inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Gastcolumns

Weblogs disclaimer

Op deze pagina vindt u eenmalige bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Onderwerpen die natuurlijk altijd een link hebben met jodendom. Een gastcolumn bestaat uit een boek- of filmrecensie, een mening of opinie over een (actueel) onderwerp, het verslag van een Joodse-thema-reis, een bijzondere belevenis, etc. De gastcolumn is niet bedoeld voor reacties op eerder verschenen columns. Hiervoor is steeds ruimte ónder de betreffende column. Wilt u een gastcolumn schrijven? Neem dan contact met ons op via blocq@crescas.nl. De directie van Crescas beslist in alle gevallen over plaatsing van een gastcolumn.

vrijdag 27 juli 2018

Over de gastcolumnist

Zvi Markuszower (1946) is thans woonachtig in Israël. Hij studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam, en deed een MBA Insead. Zvi Markuszower is ondernemer en zat in de besturen van een aantal organisaties en stichtingen.

In de Crescas-nieuwsbrief van 13 juli uitte Harry van den Bergh zijn zorgen over Israël. Zorgen, volgens deze gewaardeerde Crescas-columnist, voortvloeiend uit een verwijtbare vorm van politiek en religieus extremisme die de grondslagen doen schudden.

De grondslagen hebben inderdaad geschud in Noord-Israël. Daar was vorige week een aardbeving. Geen ernstige, maar toch. Langzamerhand – veel te laat – beginnen de verantwoordelijke ministeries zich eindelijk zorgen te maken over deze Afrikaans-Aziatisch scheur in de aardkorst. Plannen worden gemaakt om zo snel mogelijk aanpassingen uit te voeren die huizen en/of appartementen betere bescherming tegen deze natuurlijke calamiteit moeten geven.

De zorgen die onze columnist voor het voetlicht brengt, verdienen, ondanks het bovenstaande, natuurlijk wel een verduidelijking. Deze column is feitelijk een beetje mosterd na de hot pastrami, maar misschien leert het ons niet direct in de paniek te schieten en allerlei extreme meningen te uiten voordat we een duidelijk en compleet beeld hebben.

Een van zijn aandachtspunten was de nieuwe ontwerpwet Nation State, waaruit zou blijken dat “uitsluitend Joden in een dorp worden toegelaten.” Ik citeer: “De gedachte alleen al is een ramp van formaat en in volledige tegenspraak met de waarden die de stichters van de staat formuleerden. In gewone taal heet zoiets apartheid.”

Als je het zo leest, krijg je het direct toch wel een ietwat benauwd. Maar niets is zoals het lijkt. Afgezien van het feit dat deze ontwerpwet inmiddels onder andere op dit punt door Netanjahoe ietwat is aangepast, is het misschien toch wel zinnig even naar de juridische achtergrond te kijken, alsmede deze wet ook in haar totaliteit te bekijken.

In de Israëlische politiek wordt in vergelijking met Nederland veel aandacht besteed aan de juridische basis waarop Israël mede is gebaseerd. Dat is logisch omdat de staat een ontstaansgeschiedenis heeft die nog maar erg kort is, maar ook omdat de legitimiteit van Israël in veel internationale fora wordt bestreden. Daarnaast heeft Israël (nog steeds) geen grondwet.

Kort na de Balfour-declaratie in 1917 vonden in 1919 onderhandelingen plaats tussen Chaim Weizmann als afgevaardigde van de zionisten en koning Faisal, afgevaardigde van de Arabieren. De resultaten van deze onderhandelingen werden mede opgenomen in de mandaatovereenkomst van de Volkerenbond in 1922 en daarna in 1945 bekrachtigd door de Verenigde Naties.

Een van de afspraken die deze onderhandelingen opleverde, was dat de zionistische beweging zou streven naar besloten Joodse gemeenten als een centrale doelstelling voor het oprichten van een Nationaal Tehuis voor het Joodse volk. Hiermee werd door de Israëlische regering van haar rechtsvoorgangers, volgens de regels van het internationale recht, dus het juridische recht, maar zelfs ook de plicht, verkregen om nieuwe gemeenschappen te bouwen die specifiek alleen Joodse inwoners hadden.

Hier zien we heel duidelijk dat de inmiddels gewijzigde ontwerpwet op dit punt niets meer bevatte dan een internationaal geaccepteerde regel.

Deze wet is voor een belangrijk deel gestoeld op de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948.
Het is een wet die een aantal karakteristieke kenmerken van de staat Israël opneemt in de wet. Vergelijkbare karakteristieke nationalistische kenmerken zijn door vrij veel EU-lidstaten in hun constitutie opgenomen. Deze kenmerken, zowel in Israël als in die diverse EU-staten zijn niet discriminatoir noch vertonen ze een zweem van apartheid.

Het principe van gelijke rechten voor alle burgers, Joden en Arabieren, mannen en vrouwen, in de staat Israël is en blijft onaangetast. Wie anders beweert, is de zoveelste producent van Fake News.

Een ander pijnpunt van mijn geachte opponent zijn de commentaren van Ruth Ginsburg. Zij pleitte gedurende haar bezoek aan Israël voor een gelijke behandeling van de diverse Joodse religieuze denominaties. Met alle respect voor mevrouw Ginsburg, maar een dergelijke opmerking, zonder die met argumenten te staven en zonder over de consequenties na te denken, is wat mij betreft een niets zeggende losse flodder.

Israël bestaat, om het maar voorzichtig te zeggen, uit een uiterst gecompliceerde samenleving. Een groep mensen, afkomstig uit bijna allemaal niet democratische landen, die ondanks alles een democratische regeringsvorm heeft geïnstitutionaliseerd. In zo’n samenleving, met de religie als toetje er bovenop, verloopt niet alles conform onze wensen.

Maar als er een keer iets is dat ons niet helemaal bevalt, moeten we toch vermijden meteen moord en brand te schreeuwen.

Meestal komt het wel op zijn pootjes terecht!

Delen |

vrijdag 18 mei 2018

Over de gastcolumnist

Zvi Markuszower (1946) is thans woonachtig in Israël. Hij studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam, en deed een MBA Insead. Zvi Markuszower is ondernemer en zat in de besturen van een aantal organisaties en stichtingen.

Netta wint het Eurovisie Songfestival. Voor Israël is dat het toetje van een vier-sterren-maaltijd in de eerste helft van deze maand.

De andere gangen? De erkenning door de Verenigde Staten van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël en het overbrengen van de ambassade van de VS daar naartoe; de VS die de JCPOA-overeenkomst met Iran inzake nucleaire ontwikkeling in dat land opzegt en de onthulling dat Israël een belangrijk archief uit Iran heeft bemachtigd, waaruit onomstotelijk blijkt dat Iran de ontwikkeling van nucleaire wapens ambieert.
Zowel in Israël maar zeker ook daar buiten, ook in Nederland, roepen deze gebeurtenissen velerlei reacties op. Het spreekt vanzelf dat het overgrote deel van deze reacties uiterst positief is.

Natuurlijk – hoe kan het ook anders – zijn er ook negatieve, zuinige, zurige commentaren op deze positieve ontwikkelingen, variërend van had dat nu wel gemoeten, had het niet wat later gekund tot Bibi en natuurlijk ook Trump hebben dit uitsluitend gedaan uit electorale overwegingen. Daar bovenop allerlei doemscenario’s waar tot nu toe natuurlijk niets van is gebleken.

De negatieve insteek van veel en vooral Joodse analisten ten opzichte van deze ontwikkelingen is voor een deel gebaseerd op gebrekkige kennis en voor een ander deel op obsessieve haatgevoelens voor Trump en Bibi en niet te vergeten het eeuwenoude syndroom van Joodse zelfhaat.

Als we bovengenoemde ontwikkelingen echter nuchter beoordelen, zonder ons te laten leiden door vooringenomen standpunten, dan zien we natuurlijk direct dat beide beslissingen van Trump juist zijn. By the way, het Amerikaanse Congres heeft al in 1995 deze beslissing genomen. Alle presidenten beloofden deze beslissing uit te voeren. Trump is de eerste die zich aan zijn woord heeft gehouden!

Elk land beslist zelf welke stad zijn hoofdstad is. Daar heeft niemand anders inspraak bij.

Jeruzalem is sinds de oprichting van de staat Israël de hoofdstad. Alle functies die een hoofdstad kenmerken, worden daar uitgeoefend. Staatshoofden, diplomaten en andere hoogwaardigheidsbekleders, zij komen allen naar Jeruzalem. Wat ook de uiteindelijke status zal zijn, een ongedeelde stad of een westelijk en een oostelijk deel, Jeruzalem blijft de hoofdstad van Israël. Of de Nederlandse regering al dan niet besluit haar ambassade in Tel Aviv te laten, is niet relevant. Trump heeft deze ballon van hypocriete veronderstellingen definitief doorgeprikt. De veronderstelling van de EU dat de status van Jeruzalem pas definitief wordt bepaald bij een eventueel vredesverdrag met de Palestijnen is een drogreden.

Over het feit dat Jeruzalem reeds ruim 2.500 jaar het religieuze, culturele middelpunt is van onze religie en dus van het Joodse volk ga ik in deze column maar niet verder uitweiden.

Met betrekking tot de opzegging van het nucleaire akkoord met Iran kunnen we stellen dat dit akkoord nooit had mogen worden gesloten. Het is daarom juist dat het nu wordt opgezegd, en niet eventueel op een later moment, hoe eerder hoe beter! Elk moment later brengt Israël in een nog moeilijkere situatie.

De critici van Trump zien gemakshalve over het hoofd dat in Libanon een arsenaal van raketten is opgebouwd dat groter is dan alles dat de EU beschikbaar heeft. Dit arsenaal is bestemd voor bestrijding van Israël. Dit alles met medewerking van Iran. De critici willen niet horen dat Iran Israël elke dag bedreigt; Iran dat in tegenstelling tot zijn beweringen bezig is een atoomwapen te ontwikkelen. De critici willen niet horen dat Iran Israël wil vernietigen. De critici van Trump willen ook niet horen dat de bevolking van Iran buitengewoon ontevreden is met haar leven. Een leven dat wordt verbitterd doordat Iran ongekende miljarden besteed om terreur te verspreiden in het Midden-Oosten.

De EU is tegen. Niet omdat zij niet weet wat er in Iran gebeurt, maar de EU wil haar nu opnieuw aangeknoopte handelsrelaties met Iran niet in de waagschaal stellen. Of Iran na afloop – over zeven jaar – van het nu opgezegde akkoord de ontwikkeling van een kernwapen binnen handbereik zou hebben, kan de Europese regeringsleiders niet echt beroeren. Of er tegen die tijd een oorlog uitbreekt met ontelbare slachtoffers aan beide zijden daar ligt nu niemand wakker van. Zeker niet de EU.

Kijk naar Syrië: bijna een miljoen doden, ontelbare ernstig gewonden, zo’n tien miljoen mensen uit hun huizen verdreven. Kinderen die geen medische verzorging hebben, laat staan een opleiding krijgen. Dit alles mede onder het wakend oog van de EU.

En wat doet de EU? Nederland stuurt bijvoorbeeld onder de bezielende leiding van het Nederlandse kabinet een defensie attaché naar Teheran. Om de wapenaankopen van Nederland naar Iran te bevorderen? Waar is mevrouw Mogherini?

Laten we blij zijn met Trumps beslissingen.

Laten we blij en trots zijn dat Israël met Benjamin Netanjahoe als minister-president een van de belangrijke players op het wereldtoneel is.

Delen |

vrijdag 10 november 2017

Over de gastcolumnist

Karen de Jager (1957) is werkzaam als strategisch adviseur en woordvoerder voor (non-profit) organisaties. Daarnaast werkt ze als journalist, onder andere voor het NIW en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Voor wie deed ik het? Misschien wel voor mezelf. Ik was zó boos dat het Nederlandse Rode Kruis van leer trok wanneer een bekende Joodse Nederlander liet weten geen cent aan het Rode Kruis te geven. Dat ze geen idee hadden waar deze reactie vandaan kwam en het ook niet wilden weten. Dat zat me dwars. En degenen die mij kennen, weten dat ik in dat geval het onderste uit de kan haal. Iedereen bij het Nederlandse Rode Kruis moest en zou weten hoe de vork aan de steel zat.

En zo begon mijn persoonlijke kruistocht. De eerste jaren, onder directeur Jan Post, kreeg ik niemand voor mijn karretje gespannen. Tot januari 2005. Een nieuwe directeur, murw van zijn recente bezoek aan Sri Lanka, direct na de tsunami, met gruwelijke beelden en de geur van de doden nog vers in zijn geheugen, is op weg naar de landelijke hulpactie. Ik ben zijn persvoorlichter. In de coulissen lopen we Frits Barend tegen het lijf. Hij is blij me te zien en roept “Wat doe jij hier?” Dit was mijn kans. Op Frits’ reflexen kun je rekenen. Ik draai me om en zeg: “Ik ben hier met mijn nieuwe baas, Cees Breederveld, de directeur van het Rode Kruis …” Frits steekt zijn hand uit en trekt die direct weer terug. “Dat zijn toch allemaal antisemieten.” Hij draait zich om en loopt weg. Ik kijk opzij. Cees Breederveld ziet lijkbleek. “Gaat het een beetje?” vraag ik. Ben ik te ver gegaan?

Misschien wel. Maar het heeft wel gewerkt. Cees Breederveld wilde weten waar dit vandaan kwam. Het was het begin van een lange weg van bewustwording binnen het Rode Kruis. Een weg met hindernissen. Directeur en management gingen op cursus in het Joods Historisch Museum, een cursusdag georganiseerd door Crescas. Ze kregen geschiedenisles, ontmoetten overlevenden van de Sjoa, keken kritisch naar de keuzes die ze nu maakten. Hadden ze wel oog voor alle groepen in de samenleving? Het bestuur werd bij het traject betrokken en langzaam maar zeker ontstond het gevoel dat er wat moest gebeuren. Het Nederlandse Rode Kruis zou over niet al te lange tijd zijn 150-jarig bestaan vieren, de hoogste tijd voor reflectie. Hoe kon het gebeuren dat het Nederlandse Rode Kruis een groep die door iedereen in de steek was gelaten, zo had genegeerd. Het NRK wilde iets doen richting de Nederlands-Joodse bevolking. Maar niet iets waar de Nederlandse Joden niet op zaten te wachten.

Op verzoek van de directie ben ik ‘Joods Nederland’ langs gegaan. Officiële instanties, particulieren, nabestaanden … Aan iedereen vroeg ik: “wat zouden jullie willen dat het Rode Kruis zou doen?” En we kregen drie opdrachten mee voor directie en bestuur: ken je geschiedenis, maak die bekend in de nationale media en doe er wat mee.
Dat is nu vier jaar geleden. In de afgelopen vier jaar heeft het Rode Kruis het NIOD de opdracht verstrekt een breed onderzoek uit te voeren naar het functioneren van het NRK tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nieuwe directeur, Gijs de Vries, committeerde zich aan de opdracht die het Rode Kruis zich had gesteld om kennis te nemen van wat de Nederlandse Joden is overkomen. Bestuur en directeur bezochten Auschwitz en spraken daar ook met overlevenden uit de kampen. Ze lazen het onderzoek, en waren er ziek van. En ze besloten dat er maar één reactie mogelijk was. Excuses, onomwonden. Niet met de verwachting dat daarmee alle boosheid en verdriet zou kunnen worden weggenomen. Wel om te laten zien dat de Rode-Kruisorganisatie waar zij voor staan, dit nooit had mogen laten gebeuren. Dat hun Rode Kruis er voor iedereen moet zijn. Ook als het moeilijk is. Juist als het moeilijk is.

En ze gaan de confrontatie aan. In de landelijke pers. In een besloten bijeenkomst met nabestaanden. Tijdens de publieke presentatie in De Balie die voor iedereen toegankelijk was. En volgend jaar in Israël tijdens een aantal bijeenkomsten die worden georganiseerd in samenwerking met Irgoen Oleh Holland.
Ik ben trots op mijn Rode Kruis dat de moed had dit traject te kiezen, te doorlopen en te doorleven. Wat dat voor hen heeft betekend, klinkt door in de speech van voorzitter Inge Brakman en werd gehoord en gevoeld door de tweehonderd aanwezigen in een doodstille zaal in De Balie.

De publieke presentatie is in zijn geheel te zien op het tv-kanaal van De Balie. Let op: de presentatie begint rond minuut vier.

Delen |

vrijdag 8 september 2017

Over de gastcolumnist

Julie Blocq-Schipper is sinds oktober 2016 directeur bij Crescas, Na er anderhalf jaar te hebben gewerkt te hebben als beleidsmedewerker.
Julie groeide op in Joods Antwerpen en verhuisde op haar vijftiende naar Amsterdam. Mede door haar traditionele opvoeding en nauwe betrokkenheid bij Joodse organisaties groeide haar interesse voor het culturele jodendom. Zij werkte een jaar in Israël, wat haar Ivriet op een hoger niveau bracht.
Julie’s kennis op het gebied van educatie en coaching en haar passie voor kunst en cultuur komen goed van pas in haar werk bij Crescas. Naast het ontwikkelen van het jaarprogramma richt Julie zich op de verdere ontwikkeling en profilering van Crescas; hét Joodse kenniscentrum van Nederland.

Er zijn weinig stellen die ik ken, die na meer dan dertig jaar huwelijk nog zo liefdevol met elkaar omgaan. Dat kon je zien en dat kon je voelen. Ik heb Rob helaas maar een enkele keer ontmoet. De indruk die hij maakte, was er één van stabiliteit, tevredenheid en rust, een aimabele man. Uit Channa’s verhalen kon ik ook opmaken dat Rob een man was waar je op kon bouwen en steunen. Dat Rob zo plotseling en zo jong is overleden, zorgt dan ook voor een golf van ongeloof en verdriet: iedereen is erdoor aangeslagen. Iedereen die bij Crescas betrokken is en ook daarbuiten.

Voor Channa, Lilian, Chaim, Juliette & Laura: Rob leeft in jullie door. Ik wens jullie alle sterkte, liefde en kracht toe in deze moeilijke tijd.

Julie Blocq


Een in memoriam van Michel Waterman, voormalig directeur van Crescas


In memoriam Rob Boerboom

In de dertien jaar dat ik bij Crescas nauw heb samengewerkt met Channa Obstfeld heb ik ook ‘haar Rob’, haar steun en toeverlaat, haar anker in moeilijke tijden, haar maatje en de liefde van haar leven, goed leren kennen. Het Whatsappje van Channa met het bericht dat Rob een hartstilstand had gehad en haar telefoontje, nauwelijks vijf dagen later, dat hij was overleden, heeft mij geschokt en diep geraakt. Rob is sinds dat eerste Whatsappje geen dag uit mijn gedachten geweest en het verdriet van Channa en hun drie kinderen laat mij geen moment los.

Het overlijden van een jonge vent – Rob was in augustus 55 geworden – is verschrikkelijk. Het is een schok omdat het zo totaal onverwacht komt. Maar dat is niet de belangrijkste reden dat Robs heengaan mij zo aangrijpt. Ik was bijzonder op hem gesteld. Hij was een Mensch, in de échte betekenis van het woord. Hij was door en door integer. Huishoudelijke hulp zwart betalen? Niet in Huize Boerboom. Rob was ook een familieman, Channa’s verhalen spraken boekdelen. Hij stond altijd klaar om te helpen. Ook ons, bij Crescas. Zo heeft hij na onze verhuizing naar de Kastelenstraat nog een avond staan boren en schroeven om de boekenkasten van de Crescas-bibliotheek in elkaar te zetten. Rob was goed gezelschap bij een etentje, of een biertje in de kroeg, daar bewaar ik goede herinneringen aan.

Rob Boerboom zal gemist worden, het meest door Channa, Lilian, Juliette en Chaim, maar zeker niet door hen alleen.

Michel Waterman

Delen |

vrijdag 9 juni 2017

Over de gastcolumnist

Harmen Snel werkt bij het Stadsarchief Amsterdam en is gespecialiseerd in Joodse genealogie. Hij publiceerde regelmatig over dit onderwerp in verschillende bladen en maakte met Jits van Straten en wijlen Dave Verdooner diverse bronbewerkingen zoals Trouwen in Mokum, met alle huwelijken van Joden in Amsterdam voor 1811. In 2006 schreef hij een boek over de Nederlandse afkomst van de Franse actrice Sarah Bernhardt. Hij is lid van de redactie van Misjpoge, het kwartaalblad van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie.

In december 2012 verscheen van de hand van Tom Verwaijen het eerste deel van Joods Gouda. Dat had als ondertitel Een Joodse geschiedenis vanaf 1737 tot omstreeks 1850. In 2016 verscheen het vervolg over de honderd jaar daarna.

Verwaijen gaat in deel II wederom in op de verschillende facetten van het Joodse leven in Gouda. De Israëlitische Gemeente en de synagoge, het onderwijs, de gemeentelijke zorg en de jeugdfarm Catharinahoeve, opleidingsinstituut voor Palestina-pioniers. Daarna volgt onvermijdelijk de Goudse geschiedenis van de jaren ’30 van de vorige eeuw en de oorlogsjaren.

Door het boek bladerend valt direct de grote hoeveelheid foto's op van Joodse Gouwenaren. De auteur heeft veel moeite gedaan om van zoveel mogelijk vooroorlogse Joodse inwoners van Gouda een foto te vinden. Dat maakt dat het grootste deel van het boek, de beschrijving van de lotgevallen van de leden van de afzonderlijke Goudse families, gaat leven. Met de vele advertenties, afbeeldingen van grafstenen en originele documenten, maakt dat Joods Gouda II tot een rijk geïllustreerd boek.

In ruim tweehonderd pagina's komen, in alfabetische volgorde, de families die in Gouda hebben gewoond aan bod. Verhalend beschreven, maar toch met veel genealogische informatie. De beschrijvingen van de families zijn heel uitvoerig. Nazaten van sommige families, zoals Cats en Sanders, woonden al sinds de achttiende eeuw in Gouda. Anderen, zoals Kahn en Schenkolewski, hebben slechts een paar jaar in Gouda gewoond. De Cats-en, als oer-Goudse familie, beslaan daarom dertig pagina's, tegen het gezin Kahn anderhalve pagina. Maar ook als een gezin maar kort in Gouda heeft gewoond, heeft de auteur alle moeite gedaan om over die familie zoveel mogelijk informatie boven water te krijgen. Van een paar Joodse Gouwenaren zijn in bijlagen aan het eind van het boek boedelinventarissen opgenomen. Waaruit bijvoorbeeld precies blijkt hoeveel textiel Jacob Samuel Kijser in huis had liggen.

Joods Gouda II is een mooi boek geworden. Samen met het eerste deel is dit een zeer volledig overzicht van ruim twee eeuwen geschiedenis van Joden in een Hollandse stad in de mediene. Compliment voor Tom Verwaijen dat hij met deze twee fraaie boeken de oude Joodse Gouwenaren een gezicht heeft gegeven.

Tom Verwaijen, Joods Gouda II. De laatste 100 jaar Joods leven vanaf ca. 1850.
Eigen beheer, Engelen 2016, 375 pagina's. ISBN 978-94-62-28758-7.
Prijs € 24,90, rekening NL78INGB0686034511 t.n.v. de auteur o.v.v. Joods Gouda II.

Delen |
jul 2018When Harry Meets Zvi
mei 2018Trump triomfeert!
nov 2017Eindelijk
sep 2017In memoriam Rob Boerboom
jun 2017Joodse geschiedenis van Gouda
mrt 2017Midden-Oostenpolitiek uit 1001 nacht
jan 2017Nieuwsbriefredactrice Raya Lichansky 70
jan 2017Oude mannen en een dood paard
aug 2016Klein maar springlevend
jun 2016Henriette Boas, vriendin en huisgast
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
nov 2015Ahmad Dawabsheh blijft alleen
okt 2015Stilte in Joods Nederland
sep 2015Vluchtelingen: ruimhartig en meedogenloos
sep 2015Godgeklaagd
jul 2015I'm a European Jew - and No, I'm Not Leaving
mei 2015Culturele boycot Israël verzwakt de oppositie
mei 2015Boedapest
apr 2015Krakow
apr 2015Praag
mrt 2015Samen optrekken tegen jodenhaat en islamhaat
dec 2014Han Hollander (1886-1943), sportverslaggever
jul 2014Joden, Moslims, vooroordelen en Maison de Bonneterie
jun 2014De handel en wandel van de boekenjood
mei 2014Biografie van Esther de Boer–van Rijk
apr 2014Anne
apr 2014Inclusief of exclusief
apr 2014Het verrassende Egypte van vóór de Uittocht
feb 2014Op school
feb 2014Nieuw boek van Pauline Micheels: 'Vandaag'
feb 2014Allemaal hadden ze een naam
jan 2014Nooit meer Auschwitz
jan 2014Heruitgave van ‘De Samaritanen’
nov 2013Ariëlla Kornmehls 'Wat ik moest verzwijgen’
nov 2013Dialoog tussen Joden en Marokkanen of Turken
nov 2013Fietsen voor Alyn
nov 2013Limmoed en het orthodoxe fiasco
aug 2013Lemberg
jul 2013Joods Gouda
jul 2013Slavernij
jun 2013Een boek over rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog
jun 2013Lili, een boek dat geschreven mòest worden
mei 2013Hannah heet ik - Hannah Cohen
apr 2013Het kwaad van de banaliteit: Margarethe von Trotta's film Hannah Arendt
apr 2013Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013