| cursusnummer | 7243 |
| docent | Jurryt van de Vooren |
| plaats | Amsterdam |
| datum | zondag 22 april 2012 |
| tijd | 11.00 - 13.00 |
| kosten | € 10,00 |
Tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam ging het relatief goed met de Joodse sporters in ons land. Het Nederlandse vrouwenteam bij het turnen bestond grotendeels uit Joodse vrouwen. Dit team won zelfs een gouden medaille. Op diezelfde Spelen echter verbood het Oostenrijkse comité de Joodse hockeyers om onder hun eigen achternaam te spelen. Als zij de eer van hun land wilden verdedigen, moesten ze hun namen eerst vervangen door niet-Joodse achternamen ...
In de oorlogsjaren was het lot voor de Joodse sport hetzelfde als in de rest van de maatschappij: isolatie, deportatie, vernietiging. De weinige Joodse sporters die na de oorlog terugkeerden, zagen dat alles was afgepakt door hun vooroorlogse vrienden en sportgenoten.
Het verhaal van voetbalclub WV-HEDW, waar deze lezing wordt gehouden, is illustratief. Na afloop van de oorlog weigerde de club, die op het terrein van de vereniging zou 'passen', weg te gaan. Pas na uiterst pijnlijke rechtszaken kregen de Joodse voetballers hun terrein terug.
Ronduit schokkend is dat de KNVB in 1947, dus twee jaar na de oorlog, een toename constateerde van antisemitisch geweld op de Nederlandse voetbalvelden. De bond zag zich daarom gedwongen haar scheidsrechters speciale trainingen aan te bieden.
Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft diverse onderzoeken naar ‘Joodse sport’ en ‘Joodse sporters’ op zijn naam staan. Tijdens deze lezing zal hij hierover vertellen. Uit zijn verhaal wordt duidelijk hoe de geschiedenis van de Joodse sport exemplarisch is voor de manier waarop ons land omging met zijn Joodse inwoners.