een Hyundai i20 gevonden voor zo’n veertig procent van de nieuwprijs. De auto was wel circa zes jaar oud en had al vrij veel kilometers op de teller staan (ruim 80.000). Het enige wat nog moest gebeuren was het overspuiten van de bumpers want die zagen er niet goed meer uit. Dat kostte hooguit een paar honderd sjekel. Dan moet er wat van de vraagprijs af, zei ik resoluut. Shlomo zou daar bij de eigenaar op aandringen. Het lukte zowaar. De auto kregen we nog niet te zien, we konden wel meekijken via foto’s die hij toestuurde. Op de rechterzijkant van de auto zag ik een kleine buts, maar Shlomo bezwoer me dat dat niks voorstelde. Althans in Israël niet, want veel auto’s hier lopen krassen of erger op in het drukke verkeer waarbij iedereen zijn of haar best doet als eerste in ieder gaatje te duiken. Dat is nog tot daaraan toe; het wordt een probleem wanneer twee automobilisten op hetzelfde moment datzelfde idee hebben.

Ander onderhandelingspunt was de garantie: Shlomo kon een half jaar regelen; hij had eerder echter een jaar beloofd. Dat gold alleen voor nieuwere auto’s, zei hij nu. Eigenlijk wilden we veel minder kilometers op de teller, maar zó’n tweedehands Hyundai had Shlomo nog niet ontdekt.

De volgende stap, zei Shlomo, was de autokeuring. Hij zou dat allemaal regelen. Wie betaalt dat, vroeg ik. Dat was geheel voor zijn rekening, aldus Shlomo. Niet onredelijk, want Shlomo was niet heel goedkoop, maar hij deed er inderdaad van alles voor. Met enige spanning wachtten we op zijn volgende telefoontje. Dat kwam heel snel, nog net voor Rosj Hasjana. De uitslag van de keuring zag er goed uit, zei een opgeruimde Shlomo. Alleen moest er iets gebeuren aan de handrem, want die was niet ‘strak’ meer. Hij zou dat voor zijn rekening nemen. Dus was het “Ja”? Dan kon hij alles nog afronden voor het nieuwe jaar.

Dat ging ons te snel. Mijn vrouw wantrouwde zijn grote haast en ik wilde eerst het keuringsrapport zien. Geen probleem, dat zou hij toesturen (toch idioot dat ik erom moest vragen). Het waren geen scans die hij stuurde, maar foto’s gemaakt met zijn mobiel, en een klein stukje van de twee bladzijden van het rapport was weggevallen. Toen zat ik met een probleem, want de Google vertaler liet me in de steek. Ook de Israëli’s om ons heen konden ons niet helpen. Ze konden de uitslagen uiteraard wel lézen, maar wisten niet hoe ze die moesten interpreteren. Wél werd er gezegd dat die keuringen altijd heel streng zijn, want de garages die dat soort werk doen, geven vaak ook de garantie en willen zich daarom alvast indekken tegen al te grote aanspraken. Kennelijk heb je in Israël geen min of meer onafhankelijke ANWB die los van garages keuringen doet.

Tegen Shlomo zeiden we dat we meer tijd nodig hadden. Dat kon, maar mogelijk was een andere koper ons dan voor. Hij zou vrijblijvend een kleine aanbetaling doen om de verkoper te lijmen, maar daar stonden wij buiten, zo maakten we hem duidelijk.

Gelukkig schoot me te binnen dat we in Nederland een Israëlische kennis hebben die wel wat af weet van autotechniek. Hij reageerde heel snel en belde ons nadat hij via zijn vrouw (ik had alleen haar mailadres) onze e-mail had gezien. Hij was heel duidelijk: ik zou het niet doen. Yaar (niet zijn echte naam) somde op wat hij uit de test haalde. Dat loog er niet om. Dat de handrem niet strak meer was, dat stond erin, maar dat was het minste. De auto lekte wat olie, de motor maakte erg veel lawaai – zelfs voor een zes jaar oude auto –, mogelijk zou de automatische transmissie het vrij snel begeven, en het zag er naar uit dat de auto ooit een frontale botsing had gehad.

We wisten genoeg en waren Yaar heel dankbaar dat hij ons had behoed voor de aankoop van deze foute auto. Onze Israëlische kennissen zeiden dat autokeuringen meestal dit soort uitslagen te zien geven en dat je die niet zo serieus moet nemen. Als iedereen dat deed, zou er geen tweedehands auto’s meer worden gekocht. Cultuurverschil?

Shlomo hebben we beleefd afgewimpeld. Het kan waar zijn dat de autokeuringen hier bizar streng zijn omdat garages zich louter willen indekken, maar we namen het Shlomo uiterst kwalijk dat hij de resultaten niet met ons had besproken (‘gedeeld’ heet dat tegenwoordig). Shlomo begreep het niet helemaal, maar legde zich er bij neer. Ik heb hem nog laten weten dat hij geen contact meer hoefde op te nemen, we waren klaar met hem. Niet lang daarna kwam er een nieuwe aanbieding van hem binnen: opnieuw een Hyundai i20, ongeveer dezelfde leeftijd, veel minder kilometers (zelfs verdacht weinig) en ook nog goedkoper. Het testrapport had hij al toegevoegd: veel minder kruizen, veel meer vinkjes, minder commentaar erbij. Dat zag er dus op het eerste gezicht best aardig uit. Maar we hadden inmiddels definitief gekozen voor een nieuwe auto. Dan maar wat kleiner, voor ons tweeën groot genoeg. We hadden getest dat de kinderwagen voor onze kleinzoon er met wat passen en meten nét in kon. De zeven jaar garantie van KIA (drie jaar volledig en vier jaar verlengde beperkte garantie) was een pluspunt. We hadden nog wel op zoek kunnen gaan naar een betrouwbare garage of een lease- en/of autoverhuurbedrijf dat auto’s verkoopt, maar voor ons was één uitstapje op de tweedehandsmarkt mooi geweest.

Onlangs ben ik met één van onze Israëlische schoonzoons naar KIA geweest in Ra’anana. Tot mijn verbazing kregen we daar toch oliemkorting. Geen vijftig procent maar twintig procent. Dat is meegenomen na de eerdere tegenvallende Hyundai-ervaring. Het wachten is nu op aflevering en vóóral op goedkeuring door de Israëlische belastingdienst van de berekening van de oliemkorting. Het kan dus nog anders uitpakken … Maar het is zeker dat we binnenkort verzekerd zijn van ons eigen gemotoriseerd vervoer. Weer een flinke stap naar verdere zelfstandigheid in ons Israëlische bestaan.

Delen |

vrijdag 30 september 2016

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Auto’s zijn duur in Israël. Als ik het goed heb becijferd, komen bovenop de fabriekskosten nog invoerrechten, een speciale, forse autobelasting (net zoiets als de Nederlandse BPM) en BTW. Die laatste taks is in vergelijking met Nederland minder hoog, namelijk slechts 17 procent, terwijl de Nederlandse BTW 21 procent bedraagt. In Israël rijdt men doorgaans in een automaat en die versies zijn hoe dan ook duurder dan auto’s met handschakeling.

Je kunt de prijs dus drukken door te blijven schakelen met de hand, zoals in Nederland heel gebruikelijk is. Dat heet ‘sportief’ of zoiets. Onzin, het is gewoon het goedkoopst. Israël is echter heel wat heuvel- en bergachtiger dan Nederland en daarom is een automaat wel zo comfortabel. Anders blijf je voortdurend bezig de hellingproef te doen of te spelen met je gas- en koppelingspedaal als je wil optrekken in opwaartse richting. Ook in de file is het comfortabeler rijden in een automaat. En er zijn meer files dan me lief is. Sinds ik in Israël de automaat heb ontdekt, wil ik eigenlijk niets anders hier.

Dan maar dieper in de buidel tasten voor een automaat, dacht ik dus toen ik me aan het oriënteren was op de aankoopprijzen voor een automobiel. Zonder auto ben je op sjabbat en de feestdagen aan de goden overgeleverd, althans tamelijk aan je huis gekluisterd. Je kunt niet heel ver weg vanwege het ontbreken van openbaar vervoer - op een enkele uitzondering na (Haifa én de sjeroet, een soort dolmus/minibus die stopt als je hem aanhoudt en zodra je eruit wil).

Op een vrijdagochtend zou het gaan gebeuren. Onze jongste dochter en haar Israëlische man zouden me vergezellen naar de Hyundai-dealer in Herzliya Pituach. Ik had flink zitten rekenen en een iets groter model dan de allerkleinste was financieel goed haalbaar dankzij de korting voor oliem chadasjiem (nieuwe immigranten). Ik had overal gelezen dat je maar vijftig procent hoefde te betalen van de speciale autobelasting, dus dat scheelt flink. We hadden wat opzij gelegd en het bedrag voor een Hyuandai i20 viel mooi binnen het budget. De achterbak moest groot genoeg zijn voor het herbergen van een opklapbare kinderwagen, dan konden oma en opa helemaal gerust zijn.

Bij al het uitpluizen was me opgevallen dat de Engelstalige sites voor oliem wel iets onduidelijks bevatten over milieusubsidies en dat de oliemkorting daardoor een flinke periode niets voorstelde, want oliem kregen die subsidies niet. Doch op één hele goede Angelsaksische site voor oliem stond gelukkig dat dit euvel was hersteld, dus oliem kregen die subsidie óók, of er was iets gedaan aan het kortingspercentage van vijftig procent. Dat was me niet helemaal duidelijk maar dat interesseerde me niet, want de kortingsmogelijkheid voor kersverse bewoners was blijkbaar in ere hersteld.

Het was druk bij de dealer. Niet zo raar, want ze hadden juist een actieperiode. Dat wist ik en deze vrijdag was de laatste actiedag. Aanvankelijk leek het uitzoeken van een auto redelijk op de rituelen die je ook in Nederland meemaakt. Dus kennismaken, koffie/thee/water en lekkers (dat is in Israël meer dan een koekje) en dan word je in een auto gezet. Het viel me echter al heel snel op dat de uitleg summier was. Kan een kwestie zijn van taalproblemen, maar toch. Na een superkorte uitleg werd me de vraag gesteld of ik nog vragen had. Die had ik wel, want ik wilde toch wel iets meer weten dan het weinige dat me was verteld. Ik had van tevoren wel van alles bestudeerd op de Hebreeuwse website (vertaald via Google) maar als je in een nieuwe auto zit, wil je toch wel wat meer wegwijs worden gemaakt. Het is geen zak patat, het kost net iets meer. Al die knopjes, meters en lichtjes, die hebben een functie waarvan de meeste wel bekend zijn, maar sommige wellicht toch extra bijzonder zijn voor het merk waarop je je oog hebt laten vallen. De autoverkoper leek weinig zijn best te doen om de auto aan te prijzen. Het leek een take it, or leave it.

Ik had gelezen dat in Israël nauwelijks over de aankoopprijs te onderhandelen valt. In actieperiodes moet je je slag slaan. Alleen als je supergoed bent, krijg je er iets af of komt er een extraatje bij, uitgaande van de vaste prijs.

Ik had echter een ijzersterke troef: de korting voor de oliem chadasjiem! De verkoper stuurde me door naar een speciale verkoopster die vervolgens aan de slag ging achter de PC. Het duurde even, maar daarna kwamen er allerlei uitdraaien tevoorschijn.

Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven: op de goedkope modellen (mijn gedroomde i20) totaal géén korting voor nieuwkomers, op de duurdere i30 zat wel wat korting. Waar was mijn beloofde vijftig procent korting op de autobelasting? De dame achter de PC zei van niks te weten, dit was het.

Hevig teleurgesteld (eerlijk gezegd heb ik in mezelf wat zitten vloeken) bleef ik nog een tijdje naar de tegenvallende cijfers kijken en na enig heen-en-weer praten met mijn jongste dochter en haar echtgenoot besloten we te vertrekken.

In Nederland kan je volgens mij niet ongezien verdwijnen als je eenmaal in gesprek bent geraakt over de aanschaf van een nieuwe auto, wat iets anders is dan zomaar wat rondkijken. In Israël is dat geen probleem: we vertrokken en niemand had enige aandacht voor ons.

Zoiets valt me hier regelmatig op: je wordt zeer met rust gelaten in dit land, tenzij er iets aan de hand is, dan krijg je aandacht. Mocht je zomaar op straat neervallen, dan schieten mensen vast en zeker op je af om na te gaan wat er is en om je zo nodig verder te helpen. In de regel krijg je heel snel water aangeboden; God mag weten waar ze dat vandaan halen maar water is doorgaans gauw voorhanden. Ook al lijkt het alsof niemand je ziet, Israëli’s houden je toch wel in de gaten voor het geval je andere, snode plannen hebt. Een zesde zintuig, dat wij sterker hadden toen we hier aankwamen in de periode van de ‘messenintifada’ dan daarna, toen het rustiger werd. Inmiddels hebben de Palestijnen de messen weer opgepakt dus word je – zelfs in het rustige Herzliya – vanzelf wat alerter.

Na het niet erg succesvolle uitstapje naar de Hyundai-dealer ben ik verder gaan speuren op het internet. De Engelstalige sites voor oliem chadasjiem liet ik nu links liggen – met hun foute voorlichting. Via Engelse pagina’s van de Israëlische belastingsite – daar had ik al eens globaal rondgeneusd – ontdekte ik dat die vijftig procent korting slechts opgaat als je zèlf een auto invoert. Dat is in Nederland al een pittige klus, in Israël lijkt het me een onmogelijke opgave wanneer je de taal en de cultuur plus allerlei formele regels niet grondig beheerst. Verder ontdekte ik een zeer informatieve tabel met kortingsbedragen voor oliem: hoe milieuvriendelijker een auto, hoe minder korting je krijgt. Op de meest milieuvriendelijke auto’s zit totaal geen korting, daaronder wel wat maar bij lange na geen vijftig procent.

Dat wordt dus een kleinere auto kiezen (of toch maar grotere greep doen in onze spaarbuidel?). De KIA Picanto is zo’n kleintje dat je hier veel ziet rijden. En dat we ook een beetje kennen van de keren dat we zo’n autootje huurden.

De KIA heeft zeven jaar garantie (drie jaar volledig en nog vier jaar beperkte garantie extra). Ook in Israël. Dat is niet helemaal vanzelfsprekend, want de Hyundai heeft in Nederland vijf jaar garantie, terwijl ze in Israël slechts tot drie jaar gaan. Toen ik de verkoopster die al die uitdraaien had verzorgd met de voor mij veel te hoge prijzen, vertelde dat je in Nederland vijf jaar garantie krijgt, keek ze verbaasd op. “Israel is a special country”, zei ze. Dat had ze een paar keer daarvoor ook al gezegd, toen ik allerlei vragen stelde over haar uitdraaien en de antwoorden voor mij niet erg bevredigend waren. Ik kon het niet meer aanhoren dat Israël zo speciaal zou zijn. Voor haar misschien wel, voor mij niet. Ik was gewoon op zoek naar een voor ons betaalbare auto.

Delen |
jan 2017Oelpan
jan 2017Nieuwsbriefredactrice Raya Lichansky 70
jan 2017Oude mannen en een dood paard
okt 2016Tweedehands of nieuw?
sep 2016Op zoek naar een auto
sep 2016Zachte landing
aug 2016Klein maar springlevend
aug 2016Het verkorte rijexamen (mivchan hamara = conversietest)
aug 2016Dubbelleven
jul 2016Mea (100)
jul 2016Nola
jun 2016Henriette Boas, vriendin en huisgast
jun 2016Cultuur
jun 2016Misrad Harishui (ministerie van Vergunningen)
mei 2016Antizionisme
mei 2016Geduld
mei 2016Zeg eens A(lef)
apr 2016Liften of niet?
apr 2016Een hele belasting
mrt 2016Alija
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
nov 2015Ahmad Dawabsheh blijft alleen
okt 2015Stilte in Joods Nederland
sep 2015Vluchtelingen: ruimhartig en meedogenloos
sep 2015Godgeklaagd
jul 2015I'm a European Jew - and No, I'm Not Leaving
mei 2015Culturele boycot Israël verzwakt de oppositie
mei 2015Boedapest
apr 2015Krakow
apr 2015Praag
mrt 2015Samen optrekken tegen jodenhaat en islamhaat
dec 2014Han Hollander (1886-1943), sportverslaggever
jul 2014Joden, Moslims, vooroordelen en Maison de Bonneterie
jun 2014De handel en wandel van de boekenjood
mei 2014Biografie van Esther de Boer–van Rijk
apr 2014Anne
apr 2014Inclusief of exclusief
apr 2014Het verrassende Egypte van vóór de Uittocht
feb 2014Op school
feb 2014Nieuw boek van Pauline Micheels: 'Vandaag'
feb 2014Allemaal hadden ze een naam
jan 2014Nooit meer Auschwitz
jan 2014Heruitgave van ‘De Samaritanen’
nov 2013Ariëlla Kornmehls 'Wat ik moest verzwijgen’
nov 2013Dialoog tussen Joden en Marokkanen of Turken
nov 2013Fietsen voor Alyn
nov 2013Limmoed en het orthodoxe fiasco
aug 2013Lemberg
jul 2013Joods Gouda
jul 2013Slavernij
jun 2013Een boek over rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog
jun 2013Lili, een boek dat geschreven mòest worden
mei 2013Hannah heet ik - Hannah Cohen
apr 2013Het kwaad van de banaliteit: Margarethe von Trotta's film Hannah Arendt
apr 2013Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013