sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Gastcolumns

Weblogs disclaimer

Op deze pagina vindt u eenmalige bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Onderwerpen die natuurlijk altijd een link hebben met jodendom. Een gastcolumn bestaat uit een boek- of filmrecensie, een mening of opinie over een (actueel) onderwerp, het verslag van een Joodse-thema-reis, een bijzondere belevenis, etc. De gastcolumn is niet bedoeld voor reacties op eerder verschenen columns. Hiervoor is steeds ruimte ónder de betreffende column. Wilt u een gastcolumn schrijven? Neem dan contact met ons op via blocq@crescas.nl. De directie van Crescas beslist in alle gevallen over plaatsing van een gastcolumn.

vrijdag 13 april 2018

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Eén van de dingen die ik heb moeten loslaten na onze alija is mijn betrokkenheid bij interreligieuze en interculturele dialoog (zie onder). In Nederland heb ik me samen met anderen meer dan tien jaar met wisselend succes ingezet om contacten te leggen en onderhouden met andere religieuze en culturele gemeenschappen in Amsterdam en ook daarbuiten. Mijn uitvalsbasis was de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam en later deed ik het ook namens het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom.

Het was een soort mitswa. Ik hield me ermee bezig omdat ik er de noodzaak en het belang van inzag. In het begin ging het met veel plezier, meer dan aan het eind, moet ik bekennen. Niet dat het bij de start altijd even makkelijk was – dat is het eigenlijk nooit echt geweest – maar het gaf aanvankelijk hoop op betere relaties en meer onderling begrip. Later verdween die hoop steeds meer en werd het dialoogwerk een herhaling van bijna rituele zetten. Het werd méér van hetzelfde in plaats van iets waar je verder mee kwam. Alsof je met een auto niet vanuit je eerste of tweede versnelling naar een hogere kunt schakelen en in rondjes blijft rijden. Ik wilde meer; het zat er gewoon niet in.

In Israël had ik best een frisse start willen maken met dialoog, doch dat lukt niet vanwege mijn gebrekkige kennis van het Hebreeuws. Er is hier meer dan genoeg te doen op dat vlak. Dat had ik al gezien voordat we hier gingen wonen. Hier is de urgentie eigenlijk veel groter. Circa twintig procent van de Israëlische staatsburgers is niet Joods en daarmee is vreedzaam samenwonen én integratie een belangrijke zaak in dit, ondanks het 70-jarig bestaan, kersverse land met al zijn diverse inwoners. Toen we vanuit Nederland vertrokken, zei iemand mij dat ik gelukkig naar een land ging met minder islam en moslims dan Nederland. Klinkklare onzin, want hier is het aantal moslims beduidend groter.

In Israël gaat het niet zoals in Nederland om meer of minder islam. Dat is nauwelijks een issue. Erkenning van Israël als Joodse staat met Hebreeuws als voornaamste voertaal is wel een fors ding als het gaat om islamitische of christelijke Arabieren met een Israëlisch paspoort. Dat is echter meer een kwestie van politiek, niet zozeer religie, al speelt religie wel degelijk mee.

De onderlinge verhouding tussen seculiere of traditionele Joden en orthodoxe of ultraorthodoxe Joden is eerder iets dat de voorpagina’s van tijd tot tijd beheerst in het enige Joodse land ter wereld. Spanningen met moslims gaan hooguit over de te harde gebedsoproepen vanaf minaretten of het respecteren van Joodse feestdagen, zoals Jom Kipoer, wanneer nagenoeg alle Joodse Israëli’s de auto laten staan. In Akko vond ooit een wellicht onbedoelde provocatie plaats toen een Arabische inwoner met zijn auto door een Joodse wijk reed op de heiligste dag van het Joodse jaar. Niet handig en het liep flink uit de hand, waarbij de Joodse inwoners zich net zo goed incorrect gedroegen.

Onlangs heb ik me toch weer even beziggehouden met dialoog, zij het in de vorm van een terugblik. Mij was gevraagd om voor een groep Nederlandse Joden die al heel lang in Israël woont, wat te vertellen over mijn ervaringen met de dialoog in Nederland. Ter voorbereiding heb ik de jaarverslagen over dialoog doorgenomen van de LJG Amsterdam. Bekende kost, want die heb ik grotendeels zelf geschreven als toenmalige voorzitter van de dialoogcommissie. Al lezend schoot me weer van alles te binnen. Positieve zaken en helaas ook negatieve ervaringen, waar ik indertijd zelfs slapeloze nachten van had. Vrijwilligerswerk is niet altijd een lolletje, zeker niet als je persoonlijk wordt aangevallen en je nauwelijks de kans krijgt je te verweren na er letterlijk uitgegooid te zijn. Dat overkwam me, en niet alleen mij, op de Facebookpagina van het Joods-Marokkaans Netwerk.

Eén van de positieve gebeurtenissen was de komst van een groep Turkse moslimjongeren van de Gülen-beweging naar sjoel. Zij wilden meer horen over Chanoeka. Vlak voordat ze zouden komen, brak er oorlog uit tussen Hamas en Israël (2008). Ik wist toen bijna zeker dat ze zouden afzeggen óf als ze toch zouden komen, het maar over één ding wilden hebben: het Palestijnse lijden door toedoen van het kwaadaardige Israël. Ze kwamen en toen ik vroeg of ze het over Gaza wilden hebben, kreeg ik als antwoord dat ze kwamen voor Chanoeka, dat was de afspraak.

Met aanhangers van Gülen heb ik meer prettige ervaringen gehad. Het zijn hele devote moslims, maar gericht op contact met andersdenkenden vanuit respect en ook nieuwsgierigheid. In Turkije hebben ze het steeds moelijker gekregen nadat Erdogan hen tot staatsvijand heeft verklaard. Hij eist de uitlevering van Fettulah Gülen die in de Verenigde Staten woont. De Amerikanen zijn evenwel geenszins van plan hem het land uit te zetten. Gülen heeft ooit opzien gebaard toen hij in 2010 de raad gaf de Gazavloot uit Turkije te laten aanleggen in Asjdod, opdat de Israëli’s de spullen konden controleren alvorens die naar Gaza zouden worden overgebracht. Als de Turken toen hadden geluisterd, was het niet tot een ernstig incident gekomen met tien doden op de Mavi Marmara. De relatie tussen het steeds islamitischer wordende Turkije van Erdogan en Israël is toen helemáál bergafwaarts gegaan.

In Nederland merkte ik bij andere Turken dan de Gülenisten reeds ruim voor 2010 dat de stemming richting Israël aan het omslaan was, nadat Erdogan met zijn AK-partij in 2003 de macht kreeg. Een vertegenwoordiger van een Turkse moskee in de Amsterdamse Pijp zei dat ooit letterlijk tegen mij: “Ik denk nu veel minder positief over Israël dan vroeger.” Trouwens, tijdens mijn dialoogperiode in Nederland zag ik ook een coalitie ontstaan tussen de zwarte en de islamitische gemeenschappen. Beide groepen hadden een appeltje te schillen met Joden: de zwarte groep vanwege de vermeende rol van Joden bij de slavernij, de moslims in verband met hun solidariteit met de Palestijnen. Diezelfde solidariteit tref je ook aan bij links Nederland, net als bij nogal wat progressieve christenen.

Bij de LJG Amsterdam hadden we ooit protestanten uit Gouda op bezoek. Een deel van hen was fel pro-Israël (dat was het meer stijve deel), een ander deel (de alternatieven) was ongeveer net zo fel voor de Palestijnen. De aanwezige LJG’ers hebben toen een soort van bemiddelaarsrol gespeeld om beide groepen nog een beetje on speaking terms te houden.

De ervaringen met de Marokkaanse Nederlanders waren vanaf het begin heftiger dan met Turkse groepen. De Arabische frustratie of zelfs woede over wat Israël de Palestijnen zou hebben aangedaan én nog steeds zou aandoen, speelde daarbij een grote rol. ( Zeker, er gaan dingen mis, Israël is echter niet de duivel himself, net zomin als dat Palestijnen alleen maar lief en zielig zijn). De meer redelijke Marokkanen maakten een soort onderscheid tussen Joden in Nederland en Israël, voor de anderen was het eigenlijk één pot nat. Al zeiden ze dat ze vooral iets tegen “zionisten en Isra-hel” hadden, niet zozeer tegen Joden als zodanig. Niet zo raar want Jodendom en christendom zijn religies van het boek, aldus de Koran. Daardoor was er ergens iets van respect voor Jodendom en ook Joden. Vooral als die anti-Israël zijn! Vaak heersten er bij de Marokkanen (en dat geldt ook voor anderen) idiote ideeën over de macht van Joden en meer van dat soort wanstaltige vooroordelen. Dat laatste kwam vaak neer op ordinair antisemitisme.

Antizionisme was zo ongeveer een gegeven bij de contacten met Marokkanen, net als bij nogal wat felle linkse, seculiere autochtonen die blindelings partij trokken voor de Marokkaanse immigranten en hun nakomelingen. En samenhangend daarmee met de Palestijnen. Dat leidde in de kring van de dialoogcommissie zelf steeds meer tot felle onderlinge discussies. Niet dat er iemand was die zich geen zionist noemde, al waren enkelen zeer kritisch over wat Israëli’s uitspoken. De vraag was vooral wat je mocht verwachten van een dialoogpartner met wie intensief werd samengewerkt. Wat mij betreft hoef je bij Marokkaanse Nederlanders ( en anderen!) echt niet uit te gaan van veel waardering voor Israël, dat kunnen ze doorgaans nu eenmaal niet opbrengen. Dat hoeft ook niet per se. Echter, als je in Nederland voorstander bent van een goede relatie met Joden, dan is het merkwaardig als je vindt dat de Joodse staat geen enkel bestaansrecht heeft. En als je zegt dat wél te doen (vaak lippendienst, vond ik), dan is het bizar dat Israël zo ongeveer wordt beschouwd als het grootste kwaad van de wereld en dat het totaal niet deugt, kortom, een volstrekt fout land is.

Dat je van Joden niet mag verwachten dat zij gaan samenwerken met overtuigde antisemieten hoef je niemand uit te leggen. Velen willen er echter niet aan dat het net zo logisch dat je niet mag verlangen van Joden dat zij vriendschappelijke banden onderhouden met overtuigde antizionisten. Als je je daar als Jood voor leent, dan doe je – mogelijk zonder het goed te beseffen – in wezen afstand van de Joodse staat en zijn bewoners (het gaat om het land als zodanig, het gaat niet om de zittende regering). Of je laat je op z’n minst lenen voor zoiets tenenkrommends als: “niks tegen Joden, alleen tegen zionisten.” Dan ben je antizionisme aan het witwassen onder het mom van: zolang het maar geen antisemieten zijn. Je sluit dan je ogen voor het onmiskenbare feit dat antizionisme de nieuwe variant van het aloude antisemitisme is. De staat Israël als ‘de Jood’ onder de naties.

Als je voor dialoog bent in Nederland dan zou je ook voor onderlinge contacten en vredesonderhandelingen moeten zijn, hoe moeizaam ook, als het om het Palestijns-Israëlisch conflict gaat. Zoiets komt in de praktijk neer op het nastreven van de ‘twee staten-oplossing’.


Nota bene: Dialoog kun je omschrijven als open gesprekken met andersdenkenden op basis van gelijkwaardigheid om te komen tot wederzijds begrip en het wegwerken van vooroordelen. Bij dialoog verdiep je je oprecht in elkaars achtergronden, leefwereld en waardensysteem. Centraal staat wederzijds respect voor de ander vanuit waarden als “leef en laat leven” en “geluk is belangrijker dan gelijk”. Dialoog betekent allerminst dat je het met elkaar eens hoeft te zijn of te worden, doch er zijn wel grenzen aan de dialoog. Bijvoorbeeld als de ander niet wordt erkend in de essentie van zijn of haar bestaan. Dit wil zeggen bekeerd, bestreden of zelfs vernietigd.

Delen |

vrijdag 2 maart 2018

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

In Nederland hadden we een huurhuis in Amsterdam-Zuid. We hebben ooit overwogen na onze studietijd een huis te gaan kopen. We zagen daar vanaf omdat we beducht waren voor de hoge hypotheeklasten, mede vanwege het ontbreken van eigen geld. We hoorden van vrienden in Santpoort, die daar een heel gewoon rijtjeshuis hadden gekocht, dat zij nauwelijks op vakantie konden. Hun hypotheek met verzekering slokte een fors deel van het gezinsinkomen op. Daar hadden we totaal geen zin in. Bovendien wilden we graag in het centrum van Amsterdam blijven wonen, waar de koopprijzen toen al ontzettend hoog waren.

Huren had als voordeel dat we domweg de huur konden opzeggen toen we naar Israël vertrokken. Geen ingewikkeld gedoe vanwege de verkoop van ons huis voor een acceptabele prijs. Nadeel was dat we geen eigen kapitaal hadden opgebouwd dat we konden gebruiken om ons in Israël op de koopmarkt te begeven. De huurmarkt in Israël werd ons afgeschilderd als een soort verschrikking: torenhoge huren in het centrum van het land, op geld beluste huisbazen en nauwelijks of geen huurbescherming. Dat van die prijzen klopt; onze huisbazin valt eigenlijk best mee en tot nog toe hebben we nog geen last gehad van de gebrekkige huurbescherming. De huisbazin wil ons graag houden en hoopt dat we nog een tijd blijven zitten. Zolang zij het appartement niet zelf nodig heeft …

In Israël wordt gewerkt met jaarcontracten als je een huis huurt. Ons contract is een tamelijk dik pak papier, waar ijverige juristen hun levenswerk van lijken te hebben gemaakt. Onze beide Israëlische schoonzonen hebben het nagevlooid en zeiden dat er geen gekke dingen in stonden. Zo’n lijvig contract is nu eenmaal vrij gebruikelijk hier. Alle artikelen zijn gericht op het beschermen van de belangen van de huisbaas, zo is mijn stellige indruk. In 2017 is een nieuwe wet aangenomen, waardoor de belangen van de huurder beter worden gewaarborgd. Maar zolang er gebrek is aan voldoende goede huisvesting zal de huizenmarkt in Israël een sellers market zijn, waarbij huizenbezitters het voor het zeggen hebben. Er wordt heel veel gebouwd in dit land, doch blijkbaar lang niet voldoende om de overspannen huizenmarkt te verzadigen.

Toen we in Israël aankwamen, had onze jongste dochter, die hier al jaren woont, net op tijd voor ons een huis gevonden. Ik weet nog goed dat ze ongeveer half februari zei dat ze eindelijk iets gevonden had waarop we geen “nee” konden zeggen. Dat hadden we tot dan toe namelijk wel telkens gedaan wanneer we foto’s opgestuurd kregen met een beschrijving van haar erbij.

Daarvóór hadden we rond de jaarwisseling al samen met haar rondgekeken in Tel Aviv en Ramat Gan. Zonder succes. Daar kwam bij dat je in december weinig huizen kunt vinden die je pas in maart kan gaan huren. Israëli’s vinden het normaal om iets te gaan zoeken voor “de volgende maand”. Ze kijken bij veel dingen niet heel ver vooruit, ook op dit vlak niet. We hadden natuurlijk toen al wat kunnen gaan huren als we iets gevonden hadden. Dan hadden we een tijd dubbele huurlasten gehad. Hadden we geen trek in. De intercontinentale verhuizing was al duur genoeg.

Dit huis had wat we zochten: gemoderniseerd, een redelijke keuken, drie slaapkamers, adequaat sanitair, balkons én op één-hoog. De afmetingen waren helaas niet heel ruim. De huur was maar iets boven het bedrag dat we in gedachten hadden. Het was alleen niet in Tel Aviv, waar we graag hadden willen wonen. Dat plan hadden we in december echter al opgegeven, want de prijzen daar zijn helemaal schrikbarend als je iets wil hebben met drie slaapkamers (voor het geval er een dochter met haar gevolg – zoon en man – komt logeren). Herzliya is ook niet heel goedkoop, doch past duidelijk beter bij ons budget. Hoe verder je weg raakt van het centrum, hoe meer de prijzen gaan zakken. Haifa is een stuk goedkoper, maar voor ons veel te ver weg van Tel Aviv.

Het huis heeft één nadeel: het ligt aan een drukke doorgangsweg. De huisbazin zei dat er gauw een nieuwe snelweg zou worden geopend, wat moest gaan leiden tot minder autoverkeer voor de deur. Een deel is inmiddels open, het andere stuk, richting Tel Aviv, laat nog steeds op zich wachten. Het blijft dus druk voor de deur.

Onlangs werd het tijd voor ons derde jaarcontract. Onze huisbazin wilde dat graag nog in februari getekend hebben, ruim voor de ingang van ons nieuwe huurjaar, dat in maart begint. In Israël zorg je ervoor dat je dan twaalf cheques hebt klaar liggen voor de huisbaas. Voor iedere maand één met het bedrag van de maandhuur erop plus een datum voor iedere maand van de volgende huurperiode. De huisbaas geeft ze aan de bank en begin van de maand wordt er huur afgeboekt van je bankrekening. Verder staat er een borg van drie maandhuren bij de bank geparkeerd. Dat bedrag is voor de huisbaas als je huurachterstanden hebt of als je het huis niet netjes achterlaat bij vertrek. De bank fungeert als een soort buffer tussen verhuurder en huurder en rekent daar uiteraard wat voor. Je moet overigens zelf in beweging komen als de verhuurder onterecht het geld opeist bij de bank.

Vorig jaar was de bank mooi op tijd met de verlenging van de bankgarantie. Dit jaar zeiden ze dat we te vroeg waren en eind februari terug moesten komen. Tenzij we twee keer het jaarbedrag wilden betalen voor de service van de bank, zowel in februari als straks voor het nieuwe jaar. De lopende bankgarantie was immers nog niet afgelopen, zo was hun logica. Met vorig jaar, toen de bankgarantie al eerder werd verstrekt, hadden ze niks te maken.

De huisbaas zei dat ze daardoor in de problemen kwam, want háár bank wilde in verband met haar hypotheek nu al met eigen ogen zien dat de huurder van haar hypothecaire eigendom twaalf huurcheques had afgegeven plus een nieuwe bankgarantie voor een jaar.

Wat te doen? Op het huurcontract zetten dat er nog een bankgarantie aankwam? Dat zou vast niet genoeg zijn voor de bank van de verhuurder. Daarom wilde onze huisbaas een cheque ter waarde van de bankgarantie (drie maanden huur) zonder datum. Aanvankelijk hadden we daar helemaal geen zin in, want dan hadden we én de bankgarantie én die ‘blanco cheque’ bij haar uitstaan. Uiteindelijk hebben we toegestemd om een patstelling te vermijden. Wel met de voorwaarde dat aan het nieuwe huurcontract werd toegevoegd dat de ongebruikte cheque onmiddellijk bij ons wordt ingeleverd zodra de bankgarantie rond is.

Bij onze huisbazin hebben wij dit aangedurfd, want ze heeft zich laten kennen als betrouwbaar. Toen bijvoorbeeld de airconditioning in de woonkamer het begaf, heeft ze haar best gedaan zo snel mogelijk een nieuwe aan te schaffen. Het was namelijk hoogzomer. Het heeft toch nog drie weken geduurd voordat we weer koele lucht hadden in de woonkamer. Later bleek dat de nieuwe niet goed geïnstalleerd was, waardoor de verwarmingsfunctie het niet deed toen de winter aanbrak. Ook hebben we ooit snel een nieuwe schakelklok gekregen voor de boiler die met zonnepanelen is uitgerust en daarnaast een verwarmingselement heeft wanneer de zon het laat afweten in de winter. Bij een lekkage in één van de toiletten heeft ze voor vervanging gezorgd van het toiletblok, al waren we minder tevreden over de oplossing. Geen zwevend toilet meer, maar een op de vloer geplaatst toilet, dat echter op een podium is gezet om goed aan te sluiten bij de afvoer. Had anders gekund, maar dan had er van alles moeten worden uitgebroken. Een dure oplossing waar onze huisbaas geen zin in had. Toen we zeiden dat het toilet wel erg hoog was geworden, zei ze dat wij lang waren. Zijzelf kon er nauwelijks op zitten, zo bleek nadat we haar hadden gevraagd dat te doen. Haar laconieke antwoord was: ik woon hier niet.

De banken hadden er bijna voor gezorgd dat we elkaar in de haren waren gevlogen over de bankgarantie. Als redelijke mensen zijn we eruit gekomen met elkaar. Die extra cheque wil ik natuurlijk wel direct terug hebben als de nieuwe bankgarantie is afgegeven …

Delen |

vrijdag 16 februari 2018

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Mijn huidige klas bij oelpan Gordon in Tel Aviv loopt ten einde. We kunnen als groep met onze fantastische lerares Ramit door naar kita ג+. Want Ramit is nog lang niet klaar met ons: aan diverse werkwoordgroepen (binjaniem) is ze nog niet toegekomen, te weten de hoefal en de hitpaeel. Ze deed erg lang over de nifal. Achteraf gezien wel terecht, want het is een lastige groep. De hitpaeel ken ik heel redelijk, maar aan de hoefal ben ik nog niet eerder toegekomen. De poeal heb ik nu wel redelijk onder de knie. Voor wie dit abracadabra is: lees hier verder.

Toen ik bij het kantoor van oelpan Gordon ging informeren naar de kosten van de vervolgklas werd me verteld dat ik dubbel moest betalen. Ik heb geen voucher meer van het ministerie van Integratie (klita) voor gratis lessen als nieuwe immigrant. Het ministerie gaat ervan uit dat ik inmiddels voldoende lessen heb gehad om alleen verder te kunnen. Als je meer lessen wilt, is dat voor eigen kosten. Voor kita gimmel-plus moet ik én aan oelpan Gordon én aan het ministerie van Onderwijs betalen. Dat vond ik wat te gortig, dus ging ik op zoek naar een andere klas bij oelpan Gordon. Er zijn daar ook nog conversatieklassen. Ik vond er één op mijn niveau (gimmel oftewel C). De kosten vielen erg mee en daarom heb ik me ingeschreven, al neem ik met bloedend hart afscheid van Ramit, mijn derde leerkracht. Toen ik haar vertelde dat ik niet verder ging met haar vervolgklas, zei de schat dat ik altijd terug mocht komen.

Tussen twee haakjes: in het begin deed ze helemaal niet zo aardig tegen mij. Dat is veranderd in de loop van de tijd. Zoiets zei ze ook bij het afscheid: “mijn hart opende zich voor jou.” Achteraf denk ik dat ik weet waarom. Bij het afscheid vertelde zij dat ‘Nederland’ haar eerste buitenlandse ervaring was. Ze begrijpt nog steeds niet waarom je vanuit Nederland op alija gaat. Het is daar toch goed? Als Nederlandse oleh (immigrant) verstoorde ik dat beeld van haar. Echter, antisemitisme en/of antizionisme is niet de enige reden om naar Israël of elders af te reizen. In Israël gaan wonen kan ook een positieve keus zijn omdat je graag in een Joods land wil wonen – ook als daar niet direct een hele urgente noodzaak voor is. Al is Nederlandse houding ten aanzien van Israël en Joden aanzienlijk negatiever geworden. In de ogen van velen kan het Joodse land weinig goeds doen.

Terug naar de oelpan-ervaringen. De eerste keer ging ik met licht bonzend hart naar mijn openingsles van de conversatieklas. Mijn nieuwe leerkracht heet Ilana. Ze is beduidend ouder dan Ramit, maar net zo vitaal. Ik was vooraf bang dat ik het af zou leggen tegen de andere leerlingen wat betreft mijn spreek- en luistervaardigheid. Tot mijn grote geruststelling zit bijna iedereen net zo te stamelen als ik. Alleen één hoogblonde Russische vrouw spreekt een stuk sneller. Ze heeft de lat heel hoog gelegd voor zichzelf: in Moskou had ze een universitaire baan en dat wil ze hier ook, liefst iets op het terrein van de Hebreeuwse taal! De anderen zijn beduidend minder ambitieus. Het gaat om Fransen, vaak met Algerijnse of Marokkaanse roots. En de rest is Russisch, op één Amerikaanse en mij als eenzame Nederlandse immigrant na.

Bij de onderlinge kennismaking moest iedereen vertellen waar hij of zij vandaan kwam, waarom je naar Israël bent gekomen, waar je Hebreeuws had geleerd en wat je verwachtte van de conversatieklas. Wat betreft het laatste: iedereen was het erover eens dat een grotere woordenschat de grootste uitdaging is.

De lessen gaan over de actualiteit. Ilana legt geduldig uit wat er te lezen is in de krant of op het tv-nieuws te zien valt wanneer we met haar opnames bekijken. Zonder haar uitleg zijn we nergens. Ze reikt allerlei nieuwe werkwoorden aan, waarbij ze kort aanstipt hoe de vervoegingen gaan. Die worden op dit niveau bekend verondersteld. Dat is gelukkig voor de meesten zo, ook voor mij. Het is inmiddels grotendeels bekende kost. Ook nieuwe woorden, begrippen of idioom (taaleigen) schrijft ze voor ons uit op het bord. Het valt me op dat ze geen probleem heeft de nieuwe woorden van een Engelse of Russische vertaling te voorzien, dus voor haar hoeft het woord niet in het Hebreeuws te worden uitgelegd. Voor Ramit was dat een must! Bij Ramit was het volstrekt taboe om in de klas via Google even de betekenis op te zoeken, terwijl Ilana rustig zegt: zoek met Google even op wat de vertaling in het Engels is.

We hebben nog maar een paar lessen gehad, maar eigenlijk is er al heel wat langsgekomen. Bijvoorbeeld de protesten tegen de nieuwe winkelsluitingswet in Ashdod, waar een burgemeester wil overgaan tot sluiting van winkels en restaurants op sjabbat. Ashdod heeft een behoorlijke grote ultra-orthodoxe gemeenschap, doch ze vormen met zo’n 25 tot 30 procent niet de meerderheid. De seculieren stellen mijns inziens terecht dat de stad ook van hen is en dat ze geen zin hebben hun leven op sjabbat te laten dicteren door de charediem. Als de ultra’s in hun woonwijken op sjabbat geen auto’s willen zien rijden en geen open winkels wensen dan is dat hun keus, zeggen de seculieren. Ze moeten zich er echter niet mee bemoeien hoe wij ons leven willen leiden, aldus de chiloniem. Ilana is seculier en is het daarmee volkomen eens.

Uiteraard hebben we het eind januari ook gehad over de International Holocaust Remembrance Day. En vooral hoe men nu in Polen iedere vorm van medeplichtigheid aan de Duitse vernietigingskampen van de hand wijst en het via een wet strafbaar wil stellen als je daar anders tegenaan kijkt. In Israël heeft men zeer verontwaardigd gereageerd op deze Poolse wet in wording.

In de klas moest iedereen zijn mening geven over een en ander. Mijn commentaar was dat zelfs ná de Sjoa in Polen op diverse plaatsen pogroms uitbraken, dus zo netjes is men niet geweest in Polen. Ilana, onze juf, wees er daarna terecht op dat er ook Polen waren die Joden hebben geholpen. Saillant detail bij de discussie in de klas: één van de Russische leerlingen had nog nooit van de Hebreeuwse term “sjoa” gehoord. Toen ze dat heel eerlijk zei, viel iedereen even stil. En alle Russen begonnen in het Russisch te roepen wat de Russische vertaling was. Uiteraard viel daarna het muntje voor de betreffende vrouw, want de Holocaust had ook haar familie getroffen.

Toen het Toebisjwat (nieuwjaarsfeest van de bomen) was, werd daar door Ilana uitgebreid bij stilgestaan. We kregen ook allerlei gedroogd fruit en noten te eten en Ilana vroeg of we het feest kenden en wat eraan hadden gedaan voordat we naar Israël kwamen.

Op de valreep van mijn deelname aan kita gimmel (C) van Ramit kan ik nog meedoen aan een uitstapje. Het reisdoel is Jeruzalem. Daar bezoeken we Yad Vashem, de herbouwde Hurva synagoge, de Kotel (Klaagmuur) en machanee Jehoeda (de grote markt). Allemaal plekken waar ik al eens ben geweest. Niettemin bijzonder om er weer naartoe te gaan. Het is een vol programma voor één dag. Daarom vertrekken we vroeg en zijn we pas tegen het begin van de avond terug.

Naast het volgen van de oelpanlessen, het oppassen op de kleinkinderen (er is net een vierde bij gekomen, omdat onze jongste is bevallen van haar eerste kind, een dochtertje!) en andere gewone bezigheden ben ik nogal wat tijd kwijt geweest met mijn nieuwe iPhone. Cadeau van de familie voor mijn verjaardag. Gekocht in New York door de dochter die net bevallen is, toen ze nog mocht reizen. Het ding heeft het een maand prima gedaan. Toen was het uit met de pret. Geen contact meer met het netwerk (“Geen service”, ondanks een prima simkaart), nog wel wifi.

In Israël zijn geen echte Apple Stores. Bij de Premium winkel van Apple in Tel Aviv was men wel heel vriendelijk, maar daar kon men mij niet verder helpen. Het zijn slechts winkels die met licentie van Apple hun producten mogen verkopen. Het ding moet daarom naar Amsterdam, waar wel een heuse Apple winkel te vinden is. Dat was het advies van de telefonische Apple Support, waarmee ik uren voor niets aan de telefoon heb gezeten. Bepaald geen reclame voor Apple, zoals dat ging. Constant doorverbinden, telkens hetzelfde verhaal moeten vertellen en steeds maar weer dezelfde opdrachten uitvoeren op de telefoon om de fout te achterhalen, terwijl ik dat al eerder had gedaan met voorgaande Apple-helpdeskmedewerkers. Protesteren hielp niet.

Het was daarna wat gedoe om de iPhone richting Amsterdam te krijgen, maar hopelijk komt ie binnenkort weer gerepareerd terug of komt er een nieuwe voor in de plaats.

Op mijn Facebook-pagina had ik een discussie over de vraag of het nou aan Apple is te wijten of aan iDigital, de premiumwinkelketen in Israël die Apples verkoopt, dat ik in Israël geen internationale service kan krijgen voor de in de VS gekochte telefoon. We kwamen er niet echt uit met elkaar.

Zonder smartphone (of er nou Apple, Samsung of een ander merk op staat) is het leven hier wel een stuk lastiger. Navigeren met de auto via de telefoon (Waze) of het openbaar vervoer (met Moovit) en meer van dat soort inmiddels onmisbare hulpmiddelen, die kun je eigenlijk niet meer missen. Onderweg even een vertaling opzoeken, het gaat niet zonder slimme telefoon. Zo’n ding hoort zonder meer tot de standaarduitrusting van iedere moderne immigrant.

Delen |

vrijdag 12 januari 2018

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Met de meeste krappe meerderheid van 58 tegen 57 stemmen heeft de Knesset dinsdagmorgen een controversiële wet aangenomen die de landelijke overheid de mogelijkheid geeft gemeentes te overrulen die winkels toestemming geven op sjabbat open te zijn.

Minister Arjeh Deri van de ultra-orthodoxe Shaspartij, die aan de regering Netanjahoe deelneemt, heeft zijn zinnen gezet op het bewaken van de sjabbatrust. Er was eerder flink veel gedoe over het werken aan het spoor op de wekelijkse Joodse rustdag. De spoorwegen gaven aan dat het nodig was het onderhoud in het weekend te laten plaatsvinden ter voorkoming van stremmingen tijdens de werkdagen. Ook werden er werkzaamheden verricht aan de nieuwe spoorlijn die Jeruzalem en Tel Aviv met elkaar moet gaan verbinden. Er is weliswaar al een spoorlijn tussen Israëls hoofdstad en de meest mondaine, aan zee gelegen stad van dit land, doch dat is een boemeltje. De nieuwe spoorlijn moet voor een supersnelle verbinding zorgen.

Aan de discussie over het spoor is min of meer een eind gemaakt door af te spreken dat er alleen aan het spoor mag worden gewerkt als de veiligheid in het geding is. Pikoeach nefesj heet dat. Als het leven in gevaar komt, mag je sjabbatwetten overtreden.

De supermarktwet is een gebaar van de Likoed van Netanjahoe naar de ultra-orthodoxie. In ruil daarvoor blijven ze in de regering, waardoor Netanjahoe verder kan met zijn meest rechtse kabinet sinds de oprichting van de staat, als ik de journalisten mag geloven. De partij van Liberman, Israel Betenoe, die deel uitmaakt van de regeringscoalitie, moet niks hebben van de supermarktwet. Die heeft tégen gestemd. Voor de Russische achterban van Liberman is de sjabbat niet zo heilig en winkelsluiting vinden zij alleen maar lastig. Als je doordeweeks hard werkt, moet je toch op enig moment boodschappen doen. Op vrijdag als je een vijfdaagse werkweek hebt óf op sjabbat, als je ook op vrijdag werkt.

Om potentiële tegenstemmers te paaien, mogen benzinestations hun kleine supermarkten openhouden. Plus dat in Tel Aviv niet wordt getornd aan de huidige openstelling van winkels, zo is beloofd. Bij eerdere discussies was dat nog niet zo zeker.

De naderende stemming over de supermarktwet werd een paar keer aangehouden, omdat de meerderheid zeer krap dreigde te worden vanwege het niet meedoen van de partij van Liberman. Enkele parlementsleden die vóór zouden stemmen, zouden namelijk verstek laten gaan vanwege familieomstandigheden. Daardoor zou aanvaarding van de wet in gevaar komen. En daarmee ook de regering Netanjahoe, want het is Arjeh Deri menens met die wet. Die geeft hem straks als minister van Binnenlandse Zaken de bevoegdheid gemeentelijke bepalingen inzake openstelling op sjabbat opzij te zetten. En geloof me, dat gaat hij doen. Hij heeft toegezegd – als ik het goed heb begrepen – reeds bestaande openstellingen niet terug te zullen draaien. Doch Deri is nogal onbetrouwbaar in de ogen van veel Israëli’s, dus dat is afwachten. Wat er dan gebeurt, is onzeker. Wordt sluiting afgedwongen? Komt er dan verzet? De eerste voortekenen zag ik al in onze buurtwinkel, waar een affiche is geplaatst met de tekst: “Ook hier geopend op sjabbat – Vrij Herzliya”.

Veel gemeenten vinden openstelling van groot belang (overigens is in de Arabische sector alles open, die staat buiten deze interne Joodse discussie). Het gros van de Israëli’s is behoorlijk seculier, zij het vaak wel traditioneel. Door veel Israëli’s wordt bijvoorbeeld met Pesach de seder gevierd (wat neerkomt op racen door de Haggada, het Pesachverhaal) en op sjabbat zoekt men elkaar op vanwege de gezelligheid, net zoals je de auto laat staan op Jom Kipoer (Grote Verzoendag).

Voor dat laatste is niet eens een wet nodig. Het is een stilzwijgende afspraak van Israëli’s om degenen die Jom Kipoer vastend in sjoel doorbrengen niet voor het hoofd te stoten. En zo’n autoloze dag is bovendien leuk voor de kinderen, die met hun fietsen of rolschaatsen en dergelijke de rijweg overnemen.

Toen wij neerstreken in het deel van Herzliya dat grenst aan Ra’anana, bleek tot onze verrassing de kleine supermarkt beneden ons op sjabbat gewoon open te zijn, evenals een klein winkelcentrum met allerlei winkels aan de rand van Ra’anana. Dat ligt voor ons op loopafstand. Sterker nog: in Herzliya heeft men er geen probleem mee dat de grote kenjon (het grote overdekte, airconditioned winkelcentrum met meerdere verdiepingen, zoals je die zoveel hebt in dit land met zijn hete zomers) open is. Niet op vrijdagavond, maar wel overdag op sjabbat. Kom daar maar eens om in Ra’anana, daar is de kenjon grotendeels dicht, want de religieuzen liggen dwars in de gemeenteraad.

Er moet toch uit te komen zijn met elkaar. Er is al een groep bestaande uit oud-generaals en een voormalige minister, Pnima genaamd, die een soort van nationale discussie heeft voorgesteld over deze sjabbatwet. Voor de één is het immers een heilige rustdag, voor de ander een vrije dag om te doen en laten waar je zin in hebt, desnoods een klein boodschapje als je iets vergeten bent.

Israël zal zeker geen tweede Iran worden met ultrareligieuze dwingelandij. Maar de ultra-orthodoxie houdt het land wel flink in zijn greep door – onder andere – steeds te wijzen op de zogenaamde status quo van Ben Goerion bij de oprichting van de staat. Toen werd afgesproken om in religieus opzicht de situatie van toen te bevriezen. Ondertussen is er van alles veranderd, dus hoezo status quo? Zoeken naar een nieuwe status quo met respect voor elkaars levenswijze lijkt me wel het minste wat dit land en zijn bewoners te doen staat.

Delen |

vrijdag 22 december 2017

Over de gastcolumnist

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

Onlangs begon onze nieuwe wasmachine rare geluiden te maken bij het centrifugeren. Het klonk als een metalen onderdeel dat los zat, af en toe ergens tegenaan rammelde of zelfs schuurde. Het apparaat is nog maar net iets ouder dan een jaar. Een Duits merk, maar vervaardigd in Polen. Toen we de Bosch aanschaften via een Internetbedrijf namen we geen verlenging van de in Israël gebruikelijke garantietermijn van één jaar , dus die periode zat erop. We hadden bij de koop in Israël onze wasmachine in Nederland in gedachten die nu in het huis van onze middelste dochter staat. Die doet het na zo’n tien jaar nog steeds.

Wat nu? Een mannetje laten komen ter reparatie? Zoiets kost alleen al aan voorrijkosten minstens ₪ 200 (ongeveer € 50,-), meestal iets meer. Daar komen dan de materiaal- en uurloonkosten bij, als het apparaat tenminste nog te repareren is. Voordat je het weet zit je op de helft van de prijs van een nieuwe, zo redeneerden we. Dan maar – met forse tegenzin – een nieuwe laten aanrukken? Na enig wikken en wegen, hebben we dat toch maar gedaan. Op zulke momenten wreekt het zich dat we het Hebreeuws niet beheersen, anders had ik uitgebreid gebeld met een monteur. Op Internet had ik namelijk allerlei mogelijke oorzaken opgezocht van het rare metaalachtige geluid. Het kon een kapotte kogellager zijn, een kapotte aandrijfas of iets heel anders. Ik heb nog geprobeerd de Bosch open te maken, maar de schroeven die erop zitten, vereisen een hele speciale schroevendraaier, die ik niet heb. In Nederland heb ik ooit een wasmachine gerepareerd met behulp van een speciaal onderdeel via de importeur, waardoor die nog jaren meekon. Toen had je nog weinig slimme elektronica in dat soort machines, het meeste ging ouderwets mechanisch.

Na wat zoeken ontdekte ik een Engelse website voor klanten in Israël. Vanwege Black Friday was onze nieuwe Duitse wasmachine (een AEG ditmaal) aanzienlijk afgeprijsd. Later zag ik dat de Black Friday-prijzen ook daarna nog steeds op de site stonden. Ik kon niet ontdekken of het ding weer van Poolse makelij was. We hebben de gok maar gewaagd en we besloten de verlengde garantie te nemen, niet één maar drie jaar. Dat kost niet eens zo heel veel, slechts 200 sjekel, zo was te lezen op de website.

In Israël hebben ze een apart ritueel bij het afleveren van apparaten aan huis. Je bestelt zo’n ding (in ons geval via Internet, dus niet in een winkel). Betaling gaat normaal gesproken met een creditcard. Dan word je in de regel gebeld door het bedrijf dat de leverantie voor zijn rekening neemt. Dat telefoongesprek kon probleemloos in het Engels. Nadat het apparaat in huis is geplaatst, moet je een ander nummer bellen voor de installatie. Waag het niet de verpakking open te maken of de machine zelf te installeren, want dan vervalt onmiddellijk iedere garantie.

De dame van het installatiebedrijf sprak geen Engels. Ze was heel geduldig wanneer ik iets niet direct begreep en na alles genoteerd te hebben, zoals merk en typenummer, adres en telefoonnummer, spraken we een tijd af. Er kwam daarna nog een sms binnen met een webadres waar alles nog eens op een rij was gezet om de installatie te kunnen doen. De hele riedel had ze ook in het Hebreeuws gedaan. Ik hoorde woorden langskomen als kraan en elektriciteit. Op de website zag ik dat ze het tevens moest hebben gehad over de afvoer. Dat sms’je was handig. Het was wat minder dat ze de afgesproken tijd niet hadden toegevoegd. Ze hadden al twee dagen na de levering kunnen komen, maar dat kwam niet uit. We spraken een wat latere datum en tijd af.

Op zondag verscheen de monteur op het afgesproken tijdstip. Zijn komst was voorafgegaan door een telefonische melding via zo’n ingeblikte stem. Uiteraard in het Hebreeuws maar dat was redelijk te volgen voor mij. Je moest nog bevestigen dat je thuis was. Kies 1. Je kon zelfs kiezen om te spreken met de monteur. Kies 2. Ongetwijfeld voor mensen die even weg waren, doch snel weer thuis zouden zijn.

De monteur sprak goed Engels. Bij binnenkomst vloog hij direct af op de defecte machine, die we nog in een hoekje hadden staan. Die hadden we kunnen laten meenemen bij de levering van de nieuwe. Er is in Israël een wet die voorschrijft dat ze de oude apparaten horen mee te nemen (tegen enige betaling). We waren er echter nog niet uit of we het ding aan de straat zouden zetten (veel gesjouw), of tegen een heel zacht prijsje zouden aanbieden met de eerlijke vermelding erbij dat hij het nog goed deed, maar met gratis gerammel erbij.

In no time had de monteur het apparaat opengemaakt. Bij het proefdraaien van het korte centrifugeerprogramma (daarbij wordt geen water getapt en we hadden al het water al laten weglopen) was niets te horen. Dat had ik ook al ontdekt. Het probleem deed zich alleen voor bij de uitgebreidere programma’s, maar dan wel uitsluitend bij het centrifugeren. Rara, hoe kan dat? De monteur opperde dat er wellicht iets mis was met één van de twee elektronische kaarten. Dat kon heel duur worden. Hij zag verder geen afwijkende dingen.

Hij had het nog wel over Duitse apparaten die uit Polen komen en daarom meestal minder goed zijn. (Achteraf ontdekte ik dat onze nieuwste machine net als de rammelende Bosch in Polen is gefabriceerd …)

Vervolgens werd de AEG geïnstalleerd en kregen we alles keurig uitgelegd. Uiteraard wilde ik deze keer verlengde garantie. Dat hield hij wat af, daar zouden we het nog over hebben als de installatie volledig was afgerond. Het bleek dat hij een extra garantie kon bieden van vier jaar bovenop de fabrieksgarantie. Hij had gratis nóg drie maanden te bieden bovenop de vijf jaar in totaal. Totale kosten ₪ 600. Op zijn papieren zag ik ₪ 400 staan, alleen kon ik niet lezen wat erbij stond. Uiteindelijk zijn we overstag gegaan. Ik merkte nog droogkomisch op dat ze nog wel minstens vijf jaren moesten blijven bestaan.

Bij het opmaken van het garantiecertificaat maakt hij nog een opvallende fout. Weliswaar was de leverdatum december 2017 en dus de afloop van de normale extra termijn in 2022, doch door de extra drie maanden liep de garantie door tot maart 2023. Het kostte enige tijd voordat hij het door had. Mijn vrouw vertrouwde hem daarna niet meer. Ik kon nog enig begrip opbrengen, als je bedenkt dat de Joodse jaartelling anders werkt (ongeveer van september tot september). De garanties worden echter uitgedrukt in ‘gewone’ jaren, dus het was vast niet de eerste keer dat hij dit deed.

Wat ons nu overkwam, gebeurt wel vaker. Leveranciers die je een poot proberen uit te draaien. Bij de aflevering van de koelkast werden enige honderden sjekels extra geëist, hoorden we van onze Israëlische schoonzoon, die toen het apparaat ontving omdat wij dringend ergens anders naartoe moesten. Bij de levering van de afwasmachine door twee potige Israëli’s gebeurde hetzelfde. Bij mijn weten had ik voor de levering extra betaald, maar de sjouwers (nou ja, een afwasmachine weegt niet zoveel) brulden ons toe dat we nog een paar honderd sjekel moesten geven. Ze zijn zonder één sjekel de deur uitgegaan, al had ik wel iets klaarliggen maar beslist niet zoveel.

Het kan gelukkig ook anders. De man die de laatste wasmachine kwam brengen, was heel beleefd, vroeg niks, want er was al betaald voor de levering. Bij de installatie van de afwasmachine deden zich ook geen gekke dingen voor. Gewoon, rustige man en netjes gemonteerd plus twee jaar extra garantie voor ₪ 250. Dat vond ik toen vreemd. Het is hier vrij normaal. In Nederland is verlengde garantie trouwens ook al aardig ingeburgerd, al is de basisgarantietermijn daar twee jaar volgens Europese regelgeving.

Dit soort zaken blijft voor ons een avontuur. Het is hier meestal oppassen, net wat meer dan in Nederland. Iedereen wil een graantje meepikken. Lang niet altijd, het gebeurt ook regelmatig dat het gladjes verloopt zonder onregelmatigheden. Je moet wel blijven opletten en op je punt blijven staan. Dat gaat ons steeds beter af, met af en toe een terugval.

Nu moeten we nog op een nette manier van de “oude” wasmachine af, die een miskoop bleek te zijn. We zijn benieuwd hoe ons dat zal vergaan.

Delen |
apr 2018Dialoog
mrt 2018Het huurcontract
feb 2018Oelpan (Hebreeuws les) – de volgende klas en nog wat
jan 2018Winkelsluitingswet
dec 2017Witgoed
nov 2017Geoefende analfabeten
nov 2017Eindelijk
okt 2017Thuis
okt 2017Israël. Hoe kun je dáár nou gaan wonen?
sep 2017Op en neer naar Nederland
sep 2017In memoriam Rob Boerboom
aug 2017Hollanders ‘in den vreemde’
jun 2017Israël op zijn smalst
jun 2017Joodse geschiedenis van Gouda
mei 2017Staaroperatie in het Assutaziekenhuis
apr 2017Stemmen vanuit Israël
mrt 2017Een jaartje verder
mrt 2017Midden-Oostenpolitiek uit 1001 nacht
jan 2017Oelpan
jan 2017Nieuwsbriefredactrice Raya Lichansky 70
jan 2017Oude mannen en een dood paard
okt 2016Tweedehands of nieuw?
sep 2016Op zoek naar een auto
sep 2016Zachte landing
aug 2016Klein maar springlevend
aug 2016Het verkorte rijexamen (mivchan hamara = conversietest)
aug 2016Dubbelleven
jul 2016Mea (100)
jul 2016Nola
jun 2016Henriette Boas, vriendin en huisgast
jun 2016Cultuur
jun 2016Misrad Harishui (ministerie van Vergunningen)
mei 2016Antizionisme
mei 2016Geduld
mei 2016Zeg eens A(lef)
apr 2016Liften of niet?
apr 2016Een hele belasting
mrt 2016Alija
jan 2016Zondebok
dec 2015Wie is er bang voor Spinoza?
nov 2015Om toch
nov 2015Ahmad Dawabsheh blijft alleen
okt 2015Stilte in Joods Nederland
sep 2015Vluchtelingen: ruimhartig en meedogenloos
sep 2015Godgeklaagd
jul 2015I'm a European Jew - and No, I'm Not Leaving
mei 2015Culturele boycot Israël verzwakt de oppositie
mei 2015Boedapest
apr 2015Krakow
apr 2015Praag
mrt 2015Samen optrekken tegen jodenhaat en islamhaat
dec 2014Han Hollander (1886-1943), sportverslaggever
jul 2014Joden, Moslims, vooroordelen en Maison de Bonneterie
jun 2014De handel en wandel van de boekenjood
mei 2014Biografie van Esther de Boer–van Rijk
apr 2014Anne
apr 2014Inclusief of exclusief
apr 2014Het verrassende Egypte van vóór de Uittocht
feb 2014Op school
feb 2014Nieuw boek van Pauline Micheels: 'Vandaag'
feb 2014Allemaal hadden ze een naam
jan 2014Nooit meer Auschwitz
jan 2014Heruitgave van ‘De Samaritanen’
nov 2013Ariëlla Kornmehls 'Wat ik moest verzwijgen’
nov 2013Dialoog tussen Joden en Marokkanen of Turken
nov 2013Fietsen voor Alyn
nov 2013Limmoed en het orthodoxe fiasco
aug 2013Lemberg
jul 2013Joods Gouda
jul 2013Slavernij
jun 2013Een boek over rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog
jun 2013Lili, een boek dat geschreven mòest worden
mei 2013Hannah heet ik - Hannah Cohen
apr 2013Het kwaad van de banaliteit: Margarethe von Trotta's film Hannah Arendt
apr 2013Toespraak tijdens Jom Hasjoa-herdenking, 7 april 2013