inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Joods Zandvoort

Interview met dr. Teun van der Linden

Joden maakten van Zandvoort een echte badplaats. Hoe ze dat deden, en wie ze waren, is te lezen in het boek Joods Zandvoort. Een pioniersgeschiedenis (1880-1943), geschreven door Teun van der Linden. Zondagmiddag 23 november krijgt burgemeester Niek Meijer in het Zandvoorts Museum het eerste exemplaar overhandigd.

Een jaar lang, drie uur per dag, dook de Zandvoortse predikant in de archieven, in Amsterdam, Haarlem en Zandvoort en op internet, om de geschiedenis van de Joodse inwoners van Zandvoort boven tafel te krijgen. Want ondanks dat Zandvoort bekend stond als ‘het NSB-dorp’, waar tijdens de Provinciale Statenverkiezing in 1935 ruim 23% op de NSB stemde, de eerste stad in Nederland waarvan het strand ‘judenfrei’ werd verklaard, kende Zandvoort tot het begin van de oorlog een bloeiende Joodse gemeenschap met 600 Joodse inwoners en jaarlijks duizenden Joodse badgasten.

Zandvoort was tot 1881 een klein vissersdorp waar alleen wat mensen van adel een vakantieverblijf hadden. Dan komen de families Eltzbacher en Sulzbach. Zes leden van deze families storten elk 100.00 gulden en financieren de spoorlijn Haarlem - Zandvoort, het treinstation Bad Zandvoort, een Passage – een indrukwekkende winkel- en woongalerij in de stijl van de belle epoque – en een Kuurhotel met uitzicht op zee. Ze zetten een compleet nieuwe badplaats Zandvoort op de kaart, naar voorbeeld van Oostende en Scheveningen. Drie orthodox-Joodse hotels openen de deuren. Door de crisis zijn die helaas maar een kort leven beschoren, ze gaan snel weer dicht.

We moeten dan tot 1900 wachten tot Joods Zandvoort echt van de grond komt. Steeds meer Joden vestigen zich in Zandvoort, naast de duizenden Joden die Zandvoort als badgast bezoeken. In 1922 wordt door de Stichting Elia een eigen synagoge gebouwd aan de Dr. J.G. Mezgerstraat. Een ziekenhuis voor Joodse kinderen met tbc, de Clarastichting, opent in 1913 zijn deuren. De Joodse inwoners van Zandvoort blijven niet op zichzelf. Ze gaan naar openbare scholen, ze zijn te vinden bij de muziekverenigingen en sportclubs, toneelclubs, verenigingen, de VVV, politieke partijen en in de gemeenteraad. In 1922-‘23 had Zandvoort een Joodse loco-burgemeester in de persoon van Johan Bramson. Eind jaren dertig verdubbelt de Joodse bevolking bijna, mede door de komst van Joodse vluchtelingen uit Duitsland.

Maart 1942 is Zandvoort de vijfde plaats in Nederland waar Joden het dorp worden uitgezet. Ze gaan op weg naar het verzamelgetto in Amsterdam, waar datzelfde jaar de deportaties naar Westerbork, en vervolgens naar de vernietigingskampen, beginnen. Slechts een enkeling keert terug.

Volgend jaar is het 75 jaar geleden dat de synagoge in Zandvoort werd opgeblazen (augustus 1940), een aanslag die de Kristallnacht naar Nederland bracht. Voor Teun van der Linden was die ‘verjaardag’ één van de redenen om de geschiedenis van Joods Zandvoort vast te leggen. Hij is sinds maart 2012 predikant in Zandvoort, daarnaast geeft hij godsdienstles aan het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam. Hij raakte gefascineerd door het rijke Joodse leven in Zandvoort tot aan de oorlog. “Ik vond het gek dat daar op 4 mei, bij het Joodse monument aan de Dr. J.G. Mezgerstraat, niets over werd gezegd. Kende Zandvoort zijn eigen Joodse geschiedenis wel?”
Zelf groeide hij op in de Nederlands Hervormde traditie met een sterk ‘Joods bewustzijn’. Met de verhalen van zijn grootouders die in de oorlog trouwden en een huis kregen toegewezen aan de Weesperzijde, midden in de Amsterdamse jodenbuurt, waar zijn moeder in 1944 werd geboren. Van der Linden: “Op zolder lagen nog spullen van de Joden die hier hadden gewoond. Die familie heeft de oorlog overleefd en mijn grootvader, een schillenboer, heeft hun spullen met paard en wagen naar het nieuwe huis van deze familie gebracht. Ik was ook gefascineerd door het verhaal van de twee grote synagogen op het Jonas Daniel Meijerplein. Ik kreeg Joodse kinderen in de klas van het Hervormd Lyceum Zuid, op steenworp afstand van het vroegere Adama van Scheltemaplein, in de oorlog het administratieve centrum van de jodenvervolging, waar ik elke week twee keer langs fiets. En als kersverse Haarlemmer woonde ik naast de spoorbrug en de ‘Joodse’ spoorlijn uit 1880 naar Zandvoort, vlakbij het ‘Joodse’ Kennemer Lyceum waar voor de oorlog veel Joodse kinderen naar school gingen.”

Teun van der Linden: “Het was een fantastische zoektocht. Dankzij de digitalisering van de archieven kon ik veel van achter de computer doen, maar ik ben ook papieren archieven ingedoken en heb met heel veel mensen gesproken, met name senioren, waaronder een aantal Joodse. Het resultaat is een boek met veertig verhalen en heel veel foto’s. Ik heb expres voor veertig verhalen gekozen omdat 40 binnen de Joodse traditie een bijzonder getal is. Het is een boek met verhalen over mensen geworden. Ik ben blij dat het er ligt.”



tekst: Karen de Jager