| cursusnummer | 7244 |
| docent | Julie-Marthe Cohen |
| plaats | Amsterdam |
| datum | zondag 3 juni 2012 |
| tijd | 11.00 - 13.00 |
| kosten | € 10,00 |
Julie-Marthe Cohen, conservator van het Joods Historisch Museum, vertelt over het lot van Joodse ceremoniële voorwerpen in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Na afloop van haar lezing toont zij een aantal van de besproken voorwerpen die zich in de vaste collectie van het JHM bevinden.
Tijdens de oorlog hield de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR) zich bezig met de roof van cultuurgoederen. Verschillende onderafdelingen richtten zich op specifieke categorieën voorwerpen, zoals boeken, muziekinstrumenten of kunst. Er bestond echter geen onderafdeling voor (Joodse) ceremoniële voorwerpen. Aan de hand van de gebeurtenissen rondom de roof van de collectie van het Joods Historisch Museum, de Amsterdamse Portugese en Hoogduitse gemeenten en medienegemeenten laat Cohen zien dat deze categorie door de ERR van secundair belang werd geacht en, in tegenstelling tot Joodse boeken, niet doelgericht en structureel werd geroofd. Na de oorlog begon de zoektocht naar de verdwenen bezittingen. Uit Cohens onderzoek blijkt dat structurele steun van de overheid hierbij uitbleef en dat het vooral de Joodse gemeenschap zelf is geweest – in het bijzonder de Centrale Commissie voor Oorlogsschade (CCO) – die een belangrijke stuwende en actieve rol heeft vervuld. Ook bij het afhandelen van schadeclaims ondervond de CCO de nodige problemen.
De lezing wordt ondersteund door lichtbeelden.