inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Gastcolumns

Weblogs disclaimer

Op deze pagina vindt u eenmalige bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Onderwerpen die natuurlijk altijd een link hebben met jodendom. Een gastcolumn bestaat uit een boek- of filmrecensie, een mening of opinie over een (actueel) onderwerp, het verslag van een Joodse-thema-reis, een bijzondere belevenis, etc. De gastcolumn is niet bedoeld voor reacties op eerder verschenen columns. Hiervoor is steeds ruimte ónder de betreffende column. Wilt u een gastcolumn schrijven? Neem dan contact met ons op via blocq@crescas.nl. De directie van Crescas beslist in alle gevallen over plaatsing van een gastcolumn.

vrijdag 30 november 2018

Over de gastcolumnist

Jaïr Stranders Jaïr Stranders is in 2009 cum laude afgestudeerd aan de UvA als filosoof. Daarvoor heeft hij de opleiding tot theaterdocent en theatermaker aan de AHK afgerond. Door het jaar heen is hij artistiek leider van het landelijke initiatief op 4 mei Theater Na de Dam http://www.theaternadedam.nl/, geeft hij les aan verschillende Hogescholen van de Kunsten en andere opleidingen in filosofie en toneelspel, is hij bestuurslid van de Amsterdamse Kunstraad, het onafhankelijk adviesorgaan over kunstbeleid voor de gemeente Amsterdam en is hij als medemaker of bestuurslid betrokken bij een aantal theatermakers en toneelgezelschappen. Daarnaast geeft hij vanuit zijn expertise af en toe trainingen en workshops aan organisaties en bedrijven.

Onderstaande tekst heb ik uitgesproken bij de Kristallnachtherdenking 2018 in Theater Perdu op 10 november jongstleden. Deze herdenking is de afgelopen jaren een aantal keren in opspraak geweest door de keuze voor sprekers en participerende organisaties. Deze zijn namelijk vooral bekend als grote criticasters van Israëls omgang met de Palestijnen. Toen ik door de organisatie werd gevraagd om als Joodse Amsterdammer te spreken, aarzelde ik, maar uiteindelijk koos ik ervoor mijn visie niet onder stoelen of banken te steken.

Gisteren was het tachtig jaar geleden dat in heel nazi-Duitsland en Oostenrijk tijdens een door propagandaminister Goebbels opgehitste en door de SA en SS georkestreerde actie, talloze Duitse Joden werden aangevallen. De slim gebruikte aanleiding was de aanslag door de 17-jarige Duits-Joodse vluchteling Herschel Grynszpan op de Duitse ambassadeur Von Rath in Parijs, die hierdoor overleed. 1.400 Joodse synagogen werden in reactie hierop vernield of in brand gestoken, circa 7.500 winkels en bedrijven en zelfs begraafplaatsen moesten het ontgelden. Er kwamen bijna 100 Duitse Joden door geweld om het leven en ongeveer 30.000 werden gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekampen; honderden pleegden in de weken erna zelfmoord. De brandweer mocht geen branden blussen; de politie stond erbij en keek ernaar, of hielp hier en daar een handje. In de periode na deze massale pogrom vluchtten zo’n 80.000 Joden uit Duitsland; vrijwel geen Westers land wilde echter grote aantallen Joodse nieuwkomers opvangen.

Vanavond staan wij hier samen stil bij deze massale en qua omvang ongekende pogrom, de Kristallnacht geheten. In Duitsland verkiest men overigens een benaming te gebruiken die iets minder romantisch klinkt: Reichspogromnacht. Wij herdenken jaarlijks dit moment in onze recente Europese geschiedenis in het besef dat, nadat in de jaren daarvoor Duitse Joden – van wie velen seculier en in grote mate geïntegreerd – stukje bij beetje werden buitengesloten, vernederd, mishandeld en vervolgd, dit een keerpunt was dat uiteindelijk met de veroveringsoorlogen van de nazi’s moest culmineren in de totale vernietiging van de Europese Joden.

Nadat ik door de organisatie van deze herdenking was benaderd om – als initiatiefnemer van de 4 mei manifestatie Theater Na de Dam – mee te denken over een theatrale bijdrage aan deze herdenking, wat resulteerde in de scènes die u hier vanavond gespeeld ziet door Amsterdamse jongeren, werd ik gevraagd als lid van de Nederlandse Joodse gemeenschap voor u te spreken. Aangezien de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en het herdenken ervan sterk met mijn persoonlijke geschiedenis verbonden zijn, voel ik mij zo vrij u mee te nemen op een reis langs een paar momenten en observaties uit mijn leven die te maken hebben met wat herdenken is, waarom we dat nog zouden doen en hoe dit zo vorm te geven dat er lessen uit kunnen worden getrokken voor deze tijd. Ik hoop dat u de gedachtegang kunt volgen, die eindigt en begint hier in het Amsterdamse Theater Perdu.

In 2002 speelde in dit theater namelijk mijn afstudeervoorstelling ‘Mijn Moeders Courage’, een door de Hongaars-Joodse theatermaker George Tabori geschreven toneeltekst. Het stuk vertelt over Tabori’s moeder, die in de zomer van 1944 een van de vele honderdduizenden Hongaarse Joden was die alsnog op transport naar de vernietigingskampen werd gezet. Door een smoes wist zij net voor aankomst in Auschwitz terug te keren, met alle emotioneel complexe vragen die daarbij horen. Een paar uur voor de eerste voorstelling stonden wij hierachter op de binnenplaats, toen wij tot onze grote verbazing voor het eerst de tekst lazen van historicus Jacques Presser die daar op de buitenmuur van de Oudemanhuispoort staat geschreven. We besloten meteen de voorstelling anders te beginnen, namelijk door een van de acteurs hier naar buiten te laten lopen en vanaf daar hardop de tekst voor te laten lezen, doorgegeven aan een acteur hierbinnen die de tekst doorgaf aan het publiek. Pressers tekst luidt: “Toen is in mij het bewustzijn ontwaakt dat een van de taken van de historicus, de man die schrijft over de mensen van vroeger, is de doden stem te verlenen. De doden moeten kunnen spreken en als men hen het spreken belemmert dan sterven zij tweemaal.” Wij konden ons geen waardiger begin van onze voorstelling wensen; wij herdachten.

Diezelfde dagen laaide het conflict in Israël en de door Israël bezette gebieden weer eens flink op. De gevel hierbuiten was lukraak met hakenkruizen beklad en tijdens een demonstratie om de hoek werd – als ik het goed heb – de leus “Hamas Hamas, alle Joden aan het gas!” gescandeerd. Het vormde een schril contrast met de voorstelling die wij speelden. Mijn geliefde oom, psychiater Theo de Graaf, die nog aan de wieg heeft gestaan van Een Ander Joods Geluid, liep ook mee met deze demonstratie. Het was, niet alleen voor mij persoonlijk, een zeer roerige tijd.

Nadat in 2004 in Amsterdam Nieuw-West een aantal jongens van Marokkaanse afkomst baldadig was gaan voetballen met de kransen die tijdens de Nationale Dodenherdenking waren neergelegd bij het monument op het Sierplein, initieerde toenmalig wethouder Aboutaleb in 2006 het scholenproject ‘De Tweede Wereldoorlog in perspectief’, waar ik mij voor aanmeldde. Het doel hiervan was jongeren op vmbo’s en mbo’s door duo’s Joodse en islamitische studenten – peer educators genaamd – bij te laten scholen over de Tweede Wereldoorlog én het Israël-Palestina conflict. Staand voor deze klassen zag ik hoe snel dit doel voorbij werd geschoten wanneer de zaken niet goed werden gescheiden, vooral toen mijn vrouwelijke collega-educator opeens aan een klas vroeg wie nu de hedendaagse Hitlers zijn. George Bush en Ariël Sharon, dat was het antwoord. Zij knikte bevestigend.

Een paar jaar later zocht toenmalig burgemeester Job Cohen een toekomstperspectief voor 4 en 5 mei in Amsterdam; de vraag was namelijk hoe nieuwe generaties en mensen die niet van huis uit een band hebben met de Tweede Wereldoorlog, bij deze nationale dagen te betrekken. Tegen de toen heersende tijdgeest in, die – deels goed bedoeld – vooral de specifieke referentie naar de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust los wilde laten met het oog op een voor alle Nederlanders meer inclusieve herdenking, stelden Bo Tarenskeen, Eymert van Manen en ik bij een brainstormsessie dat juist het als referentie loslaten van de Tweede Wereldoorlog dat hier plaatsvond, ervoor zorgt dat mensen zich niet meer kunnen verbinden aan de herdenking; een concreet kader of afzetpunt ontbreekt dan. Wij bedachten toen Theater Na de Dam, als voortzetting van theatrale lezingen op 4 mei die ik samen met Loek Zonneveld en andere theatermakers jaarlijks vanaf 2003 onder andere in deze zaal organiseerde. Het idee van Theater Na de Dam is sinds de eerste editie van 2010 nog steeds simpel: laat mensen op 4 mei na de twee minuten stilte de theaters ingaan om daar, middels verschillende voorstellingen gerelateerd aan de geschiedenis en periode van de Tweede Wereldoorlog, de herdenking te verdiepen en te verbreden. Het initiatief sloeg aan, want Theater Na de Dam is sindsdien door steeds meer theatermakers, programmeurs en publiek in het land opgepakt als een eigentijdse manier om die oorlogstijd in al zijn onbevattelijkheid te herdenken.

Sinds 2011 ben ik ook betrokken bij de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking van 1941. Eerst doordat ik samen met andere theatermakers de vertelvoorstelling ‘STAAKT…’ maakte over deze in bezet Europa unieke collectieve verzetsdaad; deze voorstelling speelde een aantal jaren in de februarimaand op bijzondere locaties in de stad en op scholen. Later organiseerde ik mede programma’s in het kader van de herdenking en sinds een jaar ben ik duovoorzitter van het comité herdenking Februaristaking 1941. Zo leerde ik niet alleen steeds meer over die geschiedenis, maar ook over de strijd die er na de oorlog decennialang heeft gewoed rond de herdenking. Van wie was de staking geweest? Wie kwam de eer toe? En welke visie moest er bij de herdenking worden uitgedragen? Ja, Amsterdamse arbeiders, leden van CPN, hebben een cruciale rol gespeeld. En het moest gaan over medemenselijkheid natuurlijk, over het opkomen voor de ander, die onderligt, alleen wat nou als er over dat laatste – wie er onderligt – geen vanzelfsprekende eensgezindheid bestaat? De herdenking van de Februaristaking werd meer en meer gepolitiseerd, de overgeleverde geschiedenis – die sowieso altijd politiek is en wordt ‘gemaakt’ – werd gekaapt door de waan van de dag en ingezet voor eigen politiek gewin; tegen het imperialisme van de VS, tegen kruisraketten, tegen de bezetting van Palestina. De lessen die werden getrokken uit de geschiedenis konden zomaar de lessen worden die de organisatoren goed uitkwamen. Wat werd er dan nog herdacht en waarom?

Ik heb het voorrecht mogen hebben om in tramremise Lekstraat, een van de startpunten van de staking, na een gespeelde voorstelling van ‘STAAKT…’ oud-staker Harry Verheij te spreken. Hij vertelde mij toen dat hij nooit snapte waarom we op het Jonas Daniël Meijerplein met onze gezichten naar de Dokwerker gericht staan. Herdenken gaat toch niet enkel om het terugkijken naar het verleden, maar om vanuit de geschiedenis vooruit te kijken naar de toekomst, de lessen meenemend? Omdraaien dus, dat zouden we moeten doen, meekijkend met de Dokwerker.

En hiermee kom ik terug bij de vragen die ik eerder stelde over wat het herdenken van bepalende momenten uit de Tweede Wereldoorlog en de aanloop daar naartoe in deze tijden van grote maatschappelijke polarisatie, groepsdenken en geopolitieke verschuivingen nog kan zijn. Kunnen we wel lessen trekken uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en zo ja, hoe doen we dat op zo’n manier dat het ons als mensheid daadwerkelijk verder brengt in plaats van dat het averechts werkt, dat wil zeggen louter polariseert? Zo is in de aanloop naar 4 mei de heftige maatschappelijke discussie over wie of wat we herdenken al haast een traditie op zichzelf geworden; zo’n splijtzwam kan de herdenking zijn. Vooropgesteld dat het herdenken waar het hier over gaat altijd in eerste instantie een stilstaan is bij de slachtoffers van de verschrikkingen en mensonterende gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog, van hen die daartegen in opstand kwamen en van hen die nog met de herinneringen eraan leven, hoe zorgen we ervoor dat een herdenking, en dus ook deze herdenking van de Kristallnacht, vervolgens ook waarde heeft, zin, of zelfs nut, vooral voor jongere generaties?

Het is in mijn ogen een groot misverstand te denken dat – om aansluiting te vinden bij deze tijd – herdenkingen simpelweg moeten worden geactualiseerd, oftewel vergelijkingen maken met gebeurtenissen uit deze tijd. Hiermee doe je niet alleen al snel de uitzonderlijkheid van de gebeurtenissen die aanvankelijk zouden worden herdacht, geweld aan, met het gevaar mensen diep te kwetsen, ook loop je het risico je te verliezen in de waan van de dag. Bij de jongerenvoorstellingen van Theater Na de Dam bijvoorbeeld – waarbij als concept jongeren in gesprek gaan met ouderen over hun herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in hun stad of buurt en op basis daarvan een voorstelling maken, en waarvan u vanavond een aantal fragmenten ziet – leek toen we ermee begonnen de verleiding bij de makers en de jongeren soms groot het eerder te gaan hebben over de oorlog in Syrië, bootvluchtelingen, discriminatie, postkolonialisme, verzwegen slavernijverleden, hedendaagse autoritaire machthebbers et cetera. Dat staat per slot van rekening veel dichter bij de belevingswereld van hedendaagse jongeren. Toegeven aan die verleiding levert echter op dat je met elkaar in een wespennest belandt, waarbij je totaal het overzicht mist en de polarisatie op de loer ligt. Juist het verplaatsen in het verhaal van iemand anders en je daarin verdiepen, het kaatsen tegen de muur van de geschiedenis – die je dus nodig hebt – levert voor die jongeren een historisch besef op en daarmee ook een verdiept moreel besef over waarom we in deze tijden in opstand moeten komen tegen onrecht, discriminatie, machtsmisbruik, autoritaire machthebbers et cetera. Anders gezegd: dat de herdenking betekenis moet hebben voor het nu, betekent dus juist niet dat het te direct over het nu moet gaan. Als je dat toch wel doet, polariseert het eerder dan dat het verbindt.

Ik keer daarmee terug naar Theater Perdu en deze herdenking van de Kristallnacht, nu tachtig jaar geleden. De haat tegen de Joden die toen tot een grootse uitbarsting kwam met alle gruwelijke gevolgen van dien, was in Europa al eeuwenlang in allerlei vormen aanwezig. En na de overwinning op de nazi’s was deze Jodenhaat niet de wereld uit; het zou een ijdele hoop zijn te denken dat dit extreemrechtse gedachtegoed niet telkens weer de kop opsteekt. Het is belangrijk hier samen op een dag als vandaag bij stil te staan. We komen onder andere rechts antisemitische retoriek tegen bij Oost-Europese regeringsleiders, op internetfora – ook hier in Nederland – en bij de Republikeinse Partij in de VS, resulterend in een antisemitisch scanderende meute met fakkels vorig jaar en laatst een gruwelijke aanslag op een synagoge.

Het zou echter een moedwillige blikvernauwing zijn te denken dat het antisemitisme alleen uit rechtse hoek komt. De afgelopen jaren hebben we veelal in Europa helaas dodelijk geweld gezien jegens Joden, uitgevoerd door extremisten met een islamitische achtergrond, vaak aangewakkerd door het heersende antisemitisme in de islamitische wereld. En ook in linkse kring wordt de grens van terechte kritiek aan het adres van de staat Israël over de stelselmatige vernedering, onderdrukking en mishandeling van de Palestijnen nogal eens overschreden waardoor het vrij snel – ook voor toehoorders – tot antisemitisme kan verworden. Het feit dat de Israëlische regeringsleider en de zijnen te pas en te onpas het slachtofferschap van de Holocaust misbruiken voor hun politiek gewin en rechtvaardiging van hun door henzelf niet onderkende maar onomstotelijke daderschap, geeft mensen die kritisch zijn op Israël niet de legitimatie feitelijk hetzelfde te doen. De gevolgen zijn namelijk niet te overzien.

Zoals ik namelijk mijn vrienden uit de VS niet ter verantwoording roep over de afbraak van de rechtstaat die daar nu plaatsvindt, of mijn Turkse vrienden om wat er in Turkije gebeurt, of mijn Iraanse kennissen om de vervolging van homoseksuelen in Iran, of mijn Marokkaanse schoonfamilie om het geweld dat in naam van de islam door onder andere Marokkaanse jongemannen plaatsvindt, is het misplaatst dit wel te doen bij Joodse inwoners van Nederland of waar dan ook. Als de geschiedenis ons leert wat het gevaar is van mensen tot een groep te reduceren, tot hun afkomst, religie of seksuele geaardheid, dan moeten we er alert op zijn niet hetzelfde te doen wanneer het ons goed uitkomt.

Laat ik tot de kern van de zaak komen: niet alleen moeten er vraagtekens worden gezet bij misplaatste, eenzijdige en contraproductieve actualiseringen van herdenkingen, iets dat voorgaande organisatoren van deze – zoals die door sommigen wordt genoemd – ‘alternatieve’ Kristallnachtherdenking de afgelopen jaren nogal eens hebben gedaan; opvallender en nogal kwalijk is de keuze om met grote regelmaat sprekers uit te nodigen en je te afficheren met organisaties die vooral bekend staan om hun politiek-activisme gericht tegen de staat Israël. De vraag moet worden gesteld: waarom die overmatige focus op Israël als pleger van groot onrecht? Waarom moest iemand als Dries van Agt in 2017 spreken op deze herdenking van de Kristallnacht, die gaat over de vervolging van Joodse Duitsers in Europa tachtig jaar geleden? Waarom sprak een paar jaar eerder een Israëlisch parlementslid van Arabische origine? Is dat niet de kat op het spek binden in relatie tot hedendaags antisemitisme? Ja, dat – naast de haat en het geweld van Palestijnse zijde – Israël al decennia de rechten van Palestijnen met voeten treedt, land bezet, bezittingen vernielt en eufemistisch gezegd steeds minder voorzichtig omgaat met Palestijnse levens, maakt toch niet dat er vooral hiernaar moet worden verwezen op een Kristallnachtherdenking? Enkel onrecht jegens moslims en Arabieren met veel protest en verontwaardiging aankaarten wanneer dat door Israël en dus ook Joden wordt begaan, en niet wekelijks protesteren tegen de onderdrukkingen, mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden in bijvoorbeeld Iran, Jemen, Syrië, Saoedi-Arabië, Soedan, Afghanistan, is iets dat ik als weldenkend mens niet begrijp.*

Áls de geschiedenis ons lessen leert, en herdenkingen – zoals deze herdenking van de Kristallnacht – ons daartoe collectief in de gelegenheid stellen, dan moeten wij – zeker in deze tijden van populisme, polarisatie en propagandistische digitale informatiedeling – allemaal zeer zorgvuldig zijn wat we wel en niet herdenken, waar we wel en niet naar moeten verwijzen in het heden, wie er komt spreken. Want als je niet oplet, gebeurt het zo weer.


* Nog een gedachte die ik na afloop van deze ‘alternatieve’ Kristallnachtherdenking had. Die later zo wereldberoemd geworden Joodse jongeman die – zoals het verhaal gaat – rond het begin van onze jaartelling door Palestina liep en waarheden en lessen verkondigde, oreerde eens op een berg buiten Jeruzalem en zei daar het volgende: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?” (Matteüs 7:3). Een mooie en zeer rake metafoor voor een kwalijke menselijke neiging, die het humanistische Europa na de verschrikkingen van slavernij, kolonialisme en fascisme zo gewetensvol heeft geïnternaliseerd dat je in deze tijd nogal vaak een fixatie tegenkomt op de eigen balk in de ogen. Hierdoor is men soms stekeblind voor gevallen waarin de eigen balk niet zo groot is als verondersteld of waarin er echt meer aan de hand is dan een splinter in het oog van de Ander. Dat er feitelijk sprake kan zijn van een balk bij de Ander en bij zichzelf maar een splinter, wordt gezien als een onmogelijkheid. Anders gezegd: Israël wordt als ‘Westers’ land door groeperingen in het Westen gezien als balk in de eigen ogen, terwijl groot onrecht in de Israël omringende landen wordt afgedaan als een splinter.

Delen |

vrijdag 27 juli 2018

Over de gastcolumnist

Zvi Markuszower (1946) is thans woonachtig in Israël. Hij studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam, en deed een MBA Insead. Zvi Markuszower is ondernemer en zat in de besturen van een aantal organisaties en stichtingen.

In de Crescas-nieuwsbrief van 13 juli uitte Harry van den Bergh zijn zorgen over Israël. Zorgen, volgens deze gewaardeerde Crescas-columnist, voortvloeiend uit een verwijtbare vorm van politiek en religieus extremisme die de grondslagen doen schudden.

De grondslagen hebben inderdaad geschud in Noord-Israël. Daar was vorige week een aardbeving. Geen ernstige, maar toch. Langzamerhand – veel te laat – beginnen de verantwoordelijke ministeries zich eindelijk zorgen te maken over deze Afrikaans-Aziatisch scheur in de aardkorst. Plannen worden gemaakt om zo snel mogelijk aanpassingen uit te voeren die huizen en/of appartementen betere bescherming tegen deze natuurlijke calamiteit moeten geven.

De zorgen die onze columnist voor het voetlicht brengt, verdienen, ondanks het bovenstaande, natuurlijk wel een verduidelijking. Deze column is feitelijk een beetje mosterd na de hot pastrami, maar misschien leert het ons niet direct in de paniek te schieten en allerlei extreme meningen te uiten voordat we een duidelijk en compleet beeld hebben.

Een van zijn aandachtspunten was de nieuwe ontwerpwet Nation State, waaruit zou blijken dat “uitsluitend Joden in een dorp worden toegelaten.” Ik citeer: “De gedachte alleen al is een ramp van formaat en in volledige tegenspraak met de waarden die de stichters van de staat formuleerden. In gewone taal heet zoiets apartheid.”

Als je het zo leest, krijg je het direct toch wel een ietwat benauwd. Maar niets is zoals het lijkt. Afgezien van het feit dat deze ontwerpwet inmiddels onder andere op dit punt door Netanjahoe ietwat is aangepast, is het misschien toch wel zinnig even naar de juridische achtergrond te kijken, alsmede deze wet ook in haar totaliteit te bekijken.

In de Israëlische politiek wordt in vergelijking met Nederland veel aandacht besteed aan de juridische basis waarop Israël mede is gebaseerd. Dat is logisch omdat de staat een ontstaansgeschiedenis heeft die nog maar erg kort is, maar ook omdat de legitimiteit van Israël in veel internationale fora wordt bestreden. Daarnaast heeft Israël (nog steeds) geen grondwet.

Kort na de Balfour-declaratie in 1917 vonden in 1919 onderhandelingen plaats tussen Chaim Weizmann als afgevaardigde van de zionisten en koning Faisal, afgevaardigde van de Arabieren. De resultaten van deze onderhandelingen werden mede opgenomen in de mandaatovereenkomst van de Volkerenbond in 1922 en daarna in 1945 bekrachtigd door de Verenigde Naties.

Een van de afspraken die deze onderhandelingen opleverde, was dat de zionistische beweging zou streven naar besloten Joodse gemeenten als een centrale doelstelling voor het oprichten van een Nationaal Tehuis voor het Joodse volk. Hiermee werd door de Israëlische regering van haar rechtsvoorgangers, volgens de regels van het internationale recht, dus het juridische recht, maar zelfs ook de plicht, verkregen om nieuwe gemeenschappen te bouwen die specifiek alleen Joodse inwoners hadden.

Hier zien we heel duidelijk dat de inmiddels gewijzigde ontwerpwet op dit punt niets meer bevatte dan een internationaal geaccepteerde regel.

Deze wet is voor een belangrijk deel gestoeld op de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948.
Het is een wet die een aantal karakteristieke kenmerken van de staat Israël opneemt in de wet. Vergelijkbare karakteristieke nationalistische kenmerken zijn door vrij veel EU-lidstaten in hun constitutie opgenomen. Deze kenmerken, zowel in Israël als in die diverse EU-staten zijn niet discriminatoir noch vertonen ze een zweem van apartheid.

Het principe van gelijke rechten voor alle burgers, Joden en Arabieren, mannen en vrouwen, in de staat Israël is en blijft onaangetast. Wie anders beweert, is de zoveelste producent van Fake News.

Een ander pijnpunt van mijn geachte opponent zijn de commentaren van Ruth Ginsburg. Zij pleitte gedurende haar bezoek aan Israël voor een gelijke behandeling van de diverse Joodse religieuze denominaties. Met alle respect voor mevrouw Ginsburg, maar een dergelijke opmerking, zonder die met argumenten te staven en zonder over de consequenties na te denken, is wat mij betreft een niets zeggende losse flodder.

Israël bestaat, om het maar voorzichtig te zeggen, uit een uiterst gecompliceerde samenleving. Een groep mensen, afkomstig uit bijna allemaal niet democratische landen, die ondanks alles een democratische regeringsvorm heeft geïnstitutionaliseerd. In zo’n samenleving, met de religie als toetje er bovenop, verloopt niet alles conform onze wensen.

Maar als er een keer iets is dat ons niet helemaal bevalt, moeten we toch vermijden meteen moord en brand te schreeuwen.

Meestal komt het wel op zijn pootjes terecht!

Delen |

vrijdag 18 mei 2018

Over de gastcolumnist

Zvi Markuszower (1946) is thans woonachtig in Israël. Hij studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam, en deed een MBA Insead. Zvi Markuszower is ondernemer en zat in de besturen van een aantal organisaties en stichtingen.

Netta wint het Eurovisie Songfestival. Voor Israël is dat het toetje van een vier-sterren-maaltijd in de eerste helft van deze maand.

De andere gangen? De erkenning door de Verenigde Staten van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël en het overbrengen van de ambassade van de VS daar naartoe; de VS die de JCPOA-overeenkomst met Iran inzake nucleaire ontwikkeling in dat land opzegt en de onthulling dat Israël een belangrijk archief uit Iran heeft bemachtigd, waaruit onomstotelijk blijkt dat Iran de ontwikkeling van nucleaire wapens ambieert.
Zowel in Israël maar zeker ook daar buiten, ook in Nederland, roepen deze gebeurtenissen velerlei reacties op. Het spreekt vanzelf dat het overgrote deel van deze reacties uiterst positief is.

Natuurlijk – hoe kan het ook anders – zijn er ook negatieve, zuinige, zurige commentaren op deze positieve ontwikkelingen, variërend van had dat nu wel gemoeten, had het niet wat later gekund tot Bibi en natuurlijk ook Trump hebben dit uitsluitend gedaan uit electorale overwegingen. Daar bovenop allerlei doemscenario’s waar tot nu toe natuurlijk niets van is gebleken.

De negatieve insteek van veel en vooral Joodse analisten ten opzichte van deze ontwikkelingen is voor een deel gebaseerd op gebrekkige kennis en voor een ander deel op obsessieve haatgevoelens voor Trump en Bibi en niet te vergeten het eeuwenoude syndroom van Joodse zelfhaat.

Als we bovengenoemde ontwikkelingen echter nuchter beoordelen, zonder ons te laten leiden door vooringenomen standpunten, dan zien we natuurlijk direct dat beide beslissingen van Trump juist zijn. By the way, het Amerikaanse Congres heeft al in 1995 deze beslissing genomen. Alle presidenten beloofden deze beslissing uit te voeren. Trump is de eerste die zich aan zijn woord heeft gehouden!

Elk land beslist zelf welke stad zijn hoofdstad is. Daar heeft niemand anders inspraak bij.

Jeruzalem is sinds de oprichting van de staat Israël de hoofdstad. Alle functies die een hoofdstad kenmerken, worden daar uitgeoefend. Staatshoofden, diplomaten en andere hoogwaardigheidsbekleders, zij komen allen naar Jeruzalem. Wat ook de uiteindelijke status zal zijn, een ongedeelde stad of een westelijk en een oostelijk deel, Jeruzalem blijft de hoofdstad van Israël. Of de Nederlandse regering al dan niet besluit haar ambassade in Tel Aviv te laten, is niet relevant. Trump heeft deze ballon van hypocriete veronderstellingen definitief doorgeprikt. De veronderstelling van de EU dat de status van Jeruzalem pas definitief wordt bepaald bij een eventueel vredesverdrag met de Palestijnen is een drogreden.

Over het feit dat Jeruzalem reeds ruim 2.500 jaar het religieuze, culturele middelpunt is van onze religie en dus van het Joodse volk ga ik in deze column maar niet verder uitweiden.

Met betrekking tot de opzegging van het nucleaire akkoord met Iran kunnen we stellen dat dit akkoord nooit had mogen worden gesloten. Het is daarom juist dat het nu wordt opgezegd, en niet eventueel op een later moment, hoe eerder hoe beter! Elk moment later brengt Israël in een nog moeilijkere situatie.

De critici van Trump zien gemakshalve over het hoofd dat in Libanon een arsenaal van raketten is opgebouwd dat groter is dan alles dat de EU beschikbaar heeft. Dit arsenaal is bestemd voor bestrijding van Israël. Dit alles met medewerking van Iran. De critici willen niet horen dat Iran Israël elke dag bedreigt; Iran dat in tegenstelling tot zijn beweringen bezig is een atoomwapen te ontwikkelen. De critici willen niet horen dat Iran Israël wil vernietigen. De critici van Trump willen ook niet horen dat de bevolking van Iran buitengewoon ontevreden is met haar leven. Een leven dat wordt verbitterd doordat Iran ongekende miljarden besteed om terreur te verspreiden in het Midden-Oosten.

De EU is tegen. Niet omdat zij niet weet wat er in Iran gebeurt, maar de EU wil haar nu opnieuw aangeknoopte handelsrelaties met Iran niet in de waagschaal stellen. Of Iran na afloop – over zeven jaar – van het nu opgezegde akkoord de ontwikkeling van een kernwapen binnen handbereik zou hebben, kan de Europese regeringsleiders niet echt beroeren. Of er tegen die tijd een oorlog uitbreekt met ontelbare slachtoffers aan beide zijden daar ligt nu niemand wakker van. Zeker niet de EU.

Kijk naar Syrië: bijna een miljoen doden, ontelbare ernstig gewonden, zo’n tien miljoen mensen uit hun huizen verdreven. Kinderen die geen medische verzorging hebben, laat staan een opleiding krijgen. Dit alles mede onder het wakend oog van de EU.

En wat doet de EU? Nederland stuurt bijvoorbeeld onder de bezielende leiding van het Nederlandse kabinet een defensie attaché naar Teheran. Om de wapenaankopen van Nederland naar Iran te bevorderen? Waar is mevrouw Mogherini?

Laten we blij zijn met Trumps beslissingen.

Laten we blij en trots zijn dat Israël met Benjamin Netanjahoe als minister-president een van de belangrijke players op het wereldtoneel is.

Delen |

vrijdag 10 november 2017

Over de gastcolumnist

Karen de Jager (1957) is werkzaam als strategisch adviseur en woordvoerder voor (non-profit) organisaties. Daarnaast werkt ze als journalist, onder andere voor het NIW en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Voor wie deed ik het? Misschien wel voor mezelf. Ik was zó boos dat het Nederlandse Rode Kruis van leer trok wanneer een bekende Joodse Nederlander liet weten geen cent aan het Rode Kruis te geven. Dat ze geen idee hadden waar deze reactie vandaan kwam en het ook niet wilden weten. Dat zat me dwars. En degenen die mij kennen, weten dat ik in dat geval het onderste uit de kan haal. Iedereen bij het Nederlandse Rode Kruis moest en zou weten hoe de vork aan de steel zat.

En zo begon mijn persoonlijke kruistocht. De eerste jaren, onder directeur Jan Post, kreeg ik niemand voor mijn karretje gespannen. Tot januari 2005. Een nieuwe directeur, murw van zijn recente bezoek aan Sri Lanka, direct na de tsunami, met gruwelijke beelden en de geur van de doden nog vers in zijn geheugen, is op weg naar de landelijke hulpactie. Ik ben zijn persvoorlichter. In de coulissen lopen we Frits Barend tegen het lijf. Hij is blij me te zien en roept “Wat doe jij hier?” Dit was mijn kans. Op Frits’ reflexen kun je rekenen. Ik draai me om en zeg: “Ik ben hier met mijn nieuwe baas, Cees Breederveld, de directeur van het Rode Kruis …” Frits steekt zijn hand uit en trekt die direct weer terug. “Dat zijn toch allemaal antisemieten.” Hij draait zich om en loopt weg. Ik kijk opzij. Cees Breederveld ziet lijkbleek. “Gaat het een beetje?” vraag ik. Ben ik te ver gegaan?

Misschien wel. Maar het heeft wel gewerkt. Cees Breederveld wilde weten waar dit vandaan kwam. Het was het begin van een lange weg van bewustwording binnen het Rode Kruis. Een weg met hindernissen. Directeur en management gingen op cursus in het Joods Historisch Museum, een cursusdag georganiseerd door Crescas. Ze kregen geschiedenisles, ontmoetten overlevenden van de Sjoa, keken kritisch naar de keuzes die ze nu maakten. Hadden ze wel oog voor alle groepen in de samenleving? Het bestuur werd bij het traject betrokken en langzaam maar zeker ontstond het gevoel dat er wat moest gebeuren. Het Nederlandse Rode Kruis zou over niet al te lange tijd zijn 150-jarig bestaan vieren, de hoogste tijd voor reflectie. Hoe kon het gebeuren dat het Nederlandse Rode Kruis een groep die door iedereen in de steek was gelaten, zo had genegeerd. Het NRK wilde iets doen richting de Nederlands-Joodse bevolking. Maar niet iets waar de Nederlandse Joden niet op zaten te wachten.

Op verzoek van de directie ben ik ‘Joods Nederland’ langs gegaan. Officiële instanties, particulieren, nabestaanden … Aan iedereen vroeg ik: “wat zouden jullie willen dat het Rode Kruis zou doen?” En we kregen drie opdrachten mee voor directie en bestuur: ken je geschiedenis, maak die bekend in de nationale media en doe er wat mee.
Dat is nu vier jaar geleden. In de afgelopen vier jaar heeft het Rode Kruis het NIOD de opdracht verstrekt een breed onderzoek uit te voeren naar het functioneren van het NRK tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nieuwe directeur, Gijs de Vries, committeerde zich aan de opdracht die het Rode Kruis zich had gesteld om kennis te nemen van wat de Nederlandse Joden is overkomen. Bestuur en directeur bezochten Auschwitz en spraken daar ook met overlevenden uit de kampen. Ze lazen het onderzoek, en waren er ziek van. En ze besloten dat er maar één reactie mogelijk was. Excuses, onomwonden. Niet met de verwachting dat daarmee alle boosheid en verdriet zou kunnen worden weggenomen. Wel om te laten zien dat de Rode-Kruisorganisatie waar zij voor staan, dit nooit had mogen laten gebeuren. Dat hun Rode Kruis er voor iedereen moet zijn. Ook als het moeilijk is. Juist als het moeilijk is.

En ze gaan de confrontatie aan. In de landelijke pers. In een besloten bijeenkomst met nabestaanden. Tijdens de publieke presentatie in De Balie die voor iedereen toegankelijk was. En volgend jaar in Israël tijdens een aantal bijeenkomsten die worden georganiseerd in samenwerking met Irgoen Oleh Holland.
Ik ben trots op mijn Rode Kruis dat de moed had dit traject te kiezen, te doorlopen en te doorleven. Wat dat voor hen heeft betekend, klinkt door in de speech van voorzitter Inge Brakman en werd gehoord en gevoeld door de tweehonderd aanwezigen in een doodstille zaal in De Balie.

De publieke presentatie is in zijn geheel te zien op het tv-kanaal van De Balie. Let op: de presentatie begint rond minuut vier.

Delen |

vrijdag 8 september 2017

Over de gastcolumnist

Julie Blocq-Schipper is sinds oktober 2016 directeur bij Crescas, Na er anderhalf jaar te hebben gewerkt te hebben als beleidsmedewerker.
Julie groeide op in Joods Antwerpen en verhuisde op haar vijftiende naar Amsterdam. Mede door haar traditionele opvoeding en nauwe betrokkenheid bij Joodse organisaties groeide haar interesse voor het culturele jodendom. Zij werkte een jaar in Israël, wat haar Ivriet op een hoger niveau bracht.
Julie’s kennis op het gebied van educatie en coaching en haar passie voor kunst en cultuur komen goed van pas in haar werk bij Crescas. Naast het ontwikkelen van het jaarprogramma richt Julie zich op de verdere ontwikkeling en profilering van Crescas; hét Joodse kenniscentrum van Nederland.

Er zijn weinig stellen die ik ken, die na meer dan dertig jaar huwelijk nog zo liefdevol met elkaar omgaan. Dat kon je zien en dat kon je voelen. Ik heb Rob helaas maar een enkele keer ontmoet. De indruk die hij maakte, was er één van stabiliteit, tevredenheid en rust, een aimabele man. Uit Channa’s verhalen kon ik ook opmaken dat Rob een man was waar je op kon bouwen en steunen. Dat Rob zo plotseling en zo jong is overleden, zorgt dan ook voor een golf van ongeloof en verdriet: iedereen is erdoor aangeslagen. Iedereen die bij Crescas betrokken is en ook daarbuiten.

Voor Channa, Lilian, Chaim, Juliette & Laura: Rob leeft in jullie door. Ik wens jullie alle sterkte, liefde en kracht toe in deze moeilijke tijd.

Julie Blocq


Een in memoriam van Michel Waterman, voormalig directeur van Crescas


In memoriam Rob Boerboom

In de dertien jaar dat ik bij Crescas nauw heb samengewerkt met Channa Obstfeld heb ik ook ‘haar Rob’, haar steun en toeverlaat, haar anker in moeilijke tijden, haar maatje en de liefde van haar leven, goed leren kennen. Het Whatsappje van Channa met het bericht dat Rob een hartstilstand had gehad en haar telefoontje, nauwelijks vijf dagen later, dat hij was overleden, heeft mij geschokt en diep geraakt. Rob is sinds dat eerste Whatsappje geen dag uit mijn gedachten geweest en het verdriet van Channa en hun drie kinderen laat mij geen moment los.

Het overlijden van een jonge vent – Rob was in augustus 55 geworden – is verschrikkelijk. Het is een schok omdat het zo totaal onverwacht komt. Maar dat is niet de belangrijkste reden dat Robs heengaan mij zo aangrijpt. Ik was bijzonder op hem gesteld. Hij was een Mensch, in de échte betekenis van het woord. Hij was door en door integer. Huishoudelijke hulp zwart betalen? Niet in Huize Boerboom. Rob was ook een familieman, Channa’s verhalen spraken boekdelen. Hij stond altijd klaar om te helpen. Ook ons, bij Crescas. Zo heeft hij na onze verhuizing naar de Kastelenstraat nog een avond staan boren en schroeven om de boekenkasten van de Crescas-bibliotheek in elkaar te zetten. Rob was goed gezelschap bij een etentje, of een biertje in de kroeg, daar bewaar ik goede herinneringen aan.

Rob Boerboom zal gemist worden, het meest door Channa, Lilian, Juliette en Chaim, maar zeker niet door hen alleen.

Michel Waterman

Delen |
nov 2018Radicaal genuanceerd herdenken
jul 2018When Harry Meets Zvi
mei 2018Trump triomfeert!
nov 2017Eindelijk
sep 2017In memoriam Rob Boerboom
jun 2017Joodse geschiedenis van Gouda
mrt 2017Midden-Oostenpolitiek uit 1001 nacht
jan 2017Nieuwsbriefredactrice Raya Lichansky 70
jan 2017Oude mannen en een dood paard
aug 2016Klein maar springlevend
jun 2016Henriette Boas, vriendin en huisgast
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
nov 2015Ahmad Dawabsheh blijft alleen
okt 2015Stilte in Joods Nederland
sep 2015Vluchtelingen: ruimhartig en meedogenloos
sep 2015Godgeklaagd
jul 2015I'm a European Jew - and No, I'm Not Leaving
mei 2015Culturele boycot Israël verzwakt de oppositie
mei 2015Boedapest
apr 2015Krakow
apr 2015Praag
mrt 2015Samen optrekken tegen jodenhaat en islamhaat
dec 2014Han Hollander (1886-1943), sportverslaggever
jul 2014Joden, Moslims, vooroordelen en Maison de Bonneterie
jun 2014De handel en wandel van de boekenjood
mei 2014Biografie van Esther de Boer–van Rijk
apr 2014Anne
apr 2014Inclusief of exclusief
apr 2014Het verrassende Egypte van vóór de Uittocht
feb 2014Op school
feb 2014Nieuw boek van Pauline Micheels: 'Vandaag'
feb 2014Allemaal hadden ze een naam
jan 2014Nooit meer Auschwitz
jan 2014Heruitgave van ‘De Samaritanen’
nov 2013Ariëlla Kornmehls 'Wat ik moest verzwijgen’
nov 2013Dialoog tussen Joden en Marokkanen of Turken
nov 2013Fietsen voor Alyn
nov 2013Limmoed en het orthodoxe fiasco
aug 2013Lemberg
jul 2013Joods Gouda
jul 2013Slavernij
jun 2013Een boek over rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog
jun 2013Lili, een boek dat geschreven mòest worden
mei 2013Hannah heet ik - Hannah Cohen
apr 2013Het kwaad van de banaliteit: Margarethe von Trotta's film Hannah Arendt
apr 2013Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013